Reactiebrief Consultatieversie Mobiliteitsvisie MRE 2040
Tekst van het document
Retouradres Postbus 90150, 5600 RB Eindhoven
Metropoolregio Eindhoven tav Nelleke Knipscheer Procesmanager Mobiliteit Postbus 985 5600AZ EINDHOVEN
gemeente Eindhoven Uw brief van 8 februari 2024 Uw kenmerk Ons kenmerk
Betreft: Consultatieversie Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040 Geacht bestuur, In uw brief van 8 februari jl. vraagt u om onze reactie kenbaar te maken op de Consultatieversie Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040. Wij hebben kennisgenomen van de consultatieversie Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040. Het is belangrijk dat we als regio over een gedragen, gemeenschappelijk langdurig kader beschikken voor de mobiliteit in onze regio. Deze visie biedt dan ook het kader voor de opmaak van een meerjarig multimodaal mobiliteitspakket (MMMP) en voor de afspraken die gemaakt worden met het Rijk en de provincie. De raad van de gemeente Eindhoven heeft op 12 maart 2024 het Masterplan Mobiliteit 2050 vastgesteld. De Consultatieversie Regionale Mobiliteitsvisie MRE 2040 sluit op de meeste punten nauw aan bij het Masterplan, zeker wat betreft de ambities voor de mobiliteitstransitie in het stedelijk gebied. Het Masterplan is uiteraard beperkt tot het grondgebied en de opgaven waar de gemeente Eindhoven verantwoordelijkheid voor draagt. De regionale opgaven moeten dan ook landen in de Regionale Mobiliteitsvisie. Deze visie moet een ambitieniveau hebben dat aansluit bij een innovatieve regio zoals de Brainportregio. Eindhoven wil gaan voor een OV dat een basisvoorziening is voor iedereen in de MRE. Ongeacht waar je woont, hoe je lichamelijke gesteldheid is of hoe dik je portemonnee is.
Iedereen moet gebruik kunnen maken van snel en betrouwbaar OV, zodat we de mobiliteitstransitie een impuls kunnen geven. Dit vraagt mogelijk om flinke investeringen in ons OV-systeem van de regio in samenwerking met andere overheden en het bedrijfsleven. Overduidelijk is dat dit een positief effect zal hebben op de Brede Welvaar in de regio Openbaar vervoer is per definitie een ambitie die regionaal moet worden opgepakt. De opgaven zijn namelijk gemeentegrensoverschrijdend. De mobiliteitsvisie bevat enkele duidelijke keuzes voor de OV-hoofdstructuur binnen
Bezoekadres Stadhuisplein 10 5611 EM Eindhoven www.eindhoven.nl
Postadres Postbus 90150 5600 RB Eindhoven gemeente@eindhoven.nl Telefoon 14 040
Ons kenmerk
de Brainportregio. Deze ambities kunnen enkel gerealiseerd worden wanneer deze vertaald worden in de volgende OV-concessie. Het lijkt dan ook logisch dat de volgende OV-concessie gebaseerd wordt op de keuzes die in de regionale mobiliteitsvisie gemaakt worden. We zouden dan ook willen vragen om te onderzoeken of de volgende OV-concessie op MRE-niveau uitgewerkt zou kunnen worden, waarbij de MRE de rol van de provincie in de concessieverlening overneemt. Zo krijgt de MRE de centrale rol bij de uitwerking van de regionale mobiliteitsvisie voor de verschillende vervoersmodi. De mobiliteitsvisie stelt in ontwikkelingsprincipe 4 (blz. 20) terecht dat er in stedelijk gebied ingezet wordt op een mobiliteitstransitie waarbij verblijfskwaliteit, lopen, fietsen, OV en deelmobiliteit voorop staan. In de tekst wordt bij OV tussen haakjes vermeld dat dit voor de lange afstand is. Dit is niet correct. HOVverbindingen en stadslijnen zijn belangrijke schakels in de stedelijke mobiliteitsketen, ook voor korte afstanden. We willen dan ook bijkomende aandacht vragen voor de binnenstedelijke OV-verbindingen en meer bepaald de stadslijnen. Deze verbindingen zijn cruciaal voor de bereikbaarheid van de stad en de toegankelijkheid van het OV-netwerk, ook voor diegenen die geen gebruik kunnen maken van de fiets of deelmobiliteitsoplossingen.
Het OV-netwerk wordt gezien als basisvoorziening en voldoet met “bereikbaarheid en toegankelijk” ook aan het VN-verdrag handicap. Op blz. 19 wordt gesteld dat ‘Slimme en innovatieve mobiliteit een verbindend element’ is binnen de regionale mobiliteitsstrategie. Binnen dit kader zouden we ook aandacht willen vragen naar alternatieve en innovatieve vormen van massatransport. We denken hierbij bijvoorbeeld aan een lightrail een modern tramsysteem binnen het OV-netwerk op die verbindingen waar het reizigerspotentieel dit verantwoordt. Een dergelijk onderzoek moet voortbouwen op de eerdere onderzoeken die gevoerd werden in het kader van de Brainportdeal. We zijn blij dat er, na jaren van discussie, in de afgelopen periode regionale afspraken zijn gemaakt over de bereikbaarheid van onze regio en de inzet naar het Rijk. Wij vinden het belangrijk dat er niet alleen afspraken worden gemaakt voor de A2/N2 en de A58. Ook voor de Noordoostkant (de bundelroute van Ekkersrijt via de Kennedylaan naar Helmond) moet er, naast de huidige korte termijn oplossingen, een middellange termijn oplossing komen, in nauw overleg met de regio. Daarbij houden we oog voor de natuurwaarden en zetten daarom in op nieuwe infrastructurele oplossingen op, rond of onder bestaande tracés.
Daarnaast blijven wij gelijktijdig regionaal inzetten op een mobiliteitstransitie, werkgeversaanpak en het verbeteren van onze bestaande infrastructuur. Er is politiek onvoldoende draagvlak voor oude discussies als de Ruit (groot of klein). De Brainportregio is geen eiland. OV-verbindingen met de rest van Nederland en Europa zijn dan ook cruciaal. Op blz. 17 kunnen we lezen dat ‘de Brainport regio regio (sic) de verbinding met de rest van Nederland en Europa maakt vanuit de IC-knopen Eindhoven en Helmond’. We willen duidelijk aandacht vragen voor deze (regio)grensoverschrijdende verbindingen. Zowel voor de snelle IC-
2
Ons kenmerk
verbindingen met steden in Duitsland en België als voor de regionale en lokale verbindingen met steden en gemeenten vlak over de grens. Het getekende raadsbesluit is ter informatie bijgevoegd. Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. De raad van de gemeente Eindhoven,
J. Jongbloed, griffier.
3