CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Wijziging Verordening en Nadere Regeling SD

Raadsvergadering 15 april 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijziging Verordening Sociaal Domein, Hoofdstuk 5 Leerlingenvervoer6.204 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Inboeknummer 7872153_03 Dossiernummer 25.07.351 B&W beslisdatum 11 februari 2025

Raadsvoorstel Wijziging Verordening Sociaal Domein, Hoofdstuk 5 Leerlingenvervoer Inleiding Gemeenten zijn bij wet verplicht Leerlingenvervoer te organiseren en daar bij verordening regels over vast te stellen. In beginsel wordt een vervoersvoorziening toegekend aan leerlingen van het (speciaal) basis onderwijs die 6 kilometer of verder van de dichtstbijzijnde toegankelijke school wonen. Bij leerlingen met een handicap (ook uit het voortgezet onderwijs) geldt deze 6 kilometer grens niet als zij door hun handicap niet zelfstandig naar school kunnen reizen. Een vervoersvoorziening kan zijn een kmvergoeding voor fiets, een vergoeding voor openbaar vervoer, een km-vergoeding voor de eigen auto of aangepast vervoer (=taxivervoer). Bijna alle leerlingen die aanspraak maken op Leerlingenvervoer gaan met taxivervoer naar school; 624 van de 721 leerlingen (peildatum 22 januari 2025). De vigerende Verordening Leerlingenvervoer, zijnde Hoofdstuk 5 uit de Verordening Sociaal Domein (hierna VR SD), is in 2021 vastgesteld door de raad (Dossier Actualiseren Verordening Leerlingenvervoer, 21bst01548). De VNG heeft in 2024 - vanwege kritische vragen van gemeenten ten aanzien van de leesbaarheid en om de kwaliteit van het leerlingenvervoer te verbeteren - een herziene modelverordening Leerlingenvervoer uitgebracht.

De nieuwe opbouw uit de modelverordening is doorgevoerd in de voorliggende wijziging van de VR SD. Ook zijn enkele inhoudelijk wijzigingen gedaan om zo het leerlingenvervoer efficiënter te organiseren. Zo ontvangen ouders die hun kind laten meerijden met een andere ouder die voor het vervoer van hun kind een kilometervergoeding, eveneens een kilometervergoeding. Een maatregel die niet alleen zorgt voor verbinding tussen ouders en kinderen door het carpoolen te stimuleren, maar die ook bijdraagt aan een duurzamere samenleving. Met de vaststelling van de gewijzigde VR SD, zal eveneens de door het college gewijzigde Nadere Regeling Sociaal Domein (NR SD) gemeente Eindhoven Hoofdstuk 5 Leerlingenvervoer in werking treden. De NR SD is daarmee in lijn met de VR SD. Onder andere is de eigen verantwoordelijkheid van ouders nu expliciet in de NR SD opgenomen. Van ouders wordt verwacht dat zij hun kind stimuleren en leren om (met het bereiken van de negenjarige leeftijd) zo zelfstandig mogelijk naar school te gaan. Dat is belangrijk voor de ontwikkeling en het zelfvertrouwen

Inboeknummer 7872153_03 dat het kind hierdoor krijgt. Het stimuleren van de eigen verantwoordelijkheid draagt er tevens aan bij dat de druk op het aangepast vervoer wordt verlaagd. Al enige jaren is er in het land een tekort aan chauffeurs en in Eindhoven speelt dat ook.  Wettelijke taak Gemeentewet (artikel 149), Wet op het primair onderwijs (Wpo) (artikel 4), Wet op de expertisecentra (Wec) (artikel 4) en Wet voortgezet onderwijs 2020 (Wvo 2020) (artikel 8.29)  Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college  Onvermijdelijk

Doelstelling De wijziging van Hoofdstuk 5 leerlingenvervoer van de VR SD heeft tot doel de regels over leerlingenvervoer beter aan te laten sluiten bij de huidige omstandigheden en ontwikkelingen. Het geeft ouders helderheid over de voorwaarden wanneer aanspraak kan worden gemaakt op een vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Voorstel 1. De wijziging van de Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven middels het in zijn geheel wijzigen van “Hoofdstuk 5 Leerlingenvervoer” vast te stellen conform concept gemeenteblad, met daarbij de volgende hoofdlijnen: a. de verordening sluit aan bij de VNG-modelverordening Leerlingenvervoer en is daardoor overzichtelijker; b. er wordt geen eigen bijdrage heringevoerd en; c. de zelfredzaamheid van ouders en leerlingen wordt gestimuleerd, o.a. door een gunstige carpoolregeling. Argumenten 1.1 De gewijzigde VR SD sluit aan bij het VNG model. Door bij het VNG model aan te sluiten is er uniformiteit in het land met betrekking tot de opbouw en formulering van de Verordening Leerlingenvervoer. Tegelijkertijd is het voorstel beter leesbaar en begrijpelijker voor ouders en leerlingen. Zo zijn een aantal nieuwe artikelen opgenomen zoals ‘onderzoek’, ‘beslistermijn’, ‘ingangsdatum voorziening’ en het ‘doorgeven van wijzigingen’.

Het artikel dat leerlingenvervoer in het ‘Op Overeenstemming Gerichte Overleg’ (OOGO) met het samenwerkingsverband een vast agendapunt is, is geschrapt. Dit is bij wet al een verplicht onderdeel en voor het verstrekken van een vervoersvoorziening niet verder van belang.

2

Inboeknummer 7872153_03 1.2

Wijzigingen in de VR SD bevorderen de uitvoerbaarheid en beheersbaarheid van het leerlingenvervoer.

De ingangsdatum van aangepast vervoer is gewijzigd In de vigerende VR SD is opgenomen dat de ingangsdatum van aangepast vervoer zoveel mogelijk aansluit bij de verzochte datum. Dit is gewijzigd naar een ingangsdatum op de eerste schooldag van de maand volgend op het besluit, met dien verstande dat daar minimaal 5 werkdagen tussen zit. Deze wijziging is gedaan om gedurende de maand zo min mogelijk mutaties in de rittenplanning door te voeren. Dat is efficiënt voor de planners van het vervoersbedrijf - er worden zo’n 90 routes gereden per dag gereden - en het brengt tegelijkertijd rust bij de kinderen die al met taxivervoer naar school gaan. Mogelijkheid van aanwijzen opstapplaatsen In lijn met het VNG model hebben we de kán bepaling opgenomen dat het college bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats kán aanwijzen. Vooralsnog is dit niet aan de orde. Hiermee wordt wel de mogelijkheid gecreëerd om opstapplaatsen aan te wijzen als daar aanleiding toe is. Een drempelbedrag over de eerste 6 km én een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor regulier onderwijs boven de 20 km worden niet heringevoerd in Eindhoven. Een drempelbedrag houdt in dat de (fictieve) kosten van het OV tot aan 6 km voor rekening van ouders zijn. Ook wanneer de leerling gebruik maakt van aangepast vervoer moeten ouders de kosten, ter hoogte van kosten OV, over de eerste 6 km zelf betalen.

Dit met als doel ouders verantwoordelijk te laten zijn voor een bepaald deel van de (werkelijk gemaakte) kosten van het vervoer, de zogenaamde drempel. Immers alle ouders maken kosten om hun kind naar school te begeleiden. De doelgroep voor het drempelbedrag zijn de ouders van leerlingen van scholen voor basisonderwijs (bo) of speciale scholen voor basisonderwijs (sbo), die een gezamenlijk inkomen hebben boven € 29.000 (schooljaar 2024/2025). Een uitzondering geldt voor leerlingen die wegens hun structurele handicap op ander vervoer dan OV zijn aangewezen, of vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van OV gebruik kunnen maken. Aan deze ouders mag geen drempelbedrag gevraagd worden. Aan ouders van leerlingen die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so) bezoeken mag ook geen drempelbedrag worden opgelegd, aangezien de Wet op de expertisecentra (Wec) deze mogelijkheid niet biedt. Bijna alle leerlingen die een vervoersvoorziening hebben gaan naar het (v)so, zo’n 85%. Het invoeren van een drempelbedrag verhoogt de administratieve last aanzienlijk. Dat staat op dit moment niet in verhouding tot het mogelijke effect (ca. € 40.000) en het beperkte bereik. Om die reden gaan we niet over tot herinvoeren van een drempelbedrag, welke de raad in 2008 heeft afgeschaft (08.R2540.001).

Wat betreft de inkomensafhankelijke eigen bijdrage biedt de Wet op het primair onderwijs (Wpo) de mogelijkheid een bijdrage te vragen in de kosten van het vervoer, wanneer de afstand tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer is dan 20 kilometer. Deze bijdrage kan alleen worden gevraagd wanneer het een school voor regulier basisonderwijs

3

Inboeknummer 7872153_03 betreft. Er wordt geen eigen bijdrage gevraagd wanneer het gaat om leerlingen die wegens hun structurele handicap op ander vervoer dan OV zijn aangewezen, of vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van OV gebruik kunnen maken. Momenteel geldt slechts voor enkele gezinnen (<5) geldt dat de dichtstbijzijnde toegankelijke reguliere basisschool (denk hierbij aan scholen van richting) verder is dan 20 km. Het invoeren van een inkomensafhankelijke bijdrage vergroot de administratieve last en staat niet in verhouding tot de aantallen die het betreft. Om die reden gaan we niet over tot herinvoeren van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage, welke de raad in 2008 heeft afgeschaft (08.R2540.001). Een specifieke bepaling over vervoer naar buitenschoolse opvang is geschrapt In de vigerende verordening is een apart artikel gewijd aan vervoer naar buitenschoolse opvang. In plaats van een apart artikel is bij artikel 5.8 ‘Algemene bepalingen’ opgenomen dat ‘Het college rekening kan houden bij het verstrekken van de vervoervoorziening met maximaal één tweede adres binnen de gemeente waar de leerling volgens een vast patroon verblijft.’ Hier valt naast bijvoorbeeld adres van een co-ouder of familielid ook buitenschoolse opvang onder. De wet spreekt alleen van het vervoer tussen de woning en de school.

Gemeenten kunnen het vervoer wel aanbieden tussen de school en locatie van buitenschoolse opvang.

1.3

Wijzigingen in de verordening stimuleren de zelfredzaamheid van leerlingen en ouders.

Vervoerstraining Bij artikel 5.8 ‘Algemene bepalingen’ is opgenomen dat het college, naast een vervoersvoorziening, ook een vervoerstraining kan inzetten ter versterking van de zelfredzaamheid en daardoor persoonlijke groei van de leerling, waardoor deze na de training niet langer aangewezen is op aangepast vervoer of OV. We hebben al enkele jaren het project De Reiskoffer, waar leerlingen na het volgen van een training met hulp van een GoOV-app zelfstandig met OV naar school reizen; het betreft 14 leerlingen die geslaagd zijn en nu zelfstandig met OV reizen en 8 leerlingen die nog in een leertraject zitten. Ook zijn we voornemens een training aan te bieden gericht op het met een E-bike naar het voortgezet speciaal onderwijs te gaan. Kilometervergoeding voor ouders die hun kind laten carpoolen In artikel 5.19 is opgenomen dat ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer al een vergoeding van het college ontvangen, zij de maximale belastingvrije kilometervergoeding ontvangen. In de vigerende VR SD krijgen deze ouders nu geen vergoeding. Ouders worden erop gewezen dat kinderen samen mogen reizen, zonder dat dit nadelige financiële consequenties voor ouders heeft. Sterker nog, ze hebben er alleen maar financieel profijt van omdat ze de kosten kunnen delen en samen afspraken kunnen maken over het carpoolen. Deze maatregel stimuleert ook

4

Inboeknummer 7872153_03 ouders waarvan kinderen nu met taxivervoer naar school gaan, om samen tot andere oplossingen te komen. Kanttekeningen 1. Voor ouders zal het uitgangspunt dat de meest zelfstandige en onafhankelijke manier van reizen door de leerling wordt vergoed, consequenties hebben. Bij de beoordeling van een aanvraag leerlingenvervoer wordt gekeken naar de afstand tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school en wat een leerling kan, gezien zijn ontwikkeling en leeftijd. Achtereenvolgens wordt eerst gekeken of vervoer per fiets, openbaar vervoer of eigen auto het meest passend is. Daarna wordt pas gekeken of taxivervoer de meest passende voorziening is. Het is aan ouders om, eventueel samen met hun sociale netwerk of met behulp van andere ouders, hun kind zelf te (laten) vervoeren of te leren zelf naar school te reizen. Er ligt echter ook een wettelijke zorgplicht bij de gemeente om passend vervoer aan te bieden. Tot vrij recent waren we ruimhartig bij het beoordelen van aanvragen en dat zien we terug in het hoge aandeel van leerlingen dat met taxivervoer naar school gaat (85% van het bestand). De specialisten Leerlingenvervoer gaan een andere werkwijze hanteren en kijken veel meer, na een zorgvuldige afweging wat, gelet op de primaire verantwoordelijkheid van ouders, redelijk is.

Taxivervoer is dan alleen nog beschikbaar voor díe leerlingen die echt afhankelijk zijn van taxivervoer. Dit is ook in lijn met het bestuursakkoord waarin is opgenomen dat het voorzieningenniveau onder druk staat en er scherpe keuzes gemaakt moeten worden. Door veel meer te kijken naar wat er - voorliggend aan taxivervoer - mogelijk is, komen ouders ook veel meer in hun eigen kracht. Echter het allerbelangrijkste: het draagt bij aan de ontwikkeling en het zelfvertrouwen van leerlingen, waar ze een leven lang profijt van hebben. Personele consequenties Geen, past binnen reguliere capaciteit gemeente. Financiële consequenties De VR SD is enerzijds gewijzigd om het overzichtelijker en begrijpelijker te maken. Anderzijds zijn enkele inhoudelijke wijzigingen aangebracht. De verwachting is dat het beoordelen van nieuwe aanvragen conform VR SD tot minder leerlingen in het Leerlingenvervoer zullen leiden. Ook verwachten we dat door het aantrekkelijker maken van carpoolen minder leerlingen gebruik maken van taxivervoer. De financiële consequenties hiervan zijn op dit moment niet goed aan te geven. In de loop van schooljaar 2025-2026 is daar meer zicht op. Communicatie Adviesraad De VR SD en NR SD zijn besproken met de Adviesraad leerlingenvervoer. De Adviesraad steunt de gewijzigde VR SD en NR SD.

5

Inboeknummer 7872153_03 Op de website wordt naar de VR SD en de NR SD verwezen en in de beschikking die ouders ontvangen. De belangrijkste zaken worden op een toegankelijke wijze geformuleerd en gecommuniceerd via www.eindhoven.nl. Planning en uitvoering Na vaststelling van de wijzigingen van de VR SD door gemeenteraad zal de wijziging gepubliceerd worden, daarna gelden de bepalingen voor nieuwe aanvragen voor het eerst voor schooljaar 2025/2026. Voor leerlingen die nu meerjarig aanspraak maken op een vervoersvoorziening (ongeveer de helft van de leerlingen) gelden de bepalingen met ingang van het schooljaar 2026/2027, tenzij de wijzigingen voor leerlingen gunstiger uitpakken dan onder de vigerende VR SD. Dan gelden de bepalingen al met ingang van schooljaar 2025/2026. Schooljaar 2025/2026 wordt gebruikt om het gesprek met deze ouders/leerlingen te voeren en ze voor te bereiden op het zelfredzamer worden, waar mogelijk, en hetgeen ze zelf hierin kunnen betekenen. Hoofdstuk 5 Leerlingenvervoer in de NR SD gemeente Eindhoven, zal na vaststelling van de wijzigingen van de VR SD ook wijzigen om deze in lijn te brengen met de VR SD en om meer duidelijkheid te geven aan ouders. Evaluatie De gemeente heeft gedurende het jaar veelvuldig overleg met scholen, de vervoerder (en ouders indien aan de orde) over het leerlingenvervoer.

Verder vindt minimaal tweemaal per jaar overleg plaats met de Adviesraad Leerlingenvervoer, waarin naast scholen en vervoerder ook ouders en de toezichthouder vertegenwoordigd zijn. Als uit besprekingen blijkt dat de VR SD of NR SD aangepast dient te worden, dan wordt de aanpassing aan college en/of raad voorgelegd. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: Concept Gemeenteblad Wijziging Verordening Sociaal Domein, Hoofdstuk 5 Leerlingenvervoer Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, secretaris.

6

Inboeknummer 7872153_03

Ontwerp Raadsbesluit

De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 februari 2025; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 8.29 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; gezien het advies van de meningsvormende commissie besluit: De wijziging van de Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven middels het in zijn geheel wijzigen van “Hoofdstuk 5 Leerlingenvervoer” vast te stellen conform concept gemeenteblad, met daarbij de volgende hoofdlijnen: a. de verordening sluit aan bij de VNG-modelverordening Leerlingenvervoer en is daardoor overzichtelijker; b. er wordt geen eigen bijdrage heringevoerd en; c. de zelfredzaamheid van ouders en leerlingen wordt gestimuleerd, o.a. door een gunstige carpoolregeling. Artikel I De Verordening Sociaal Domein gemeente Eindhoven als volgt te wijzigen: Hoofdstuk 5. Leerlingenvervoer wordt vervangen door: ‘Hoofdstuk 5. Leerlingenvervoer Paragraaf 5.1 Algemeen Artikel 5.1 Begripsbepalingen In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. aangepast vervoer: door het college georganiseerd vervoer; b.

afstand: afstand, overeenkomstig artikel 4, zesde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, gemeten met routeplanner langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; c. begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; d. deskundige: onafhankelijk medisch, psychiatrisch, psychologisch, pedagogisch of verkeerskundig deskundige;

7

Inboeknummer 7872153_03 e. eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets dat onder eigen verantwoordelijkheid plaatsvindt; f.

leerling met een handicap: een leerling, die vanwege een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken. De beperking die de leerling vanwege de handicap ervaart bij het vervoer naar school, is structureel van aard (langer dan drie maanden).

g. leerling: de leerling die is ingeschreven bij een school; h. openbaar vervoer: personenvervoer dat openbaar toegankelijk is en waarvan iedereen al dan niet tegen betaling gebruik van kan maken; i.

opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer;

j.

ouders: met gezag over de leerling belaste ouders, pleegouders, voogden of verzorgers van de leerling;

k. persoonlijk vervoersontwikkelingsplan: een schriftelijk plan waarin de activiteiten worden beschreven door middel waarvan de leerling de vaardigheden kan aanleren die nodig zijn om zoveel mogelijk zelfstandig en met het openbaar vervoer of de fiets te reizen l.

samenwerkingsverband: 1. samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; 2. samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of 3. samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 2.47 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

m. school: 1. basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2. school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 3. school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020; n. schoolvakantie: vakantie waarvan de datum is opgenomen in de schoolgids; o. toegankelijke school: toegankelijke school als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder a, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra, waar plaats is en waarbij de op godsdienst of levensbeschouwing van de ouders of de meerderjarige leerling berustende keuze van een school geëerbiedigd wordt; p. vervoersvoorziening: 1. vergoeding van fietsvervoer voor de leerling en zo nodig van diens begeleider; 2. vergoeding van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig van diens begeleider;

8

Inboeknummer 7872153_03 3. aanbieding van aangepast vervoer voor de leerling en zo nodig voor diens begeleider; of 4. gehele of gedeeltelijke vergoeding van de vervoerkosten van de leerling en zo nodig van diens begeleider; q. woning: woning waar de leerling feitelijk en structureel verblijft. Paragraaf 5.2 Aanvraagprocedure van de vervoersvoorziening Artikel 5.2 Aanvraag 1. Het college stelt een aanvraagformulier voor een vervoersvoorziening leerlingenvervoer vast. 2. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening kan worden ingediend voor een leerling die zijn woning in de gemeente heeft. 3. Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. Artikel 5.3 Onderzoek 1. Bij de beoordeling van de aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel een begeleider, onderzoekt het college in elk geval de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin, en de afstand en route tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school. 2. Het college kan in een gesprek met de ouders en desgewenst de leerling, de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening onderzoeken. Bij dit gesprek kan, als het college dat noodzakelijk acht, ook een deskundige aansluiten. 3. Bij gewijzigde omstandigheden kan het gesprek als bedoeld in het tweede lid opnieuw plaatsvinden. 4.

Wanneer de leerling de leeftijd van negen jaar bereikt, kan het college, in overleg met de ouders en desgewenst de leerling, gelet op het ontwikkelingsperspectief van de leerling, een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opstellen. Artikel 5.4 Inzet deskundige 1. Het college betrekt een deskundige bij het onderzoek en verzoekt deze advies uit te brengen, ter beoordeling van de individuele situatie van de leerling, op het moment dat hij specifieke deskundigheid noodzakelijk acht. 2. De ouders en de leerling verlenen medewerking aan het onderzoek van de deskundige. Artikel 5.5 Beslistermijn

9

Inboeknummer 7872153_03 1. Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening. 2. Het college kan de in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken verlengen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. Artikel 5.6 Ingangsdatum voorziening Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een vergoeding betreft, met ingang van de verzochte datum, waarbij de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van de eerste schooldag van de maand volgend op het besluit, met dien verstande dat daar minimaal 5 werkdagen tussen zit. Artikel 5.7 Besluit 1. Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking, de uitbetaling, en de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. 2. Het college kan aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voorwaarden verbinden. Paragraaf 5.3 Beoordelingscriteria Artikel 5.8 Algemene bepalingen 1. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 2. De verantwoordelijkheid om als dat nodig is te zorgen voor een begeleider berust bij ouders. 3.

Ten behoeve van het schoolbezoek van een leerling die zijn woning heeft in de gemeente, kent het college aan de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. Hierbij vormt de goedkoopste en indien mogelijk meest zelfstandige manier van reizen door de leerling het uitgangspunt. 4. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepast vervoer berust bij de ouders. 5. Bij de keuze voor de te verstrekken vervoersvoorziening wordt achtereenvolgens beoordeeld of vervoer, al dan niet met begeleiding, mogelijk is: a. per fiets; b. per openbaar vervoer; c. met eigen vervoer;

10

Inboeknummer 7872153_03 d. met aangepast vervoer. 6. Het college kan bij het verstrekken van de vervoervoorziening rekening houden met maximaal één tweede adres binnen de gemeente waar de leerling volgens een vast patroon verblijft. 7. Het college kan, naast een vervoersvoorziening, ook een vervoerstraining inzetten ter versterking van de zelfredzaamheid van de leerling, waardoor deze na de training niet langer aangewezen is op aangepast vervoer, het openbaar vervoer met begeleiding of fiets met begeleiding. Artikel 5.9 Afwijzingsgronden 1. Er wordt geen vervoersvoorziening toegekend als de afstand van de woning tot de dichtstbijzijnde toegankelijke school kleiner is dan zes kilometer. Deze afstandsgrens geldt niet voor leerlingen met een handicap. 2. Er wordt geen vervoersvoorziening toegekend voor het bezoeken van het voortgezet onderwijs, tenzij a. er sprake is van voortgezet speciaal onderwijs en de leerling door een handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer of fiets als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra; of b. de leerling door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet zelfstandig gebruik kan maken van het openbaar vervoer of fiets als bedoeld in artikel 8.28, van de Wet voortgezet onderwijs 2020. Artikel 5.10 Andere oplossing 1.

Als de leerling aanspraak kan maken op een passende voorziening of vergoeding voor de reiskosten op basis van een andere regeling, komt de leerling niet in aanmerking voor een vervoersvoorziening op grond van deze verordening. 2. Als de leerling aanspraak kan maken op een gedeeltelijke vergoeding voor de reiskosten op basis van een andere regeling betrekt het college deze vergoeding bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding op grond van deze verordening. Artikel 5.11 Aanwijzing opstapplaats 1. Het college kan bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van waaruit de leerling gebruik maakt van het aangepast vervoer. 2. De opstapplaats bevindt zich op een veilige en beschutte locatie en op een redelijke afstand van de woning van de leerling en biedt voldoende ruimte voor een eventuele begeleider. 3. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. 4. Het college wijst geen opstapplaats aan als naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat begeleiding van de leerling door de ouders of

11

Inboeknummer 7872153_03 anderen uit hun netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden. Artikel 5.12 Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. In overeenstemming met artikel 4, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 8.29, vierde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020, wordt een vervoersvoorziening toegekend over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling als aanvrager met het vervoer naar die school schriftelijk instemt. 2. Er wordt, overeenkomstig artikel 4, vijfde lid, aanhef en onder c en d, van de Wet op het primair onderwijs, eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en: a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, als ouders daar schriftelijk mee instemmen; of b.

een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a en ouders daar schriftelijk mee instemmen. 3. Als de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling vanwege een specifieke onderwijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aan het college is door de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling naar het oordeel van het college voldoende aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte is van de leerling; en b. aan het college is door de ouders of de meerderjarig en handelingsbekwame leerling naar het oordeel van het college voldoende aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod. Artikel 5.13 Schooltijden en wachttijden 1.

Het aangepast vervoer vindt plaats in aansluiting op de schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. Vervoer dat nodig is in verband met een activiteit van de school (sportdag, excursie, sinterklaas- of andersoortige feestdagviering) valt buiten het leerlingenvervoer.

12

Inboeknummer 7872153_03 2. Als er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kan het college besluiten een wachttijd van één of meerdere uren in te stellen, om het aangepast vervoer zo efficiënt mogelijk in te zetten. 3. Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet georganiseerd, tenzij de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling als aanvrager naar het oordeel van het college toereikend bewijs overlegt waaruit blijkt dat de structurele handicap van een leerling de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt. Artikel 5.14 Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1. Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling of aan de meerderjarige en handelingsbekwame leerling zelf, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en c. de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. 2.

Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van het tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken. 3. Als de vervoersvoorziening bestaat uit aangepast vervoer kan het college, in overleg met de gemeente waarin de leerling tijdelijk verblijft, besluiten dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van het tijdelijk verblijf het vervoer uitvoert. Artikel 5.15 Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie bij verblijf in pleeggezin of internaat 1. Met inachtneming van de artikelen 5.8 en 5.10 kent het college op aanvraag een vervoersvoorziening voor het weekeinde en de schoolvakantie toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft. 2.

Het college kent aan de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling een vervoersvoorziening toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de eenmaal per weekeinde gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekenden niet vallen binnen de in het eerste lid genoemde schoolvakanties.

13

Inboeknummer 7872153_03 3. Het college kent aan de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling een vervoersvoorziening toe voor het vervoer van de leerling tijdens de schoolvakanties. De voorziening betreft de reis van het internaat of het adres van het pleeggezin naar de woning van de ouders eenmaal aan het begin van de vakantie en eenmaal aan het einde van de vakantie. 4. Voor de toekenning is een vergoeding van de kosten van openbaar vervoer het uitgangspunt. 5. Het college vergoedt ook de kosten van het openbaar vervoer voor een begeleider, als de leerling wegens zijn structurele handicap of leeftijd niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken. 6. Het college kan toestaan dat de ouders de leerling zelf vervoeren of laten vervoeren. De vergoeding is dan afhankelijk van de vervoersvoorziening waarop de ouders aanspraak zouden maken. 7. Het college kan uitsluitend aangepast vervoer toekennen voor weekeinde en vakantievervoer wanneer: a. openbaar vervoer geheel ontbreekt; of b. de leerling wegens zijn structurele handicap niet in staat is - ook niet onder begeleiding - van het openbaar vervoer gebruik te maken. Artikel 5.16 Vervoersvoorziening naar stageadres 1. Als er aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar school kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer naar een stageadres.

Hiervoor wordt een afzonderlijke aanvraag ingediend. 2. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt, in aanvulling op de voorwaarden die gelden voor een vervoersvoorziening naar school, slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage is onderdeel van het onderwijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; b. de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één stageadres; en d. het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. 3. Het college kan van de in het tweede lid, onder d, genoemde voorwaarde afwijken als kan worden aangetoond dat er geen geschikt stageadres op de route aanwezig is. Het stageadres dient dan ten minste binnen de gemeente te liggen. Artikel 5.17 Vervoersvergoeding voor de leerling 1. Het college bepaalt de hoogte van de te verstrekken vervoersvoorziening in de vorm van een vervoersvergoeding op basis van de kosten van het openbaar vervoer. 2. Als aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik

14

Inboeknummer 7872153_03 kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders de vergoeding op basis van de kosten van het vervoer per fiets. 3. Voor de leerling wordt de vergoeding voor fietskosten per schooldag tweemaal verstrekt (heenrit en terugrit). 4. Het college stelt bij nadere regeling de kilometervergoeding voor de fiets vast. Artikel 5.18 Vervoersvergoeding voor de begeleider 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling, die een school bezoekt en daarvoor recht heeft op een vervoersvergoeding op grond van deze verordening, een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets van een begeleider van de leerling als: a. de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft jonger dan negen jaar is; b. de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de vervoersvoorziening betrekking heeft negen jaar of ouder is en naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken. 2. Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor vergoeding in aanmerking. 3.

Voor de begeleider wordt de vergoeding voor fietskosten per schooldag viermaal verstrekt (tweemaal per dag heenrit en terugrit). 4. Het college stelt bij nadere regeling de kilometervergoeding voor de fiets vast. Artikel 5.19 Vervoersvergoeding op basis van de kosten van door de ouders georganiseerd vervoer 1. Het college kan de ouders vragen en stimuleren één of meer leerlingen, met tevens een vervoersvoorziening in het kader van leerlingenvervoer, zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Ouders kunnen op basis van het eerste lid niet verplicht worden om één of meer leerlingen zelf te vervoeren. 3. De vergoeding voor het door ouders zelf georganiseerde vervoer bestaat uit een kilometervergoeding voor de eigen auto op basis van de maximale belastingvrije kilometervergoeding zoals vastgesteld door de Belastingdienst, gebaseerd op twee retourreizen per dag. 4. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer al een vergoeding van het college ontvangen, wordt door het college eveneens de maximale belastingvrije kilometervergoeding verstrekt, gebaseerd op twee retourreizen per dag.

15

Inboeknummer 7872153_03 Artikel 5.20 Aangepast vervoer Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer als: a. aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in artikel 5.17 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, rekening houdend met wachttijden, overstaptijden en de duur van de reis met verschillende vormen van openbaar vervoer, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op een vergoeding zoals bedoeld in artikel 5.17 en openbaar vervoer ontbreekt; c. aanspraak bestaat op een vergoeding op grond van artikel 5.18 en naar het oordeel van het college voldoende is aangetoond dat begeleiding van de leerling door de ouders of anderen uit hun netwerk onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden; d. de leerling, naar het oordeel van het college, ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer gebruik te maken. Artikel 5.21 Vergoeding andere passende vervoersvoorziening Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college na overleg met de ouders of meerderjarige en handelingsbekwame leerling een vergoeding verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer.

Paragraaf 5.4 Herziening, opschorting, intrekking en terugvordering van de vervoersvoorziening Artikel 5.22 Doorgeven van wijzigingen De ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan het college. Artikel 5.23 Beëindiging, opschorting, herziening, intrekking en terugvordering van de vervoersvoorziening 1. Het college kan een besluit tot toekenning van een vervoersvoorziening beëindigen, opschorten, herzien, of intrekken, als het vaststelt dat: a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij deze verordening; b. beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; c. de verstrekte vervoersvoorziening naar het oordeel van het college niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. sprake is van onaanvaardbaar gedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of

16

Inboeknummer 7872153_03 e. het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie voor de leerling zelf, andere reisgenoten of de chauffeur in het aangepast vervoer. 2. De kosten van een ten onrechte genoten vervoersvoorziening kunnen van de ouders of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling worden teruggevorderd, of worden verrekend met een verstrekte maar nog niet uitbetaalde vervoersvergoeding. Paragraaf 5.5 Slotbepalingen Artikel 5.24 Inwerkingtreding en overgangsrecht 1. Hoofdstuk 5. Leerlingenvervoer (Gemeenteblad 2021, 474237) zoals van kracht voorafgaand aan deze wijziging vervalt zodra ze is uitgewerkt. 2. Deze wijziging treedt in werking op de dag volgend op haar bekendmaking. Ze is voor nieuwe aanvragen het eerst van toepassing op het Leerlingenvervoer in schooljaar 2025-2026. 3. Voor reeds verleende meerjarige vervoersvoorzieningen die doorlopen tot ten minste schooljaar 2026-2027 is ze voor het eerst van toepassing op het Leerlingenvervoer in schooljaar 2026-2027, tenzij op basis van deze wijziging een voordeel optreedt ten opzichte van het oude Hoofdstuk 5. Leerlingenvervoer (Gemeenteblad 2021, 474237). In dat geval komen de ouders van de leerling of de meerderjarige en handelingsbekwame leerling bij het eerstvolgende heronderzoek in aanmerking voor toepassing van dit nieuwe hoofdstuk. 4.

In gevallen waarin deze overgangsbepaling niet voorziet beslist het college.

Artikel II Het bepaalde in artikel I treedt in werking op de dag volgend op haar bekendmaking. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 april 2025

, griffier.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15170392/1