Raadsvoorstel Zienswijze wijzigingsvoorstel gemeenschappelijke regeling CURE
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 23bst01596 Dossiernummer 23.49.251 B&W beslisdatum 05 december 2023
Raadsvoorstel Zienswijze wijzigingsvoorstel gemeenschappelijke regeling Cure
Inleiding Per 1 juli 2022 is de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) gewijzigd. Het doel van deze wijziging is versterking van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kader stellende en controlerende rol van gemeenteraden. De gewijzigde wetgeving moet vóór 1 juli 2024 in alle gemeenschappelijke regelingen zijn verwerkt. In dit voorstel vraagt het college de raad een zienswijze ten aanzien van het ontwerp ‘gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Cure’ kenbaar te maken. In de GR Cure moeten op basis van de nieuwe Wgr bepalingen worden opgenomen ten aanzien van besluiten waarop de raad zienswijzen kan indienen en de wijze waarop participatie vanuit inwoners wordt vormgegeven. Ook moet in de GR worden vastgelegd hoe deze wordt geëvalueerd en wat de afspraken zijn bij eventuele uittreding. De termijnen voor begroting en jaarrekening in de GR Cure worden aangepast als gevolg van de wetswijziging. In de nieuwe Wgr krijgen de gemeenteraden gezamenlijk ook de mogelijkheid een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen die het algemeen bestuur en/of de gemeenteraden van advies kan voorzien en besluitvorming van de gemeenteraden kan voorbereiden. Verder wordt het mogelijk om samen met de andere gemeenteraden van de deelnemende gemeenten, op voorstel van één van de gemeenteraden, een gezamenlijke onderzoekscommissie in te stellen.
In dit voorstel vraagt het college de raad een zienswijze ten aanzien van het ontwerp ‘gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Cure’ kenbaar te maken. Het voorstel voor zienswijze in dit raadsvoorstel is in lijn gebracht met het Raadsbesluit van 28 november 2023 met betrekking tot burgerparticipatie bij Gemeenschappelijke regelingen.
Doelstelling Aanpassing van de gemeenschappelijke regeling Cure conform de gewijzigde Wgr.
Inboeknummer 23bst01596
Wettelijke taak Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Onvermijdelijk
Voorstel 1. instemmen met de volgende zienswijze: Wij verzoeken u expliciet vast te leggen dat inspraak in beginsel via de deelnemers aan de GR verloopt. Het dagelijks bestuur krijgt het recht hiervan af te wijken, eventueel op verzoek van de raden. Hiertoe stellen we de volgende bepaling voor ter vervanging van het bepaalde in artikel 39, derde lid ontwerp gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Cure: Artikel (…) Inspraak 1. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste twee derde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven. .
Argumenten 1.1 Er wordt op vergelijkbare wijze als bij de andere vijf GR’en invulling gegeven aan de actieve informatieplicht en – aanvullend op de wettelijk verplichte besluiten – de mogelijkheid geboden aan raden om zienswijzen naar voren te brengen. Bij de GR Cure dient het dagelijks bestuur (hierna DB) of algemeen bestuur (hierna AB) het ontwerpbesluit naar de raden van deelnemende gemeenten toe te zenden en deze in de gelegenheid te stellen hun zienswijze schriftelijk te geven over: - het vaststellen van een Strategisch meerjarenplan en de (jaarlijkse) actualisatie daarvan en - projecten of ontwikkelingen en innovaties die volgens het dagelijks bestuur een maatschappelijke of een substantiële financiële impact hebben. De termijnen hiervoor (12 weken) zijn identiek aan die in de andere 5 GR’en (artikel 24a GR Cure).
2
Inboeknummer 23bst01596 1.2 Er is invulling gegeven aan de uit de wet voorvloeiende verplichting om in de gemeenschappelijke regeling vast te leggen of, en zo ja op welke wijze, burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd. In het voorliggend voorstel dient het DB eens in de drie jaar van elke collegeperiode een evaluatieonderzoek uit te voeren, voor de eerste keer in 2027. De onderwerpen van het evaluatieonderzoek zijn ten opzichte van de huidige GR niet gewijzigd, namelijk de prijskwaliteitsverhouding van de door Cure verrichte diensten, het juridisch functioneren (o.a. aanbestedingsrechtelijk, milieurechtelijk, arbeidsrechtelijk) en naar het administratief beheer. Nieuw is dat het DB, ter voorbereiding van de besluitvorming door het AB, inwoners die cliënt zijn en andere belanghebbenden bij het evaluatieonderzoek dient te betrekken. Het AB stelt voor dit inspraakproces regels op. De termijn van het evaluatieonderzoek is verkort naar drie jaar en gekoppeld aan de collegeperiodes in plaats van het bestaan van de GR. 1.3 De voor de GR Cure voorgestelde uittredingsregeling komt voor een deel overeen met de voorgestelde GR GRWRE/Ergon. De GR dient bepalingen te hebben omtrent de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding.
Dit was al het geval voor GR’en die voor onbepaalde tijd zijn getroffen, maar deze verplichting geldt door de wetswijziging ook voor GR’en van bepaalde tijd. Daarnaast schrijft de wet voor waarover afspraken gemaakt moeten worden. Volgens de wetgever laat de praktijk zien dat veel problemen worden ervaren ten gevolge van de uittreding omdat in de GR vaak wordt volstaan met de afspraak dat in geval van uittreding het (algemeen) bestuur de uittreedvoorwaarden vaststelt. De nieuwe wetgeving is om die reden aangescherpt. In de GR’en moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeente(n), waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. In de voorgestelde wijziging van de GR is hier uitvoering aan gegeven. In artikel 34 is uitgewerkt welke processtappen worden doorlopen bij het uittreden van één van de deelnemende gemeenten. De regeling is, net als in de voorgestelde uittredingsregeling van GRRE/Ergon, niet inhoudelijk uitgewerkt. Indien een gemeente besluit om uit te treden, zal een uittredingsplan worden opgesteld, waarbij een onafhankelijke externe deskundige wordt ingeschakeld. Daarin worden de directe financiële, juridische, personele en organisatorische gevolgen van de uittreding vastgelegd.
De systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding wordt in dat plan vastgelegd. De externe deskundige onafhankelijke kan, met instemming van het AB, voor specifieke onderdelen van het uittredingsplan andere deskundigen inschakelen. De datum van uittreding is ten opzichte van de huidige GR niet gewijzigd. De zienswijzen van de raden op de uittreding worden verwerkt bij het opstellen van het uittredingsplan. 1.4 De aanpassing is in lijn met het raadsbesluit van 28 november 2023 m.b.t. burgerparticipatie bij GR’en.
3
Inboeknummer 23bst01596 In de ontwerp gewijzigde GR Cure betrekt het DB burgers en andere belanghebbenden bij de evaluatie van de uitvoering van het beleid. Voor het overige verloopt de burgerparticipatie via de reguliere procedures bij de colleges en raden van de deelnemers. Met de zienswijze krijgen het DB en de raden (net als bij de andere GR’en) de mogelijkheid om bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen te besluiten een apart participatietraject te doorlopen. 1.5 De voorgestelde GR voldoet aan de door de Archiefwet en/of provincie gestelde voorwaarden. Hoewel de wijziging van de Wgr geen aanleiding geeft tot aanpassing van de archiefbepalingen in GR Cure, hebben we geconstateerd dat de archiefbepalingen niet voldoen aan de door de Archiefwet en/of provincie gestelde voorwaarden. Het doel van die voorwaarden is, om de deelnemende gemeenten meer grip te laten krijgen op archiefbescheiden van de GR, waarvoor de deelnemende gemeenten op grond van de Archiefwet bestuurlijk verantwoordelijk zijn. Met de voorgestelde archiefbepalingen sluiten we aan bij de bepalingen zoals genoemd in de handreiking inrichting informatie en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden, opgesteld door de werkgroep van het LOPAI, de Koninklijke Vereniging Archiefsector Nederland (KVAN) en het Kennisnetwerk Informatie en Archief (KIA).
Daarmee wordt ook voldaan de door de provincie gestelde voorwaarden. Kanttekeningen Er zijn geen kanttekeningen. Personele consequenties Aan het geven van de zienswijze als zodanig zijn geen personele consequenties verbonden. Financiële consequenties Aan het geven van de zienswijze als zodanig zijn geen financiële consequenties verbonden. Communicatie De voorgestelde wijzigingen van de GR Cure zijn afgestemd het dagelijks bestuur van Cure en zijn akkoord bevonden. Zie verder planning en uitvoering. Planning en uitvoering - Indienen van een zienswijze voor de GR Cure: februari 2024 - De definitieve ontwerpvoorstellen worden naar verwachting in maart 2024 afgestemd met het DB en het AB van de GR. - Naar verwachting worden de definitieve ontwerpvoorstellen in de raadscyclus van juni 2024 ter instemming voorgelegd aan uw raad, voordat het college besluit tot het treffen van de regeling. Dit is wettelijk verplicht (artikel 1, vierde en vijfde lid Wgr).
4
Inboeknummer 23bst01596 -
-
Na instemming van de drie raden van de aan de GR’en deelnemende gemeenten met het definitieve ontwerpvoorstel, nemen de colleges van de aan de GR deelnemende gemeenten definitieve besluiten. Bij een eensluidende besluiten wordt de GR definitief aangepast en op de gebruikelijke wijze bekend gemaakt in het gemeenteblad en geregistreerd (GR-register). De datum van inwerkingtreding (na bekendmaking) staat in de regeling zelf. Uiterlijk 1 juli 2024 zullen alle GR’en aan de gewijzigde Wgr moeten zijn aangepast en bekend gemaakt in het gemeenteblad (art. V. Wet van 15 december 2021 tot wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en enige andere wetten in verband met het versterken van de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen).
Evaluatie N.v.t. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: 1. Bijlage De wijzigingen in de Wgr die leiden tot aanpassing van de GR Cure (2013) 2. Bijlage GR Cure 2013 met wijzigingen 3. Bijlage Ontwerp gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Cure 4. Bijlage Overzicht Gemeenschappelijke Regeling Cure (WAS) met voorgestelde wijzigingen (WORDT)
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
5
Inboeknummer 23bst01596 Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ;
besluit: . Instemmen met de volgende zienswijze: Wij verzoeken u expliciet vast te leggen dat inspraak in beginsel via de deelnemers aan de GR verloopt. Het dagelijks bestuur krijgt het recht hiervan af te wijken, eventueel op verzoek van de raden. Hiertoe stellen we de volgende bepaling voor ter vervanging van het bepaalde in artikel 39, derde lid ontwerp gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Cure: Artikel (…) Inspraak a. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. b. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. c. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste twee derde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. d. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, griffier.
6