Raadsvoorstel Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) 2023-2026 (voorheen GRP)
Tekst van het document
Gemeente Eindhoven Programma- en Gebiedsmanagement Telefoonnummer: 0646441210 Inboeknummer: 22bst01405 Dossiernummer 22.44.251 B&W beslisdatum 01 november 2022
BLANCO
Raadsvoorstel Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) 2023-2026
Inleiding
Het huidige Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) 2019-2022 heeft een looptijd tot eind 2022. Vanwege het verstrijken van de looptijd dient dit plan te worden geactualiseerd. Het GRP 2023-2026 verwoordt de ambities en bijbehorende maatregelen om invulling te geven aan de gemeentelijke zorgplichten. Het gaat hier om de volgende wettelijke zorgplichten: Zorgplicht voor de inzameling en transport van het stedelijk afvalwater (art. 10.33 Wet Milieubeheer); Zorgplicht voor afvloeiend hemelwater (art. 3.5 Waterwet); Zorgplicht voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen teneinde structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemmingen zoveel mogelijk te voorkomen of beperken (art. 3.6 Waterwet). Het GRP 2023-2026 geeft aan hoe de maatregelen worden gefinancierd en wat de gevolgen zijn voor de ontwikkeling van de rioolheffing. De titel ‘Gemeentelijk Rioleringsplan’ (GRP) dekt niet meer de lading. Naast de zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater, hebben we de taken voor het oppervlaktewater en de water gerelateerde klimaatadaptatie opgave ook in deze aanpak beschreven. Vandaar de nieuwe titel en ondertitel: ‘Water en Klimaatadaptatie Aanpak (WKA) Gemeente Eindhoven 2023 – 2026’ ‘Water als waarde voor een leefbare en gezonde stad’ X
Wettelijke taak
Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Onvermijdelijk
Doelstelling
Doelstelling van het WKA 2023-2026 is enerzijds het beleidsmatige en financiële kader te geven aan de wettelijke gemeentelijke watertaken en anderzijds invulling te geven aan de water gerelateerde klimaat adaptatie opgaven en de opgaven voor het oppervlaktewater.
Inboeknummer:
22bst01405
Voorstel
1. Het WKA 2023-2026 (zie bijlage 6) inclusief het Bijlagenrapport (zie bijlage 7) vast te stellen. 2. De watervisie 2050 vast te stellen: a. Afvalwaterzorgplicht In 2050 hebben we een goed onderhouden en goed functionerend rioolstelsel en is de negatieve impact van overstortend afvalwater op de chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater verder geminimaliseerd. b. Hemelwaterzorgplicht In 2050 hebben we een goed onderhouden en goed functionerend hemelwaterstelsel. De openbare ruimte is in 2050 zodanig ingericht dat schade aan gebouw en maatschappelijke overlast, door een regenbui van 60 mm in een uur, zoveel mogelijk wordt voorkomen. Hemelwater wordt zoveel mogelijk gescheiden van afvalwater ingezameld en zoveel mogelijk lokaal verwerkt. c. Grondwaterzorgplicht We hebben en houden inzicht in de freatische grondwaterstanden in stedelijk gebied en de relatie daarvan met structureel nadelige gevolgen voor de aan de grond gegeven bestemming. Waar nodig blijven we vanuit de bestemming van de grond werken aan verbeteringsmaatregelen. In 2050 hebben we de sponswerking van de stad in beeld en zoveel mogelijk geoptimaliseerd door, waar mogelijk en wenselijk, het hemelwater op te vangen, te infiltreren en in de bodem vast te houden. d. Oppervlaktewater In 2050 hebben we een goed onderhouden en goed functionerend oppervlaktewatersysteem.
Het oppervlaktewatersysteem is zodanig ingericht dat de risico’s op kwantitatieve overlast door extreme regenbuien of kwalitatieve overlast zoals blauwalgen of botulisme zoveel mogelijke worden voorkomen. De inrichting draagt optimaal bij aan ecologische waarden en biodiversiteit conform de doelen die we voor de verschillende oppervlaktewateren gaan opstellen. In 2050 is het recreatieve gebruik van het oppervlaktewater afgestemd op de gewenste ecologische en biodiversiteitwaarden. e. Klimaatadaptatie Sinds 2019 handelen we water- en klimaatrobuust bij elke ruimtelijke (her)inrichting, zowel voor privaat als openbaar terrein. Gemiddeld gaat de openbare ruimte eens in de 25 – 40 jaar ‘op de schop’. Als we bij elke (her)inrichting van de openbare ruimte deze water- en klimaatrobuust uitvoeren, werken we aan de doelstelling van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie om in 2050 een water- en klimaatrobuuste stad (openbare ruimte) te hebben. Hier gaan we dan ook voor! Ondertussen stimuleren we onze inwoners en ondernemers (onder meer via subsidieregelingen) om hun eigen perceel ook water- en klimaatrobuust in te richten. Alle nieuwe bouwontwikkelingen voldoen aan ‘de rekentool’. Hierdoor zullen 2
Inboeknummer:
22bst01405
veel particuliere gebouwen en percelen in onze stad in 2050 water- en klimaatrobuust zijn. f. Samenwerking met waterpartners We werken met onze (water)partners samen als ‘één overheid’. Dit betekent dat onze inwoners en ondernemers ‘er geen last van hebben’ dat de taken en verantwoordelijkheden voor het stedelijke waterbeheer en klimaatadaptatie over verschillende overheidsinstanties zijn verdeeld. g. Communicatie naar en bewustwording van inwoners, ondernemers, etc. Via een gerichte communicatiestrategie zorgen we ervoor dat onze inwoners en ondernemers zichzelf verantwoordelijk voelen voor het water- en klimaatrobuust inrichten van hun eigen perceel. 3. De strategische doelen 2050 vast te stellen: a. Afvalwaterzorgplicht • Zorgdragen voor de inzameling en het transport van afvalwater. b. Hemelwaterzorgplicht • Zorgdragen voor de verwerking van hemelwater als gevolg van neerslag in het stedelijk gebied; • Verminderen hoeveelheid hemelwater op het rioolsysteem. c.
Grondwaterzorgplicht • Inzicht hebben in, en delen van actuele grondwaterstanden en trends in de gemeente met waterpartners, inwoners en ondernemers; • Structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk voorkomen, mits deze maatregelen doelmatig en noodzakelijk zijn; • Optimaal bijdragen aan de sponswerking van de stad en zo de negatieve effecten van verdroging door een veranderend klimaat zo veel als mogelijk mitigeren; • Regie voeren op bronneringen; • Zoeken naar nuttige toepassing van het grondwater wat we onttrekken. d. Oppervlaktewater • Streven naar een robuust functionerend oppervlaktewatersysteem; • Zorgdragen voor voldoende bergings- en afvoercapaciteit om hemelwater en grondwater te kunnen verwerken (een veilige en droge leefomgeving); • Bijdrage leveren aan een ecologisch en chemisch gezond oppervlaktewatersysteem (een schoon en natuurlijk oppervlaktewatersysteem); • Vergroten van de bekendheid en het verbeteren van gebruiksmogelijkheden (een mooi oppervlaktewatersysteem); • We nemen geen watersystemen over in beheer en onderhoud welke niet klimaatrobuust zijn gerealiseerd. e. Klimaatadaptatie • Van bergingsnorm naar overlastnormering; 3
Inboeknummer:
•
4.
5. 6. 7.
22bst01405
Voorkomen van wateroverlast door een veranderend klimaat en een klimaatadaptieve verwerking van hemelwater; • Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt klimaatrobuust ingericht; • Uitbreiden en versterken van waterstructuren en realiseren van waterbergingslocaties; • Optimaal bijdragen aan het in stand houden en versterken van Groen; • Continueren van de subsidieregelingen voor groene daken, afkoppelen (incl. waterberging) en ontharden (stoeptegels eruit) / vergroenen. Uitbreiden met een subsidieregeling voor gevelgroen / geveltuinen /regentonnen met overloop; • Realiseren van zo veel mogelijk duurzame en groene daken; • Doelmatig watergebruik bij gemeentelijke voorzieningen waaronder het realiseren van water neutrale sportaccommodaties; • Bestand zijn tegen droogte; • Bestand zijn tegen hitte; • Innovatie stimuleren. f. Samenwerking met waterpartners • Voortzetten samenwerking Klimaatportaal Zuidoost Brabant; • Voortzetten samenwerking De Groote Heide en Beekdal Tongelreep; • Voortzetten samenwerking in Zuid-Nederland (Limburg en Brabant); • Voortzetten samenwerkingen met partners in de stad. g. Communicatie naar en bewustwording van inwoners, ondernemers, etc. • Weten, willen en werken: Van bewustwording via handelingsperspectief naar eigenaarschap; • Informeren en stimuleren inwoners en ondernemers; • Natuur en Duurzaamheidseducatie geven.
Voor de jaren 2023, 2024, 2025 en 2026 de rioolheffing aan te passen. i. Tarief eigenaren van € 168,- (2022) naar: • € 187,- in 2023 • € 192,- in 2024 • € 197,- in 2025 • € 202,- in 2026 ii. Tarief gebruikers van € 233,- (2022), per volledige 500 m3/jaar waterverbruik, verhoging naar rato tarief eigenaren, naar: • € 259,- in 2023 • € 266,- in 2024 • € 273,- in 2025 • € 280,- in 2026 In te stemmen met de uitbreiding van de formatie met 4,5 fte structureel en deze te dekken uit de rioolexploitatie. Het krediet van € 56.800.000,- (dit is zowel een inkomsten- als een uitgavenkrediet) te verstrekken en deze te dekken uit de rioolheffingen. De bijbehorende begrotingswijziging en formatiewijziging vast te stellen (zie bijlagen 3, 4 en 5). 4
Inboeknummer:
22bst01405
Argumenten
1.1. Het GRP (WKA) is een wettelijke verplichting. Iedere gemeente heeft de wettelijke verplichting om een vastgesteld gemeentelijk rioleringsplan (GRP) te hebben. Het huidige GRP 2019-2022 heeft een looptijd tot eind 2022, dat wil zeggen dat een nieuw GRP (WKA) dient te worden vastgesteld. 1.2. Inhoudelijk invulling geven aan de gemeentelijke watertaken. Door de aanleg van riolering verbetert de hygiëne en daardoor leven we langer, houden we droge voeten, beschermen we het milieu en leveren we een bijdrage aan een gezonde, duurzame en leefbare stad. Zonder riolering zou de stad niet op de huidige wijze kunnen functioneren. Dit betekent dat het goed vervullen van de rioleringszorg geen vrijblijvendheid is. Reden waarom er sprake is van een doelbelasting, de rioolheffing. Deze doelstelling was voorheen enkel gerelateerd aan rioleringszorg, maar is sinds het Nationaal Bestuursakkoord Water (2001) verbreed tot de gemeentelijke watertaken (zorgplichten afvalwater, hemelwater, grondwater, water gerelateerde onderdelen klimaatadaptatie en de zorg voor ons oppervlaktewater voortkomend uit de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater). 1.3. We kiezen voor een continuering van het bestaande beleid en werkwijze voor de gemeentelijke watertaken.
In het WKA 2023 - 2026, continueren we het bestaande beleid (GRP 2019 – 2022) en de gemaakte afspraken met onze waterpartners en blijft er ruimte om in samenwerking met andere thema’s (o.a. klimaat, ruimtelijke ordening, groen, milieu, verkeer, energie en duurzaamheid) te komen tot een optimale inrichting en realisatie van de (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast continueren we de aandacht voor ‘research en development’ en meten en monitoren van het stedelijk watersysteem, zodat we een goede basis leggen voor nieuwe maatregelen en de effecten daarvan kunnen beoordelen, én ook op de langere termijn met slimme, kosteneffectieve maatregelen, de meest doelmatige invulling geven aan de taken rond het stedelijk water- & rioleringsbeheer. Deze integrale aanpak zorgt vanuit doelmatigheidsoogpunt voor de laagste totale gemeentelijke lasten bij het gekozen ambitieniveau. Met het WKA 2023 - 2026 geven we via de gemeentelijke watertaken invulling aan de doelstellingen voor een gezonde, duurzame en leefbare stad. Het WKA 2023 – 2026 continueert het beleid uit het GRP 2019 – 2022. Tijdens de meningsvormende vergadering op 14 december 2021 is aangegeven wat de gewenste uitwerkingsrichtingen (en bijbehorende financiële consequenties) zijn conform ‘de commissie notitie GRP’ voor de onderwerpen: 1. Opgave klimaatadaptatie; 2. Opgave Eindhovens Kanaal; 3. Opgaven Knoop XL.
5
Inboeknummer:
22bst01405
Ad1 Tijdens de meningsvormende vergadering is aangegeven: het ambitieniveau voor een wateren klimaat robuuste stad gelijk te houden aan het vastgestelde beleid in het GRP 2019 – 2022. Ad2 Tijdens de meningsvormende vergadering is aangegeven: het herstel van de chemische en ecologische waterkwaliteit van het Eindhovens Kanaal opstarten tijdens de komende planperiode (2023 – 2026) en de opgelopen achterstanden in beheer en onderhoud, inclusief baggeropgave, oevers / damwanden, etc. geleidelijk weg te werken. Ad3 Tijdens de meningsvormende vergadering is aangegeven: De verplaatsing van de afvalwatertransportleidingen (t.b.v. de realisatie van een nieuw busstation) moeten betaald worden vanuit het project / de ontwikkeling Knoop XL. Deze keuze betreft een principe uitspraak: kosten voor ‘riolering’ en klimaatadaptatie als gevolg van ontwikkelingen die buiten de reguliere kosten voor programmalijn Water omgaan, worden gefinancierd vanuit de ontwikkeling zelf. 2.1. Ontwerp Hoofdrapport Water en Klimaatadaptatie Aanpak 2023 – 2026 en bijlagen- rapport Voor een uitgebreidere toelichting bij de onderwerpen opgenomen bij de beslispunten 2 a t/m g en 3 a t/m g verwijzen we naar de bij dit raadsvoorstel behorende bijlage 6 ‘’Ontwerp Hoofdrapport Water en Klimaatadaptatie Aanpak 2023 – 2026’’ en bijlage 7 ‘’Ontwerp bijlagenrapport Water en Klimaatadaptatie aanpak 2023 – 2026’’. 3.1.
Klimaatadaptatie betreft een aanpak voor de lange termijn. We kunnen onze stad enkel water- en klimaatrobuust maken als we ervoor zorgen dat de wateren groensystemen in onze stad goed blijven functioneren. Deze water- en groensystemen bestaan over het algemeen uit deelsystemen op straat, buurt of wijkniveau of zijn zelfs wijkoverstijgend. Dit betekent dat als we een straat (her)inrichten we vaak ‘maar’ een deel van dit water en groen systeem ‘op orde brengen’. Pas als alle straten binnen het betreffende water en groen systeem via (her)inrichtingen ‘op orde zijn gebracht’, hebben we een water en klimaat robuust systeem gerealiseerd. De ruimtelijke ordening gaat gemiddeld eens in de 30 – 40 jaar ‘op de schop’. Dit betekent dat gemiddeld elke 30 tot 40 jaar een straat in onze stad een (her)inrichting krijgt. We zijn in 2019 begonnen al deze herinrichtingen water en klimaat robuust uit te voeren. Dit betekent dat als we op deze wijze verder gaan, we rond 2050 een water en klimaat robuuste stad hebben gecreëerd. Dit is tevens het jaartal waarin we volgens het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) een water en klimaat robuuste stad gerealiseerd moeten hebben. 4.1. Jaarlijkse kostendekking berekeningen en actualiseren planning is noodzakelijk. De vaste heffing is een eigenarenheffing en bedraagt in 2022 € 168,- per huishouden.
De rioolheffing per huishouden is landelijk in 2021 gemiddeld € 201,- (bron: Coelo: Atlas van de lokale lasten 2021). Een stijging van de rioolrechten in 2023 tot € 187,- blijft daarmee onder het landelijk gemiddelde. Dit landelijk gemiddelde zal overigens naar verwachting in de periode t/m 2026 flink stijgen, omdat ook de overige gemeenten te maken krijgen met bijvoorbeeld maatregelen t.b.v. klimaatadaptatie. De verwachting is dan ook dat we met een doorgroei naar € 202,- in 2026 nog steeds onder het landelijke gemiddelde blijven. 6
Inboeknummer:
22bst01405
In het WKA 2023-2026 zijn strategisch langjarige prognoses gemaakt voor vervangingsinvesteringen en verbeteringsinvesteringen, op basis van het verwachte prijspeil 2023. In deze prognose is een zo reëel als mogelijke investeringsplanning aangehouden, echter op voorhand kan niet exact worden bepaald hoe de realisatie verloopt. Gevolg is dat jaarlijks verschuivingen in de planning waar te nemen zijn. Ook weten we bijvoorbeeld niet tegen welk inflatiepercentage we aanlopen. Om die reden wordt jaarlijks een nieuwe kostendekkingsberekening uitgevoerd, waarin het dan te verwachten uitgavenpatroon van de exploitatie en van de investeringen wordt verwerkt en waarin de investeringsplanning wordt geactualiseerd. Op basis hiervan zal ook aandacht gegeven worden aan de ontwikkeling van de riooltarieven. Dit verwerken we jaarlijks in de Begroting en het tarievendossier dat parallel loopt met de Begroting. 4.2. Het meerjarig beeld van de ontwikkeling van de rioolheffing dient te worden bepaald. In de gemeentewet (art. 228a) is geregeld dat de gemeente onder de naam rioolheffing een belasting kan heffen ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de uitvoering van de gemeentelijke watertaken.
De huidige rioolheffing bestaat uit twee belastbare onderdelen: - Een vaste eigenarenheffing per rioolaansluiting, betreft het hebben van een aansluiting op het rioolstelsel; - Een heffing voor het gebruik van de aansluiting op het rioolstelsel die wordt geheven indien een aansluiting meer dan 500 m³ water per jaar verbruikt. U bepaalt bij ieder GRP (WKA) de verwachte meerjarige ontwikkeling van de tarieven. Daarnaast stelt u bij de begroting met het tarievendossier ieder jaar de aanpassing van het tarief voor het komend kalenderjaar daadwerkelijk vast op basis van de actuele situatie. 4.3. Een verhoging van de rioolheffing is onontkoombaar. Een verhoging van de rioolheffing is nu onontkoombaar, omdat: 1. We de afgelopen jaren onze rioolvoorziening hebben gebruikt om de rioolheffing zo min mogelijk te laten stijgen en deze voorziening nu leeg raakt; 2. De gemeentelijke watertaken zijn verbreed en er daardoor meer wettelijk verplichte werkzaamheden vallen binnen het stedelijk water & rioleringsbeheer; 3. De (Europese) wetgeving de afgelopen jaren is aangescherpt, waardoor we meer inspanningen moeten verrichten om te voldoen aan deze wetgeving; 4. De klimaatverandering ons dwingt maatregelen te nemen om een gezonde, duurzame en leefbare stad te behouden; 5.
Er de komende jaren een groot aantal (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen op de stad afkomen welke klimaat robuust gerealiseerd dienen te worden. 4.4. Bij het bepalen van de hoogte van de rioolheffing is rekening gehouden met ervaringen uit het verleden. In het verleden zijn de investeringsramingen altijd 1 op 1 doorvertaald in de hoogte van de rioolheffing. Ervaring uit het verleden maakt inzichtelijk dat een deel van de projecten, om 7
Inboeknummer:
22bst01405
verschillende redenen, vertraagt. Daarom is in dit WKA het uitgangspunt dat 15% van de geplande projecten niet plaatsvindt binnen de geplande looptijd tot en met 2026, maar in de jaren daarna. De riooltarieven, zoals opgenomen in dit voorstel, zijn afgestemd op dit investeringsniveau. De stijging van de rioolheffing past hiermee, in het licht van de huidige onzekere economische situatie, beter binnen de stijging van de overige woonlasten. We gaan echter onze uiterste best doen om de geplande projecten toch allemaal in de periode tot en met 2026 te realiseren. Dit betekent dat we bij de jaarlijkse vaststelling van de tarieven voor het komende jaar goed blijven monitoren of onze inschatting van 15% vertraging klopt. Op basis van deze monitoring bepalen we of bijstellingen nodig zijn in de riooltarieven of in de prioritering van investeringsprojecten. In het uiterste geval van ontoereikende kredietruimte zal tijdig worden gerapporteerd via de gebruikelijke P&C-momenten en zal e.e.a bestuurlijk worden voorgelegd. 5.1. Binnen taakveld Riolering is sprake van een structurele onderbezetting. De afgelopen jaren is sprake van onderbezetting in het taakveld Riolering. De consequentie is een relatief grote inhuur en het achterblijven op de planning van de projecten, onderzoeken, monitoring en innovatie in het programma.
Met het grote aantal (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen die de komende jaren op Eindhoven afkomen en de extra opgaven voor de gemeentelijke watertaken, klimaatadaptatie en oppervlaktewater, neemt deze onderbezetting verder toe. Om de geplande activiteiten te realiseren, gaan wij voor het nieuwe WKA uit van de benodigde extra formatie om daadwerkelijk invulling te geven aan de ambitie. Dit leidt overigens dan ook tot reductie van inhuur. Kanttekeningen
1.1. Het beleid voor het tegengaan van hittestress moet buiten het WKA verankerd worden. Hittestress is een thema binnen klimaatadaptatie. Het is een nieuw thema waarin nog veel onbekend is. In de meeste gemeenten wordt dit thema in relatie tot stedelijk water opgepakt. Uitvoering van maatregelen kan echter niet altijd worden bekostigd uit de rioolheffing. Vanuit programmalijn Water zijn de volgende aspecten opgenomen in dit WKA: inzichten genereren, zoals in de klimaatatlas, en bij elke (her)inrichting van de openbare ruimte minimaal 10% te ontharden en vergroenen. Ook proberen we zoveel mogelijk hemelwater op de plek waar dit valt te bergen en infiltreren, zodat dit ten goede komt aan het lokale groen en via verdamping voor verkoeling zorgt. Programma Water is echter niet de plaats waar het integrale beleid op hittestress voor de gemeente Eindhoven vorm hoort te krijgen. Dit valt onder “gezonde stad”. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan beleid (en handhaving) dat een nieuwe ontwikkeling de hittestress voor de bestaande omgeving niet negatief mag beïnvloeden en het toepassen van (bouw)materialen (ook in de openbare ruimte) die de hittestress niet negatief beïnvloeden. 4.1. De vergroeningsopgave kan voor een extra verhoging van de rioolheffing zorgen. Het Bestuursakkoord 2022 – 2026 ‘Samen morgen mooier maken’ voorziet een grote vergroeningsopgave.
(In ons beleid hebben we daarom in overleg met programmalijn Groen opgenomen dat bomen ook boven of in de werksleuf van de riolering geplant mogen worden.) Boomwortels tasten het riool echter aan. Boomwortels zijn namelijk altijd op zoek naar de meest eenvoudige manier om aan voedsel en water te komen. De boomwortels ‘ruiken’ het voedsel en water in het riool en zoeken daarom manieren om dit te bereiken. Riolering van bijvoorbeeld 40 – 8
Inboeknummer:
22bst01405
50 jaar oud kan in Eindhoven, als de riolering ‘met rust gelaten wordt’, nog prima 40 – 50 jaar goed blijven functioneren: de zogenaamde restlevensduur. Als in de buurt van deze riolering bomen aangeplant worden, zullen de boomwortels de zwakke plekken van deze riolering opzoeken en de restlevensduur verkorten naar bijvoorbeeld 20 – 30 jaar. Er zijn niet of nauwelijks mitigerende maatregelen beschikbaar om deze aantasting van de riolering door boomwortels te voorkomen. Dit betekent dat de vergroeningsopgave er direct toe leidt dat de levensduur van de riolering op die locaties wordt verkort. Als we hierdoor het riool eerder moeten vervangen, heeft dit invloed op de hoogte van de rioolheffing. Gedurende de komende planperiode doen we daarom een analyse naar de impact van de vergroeningsopgave op de restlevensduur en daarmee de vervangingstermijn van de riolering. In het WKA 2027 – 2030 maken we de impact op de rioolheffing door de vergroeningsopgave inzichtelijk. 4.2. De energiekosten en inflatiecorrectie bepalen sterk de kosten voor de in dit WKA opgenomen maatregelen en daarmee of de voorgestelde hoogte van de rioolheffing voor de komende 4 jaar wellicht te laag is. We hebben bij het bepalen van de hoogte van de rioolheffing het verwachte prijspeil voor 2023 aangehouden. Op dit moment is onduidelijk wat de energiekosten en inflatie doen op de langere termijn.
Dit kan betekenen dat we gedurende de planperiode met een herziening voor de hoogte van de rioolheffing moeten komen om alle maatregelen uit te kunnen voeren, of dat we de aanvullende dekking moeten vinden in de algemene middelen. 4.3. In het WKA is geen investeringspost “onvoorzien” opgenomen. Dit betekent dat financiering van projecten die niet in de investeringslijst zijn opgenomen in principe niet mogelijk is vanuit dit WKA (de rioolheffing). Indien projecten die wel in het investeringsoverzicht zijn opgenomen meer geld kosten dan nu geraamd (verwacht prijspeil 2023), of er komen toch projecten bij (met prioriteit), dan kan het zijn dat we een aantal projecten niet kunnen financieren en deze projecten moeten doorschuiven naar 2027 of verder. Of dat we bij de jaarlijkse vaststelling van de tarieven voor het komende jaar deze tarieven meer moeten laten stijgen dan we nu inschatten. Uitgangspunt is dat we binnen de kredietruimte van het WKA zo veel als mogelijk herprioriteren en dat we jaarlijks het kostendekkingsplan en het investeringsplan van het WKA actualiseren. Bij calamiteiten en nieuwe initiatieven zal tijdig worden gerapporteerd via de gebruikelijke P&Cmomenten (risicoparagraaf) en zal e.e.a bestuurlijk worden voorgelegd. 5.1.
Het wel of niet op orde kunnen brengen van de personele capaciteit bepaalt sterk of we alle maatregelen uit dit WKA binnen de planperiode kunnen uitvoeren. De afgelopen planperiode is het ons niet gelukt een aantal vacatures structureel in te vullen. We hebben ons moeten richten op het inhuren (detacheren) van vakspecialisten. Ook nu is het de vraag of we onze noodzakelijke capaciteit kunnen waarborgen: er is een ernstig structureel tekort aan vakspecialisten op de arbeidsmarkt. Als we onze capaciteit niet op orde krijgen, zullen we een verdere prioritering moeten maken in de maatregelen die we deze planperiode uitvoeren. Dit is een algemene trend en niet exclusief voor water- en rioolspecialisten.
9
Inboeknummer:
22bst01405
Financiële consequenties
De kosten voor de investeringen en exploitatie in dit WKA zijn volledig gedekt uit opbrengsten van de rioolheffing. (zie ook bijlage 2)
Raming WKA 2023-2026
2023
2024
2025
2026
187
192
197
202
125.268
129.876
133.580
137.292
23.425.000
24.936.000
26.315.000
27.733.000
259
266
273
280
6.000
6.000
6.000
6.000
1.554.000
1.596.000
1.638.000
1.680.000
35.000
35.000
35.000
35.000
25.014.000
26.567.000
27.988.000
29.448.000
6.073.000
6.326.000
6.376.000
6.625.000
Baten (€) Rioolheffing op eigenaren (tarief in €) heffingseenheden (aantal) baten (€) Rioolheffing op gebruikers (tarief in €) heffingseenheden (aantal) baten (€) overige baten (€) totale baten (€) Lasten (€) exploitatie personeel en overhead
3.401.000
3.405.000
3.498.000
3.491.000
storting voorziening riolen
12.427.000
13.650.000
14.194.000
15.398.000
btw-component
1.544.000
1.544.000
1.544.000
1.544.000
vermindering egalisatievoorziening riolen
-700.000
-700.000
0
0
kapitaallasten
2.269.000
2.342.000
2.376.000
2.390.000
totale lasten (€)
25.014.000
26.567.000
27.988.000
29.448.000
investeringen
17.900.000
18.600.000
17.400.000
18.300.000
13.300.000
14.100.000
14.100.000
15.300.000
6.400.000
6.000.000
6.000.000
6.100.000
879.000
179.000
179.000
179.000
100%
100%
100%
100%
investeringen, tlv vrz riolen (€)
56.800.000
investeringskrediet '23-'26 (€)
56.800.000
stand voorziening riolen* 31/12 (€) stand egalisatievoorziening riolen 31/12 (€) *) in periode 2027-2030 richting nihil kostendekking (%) Tabel 1: Overzicht van baten en lasten.
De aan riolering gekoppelde bestaande 2 voorzieningen dienen het doel van dit WKA en worden in stand gehouden. Dat zijn: - 5135 ‘Voorziening Riolen’, ter dekking van vervangings- en verbeteringsinvesteringen en gevoed door jaarlijkse stortingen uit de rioolexploitatie. - 5267 ‘Voorziening tariefsegalisatie riolering’, t.b.v. verrekening van voor- en nadelen van rioolexploitatie bij jaarrekening.
10
Inboeknummer:
22bst01405
Om op een juiste wijze invulling te kunnen geven aan de ambities is een structurele uitbreiding van 4,5 fte nodig, (zie bijlage 2). De structurele dekking van deze extra noodzakelijke fte’s, komt uit de rioolexploitatie. Deze capaciteit zal geleidelijk worden opgebouwd en leidt dan ook geleidelijk tot minder inhuur. Communicatie
Bij de voorbereiding van het WKA 2023-2026 is conform de wettelijk voorgeschreven procedure overleg gevoerd met de provincie Noord-Brabant en het waterschap De Dommel en hun reacties zijn verwerkt. Na vaststelling van het WKA 2023-2026 door de Raad melden wij dit door middel van toezending van het WKA 2023-2026 aan Gedeputeerde Staten van de Provincie, waterschap De Dommel en de minister van I&W. Concrete informatie voor ondernemers, inwoners en andere partijen over maatregelen, richtlijnen en subsidies wordt met name via eindhoven.nl gegeven. Planning en uitvoering
Dit plan maakt onderdeel uit van het Raadsprogramma Openbare Ruimte. Het WKA 2023-2026 heeft een looptijd van 4 jaar ingaande vanaf 1 januari 2023 t/m 31 december 2026. Een overzicht van investeringsprojecten is in het WKA opgenomen. Evaluatie
Via de reguliere Planning en Control cyclus zal jaarlijks worden gerapporteerd over de voortgang van de uitvoering van het WKA 2023-2026. Jaarlijks zal een nieuwe kostendekkingsberekening worden uitgevoerd, waarbij aandacht wordt gegeven aan de tariefontwikkeling op langere termijn. Bijlagen
Als bijlagen bij dit raadsvoorstel behoren: 1. Samenvatting Water en Klimaatadaptatie Aanpak 2023 – 2026 2. De exploitatie en investeringen in het WKA 2023 – 2026 en de consequenties voor de rioolheffing, de voorziening en formatie. 3. Concernbegrotingswijziging 4. Bijlage dossierstuk begrotingswijziging sector 5. Toelichting behorende bij de 202e wijziging van de concernbegroting voor het dienstjaar 2022 6. Ontwerp Hoofdrapport Water en Klimaatadaptatie Aanpak 2023 – 2026 7. Ontwerp bijlagenrapport Water en Klimaatadaptatie aanpak 2023 - 2026
11
Inboeknummer:
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan.
Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
12
22bst01405
Inboeknummer:
22bst01405
Ontwerp Raadsbesluit
De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van BeslisdatumBenW;
besluit:
1. Het WKA 2023-2026 (zie bijlage 6) inclusief het Bijlagenrapport (zie bijlage 7) vast te stellen. 2. De watervisie 2050 vast te stellen: a. Afvalwaterzorgplicht In 2050 hebben we een goed onderhouden en goed functionerend rioolstelsel en is de negatieve impact van overstortend afvalwater op de chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater verder geminimaliseerd. b. Hemelwaterzorgplicht In 2050 hebben we een goed onderhouden en goed functionerend hemelwaterstelsel. De openbare ruimte is in 2050 zodanig ingericht dat schade aan gebouw en maatschappelijke overlast, door een regenbui van 60 mm in een uur, zoveel mogelijk wordt voorkomen. Hemelwater wordt zoveel mogelijk gescheiden van afvalwater ingezameld en zoveel mogelijk lokaal verwerkt. c. Grondwaterzorgplicht We hebben en houden inzicht in de freatische grondwaterstanden in stedelijk gebied en de relatie daarvan met structureel nadelige gevolgen voor de aan de grond gegeven bestemming. Waar nodig blijven we vanuit de bestemming van de grond werken aan verbeteringsmaatregelen. In 2050 hebben we de sponswerking van de stad in beeld en zoveel mogelijk geoptimaliseerd door, waar mogelijk en wenselijk, het hemelwater op te vangen, te infiltreren en in de bodem vast te houden. d. Oppervlaktewater In 2050 hebben we een goed onderhouden en goed functionerend oppervlaktewatersysteem.
Het oppervlaktewatersysteem is zodanig ingericht dat de risico’s op kwantitatieve overlast door extreme regenbuien of kwalitatieve overlast zoals blauwalgen of botulisme zoveel mogelijke worden voorkomen. De inrichting draagt optimaal bij aan ecologische waarden en biodiversiteit conform de doelen die we voor de verschillende oppervlaktewateren gaan opstellen. In 2050 is het recreatieve gebruik van het oppervlaktewater afgestemd op de gewenste ecologische en biodiversiteitwaarden.
13
Inboeknummer:
22bst01405
e. Klimaatadaptatie Sinds 2019 handelen we water- en klimaatrobuust bij elke ruimtelijke (her)inrichting, zowel voor privaat als openbaar terrein. Gemiddeld gaat de openbare ruimte eens in de 25 – 40 jaar ‘op de schop’. Als we bij elke (her)inrichting van de openbare ruimte deze water- en klimaatrobuust uitvoeren, werken we aan de doelstelling van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie om in 2050 een water- en klimaatrobuuste stad (openbare ruimte) te hebben. Hier gaan we dan ook voor! Ondertussen stimuleren we onze inwoners en ondernemers (onder meer via subsidieregelingen) om hun eigen perceel ook water- en klimaatrobuust in te richten. Alle nieuwe bouwontwikkelingen voldoen aan ‘de rekentool’. Hierdoor zullen veel particuliere gebouwen en percelen in onze stad in 2050 water- en klimaatrobuust zijn. f. Samenwerking met waterpartners We werken met onze (water)partners samen als ‘één overheid’. Dit betekent dat onze inwoners en ondernemers ‘er geen last van hebben’ dat de taken en verantwoordelijkheden voor het stedelijke waterbeheer en klimaatadaptatie over verschillende overheidsinstanties zijn verdeeld. g. Communicatie naar en bewustwording van inwoners, ondernemers, etc. Via een gerichte communicatiestrategie zorgen we ervoor dat onze inwoners en ondernemers zichzelf verantwoordelijk voelen voor het water- en klimaatrobuust inrichten van hun eigen perceel. 3.
De strategische doelen 2050 vast te stellen: a. Afvalwaterzorgplicht • Zorgdragen voor de inzameling en het transport van afvalwater. b. Hemelwaterzorgplicht • Zorgdragen voor de verwerking van hemelwater als gevolg van neerslag in het stedelijk gebied; • Verminderen hoeveelheid hemelwater op het rioolsysteem. c. Grondwaterzorgplicht • Inzicht hebben in, en delen van actuele grondwaterstanden en trends in de gemeente met waterpartners, inwoners en ondernemers; • Structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk voorkomen, mits deze maatregelen doelmatig en noodzakelijk zijn; • Optimaal bijdragen aan de sponswerking van de stad en zo de negatieve effecten van verdroging door een veranderend klimaat zo veel als mogelijk mitigeren; • Regie voeren op bronneringen; • Zoeken naar nuttige toepassing van het grondwater wat we onttrekken.
14
Inboeknummer:
22bst01405
d. Oppervlaktewater • Streven naar een robuust functionerend oppervlaktewatersysteem; • Zorgdragen voor voldoende bergings- en afvoercapaciteit om hemelwater en grondwater te kunnen verwerken (een veilige en droge leefomgeving); • Bijdrage leveren aan een ecologisch en chemisch gezond oppervlaktewatersysteem (een schoon en natuurlijk oppervlaktewatersysteem); • Vergroten van de bekendheid en het verbeteren van gebruiksmogelijkheden (een mooi oppervlaktewatersysteem); • We nemen geen watersystemen over in beheer en onderhoud welke niet klimaatrobuust zijn gerealiseerd. e. Klimaatadaptatie • Van bergingsnorm naar overlastnormering; • Voorkomen van wateroverlast door een veranderend klimaat en een klimaatadaptieve verwerking van hemelwater; • Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt klimaatrobuust ingericht; • Uitbreiden en versterken van waterstructuren en realiseren van waterbergingslocaties; • Optimaal bijdragen aan het in stand houden en versterken van Groen; • Continueren van de subsidieregelingen voor groene daken, afkoppelen (incl. waterberging) en ontharden (stoeptegels eruit) / vergroenen.
Uitbreiden met een subsidieregeling voor gevelgroen / geveltuinen /regentonnen met overloop; • Realiseren van zo veel mogelijk duurzame en groene daken; • Doelmatig watergebruik bij gemeentelijke voorzieningen waaronder het realiseren van water neutrale sportaccommodaties; • Bestand zijn tegen droogte; • Bestand zijn tegen hitte; • Innovatie stimuleren. f. Samenwerking met waterpartners • Voortzetten samenwerking Klimaatportaal Zuidoost Brabant; • Voortzetten samenwerking De Groote Heide en Beekdal Tongelreep; • Voortzetten samenwerking in Zuid-Nederland (Limburg en Brabant); • Voortzetten samenwerkingen met partners in de stad. g. Communicatie naar en bewustwording van inwoners, ondernemers, etc. • Weten, willen en werken: Van bewustwording via handelingsperspectief naar eigenaarschap; • Informeren en stimuleren inwoners en ondernemers; • Natuur en Duurzaamheidseducatie geven.
15
Inboeknummer:
22bst01405
4. Voor de jaren 2023, 2024, 2025 en 2026 de rioolheffing aan te passen. i. Tarief eigenaren van € 168,- (2022) naar: • € 187,- in 2023 • € 192,- in 2024 • € 197,- in 2025 • € 202,- in 2026 ii. Tarief gebruikers van € 233,- (2022), per volledige 500 m3/jaar waterverbruik, verhoging naar rato tarief eigenaren, naar: • € 259,- in 2023 • € 266,- in 2024 • € 273,- in 2025 • € 280,- in 2026 5. In te stemmen met de uitbreiding van de formatie met 4,5 fte structureel en deze te dekken uit de rioolexploitatie. 6. Het krediet van € 56.800.000,- (dit is zowel een inkomsten- als een uitgavenkrediet) te verstrekken en deze te dekken uit de rioolheffingen. 7. De bijbehorende begrotingswijziging en formatiewijziging vast te stellen (zie bijlagen 3, 4 en 5). Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, voorzitter.
, griffier.
16