Raadsvoorstel Zestiende wijziging APV Eindhoven
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 7962228_02 Dossiernummer 25.27.151 B&W beslisdatum 01 juli 2025
Raadsvoorstel Zestiende wijziging APV Eindhoven Inleiding De APV Eindhoven wordt jaarlijks geactualiseerd. De komende zomer-actualisering betreft aanpassingen die van belang en noodzakelijk zijn voor een goed functioneren van de APV-praktijk. Daar waar mogelijk wordt ten behoeve van de uniformiteit aangesloten bij het model van de Vereniging voor Nederlandse gemeenten (hierna “VNG”).
Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college gekoppeld aan het werkprogramma van het college Doelstelling Het actueel houden van de APV Eindhoven ten behoeve van een goed functioneren van de APV-praktijk. Voorstel 1. De raad voor te stellen de zestiende wijziging van de APV Eindhoven conform het ontwerp-raadsbesluit vast te stellen en te publiceren. 2. Ter zake geen gebruik maken van de Participatie-verordening.
Argumenten Op 21 juni 2016 heeft uw raad een integraal herziene en dus een nieuwe APV voor Eindhoven vastgesteld. Daarna heeft uw raad een aantal malen besloten tot wijziging van de APV Eindhoven, de laatste keer was dit in december 2024. Het doel hiervan is steeds het actueel houden van de APV Eindhoven. In onderhavige zestiende wijziging van de APV Eindhoven worden de volgende aanpassingen voorgesteld.
1.1 Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing Artikel 1:6 bepaalt in de aanhef dat een vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd. Hieraan -alsmede het opschrift van dit artikel- wordt toegevoegd dat een
Inboeknummer
7962228_02
vergunning of ontheffing ook geschorst kan worden. De reden hiervoor is dat een schorsing een minder drastisch middel is dan intrekking van een vergunning. Het geeft het bestuursorgaan zodoende meer flexibiliteit bij de inzet van handhavings-bevoegdheden. Bovendien wordt daardoor de APV in lijn gebracht met de Alcoholwet die eveneens in schorsing voorziet. 1.2 Aanpassing begrip ‘’inrichting’’ in de zin van de Wet milieubeheer Het begrip ‘’inrichting’’ in de zin van de Wet Milieubeheer is per 1 januari 2024 komen te vervallen. Dit begrip wordt in de artikelen 2:24 lid 1 sub b, 2:52a, 2:60, eerste lid aanhef, 2:64a, 4:13, eerste lid en 5:34, eerste lid aangepast. Het gaat om een “locatie waarop milieubelastende activiteiten worden verricht als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet en die zijn aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving en/of waarop de afdeling 22.3 van het Omgevingsplan van toepassing is”. Dit is in overeenstemming met de Omgevingswet. Ook in artikel 4:1 worden de begripsbepaling collectieve festiviteit en milieubelastende activiteit aangepast.
1.3 Wijziging artikel 2:10 Gebruik van of voorwerpen op, aan, onder of boven de weg en nieuw artikel 2:10b voor terrassen Voorgesteld wordt om terrassen in een apart artikel 2.10b te plaatsen omdat de praktijk duidelijkheid vereist wie het bevoegd gezag is, in dit geval de burgemeester voor terrassen en voor de overige onderwerpen burgemeester en wethouders. Onvoldoende duidelijk was welk bestuursorgaan bevoegd was voor de terrasvergunningen. Gemeenten gebruiken hiervoor of de burgemeester of het college van burgemeester en wethouders. Er is hierover met de VNG geschakeld alsmede hebben de afdelingen Handhaving, Vergunningen, Economische Zaken en Juridische Zaken hierover afgestemd. De hoofdregel voor bevoegd gezag bij artikel 2:10 APV is volgens de VNG: • Het college van B&W is meestal belast met de verlening van de vergunningen volgens artikel 2:10 APV; • De burgemeester kan handhavend optreden en extra maatregelen nemen als de openbare orde bedreigd wordt. De VNG geeft aan met betrekking tot terrassen dat de burgemeester bevoegd orgaan is als het gaat om het toezicht op een publiek gebouw en de daarbij horende erven, bijvoorbeeld om een terras dat hoort bij een voor het publiek openstaand gebouw.
Om aan de bestaande onduidelijkheid een einde te maken wordt voorgesteld in lijn met de VNG en het eensluidende advies van de betrokken ambtelijke afdelingen een apart artikel voor terrassen op te nemen ten aanzien waarvan de burgemeester bevoegd orgaan is. Daarnaast wordt de hierboven beschreven hoofdregel van de VNG gevolgd: artikel 2:10 APV ziet op de bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders. De term “bevoegd gezag” in artikel 2.10 lid één, twee en vier wordt als gevolg hiervan gewijzigd in de term “burgemeester en wethouders”. Hoe om te gaan met bestaande terrasvergunningen die verleend zijn door het college?
2
Inboeknummer
7962228_02
Uit de jurisprudentie (ABRvS 17-10-2018, ECLI:NL:RVS:2018:3344) blijkt dat een door het college verleende terrasvergunning niet van rechtswege nietig is, maar wel vernietigbaar. Echter, als de bezwaartermijn is verstreken, dan staat de vergunning onherroepelijk vast. Het is dus niet nodig is om de “onbevoegd” verleende vergunningen in te trekken. De burgemeester kan deze vergunningen wel bekrachtigen. 1.4 Wijziging artikel 2:25 Evenementenvergunning De wijziging ziet op het actualiseren van de regels en voorwaarden voor evenementenvergunningen. In samenhang met deze wijziging wordt het evenementenvergunningenbeleid en de locatieprofielen herijkt en worden nieuwe procedureregels voor plaatsing op de reserveringskalender voor evenementen opgesteld. De regelgeving voor evenementenvergunningen wordt ingericht volgens de geldende weten regelgeving. Door de combinatie van de aanpassing van dit artikel in de APV, de herijking van locatieprofielen en de procedureregels voor plaatsing op de reserveringskalender kan een evenwicht worden bereikt tussen enerzijds het belang van de stad bij kwalitatief hoogwaardige en diverse evenementen en anderzijds het waarborgen van veiligheid, het beperken van overlast en het voorkomen van schade. De huidige regels sluiten niet meer goed aan op de praktijk.
De reserveringskalender speelt een cruciale rol bij de efficiënte planning en spreiding van evenementen. Dit proces biedt transparantie en draagt bij aan een eerlijke en efficiënte toewijzing van schaarse evenementenvergunningen op populaire locaties. Een van de voorgestelde wijzigingen betreft het toewijzen van een bevoegdheid tot het opstellen van nadere regels ten behoeve van het verdelen van schaarse evenementenvergunningen. Op basis van een uitspraak van de Raad van State op 2 november 2016 schrijft de rechtspraak voor dat bij het verdelen van schaarse vergunningen - zoals een evenementenvergunning - openbaarheid en transparantie verplicht is, zodat alle potentiële gegadigden een eerlijke kans hebben om mee te dingen naar een vergunning. De aanvraagmogelijkheid en de wijze waarop vergunningen worden verdeeld moeten voorafgaand aan een nieuwe vergunningsperiode transparant bekend worden gemaakt. Bij samenloop of concurrerende aanvragen is een duidelijk afwegingskader noodzakelijk. Wanneer meerdere organisatoren een evenement willen organiseren op dezelfde locatie en/of op hetzelfde tijdstip, dient gezocht te worden naar alternatieve oplossingen. Indien deze ontbreken, zal een door het college vastgesteld afwegingskader bepalend zijn voor de verdeling van de evenementenvergunningen.
De aanmeldingen worden daarbij beoordeeld op basis van objectieve criteria en een gestructureerde besluitvormingsprocedure. Een belangrijk onderdeel van dit beleid zijn de locatieprofielen, waarin per locatie wordt vastgelegd welke typen evenementen passend zijn en onder welke voorwaarden deze kunnen plaatsvinden. Deze locatieprofielen bieden houvast bij de vergunningverlening en dragen bij aan een voorspelbare en evenwichtige verdeling van evenementen over de stad. Het college stelt de evenementenkalender vast, die fungeert als leidraad bij de beoordeling van samenlopende of concurrerende aanvragen. Daarnaast biedt de kalender
3
Inboeknummer
7962228_02
in een vroeg stadium inzicht in gereserveerde evenementen. Dit zorgt voor transparantie en voorspelbaarheid voor organisatoren en belanghebbenden, zoals de inwoners en ondernemers van Eindhoven. Artikel 2:25, leden 3, 4 en 7 worden in verband met het vorenstaande aangepast. 1.5 Wijziging artikel 2:29 Sluitingstijden Het huidige artikel 2:29 voorziet in sluitingstijden voor openbare inrichtingen. Dit artikel bevat de gebieden in Eindhoven met de geldende sluitingstijden van daarin gevestigde openbare inrichtingen. Dit artikel leest niet makkelijk. Daarnaast brengt de inrichting van het huidige artikel met zich mee dat elke wijziging in gebied of sluitingstijd aan de raad dient te worden voorgelegd. Dit is niet praktisch. Daarom wordt voorgesteld om de sluitingstijden voor de betreffende gebieden neer te leggen in een aanwijzingsbesluit. Dit geeft de burgemeester de mogelijkheid om tussentijds gebieden op inhoud te wijzigen zonder dat er een wijziging van de APV voor nodig is. De raad kan indien noodzakelijk nader geïnformeerd worden middels een raadsinformatiebrief. Tegelijkertijd met deze wijziging zal een aanwijzingsbesluit worden voorgelegd aan de burgemeester door middel van een apart dossier.
1.6 Wijziging artikel 2:30 Aanwezigheid leidinggevende In artikel 2:30 lid 3 is bepaald dat als een persoon als leidinggevende moet worden bijgeschreven op de vergunning, de vergunninghouder dit moet melden aan de burgemeester. Daarbij is vergeten op te nemen dat dit ook dient te gebeuren indien een leidinggevende van de vergunning geschrapt moet worden. Dit wordt nu hersteld. 1.7 Wijziging artikel 2:34c Indeling paracommerciële rechtspersonen en 2:34 j Bepalingen paracommerciële rechtspersonen van verzorgende aard In de Alcoholwet staat een limitatieve opsomming van wat er onder een paracommerciële rechtspersoon wordt verstaan: “Paracommerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf.” In de APV wordt onder paracommerciële rechtspersoon ook verstaan paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van verzorgende aard. Dit is strijdig met de limitatieve opsomming in de Alcoholwet. De artikelen 2:34c sub c en 2:34j dienen dan ook te worden geschrapt. Daarnaast vindt een vernummering van de artikel 2:34c sub d en e plaats naar respectievelijk 2:34c sub c en d.
1.8 Wijziging artikel 2:40a lid 5 Artikel 2:40a bepaalt dat de burgemeester in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of meer: a. openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2:27, b. inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf als bedoeld in artikel 2:35, c. speelgelegenheden als bedoeld in artikel 2:39,
4
Inboeknummer
7962228_02
d. seksinrichtingen als bedoeld in artikel 3.1.1 en e. andere, voor het publiek openstaande ruimten of gebouwen of daarbij behorende erven, tijdelijke sluiting kan bevelen of bevelen dat daar tijdelijk bepaalde sluitingsuren gelden of dat daar te zijner beoordeling ter bescherming van die belangen of in verband met die bijzondere omstandigheden genoegzame maatregelen worden getroffen. Het vijfde lid van dit artikel bepaalt dat de burgemeester een of meer openbare bekendmakingen van het bevel kan laten aanbrengen bij de toegang. Het is verboden dat te beletten of te belemmeren. De rechthebbende moet ervoor zorgen dat die daar tijdens de geldingsduur aanwezig blijven. Het vijfde lid wordt in lijn gebracht met artikel 2:80d (ondermijning) en het VNG model. Voorgesteld wordt om artikel 2:40a aan te passen als volgt: ‘’5. De burgemeester kan een of meer openbare bekendmakingen van het bevel laten aanbrengen bij de toegang. Het is verboden dat te beletten of te belemmeren.
De rechthebbende moet ervoor zorgen dat die daar tijdens de geldingsduur aanwezig blijven.’’ 1.9 Wijziging artikel 2:48 en de artikelen 2:48a-d Glazen drinkgerei of (wegwerp)plastic Artikel 2:48, eerste lid bepaalt dat het verboden is op een openbare plaats alcoholhoudende drank te nuttigen als dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins overlast veroorzaken. Gebleken is dat handhaving van artikel 2:48 lid 1 lastig is, vanwege de bewijslast ten aanzien van het nuttigen van alcoholhoudende drank op een openbare plaats. Voorgesteld wordt dan ook om dit artikel uit te breiden met “te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke of drinkgerei van welke aard dan ook met alcoholhoudende drank bij zich te hebben’’. Tevens wordt voorgesteld om het vierde lid van dit artikel te schrappen, omdat dit al geregeld wordt in het nieuw voorgestelde artikel 2:48a. De oorspronkelijke artikelen 2:48a, 2:48b, 2:48c en 2:48d worden geïntegreerd in één helder artikel, waardoor de regels meer uniform en samenhangend zijn gemaakt. De bepalingen uit de oorspronkelijke artikelen zijn samengebracht in één artikel, waardoor de regels over gevaarlijk drinkgerei en verpakkingen minder versnipperd zijn. Dit maakt de APV toegankelijker voor zowel burgers als handhavers.
De oude bepalingen hadden herhalingen, zoals verboden op het verstrekken van glas, blik en wegwerpplastic op verschillende locaties. Deze zijn nu eenduidig geformuleerd per doelgroep (horeca, detailhandel, openbare ruimte). De nieuwe formulering voorkomt strijdigheid met hogere wetgeving, zoals de Single Use Plastic-richtlijn, die wegwerpplastic voor consumptie ter plaatse al verbiedt. De Alcoholwet (artikel 35) regelt al de verstrekking voor consumptie elders dan ter plaatse, waardoor het niet nodig is om in de APV een apart verbod op wegwerpplastic hiervoor op te nemen. Een aparte verbodsbepaling voor de verstrekking van alcohol voor gebruik elders dan ter plaatse is niet noodzakelijk, aangezien lid 3 al bepaalt dat de verkoop van drank in blik in aangewezen periodes en gebieden verboden is.
5
Inboeknummer
7962228_02
Detailhandel en standplaatsen worden expliciet benoemd. Eerder lag de focus vooral op horeca, nu zijn ook winkels/slijterijen en standplaatsen meegenomen. Tenslotte worden terrasuitzonderingen explicieter geformuleerd. Horecaterrassen binnen de inrichting blijven buiten het verbod, behalve als de burgemeester anders bepaalt.
1.10 Wijziging artikel 2:52 c Aanbieden van deelvoertuigen op of aan de weg of het openbaar water Door de wijziging van dit artikel wordt een concessie voor deeltweewielers gerealiseerd. Met deeltweewielers bedoelen we de “normale” fiets, e-bikes, scooters, en deelbakfietsen. Deelmobiliteit is een van de speerpunten van het Masterplan Mobilteit 2050, om de stad leefbaar en bereikbaar te houden. Hierover is afgesproken dat we toewerken naar een stadsbreed dekkend netwerk van mobiliteitshubs met deelmobiliteit. We streven er hiermee naar om deelmobiliteit een zichtbare en herkenbare plek te geven en te zorgen voor een betrouwbaar aanbod. Door het delen van mobiliteit winnen we ruimte en bieden we inwoners en bezoekers een betaalbaar mobiliteitsalternatief. Momenteel werkt Eindhoven met vergunningen voor het aanbod van deeltweewielers in de stad. Er zijn momenteel drie aanbieders actief met in totaal ca. 2100 voertuigen. Per 1 december 2025 lopen deze vergunningen af. Daarom is dit het moment om een andere samenwerkingsvorm met de markt te overwegen. Het vertrek van Go Sharing (e-bikes en scooters) vorig jaar, het faillissement van Cargoroo (bakfietsen), maar ook de ervaring die Eindhoven met vergunningen heeft, laat zien dat de markt middels een vergunningensysteem (nog) niet kan bieden wat maatschappelijk wenselijk is.
Het aanbod wordt niet gegarandeerd in de hele stad, de kwaliteit van de voertuigen laat regelmatig te wensen over, en de ritprijzen zijn vaak zodanig dat het niet voor iedereen betaalbaar is. Om deelmobiliteit uit te laten groeien tot een serieus onderdeel van ons mobiliteitssysteem is meer nodig. Eindhoven zoekt een partnership met de markt waarin we samen ontwikkelen en werken aan een betaalbaar, betrouwbaar en beschikbaar aanbod deeltweewielers. Met lagere tarieven en met een stadsbreed aanbod van verschillende type voertuigen in onze hubs op loopafstand. Waar je ook bent in de stad en waar je ook naartoe moet. Met verbindingen naar de andere gemeenten in de Brainportregio. En met een betrouwbaar aanbod, een herkenbaar merk van hoogwaardige kwaliteit, waar onze inwoners en bezoekers van op aan kunnen. Het organiseren van een concessie voor deeltweewielers in de gemeente is een manier om meer sturing uit te oefenen op de aanbieder(s). In een concessie krijgt een partij het alleenrecht op exploitatie van een bepaalde dienst. Het college heeft de raad hierover middels collegebrief reeds geïnformeerd (B&W:15 april 2025/collegebrief raad:16 april 2025) 1.11 Toevoeging artikelen 2:80 t/m 2:80e Ondermijning Deze artikelen geven de burgemeester de bevoegdheid om bedrijfsmatige activiteiten aan te wijzen waarvoor een verbod geldt om deze zonder vergunning uit te oefenen.
De burgemeester kan deze bevoegdheid inzetten als dat nodig is om verstoring van de openbare orde, veiligheid of nadelige beïnvloeding van de leefbaarheid tegen te gaan, als
6
Inboeknummer
7962228_02
die wordt veroorzaakt door een onveilig en malafide ondernemersklimaat vanuit een gebouw, een branche of in een gebied. Daarom wordt het ook wel de ‘ondermijningsvergunning’ genoemd. Aangezien deze bevoegdheid ingrijpt in de mogelijkheid om zonder een vergunning een bedrijf te kunnen vestigen en tevens de rechtszekerheid dient te worden gewaarborgd voor ondernemers die al voor de aanwijzing een bedrijf ter plaatse exploiteren zal toepassing van deze bevoegdheid alleen mogelijk zijn als dit naar het oordeel van de burgemeester noodzakelijk is. Uit de jurisprudentie volgt dat het juridisch-technisch mogelijk is om de vergunningplicht bij een onveilig en malafide ondernemersklimaat in te zetten, maar dat de inzet van deze bevoegdheid bij het aanwijzingsbesluit wel goed moet worden gemotiveerd. Daarbij is van belang dat de uitoefening van een bedrijf in de regel kwalificeert als het verrichten van een dienst in de zin van de Dienstenrichtlijn. Op een vergunningstelsel dat de uitoefening van dienstenactiviteiten reguleert, heeft artikel 9 van de Dienstenrichtlijn betrekking.
Dit betekent dat de burgemeester dient te onderbouwen dat een aanwijzingsbesluit tot het onderwerpen van dienstverrichters aan een vergunningstelsel een gerechtvaardigde beperking van het vrij verrichten van diensten inhoudt (de openbare orde en veiligheid zijn een dwingende reden van algemeen belang), niet discriminatoir en doelmatig is en het nagestreefde doel niet door een minder beperkende maatregel kan worden bereikt (de maatregel is geschikt, noodzakelijk en evenredig). Zie bijvoorbeeld ABRvS 03-03-2021, ECLI:NL:RVS:2021:461 (Autoverhuurbranche Tilburg). Voor de aanwijzing van een gebied, straat of gebouw bestaan geen beperkingen. Indien daartoe de noodzaak aanwezig wordt geacht kan de burgemeester dus ook de hele gemeente aanwijzen als een gebied waarvoor een vergunningplicht geldt. Daarmee kan de bevoegdheid ook voor bepaalde branches worden gebruikt. Van de mogelijkheid om een vergunningplicht te introduceren gaat bovendien een preventieve werking uit. Het draagt bij aan het aantrekken van bonafide ondernemers en het weren van malafide ondernemers. Pandeigenaren worden gestimuleerd hun verantwoordelijkheid te nemen om bonafide ondernemers in hun panden te vestigen. Zo dragen de artikelen niet alleen bij aan het terugdringen van ondermijning, maar ook aan het vergroten van bewustwording en weerbaarheid van de maatschappij en een gezond ondernemersklimaat.
Het is een manier om positieve en welwillende krachten te mobiliseren. Tot slot, alle grote gemeenten hebben het ondermijningsartikel al in de APV opgenomen. Eindhoven is een van de laatste grote gemeente op dit punt. 1.12 Wijziging artikel 4:3 tijden vrijstelling van de geluidsnormen De Wim van Doorne Muziekkiosk in het Stadswandelpark is al sinds 1990 een laagdrempelig openluchtpodium dat een belangrijke culturele en sociale functie vervult in Eindhoven. Jaarlijks vinden hier van mei tot en met oktober meerdere gratis toegankelijke muziekconcerten plaats, met name op zondagmiddagen. De programmering – gericht op amateurmusici zoals koren, orkesten en muziekgezelschappen – draagt bij aan de zichtbaarheid van cultuur in de openbare ruimte en sluit aan bij de stedelijke ambitie om cultuur toegankelijk te maken voor iedere Eindhovenaar.
7
Inboeknummer
7962228_02
Muziek is geen nevenactiviteit maar de kern van de bedrijfsvoering van de kiosk. Daardoor wordt structureel geluid geproduceerd, waarvoor onder het Omgevingsplan momenteel slechts vijf ontheffingen per jaar kunnen worden verleend. In de praktijk vinden echter jaarlijks meerdere concertdagen plaats. Hierdoor ontstaat een structureel spanningsveld tussen de maatschappelijke functie van de kiosk en de geldende geluidsnormen. Om deze waardevolle concerttraditie te behouden én in overeenstemming te brengen met de regelgeving, wordt voorgesteld het aantal toegestane geluidsontheffingen voor deze locatie te verruimen naar maximaal twaalf per jaar. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in geluidsniveaus: vijf keer mag het reguliere niveau (70 dB(A)/85 dB(C)) worden benut; zeven keer geldt een verlaagd niveau (60 dB(A)/75 dB(C)) gedurende één dagdeel. Met deze wijziging wordt toenadering gezocht bij de bestaande situatie en ontstaat een werkbaar kader dat recht doet aan zowel de leefkwaliteit in de omgeving als het culturele belang van de kiosk voor de stad. 1.13 Wijziging artikel 5:18 APV Standplaatsen Artikel 5:18 lid 4 bepaalt dat burgemeester en wethouders in uitzonderlijke gevallen van het in het eerste lid vermelde verbod ontheffing kunnen verlenen.
De zinssnede “in uitzonderlijke gevallen” wordt geschrapt omdat dit de indruk wekt dat het incidenteel gebeurt, terwijl dit structureel gebeurd. 2.1 Geen participatie toe te passen omdat het doel van de wijziging het beschermen van de eigen integriteit is. De belangrijkste wijziging ziet op het artikel betreffende de vergunningsplicht ter voorkoming van ondermijning Dit artikel heeft als doel het beschermen van de eigen integriteit. Er is daarom geen sprake van inwonersparticipatie. Het doel van het artikel verhoudt zich niet goed met de uitgangspunten van inwonersparticipatie (dat zijn namelijk o.a.: maatwerk, ruimte voor zeggenschap en beïnvloeding). Op het moment dat er daadwerkelijk uitvoering wordt gegeven aan het artikel door middel van een aanwijzingsbesluit, dan kunnen betrokkenen alsnog hun bedenkingen kenbaar maken. De overige artikelen zijn vooral technisch van aard.
Kanttekeningen n.v.t. Personele consequenties Voor wat betreft het ondermijningsartikel zullen bij het eventueel te nemen aanwijzingsbesluit extra capaciteit en middelen nodig zijn. Financiële consequenties In beginsel zijn er geen extra kosten gemoeid met het invoeren van deze APV wijziging.
8
Inboeknummer
7962228_02
Voor wat betreft het ondermijningsartikel zullen bij het eventueel te nemen aanwijzingsbesluit extra capaciteit en middelen nodig zijn.
Communicatie Bekendmaking van de wijziging van de APV Eindhoven vindt zoals te doen gebruikelijk plaats middels publicatie in het Gemeenteblad. Einde 2023 is de verordening Inwonersparticipatie Eindhoven in werking getreden. Ingevolge deze verordening kan aan inwoners de mogelijkheid worden geboden te participeren in gemeentelijke totstandkoming van besluiten. In dit geval zijn de wijzigingen c.q. onderwerpen veelal van technische aard en voor zover deze inhoudelijk zijn niet van dien aard dat hierover een directe participatie van inwoners noodzakelijk is. Waar dit wellicht wel aan de orde zou komen -te denken valt dan aan bijvoorbeeld de aanpassing van sluitingstijden van horeca- wordt opgemerkt dat dit voortvloeit uit het recentelijk door uw raad genomen besluit inzake Sharing the Vibes.
Planning en uitvoering Uitvoering vindt direct na inwerkingtreding van de wijziging van de APV Eindhoven plaats. Evaluatie De APV Eindhoven wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Was-wordt-table wijziging APV
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
9
Inboeknummer
7962228_02
Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 juli 2025; gelet op de artikelen 149 van de Gemeentewet;
besluit: Artikel I De APV Eindhoven wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1:6 aanhef en lid 1 worden aangevuld met de mogelijkheid tot schorsing: Artikel 1:6 Intrekking, schorsing of wijziging van vergunning of ontheffing 1.De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken, geschorst, of gewijzigd: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. indien de houder of de rechtverkrijgende dit verzoekt; f. indien de houder, rechtverkrijgende, leidinggevende of beheerder van slecht levensgedrag is; of g. indien de werkelijke situatie afwijkt van de vergunde situatie. B Artikel 2.10 komt te luiden: Artikel 2:10 Gebruik van of voorwerpen op, aan, onder of boven de weg 1.
Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders de weg anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. Geen vergunning is vereist voor de door burgemeester en wethouders aan te wijzen categorieën en gevallen onder de door hen te stellen voorwaarden. 3. Behalve op de gronden genoemd in artikel 1:8, kan de vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan, of een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
10
Inboeknummer
7962228_02
4. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, de woon- en leefomgeving of de bescherming van het milieu nadere regels stellen ten aanzien van laadpalen, uitstallingen en reclameborden. 5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam uitvoering wordt gegeven aan een publieke taak. 6. Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. C Artikel 2:10b komt te luiden: Artikel 2:10b Terrassen 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester de weg anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. Geen vergunning is vereist voor de door de burgemeester aan te wijzen categorieën en gevallen onder de door hen te stellen voorwaarden. 3. Behalve op de gronden genoemd in artikel 1:8, kan de vergunning worden geweigerd: a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan, of een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. als het beoogde gebruik op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c.
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 4. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, de woon- en leefomgeving of de bescherming van het milieu nadere regels stellen ten aanzien van terrassen. 5. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam uitvoering wordt gegeven aan een publieke taak. 6. Het is verboden een terras voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de vergunning ter plaatse aanwezig is. 7. Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. D Artikel 2:24 lid 1 sub b komt te luiden: Artikel 2.24 lid 1 sub b schouwburg-, muziek- of theatervoorstellingen die plaatsvinden in een locatie waarop milieubelastende activiteiten worden verricht als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet en die zijn aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving en/of waarop de afdeling 22.3 van het Omgevingsplan van toepassing is; E Artikel 2:25 komt te luiden: Artikel 2:25 Evenementenvergunning
11
Inboeknummer
7962228_02
1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Onverminderd artikel 1:8 weigert de burgemeester de evenementenvergunning bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, als de organisator van dat evenement in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 3. Daarnaast kan de burgemeester een evenementenvergunning weigeren indien: a. onevenredig veel beslag wordt gelegd op de hulpdiensten, b. de persoon van de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop voor het evenement, c. in de door de burgemeester en wethouders vastgestelde reserveringskalender evenementen al een reservering is opgenomen voor een ander evenement op de gevraagde tijd, locatie of in de directe nabijheid daarvan, of; d. de aard van het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de gevraagde locatie of het evenement niet voldoet aan het locatieprofiel dat het college voor die locatie heeft vastgesteld. 4. Het college stelt nadere regels vast met betrekking tot de procedure, voorwaarden en criteria voor plaatsing op de reserveringskalender evenementen. 5. Het verbod geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994 en de Omgevingsverordening Noord-Brabant 2010. 6.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 7. Bij de indiening van een vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. F Artikel 2:29 komt te luiden: Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Het is verboden een openbare inrichting geopend te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven tussen 02:00 uur en 08:00 uur. 2. De burgemeester kan gebieden aanwijzen waar het verbod uit het eerste lid niet geldt. 3. Het verbod uit het eerste lid geldt voor andere gebieden dan aangewezen in het tweede lid niet: a. op nieuwjaarsdag, mits de openbare inrichting op dat moment niet gesloten hoeft te zijn op grond van de Omgevingswet, de Opiumwet, de Gemeentewet of artikel 2:40a. b. tussen 06.00 uur en 08.00 uur in verband met het serveren van een alcoholvrij ontbijt. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. 5.
De burgemeester kan bepalen dat een inrichting, al dan niet tijdelijk, tussen 02.00 uur en 06.00 uur voor publiek gesloten dient te zijn in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid, gezondheid of van het woon- en leefmilieu. 6. Het verbod geldt niet voor openbare inrichtingen die zijn genoemd in artikel 2:28 lid 3 onder b. Voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 2:28, derde lid onder b eerste gedachtestreepje gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
12
Inboeknummer
7962228_02
7. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin is voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 8. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. G Artikel 2:30 lid 3 komt te luiden: Artikel 2:30 Aanwezigheid leidinggevende 3. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester dat een persoon als leidinggevende dient te worden bijgeschreven op de vergunning alsmede als deze uit de vergunning moet worden geschrapt. De melding geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel behorende bij de vergunning. H Artikel 2:34 c komt te luiden: Artikel 2:34c Indeling paracommerciële rechtspersonen Paracommerciële rechtspersonen worden onderverdeeld naar aard, te weten: a. paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sportieve of recreatieve aard; b. paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sociaal-culturele aard; c. paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van levensbeschouwelijke of godsdienstige aard; d. paracommerciële rechtspersonen die zich richten op activiteiten van sociaal-educatieve aard, waaronder mede worden verstaan studentenverenigingen en studieverenigingen.
I Artikel 2:34 j vervalt Artikel 2:34j Bepalingen paracommerciële rechtspersonen van verzorgende aard (vervallen) J Artikel 2:40 a lid 5 komt te luiden: Artikel 2:40a Bevel tijdelijke sluiting of sluitingstijden of maatregelen treffen 5. De burgemeester kan een of meer openbare bekendmakingen van het bevel laten aanbrengen bij de toegang. Het is verboden dat te beletten of te belemmeren. De rechthebbende moet ervoor zorgen dat die daar tijdens de geldingsduur aanwezig blijven. K Artikel 2:48 komt te luiden: Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is verboden op een openbare plaats alcoholhoudende drank te nuttigen, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke of drinkgerei van welke aard dan ook met alcoholhoudende drank bij zich te hebben, als dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins overlast veroorzaken.
13
Inboeknummer
7962228_02
2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door burgemeester en wethouders aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke of drinkgerei van welke aard dan ook met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 3. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. L Artikel 2:48a komt te luiden: Artikel 2:48a – Verbod op (gevaarlijk) drinkgerei en verpakkingen 1. De houder van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27 is verplicht zodanige maatregelen te nemen dat bezoekers van zijn inrichting geen drinkgerei van glas, verpakkingen bestemd voor drank van glas buiten de inrichting en het daarbij behorende terras te brengen. 2. Het is verboden op de weg of een andere door de burgemeester aangewezen openbare plaats, binnen een door de burgemeester vastgestelde periode, drinkgerei of verpakkingen van glas, blik of voor eenmalig gebruik bestemd (wegwerp)plastic, kennelijk bestemd voor het bewaren van dranken, bij zich te hebben of met zich mee te voeren. 3.
Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen gebied en gedurende een door de burgemeester vastgestelde periode dranken te verstrekken in drinkgerei of verpakkingen van glas, blik of voor eenmalig gebruik bestemd (wegwerp)plastic, vanuit: a. een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27; b. een plaats waarvoor een ontheffing geldt op grond van artikel 35 van de Alcoholwet; c. winkels, warenhuizen en andere locaties en ruimten als bedoeld in artikel 18, tweede lid, en/of artikel 19, tweede lid, onder a, van de Alcoholwet; d. een locatie waarvoor een standplaatsvergunning is verleend. 4. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot dit artikel, waaronder regels over herbruikbare statiegeldbekers. 5. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de verboden in dit artikel. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. M Artikel 2:48 b, c en d vervallen: Artikel 2:48b Glas-, blik- of (wegwerp)plastic verbod horeca (vervallen) Artikel 2:48c Glas-, blik- of (wegwerp)plastic verbod op wegen (vervallen) Artikel 2:48d Nadere regels (vervallen) N Artikel 2:52a komt te luiden: Artikel 2:52a Hinder door bromfietsen e.d.
Het is verboden buiten een locatie waarop milieubelastende activiteiten worden verricht als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet en die zijn aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving en/of waarop de afdeling 22.3 van het Omgevingsplan van
14
Inboeknummer
7962228_02
toepassing is, zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving hinder ontstaat. O Artikel 2:52c komt te luiden: Artikel 2:52c Aanbieden van deelvoertuigen op of aan de weg of het openbaar water 1. Het is verboden zonder concessieovereenkomst van de Gemeente Eindhoven deelvoertuigen, zoals bedoeld in artikel 1:1, die op of aan de weg staan ter gebruik aan derden aan te bieden. 2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor het experimenteren met vormen van deelvervoer. Een experiment is een tijdelijke proef met een maximale tijdsduur van één jaar. Indien een experiment als vast onderdeel van de APV of andere verordening kan worden opgenomen doen Burgemeester en wethouders daartoe een voorstel aan de gemeenteraad. Burgemeester en wethouders informeren de gemeenteraad over het aangaan van een experiment.
P Artikel 2:60, eerste lid, aanhef, komt te luiden: Artikel 2:60 Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke dieren 1.Het is verboden op door burgemeester en wethouders ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een locatie waarop milieubelastende activiteiten worden verricht als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet en die zijn aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving en/of waarop de afdeling 22.3 van het Omgevingsplan van toepassing is, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: Q Artikel 2:64a komt te luiden: Artikel 2:64a Hinder door dieren Het is degene die, buiten een locatie waarop milieubelastende activiteiten worden verricht als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet en die zijn aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving en/of waarop de afdeling 22.3 van het Omgevingsplan van toepassing is, de zorg heeft voor een dier, verboden dat dier voor een omwonende of overigens voor de omgeving hinder te laten veroorzaken. R Artikel 2:80 komt te luiden: Artikel 2:80 Exploitatieplicht: Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a.
bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3.2.1; b. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
15
Inboeknummer
7962228_02
2. De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan alsmede ter voorkoming van ondermijning, bedrijfsmatige activiteiten, gebouwen, bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. Bij een aanwijzingsbesluit (en bij een verlenging hiervan) wordt een maximale termijn van 5 jaar gehanteerd waarbij verlenging van deze termijn alleen aan de orde is als uit een evaluatie blijkt dat de aanwijzing nog nodig is. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied. 4. De burgemeester kan in het aanwijzingsbesluit als bedoeld in het tweede en derde lid bepalen dat er gedurende de openingstijden van de bedrijfsmatige activiteit een leidinggevende aanwezig is. S Artikel 2:80a komt te luiden: Artikel 2:80a Aanvragen exploitatievergunning 1. De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier waarop de noodzakelijk door de aanvrager over te leggen gegevens zijn aangegeven. Dit formulier maakt onlosmakelijk deel uit van de vergunning. 2.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; b. als de exploitant, beheerder of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; d. als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer; f. Als niet wordt voldaan aan specifieke voorwaarden die zijn opgenomen in het aanwijzingsbesluit. T Artikel 2:80b komt te luiden: Artikel 2:80b Wijzigen exploitatievergunning De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand, aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet. U
16
Inboeknummer
7962228_02
Artikel 2:80c komt te luiden: Artikel 2:80c Intrekken, schorsen of wijzigen exploitatievergunning 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken, schorsen of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a. de exploitant, beheerder of leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b. de exploitant betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; c. er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; d. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. V Artikel 2:80d komt te luiden: Artikel 2:80d Sluiten van het pand 1.
Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in artikel 2:80c van toepassing is, kan de burgemeester een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 2. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf. 3. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 4. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin of daarop te verblijven. 5. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. W Artikel 2:80e komt te luiden: Artikel 2:80e Overige bepalingen 1.
In afwijking van artikel 2:80 derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 2. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
17
Inboeknummer
7962228_02
X In artikel 4:1 worden navolgende begripsbepalingen aangepast: Artikel 4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal locaties is verbonden; milieubelastende activiteit: milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet en die is aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving en/of waarop de afdeling 22.3 van het Omgevingsplan van toepassing is. Y Artikel 4:2 komt te luiden: Artikel 4:2 Collectieve en incidentele festiviteiten 1.De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 van het Omgevingsplan gelden niet voor horeca-, recreatie- of sportlocaties tijdens de volgende collectieve festiviteiten: a. carnavalsvrijdag tot en met carnavalsdinsdag; b. koningsnacht vanaf 17.00; c. koningsdag tot uiterlijk 24.00 uur; d. 24 december vanaf 17.00; e. 26 december vanaf 17.00; f. de jaarwisseling vanaf 17.00 uur tot 12.00 uur op 1 januari. 2.
Het is op een locatie, niet zijnde een horeca-, recreatie- of sportlocatie, toegestaan maximaal twee incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 van het Omgevingsplan niet van toepassing zijn, mits de houder van de locatie ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 3. Het is op een horeca-, recreatie- en sportlocatie, toegestaan maximaal vijf incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 van het Omgevingsplan niet van toepassing zijn, mits de houder van de locatie ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 4. Het derde lid geldt niet voor een horeca- en recreatie- locatie die is gelegen aan het Begijnenhof, het Catharinaplein (gevestigd in het Catharinahuis), de Molenstraat, het Stratumseind, de Stratumsedijk (het gedeelte tussen het Stratumseind en de Bilderdijklaan), de Oude Stadsgracht. 5.
Naast het gestelde in het eerste lid en in afwijking van het derde lid is het een horeca-, recreatie- en sportlocatie binnen het gebied Strijp-S, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Beukenlaan, het spoor, de Glaslaan, de Kastanjelaan en Schootsestraat, met uitzondering van deze wegen, toegestaan maximaal tien incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden, mits de houder van de locatie ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 6. Naast het gestelde in het eerste lid en in afwijking van het derde lid is het een locatie voor het houden van muziekvoorstellingen in de openlucht in het Stadswandelpark,
18
Inboeknummer
7962228_02
toegestaan maximaal twaalf incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden, mits de houder van de locatie ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 7. Het is op een sport- en recreatielocatie toegestaan om tijdens maximaal vijf incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sport- of recreatieactiviteiten waarbij artikel 22.239, eerste lid, van het Omgevingsplan niet van toepassing is, mits de houder van de locatie ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 8. Aan de kennisgevingsplicht, bedoeld in het tweede, derde, vijfde en zesde lid, is voldaan wanneer het daartoe door burgemeester en wethouders vastgestelde formulier volledig en naar waarheid is ingevuld en tijdig is ingeleverd. 9. Het gestelde in het tweede, derde en vijfde lid geldt slechts voor zover wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders ter voorkoming van geluidshinder te stellen voorwaarden. 10.Op deze procedure is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beslissing bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Z Artikel 4:3 komt te luiden: Artikel 4:3 Tijden vrijstelling van de geluidsnormen 1.Vrijstelling van de geluidsnormen van de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 uit het Omgevingsplan tijdens incidentele en collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2, kan verkregen worden vanaf 08:00 uur in de ochtend tot uiterlijk 02:00 uur de volgende dag, tenzij anders vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid geldt de vrijstelling van de geluidsnormen van de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 uit het Omgevingsplan tijdens incidentele en collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 tot uiterlijk 04:00 uur van de volgende dag, indien deze plaatsvinden bij een horeca-, recreatie- of sportlocatie, op vrijdag en zaterdag en tijdens de volgende feestdagen (Carnavalsdagen, Eerste Paasdag, Koningsnacht, Hemelvaart, Eerste Pinksterdag, Kerstavond en Tweede Kerstdag), en deze locatie is gelegen: a.in het gebied centrum, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Emmasingel, de Keizersgracht, de Wal, de P.C. Hooftlaan, de Hertogstraat, de Vestdijk en het 18 Septemberplein, inclusief de locaties die aan deze wegen zijn gelegen, met uitzondering van de locaties die zijn gelegen in het gebied ‘de Bergen’ (CBS wijkcode 112); b. aan het Stationsplein; c. aan de Dommelstraat; d.
in het gebied Strijp S, zijnde het gebied dat wordt begrensd door de Beukenlaan, het spoor, de Glaslaan, de Kastanjelaan en Schootsestraat, met uitzondering van de locaties die gelegen zijn aan deze wegen. 3. In afwijking van het eerste lid geldt de vrijstelling van de geluidsnormen van de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 uit het Omgevingsplan tijdens incidentele en collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 tot uiterlijk 07:00 uur de volgende dag, wanneer aan de hieronder beschreven voorwaarden wordt voldaan: a. maximaal 10 keer per jaar voor de locatie gelegen aan het Klokgebouw 50, mits de houder van de locatie minstens twee weken voor de aanvang van de festiviteit, zowel collectief als incidenteel, burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld;
19
Inboeknummer
7962228_02
b. op carnavalszaterdag en koningsnacht en daarnaast nog maximaal 5 keer per jaar voor de locatie gelegen aan de Lardinoisstraat 8, mits de houder van de locatie minstens twee weken voor de aanvang van de festiviteit, zowel collectief als incidenteel, burgemeester en wethouders daarvan in kennis heeft gesteld. 4. In afwijking van het eerste lid gelden onderstaande voorwaarden voor de vrijstelling van de geluidsnormen van de artikelen 22.45 en 22.63 tot en met 22.71 uit het Omgevingsplan tijdens incidentele en collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 voor de locatie als bedoeld in artikel 4:2, lid 6: a. tijdens collectieve festiviteiten kunnen, naast reguliere (muziek)voorstellingen tot uiterlijk 23:00 uur, (grootschalige) evenementen worden georganiseerd, onder de voorwaarden zoals beschreven in het locatieprofiel evenementen Stadwandelpark; b. per kalenderjaar mogen maximaal 5 incidentele festiviteiten gebruikt worden voor het houden van (grootschalige) evenementen, zoals beschreven in het locatieprofiel evenementen Stadwandelpark; c.
per kalenderjaar mogen maximaal 7 incidentele festiviteiten worden gebruikt voor culturele activiteiten op een zondagmiddag (12:00 tot 18:00 uur), waarbij het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, afkomstig van muziek of omroepgeluid, gemeten volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, uitgave 1999, en beoordeeld volgens deze handleiding, ter plaatse van de gevels van gevoelige objecten van derden maximaal 60 dB(A) en 75 dB(C) bedraagt. In afwijking van voornoemde handleiding wordt de bedrijfsduurcorrectie niet toegepast en is de straffactor van 10 dB vanwege de herkenbaarheid van het muziekgeluid niet van toepassing. 5. Aan de kennisgevingsplicht, bedoeld in het derde lid, is voldaan wanneer het daartoe door burgemeester en wethouders vastgestelde formulier volledig en naar waarheid is ingevuld en tijdig is ingeleverd.
AA Artikel 4:13, eerste lid, aanhef, komt te luiden: Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. 1.Het is verboden buiten een locatie waarop milieubelastende activiteiten worden verricht als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet en die zijn aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving en/of waarop de afdeling 22.3 van het Omgevingsplan van toepassing is, in de open lucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben: BB Artikel 5:18, vierde lid, komt te luiden: Artikel 5:18 Standplaatsen 4. Burgemeester en wethouders kunnen van dit verbod ontheffing verlenen; CC Artikel 5:34, eerste lid, komt te luiden: Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten locaties of anderszins vuur te stoken
20
Inboeknummer
7962228_02
1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een locatie waarop milieubelastende activiteiten worden verricht als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet en die zijn aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving en/of waarop de afdeling 22.3 van het Omgevingsplan van toepassing is, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. DD Artikel 6:6 komt te luiden Artikel 6:6 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de 8e dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin het wordt geplaatst. 2. In afwijking van het eerste lid, treedt artikel 2:52c op 1 december 2025 in werking.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 9 september 2025
, griffier.
21