Raadsvoorstel Zienswijzen wijzigingsvoorstellen gemeenschappelijke regelingen
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 23bst01319 Dossiernummer 23.41.751 B&W beslisdatum 10 oktober 2023
Raadsvoorstel Zienswijze wijzigingsvoorstellen gemeenschappelijke regelingen MRE, GGD BZO, ODZOB, VRBZO en GRWRE Inleiding Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) gewijzigd. Het doel van deze wijziging is versterking van de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol en de inhoudelijke betrokkenheid van gemeenteraden. De wijzigingen moeten voor 1 juli 2024 in alle gemeenschappelijke regelingen zijn geïmplementeerd. Concreet en in hoofdzaak houden de wijzigingen in de Wgr in dat in de gemeenschappelijke regeling bepalingen moeten worden opgenomen over: besluiten waarover (aanvullend op de wettelijke verplichting) zienswijze kan worden ingediend door gemeenteraden; de wijze van invulling actieve informatieplicht bestuur richting raden; of en zo ja hoe participatie (betrokkenheid/inspraak) bij besluiten van de gemeenschappelijke regeling voor burgers en belanghebbenden wordt vormgegeven; evaluatie van de regeling; de wijze waarop uittreding zal worden vormgegeven. Ook dienen de termijnen voor begroting en jaarrekening te worden aangepast.
In de gewijzigde Wgr krijgen gemeenteraden ook de mogelijkheid om een gemeenschappelijke adviescommissie in de stellen die: - het algemeen bestuur van advies kan voorzien; - de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden of; - de raden van advies kan voorzien. Op deze manier kunnen raden eerder en nauwer betrokken worden bij voorgenomen besluiten door het bestuur van de regeling. Alle raden van de deelnemende gemeenten dienen in te stemmen met de instelling van een gemeenschappelijke adviescommissie.
Inboeknummer 23bst01319
Verder wordt het mogelijk om samen met de andere gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, op voorstel van een van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, een gezamenlijke onderzoekscommissie in te stellen die onderzoek uit kan voeren naar het gevoerde bestuur van een openbaar lichaam (bedrijfsvoeringsorganisatie of gemeenschappelijk orgaan). De wetswijziging heeft tot gevolg dat de gemeenschappelijke regelingen aangepast moeten worden. Hiertoe hebben de Algemeen Besturen (AB’s) van de gemeenschappelijke regelingen Metropool Regio Eindhoven (MRE), GGD BrabantZuidoost (GGD BZO), Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB), Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) en Werkvoorzieningschap Regio Eindhoven (GRWRE/Ergon) wijzigingsvoorstellen, waarin de wetswijziging is verwerkt, voorgelegd aan de colleges en raden van de aan gemeenschappelijke regelingen deelnemende gemeenten. Voor de gemeenschappelijke regelingen MRE, GGD BZO, ODZOB, VRBZO (hierna 4GR) geldt dat dezelfde 21 gemeenten in de regio Zuidoost Brabant hieraan deelnemen. Deze 4GR hebben op het gebied van planning en control reeds een samenwerking. Bij de start van het proces van de wijziging van de GR’en hebben zij afspraken gemaakt over algemeen te hanteren uitgangspunten en is de planning op elkaar afgestemd.
Voor die uniformiteit hebben de AB’s van de 4GR een aantal uitgangspunten benoemd en vastgelegd in een afstemmingskader (bijlage 11). Er is geen afstemming geweest tussen de 4GR en de GRWRE (regeling met vijf deelnemende gemeenten). Dit is ook niet gebruikelijk. Echter omdat de zienswijzeprocedure voor de GRWRE nagenoeg gelijk loopt, maakt deze eveneens onderdeel uit van dit raadsvoorstel. Het college vraagt in dit voorstel aan de raad om een zienswijze naar voren te brengen op deze wijzigingsvoorstellen, zodat deze betrokken kunnen worden bij het opstellen van de definitieve voorstellen tot wijziging van de regelingen. Vaststelling van de definitieve regelingen door de 21 colleges, na toestemming van de 21 raden, is voorzien in de eerste helft van 2024. ¢ Wettelijke taak Wet gemeenschappelijke regeling £ Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college £ Onvermijdelijk Doelstelling Het leveren van zienswijzen op de wijzigingsvoorstellen van de gemeenschappelijke regelingen MRE, GGD BZO, ODZOB, VRBZO en GRWRE/Ergon. Voorstel 1. Kennisnemen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling MRE 2024 en toelichting daarop (bijlagen 6.1 t/m 6.4) en instemmen met de concept reactiebrief op de ontwerp gemeenschappelijke regeling MRE 2024 (bijlage 1);
2
Inboeknummer 23bst01319
2. Kennisnemen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling GGD BZO en toelichting daarop (bijlagen 7.1 t/m 7.3) en instemmen met de concept zienswijzebrief op de ontwerp gemeenschappelijke regeling GGD BZO (bijlage 2); 3. Kennisnemen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling ODZOB en toelichting daarop (bijlagen 8.1 t/m 8.3) en instemmen met de concept zienswijzebrief op de ontwerp gemeenschappelijke regeling ODZOB (bijlage 3); 4. Kennisnemen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling VRBZO 2024 en toelichting daarop (bijlagen 9.1 t/m 9.3) en instemmen met de concept zienswijzebrief op de ontwerp gemeenschappelijke regeling VRBZO 2024 (bijlage 4); 5. Kennisnemen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling GRWRE/Ergon en toelichting daarop (bijlagen 10.1 t/m 10.3) en instemmen met de concept zienswijzebrief op de ontwerp gemeenschappelijke regeling GRWRE/Ergon (bijlage 5).
Argumenten 1.1 – 5.1
Er wordt op vergelijkbare wijze invulling gegeven aan de actieve informatieplicht en – aanvullend op de wettelijk verplichte besluiten – de mogelijk te bieden voor raden om zienswijzen op besluiten te geven. Bij de MRE ligt deze bevoegdheid bij het DB (voorafgaand aan besluitvorming door het AB en indien er geen sprake is van participatie door inwoners/belanghebbenden; zie ook volgende argument). Bij de andere GR’en ligt het bij het AB om onderwerpen als ‘majeur’ te duiden en een zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten te vragen. De termijnen hiervoor (drie maanden c.q. 12 weken) zijn identiek in de verschillende regelingen. 1.2 -5.2
Er wordt op verschillende wijze invulling gegeven aan de uit de wet voorvloeiende verplichting om in de gemeenschappelijke regeling vast te leggen of, en zo ja op welke wijze, burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. GRWRE en ODZOB hebben expliciet opgenomen dat zij die mogelijkheid niet bieden. Bij VRBZO en GGD wordt het aan het Algemeen Bestuur gelaten of en voor welke besluiten zij burgers willen betrekken. Bij de MRE ligt het initiatief hiervoor bij het DB en indien deelnemers bezwaren hiertegen hebben, wordt het aan het AB voorgelegd. 1.3 -5.3
De GR’en voldoen niet aan de door de Archiefwet en/of provincie gestelde voorwaarden Voor alle GR’en geldt dat de artikelen over archiefbescheiden, in zowel de vigerende als de nu voorliggende Gemeenschappelijke Regelingen, niet voldoen aan de Archiefwet en/of door de provincie gestelde voorwaarden. Voorgesteld wordt om dit mee te nemen in de (technische) aanpassing van de GR’en en in de reactie/ zienswijzebrieven het verzoek op te nemen om hiervoor aan te sluiten bij de bepalingen zoals genoemd in de
3
Inboeknummer 23bst01319
handreiking inrichting informatie en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden, opgesteld door de werkgroep van het LOPAI, de Koninklijke Vereniging Archiefsector Nederland (KVAN) en het Kennisnetwerk Informatie en Archief (KIA). Een totaaloverzicht van wat er per GR dient te worden aangepast vindt u in bijlage 12. Samengevat wordt u voorgesteld om in de reactie/ zienswijzebrieven het volgende verzoek op te nemen: MRE: - Het woord ‘zorg’ te verwijderen in de artikelen die gaan over het overdragen van ‘de zorg voor en het beheer van archiefbescheiden’ van gemeenten aan de MRE (Bijlage 6.2 en 6.3, artikel 4 lid 3 onder b, artikel 5 lid 3 onder a, artikel 17 lid 1 onder j en artikel 43 lid 1) - Artikelen opnemen over verantwoording en terbeschikkingstelling GGD: - Een artikel opnemen over verantwoording - Het artikel over terbeschikkingstelling aanpassen (Bijlage 7.2 en 7.3, artikel 44) ODZOB: - Artikelen opnemen over verantwoording en opheffing (Bijlage 8.2 en 8.3, artikel 8.4 en 9.4) VRBZO: - Arikelen opnemen over archiefbeheer, verantwoording en terbeschikkingstelling. - De artikelen over de archiefbewaarplaats en toezicht concreter maken.
(Bijlage 9.2 en 9.3, artikel 34 lid 5 t/m 7) - Een artikel opnemen over archiefbeheer en – zorg na opheffing (Bijlage 9.2 en 9.3, artikel 36) GRWRE/Ergon - Artikelen opnemen over archiefbeheer, de archiefbewaarplaats, toezicht, verantwoording en terbeschikkingstelling. - Het artikel over opheffing concreter maken met het toewijzen van archiefbeheer- en zorg na opheffing (Bijlage 10.2 en 10.3, artikel 27 lid 3) 1.4 – 5.4
De uittredingsregeling is op verschillende manieren uitgewerkt en verdient nader onderzoek naar haalbaarheid en harmonisatie tussen de 4 grote GR’en De GR dient bepalingen te hebben omtrent de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding. Dit was al het geval voor GR’en die voor onbepaalde tijd zijn getroffen, maar deze verplichting geldt door de wetswijziging ook voor GR’en van bepaalde tijd. Daarnaast schrijft de wet voor waarover afspraken gemaakt moeten worden. Volgens de wetgever laat de praktijk zien dat veel problemen worden ervaren ten gevolge van de uittreding omdat in de GR vaak wordt volstaan met de afspraak dat in geval van uittreding het (algemeen) bestuur de uittreedvoorwaarden
4
Inboeknummer 23bst01319
vaststelt. De nieuwe wetgeving is om die reden aangescherpt. In de GR’en moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeente(n), waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. In de voorgestelde wijzigingen van de GR’en is hier uitvoering aan gegeven, maar niet op een eenduidige manier. De voorwaarden waaronder uitgetreden kan worden verschilt namelijk per GR. Onduidelijk is of die voorstellen financieel haalbaar en uitvoerbaar zijn voor gemeenten en of er geen nadere harmonisatie van de voorwaarden op dit onderdeel tussen de GR’en kan plaatsvinden. U wordt voorgesteld om in de zienswijze op de ontwerpregelingen MRE, GGD, ODZOB en VRBZO hiertoe een oproep te doen, naar voorbeeld van de wijze waarop de kaders voor P&C instrumenten en reservevorming voor deze 4GR’en eenduidig zijn vastgesteld. De voor de GRWRE/Ergon voorgestelde uittredingsregeling verschilt ook van de andere voorgestelde regelingen. In artikel 36 is uitgewerkt welke processtappen worden doorlopen bij het uittreden van één van de deelnemende gemeenten. De regeling is niet inhoudelijk uitgewerkt. Indien een gemeente besluit om uit te treden, zal een uittredingsplan worden opgesteld, waarbij een externe deskundige wordt ingeschakeld.
De zienswijzen van de raden op de uittreding worden verwerkt bij het opstellen van het uittredingsplan. Om die reden, en omdat de GRWRE/Ergon een regeling is van 5 gemeenten (en niet van de 21) wordt u voorgesteld om in deze zienswijze hier geen opmerking over op te nemen. 1.5 Reactie van de raad op het wijzigingsvoorstel GR MRE is gewenst De GR MRE is een regeling van colleges en gemeenteraden, waarop, wettelijk gezien, de zienswijze-procedure niet van toepassing is. De reden hiervan is dat de betrokkenheid van de raden bij de totstandkoming van de regeling voldoende gewaarborgd is. Het Algemeen Bestuur MRE heeft toch besloten vooruitlopend op de vaststelling van de gewijzigde regeling door de raden en colleges in 2024 aan te sluiten bij de procedures van de GGD BZO, ODZOB en VRBZO en de raad om een reactie te vragen. 1.6
De voorgestelde wijzigingen voor de MRE geven geen aanleiding tot een zienswijze, m.u.v. het uittredingsartikel In bijlage 6.3 vindt u een totaaloverzicht van de voorgestelde wijzigingen die in de GR zijn aangebracht. Het moment van de verplichte aanpassing van de GR volgend uit de wijzigingen in de Wgr is tevens benut om enkele technische aanpassingen door te voeren. De voorgestelde wijzigingen geven geen aanleiding tot een zienswijze. Uitzondering hierop is het voorgestelde artikel 47 m.b.t. de uittreding (zie argument 1.4 – 5.4). Waar er in de nu vigerende GR regeling enkel procesafspraken stonden ten aanzien van uittreding is er in de nieuwe regeling een procedure afgesproken. 2.5
De voorgestelde wijzigingen voor de GGD BZO geven geen aanleiding tot een zienswijze, m.u.v. het uittredingsartikel
5
Inboeknummer 23bst01319
In bijlage 7.3 vindt u een totaal overzicht van de voorgestelde wijzigingen die in de GR zijn aangebracht. In de nieuwe Wgr is bepaald dat in de GR moet worden geregeld welke voorgenomen besluiten (naast begroting ed.) het bestuur voor een zienswijze aan de raden wil voorleggen. In de voorgestelde wijziging van de GR is een bepaling opgenomen waarin de colleges en raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid worden gesteld om hun zienswijzen kenbaar te maken op het ontwerp van de meerjarige beleidsvisie voordat zij deze visie vaststelt (artikel 25). Deze en ook de andere voorgestelde wijzigingen geven verder geen aanleiding tot een zienswijze. Uitzondering hierop is het voorgestelde artikel 47 m.b.t. de uittreding (zie argument 1.4 – 5.4). Waar er in de nu vigerende GR regeling enkel procesafspraken stonden ten aanzien van uittreding is er in de nieuwe regeling een procedure afgesproken. 3.5
De voorgestelde wijzigingen voor de ODZOB geven geen aanleiding tot een zienswijze, m.u.v. het uittredingsartikel In bijlage 8.3. vindt u een totaaloverzicht van de voorgestelde wijzigingen die in de GR zijn aangebracht. Het moment van de verplichte aanpassing van de GR volgend uit de wijzigingen in de Wgr is benut om ook enkele andere aanpassingen door te voeren. De voorgestelde wijzigingen geven geen aanleiding tot een zienswijze. Uitzondering hierop is het voorgestelde artikel 9.2 m.b.t. de uittreding (zie argument 1.4 – 5.4). Waar er in de nu vigerende GR regeling enkel procesafspraken stonden ten aanzien van uittreding is er in de nieuwe regeling een procedure afgesproken. 3.6
De gehanteerde stemverhouding voor de ODZOB geeft, vanwege ervaren problemen in de praktijk, aanleiding voor een zienswijze. In zowel de vigerende als de nu voorliggende Gemeenschappelijke Regeling ODZOB is dezelfde bepaling opgenomen omtrent de stemverhouding bij besluiten die zien op: a. het vaststellen van de begroting; b. de wijziging van de begroting; en c. het vaststellen van de jaarrekening. Deze bepaling houdt in dat bij deze besluiten een gekwalificeerde meerderheid nodig is, waarbij de meerderheid van stemmen tevens tenminste de helft van de omzet vertegenwoordigt welke de omgevingsdienst in het voorgaande jaar heeft gerealiseerd. In de praktijk neemt de provincie circa 33% van de jaarlijkse omzet van de ODZOB op zich. De bijdrage van Eindhoven, als deelnemer met de hoogste bijdrage na de provincie Noord-Brabant, is jaarlijks circa 7% a 8%. Dit betekent dat het in de praktijk vrijwel onmogelijk is een meerderheid over deze besluiten te krijgen, zonder dat de provincie Noord-Brabant hier mee instemt. Gemeentelijke belangen, die inhoudelijk verschillen van de provinciale belangen, kunnen daarmee zeer lastig overgebracht worden. Uit een inventarisatie in den lande is gebleken dat een dergelijke stemverhouding, buiten de provincie Noord-Brabant, ook niet gebruikelijk is.
Om die reden wordt u voorgesteld om in uw zienswijze het AB van de ODZOB te verzoeken om de stemverhouding in de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling te wijzigen. Er zijn diverse wijzen waarop dat kan. In de concept zienswijzebrief (bijlage 3) zijn twee mogelijke en passende opties als voorbeeld opgenomen.
6
Inboeknummer 23bst01319
4.5
De voorgestelde wijzigingen voor de VRBZO geven geen aanleiding voor een zienswijze, m.u.v. de uittredingsregeling In bijlage 9.3 vindt u een totaal overzicht van de voorgestelde wijzigingen die specifiek in de Gemeenschappelijke Regeling VRBZO 2024 zijn aangebracht. In de nieuwe Wgr is bepaald dat in de GR moet worden geregeld welke voorgenomen besluiten (naast begroting) het bestuur voor een zienswijze aan de gemeenteraden wil voorleggen. Naar aanleiding hiervan zijn in het wijzigingsvoorstel van de GR, op basis van artikel 11, 2 onderwerpen opgenomen waarin de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid worden gesteld om hun zienswijzen kenbaar te maken. Dit betreft de zienswijze op de vaststelling van het beleidsplan (op basis van artikel 14 van de Wet Veiligheidsregio’s) en de zienswijze op de vaststelling van het risicoprofiel (op basis van artikel 15 van de Wet Veiligheidsregio’s). Er wordt u voorgesteld om hier in uw zienswijze akkoord op te geven. De andere voorgestelde wijzigingen geven geen aanleiding voor een zienswijze. Uitzondering hierop is het voorgestelde artikel 35 m.b.t. de uittreding (zie argument 1.4 – 5.4 ). Waar er in de nu vigerende GR regeling enkel procesafspraken stonden ten aanzien van uittreding is er in de nieuwe regeling een procedure afgesproken. 5.5
De voorgestelde wijzigingen voor de GRWRE/Ergon geven geen aanleiding voor een zienswijze In bijlage 10.3 vindt u een toelichting op de voorgestelde wijzigingen die in de GR zijn aangebracht. In de nieuwe Wgr is bepaald dat in de GR moet worden geregeld welke voorgenomen besluiten het bestuur voor een zienswijze aan de gemeenteraden wil voorleggen. In de voorgestelde aanpassing van GRWRE is hierover een bepaling opgenomen (artikel 11). Hierin staat dat dat het Algemeen Bestuur beslist waarover de raden om een zienswijze wordt gevraagd, alvorens een besluit genomen wordt, als het Algemeen Bestuur dat aanwezig acht. Het gaat hier dus hier om een (extra) zienswijze voor besluiten van het bestuur, naast de wettelijk verplichte zienswijze en de zienswijze die de GR voorschrijft, zoals bij uittreding van een deelnemende gemeente. Het moment van de verplichte aanpassing van de GR volgend uit de wijzigingen in de Wgr is tevens benut om enkele technische aanpassingen door te voeren. Zo is er een technische wijziging doorgevoerd in de samenstelling van zowel het Algemeen als Dagelijks bestuur. De voorgestelde wijzigingen geven geen aanleiding tot een zienswijze. Kanttekeningen Er zijn geen kanttekeningen. Personele consequenties Aan het geven van de zienswijzen als zodanig zijn geen personele consequenties verbonden. Financiële consequenties
7
Inboeknummer 23bst01319
Aan het geven van de zienswijzen als zodanig zijn geen financiële consequenties verbonden. Communicatie Zie planning en uitvoering. Planning en uitvoering - De gestelde deadline voor het indienen van een zienswijze voor de GRWRE is eind 2023. Voor de MRE, GGD BZO, ODZOB en VRBZO is 15 november als deadline gesteld. Aangezien uw raad pas 28 november over dit voorstel kan besluiten hebben wij aan de voorkant afgestemd dat uw reactie/ zienswijzen wel worden betrokken in de behandeling en besluitvorming. Dit kan aangezien de vergaderingen van de Algemeen Besturen allen na uw besluitvorming plaatsvindt. De definitieve ontwerpvoorstellen worden naar verwachting februari/ maart 2024 door de Algemeen Besturen van de GR’en ter besluitvorming vrijgegeven aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. Naar verwachting worden de definitieve ontwerpvoorstellen in de raadscyclus van mei 2024 ter instemming voorgelegd aan uw raad, voordat het college besluit tot het treffen van de regeling. Dit is wettelijk verplicht (artikel 1, vierde en vijfde lid Wgr). Na instemming van alle raden van de aan de GR’en deelnemende gemeenten met de definitieve ontwerpvoorstellen, nemen de colleges van de aan de GR’en deelnemende gemeenten definitieve besluiten.
Bij een eensluidende besluiten worden de GR’en definitief aangepast en op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt in het gemeenteblad en geregistreerd (GR-register). De datum van inwerkingtreding (na bekendmaking) staat in de regelingen zelf. Uiterlijk 1 juli 2024 zullen alle GR’en aan de gewijzigde Wgr moeten zijn aangepast en bekend gemaakt in het gemeenteblad (art. V. Wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen). Evaluatie N.v.t. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: 1. Concept reactiebrief MRE ontwerp gewijzigde GR MRE 2024 2. Concept zienswijzebrief ontwerp gemeenschappelijke regeling GGD BZO 3. Concept zienswijzebrief ontwerp gemeenschappelijke regeling ODZOB 4. Concept zienswijzebrief ontwerp gemeenschappelijke regeling VRBZO 2024 5. Concept zienswijzebrief ontwerp gemeenschappelijke regeling GRWRE/Ergon 6.1 Bijlage MRE- Aanbieding ontwerp gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling MRE 2024 6.2 Bijlage MRE - Ontwerp gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling MRE 2024 6.3 Bijlage MRE - Overzicht Gemeenschappelijke Regeling MRE 2021 (WAS) met voorgestelde wijzigingen (WORDT)
8
Inboeknummer 23bst01319
6.4 7.1
Bijlage MRE – Ontwerp gewijzigd Statuut Overlegorganen MRE 2024 Bijlage GGD - Aanbiedingsbrief aan gemeenten - wijziging gemeenschappelijke regeling GGDBZO 7.2 Bijlage GGD - Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant-Zuidoost 2023 7.3 Bijlage GGD - Was - Wordt Aanpassing Gemeenschappelijke Regeling GGD BZO 8.1 Bijlage ODZOB - Aanbiedingsbrief aanpassing gemeenschappelijke regeling ODZOB 8.2 Bijlage ODZOB - GR ODZOB 2024 8.3 Bijlage ODZOB - GR ODZOB Was Wordt 9.1 Bijlage VRBZO - Aanbiedingsbrief GR VRBZO 9.2 Bijlage VRBZO - Gemeenschappelijke regeling 2024 – integraal 9.3 Bijlage VRBZO - Was-wordt GR VRBZO 2024 10.1 Bijlage GRWRE - aanbiedingsbrief GRWRE 10.2 Bijlage GRWRE - Concept vernieuwde regeling GRWRE 10.3 Bijlage GRWRE - Toelichting herziening GRWRE 11 Bijlage Regionaal afstemmingskader Wgr 4GR 12 Totaalverzicht voorgestelde wijzigingen m.b.t. archief gemeenschappelijke regelingen
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
9
Inboeknummer 23bst01319
Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ;
besluit: 1. Kennisnemen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling MRE 2024 en toelichting daarop (bijlagen 6.1 t/m 6.4) en instemmen met de concept reactiebrief op de ontwerp gemeenschappelijke regeling MRE 2024 (bijlage 1); 2. Kennisnemen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling GGD BZO en toelichting daarop (bijlagen 7.1 t/m 7.3) en instemmen met de concept zienswijzebrief op de ontwerp gemeenschappelijke regeling GGD BZO (bijlage 2); 3. Kennisnemen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling ODZOB en toelichting daarop (bijlagen 8.1 t/m 8.3) en instemmen met de concept zienswijzebrief op de ontwerp gemeenschappelijke regeling ODZOB (bijlage 3); 4. Kennisnemen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling VRBZO 2024 en toelichting daarop (bijlagen 9.1 t/m 9.3) en instemmen met de concept zienswijzebrief op de ontwerp gemeenschappelijke regeling VRBZO 2024 (bijlage 4); 5. Kennisnemen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling GRWRE/Ergon en toelichting daarop (bijlagen 10.1 t/m 10.3) en instemmen met de concept zienswijzebrief op de ontwerp gemeenschappelijke regeling GRWRE/Ergon (bijlage 5).
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, griffier.
10