CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport rekenkamer Eindhoven Sport oktober 2023

Raadsvergadering 10 oktober 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Aanbieden Rekenkamerrapport: Sport door de Rekenkamer de heer J. Verhagen.19.790 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Sport vrijwel op orde, zorgen voor morgen Rekenkamerrapport

Rekenkamer Eindhoven Oktober 2023

Inhoudsopgave 1.

Conclusies, aanbevelingen EN CONCEPTRAADSBESLUIT 3 1.1 Conclusies 3 1.2 Aanbevelingen 4 1.3 Concept raadsbesluit 4

2.

inleiding 5 2.1 Aanleiding 5 2.2 Doelstelling van het onderzoek 5

3.

Vraagstelling

4.

Samenvatting bevindingen 7 4.1 Beleid en doelstellingen 7 4.2 Wat is het resultaat geweest van het sportbeleid (resultaten, effecten en kosten)? 7 4.3 Hoe verhouden de sportvoorzieningen zich tot dat van vergelijkbare gemeenten en tot huidige en toekomstige behoefte? 9 4.4 Hoe verhoudt het sportbeleid zicht landelijk nu en naar de toekomst? 9

5.

Werkwijze

11

Bijlage onderzoeksrapport Mulier Instituut

12

Colofon Oktober 2023 Rekenkamer Eindhoven Walter Hartmann, voorzitter Jérôme Verhagen, vicevoorzitter Wim Bens, lid Loes Huynen, secretaris Foto omslag: Studio040

2

Rekenkamerrapport

Sport vrijwel op orde, zorgen voor morgen

6

1. Conclusies, aanbevelingen en conceptraadsbesluit 1.1 Conclusies 1. De doelmatigheid van het beleid is goed beoordeeld vanwege intensieve afstemming met de raad via kwartaal- en halfjaarrapportages en het betrachten van zorgvuldigheid. Ook bestaat er een recent geactualiseerd meerjarenonderhoudsplan voor de sportaccommodaties met duidelijke kwaliteitsniveaus, beheerplannen en hieraan gekoppelde financiële planning. 2. De resultaten van het sportbeleid zijn lastig vast te stellen als gevolg van wisselende indicatoren en deels niet concrete doelen. Daarnaast is het op onderdelen binnen sportactivering onduidelijk ten laste van welke afdeling de financiering is geregeld. Dit gaat enerzijds ten koste van het controlerend vermogen van de raad en bemoeilijkt anderzijds de sturing vooraf via het budgetrecht. 3. De sport- en beweegvisie heeft een goede aansluiting op de kaders van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het Nationaal Sportakkoord II en de transitie van de Omgevingswet. De visie is daarmee toekomstbestendig. Het is echter niet eenduidig hoe de uitgaven aan sportaccommodaties bijdragen aan de doelen uit GALA, Nationaal Sportakkoord II en andere beleidsthema’s. Een groot aandeel van de sportuitgaven is gekoppeld aan de kostenpost sportaccommodaties, terwijl de meeste beleidsdoelen juist gerelateerd zijn aan de kostenpost sportbeleid- en activering. 4.

Vanuit het idee van ‘positieve gezondheid’ ligt er een opdracht voor de gemeente om domein overstijgend beleid op te stellen dat bijdraagt aan 3

Rekenkamerrapport

de veerkracht van inwoners. In de uitvoering vraagt dit om betere samenwerking tussen het sociaal domein en de afdeling sport. 5. Om goed aan te blijven sluiten bij landelijke ontwikkelingen en in andere domeinen is voldoende strategische ambtelijke capaciteit nodig. Deze capaciteit is nu beperkt ten opzichte van andere gemeenten. 6. Er is bij diverse sporttakken een tekort zichtbaar aan voorzieningen zoals sportvelden en er is sprake van wachtlijsten. De schaalsprong zal vragen om meer ruimte voor sport, zowel formele accommodaties als sportvelden en sport- en beweegmogelijkheden in de openbare ruimte. De uitgaven gaan vermoedelijk de komende jaren stijgen om te kunnen voldoen aan de (toekomstige) behoefte aan sportvoorzieningen. 7. De druk op sportverenigingen is groot. De opgaven groeien zoals het bieden van een positieve sportcultuur en duurzaamheid, terwijl de verenigingen daarvoor leunen op vrijwilligers en er bij sommige verenigingen al sprake is van een vrijwilligerstekort. Hiermee komt het verenigingsleven (verder) onder druk te staan. 8. In het algemeen is er sprake van tevredenheid vanuit de sport- en beweegsector over samenwerking met de gemeente. Met beleidsacties speelt de gemeente in op wensen van het veld zoals een duidelijk aanspreekpunt en ondersteuning tijdens de coronapandemie. En samen met de sector is gekomen tot het lokale sportakkoord.

Sport vrijwel op orde, zorgen voor morgen

1.2 Aanbevelingen De rekenkamercommissie beveelt aan: Aan het college van burgemeester en wethouders: 1. Stel concretere doelen om de betekenis van beleid beter inzichtelijk te maken. Maak heldere keuzes voor, en houd vast aan gehanteerde effectindicatoren om de voortgang op de doelstellingen van het gemeentelijk sportbeleid te meten, beoordelen en hierop zo nodig bij te sturen. 2. Verbind het accommodatiebeleid explicieter met andere doelstellingen uit de sport- en beweegvisie om de verdeling van middelen tussen accommodaties en beleid beter op elkaar aan te laten sluiten. Geef daarbij inzicht ten laste van welke afdeling de financiering is geregeld voor de verschillende onderdelen van sportactivering. Zo ontstaat een helder beeld over baten en lasten. 3. Zoek naar mogelijkheden om de samenwerking (in de uitvoering) met het sociaal domein te verbeteren. Kijk daarbij naar de optie om ‘sport’ als middel in de subsidieverordeningen op te nemen richting uitvoeringspartijen. Aandachtspunt hierbij is ook de capaciteit die het beleidsveld sport nodig heeft bij het invullen van de uitdagingen in een groeiende stad. 4. Onderzoek welke maatregelen nodig zijn om de huidige (en toekomstige) druk c.q. tekort aan fysieke ruimte op te heffen. Deze tekorten zijn te lezen als (mogelijk) te weinig sporthallen, sportaccommodaties en sportvelden en/of het gebruik ervan. 5.

Onderzoek de behoefte van verenigingen aan (professionele) ondersteuning en organiseer hierin een adequaat aanbod om verdere belasting (en uitstroom) van vrijwilligers tegen te gaan. Aan de gemeenteraad: 6. Vraag om een lange termijnvisie voor sport- en bewegingsdoelen met nadrukkelijk aandacht voor de effecten van de groeiende stad op de behoefte aan voldoende fysieke ruimte voor het uitoefenen van de verschillende sporten. Vraag daarbij ook om aandacht te besteden aan de optie van invoering van de ruimtelijke sportnorm. 7. Vraag om en toets op consistentie en goede meetbaarheid van beleid en doelstellingen door vaststelling van een set van concrete indicatoren en daaraan vast te houden. 8. Besteed aandacht aan integrale beleidsvorming- en doorwerking. Bijvoorbeeld door ‘sport’ als middel in de subsidieverordeningen op te nemen richting uitvoeringspartijen. 1.3 Concept raadsbesluit De rekenkamer adviseert de aanbevelingen onder paragraaf 1.2 over te nemen. De gemeenteraad besluit: het college de opdracht te geven de college-aanbevelingen binnen een jaar uit te werken in een beknopt plan van aanpak en halfjaarlijks in de P&C cyclus over de implementatie van deze aanpak te rapporteren.

4

Rekenkamerrapport

Sport vrijwel op orde, zorgen voor morgen

2. inleiding

De Rekenkamer deed onderzoek naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en toekomstbestendigheid van het gemeentelijk sportbeleid. 2.1 Aanleiding Eindhoven positioneert zich onder andere als sportstad. Het stimuleren van sport en bewegen draagt eraan bij dat Eindhovenaren zich fit en gezond voelen. Eindhoven wordt ook steeds meer een wereldse stad, waarin aansprekende top- en breedtesportevenementen worden gehouden, zoals de ASML Marathon Eindhoven en de finale van de UEFA Women’s Champions League. Bovendien zet de gemeente in op een hoogstaand aanbod van sport- en beweegvoorzieningen, zoals Area 51 skatepark, de accommodatie van hockeyclub Oranje-Rood en het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion. Eindhoven groeit. We verwachten dat er in het jaar 2040 zo’n 300.000 mensen in Eindhoven wonen. Dit beïnvloedt de vraag naar voorzieningen om te sporten en bewegen. Via een regiodeal ontving Eindhoven middelen van de Rijksoverheid om een impuls te geven aan het voorzieningenniveau. Ook voor de komende periode is een aanvraag bij het Rijk ingediend om met een financiële bijdrage het voorzieningenniveau verder te verbeteren. Ondanks deze extra middelen geeft de gemeente aan dat Eindhoven – zeker in het licht van de groeiopgave van de stad – onder gefinancierd is. Naast aandacht voor (sport)voorzieningen is er ook

5

Rekenkamerrapport

aandacht voor het aanbod op deze voorzieningen. Om sportverenigingen financieel te steunen in de energiecrisis besloot de gemeenteraad bijvoorbeeld om 225.000 euro toe te voegen aan het budget energiecompensatie sportverenigingen. Deze investeringen leiden tot de vraag in hoeverre de financiële impulsen bijdragen aan het realiseren van de doelen en ambities van het sport- en beweegbeleid. Met een onderzoek kan de rekenkamer de gemeenteraad inzicht bieden in het antwoord op deze vraag. 2.2 Doelstelling van het onderzoek De Eindhovense rekenkamer beoogt inzicht te krijgen in de mate van doeltreffendheid en doelmatigheid van het Eindhovens sportbeleid en in de vraag in hoeverre de financiële impulsen leiden tot het realiseren van ambities in het licht van opgaven voor de groeiende stad. En voor zover relevant, richtingen van verbetering aan te wijzen.

Sport vrijwel op orde, zorgen voor morgen

3. Vraagstelling

De centrale vraag is:

Hoe doelmatig en doeltreffend is het ‘heel Eindhoven beweegt’ sportbeleid en de uitvoering van de gemeente Eindhoven in de periode 2018-2022? Deelvragen: 1. Welke beleidsdoelen heeft de gemeente Eindhoven geformuleerd ten aanzien van het sportbeleid in de periode 2018-2022? 2. Wat zijn de resultaten, effecten en kosten geweest van het Eindhovense sportbeleid in de periode 2018-2022? 3. Hoe verhoudt het Eindhovens sportvoorzieningenniveau zich tot dat van vergelijkbare gemeenten en tot de huidige en toekomstige behoefte? 4. Hoe verhoudt het Eindhovens sportbeleid zich tot ontwikkelingen in het landelijk sportbeleid en wat voor toekomstige vraagstukken zijn te identificeren?

6

Rekenkamerrapport

Sport vrijwel op orde, zorgen voor morgen

4. Samenvatting bevindingen

4.1 Beleid en doelstellingen De sport- en beweegvisie ‘Bewegen door verbinden’ (2016-2020) vormde de basis van het Eindhovens gemeentelijk sportbeleid in het begin van de collegeperiode 2018-2022. Deze visie bestond uit negen looplijnen, waarbij per looplijn gewenste resultaten stonden en hoe de voortang hierop gemonitord werd. De gewenste resultaten waren niet goed meetbaar. De nieuwe sport- en beweegvisie ‘Heel Eindhoven beweegt’ (2021-2025) bestaat uit vijf ambities, waarbij de genoemde resultaten meer helder en meetbaarder beschreven zijn te weten: 1. Bewegen en sporten zorgen ervoor dat steeds meer van onze inwoners zich fit voelen en gezond zijn; voor iedereen is er een leuk, passend en toegankelijk sport- en beweegaanbod. 2. Vitale sportverenigingen versterken, samen met andere sport- en beweegaanbieders, de sociale cohesie in onze stad, wijken en buurten. 3. Eindhovenaren zijn van jongs af aan vaardig in bewegen. 4. Onze groeiende stad biedt voor iedereen ruimte om te bewegen en sporten. 5. Topsport en sportevenementen inspireren en laten het TDK-profiel zien van onze stad. De raad werd in de collegeperiode 2018-2022 op de hoogte gehouden van ontwikkelingen in de Eindhovense sportsector en het gemeentelijk sportbeleid door middel van kwartaal- en later halfjaarrapportages.

Goed contact met de sportsector hielp de raad en het college van B&W om sterk in te spelen op opkomende (tijdelijke) vraagstukken, zoals de coronapandemie. Het sturen en beoordelen van het gemeentelijk sportbeleid op lange termijn blijkt lastiger. Hierbij wordt de Eindhovense politiek niet geholpen door de jaarrekeningen, waar in de collegeperiode 2018-2022 jaarlijks een andere set aan effectindicatoren werd gepresenteerd. Vanuit de raad was hier geen aandacht voor. 4.2

Wat is het resultaat geweest van het sportbeleid (resultaten, effecten en kosten)? Het uitvoeringsprogramma ‘Bewegen door verbinden’ (2016-2020) is aan het einde van de periode geëvalueerd. De gemeente ging met veel van de aandachtspunten en tips aan de slag. Voorheen hadden buurtsportcoaches/sportregisseurs bijvoorbeeld brede takenpakketten met zowel specifieke aanbieders als doelgroepen. Die takenpakketten zijn nu als gevolg van de evaluatie uit elkaar getrokken. 7

Rekenkamerrapport

Sport vrijwel op orde, zorgen voor morgen

Dit lijkt te leiden tot meer samenhang, onderscheid van functies en duidelijkheid over de inzet van de buurtsportcoaches. Kijkend naar het monitoren van de prestatie- en effectindicatoren van het beleid valt op dat de gemeente in de periode 2018-2022 in jaarrekeningen een andere set aan indicatoren presenteerde. Dit bemoeilijkt het vaststellen van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het sportbeleid op basis van de jaarrekeningen. Toch monitort de gemeente een aantal doelstellingen zo dat de ontwikkelingen in de collegeperiode kunnen worden geanalyseerd. Het aandeel maandelijkse en wekelijkse sporters in Eindhoven is in de collegeperiode 20182022 gestegen en het aandeel niet of nauwelijks sportende Eindhovenaren is gedaald. Tegelijkertijd zijn er lichte dalingen zichtbaar in de tevredenheid van inwoners over het aanbod aan verschillende sporten, sportaccommodaties en -voorzieningen in de openbare ruimte. In de collegeperiode voerde de gemeente een paar belangrijke (verander)trajecten binnen het gemeentelijk sportbeleid. De steun tijdens de coronapandemie, de doorontwikkeling van Eindhoven Sport en de harmonisatie van de binnensporttarieven leidden over het algemeen tot tevredenheid in de Eindhovense sportsector.

De Eindhovense gemeentelijke nettolasten aan sport per inwoner bedroegen in 2021, net als in de gemiddelde Nederlandse gemeente en de gemiddelde referentiegemeente, ongeveer 64 euro. In de jaren daarvoor weken de Eindhovense nettolasten per inwoner soms wat af van de gemiddelden bij referentiegemeenten, maar hier zijn duidelijke verklaringen voor. Een relatief groot deel van de middelen en het personeel wordt ingezet op accommodaties, terwijl het inhoudelijke zwaartepunt van de vorige en huidige sport- en beweegvisie ligt op sportbeleid en activering. De gemeente zou het accommodatiebeleid beter kunnen koppelen aan de (meerdere) doelstellingen uit de sport- en beweegvisie als ze de huidige verhouding in inzet van middelen en personeel wil behouden.

Aandeel nettolasten (in procenten) gemeenten aan taakveld Sportaccommodaties binnen de totale nettolasten voor sport*, 2017 tot en met 2021, gemeente Eindhoven, gemiddelde referentiegemeenten (Amersfoort, Apeldoorn, Enschede, Groningen, Tilburg, Utrecht en Zwolle) en gemiddelde Nederland. *De taakvelden Sportbeleid en activering en Sportaccommodaties vormen samen het totaal voor sport. Bron: Door CBS verzamelde gemeentelijke data (Iv3), 2018-2022. Bewerking: Mulier Instituut

8

Rekenkamerrapport

Sport vrijwel op orde, zorgen voor morgen

4.3

Hoe verhouden de sportvoorzieningen zich tot dat van vergelijkbare gemeenten en tot huidige en toekomstige behoefte? In de gemeente Eindhoven bevinden zich in 2023 20 sporthallen en 7 sportzalen. Hiervan zijn 18 sporthallen en 2 sportzalen beschikbaar voor de (georganiseerde) zaalsport. De behoefte aan sporthallen voor de (georganiseerde) sport in 2023 is vastgesteld op minimaal 14 en maximaal 25 sporthallen. Het aanbod van 18 sporthallen is daarmee conform de behoefte. De verwachting is dat de behoefte aan binnensportaccommodaties binnen de gemeente zal groeien, waardoor in de toekomst het huidige aanbod meer aan de onderkant van de bandbreedte valt. In Eindhoven liggen 60 voetbalvelden, 109 outdoor tennisbanen en 15 hockeyvelden (inclusief velden die niet bij een vereniging liggen en velden van verenigingen die niet bij de sportbond zijn ingeschreven). Eindhoven heeft relatief gezien weinig voetbalvelden en tennisbanen vergeleken met de 7 onderzochte referentiegemeenten (zie onderschrift schema op de vorige pagina), regio Zuidoost-Brabant en het landelijke gemiddelde. Het aantal hockeyvelden per 25.000 inwoners is hoger dan het landelijke gemiddelde en vergelijkbaar met referentiegemeenten. Op basis van de capaciteitsstudie blijkt dat bij een aantal sporten nu al een tekort aan sportaccommodaties zoals sportvelden is.

Deze tekorten zijn in werkelijkheid mogelijk nog groter, omdat sommige verenigingen (forse) wachtlijsten hebben. Wachtlijsten konden niet worden meegenomen in de berekeningen in dit onderzoek. Door betere spreiding van gebruik over het weekend, is de druk op sommige sportvelden nog te verminderen. Wanneer we verder kijken naar de ontwikkeling in de sportdeelname de afgelopen jaren is naast de aanvullende behoefte aan formele sportaccommodaties in de toekomst ook een toenemend gebruik te verwachten van de openbare ruimte voor sport en bewegen. Parken, openbare wegen, trapveldjes en sportplekken met bijvoorbeeld fitnesstoestellen in de openbare ruimte worden steeds populairder onder de Nederlandse sporters. Op basis van deze capaciteitsstudie is te concluderen dat de gemeente Eindhoven voor uitdagingen staat waar het gaat om het aanbod aan sportaccommodaties. 4.4 Hoe verhoudt het sportbeleid zicht landelijk nu en naar de toekomst? De beleidsafdeling sport van de gemeente Eindhoven kan goed inspelen op landelijke ontwikkelingen in het sportbeleid en hier ook invloed op uitoefenen, doordat deze vanuit de G5 vaak vroegtijdig wordt betrokken bij ontwikkelingen in het landelijke sportbeleid die invloed hebben op gemeentelijk sportbeleid. Dit leidde onder meer tot de mogelijkheid om een deel van de beschikbare middelen voor het Sportakkoord te besteden aan een living lab.

Op aandringen van de Eindhovense Sportraad (ESR) is er toch ook een Eindhovens lokaal sportakkoord afgesloten. Na afloop van de looptijd van Nationaal Sportakkoord I kan gesteld worden dat de mate van succes van het Eindhovens lokaal sportakkoord sterk verschilde per ambitie. Met het Gezond en Actief Leven Akkoord ligt er voor gemeenten een opdracht om domein overstijgend beleid op te stellen op het gebied van ‘positieve gezondheid’. Dit vraagt binnen de gemeente Eindhoven om een stevige samenwerking tussen het sociaal domein en de afdeling sport. Bij het begin van het opstellen van het plan hiervoor leek dit wat stroef te lopen, maar de beleidsafdeling sport geeft aan dat dit inmiddels beter loopt. Maar in de uitvoering lijkt de samenwerking tussen sport en het sociaal domein nog niet altijd optimaal.

9

Rekenkamerrapport

Sport vrijwel op orde, zorgen voor morgen

Zo gebruikt men sport nog maar beperkt als middel bij interventies van uitvoeringsorganisaties in het sociaal domein. De belangrijkste (toekomstige) vraagstukken voor het gemeentelijke sportbeleid die naar voren kwamen uit gesprekken met stakeholders uit de Eindhovense sportsector waren de problematiek bij verenigingen en de groeiende groep internationale inwoners (waaronder veel studenten) die geen Nederlands spreken. Voor de internationale studenten wordt hier met sportaanbod stevig op ingespeeld, maar het ‘reguliere’ sportaanbod is nog niet altijd afgestemd op de wensen en behoeften van deze groeiende groep. Uit het interview met de beleidsafdeling sport van de gemeente bleek dat deze vraagstukken op hun netvlies staan. Daarnaast noemde de beleidsafdeling sport zelf nog twee andere (toekomstige) vraagstukken voor het sportbeleid: techniek/innovatie en klimaatadaptie/ verduurzaming. Met de schaalsprong van de gemeente Eindhoven zijn er meer sportvoorzieningen nodig om aan de toekomstige behoefte te voldoen. De gemeente was oorspronkelijk van plan om vanaf 2022 kwantitatieve en kwalitatieve normen te stellen aan de aanwezigheid van sport- en beweegvoorzieningen bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en grootschalige wijkvernieuwing.

De gemeente lijkt hier nu echter op terug te komen, omdat ze niet overtuigd is van het nut van een ruimtelijke sportnorm in een vooral inbreidende stad, waarmee ook weer extra eisen worden gesteld aan woningbouw. De focus van de gemeente ligt nu vooral op het in kaart brengen van de benodigde ruimte voor sport. Het is de vraag of er daarmee genoeg ruimte voor sport wordt bedongen, omdat er ook vanuit andere beleidsdomeinen interesse is in de beperkte beschikbare ruimte.

10

Rekenkamerrapport

Sport vrijwel op orde, zorgen voor morgen

5. Werkwijze

Het Mulier Instituut1 verrichtte het verdiepende onderzoek door dossier- en documentanalyse waarmee de doelstellingen, kosten en resultaten van het beleid in beeld werden gebracht. Daarnaast werden negen interviews afgenomen met actoren in en rondom het Eindhovens sportbeleid en een focusgroep met diverse sportaanbieders. Ten slotte werd data geanalyseerd over onder meer sportaccommodaties, sportdeelname en beweegvriendelijkheid van de omgeving. De onderzoekwerkzaamheden zijn verricht in de periode van maart tot september 2023. Het gebruikte normenkader is opgenomen op pagina 12 van het Sportrapport in de bijlage.

1 Onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk

11

Rekenkamerrapport

Sport vrijwel op orde, zorgen voor morgen

Bijlage

onderzoeksrapport Mulier Instituut

12

Rekenkamerrapport

Sport vrijwel op orde, zorgen voor morgen

Nathan Geurink | Remco Hoekman | Janne van der Heijden | Daniëlle Ruikes

Mulier Instituut | 2023

In opdracht van de Rekenkamer Eindhoven Mulier Instituut Nathan Geurink Remco Hoekman Janne van der Heijden Daniëlle Ruikes © Mulier Instituut Utrecht, 29 september 2023 www.mulierinstituut.nl info@mulierinstituut.nl Disclaimer U mag delen uit deze publicatie overnemen op voorwaarde van bronvermelding: Mulier Instituut, de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. Er gelden gebruiksvoorwaarden voor de foto's in deze publicatie. Neem foto's daarom niet over zonder toestemming van het Mulier Instituut.

Het Mulier Instituut doet sportonderzoek voor

Ons doel is bijdragen aan goed onderbouwd beleid,

beleid en samenleving. Voor overheden,

gericht op de bevordering van sport, sportief

maatschappelijke organisaties,

bewegen en versterking van de sportsector. Dit doen

onderwijsinstellingen, sportorganisaties en

we op verschillende manieren:

bedrijven onderzoeken we allerlei thema’s op het gebied van sport en sportief bewegen: van de sportdeelname van (groepen) Nederlanders tot de motorische vaardigheden van kinderen, en van diversiteit en inclusie in de sport tot de economische impact van sportevenementen. Het Mulier Instituut is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk.

We verzamelen data en monitoren de Nederlandse sportsector en beleidsprogramma’s. We ontwikkelen kennis en onderzoeksmethoden via verkennende en verdiepende studies. We duiden onderzoeksuitkomsten en vertalen deze naar de beleidspraktijk. We onderbouwen beleidsbeslissingen met expertise en advies. We bieden gevraagd en ongevraagd duiding en reflectie in de rol van ‘kritische vriend’ van de sportsector. We zetten ons in voor de bevordering van de sportwetenschap.

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek

ESR

Eindhovense Sportraad

GALA

Gezond en Actief Leven Akkoord

Iv3

Informatie voor derden

MJOP

Meerjarenonderhoudsplanning

PO

Primair onderwijs

SPUK

Specifieke Uitkering

UP

Uitvoeringsprogramma

VO

Voortgezet onderwijs

VOG

Verklaring Omtrent het Gedrag

Samenvatting

De aanleiding van dit rekenkameronderzoek is onder andere gelegen in de ongewisse impact van de groeiopgave van de stad en de financiële impulsen aan sportverenigingen in de afgelopen periode op de doelmatigheid en doeltreffendheid van het sportbeleid. Met dit onderzoek bieden we enerzijds inzicht in het sportvoorzieningenniveau van de stad en de mate waarin dit toereikend is voor de toekomst. Anderzijds gaan we in op de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid. De volgende vier deelvragen staan centraal: Welke beleidsdoelen heeft de gemeente Eindhoven geformuleerd voor het sportbeleid in de periode 2018-2022? Wat zijn de resultaten, effecten en kosten geweest van het Eindhovense sportbeleid in de periode 2018-2022? Hoe verhoudt het Eindhovens sportvoorzieningenniveau zich tot dat van vergelijkbare gemeenten en tot de huidige en toekomstige behoefte? Hoe verhoudt het Eindhovens sportbeleid zich tot ontwikkelingen in het landelijke sportbeleid en wat voor toekomstige vraagstukken zijn te identificeren? Hieronder beschrijven we kernachtig de antwoorden op de deelvragen en de conclusies van het onderzoek. Deze zijn tot stand gekomen op basis van deskresearch, documentanalyse, benchmarkgegevens, inzet van het ruimteinstrument en (groeps)gesprekken met Eindhovense stakeholders (binnen en buiten het gemeentehuis).

Deelvraag 1: Welke beleidsdoelen heeft de gemeente Eindhoven geformuleerd voor het sportbeleid in de periode 2018-2022? In de collegeperiode 2018-2022 heeft de gemeente gebruik gemaakt van de sporten beweegvisie ‘Bewegen door verbinden’ (2016-2020) en de sport- en beweegvisie ‘Heel Eindhoven beweegt’ (2021-2025). De doelstellingen in de huidige sport- en beweegvisie (2021-2025) liggen grotendeels in het verlengde van de doelstellingen uit de visie 2016-2020. Wel zijn in de huidige visie scherpere keuzes gemaakt door minder doelstellingen te formuleren en zijn deze concreter en meetbaarder beschreven. De gemeente is hiermee duidelijk aan de slag gegaan met de aandachtspunten en tips uit de beleidsevaluatie. Dat neemt overigens niet weg dat de meetbaarheid van een deel van de doelstellingen nog steeds voor verbetering vatbaar is. De beleidsdoelen sluiten aan bij de thema’s van het Sportakkoord. Er is aandacht voor ‘sport voor iedereen’, vitale sportverenigingen, van jongs af aan vaardig in

bewegen, ruimte om te kunnen sporten en bewegen, en topsport en topsportevenementen die passen bij de stad en inspireren. De doelen zijn duidelijker afgebakend en bieden een goed kader voor de beleidsuitvoering. Deelvraag 2: Wat zijn de resultaten, effecten en kosten geweest van het Eindhovense sportbeleid in de periode 2018-2022? De resultaten van het sportbeleid zijn maar beperkt zichtbaar. Dit is te wijten aan een wisselende set van indicatoren. Dit belemmert het zicht op de voortgang van het beleid en het behalen van de doelstellingen. Hier heeft de raad geen vragen over gesteld en is ook niet op bijgestuurd. Op basis van de beschikbare informatie stellen we vast dat de sportdeelname positief is ontwikkeld en de tevredenheid van verenigingen ook is toegenomen. Dit zijn kernelementen van het sportbeleid en wijst daarmee op belangrijke resultaten van het sportbeleid. De betekenis van afzonderlijke maatregelen, zoals de coronasteun, zijn lastig vast te stellen. Wel noemen verenigingen de uitbreiding van het accountmanagement als belangrijke maatregel die voor hen betekenisvol is geweest. Meer lijn in de monitoring en concretere doelen maken het mogelijk om beter dan nu inzichtelijk te maken wat de betekenis van beleid is. De kosten van het sportbeleid wisselen tussen de jaren.

Deze fluctuaties in uitgaven zijn het gevolg van besluitvorming en afstemming met de raad, zoals bij de coronasteun voor verenigingen. De netto-uitgaven aan sport bedragen ongeveer 64 euro per inwoner. Dit is vergelijkbaar met referentiegemeenten en het landelijke gemiddelde. Wel valt op dat een relatief groot deel van de middelen en personeel wordt ingezet op accommodaties, terwijl het zwaartepunt van de vorige en huidige beleidsvisie ligt op sportbeleid en activering. Om deze verdeling beter aan te laten sluiten op beleid is het wenselijk om het accommodatiebeleid explicieter te verbinden met andere doelstellingen uit de sport- en beweegvisie. Daarnaast kan een beter inzicht in de kosten behulpzaam zijn, zodat duidelijk is welke uitgaven waar geboekt worden. Zo bestond bijvoorbeeld onduidelijkheid over of de kosten voor de inzet van buurtsportcoaches (deels) geboekt waren binnen het sociaal domein. Deelvraag 3: Hoe verhoudt het Eindhovens sportvoorzieningenniveau zich tot dat van vergelijkbare gemeenten en tot de huidige en toekomstige behoefte? In vergelijking met referentiegemeenten heeft gemeente Eindhoven relatief veel binnensportaccommodaties, maar ligt het aantal sportvelden/buitenbanen per 25.000 inwoners lager. De capaciteitsstudie laat zien dat Eindhoven met name met het oog op de toekomst voor uitdagingen staat.

In de huidige situatie constateren we tekorten bij korfbal, rugby, tennis en voetbal. Bij handbal is de maximale capaciteit nodig, maar een betere verdeling over het weekend kan de druk verlagen. In de toekomst lopen op basis van de bevolkingsprognose de tekorten bij bovenstaande sporten verder op. Ook bij hockey wordt in 2035 de maximale capaciteit bereikt. Bij sporthallen neemt de druk verder toe en beweegt het aanbod richting de ondergrens op basis van het aantal inwoners. Naast deze aandachtspunten bij formele accommodaties is een toename te verwachten van het gebruik van de openbare ruimte voor sport en bewegen. De gemeente doet er goed aan ook aandacht te houden voor een groeiende behoefte aan sport- en beweegmogelijkheden in of op parken, trapveldjes en andere sportplekken en routestructuren in de openbare ruimte (o.a. openbare fitnesstoestellen). Hierbinnen past ook de aandacht voor urban sports. De uitbreiding van sportruimte zal meegenomen moeten worden in een integraal huisvestingsplan die past bij de schaalsprong. De vraag is wel of de ruimteclaim van sport ingevuld kan worden, omdat ongetwijfeld ook vanuit andere domeinen een ruimteclaim zal worden neergelegd. Het is niet uit te sluiten dat uiteindelijk ruimtelijke concessies gedaan moeten worden.

Deelvraag 4: Hoe verhoudt het Eindhovens sportbeleid zich tot ontwikkelingen in het landelijke sportbeleid en wat voor toekomstige vraagstukken zijn te identificeren? Het sport- en beweegbeleid in Eindhoven sluit aan op de landelijke beleidskaders en beweegt mee met ontwikkelingen hierin. Daarnaast is de gemeente zich ook bewust van de bredere beleidscontext waar het sport- en beweegbeleid zich in bevindt. Ze volgt de landelijke ontwikkelingen op de voet en probeert zoveel als mogelijk integraal te werken en aan te sluiten bij activiteiten binnen het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). De regie bij dit programma ligt buiten de sport en dat vraagt veel relatiebeheer en aan tafel komen en blijven bij andere domeinen. Met de in fte beperkte strategische ambtelijke capaciteit ligt hier een knelpunt. De toekomstige vraagstukken richten zich naast het groeiende aantal inwoners en de daarbij horende toenemende ruimtevraag voor sport op vier andere thema’s. Allereerst de grote en groeiende groep internationale inwoners die zich in mindere mate aangetrokken voelen tot het ‘reguliere sportaanbod’. Ten tweede de problematiek bij sportverenigingen. Ten derde de rol van sport(voorzieningen) bij de verduurzaming en gewenste klimaatadaptatie in Eindhoven. En ten vierde het gebruik van techniek en innovatie (uit de regio) in de Eindhovense sportsector.

De vraagstukken komen voort uit gesprekken met sportaanbieders, de Eindhovense Sportraad (ESR), de formateur en regisseur van het sportakkoord, de gemeenteraad en de gemeentelijke sportafdeling. Wel was vanuit de raad de aandacht meer gericht op de korte termijn en huidige aandachtspunten die uit het veld naar voren zijn gebracht dan op het identificeren van toekomstige vraagstukken. In de huidige tijd is

een strategische discussie nodig met een duidelijk stip op de horizon als uitkomst en sturing van de raad op het koers houden richting die stip. Conclusie We concluderen dat de doeltreffendheid van beleid maar ten dele is vast te stellen. De gestegen sportdeelname en de toegenomen tevredenheid bij sportverenigingen springen daarbij het meest in het oog. We merken op dat de doelrealisatie van het beleid maar in beperkte mate in beeld is. Enerzijds zijn enkele doelen niet concreet genoeg om te kunnen monitoren. Anderzijds is doelrealisatie door wisselende indicatoren lastig vast te stellen. Met de informatievoorziening via jaarverslagen en de daarin wisselende indicatoren kon zowel college als raad lastig beoordelen wat de doeltreffendheid van het sportbeleid is geweest. De raad heeft hier geen vragen bij gesteld, waardoor wij concluderen dat de sturing van de raad beperkter is dan waar ze via de jaarverslagen, kwartaalrapportages en toelichtingen ruimte voor hadden. De sturing zat vooral op ad hoc vraagstukken vanuit het veld en niet op de voortgang en het lange termijn perspectief voor het sportbeleid. De beleidsdoorvertaling is daarentegen goed te noemen, doordat de beleidsvisies in elkaars verlengde liggen en verbeterpunten uit de eerdere beleidsevaluatie een plek hebben gekregen in de huidige sportvisie. De doelmatigheid van het beleid is goed te noemen.

Er is zorgvuldigheid betracht en mede als gevolg van kwartaalrapportages intensieve afstemming met de raad. Verder bestaat er een recent geactualiseerde meerjarenonderhoudsplanning voor de sportaccommodaties met duidelijke kwaliteitsniveaus, beheerplannen en hieraan gekoppelde financiële planning. Wel stellen we vast dat een relatief groot aandeel van de sportuitgaven gekoppeld zijn aan de kostenpost sportaccommodaties, waar de meeste doelen in het beleid gerelateerd zijn aan de kostenpost sportbeleid en activering. De uitvoering van het beleid is grotendeels gedaan binnen budgettaire kaders en afspraken. Waar we afwijkingen constateren is dit het gevolg van aanvullende besluitvorming en afstemming met de raad. De wijze waarop de gemeente in afstemming met de gemeenteraad de sportsector in coronatijd overeind heeft gehouden met ad-hoc-beleidsinvesteringen (coronasteun) is bewonderenswaardig. In het veld is tevredenheid over de samenwerking met de gemeente, die met de beleidsacties heeft ingespeeld op de wensen uit het veld. Hiermee is op een adequate wijze invulling gegeven aan uitnodigend bestuur. De sport- en beweegvisie heeft een goede aansluiting op de kaders van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het Nationaal Sportakkoord II en de transitie van de Omgevingswet. De visie is daarmee toekomstbestendig.

Wel kan explicieter worden gemaakt hoe de uitgaven aan sportaccommodaties bijdragen aan de doelen uit GALA, Nationaal Sportakkoord II en andere beleidsthema’s.

Deze uitgaven gaan vermoedelijk de komende jaren toenemen om te kunnen voldoen aan de toekomstige behoefte aan sportvoorzieningen. Er is nu bij diverse sporttakken een tekort zichtbaar en sprake van wachtlijsten. Verder zal de schaalsprong vragen om meer ruimte voor sport: zowel formele accommodaties als sport- en beweegmogelijkheden in de openbare ruimte. In de strijd om de ruimte is het de vraag hoe sterk sport staat in het politieke speelveld en in welke mate de ruimteclaim vanuit sport wordt ingewilligd.

Hoofdstuk 1

De Eindhovense rekenkamer heeft besloten een onderzoek te laten uitvoeren naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en toekomstbestendigheid van het gemeentelijke sportbeleid.

Eindhoven positioneert zich onder andere als sportstad. Het stimuleren van sport en bewegen draagt eraan bij dat Eindhovenaren zich fit en gezond voelen. Eindhoven wordt ook steeds meer een wereldse stad, waarin aansprekende top- en breedtesportevenementen worden gehouden, zoals de ASML Marathon Eindhoven en de finale van de UEFA Women's Champions League. Bovendien zet de gemeente in op een hoogstaand aanbod van sport- en beweegvoorzieningen, zoals Area 51 skatepark, de accommodatie van hockeyclub Oranje-Rood en het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion. Eindhoven heeft een groeiend inwonersaantal, waardoor in 2040 300.000 mensen in de gemeente Eindhoven zullen wonen. Dit heeft invloed op de vraag naar voorzieningen om te sporten en bewegen. Via een regiodeal heeft Eindhoven middelen van de Rijksoverheid gekregen om een impuls te geven aan het voorzieningenniveau. Ook voor de komende periode is een aanvraag bij het Rijk ingediend om met een financiële bijdrage het voorzieningenniveau verder te verbeteren. Ondanks deze extra middelen geeft de gemeente aan dat Eindhoven – zeker in het licht van de groeiopgave van de stad – ondergefinancierd is. Naast aandacht voor (sport)voorzieningen is er ook aandacht voor het aanbod op deze voorzieningen.

Om sportverenigingen financieel te steunen in de energiecrisis heeft de gemeenteraad bijvoorbeeld besloten om 225.000 euro toe te voegen aan het budget energiecompensatie sportverenigingen. Deze investeringen leiden tot de vraag in hoeverre de financiële impulsen bijdragen aan de doelstellingen en ambities van het sport- en beweegbeleid. Met een onderzoek kan de rekenkamer de gemeenteraad inzicht bieden in het antwoord op deze vraag.

Aan de hand van de resultaten van dit onderzoek is de rekenkamer in staat de gemeenteraad inzicht te geven in: 1.

de stand van zaken van het sportbeleid;

2.

het sportvoorzieningenniveau van de stad;

3.

de stand van zaken van het uitvoeringsprogramma (in het licht van opgaven voor de groeiende stad en richtingen van verbetering aan te wijzen).

Om de doelstellingen van het onderzoek te bereiken is de volgende hoofdvraag opgesteld, met daaronder een viertal deelvragen:

Hoe doelmatig en doeltreffend is het ‘heel Eindhoven beweegt’ sportbeleid en de uitvoering van het sportbeleid in de periode 2018-2022?

Deelvragen: 1.

Welke beleidsdoelen heeft de gemeente Eindhoven geformuleerd voor het sportbeleid in de periode 2018-2022?

2.

Wat zijn de resultaten, effecten en kosten geweest van het Eindhovense sportbeleid in de periode 2018-2022?

3.

Hoe verhoudt het Eindhovens sportvoorzieningenniveau zich tot dat van vergelijkbare gemeenten en tot de huidige en toekomstige behoefte?

4.

Hoe verhoudt het Eindhovens sportbeleid zich tot ontwikkelingen in het landelijke sportbeleid en wat voor toekomstige vraagstukken zijn te identificeren?

Om de onderzoeksvragen te beantwoorden hebben we diverse onderzoeksmethoden toegepast. We hebben een documentanalyse uitgevoerd waarmee we de doelstellingen, kosten en resultaten van het beleid in beeld hebben gebracht. Daarnaast hebben we negen interviews afgenomen met actoren in en rondom het Eindhovens sportbeleid en een focusgroep met diverse sportaanbieders. Ten slotte hebben we data geanalyseerd over onder meer sportaccommodaties, sportdeelname en beweegvriendelijkheid van de omgeving. Om de diverse aspecten van het sportbeleid te beoordelen hebben we het volgende normenkader gehanteerd (tabel 1.1).

Tabel 1.1 Normenkader Norm

Subnorm

Doeltreffendheid Doelrealisatie

Doelmatigheid

Uitnodigend bestuur

Toekomstbestendigheid

Operationalisatie Zijn de beleidsdoelen die het college in de periode 2018-2022 in ontwerp heeft vastgelegd en door middel van besluitvorming zijn vastgelegd door de gemeenteraad gerealiseerd?

Beleidsdoorvertaling

Zijn de beleidsdoelen die het college in de periode 2018-2022 in ontwerp heeft vastgesteld en door middel van besluitvorming zijn vastgelegd door de gemeenteraad, adequaat doorvertaald naar het meerjarenbeleid van de ambtelijke organisatie?

Sturing en beoordeling

Beoordelen het college en de raad, de periodiek verkregen (verantwoording)informatie, zoals het jaarverslag, adequaat en verbindt zij hier logische consequenties aan?

Zorgvuldigheid

Zijn de beleidsdoelen die het college sinds 2018 in ontwerp heeft vastgesteld en door middel van besluitvorming zijn vastgelegd door de gemeenteraad, uitgevoerd binnen het daarvoor gereserveerde budget?

Budgettaire planning

Bestaat er een duidelijk meerjarenonderhouds- en investeringsplan voor de sportvoorzieningen in Eindhoven? En houdt men zich hieraan?

Ad-hoc beleidsinvesteringen

Zijn de (noodzakelijke) ad-hoc investeringen in de periode 20182022 beperkt gebleven tot een minimum?

Stakeholderparticipatie Heeft de gemeente in de periode 2018-2022 op een adequate wijze geluisterd naar de wensen en verwachting van Eindhovense sportaanbieders en andere sportstakeholders ten aanzien van het sportaccommodatiebeleid, en hen op een structurele basis betrokken bij de ontwikkeling en evaluatie van beleid? Maatschappelijke terugkoppeling

Heeft de gemeente in de periode 2018-2022 op een adequate wijze een terugkoppeling gegeven van wat zij met de input van sportaanbieders en andere sportstakeholders uit participatieprocessen heeft gedaan?

Beleidsrelevantie en -actualisatie

Sluiten de huidige beleidsnota’s en initiatieven rondom het sportbeleid aan bij principes die volgen uit het Gezond en Actief Leven Akkoord, het Nationale Sportakkoord II en de transitie van de Omgevingswet?

Toekomstige behoefte sportvoorzieningen

Zijn er voldoende sportvoorzieningen in Eindhoven om aan de (toekomstige) sportbehoefte van de Eindhovense bevolking te voldoen?

Leeswijzer In het hoofdstuk 2 volgen de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek vertrekkend vanuit het normenkader. In hoofdstuk 3 geven we inzicht in het sport- en beweegbeleid in gemeente Eindhoven en de politieke sturing hierop en de beoordeling hiervan. In hoofdstuk 4 staan de resultaten, effecten en kosten van het beleid centraal. Het voorzieningenniveau van de sport met aandacht voor de huidige en toekomstige behoefte krijgt aandacht in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 bespreken we de aansluiting op het landelijke beleid en gaan we in op de toekomstige vraagstukken voor het Eindhovense sportbeleid.

Hoofdstuk 2

In dit hoofdstuk geven we op basis van het normenkader in concluderende zin antwoord op onze onderzoeksvraag: Hoe doelmatig en doeltreffend is het sportbeleid ‘heel Eindhoven beweegt’ en de uitvoering van het sportbeleid in de periode 2018-2022? We sluiten het hoofdstuk af met aanbevelingen.

Doelrealisatie Zijn de beleidsdoelen die het college in de periode 2018-2022 in ontwerp heeft vastgelegd en door middel van besluitvorming zijn vastgelegd door de gemeenteraad gerealiseerd? Van een deel van de vastgestelde doelen kunnen we moeilijk vaststellen of deze zijn gerealiseerd, omdat deze doelen minder goed meetbaar zijn of omdat er door wisselingen in indicatoren geen goed zicht is op de voortgang. Op het gebied van sportdeelname en verenigingen stellen we positieve ontwikkelingen vast conform de beleidsdoelen. De doelen ten aanzien van tevredenheid van inwoners over sportaanbod, sportaccommodaties en sportvoorzieningen in de openbare ruimte zijn niet gerealiseerd. Beleidsdoorvertaling Zijn de beleidsdoelen die het college in de periode 2018-2022 in ontwerp heeft vastgesteld en door middel van besluitvorming zijn vastgelegd door de gemeenteraad, adequaat doorvertaald naar het meerjarenbeleid van de ambtelijke organisatie? De eerste twee jaar van de collegeperiode 2018-2022 is vooral gebruik gemaakt van de beleidsdoelen uit de sport- en beweegvisie ‘Bewegen door verbinden’ (20162020). Aan het eind van deze periode is deze visie en de voortgang daarop geëvalueerd. De suggesties die uit de evaluatie naar voren kwamen zijn goed verwerkt in de sport- en beweegvisie ‘Heel Eindhoven beweegt’ (2021-2025).

Inhoudelijk liggen deze visies in elkaars verlengde, wat tot continuïteit in het gemeentelijk sportbeleid heeft geleid. Sturing en beoordeling Beoordelen het college en de raad, de periodiek verkregen (verantwoording)informatie, zoals het jaarverslag, adequaat en verbindt zij hier logische consequenties aan? In de collegeperiode 2018-2022 is jaarlijks een wisselende set aan effectindicatoren gepresenteerd in de jaarrekeningen. Dit heeft niet tot vragen of opmerkingen vanuit de raad geleid. De raad stuurde ondertussen vooral op de signalen die het ontving vanuit de sportsector. Daardoor werd wel goed gestuurd op het oplossen van (incidentele) problemen in de sportsector, maar is de sturing op het gemeentelijk sportbeleid op de lange termijn beperkter geweest dan mogelijk was.

Conclusie De doeltreffendheid is op onderdelen lastig vast te stellen als gevolg van wisselende indicatoren en deels niet concrete doelen. De doelen zijn in de recente beleidsvisie wel concreter dan in de voorganger. Ten aanzien van sportdeelname en tevredenheid van sportverenigingen is een positieve ontwikkeling te zien in doelrealisatie. De doelen over stijgende tevredenheid bij inwoners over sportaanbod en sportvoorzieningen zijn niet gerealiseerd. Er is hier in beperkte mate sprake geweest van sturing door de raad.

Zorgvuldigheid Zijn de beleidsdoelen die het college sinds 2018 in ontwerp heeft vastgesteld en door middel van besluitvorming zijn vastgelegd door de gemeenteraad, uitgevoerd binnen het daarvoor gereserveerde budget? Als het gevolg van besluitvorming zijn er fluctuaties in uitgaven en budgetoverschrijdingen geweest. De gemeente heeft bijvoorbeeld extra middelen ingezet om de sportsector te ondersteunen in de coronatijd. Hierbij is wel zorgvuldigheid betracht. En er was sprake van intensieve afstemming met de raad als gevolg van de afspraak uit de voorgaande collegeperiode om de raad via kwartaal- en halfjaarrapportages op de hoogte te houden van ontwikkelingen in het sportbeleid. Vanuit zorgvuldigheid is het wel wenselijk dat het inzicht in de gemeentelijke organisatie over waar uitgaven worden geboekt toeneemt. Uit het onderzoek bleek dat het onduidelijk was in welke mate uitgaven voor buurtsportcoaches geboekt worden op sport en in welke mate op het sociaal domein. Budgettaire planning Bestaat er een duidelijk meerjarenonderhouds- en investeringsplan voor de sportvoorzieningen in Eindhoven? En houdt men zich hieraan? Recent is het MJOP van de gemeente Eindhoven geactualiseerd. Hierin staan de kwaliteitsniveaus, financiële planning en verdeling van verantwoordlijkheden duidelijk beschreven. De raad heeft deze plannen begin 2023 vastgesteld.

Dit is belangrijk voor de gemeente, omdat zij relatief veel sportaccommodaties in eigen beheer heeft. Mede hierdoor is een groot deel van de sportuitgaven van de gemeente gerelateerd aan sportaccommodaties. Dit sluit overigens in mindere mate aan bij de verdeling van aandacht in de beleidsvisie tussen enerzijds sportaccommodaties en anderzijds sportbeleid en -activering. De extra ruimtebehoefte voor sport als gevolg van de schaalsprong is niet meegenomen in het MJOP, waardoor daar naast een ruimtelijke ook een financiële uitdaging ligt. Daar staat tegenover dat het, als de gemeente de uitgaven aan sport op 64 euro per inwoner weet te houden, door een stijging van het aantal inwoners een paar miljoen aanvullende budgettaire ruimte biedt voor de aanleg van sportvoorzieningen.

Ad-hoc-beleidsinvesteringen Zijn de (noodzakelijke) ad-hoc investeringen in de periode 2018-2022 beperkt gebleven tot een minimum? Als gevolg van corona zijn de ad-hoc-investeringen groter geweest dan in andere jaren. De wijze waarop de gemeente dit heeft opgepakt en in afstemming met de gemeenteraad de sportsector overeind heeft gehouden werd echter bijzonder gewaardeerd. De uitzonderlijke omstandigheden in de afgelopen periode vroegen om ad-hoc-beleidsaanpassingen en deels ook beleidsinvesteringen. Hier is de gemeente voortvarend maar met zorgvuldigheid in opgetreden en dat is te prijzen. Conclusie De doelmatigheid van het beleid is goed te noemen. Er is zorgvuldigheid betracht en mede als gevolg van kwartaal- en halfjaarrapportages een intensieve afstemming met de raad. Verder bestaat er een recent geactualiseerde meerjarenonderhoudsplanning voor de sportaccommodaties met duidelijke kwaliteitsniveaus, beheerplannen en hieraan gekoppelde financiële planning. Wel stellen we vast dat een relatief groot aandeel van de sportuitgaven gekoppeld zijn aan de kostenpost sportaccommodaties, waar de meeste doelen in het beleid gerelateerd zijn aan de kostenpost sportbeleid en activering. De uitvoering van het beleid is grotendeels gedaan binnen budgettaire kaders en afspraken.

Waar afwijkingen worden geconstateerd is dit het gevolg van aanvullende besluitvorming en afstemming met de raad. De wijze waarop de gemeente in afstemming met de gemeenteraad de sportsector in coronatijd overeind heeft gehouden met ad-hoc-beleidsinvesteringen (coronasteun) is bewonderenswaardig.

Stakeholderparticipatie Heeft de gemeente in de periode 2018-2022 op een adequate wijze geluisterd naar de wensen en verwachting van Eindhovense sportaanbieders en andere sportstakeholders ten aanzien van het sportaccommodatiebeleid, en hen op een structurele basis betrokken bij de ontwikkeling en evaluatie van beleid? De gemeente werkt veel samen met stakeholders uit de sport- en beweegsector, en dit leidt over het algemeen tot tevredenheid. Met beleidsacties is ingespeeld op de wensen van het veld, zoals een duidelijk aanspreekpunt en ondersteuning om de coronatijd goed door te komen. Daarnaast is de Eindhovense sport- en beweegsector (inclusief de gemeente) samen tot een lokaal sportakkoord gekomen. Maatschappelijke terugkoppeling Heeft de gemeente in de periode 2018-2022 op een adequate wijze een terugkoppeling gegeven van wat zij met de input van sportaanbieders en andere sportstakeholders uit participatieprocessen heeft gedaan? Door de goede contacten tussen de gemeente en de Eindhovense sportsector is de gemeente in staat om gemakkelijk input voor beleid op te halen en hierover

terugkoppeling te geven. Het lokale sportakkoord is een tastbare uitkomst van een participatieproces waarin de input van de Eindhovense sportsector duidelijk is terug te zien. Daarnaast haalt de gemeente input op en geeft ze terugkoppeling daarover in de regelmatige overleggen met de Eindhovense Sportraad. Conclusie In het veld is tevredenheid over de samenwerking met de gemeente, die met de beleidsacties heeft ingespeeld op de wensen uit het veld. De verschillende stakeholders hebben een rol gespeeld bij de totstandkoming en uitvoering van beleidsacties rondom coronasteun en het lokale sportakkoord. Daarnaast is het overleg met de Eindhovense Sportraad belangrijk in het participatieproces. Hiermee is op een adequate wijze invulling gegeven aan uitnodigend bestuur.

Beleidsrelevantie en –actualisatie Sluiten de huidige beleidsnota’s en initiatieven rondom het sportbeleid aan bij principes die volgen uit het Gezond en Actief Leven Akkoord, het Nationale Sportakkoord II en de transitie van de Omgevingswet? De gemeente speelt goed in op landelijke ontwikkelingen in het sportbeleid, onder meer doordat de beleidsafdeling sport vanuit de G5 betrokken is bij die ontwikkelingen. Om goed aangesloten te blijven bij de ontwikkelingen in andere domeinen waar de sport betekenisvol kan zijn is voldoende strategische ambtelijke capaciteit nodig. De sportafdeling moet daar aan tafel zitten en meepraten om sport op de agenda te houden. De integraliteit van beleid vraagt om een vertegenwoordiging van sport bij andere overlegtafels en ambtelijke capaciteit om daar invulling aan te geven. Die ambtelijke capaciteit is nu relatief beperkt. Verder constateren we dat in Eindhoven nog relatief veel budget en inzet van personeel in accommodaties zit, terwijl de landelijke ontwikkelingen in het sportbeleid vooral over de ‘zachtere kant’ van het sportbeleid gaan. De verwachting is dat de uitgaven aan sportaccommodaties door de schaalsprong en bijbehorende ruimtebehoefte voor sport verder gaan toenemen.

Voor verdere actualisatie van het beleid kan daarom nog explicieter worden gemaakt hoe accommodatie-uitgaven betekenisvol zijn voor de doelen uit het Gezond en Actief Leven Akkoord, het Nationaal Sportakkoord II en andere beleidsnota’s. Bijvoorbeeld door een koppeling met toegankelijkheid en doelgroepenbeleid of door een verbinding te leggen met een gezonde sportkantine. Toekomstige behoefte sportvoorzieningen Zijn er voldoende sportvoorzieningen in Eindhoven om aan de (toekomstige) sportbehoefte van de Eindhovense bevolking te voldoen? De gemeente staat voor een flinke uitdaging om voldoende sportvoorzieningen voor de Eindhovense bevolking te bieden. Momenteel is de druk op sportaccommodaties bij sommige sporten al groot en geven verenigingen aan te werken met wachtlijsten. Door de schaalsprong neemt de ruimtebehoefte voor

sport toe. Er zijn extra formele sportaccommodaties en extra sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte nodig om in deze toekomstige behoefte te voorzien. Door de druk op de ruimte wordt ook vanuit andere beleidsterreinen een claim op ruimte gedaan. Hier ligt de komende jaren een uitdaging om de benodigde ruimte voor sport te claimen. Conclusie De sport- en beweegvisie heeft een goede aansluiting op de kaders van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het Nationaal Sportakkoord II en de transitie van de Omgevingswet en is daarmee toekomstbestendig. Wel kan explicieter worden gemaakt hoe de uitgaven aan sportaccommodaties bijdragen aan deze bredere doelen uit GALA, Nationaal Sportakkoord II en andere beleidsthema’s. Deze uitgaven gaan vermoedelijk de komende jaren toenemen om te kunnen voldoen aan de toekomstige behoefte aan sportvoorzieningen. Er is nu bij diverse sporttakken een tekort zichtbaar en sprake van wachtlijsten. Verder zal de schaalsprong vragen om meer ruimte voor sport; zowel formele accommodaties als sport- en beweegmogelijkheden in de openbare ruimte. In de strijd om de ruimte is het de vraag hoe sterk sport staat in het politieke speelveld en in welke mate de ruimteclaim vanuit sport wordt ingewilligd.

Aanbevelingen Een relatief groot deel van de middelen en personeel wordt ingezet op accommodaties, terwijl een relatief klein deel van de uitgaven geboekt zijn op sportbeleid en activering. Om deze verdeling beter aan te laten sluiten op beleid is het aan te bevelen om het accommodatiebeleid explicieter te verbinden met andere doelstellingen uit de sport- en beweegvisie. Daarnaast kan een beter inzicht in de kosten behulpzaam zijn, zodat duidelijk is welke uitgaven waar geboekt worden. Meer lijn in de monitoring en concretere doelen maken het mogelijk om beter dan nu inzichtelijk te maken wat de betekenis van beleid is. Door heldere keuzes te maken en vast te houden aan gehanteerde effectindicatoren om de voortgang op de doelstellingen van het gemeentelijk sportbeleid te meten, kan zowel de raad als het college van B&W de voortgang van het sportbeleid beter beoordelen en zo nodig hierop bijsturen. Er zijn diverse knelpunten opgetekend op basis van de behoefte aan sportaccommodaties nu en in de toekomst waar we aandacht voor vragen. Daarnaast is een toename te verwachten van het gebruik van de openbare ruimte voor sport en bewegen. De gemeente doet er goed aan ook aandacht te houden voor de groeiende behoefte aan sport- en beweegmogelijkheden in of op parken, trapveldjes en andere sportplekken en routestructuren in de openbare ruimte (o.a. openbare fitnesstoestellen).

Hierbinnen past ook de aandacht voor urban sports. Het is aan te bevelen om sport strategisch goed te positioneren in het bestuurlijke gevecht om ruimte. Hier kan ook de raad een rol in spelen. Daarnaast kan het helpen wanneer het huisvestingsplan Sport een meer integraal huisvestingsplan wordt voor het maatschappelijk vastgoed. Door de

schaalsprong neemt de druk op de ruimte toe en zullen meer partijen aanspraak willen maken op de schaarse ruimte. De samenwerking met het sociaal domein kan worden verbeterd wanneer hier ook op gestuurd wordt vanuit het college en de raad. Mogelijk kan sport als middel in de subsidieverordeningen richting uitvoeringspartijen in het sociaal domein worden opgenomen. Daarnaast is het van belang dat er genoeg capaciteit is in de beleidsafdeling sport van de gemeente, zodat het ook actief de verbinding kan zoeken met aanpalende beleidsterreinen. In de huidige tijd is een strategische discussie nodig met een duidelijk stip op de horizon als uitkomst en sturing van de raad op het koers houden richting die stip. Nu wordt veelal geacteerd op incidenten die vanuit partijen uit het sportlandschap bij de raad onder de aandacht worden gebracht. Om een strategische discussie mogelijk te maken moet een beter en consistenter inzicht zijn in de resultaten van beleid. Dit vraagt om het beschikbaar maken van betere sturingsinformatie voor de raad.

Hoofdstuk 3

In dit hoofdstuk beschrijven we de twee sport- en beweegvisies die centraal hebben gestaan in het sportbeleid in de collegeperiode 2018-2022. Daarbij gaan we in op de doelstellingen en de verschillen tussen de twee sport- en beweegvisies. Tenslotte geven we aan hoe de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders het sportbeleid hebben gestuurd en beoordeeld. De collegeperiode 2018-2022 werd voorafgegaan door een turbulente collegeperiode voor het Eindhovens sportbeleid. In de periode 2014-2018 moest de gemeente Eindhoven bezuinigen op sport, en in 2016 trad wethouder Van Kaathoven af als het gevolg van onvrede in de raad over de sluitingsplannen van zwembad de Tongelreep en het ijssportcentrum. Sindsdien werd de raad op de hoogte gehouden van ontwikkelingen in het gemeentelijk sportbeleid via kwartaalrapportages en later halfjaarrapportages. De gemeente hanteerde in de periode 2018-2022 de sport- en beweegvisies als kader van het sportbeleid, waarbij het uitvoeringsprogramma de basis vormt.

In de sport- en beweegvisie ‘Bewegen door verbinden’ (2016-2020) worden negen looplijnen gepresenteerd: 1.

Vitale en maatschappelijk betrokken organisaties

2.

Bewegen in openbare ruimte stimuleren

3.

Urban sporten ruimte bieden om verder te ontwikkelen

4.

Multifunctioneel gebruik stimuleren

5.

Evenementen en topsport voor inspiratie en profilering van de stad

6.

Innovatie inzetten voor alle sporters

7.

Versterken van verbindingen tussen topsport, breedtesport en sociaal domein

8.

Sport- en beweegstimulering gericht inzetten

9.

Duurzaamheid als thema voor sport(verenigingen)

In het Uitvoeringsprogramma (UP) van ‘Bewegen door verbinden’ staan per looplijn gewenste resultaten benoemd, wanneer deze moeten zijn behaald en wat voor acties daarvoor worden uitgevoerd. Voor elke looplijn staat aangegeven hoe deze gemonitord wordt. De meetbaarheid van de gewenste resultaten loopt echter behoorlijk uiteen, en de meerderheid van de gewenste resultaten lijkt moeilijk meetbaar. Een voorbeeld hiervan is de doelstelling ‘In 2020 heeft de samenwerking met en tussen topsportclubs in Eindhoven geleid tot het bereiken van meer maatschappelijke spin off.’ Deze doelstelling lijkt moeilijk meetbaar en hier staat dan ook geen passende monitoring voor genoemd.

Een voorbeeld van een goed te meten doelstelling is te vinden binnen de looplijn ‘Sport- en beweegstimulering gericht inzetten’ met het gewenst resultaat ‘In 2020 is de beweegdeelname van inwoners in Eindhoven gestegen.’ De voortgang op deze doelstelling wordt in 2017 en 2020 gemeten door middel van onderzoeken naar sport- en beweegdeelname. Daarmee kan goed worden vastgesteld of het gewenste resultaat is behaald. Het merendeel van de gewenste resultaten uit het UP 20172020 is echter niet zo goed meetbaar, waardoor inzicht in de realisatie van doelstellingen van het Eindhovens sportbeleid in die periode beperkt is.

In de evaluatie van het uitvoeringsprogramma 2016-2020 wordt geconstateerd dat het uitvoeringsprogramma weinig SMART geformuleerde doelstellingen bevatte en dat er meer behoefte is aan duidelijkheid over waar de gemeente echt voor gaat door explicietere keuzes te maken en ambities scherper te formuleren. De gemeente geeft aan dat de conclusies uit de evaluatie een plek hebben gekregen in de nieuwe sport- en beweegvisie. De nieuwe sport- en beweegvisie ‘Heel Eindhoven beweegt’ (2021-2025) bestaat uit vijf ambities: 1.

Bewegen en sporten zorgen ervoor dat steeds meer van onze inwoners zich fit voelen en gezond zijn; voor iedereen is er een leuk, passend en toegankelijk sport- en beweegaanbod.

2.

Vitale sportverenigingen versterken, samen met andere sport- en beweegaanbieders, de sociale cohesie in onze stad, wijken en buurten.

3.

Eindhovenaren zijn van jongs af aan vaardig in bewegen.

4.

Onze groeiende stad biedt voor iedereen ruimte om te bewegen en sporten.

5.

Topsport en sportevenementen inspireren en laten het TDK-profiel zien van onze stad.

Per ambitie worden een aantal doelstellingen benoemd. De doelstellingen uit deze sport- en beweegvisie en de doelstellingen van het Lokaal Sportakkoord Eindhoven sluiten goed op elkaar aan. Enkele van de doelstellingen uit ‘Heel Eindhoven beweegt’ zijn duidelijk meetbaar gemaakt. Er is ogenschijnlijk geleerd van het aandachtspunt uit de evaluatie van de vorige sport- en beweegvisie. Een deel van de doelstellingen is nog wel moeilijk meetbaar. Bij de presentatie van ‘Heel Eindhoven beweegt’ vroeg de ESR dan ook aandacht in de uitvoering voor een verdere concretisering van doelen, zowel in tijd als in resultaat. Over het huidige uitvoeringsprogramma stelt de ESR daarom dat je nergens op tegen kan zijn, omdat er geen expliciete keuzes gemaakt worden. Als voorbeeld geven ze het ontbreken van duidelijkheid over hoe wordt omgegaan met een vereniging die volgens de definitie vitaal (plus) is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13317455/1