CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport rekenkamer Eindhoven Sport oktober 2023

Raadsvergadering 28 november 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Ontwerp raadsbesluit Rekenkamerrapport Sport - Vrijwel op orde zorgen voor morgen19.790 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ontwikkeling gewenste resultaten in Uitvoeringsprogramma’s 2017-2020 en 2021-2022 In bijlage 1 staan de gewenste resultaten uit de twee UP’s naast elkaar. Vergeleken met het UP 2017-2020 is er in het UP 2021-2022 een concretiseringsslag gemaakt. De gewenste resultaten zijn helderder en meetbaarder beschreven, en op de gewenste resultaten heeft een selectie plaatsgevonden, waardoor het aantal gewenste resultaten is afgenomen van 37 naar 24. Een weinig concrete en slecht meetbare doelstelling zoals ‘In 2020 ervaren kinderen in een vroeg stadium plezier en talent in sport en bewegen’ is in het UP 2021-2022 niet meer terug te vinden. Veel gewenste resultaten uit het UP 2017-2020 komen concreter of als onderdeel van een andere doelstelling terug in het UP 2021-2022. Vitale organisaties en een beweegvriendelijke openbare ruimte zijn in beide UP’s belangrijke pijlers. Urban sports is geen losse looplijn/ambitie meer, maar komt als onderdeel van doelstellingen nog wel duidelijk terug. Het aandeel gewenste resultaten op het gebied van accommodaties in het UP 20212022 is beduidend kleiner geworden, doordat de doelstellingen op het gebied van multifunctioneel gebruik nog maar zeer beperkt terugkomen en de doelstellingen met betrekking tot duurzaamheid helemaal niet meer terug te vinden zijn. De aandacht voor van jongs af aan vaardig in bewegen is juist groter geworden in het UP 2021-2022.

In de collegeperiode 2014-2018 was er dus onvrede in de Eindhovense gemeenteraad over keuzes in het sportbeleid, met name over de sluitingsplannen voor zwembad de Tongelreep en het ijssportcentrum. Om zicht te houden op de voortgang en ontwikkelingen in het beleid ontving de gemeenteraad sinds die periode kwartaalrapportages over het sportbeleid. Hierin werd de gemeenteraad, door middel van een presentatie en toelichting van de wethouder en de programmaleider sport van de gemeente, op de hoogte gesteld van de laatste ontwikkelingen in het sportbeleid, waarbij de raad de ruimte had om vragen te stellen. Vanaf 2020 werden deze kwartaalrapportages omgezet in halfjaarrapportages. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders hebben sterk ingespeeld op opkomende vraagstukken in de Eindhovense sportsector, zoals bij het uitbreken van de coronapandemie. De wethouder en de raad werden geholpen bij het inspelen op dergelijke opkomende vraagstukken door hun goede contact met actoren in de sportsector. Het sturen en beoordelen van het sportbeleid op de langere termijn blijkt echter lastiger. Zo werd in de collegeperiode 2018-2022 in de jaarrekening jaarlijks een andere set aan effectindicatoren gepresenteerd. De jaarrekening gaf hiermee geen

goed inzicht in de ontwikkeling van belangrijke indicatoren door de jaren heen. Hiermee werd het beoordelen en sturen van het Eindhovens sportbeleid op de lange termijn sterk bemoeilijkt. Dit heeft echter niet tot vragen geleid vanuit de gemeenteraad, en uit een gesprek met de Raad bleek dat deze wisselende indicatorenset maar bij een enkel raadslid is opgevallen.

De sport- en beweegvisie ‘Bewegen door verbinden’ (2016-2020) vormde de basis van het Eindhovens gemeentelijk sportbeleid in het begin van de collegeperiode 2018-2022. Deze visie bestond uit negen looplijnen, waarbij per looplijn gewenste resultaten stonden en hoe de voortang hierop gemonitord werd. De gewenste resultaten waren niet goed meetbaar. De nieuwe sport- en beweegvisie ‘Heel Eindhoven beweegt’ (2021-2025) bestaat uit vijf ambities, waarbij de genoemde resultaten helderder en meetbaarder beschreven zijn. De raad werd in de collegeperiode 2018-2022 op de hoogte gehouden van ontwikkelingen in de Eindhovense sportsector en het gemeentelijk sportbeleid door middel van kwartaal- en later halfjaarrapportages. Goed contact met de sportsector hielp de raad en het college van B&W om sterk in te spelen op opkomende (tijdelijke) vraagstukken, zoals de coronapandemie. Het sturen en beoordelen van het gemeentelijk sportbeleid op lange termijn blijkt lastiger. Hierbij wordt de Eindhovense politiek niet geholpen door de jaarrekeningen, waar in de collegeperiode 2018-2022 jaarlijks een andere set aan effectindicatoren werd gepresenteerd. Vanuit de raad was hier geen aandacht voor.

Hoofdstuk 4

In dit hoofdstuk gaan we in op de mate waarin de doelstellingen behaald zijn en welke andere effecten het gemeentelijke sportbeleid had. Daarnaast analyseren we de kosten van het sportbeleid en vergelijken we dit met andere (referentie) gemeenten.

In het uitvoeringsprogramma ‘Bewegen door verbinden’ (2016-2020) staat per looplijn hoe deze gemonitord wordt. Een beperkt deel van deze monitoring wordt met de gemeenteraad gedeeld door middel van kwartaalrapportages, halfjaarrapportages en jaarrekeningen. Kijkend naar het monitoren van de prestatie- en effectindicatoren van het beleid valt op dat de gemeente in de periode 2018-2022 jaarrekeningen jaarlijks een andere set aan indicatoren heeft gepresenteerd (tabel 4.1), waardoor het vaststellen van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het sportbeleid op basis van de jaarrekeningen wordt bemoeilijkt. Dit is bijvoorbeeld te zien in de effectindicatoren voor sport- en beweegdeelname. De gepresenteerde indicatoren voor het aandeel inwoners dat aan de beweegnorm voldoet en het aandeel inwoners dat maandelijks sport worden regelmatig anders gedefinieerd, waardoor ze niet goed door de tijd heen kunnen worden vergeleken. Ditzelfde is het geval voor de manier waarop de vitaliteit van verenigingen wordt gemeten. In de raad is de definitie van een vitale vereniging bediscussieerd. Voor het taakveld accommodaties zijn er twee indicatoren die vanaf 2019 jaarlijks worden gemeten, waardoor deze wel goed door de tijd heen kunnen worden vergeleken.

Dit zijn het percentage inwoners dat tevreden is over voldoende sportaccommodaties en het percentage inwoners dat tevreden is over de hoeveelheid voorzieningen in de openbare ruimte. Maar er zijn voor het taakveld accommodaties ook twee indicatoren die maar twee jaar achter elkaar zijn gemeten in de afgelopen collegeperiode. De gemeente heeft als doelstelling een stijgend percentage inwoners dat tevreden is over de sportvoorzieningen (zowel accommodaties als in de openbare ruimte).

Tabel 4.1 Effectindicatoren sport in jaarrekeningen 2018 2019 % beweegnorm % beweegnorm (4-84 jr) (4-84 jr)

2020 % beweegnorm (4-84 jr)

2021

2022

% beweegnorm (18-84 jr)

% beweegnorm (4-17 jr) % beweegnorm (18-84 jr)

% vitale verenigingen

% vitale verenigingen

% vitaal-plus verenigingen

% vitaal-plus verenigingen

% maandelijkse sporters (4-17 jr) % maandelijkse sporters (18-84 jr) Sportbeleid en activering % vitale verenigingen

% maandelijkse sporters (4-84 jr) % verenigingen % verenigingen met betalingsmet betalingsachterstand achterstand % verenigingen % verenigingen maatschappelijke maatschappelijke rol rol

% inwoners lid van % inwoners lid van sportvereniging sportvereniging Aantal (top)sport- Aantal (top)sportevenementen evenementen passend bij imago passend bij imago

Sportaccommodaties

% tevreden % tevreden diversiteit aanbod diversiteit aanbod % tevreden % tevreden % tevreden voldoende voldoende voldoende accommodaties accommodaties accommodaties % tevreden % tevreden % tevreden voldoende voldoende voldoende voorzieningen voorzieningen voorzieningen openbare ruimte openbare ruimte openbare ruimte Aantal topsportprogramma’s

Bron: Jaarrekeningen gemeente Eindhoven, 2018-2022.

Het uitvoeringsprogramma ‘Bewegen door verbinden’ (2016-2020) is aan het einde van de periode geëvalueerd. In de evaluatie staan, op basis van interviews, voor elk van de negen looplijnen vier tot vijf positieve ontwikkelingen en successen en twee tot vier aandachtspunten en tips voor de toekomst. Een van de overkoepelende conclusies was:

% tevreden voldoende accommodaties % tevreden voldoende voorzieningen openbare ruimte Aantal topsportprogramma’s

‘De afgelopen jaren zijn mooie en belangrijke stappen gezet als het gaat om het leggen van verbindingen. Door de inzet van onze sportregisseurs weten steeds meer sport- en beweegaanbieders elkaar, andere organisaties en inwoners te vinden. Tegelijkertijd is er nog altijd veel te winnen. Zo kunnen we beter inspelen op de specifieke uitdagingen die er in bepaalde buurten of wijken zijn, moet de coöperatie binnen de gemeentelijke organisatie tussen verschillende domeinen beter en is er nog winst te behalen in de samenwerking met onder andere de ESR, het onderwijs en het Jeugdfonds Sport.’ (Evaluatie Eindhovense sport- en beweegvisie en uitvoeringsprogramma Bewegen door verbinden 2016-2020)

Tijdens de coronaperiode lijkt de Eindhovense sportsector te hebben geprofiteerd van de gelegde verbindingen tussen diverse partijen. Daarnaast is de gemeente aan de slag gegaan met veel van de aandachtspunten en tips uit de evaluatie. Voorheen hadden buurtsportcoaches/sportregisseurs bijvoorbeeld brede takenpakketten met zowel specifieke aanbieders als doelgroepen. Die takenpakketten zijn nu als gevolg van de evaluatie uit elkaar getrokken. Hierdoor zijn er nu zes wijkgerichte sportregisseurs (contact met aanbieders en verenigingsondersteuning), zeven sportregisseurs op doelgroep (bijvoorbeeld PO, VO, aangepast sporten, sportleerbedrijf) en twee buurtsportcoaches voor projecten en uitvoerende taken (bijvoorbeeld Vitality Club, clubkadercoaching, sportstimulering). Dit lijkt tot meer samenhang, onderscheid van functies en duidelijkheid over de inzet van de buurtsportcoaches te hebben geleid. Dat was een van de wensen die uit de evaluatie naar voren kwamen. De gepresenteerde resultaten van de effectindicatoren in de jaarrekening zijn over het algemeen dus niet goed vergelijkbaar door de jaren heen, vanwege de wisselingen in de set aan indicatoren. Toch monitort de gemeente een aantal indicatoren zo dat deze goed door de tijd heen vergeleken kunnen worden.

In de resultaten van de inwonersenquête 2022 over sport en bewegen worden het aandeel wekelijkse sporters, het aandeel maandelijkse sporters en het aandeel inwoners dat niet of nauwelijks sport vergeleken van 2017 tot en met 2022. In 2019 is er een opvallende stijging van de sportparticipatie zichtbaar ten opzichte van 2018, maar dit kan te maken hebben met een andere manier van uitvragen sinds 2019. Maar wanneer we 2019 buiten beschouwing laten, zijn er nog steeds licht stijgende lijnen zichtbaar van het aandeel inwoners dat maandelijks of wekelijks sport en is een dalende lijn van het aandeel inwoners dat niet of nauwelijks sport. Er is een dalende trend zichtbaar bij het percentage inwoners dat het eens is met de stellingen dat er voldoende keuze is uit verschillende sporten in Eindhoven en dat er voldoende sport- en beweegaccommodaties zijn in Eindhoven. In de tevredenheid over het aanbod aan sportvoorzieningen in de openbare ruimte zijn lichte schommelingen zichtbaar, waarbij het aandeel inwoners dat hierover tevreden is tussen 2018 en 2022 licht gedaald is.

Binnen de sportsector is er met name onder verenigingen grote tevredenheid over het genereuze beleid van de gemeente tijdens de coronamaatregelen. Voor veel verenigingen heeft dit financieel goed uitgepakt. Er zijn verenigingen die aangeven dat ze de financiële steun vanuit de gemeente eigenlijk niet echt nodig hadden. Eind 2021 is EindhovenSport doorontwikkeld, waarbij onderzoek en onderhoud (inclusief de fte die daarvoor beschikbaar waren) is overgeheveld naar de afdeling vastgoed. De focus van de accommodatie-afdeling van EindhovenSport ligt nu nog meer op de goede uitgifte en verhuur van sportaccommodaties. Daarbij is ook het accountmanagement (voor de sportaanbieders e.d.) uitgebreid van 1 naar 4 fte. Huurders van gemeentelijke sportaccommodaties geven aan dat dit het voor hen makkelijker heeft gemaakt om de juiste mensen binnen de gemeentelijke organisatie te bereiken. De ESR is positief over het proces waarin de tarieven voor binnensportaccommodaties zijn geharmoniseerd, vanuit het besef dat het niet mogelijk is om het iedereen naar de zin te maken. De harmonisatie van de binnensporttarieven is in goed overleg tussen de ESR en de gemeente gebeurd. Hierbij zijn afspraken gemaakt over een compensatie door middel van een subsidie voor de sportaanbieders voor wie de harmonisatie onvoordelig heeft uitgepakt.

De ESR geeft wel aan dat ze zich blijft afvragen waarom de tarieven voor de sporthallen soms zo verschillen ten opzichte van omliggende gemeenten. Gemiddeld hanteren sterker stedelijke gemeenten in Nederland hogere tarieven voor binnensportaccommodaties (Van Eldert & Hollander, 2023). Daarnaast is het zeer gebruikelijk dat gemeenten verschillende tarieven hanteren voor verschillende gebruikers. De gemeente Eindhoven hanteert een regulier accommodatietarief dat voor commerciële maatschappelijke- en sportevenementen wordt verdriedubbeld. De Eindhovense tarieven vergelijken we in figuur 4.1 met de gemiddelde tarieven van andere (zeer) sterk stedelijke Nederlandse gemeenten.

Figuur 4.1 Vergelijking tarieven binnensportaccommodaties (in euro’s per uur) € 158,76

160 140

€ 112,32

120 100

€ 79,38

80 60

€ 55,16

€ 52,92 € 48,74

40

€ 52,92 € 30,12

€ 26,46 € 27,50

€ 17,64 € 14,51

20 0 Vereniging

Commercieel

Vereniging

Sporthal

Eindhoven

Commercieel

Vereniging

Sportzaal

Gemiddelde (zeer) sterk stedelijke NL gemeenten

Bron: Gemeente Eindhoven (2022), Mulier Instituut (2022). Bewerking: Mulier Instituut.

Alle inkomsten en uitgaven van gemeenten worden geregistreerd in het systeem Informatie voor Derden (Iv3) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Gemeenten vullen daartoe een gestandaardiseerd formulier in. Op basis van dit systeem brengen we in deze paragraaf de gemeentelijke sportuitgaven in kaart en vergelijken we deze. De gemeentelijke inkomsten en uitgaven op het gebied van sport uit het Iv3systeem zijn verdeeld over twee taakvelden: Sportbeleid en activering (5.1) en Sportaccommodaties (5.2). Samen vormen deze het totaal aan gemeentelijke uitgaven en inkomsten over sport. Wanneer we in onderstaande analyse spreken over de lasten, baten en nettolasten van gemeenten aan sport, betreft het de twee taakvelden bij elkaar opgeteld. De gemeente Eindhoven gaf in 2021 een kleine 28 miljoen euro uit aan sport (lasten; niet in figuur) . Hiertegenover stond ongeveer 12,5 miljoen euro aan inkomsten (baten). De resulterende netto-sportuitgaven (lasten minus baten) van de gemeente bedroegen dus ruim 15 miljoen euro. Om de baten en lasten van de gemeente Eindhoven te kunnen vergelijken met die van andere gemeenten drukken we deze in het vervolg uit in aantal euro per inwoner. De nettolasten aan sport voor de gemeente Eindhoven bedroegen in 2021 ongeveer 64 euro per inwoner.

Wanneer de Eindhovense gemeentelijke nettolasten aan sport per inwoner in de komende jaren gelijk worden gehouden, zal de begroting voor sport in de komende jaren met enkele miljoenen stijgen vanwege de bevolkingsgroei.

Commercieel Gymzaal

Voor een passende vergelijking met andere gemeenten hebben we een selectie gemaakt van zeven referentiegemeenten.1 Deze hebben we geselecteerd op basis van bevolkingsomvang en bevolkingssamenstelling, stedelijkheid en een vergelijkbare situatie qua regionale rol. Vanuit die regiorol zijn ook bij de referentiegemeenten regionale voorzieningen aanwezig, zoals een ijsbaan, indoor sportcentrum, atletiekvoorziening of wielerbaan. De nettolasten van Eindhoven aan sport per inwoner waren in 2021 (vrijwel) gelijk aan de gemiddelde nettolasten per inwoner aan sport van zowel de referentiegemeenten als alle Nederlandse gemeenten (figuur 4.2). De lasten en baten per inwoner van de gemeente Eindhoven op het gebied van sport lagen beide duidelijk hoger dan gemiddeld in andere gemeenten. Figuur 4.2 Lasten, baten en nettolasten gemeenten aan sport* in 2021, gemeente Eindhoven, gemiddelde referentiegemeenten en gemiddelde Nederland (in euro per inwoner) 120

118 104 97

80 64

64

63

54 39

40

34

0 Eindhoven Lasten *

Referentiegemeenten Baten

Nederland

Nettolasten (lasten - baten)

De taakvelden Sportbeleid en activering (5.1) en Sportaccommodaties (5.2) vormen samen het totaal voor sport. Bron: Door CBS verzamelde gemeentelijke data (Iv3), 2022. Bewerking: Mulier Instituut.

Figuur 4.3 geeft inzicht in de ontwikkeling van de nettolasten aan sport per inwoner van 2017 tot en met 2021. Het landelijke gemiddelde laat vanaf 2017 een lichte stijging zien. In 2021 wordt deze trend gebroken en is er sprake van een daling van 6,4 procent ten opzichte van 2020. Deze afname werd veroorzaakt doordat de baten sterker stegen dan de lasten (Van Eldert, 2022).

1

De zeven referentiegemeenten zijn Amersfoort, Apeldoorn, Enschede, Groningen, Tilburg, Utrecht en Zwolle.

Deze sterke batenstijging lijkt voor een groot deel het gevolg van Rijksregelingen voor gemeenten om de sportinfrastructuur in coronatijd overeind te houden. Deze regelingen werden in 2020 gepresenteerd, maar een aanzienlijk deel van de middelen werd in 2021 uitgekeerd aan de gemeenten. Dit kan ook de dalende nettolasten in Eindhoven van 2020 op 2021 verklaren. Opvallend is dat de Eindhovense nettolasten in 2020 beduidend hoger lagen dan bij de Nederlandse gemeenten en referentiegemeenten. Dit heeft te maken met de sterke afname van de huurinkomsten uit sportaccommodaties vanwege de sluitingen door coronamaatregelen. In de Eindhovense gemeentelijke financiën was dit relatief stevig merkbaar, omdat de gemeente relatief veel accommodaties zelf exploiteert. Daarnaast maakte de gemeente meer kosten vanwege de uitgebreide steun van de gemeente Eindhoven aan de sportinfrastructuur in de coronaperiode. Het valt ook op dat de nettolasten van 2017 naar 2018 sterk zijn afgenomen. Waar de nettolasten in 2017 nog ruim boven het landelijke gemiddelde en het gemiddelde van de referentiegemeente lagen, zakten deze in 2018 tot ruim onder deze gemiddelden. Over de gegevens van 2017 kunnen we geen scherpe conclusies trekken, omdat dit het eerste jaar betrof dat gemeenten op deze manier financiële informatie rapporteerden aan het CBS.

Daardoor zijn deze gegevens door het hele land minder betrouwbaar. In 2018 was er in Eindhoven sprake van een vrijval van onderhoudsvoorzieningen aan sportaccommodaties van 5 miljoen euro. Dit verklaart de relatief lage nettolasten aan sport per inwoner in 2018.

Figuur 4.3 Nettolasten gemeenten aan sport* 2017 tot en met 2021, gemeente Eindhoven, gemiddelde referentiegemeenten en gemiddelde Nederland (in euro per inwoner) 80

60

40

77

68 20

60

64

63

58

66

72

64

62

65

64

48

0 Eindhoven

Referentiegemeenten 2017

*

2018

2019

2020

Nederland 2021

De taakvelden Sportbeleid en activering (5.1) en Sportaccommodaties (5.2) vormen samen het totaal voor sport. Bron: Door CBS verzamelde gemeentelijke data (Iv3), 2018-2022. Bewerking: Mulier Instituut.

Bij de kosten van het beleid valt op dat de gemeente Eindhoven een groot deel van het sportbudget uitgeeft aan accommodaties vergeleken met het gemiddelde in Nederlandse gemeenten (figuur 4.4). De verhouding is wel grotendeels in lijn met het gemiddelde van de referentiegemeenten, met uitzondering van 2017 en 2021. Dit hoge percentage in 2021 is (in elk geval deels) te verklaren door de ruime coronasteun vanuit de gemeente Eindhoven, die vooral in het taakveld accommodaties terecht is gekomen. De gemeente geeft aan dat het hoge aandeel nettolasten aan accommodaties mogelijk ook zou kunnen worden verklaard doordat een deel van de sportstimuleringsactiviteiten mogelijk in het sociaal domein wordt geboekt. Hierdoor zijn de lasten op het gebied van sportbeleid en activering mogelijk lager uitgevallen, waardoor het aandeel lasten aan accommodaties binnen het sportbeleid hoger kwam te liggen.

68

63

Figuur 4.4 Aandeel nettolasten gemeenten aan taakveld Sportaccommodaties binnen de totale nettolasten voor sport*, 2017 tot en met 2021, gemeente Eindhoven, gemiddelde referentiegemeenten en gemiddelde Nederland (in procenten) 100

75

50

95 77

79

80

88

85

81

76

78

80

71

73

72

25

0 Eindhoven

Referentiegemeenten 2017

*

2018

2019

2020

Nederland 2021

De taakvelden Sportbeleid en activering (5.1) en Sportaccommodaties (5.2) vormen samen het totaal voor sport. Bron: Door CBS verzamelde gemeentelijke data (Iv3), 2018-2022. Bewerking: Mulier Instituut.

Naast de verhouding tussen de nettolasten voor de twee taakvelden is een vergelijkbare verhouding zichtbaar in de verdeling van het aantal fte binnen EindhovenSport, de intern verzelfstandigde uitvoeringsorganisatie van het gemeentelijk sportbeleid. Binnen EindhovenSport gaat ongeveer 105 van de 120 fte (87,5%) naar accommodaties. De gemeente geeft aan dat het inhoudelijke zwaartepunt van de sport- en beweegvisie 2021-2025 nadrukkelijk ligt op sportbeleid en activering, dat de basis vormt voor het sportbeleid. Dit biedt aanleiding om na te denken of de huidige verhouding van nettolasten en inzet van personeel tussen accommodaties en beleid en activering passend is bij het huidige beleid. Binnen de gemeentelijke organisatie zijn er ook medewerkers die aangeven dat de plaats van accommodaties als middel binnen het beleid te weinig aan bod komt. Dit sluit aan bij onze bevindingen. Als de gemeente de huidige verhouding aan wil houden, kan ze het accommodatiebeleid explicieter dan nu koppelen aan (meerdere) doelstellingen uit de sport- en beweegvisie. Meerjarenbeleid accommodaties De gemeente Eindhoven heeft veel sportaccommodaties in eigen beheer. De meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) van de gemeente is recent geactualiseerd. Op 24 januari 2023 heeft de Eindhovense gemeenteraad de kwaliteitsniveaus en beheerplannen van de gemeentelijke sportaccommodaties met daaraan gekoppelde

73

72

financiële planning (meerjarenbegroting en investeringsbudgetten) vastgesteld. Daardoor zijn de budgetten actueel, is het kwaliteitsniveau vastgelegd en is de interne verantwoordelijkheid tussen de afdelingen Eindhoven Sport, Vastgoed en Stadsbeheer geregeld (demarcatie).

In de collegeperiode 2018-2022 heeft de gemeente Eindhoven in de jaarrekening jaarlijks een wisselende set aan effectindicatoren gehanteerd. Dit belemmert het zicht op de voortang van het beleid en het behalen van doelstellingen. Toch monitort de gemeente een aantal doelstellingen zo dat de ontwikkelingen in de collegeperiode kunnen worden geanalyseerd. Het aandeel maandelijkse en wekelijkse sporters in Eindhoven is in de collegeperiode 2018-2022 gestegen en het aandeel niet of nauwelijks sportende Eindhovenaren is gedaald. Tegelijkertijd zijn er lichte dalingen zichtbaar in de tevredenheid van inwoners over het aanbod aan verschillende sporten, sportaccommodaties en sportvoorzieningen in de openbare ruimte. In de collegeperiode werden een paar belangrijke (verander)trajecten binnen het gemeentelijk sportbeleid uitgevoerd. De steun tijdens de coronapandemie, de doorontwikkeling van EindhovenSport en de harmonisatie van de binnensporttarieven hebben over het algemeen tot tevredenheid geleid in de Eindhovense sportsector. De Eindhovense gemeentelijke nettolasten aan sport per inwoner bedroegen in 2021, net als in de gemiddelde Nederlandse gemeente en de gemiddelde referentiegemeente, ongeveer 64 euro. In de jaren daarvoor weken de Eindhovense nettolasten per inwoner soms wat af van de gemiddelden bij referentiegemeenten, maar hier zijn duidelijke verklaringen voor.

Een relatief groot deel van de middelen en het personeel wordt ingezet op accommodaties, terwijl het inhoudelijke zwaartepunt van de vorige en huidige sport- en beweegvisie ligt op sportbeleid en activering. De gemeente zou het accommodatiebeleid beter kunnen koppelen aan de (meerdere) doelstellingen uit de sport- en beweegvisie als ze de huidige verhouding in inzet van middelen en personeel wil behouden.

Hoofdstuk 5

Dit hoofdstuk bevat een capaciteitsstudie waarin de verhouding tussen aanbod en behoefte aan binnen- en buitensportvoorzieningen in Eindhoven wordt vergeleken. Deze berekeningen hebben we gedaan voor de huidige behoefte aan sportaccommodaties en de behoefte in 2035. Daarnaast hebben we de sport- en beweegdeelname, het aantal accommodaties en de baan-/velddruk vergeleken met andere gemeenten.

In deze paragraaf zetten we de resultaten van een beknopte capaciteitsstudie uiteen. Het benodigde aantal binnen- en buitensportvoorzieningen voor de georganiseerde sport hebben we bepaald aan de hand van vastgestelde en algemeen geaccepteerde richtlijnen vanuit sportbonden en Vereniging Sport en Gemeenten en op basis van herijkte draagvlakcijfers. Aan de hand van bevolkingsprognoses schatten we de ontwikkeling van de behoefte van de verenigingen. (Verwachte) ontwikkelingen in sportdeelname en accommodatiegebruik zijn niet meegenomen. In 2023 telt de gemeente Eindhoven circa 243.700 inwoners. In bestaande prognoses van Pronexus2 wordt uitgegaan van een inwonersaantal van 268.600 in 2035. Binnensportaccommodaties Onder binnensportaccommodaties verstaan we in dit rapport sporthallen en sportzalen. Deze accommodaties (kunnen) worden benut voor de beoefening van meerdere zaalsporten. Dat onderscheidt ze van andere overdekte accommodaties, zoals tafeltenniszalen en turnhallen, die slechts voor één tak van sport kunnen worden gebruikt.

Definities typen binnensportaccommodaties Sporthallen hebben een sportvloer van minimaal 40 bij 20 meter (exclusief uitloopruimte) waarop ruimte wordt geboden om zowel trainings- als competitievormen af te werken voor badminton, basketbal, volleybal, zaalhandbal, zaalhockey, zaalkorfbal, zaalvoetbal en sporten zonder belijning (zoals diverse gevechts- en verdedigingssporten, gymnastiek, tafeltennis en turnen). Sportzalen hebben een sportvloer van circa 28 bij 22 meter waarop ruimte wordt geboden voor badminton, basketbal, volleybal en sporten zonder belijning, met in principe mogelijkheden voor competitie en training.

2

Eindhoven in Cijfers – Data - Stadsdelen

Sportzalen kunnen voor andere zaalsporten als trainingsmogelijkheden fungeren.

In de gemeente Eindhoven bevinden zich in 2023 twintig sporthallen en zeven sportzalen. Hiervan zijn achttien sporthallen en twee sportzalen beschikbaar voor de (georganiseerde) zaalsport. In bijlage 2 staat een overzicht van de sporthallen en sportzalen.

Draagvlakcijfers De behoefte aan sporthallen voor de (georganiseerde) zaalsport berekenen we aan de hand van draagvlakcijfers. Bij een bepaalde bevolkingsomvang zijn (in theorie) voldoende (potentiële) zaalsporters aanwezig om een sporthal te vullen. De draagvlakcijfers zijn gebaseerd op landelijk onderzoek (zie Schadenberg et al., 2020). De bandbreedte is het gevolg van mogelijke lokale verschillen in populariteit van zaalsporten, behoefte vanuit bewegingsonderwijs, spreiding van de bevolking over de gemeente, en alternatieve sportruimte voor binnensporten in gymzalen, sportzalen en verenigings- of sportspecifieke accommodaties zoals dojo’s en turnaccommodaties.

De behoefte aan sporthallen voor de (georganiseerde) sport in 2023 stellen we vast op minimaal 14 en maximaal 25 sporthallen. Het aanbod van achttien sporthallen is daarmee conform de behoefte. De verwachting is dat de behoefte aan binnensportaccommodaties binnen de gemeente zal groeien, waardoor in de toekomst het huidige aanbod meer aan de onderkant van de bandbreedte valt (tabel 5.1). Tabel 5.1 Behoefte-aanbodanalyse sporthallen in Eindhoven in 2023 en 2035 (in aantallen) Behoefte Aanbod Totaal *

20*

2023 Min. 14

Max. 25

Waarvan 18 beschikbaar voor de georganiseerde sport. Bron: Pronexus, 2023; Schadenberg et. al, 2020.

Buitensportaccommodaties In bijlage 2 staat een overzicht van de buitensportaccommodaties en de teamaantallen van de Eindhovense verenigingen waarvoor we aan de hand van de richtlijnen de theoretisch benodigde capaciteit hieronder hebben berekend. De richtlijnen geven een indicatie van de behoefte van de teams/leden van de verenigingen die zijn ingeschreven bij de sportbond voor bondsactiviteiten. Verenigingen zijn niet benaderd voor aanvullende inzichten over bijvoorbeeld wachtlijsten of het nevengebruik (niet-bondsgerelateerde activiteiten) van de accommodaties.

2035 Min. 16

Max. 27

Handbal Er zijn twee handbalverenigingen in Eindhoven, namelijk PSV Handbal en de Eindhovense Handbal Vereniging. De verenigingen beschikken in totaal over drie velden. De Eindhovense Handbal Vereniging beschikt in theorie over (ruim) voldoende capaciteit voor het aantal teams, nu en in de toekomst. PSV Handbal heeft op zaterdag de maximale capaciteit nodig, naar verwachting blijft dit ook zo in de toekomst. Een betere verdeling van teams over de weekenddagen kan de druk op het veld op zaterdag verlagen (tabel 5.2). Tabel 5.2 Behoefte-aanbodanalyse handbalvelden Eindhoven in 2023 en 2035 (in aantallen) Sportpark Aalsterweg De Strijp

Vereniging PSV Handbal Eindhovense Handbal Vereniging

Behoefte 2023 2035 Aanbod Zaterdag Zondag Zaterdag Zondag 1 1 (1,0) 0 (0,0) 1 (1,0) 0 (0,0) 2 1 (0,7) 1 (0,1) 1 (0,7) 1 (0,1)

Hockey In Eindhoven bevinden zich drie hockeyverenigingen, die in totaal beschikken over vijftien velden. Op basis van de geldende richtlijn bieden deze velden op het moment voldoende capaciteit voor het aantal teams dat bij de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB) ingeschreven staat. Naar verwachting biedt het huidige aanbod aan velden ook in de toekomst voldoende capaciteit, maar neemt de druk op de velden bij HC Oranje-Rood op zaterdag toe (tabel 5.3). Tabel 5.3 Behoefte-aanbodanalyse hockeyvelden Eindhoven in 2023 en 2035 (in aantallen) Sportpark Students Sport Centre Eindhoven Genneper Sportparken Eindhoven-Noord

Vereniging Don Quishoot

Behoefte 2023 2035 Aanbod Zaterdag Zondag Zaterdag Zondag 3 0 (0,0) 2 (1,7) 0 (0,0) 2 (1,9)

HC Oranje-Rood HC Eindhoven

8 4

8 (7,6) 3 (2,5)

5 (4,5) 2 (1,6)

Honk- en softbal Honk- en softbalvereniging PSV heeft één honkbal en één softbal/jeugdhonkbalveld op sportpark De Heihoef. De behoefte van de vereniging stellen we vast op één honkbalveld en één softbal-/jeugdhonkbalveld, nu en in de toekomst (tabel 5.4). Het aanbod is hiermee conform de behoefte.

8 (7,9) 3 (2,6)

5 (4,9) 2 (1,8)

Tabel 5.4 Behoefte-aanbodanalyse honk- en softbalvelden Eindhoven in 2023 en 2035 (in aantallen) Sportpark De Heihoef

Vereniging PSV

Type veld Honkbalveld Softbal/jeugdhonkbalveld Beeballveld

Aanbod 1 1

Behoefte 2023 2035 1 (0,8) 1 (0,8) 1 (0,1) 1 (0,1)

-

-

-

Korfbal In de gemeente Eindhoven bevinden zich drie korfbalverenigingen. Zij beschikken in totaal over vijf velden, waarvan vier kunstgras. Vereniging Rust Roest Korfbal heeft voldoende velden tot haar beschikking, zowel nu als in de toekomst. Ook PSVKorfbal heeft, uitgaande van een redelijk evenwichtige verdeling van de wedstrijden over het weekend, voldoende velden beschikbaar. Korfbalvereniging DSC kent een groter tekort dat niet geheel opgelost kan worden door een evenwichtige verdeling over twee speeldagen. Daar blijft dan een tekort van één veld bestaan, met behoefte aan een tweede extra veld bij gebruik van één speeldag (tabel 5.5). Tabel 5.5 Behoefte-aanbodanalyse korfbalvelden Eindhoven in 2023 en 2035 (in aantallen) Behoefte 2023

*

Sportpark

Vereniging

De Strijp Eindhoven-Noord Bokt

Rust Roest Korfbal Korfbalvereniging DSC PSV-Korfbal

2035 Eén Twee Eén Twee Aanbod speeldag speeldagen speeldag speeldagen 3* 2 (1,5) 1 (0,7) 2 (1,6) 1 (0,8) 1 3 (2,2) 2 (1,1) 3 (2,3) 2 (1,1) 1 2 (1,2) 1 (0,6) 2 (1,3) 1 (0,6)

Eén van de drie velden op sportpark De Strijp is een natuurgrasveld.

Rugby Er zijn twee rugbyverenigingen gevestigd in Eindhoven. Deze twee verenigingen delen samen twee rugbyvelden. Op basis van de gestelde richtlijn is er een gezamenlijke veldbehoefte van de twee verenigingen van drie velden (tabel 5.6). Het huidige aanbod van twee velden biedt daarmee onvoldoende capaciteit voor het aantal teams. Tabel 5.6 Behoefte-aanbodanalyse rugbyvelden Eindhoven in 2023 en 2035 (in aantallen) Sportpark Eindhoven-Noord Eindhoven-Noord

Vereniging Rugby Club Eindhoven (RCE) ESRC The Elephants Totaal

Aanbod 2

Behoefte 2023 2035 2 (1,7) 2 (1,9) 1 (0,5) 1 (0,5) 3 3

Tennis Er zijn negen tennisverenigingen gevestigd in Eindhoven die ingeschreven staan bij de Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB). In totaal beschikken deze verenigingen over 97 tennisbanen in de buitenlucht. Bij drie tennisverenigingen is de baanbehoefte nu en in de toekomst groter dan het aanbod. Bij tennisvereniging Genneper Parken Tennis is nu voldoende capaciteit, maar ontstaat in de toekomst een tekort aan tennisbanen (tabel 5.7). Tabel 5.7 Behoefte-aanbodanalyse tennisbanen Eindhoven in 2023 en 2035 (in aantallen) Behoefte 2023 Sportpark Students Sport Centre Eindhoven Dommeldal Zuid

Vereniging

E.S.T. Fellenoord TV "Volley" Genneper Parken Genneper Sportparken Tennis De Strijp TC Engelsbergen Meerhoven TV Meerhoven Burg. Van Engeland Sportpark TV De Doornakkers Bokt TV Bokt TPC Eindhoven Eindhoven-Noord Noord ELTV ELTV

Aanbod

2035

Min.

Max.

Min.

Max.

11 10

4 (3,7) 8 (7,4)

5 (4,8) 10 (9,5)

5 (4,1) 9 (8,1)

6 (5,3) 11 (10,4)

18 3 8 7 8

18 (17,1) 2 (1,7) 11 (10,5) 6 (5,3) 9 (8,9)

22 (22,0) 3 (2,2) 14 (13,4) 7 (6,9) 12 (11,4)

19 (18,9) 2 (1,9) 12 (11,5) 6 (5,9) 10 (9,8)

25 (24,3) 3 (2,4) 15 (14,8) 8 (7,6) 13 (12,6)

21 11

24 (23,8) 8 (7,1)

31 (30,6) 10 (9,2)

27 (26,2) 8 (7,9)

34 (33,7) 11 (10,1)

Voetbal In Eindhoven zijn in 2023 dertien voetbalverenigingen gevestigd. De verenigingen beschikken in totaal over zestig velden, waarvan zeventien kunstgrasvelden. Kunstgrasvelden kunnen intensiever worden belast dan natuurgrasvelden. Kunstgrasvelden kunnen dan ook zowel voor trainingen als wedstrijden gebruikt worden, waar een natuurgrasveld altijd alleen voor wedstrijden óf trainingen gebruikt moet worden. Op sportparken De Heihoef, Strijp en Meerhoven zijn volgens de richtlijnen te weinig velden om aan de behoefte van de verenigingen te voldoen. Op sportparken Dommeldal Zuid, Genneper Sportparken, De Herdgang, Bokt, Woensel-Noorden Hondsheuvels constateren we daarentegen overschotten (tabel 5.8).

Tabel 5.8 Behoefte-aanbodanalyse voetbalvelden per vereniging Eindhoven in 2023 (in aantallen) Sportpark Dommeldal Zuid Genneper Sportparken De Heihoef De Herdgang De Strijp Meerhoven Burg. Van Engeland De Leeuwekuil Bokt Eindhoven-Noord Hondsheuvels *

Aanbod Natuurgras Kunstgras 3 1 8 1 3* 2*

Vereniging VV Gestel FC Eindhoven AV SV Tivoli VV RPC Jong PSV 4 VV Brabantia 2 VV DBS 3 SV Tongelre 2 VV Acht 1 SV Unitas'59 8 VV Nieuw Woensel 4 CVV Rust Roest 5* ESVV Pusphaira

2 2 2 2 1 2 2*

Behoefte Wedstrijdvelden Trainingsvelden Zaterdag Zondag 1 (0,6) 1 (0,5) 1 (0,6) 4 (3,7) 2 (1,7) 2,5 (2,7) 2 (1,2) 1 (0,7) 1 (0,9) 4 (3,9) 3 (2,6) 3 (3,2) 3 (2,1) 1 (0,2) 1 (1,1) 3 (2,7) 3 (2,4) 2,5 (2,6) 5 (4,5) 2 (1,2) 3 (2,8) 2 (1,1) 1 (0,7) 1 (0,9) 2 (1,9) 2 (1,4) 1,5 (1,6) 5 (5,0) 2 (1,9) 3,5 (3,4) 4 (3,3) 3 (2,9) 3 (3,1) 1 (0,3) 0 (0,0) 1 (0,2) 0 (0,0) 3 (2,3) 1 (1,1)

Op sportpark De Heihoef delen de voetbalverenigingen SV Tivoli en VV RPC de velden. Op sportpark Hondsheuvels delen voetbalverenigingen CVV Rust Roest en ESVV Pusphaira de velden.

Voetbal in de gemeente Eindhoven is vooral groot in de stadsdelen Stratum, Strijp en Woensel-Noord. Op basis van het huidige aanbod en de verdeling natuur- en kunstgrasvelden zien we knelpunten in Stratum en Woensel-Zuid. Deze knelpunten blijven ook in de toekomst bestaan (tabel 5.9). Tabel 5.9 Behoefte-aanbodanalyse gemeente Eindhoven in 2023 en 2035 (in aantallen) 2023 2035 Wedstrijdvelden Trainingsvelden Wedstrijdvelden Trainingsvelden Stadsdeel Aanbod* Zaterdag Zondag Zaterdag Zondag Gestel 4 (1) 1 (0,6) 1 (0,5) 1,0 (0,6) 1 (0,9) 1 (0,7) 1,0 (0,8) Stratum 14 (3) 9 (8,5) 6 (5,0) 6,5 (6,7) 10 (9,7) 6 (5,4) 7,5 (7,5) Strijp 15 (6) 10 (9,1) 4 (3,8) 6,5 (6,4) 11 (10,5) 5 (4,7) 7,5 (7,6) Tongelre 2 (0) 2 (1,1) 1 (0,7) 1,0 (0,9) 2 (1,6) 1 (0,7) 1,0 (1,1) Woensel-Noord 18 (5) 10 (9,8) 7 (6,2) 8,0 (8,0) 11 (11,0) 7 (6,6) 9,0 (8,8) Woensel-Zuid 7 (2) 4 (3,6) 6 (5,2) 4,5 (4,4) 6 (5,1) 6 (5,5) 5,5 (5,3) *

Totaalaantal velden (aantal kunstgrasvelden.

Sport- en beweegdeelname De sport- en beweegdeelname in Eindhoven was in 2022 vergelijkbaar met het landelijke gemiddelde en het gemiddelde in regio Zuidoost Brabant. Iemand voldoet aan de beweegrichtlijnen door zowel voldoende matig en/of zwaar intensieve activiteiten als spier- en botversterkende oefeningen te doen. Circa de helft van de inwoners van Eindhoven voldeed in 2022 aan de beweegrichtlijnen, terwijl iets meer dan de helft van de inwoners minimaal één keer per week sportte (tabel 5.10).

Tabel 5.10 Aantal inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijnen en wekelijks sport in 2022 (in procenten, volwassenen van 18 jaar en ouder) Eindhoven Zuid Oost Brabant Referentiegemeenten Nederland

Beweegrichtlijnen 49 46 52 48

Wekelijkse sportdeelname 56 54 59 54

Bron: Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022, GGD’en, CBS en RIVM.

Wanneer we inzoomen op de sportdeelname in Eindhoven in termen van lidmaatschappen van bij NOC*NSF aangesloten verenigingen, zien we dat er in Eindhoven relatief weinig inwoners zijn aangesloten bij een sportvereniging. Ook als we kijken naar lidmaatschappen van de tien grootste sportbonden, valt op dat deelname in Eindhoven achterblijft voor atletiek (AU), gymnastiek (KNGU), paardensport (KNHS), sportvissen (SN), voetbal (KNVB) en volleybal (Nevobo) (tabel 5.11). Tabel 5.11 Aantal inwoners dat lid is van een bij NOC*NSF aangesloten sportbond in 2021 (in procenten) Eindhoven Zuid Oost Brabant Referentiegemeenten Atletiek (AU) 0,5 0,9 0,8 Golf (NGF) 2,4 3,3 2,4 Gymnastiek (KNGU) 0,6 1,1 1,2 Hockey (KNHB) 1,4 1,7 1,6 Paardensport (KNHS) 0,4 1,0 0,7 Sportvissen (SN) 1,5 2,6 2,5 Tennis (KNLTB) 3,3 5,1 3,3 Voetbal (KNVB) 4,9 8,6 6,4 Volleybal (Nevobo) 0,3 0,4 0,8 Zwemmen (KNZB) 0,7 0,8 0,6 Totaal

19,1

27,9

23,8

Bron: Atletiekunie (AU), Koninklijke Nederlandse Golf Federatie (NGF), Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU), Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB), Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS), Sportvisserij Nederland (SN), Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB), Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB), Nederlandse Volleybalbond (Nevobo), Koninklijke Nederlandse Zwem Bond (KNZB), allen via NOC*NSF, 2021.

Binnensportaccommodaties In de gemeente Eindhoven bevinden zich in totaal in 2023 twintig sporthallen en zeven sportzalen. Dit vertaalt zich naar een aanbod van 2,1 sporthallen en 0,7 sportzaal per 25.000 inwoners. Het aanbod aan sporthallen is vergelijkbaar met referentiegemeenten en het landelijke gemiddelde, maar laag in vergelijking met de regio Zuid Oost Brabant. Het aanbod aan sportzalen is vergelijkbaar met referentiegemeenten en regio Zuid Oost Brabant, maar laag vergeleken met het landelijke gemiddelde (tabel 5.12).

Nederland 0,7 2,5 1,3 1,3 0,8 3,4 3,4 6,7 0,6 0,7 24,0

Tabel 5.12 Aanbod sporthallen en sportzalen in 2023 (in aantallen per 25.000 inwoners) Sporthallen Eindhoven 2,1 Referentiegemeenten 1,9 VSG-regio Zuid Oost Brabant 3,1 Nederland 2,3

Sportzalen 0,7 0,8 0,8 1,1

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2023.

Buitensportaccommodaties In Eindhoven liggen 60 voetbalvelden, 109 outdoor tennisbanen en 15 hockeyvelden (inclusief velden die niet bij een vereniging liggen en velden van verenigingen die niet bij de sportbond zijn ingeschreven). Eindhoven heeft relatief gezien weinig voetbalvelden en tennisbanen vergeleken met referentiegemeenten, regio Zuid Oost Brabant en het landelijke gemiddelde. Het aantal hockeyvelden per 25.000 inwoners is hoger dan het landelijke gemiddelde en vergelijkbaar met referentiegemeenten (tabel 5.13). Tabel 5.13 Aanbod hockey- en voetbalvelden en tennisbanen in 2023 (in aantallen per 25.000 inwoners) Voetbalvelden Natuurgras Kunstgras Totaal Eindhoven 4,5 (72%) 1,8 (28%) 6,3 Zuid Oost Brabant 11,1 (86%) 2,0 (14%) 14,6 Referentiegemeenten 5,0 (62%) 3,3 (38%) 8,8 Nederland 8,6 (76%) 2,8 (24%) 11,7

Tennisbanen Outdoor 11,0 24,8 14,3 17,2

Bron: Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2023.

De druk op de Eindhovense voetbalvelden en hockeyvelden is hoog vergeleken met Zuid Oost Brabant en het landelijke gemiddelde, maar vergelijkbaar met referentiegemeenten. De druk op de tennisbanen is relatief hoog (tabel 5.14). Tabel 5.14 Gemiddelde baan-/velddruk in 2023 (aantal leden per baan) Voetbalvelden Eindhoven 177 Zuid Oost Brabant 118 Referentiegemeenten 180 Nederland 130

Tennisbanen 67 42 57 44

Hockeyvelden 253 200 251 207

Bron: Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB), Koninklijke Nederlandse Lawn Tennis Bond (KNLTB), Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond (KNVB), allen via NOC*NSF, 2021; Mulier Instituut, Database SportAanbod (DSA), 2023.

Hockeyvelden Totaal 1,6 2,2 1,7 1,2

Op basis van deze capaciteitsstudie is te concluderen dat de gemeente Eindhoven voor uitdagingen staat waar het gaat om het aanbod aan sportaccommodaties. In de huidige situatie constateren we op basis van de richtlijnen tekorten bij korfbal, rugby, tennis en voetbal. Deze tekorten zijn in werkelijkheid mogelijk nog groter, omdat sommige verenigingen (forse) wachtlijsten hebben. Wachtlijsten konden niet worden meegenomen in de berekeningen in dit hoofdstuk. Bij handbal is de maximale capaciteit nodig, maar een betere verdeling van teams over de weekenddagen kan de druk verlagen. In de toekomst lopen op basis van de bevolkingsprognose de tekorten bij deze sporten verder op. Ook bij hockey verwachten we dat in 2035 een vereniging haar maximale capaciteit nodig heeft op zaterdag, en ook de druk op de sporthallen neemt toe. Het aanbod aan sporthallen ligt dan dichter bij de minimale behoefte dan in de huidige situatie, waarin het aanbod in het midden van de bandbreedte ligt. Wanneer we verder kijken naar de ontwikkeling in de sportdeelname de afgelopen jaren is naast de aanvullende behoefte aan formele sportaccommodaties in de toekomst ook een toenemend gebruik te verwachten van de openbare ruimte voor sport en bewegen.

Parken, openbare wegen, trapveldjes en sportplekken met bijvoorbeeld fitnesstoestellen in de openbare ruimte worden steeds populairder onder de Nederlandse sporters.

Hoofdstuk 6

In dit hoofdstuk gaan we allereerst in op hoe het Eindhovens sportbeleid zich verhoudt tot landelijke ontwikkelingen in het sportbeleid. Vervolgens beschrijven we de belangrijkste (toekomstige) vraagstukken voor het Eindhovens sportbeleid die in gesprekken met stakeholders uit de Eindhovense sportsector naar voren kwamen. Tenslotte besteden we in een losse paragraaf aandacht aan een van de grootste vraagstukken voor het (toekomstig) Eindhovens sportbeleid: de ruimte voor sport ten opzichte van de schaalsprong.

In 2018 werd het Nationaal Sportakkoord gepresenteerd. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport maakte geld vrij waarmee diverse partners binnen de lokale sportsector dit binnen gemeenten konden vertalen naar lokale sportakkoorden. De gemeente Eindhoven liep niet voorop bij het aanvragen van middelen om hiermee aan de slag te gaan. De beleidsafdeling sport van de gemeente gaf in het interview voor dit onderzoek aan dat veel verbindingen binnen de sportsector al aanwezig waren en dat het al aan de slag was met vrijwel alle thema’s uit het sportakkoord. Samen met de andere gemeenten uit de G5 heeft de gemeente Eindhoven daarom gevraagd om middelen om de lopende impulsen te versterken. Dit resulteerde in een mogelijkheid voor de G5 om een deel van de middelen voor het sportakkoord te gebruiken voor living labs. Onder meer door aandringen van de ESR is toch een Eindhovens lokaal sportakkoord afgesloten. Het Nationaal Sportakkoord I liep eind 2022 af. Daarna is het geëvalueerd door betrokken partners. De mate van succes van het sportakkoord verschilde flink per ambitie, zo bleek uit de evaluatie en interviews met de ESR, gemeente, formateur en regisseur van het sportakkoord voor dit onderzoek.

De ambities ‘van jongs af aan vaardig in bewegen’ en ‘de beweegvriendelijke inrichting van de openbare ruimte’ zijn erg goed uitgepakt, terwijl de ambities ‘Platform met al het aanbod’ en de ‘sportkaart’ veel minder succesvol zijn geweest. Een van de belangrijkste conclusies van de evaluatie was dat met name de vrijwillige partners in het sportakkoord te weinig tijd hebben om aan de uitvoering toe te komen. Dit leidde tot het advies om bij het vervolg van het (herijkte) sportakkoord

de regie te leggen bij de betaalde krachten en de vrijwillige partijen waar mogelijk bij de uitvoering te betrekken. Vanuit het idee van ‘positieve gezondheid’ is in 2023 het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) gepresenteerd. Voor gemeenten ligt er een opdracht om domeinoverstijgend beleid op te stellen waarmee inwoners veerkrachtiger worden. Vanaf begin 2023 tot de zomer van 2023 wordt in Nederlandse gemeenten de aanvraag opgesteld voor de Brede Specifieke Uitkering (Brede SPUK) die met het GALA gepaard gaat. De afdeling sociaal domein heeft binnen de gemeente de leiding over deze aanvraag, maar binnen de afdeling sport van de gemeente Eindhoven waren er in eerste instantie wat zorgen over hoe sport hierin meegenomen zou worden. Tijdens het opstellen van de aanvraag voor de Brede SPUK lijken sport en het sociaal domein elkaar steeds beter te vinden, maar in de uitvoering lijkt dit minder het geval. Sport wordt nog beperkt als middel meegenomen in interventies door uitvoeringsorganisaties in het sociaal domein. De mogelijkheden om nu en in de toekomst samen met andere beleidsdomeinen binnen de gemeente te werken aan integraal beleid worden enigszins beperkt doordat de strategische ambtelijke capaciteit op de afdeling sport als krap wordt ervaren.

De beleidsafdeling sport van de gemeente Eindhoven lijkt qua capaciteit ook relatief beperkt ten opzichte van de verhouding tussen strategische ambtelijke capaciteit voor sport en het inwoneraantal in andere gemeenten.

In de gesprekken met sportaanbieders, de ESR, de formateur en regisseur van het sportakkoord, de gemeenteraad en de gemeentelijke sportafdeling zijn naast het groeiende inwonersaantal nog een aantal andere vraagstukken naar voren gekomen die in de toekomst invloed zullen hebben op de Eindhovense sportsector en het sportbeleid van de gemeente. Dit gaat om de volgende vraagstukken: de grote en groeiende groep internationale inwoners die geen Nederlands spreken (waaronder veel studenten), wiens behoeften niet altijd aansluiten bij het ‘reguliere’ sportaanbod; problematiek bij sportverenigingen (o.a. vrijwilligerstekorten en een groot aantal thema’s waarbij iets van verenigingen wordt verwacht); de rol van sport(voorzieningen) bij verduurzaming en klimaatadaptatie in Eindhoven; het gebruik van techniek en innovatie (uit de regio) in de Eindhovense sportsector. Er is in Eindhoven een grote en groeiende groep niet-Nederlands sprekende internationale studenten die nu gebruik maken van studentensportorganisaties waar ingespeeld wordt op hun behoeften en taalkennis. Wanneer deze groep afgestudeerd is en in de gemeente Eindhoven blijft wonen, stromen zij uit bij de

studentensportorganisaties en zijn zij, net als de grote groep internationale inwoners in de brainportregio, aangewezen op het ‘reguliere’ sportaanbod. Het is van belang dat er voor deze groep passend sportaanbod is. Ook bij de gemeente wordt geconstateerd dat de traditionele Nederlandse verenigingsstructuur niet altijd aansluit op de behoeften van ‘internationals’. De gemeente geeft aan dat het in eerste instantie aan verenigingen en andere sportaanbieders is om hierop in te spelen, en dat de gemeente vooral een rol voor zichzelf ziet weggelegd in het op de hoogte houden van verenigingen over nieuwe en bestaande (abonnement)modellen en manieren om sport te organiseren. In de interviews die we voor dit onderzoek hebben gedaan, kwamen ook problemen bij sportverenigingen naar voren. Sportverenigingen hebben te maken met veel verschillende thema’s, zoals duurzaamheid en positieve sportcultuur. De verenigingen leunen daarbij vooral op vrijwilligers, terwijl een deel van de verenigingen te maken heeft met vrijwilligerstekorten. Dit beperkt ook de mogelijkheden voor verenigingen om deel te nemen aan bijeenkomsten van de gemeente om mee te denken over het beleid. De ESR heeft gepleit voor professionalisering door middel van ondersteuning op administratief en financieel gebied.

In een gesprek voor dit onderzoek gaven verenigingen bijvoorbeeld aan dat de gemeente ondersteuning zou kunnen bieden bij het aanvragen van subsidies voor verduurzaming en VOG’s (Verklaring Omtrent het Gedrag) voor vrijwilligers. De beleidsafdeling sport van de gemeente ziet ook dat verenigingen te maken hebben met dergelijke problemen en dat verenigingen landelijk met dergelijke maatschappelijke problemen te maken hebben. Binnen de afdeling sport wordt nagedacht over hoe ze sociale problematiek onder controle kunnen krijgen zodat niet alles bij verenigingen komt te liggen. Dit is een groeiend aandachtspunt. De beleidsafdeling sport van de gemeente Eindhoven noemde ook verduurzaming en techniek/innovatie als vraagstukken voor het gemeentelijke sportbeleid (van de toekomst). Zo werd genoemd dat de helft van de energie die de gemeente Eindhoven inkoopt naar sport gaat, voornamelijk naar de ijsbaan en de zwembaden. Er wordt bekeken hoe daarop bespaard kan worden. Daarnaast ziet de gemeente ook kansen, zoals de opvang van water en warmte onder sportvelden. Sport kan daarmee volgens de gemeente ook een aanzienlijke bijdrage leveren op de maatschappelijke thema’s verduurzaming en klimaatadaptatie. Hierbij kan gebruikt worden gemaakt van de technische en innovatie kennis in de regio.

Bedrijven uit de regio bieden nu bijvoorbeeld al innovatieve oplossingen bij veldverlichting en het maaibeleid van sportvelden. Techniek wordt ook gebruikt bij de uitvoering van sport- en beweegactiviteiten. Voorbeelden hiervan zijn Smartgoals en een gadget die gebruikt kan worden voor tikkertje. Naast de kansen die techniek biedt wordt deze ook als een risico gezien.

Het belangrijkste genoemde risico was kinderen die te veel stil zitten achter hun beeldscherm. Hoe kunnen we deze kinderen voldoende in beweging brengen? Ook dit is een van de vraagstukken die in het toekomstig Eindhovens sportbeleid een rol zal blijven spelen.

De verwachte bevolkingsgroei van de gemeente Eindhoven is een belangrijk vraagstuk voor het gemeentelijk sportbeleid. Uit de capaciteitsanalyse in hoofdstuk 5 is gebleken dat er meer formele sportaccommodaties nodig zijn om te voldoen aan de behoefte in 2035. Daarnaast zal, als de huidige trends doorzetten, ook de druk op de sportvoorzieningen in de openbare ruimte toenemen. In de sport- en beweegvisie ‘Heel Eindhoven beweegt’ geeft de gemeente aan dat ze in 2021 de basis wil leggen voor het vaststellen van een Eindhovense sport- en beweegnorm. Volgens dit plan zouden vanaf 2022 kwantitatieve en kwalitatieve normen worden gesteld aan de aanwezigheid van sport- en beweegvoorzieningen bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en grootschalige wijkvernieuwing in Eindhoven. Deze sport- en beweegnorm is echter nog niet ingevoerd. De beleidsafdeling sport van de gemeente Eindhoven heeft in het interview voor dit onderzoek aangegeven dat ze inhoudelijk nog aan het overwegen is in hoeverre een ruimtelijke sportnorm het juiste instrument is om te meten en wegen of de sportvoorzieningen voldoende zijn, omdat er in Eindhoven vooral ingebreid wordt en weinig uitgebreid. Daarom ligt de nadruk bij de gemeente nu vooral op het in kaart brengen van de beschikbare voorzieningen en de behoefte daaraan voor het opstellen van een huisvestingsplan sport.

De wethouder sport bevestigde in het interview voor dit rekenkameronderzoek dat de gemeente niet van plan is om een ruimtelijke sportnorm in te voeren. Daarmee zou de gemeente afwijken van de door de gemeenteraad vastgestelde doelstelling uit de sport- en beweegvisie 2021-2025, die ook nog benoemd staat in het UP 2023. In de raadsinformatiebrief over het UP 2023 stond hier alleen het volgende over: ‘Een deel van dat budget willen we in 2023 benutten om kaders en beleid op te stellen voor voldoende sport- en beweegmogelijkheden in de groeiende stad (zoals bijvoorbeeld een Integraal Huisvestingsplan).’ Bij het opstellen van het huisvestingsplan sport is het de vraag of de benodigde ruimte voor sport geclaimd kan worden. Ook vanuit andere domeinen zal een ruimteclaim komen als gevolg van de schaalsprong. Het is niet uit te sluiten dat bij het bestuurlijke gevecht over toewijzing van ruimte concessies gedaan moeten worden aan de ruimteclaim vanuit sport.

De beleidsafdeling sport van de gemeente Eindhoven kan goed inspelen op landelijke ontwikkelingen in het sportbeleid en hier ook invloed op uitoefenen, doordat deze vanuit de G5 vaak vroegtijdig wordt betrokken bij ontwikkelingen in het landelijke sportbeleid die invloed hebben op gemeentelijk sportbeleid.

Dit heeft onder meer geleid tot de mogelijkheid om een deel van de beschikbare middelen voor het Sportakkoord te besteden aan een living lab. Op aandringen van de ESR is er toch ook een Eindhovens lokaal sportakkoord afgesloten. Na afloop van de looptijd van Nationaal Sportakkoord I kan gesteld worden dat de mate van succes van het Eindhovens lokaal sportakkoord sterk verschilde per ambitie. Met het Gezond en Actief Leven Akkoord ligt er voor gemeenten een opdracht om domeinoverstijgend beleid op te stellen op het gebied van ‘positieve gezondheid’. Dit vraagt binnen de gemeente Eindhoven om een stevige samenwerking tussen het sociaal domein en de afdeling sport. Bij het begin van het opstellen van het plan hiervoor leek dit wat stroef te lopen, maar de beleidsafdeling sport geeft aan dat dit inmiddels beter loopt. Maar in de uitvoering lijkt de samenwerking tussen sport en het sociaal domein nog niet altijd optimaal. Zo wordt sport nog maar beperkt gebruikt als middel bij interventies van uitvoeringsorganisaties in het sociaal domein. De belangrijkste (toekomstige) vraagstukken voor het gemeentelijke sportbeleid die naar voren kwamen uit gesprekken met stakeholders uit de Eindhovense sportsector waren de problematiek bij verenigingen en de groeiende groep internationale inwoners (waaronder veel studenten) die geen Nederlands spreken.

Voor de internationale studenten wordt hier met sportaanbod stevig op ingespeeld, maar het ‘reguliere’ sportaanbod is nog niet altijd afgestemd op de wensen en behoeften van deze groeiende groep. Uit het interview met de beleidsafdeling sport van de gemeente bleek dat deze vraagstukken op hun netvlies staan. Daarnaast noemde de beleidsafdeling sport zelf nog twee andere (toekomstige) vraagstukken voor het sportbeleid: techniek/innovatie en klimaatadaptie/verduurzaming. Met de schaalsprong van de gemeente Eindhoven zijn er meer sportvoorzieningen nodig om aan de toekomstige behoefte te voldoen. De gemeente was oorspronkelijk van plan om vanaf 2022 kwantitatieve en kwalitatieve normen te stellen aan de aanwezigheid van sport- en beweegvoorzieningen bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en grootschalige wijkvernieuwing. De gemeente lijkt hier nu echter op terug te komen, omdat ze niet overtuigd is van het nut van een ruimtelijke sportnorm in een vooral inbreidende stad, waarmee ook weer extra eisen zouden worden gesteld aan woningbouw. De focus van de gemeente ligt nu vooral op het in kaart brengen van de benodigde ruimte voor sport. Het is de vraag of er daarmee genoeg ruimte voor sport kan worden bedongen, omdat er ook vanuit andere beleidsdomeinen interesse zal zijn in de beperkte beschikbare ruimte.

Bronnenlijst

Verwijzingen in de tekst (landelijke onderzoeken/referenties) Schadenberg, B., Wezenberg-Hoenderkamp, K., & Hoekman R. (2020). Binnensportaccommodaties in Nederland. Mulier Instituut. Van Eldert, P. (2022). Monitor sportuitgaven gemeenten 2021. Mulier Instituut. Van Eldert, P., & Hollander, E. (2023). Huurtarievenmonitor gemeentelijke sportaccommodaties 2022. Mulier Instituut.

Geraadpleegde bronnen Eindhoven Voor dit onderzoek hebben wij een zeer groot aantal documenten geanalyseerd om het Eindhovens sportbeleid te kunnen duiden. Zo hebben wij alle documenten met het hoofdthema sport en andersoortige documenten met groot belang voor het sportbeleid (zoals de stukken uit de P&C-cyclus) geanalyseerd. Om de bronnenlijst behapbaar te houden hebben wij de geraadpleegde openbaar beschikbare documenten uit het raadsinformatiesysteem grotendeels als groepen documenten in de bronnenlijst opgenomen. Geraadpleegde documenten die niet openbaar beschikbaar zijn in het raadsinformatiesysteem staan los in de bronnenlijst vermeld. Gemeente Eindhoven. Alle begrotingen en jaarrekeningen in de periode 2018-2022. Gemeente Eindhoven. Alle kwartaal- en halfjaarrapportages sport in de periode 2018-2022. Gemeente Eindhoven. Alle raadsinformatiebrieven, bijbehorende bijlagen en overige informatievoorziening ten aanzien van sport vanuit het college van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad in de periode 20182022. Gemeente Eindhoven. Inwonersenquête 2022 – sport en bewegen. Gemeente Eindhoven. Jaarverslagen activering EindhovenSport 2018, 2019, 2020, 2023. Gemeente Eindhoven. Vitaliteitsonderzoek 2022. Gemeente Eindhoven (2016). Bewegen door verbinden. Sport en beweegvisie Gemeente Eindhoven 2016-2020. Gemeente Eindhoven (2017). Uitvoeringsprogramma Sport 2017-2020.

Gemeente Eindhoven (2020). Evaluatieverslag bewegen door verbinden. Gemeente Eindhoven (2021). Heel Eindhoven beweegt. Sport en beweegvisie 2021-2025. Gemeente Eindhoven (2021). Uitvoeringsprogramma Sport 2021-2022. Gemeente Eindhoven (2023). Overzicht sportaccommodaties. Gemeente Eindhoven (2023). Overzicht tarieven sportaccommodaties. Gemeente Eindhoven (2023). Uitvoeringsprogramma Sport 2023. Gemeente Eindhoven en Eindhovense Sportraad (2011). Convenant “Eindhovense Sportraad en gemeente Eindhoven”. Gemeente Eindhoven en Eindhovense Sportraad (2022). Convenant “Eindhovense Sportraad en gemeente Eindhoven”. Lokaal Sportakkoord Eindhoven. Lokaal Sportakkoord Eindhoven Evaluatie Sportakkoord I.

Respondenten in interviews voor dit onderzoek Hieronder volgt een overzicht van de respondenten die wij gesproken hebben in interviews en focusgroepen ten behoeve van dit rekenkameronderzoek. Deze gesprekken hebben plaatsgevonden in de periode april t/m augustus 2023. Het overzicht bevat de functies van de respondenten ten tijde van het gesprek, tenzij anders vermeld. 1.

Interview met de formateur van het Eindhovens Lokaal Sportakkoord (destijds).

2.

Interview met de beleidsadviseur activering van de gemeente Eindhoven en de teamleider accountmanagement & relatiebeheer van EindhovenSport.

3.

Interview met de voorzitter en penningmeester van de Eindhovense Sportraad (ESR).

4.

Interview met de teamleider activering van EindhovenSport.

5.

Interview met de regisseur van het Eindhovens Lokaal Sportakkoord (destijds).

6.

Focusgroep met een groep van zes diverse Eindhovense sportaanbieders.

7.

Interview met de programmaleider sport, de senior beleidsontwikkelaar sport en de beleidsontwikkelaar OPR van de gemeente Eindhoven.

8.

Focusgroep met negen gemeenteraadsleden van zeven verschillende partijen uit de Eindhovense gemeenteraad (exclusief voorzitter).

9.

Interview met de (huidige) wethouder sport van de gemeente Eindhoven.

Bijlage 1

Tabel B1.1 Gewenste resultaten in uitvoeringsprogramma’s (UP’s) 2017-2020 en 2021-2022 voor sport- en beweegvisie UP 2017-2020 Gewenste resultaten Looplijn 1: Vitale en In 2017 creëren sport- en maatschappelijk beweegaanbieders betrokken organisaties vraaggericht, passend (en vernieuwend) aanbod voor (potentiële) leden.

UP 2021-2022 Ambitie 1: Bewegen en sporten zorgen ervoor dat steeds meer van onze inwoners zich fit voelen en gezond zijn; voor iedereen is er een leuk, passend en toegankelijk sportIn 2017 is het totale sport- en beweegaanbod en beweegaanbod van Eindhoven in kaart gebracht en zichtbaar.

In 2018 is de inspraak en belangenbehartiging in de sport- en beweegsector versterkt en verbreed. In 2020 is het aantal sporten beweegaanbieders dat een bredere maatschappelijke rol vervult en maatschappelijke activiteiten/ projecten organiseert gegroeid. In 2020 werken meer sporten beweegaanbieders (op wijk- buurtniveau) onderling en met andere partners samen.

Gewenste resultaten Het aantal Eindhovenaren dat voldoet aan de beweegrichtlijnen neemt tussen 2020 en 2025 met minimaal 5% toe. Het aantal middelbare scholieren én het aantal 65-plussers dat voldoet aan de beweegrichtlijnen is met minimaal 7,5% gestegen. In 2024 hebben we in de vijf buurten met de grootste achterblijvende sport- en beweegparticipatie extra kansen gecreëerd om te bewegen en sporten, aansluitend bij de behoefte in de buurt met een bovengemiddelde stijging van de sport- en beweegparticipatie tot gevolg. In 2022 is er een stadsbreed initiatief gestart om bewegen en sporten (nog) toegankelijker en laagdrempeliger te maken. In 2022 ontvangt iedere Eindhovenaar die dat wil op maat suggesties voor een sport- en beweegaanbod dat aansluit bij zijn of haar wensen. Steeds meer Eindhovense zorgen welzijnsprofessionals zetten bewegen en sporten in als middel voor de positieve gezondheid van inwoners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13457731/2