Raadsvoorstel Wijziging OZB-tarieven 2023
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 22bst01514 Dossiernummer 22.49.751 B&W beslisdatum 06 december 2022
BLANCO
Raadsvoorstel Wijziging OZB-tarieven 2023 Inleiding Op 8 november 2022 heeft uw raad de begroting voor 2023 vastgesteld. Hierin is voor de onroerende-zaakbelastingen (OZB) een opbrengst opgenomen van € 84,187 miljoen. Om deze opbrengst te kunnen realiseren zijn door de raad tevens de OZB-tarieven voor 2023 vastgesteld. Deze tarieven zijn gekoppeld aan de totale WOZ-waarde van alle onroerende zaken in Eindhoven. Deze totale waarde was bij het vaststellen van het raadsvoorstel van 8 november jl. echter nog gebaseerd op een voorlopige raming. Doordat de hertaxaties thans in een vergevorderd stadium zijn kan de totale WOZ-waarde veel nauwkeuriger worden becijferd. Op grond hiervan zijn nu de OZB-tarieven herberekend, waardoor het verschil tussen de begrote opbrengst en de uiteindelijke realisatie zoveel mogelijk wordt beperkt. In verband hiermee heeft het college besloten om de raad voor te stellen de OZB-tarieven voor 2023 aan te passen. De in de begroting vastgestelde opbrengst van € 84,187 miljoen wijzigt hierdoor niet. Hierna wordt toegelicht in hoeverre de verschillende tarieven wijzigen en wat de oorzaken hiervan zijn. Tarief woningen Uit de laatste berekening is gebleken dat de waardestijging van de woningen hoger uitvalt dan ten tijde van het opstellen van het tarievendossier was geraamd. Dit leidt tot een lager tarief.
Het tarief daalt, ten opzichte van het raadsbesluit van 8 november 2022, van 0,09197% naar 0,09153%. Tarieven niet-woningen Bij de niet-woningen is gebleken dat de totale WOZ-waarde minder toeneemt dan bij de voorlopige ramingen was ingeschat. Dit heeft een verhogend effect op het tarief van de eigenarenbelasting niet-woningen; het tarief stijgt van 0,29481% naar 0,29512%. Voor de gebruikersbelasting is naast de totale WOZ-waarde ook de leegstand van belang. Deze twee elementen kennen samen een hogere heffingsgrondslag dan eerder geraamd, waardoor het tarief van de gebruikersbelasting daalt van 0,21238% naar 0,21170%.
Wettelijke taak Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Onvermijdelijk
Inboeknummer 22bst01514
Doelstelling Het realiseren van de begrote opbrengst onroerende-zaakbelastingen 2023. Voorstel 1. De Verordening tot eerste wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2023 vast te stellen, conform ontwerp-raadsbesluit. Argumenten 1. Om de begrote opbrengst OZB voor 2023 zo nauwkeurig mogelijk te kunnen realiseren is deze tariefsaanpassing vereist. Kanttekeningen N.v.t. Kosten De aanpassing van de tarieven heeft geen gevolgen voor de begroting; de begrote opbrengst van de onroerende-zaakbelastingen blijft gelijk. Communicatie De Verordening tot eerste wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2023 wordt op de gebruikelijke wijze, middels het gemeenteblad, gepubliceerd. Planning en uitvoering De tarieven gelden vanaf 1 januari 2023. Evaluatie Middels de tussentijdse rapportages en de jaarrekening wordt uw raad geïnformeerd over de realisatie van de opbrengst. Bijlage(n) Bij dit voorstel behoren geen bijlagen. Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
2
Inboeknummer 22bst01514
Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 december 2022; mede gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de:
Verordening tot eerste wijziging van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2023
Artikel I Artikel 5 van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen 2023 wordt vervangen door: Artikel 5. Belastingtarieven Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: A. de gebruikersbelasting: 0,21170%; B. de eigenarenbelasting: i. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen: 0,09153%; ii. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen: 0,29512%. Artikel II Behoudens de in het vorige artikel genoemde wijzing wijzigt de Verordening onroerendezaakbelastingen 2023 niet. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel III Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening onroerende-zaakbelastingen 2023 (eerste wijziging)”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 december 2022
, griffier.
3