Raadsvoorstel voorbereiding en realisatie Buurtschap Te Veld
Tekst van het document
Inliggende stukken niet openbaar
gemeente Eindhoven Inboeknummer 20bst01714 Beslisdatum B&W 1 december 2020 Dossiernummer 20.49.452
Raadsvoorstel Ontwikkeling en realisatie Buurtschap Te Veld Inleiding Op 13 oktober jl. bent u via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de planontwikkeling Buurtschap Te Veld (locatie Castiliëlaan). Buurtschap Te Veld is een concreet voorbeeld van een grootschalige tijdelijke woningbouwontwikkeling waarbij de gemeente Eindhoven en twee samenwerkende woningcorporaties (Woonbedrijf en Thuis) inhoud geven aan de afspraak in de Woondeal om stevig in te zetten op de realisatie van tijdelijke woningen in de regio Eindhoven. Deze gebiedsontwikkeling biedt ruimte voor 650 tot 700 modulaire tijdelijke woningen. Deze woningen kunnen een flinke bijdrage leveren aan de afspraken binnen de Woondeal: ze zijn betaalbaar (de woningen vallen m.n. in het goedkope – middenhuur segment) en ze kunnen na verlening van de bouwvergunning op korte termijn worden gerealiseerd. De woningen kunnen maximaal 30 jaar op deze locatie blijven staan. Dit volgt uit de afspraken die zijn gemaakt met het Stedelijk gebied Eindhoven en de provincie. De gemeente blijft eigenaar van de grond. De verwachting is dat het raamwerk zoals de waterlopen / wadi’s en de infrastructuur na de periode van 30 jaar goed bruikbaar voor zijn voor een eventuele nieuwe ontwikkeling op deze locatie. De gemeente is als eigenaar van de gronden verantwoordelijk voor het bouw- en woonrijp maken van het gebied.
Het wijzigen van de bestemming van het gebied, om wonen planologisch mogelijk te maken, is ook een verantwoordelijkheid van de gemeente alsook het verlenen van de benodigde omgevingsvergunningen. De kavels waarop het vastgoed wordt geplaatst worden van de gemeente gehuurd door de verschillende initiatiefnemers. De vastgoedontwikkeling binnen het gebied wordt door vier verschillende initiatieven ingevuld: 350 sociale huurwoningen door woningbouwcorporaties Woonbedrijf en ‘thuis circa 120 innovatieve woningen binnen project LivingLab040 door Stib circa 100 zelfbouw - huurkavels (gesprekken lopen met partij) circa 100 middenhuur - vrije-sector woningen (partij nog te bepalen) Binnen het plan is veel aandacht voor woon- en leefkwaliteit: samenleven, groen, ruimte en natuurbeleving spelen een grote rol (zie bijlage 1). Met de toekenning van de woningbouwimpuls vanuit het Rijk van ruim 5 miljoen euro ter dekking van een gedeelte van de kosten van bouw- en woonrijp maken, te weten ruim
Inboeknummer 20bst01714
18 miljoen euro, is een haalbare financiële business case ontstaan voor zowel de gemeente als de corporaties. Het streven is om de eerste woningen in de eerste helft van 2021 te plaatsen. De druk op de woningmarkt is groot en Eindhoven staat voor een forse woningbouwproductie. Gelet op de krapte op de woningmarkt in Eindhoven is de behoefte aan het snel kunnen realiseren van woningen groot. We willen als Eindhoven ca. 3.000 woningen per jaar realiseren en hebben een opgave van 15.000 woningen voor de periode 2019 – 2023. Om in 2021 een stevige basis te leggen voor onze opgave, hebben we van u besluitvorming nodig om met versnelde procedures verder te kunnen gaan met tijdelijke woningbouw. Dat kan door het aanwijzingsbesluit voor het verlenen van een omgevingsvergunning zonder verklaring van geen bedenkingen te verruimen. Door de categorie ‘maximaal 700 tijdelijke woningen’ op te nemen, maakt het mogelijk dat het college de omgevingsvergunning waarmee wordt afgeweken van het bestemmingsplan kan verlenen. Dit levert een tijdswinst op van 6 maanden. Er wordt samen met de initiatiefnemers binnen het plan volop gewerkt aan de uitwerking van het ontwerp en het inrichtingsplan. Daarnaast loopt de voorbereiding voor de aanbesteding voor de uitvoering van het bouw- en woonrijp maken van het gebied.
Met uw besluit kunnen we het spoor van de planologische procedure uitwerken en met het beschikbaar stellen van de budgetten (uitvoeringskrediet en incidenteel budget) kunnen we het gunningsproces in gang zetten voor het bouw- en woonrijp maken. Met als resultaat dat er medio 2021 in de 1e fase van Te Veld de eerste modulaire woningen worden geplaatst op een bouwrijpe locatie.
Wettelijke taak Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Onvermijdelijk
Doelstelling Het realiseren van 650 – 700 betaalbare woningen in Buurtschap Te Veld en het ontwikkelen van een aantrekkelijke woonomgeving waardoor bijgedragen wordt aan de woningbouwopgave.
Voorstel 1.
2.
Kennis te nemen van de verdere planvoorbereiding en ontwikkeling van Buurtschap Te Veld om de tijdelijke verhuur van betaalbare woningen mogelijk te maken. In te stemmen met de begrote kosten en dekking voor het realiseren van buurtschap Te Veld door:
2
Inboeknummer 20bst01714
a)
Het beschikbaar stellen van een incidenteel onderzoeksbudget ad € 1.065.000 en deze te dekken uit de subsidie vanuit de woningbouwimpuls b) Het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet ad. € 17.639.000 en deze voor € 3.941.000 te dekken uit de subsidie vanuit de woningbouwimpuls en de bijbehorende kapitaallasten en de afdracht aan de reserve bovenwijkse voorzieningen (maximaal € 1.092.000) te dekken uit de te verwachten huuropbrengsten. 3. a) De reeds gemaakte voorbereidingskosten eveneens af te dekken via de onder 2. genoemde budgetten, b) Het eerder daarvoor beschikbaar gestelde voorbereidingskrediet vanuit het programma grond (€ 490.000) te laten vervallen en het voorbereidingskrediet vanuit het programma wonen (€ 25.000) te laten terugvloeien naar de oorspronkelijke dekkingsbron, zijnde de reserve voorbereidingskrediet. 4. In te stemmen met bijgevoegde begrotingswijziging (zie bijlage 2). 5.
6.
In te stemmen met de verruiming van het aanwijzingsbesluit (artikel 6.5, lid 3 van het Bor) door het toevoegen van ‘Categorie tijdelijke woningen’, luidende: ‘voor het hele grondgebied van de gemeente mag voor het realiseren van maximaal 700 tijdelijke woningen, met inbegrip van bijgebouwen, worden afgeweken van het bestemmingsplan zonder dat daarvoor een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad is vereist’. De bevoegdheid tot het vaststellen van een exploitatieplan (artikel 6.12 lid 1 Wro) en de bevoegdheid om te besluiten geen exploitatieplan vast te stellen (artikel 6.12 lid 2 Wro) voor de onder 5. genoemde categorie van gevallen te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders (artikel 6.12 lid 3 Wro).
Argumenten 1.1 Buurtschap Te Veld is een aantrekkelijke ontwikkeling waarin partners in de stad samenwerken om een prettige woonwijk te creëren in een segment waarin momenteel te weinig woningen beschikbaar zijn. De corporaties Woonbedrijf en ‘thuis hebben in nauwe samenwerking met de gemeente Eindhoven het plan voor Buurtschap Te Veld opgesteld. Het plan voorziet in een vitale, robuuste woonwijk met tijdelijke woningen in het goedkope – middenhuur segment. Er is veel aandacht voor woon- en leefkwaliteit, doel is dat een diversiteit aan mensen er prettig kunnen wonen. 1.2 Het is de ambitie van alle partijen in het project om Buurtschap Te Veld in zeer korte tijd te realiseren. Op deze manier wordt snel een bijdrage geleverd aan het verminderen van de krapte op de woningmarkt. Het project Buurtschap Te Veld kent een ander projectproces dan een reguliere gebiedsontwikkeling. Processen zoals ontwerp, bouw- en woonrijp maken, het doorlopen van de planologische procedure en vastgoedselectie worden zoveel mogelijk parallel doorlopen in plaats van serieel. Daarnaast wordt uitgegaan van modulaire bouw. Dit
3
Inboeknummer 20bst01714
moet het mogelijk maken dat er in het tweede kwartaal van 2021 de eerste woningen in het gebied worden geplaatst. Alle betrokkenen zoals de initiatiefnemers, gemeente, leveranciers, adviseurs, bouwers etc. werken nauw samen om dit doel te bereiken. 1.3 Betaalbaar wonen en snelle realisatie heeft geen negatieve impact op de kwaliteit van het plan. De uitgangspunten en het schetsontwerp van het plan zijn tijdens de haalbaarheidsfase voorgelegd aan de commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Het plan is door de commissie enthousiast ontvangen. De commissie was erg onder de indruk van het initiatief. Men vond het een andere manier van invullen van tijdelijkheid en men gaf aan dat het mooi zou zijn als dit een voorbeeld wordt om ook permanent op deze manier te gaan bouwen. De commissie zal ook in het vervolg betrokken worden bij de verdere planvorming, onder andere door het beoordelen en vaststellen van de beeldkwaliteitsplan. 2. Een significant deel van de kosten van bouw- en woonrijp maken kan worden gedekt uit de toegekende subsidie woningbouwimpuls, dit zorgt voor een kostenneutrale business case voor de gemeente. Vanuit het project is in juli jl. een aanvraag gedaan binnen de eerste tranche van de woningbouwimpuls voor het bouw- en woonrijp maken van het gebied van ruim € 5 miljoen.
Met de toekenning van deze bijdrage vanuit het Rijk is een kostenneutrale business case ontstaan voor het project. De te verwachten huuropbrengsten van de gronden sluiten aan bij de beoogde rendementen op de vastgoedexploitatie van de betrokken corporaties. De verwachting is dat er ook voor de andere initiatieven binnen het gebied een haalbare business case ontstaat. Met de partijen die reeds bekend zijn, wordt aan een huurovereenkomst voor de betreffende gronden gewerkt. 3. Eerder gemaakte voorbereidingskosten maken deel uit van het totaal aan geraamde kosten In een eerder stadium zijn door uw college vanuit twee bronnen budgetten voor de voorbereiding beschikbaar gesteld. Vanuit het programma grond (€ 490.000) ten laste van het jaarlijkse voorbereidingskrediet van € 1 miljoen en vanuit het programma wonen (€ 25.000) ten behoeve van het Living Lab 040 ten laste van de reserve voorbereidingskrediet investeringen. In de budgetten die nu worden gevraagd is rekening gehouden met deze eerder gemaakte voorbereidingskosten. Om die reden kan het krediet vanuit het programma grond komen te vervallen. Bij het programma Wonen dient het budget terug te vloeien naar de oorspronkelijke dekkingsbron, zijnde de reserve voorbereidingskrediet investeringen omdat deze een revolverend karakter heeft.
5.1 Versnellen van procedures tijdelijke woningbouwprojecten zorgt voor sneller bouwen Versnellen van de planologische procedure voor het realiseren van tijdelijke woningen is mogelijk door het vereenvoudigen van het Wabo-projectbesluit (art. 2.12 lid 1 onder 3° Wabo), waarbij de raad over een verklaring van geen bedenkingen moet beslissen. Door maximaal 700 tijdelijke woningen op te nemen als categorie van gevallen waarvoor geen verklaring van de raad nodig is (zie bijlage 4), is het college voortaan bevoegd om op deze aanvragen te beslissen. De vergunning kan op deze manier binnen de termijn van orde van 26 weken worden verleend. Dat betekent een versnelling, aangezien besluitvorming door de raad doorgaans meer tijd nodig heeft (voor het planologisch mogelijk maken van meer dan 120 tijdelijke woningen geldt momenteel een proceduretijd
4
Inboeknummer 20bst01714
van circa 1 jaar). Het aantal van 700 is ingegeven door het concrete project Buurtschap Te Veld. Binnen de gemeente zijn geen andere concrete projecten bekend met zulke aantallen. 5.2 Het voldoen aan het huidig beleidskader, inclusief samenspraak, blijft voorwaarde om zonder verklaring van geen bedenkingen een vergunning te verlenen. De aanvragen voor tijdelijke woningbouwprojecten binnen de gemeente Eindhoven moeten passen binnen onze programma's, prioritering, kaders en beleid. Alleen dan mag het college beslissen op de aanvragen voor tijdelijke woningen. Het gaat hier niet om vergunningen die om nieuw beleid vragen. Daarnaast is en blijft samenspraak een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke procedure. De initiatiefnemer moet (ongeacht de procedure die hij kiest) de actuele kaders voor samenspraak volgen. Als samenspraak naar het oordeel van het college niet zorgvuldig is toegepast, wordt de vergunning niet in procedure gebracht. 5.3 Aanwijzingsbesluit zorgt voor lastenverlichting Door de uitbreiding van het aanwijzingsbesluit wordt niet alleen de procedure verkort, ook doorlooptijden zijn beter te voorspellen. Daardoor worden initiatiefnemers in staat gesteld de uitvoering van een project beter te ramen en wordt realisatie van een project binnen afzienbare tijd aannemelijker.
Daarnaast zorgt het besluit voor een lastenverlichting van de ambtelijke en bestuurlijke organisatie omdat bij twee momenten in de procedure geen besluit van de gemeenteraad is vereist. 5.4. Aanwijzingsbesluit loopt vooruit op de Omgevingswet Het verruimen van de bevoegdheid van het college loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De uitgebreide Wabo-procedure vervalt zodra de Omgevingswet in werking treedt (1 januari 2022). Binnen de Omgevingswet worden in principe alle omgevingsvergunningen verleend door het college, binnen een termijn van acht weken. Dat geldt ook voor afwijkingsbesluiten. Het is dan aan de raad om gemotiveerd categorieën van gevallen aan te wijzen waarvoor de raad het (bindend) adviesrecht wil behouden. Hierover zal ruim voor 1 januari 2022 in overleg worden getreden met de raad. De ervaringen die zijn opgedaan met dit aanwijzingsbesluit worden daarbij meegenomen. 6. Voor de uitbreiding van de categorieën wordt ook het exploitatieplan gedelegeerd Dit is een procedureel beslispunt dat volgt uit beslispunt 2. De bevoegdheid van het college om zelfstandig omgevingsvergunningen te verlenen tot en met 700 tijdelijke woningen betreft ook het exploitatieplan. Het ligt niet in de lijn van de verwachting dat een exploitatieplan vastgesteld zal gaan worden.
Maar indien dit niet gelijktijdig geregeld wordt, zou de vreemde situatie kunnen ontstaan dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn om een omgevingsvergunning te verlenen, maar dat de raad bevoegd blijft voor de grondexploitatie. Versnelling van proces en vermindering van administratieve lasten zouden dan nihil zijn. Kanttekeningen 1. De gekozen alternatieve wijze van gebiedsontwikkeling kent een aantal risico’s Voor de planning van de realisatie zijn we afhankelijk van o.a. de doorlooptijd van de planologische procedure en de termijn waarbinnen bouw- en woonrijp gemaakt kan worden.
5
Inboeknummer 20bst01714
Voor beiden is onderzocht op welke wijze dit zo snel mogelijk kan worden gerealiseerd. . Bij de uitvoering zijn we echter afhankelijk van de staat van de gronden (hierbij spelen o.a. flora en fauna, archeologie en bodemverontreiniging een rol), regelgeving, leveranciers en andere derden, de omgeving etc. En afhankelijk van medewerking van u als raad m.b.t. besluitvorming over dit dossier voor het afzien van de verklaring van geen bedenkingen. Voor het opstellen van de financiële business case is uitgegaan van ramingen voor de kosten en opbrengsten binnen het project. Voor het maken van de ramingen is uitgegaan van externe deskundigen, de resultaten zijn intern geverifieerd. Voor de opbrengsten is uitgegaan van de uitkomst van gesprekken die hierover zijn gevoerd met de initiatieven binnen het project of, als deze nog niet bekend zijn, marktconforme bedragen. 2.1 Het uitvoeringskrediet en de begrotingswijziging zijn afgeleid van de businesscase behorende bij aanvraag voor de subsidie woningbouwimpuls Ten behoeve van de subsidieaanvraag bij het rijk is een businesscase opgesteld, die uitgaat van een grondexploitatieopzet.
Dit wil zeggen een klassieke opzet voor een bouwgrondontwikkeling voor rekening en risico van de gemeente waarbij inbrengwaarde, onderzoekskosten, planvoorbereidingskosten en kosten bouw- en woonrijp maken gedekt worden door (in dit geval) gekapitaliseerde huuropbrengsten grond en de subsidie. Alles conform aangeleverde format van het Ministerie. Na toekenning van de subsidie door het ministerie heeft de accountant echter geadviseerd om de verwachte kosten en de dekking van de subsidie direct te verantwoorden onder MVA (Materiele vaste activa). Hierbij wordt de totale investering afgeschreven conform de in de financiële verordening opgenomen afschrijvingstermijnen en wordt jaarlijks rente berekend over de boekwaarde. De kapitaallasten (afschrijving + rente) landen net als de huuropbrengsten van de grond in de reguliere exploitatie op de diverse taakvelden. Door toepassing van deze begrotingsmethodiek is een één op één vergelijking met de oorspronkelijke businesscase en of een grondexploitatieopzet niet meer te maken. Dit mede doordat voor een deel de investeringen, zoals bijvoorbeeld riolering, worden afgeschreven over een periode langer dan 30 jaar. Daarnaast zijn er investeringen die niet geactiveerd kunnen worden of worden afgeschreven over een periode van minder dan 30 jaar.
Over de wijze van verantwoorden van de subsidie vindt inmiddels afstemming plaats met het ministerie van BiZa. Hierin wordt ook de gewijzigde systematiek van grondexplotatieopzet naar MVA besproken om hiermee te voorkomen dat dit nog achteraf tot bijstelling van de eerder toegekende subsidie leidt. Op moment van opstellen van dit dossier was nog niet bekend hoe het ministerie hier tegenover staat. 2.2 Er zijn nog geen huurovereenkomsten afgesloten met de initiatiefnemers binnen het gebied Met de betrokken corporaties is een afsprakenkader opgesteld waarin de huuropbrengsten zijn opgenomen. Dit afsprakenkader is zowel door het bestuur van de corporaties als door het college geaccordeerd.
6
Inboeknummer 20bst01714
De gesprekken met Stib (LL040) over de huur van de benodigde grond voor de innovatieve woningen zijn in een vergevorderd stadium. Voor de opbrengsten vanuit de overige initiatieven is uitgegaan van de uitkomst van gesprekken die hierover zijn gevoerd met de betreffende initiatiefnemers of, als deze nog niet bekend zijn, marktconforme bedragen. Daarbij is gebruik gemaakt van de waardebepaling van de grond zoals opgesteld door de externe taxateur in het kader van de aanvraag voor de subsidie. 2.3 Na afloop van de huurtermijn (ca 30 jaar) resteert een boekwaarde over de gedane investeringen In 2054 zal de tijdelijke verhuur van de gronden aan de diverse initiatiefnemers stoppen. Omdat er voor gekozen is om af te schrijven op basis van de termijnen van de financiële verordening betekent dit dat er na beëindiging van de huur nog een boekwaarde op de diverse activa-componenten zal resteren. Een aantal activa-componenten zijn op dat moment nog niet volledig afgeschreven. Van alle componenten wordt er vanuit gegaan dat deze kunnen worden ingezet voor een nieuwe ontwikkeling. Dit betekent dat een volgende ontwikkeling start met een boekwaarde maar dat er wel sprake is van een substantiële besparing op de benodigde investeringen.
Gezien de waardering van de grond in het kader van de aanvraag subsidie woningbouwimpuls, is de verwachting dat de hogere boekwaarde na 30 jaar ruimschoots goedgemaakt kan worden door toekomstige grondopbrengsten. 4. In de begrotingswijziging is expliciet geen rekening gehouden met de kosten voor beheer en onderhoud na oplevering werkzaamheden bouw- en woonrijpmaken In de opzet van de investering en bijbehorende kapitaallasten zoals in de bijlage 3 is uiteengezet zijn expliciet geen kosten voor beheer en onderhoud opgenomen, dit is gebruikelijk bij een gebiedsontwikkeling. Er wordt vanuit gegaan dat na afronden werkzaamheden bouw- en woonrijp maken de openbare ruimte wordt overgedragen aan de afdeling Beheer. Indien deze beheerbudgetten op enig moment niet toereikend zijn zal de afdeling Beheer extra middelen vanwege areaaluitbreiding aanvragen bij de kadernota.
Kosten De investeringen die de gemeente als eigenaar van de gronden moet maken voor het gebied en het wijzigen van de bestemming alsook het verlenen van de benodigde omgevingsvergunningen vinden plaats van 2021 tot en met 2026. In de bijgevoegde memo (bijlage 3) treft u een uitgebreid overzicht aan van welke kosten voor rekening en risico van de gemeente komen. Op basis van het schetsontwerp ‘Buurtschap Te Veld’ d.d.19 maart 2020 heeft een extern civieltechnisch adviesbureau in maart 2020 een bijbehorende kostenraming voor het bouw- en woonrijpmaken opgesteld. Deze kostenraming is intern getoetst in de voorbereiding op de aanbesteding van het werk. Naast de kosten voor het bouw- en woonrijp maken zijn ramingen opgesteld voor archeologie, overige benodigde onderzoeken, planvoorbereiding en toezicht op de uitvoering en niet compensabele btw.
7
Inboeknummer 20bst01714
In de begroting is expliciet ook rekening gehouden met kosten herinrichting Castiliëlaan, en het aanpassen of ophogen van de geluidswal. Ook de kosten voor het bouwrijp opleveren van de kavel te verhuren aan Stib (LL040) maken deel uit van de begroting behorende bij dit dossier. De totaal geraamde kosten voor de bouwgrondontwikkeling van Buurtschap Te Veld (inclusief de al gemaakte voorbereidingskosten) bedragen € 18.700.000 (prijspeil 2020). Hiervan is € 1.065.000 incidentele kosten welke conform BBV-richtlijnen niet geactiveerd mogen worden. Deze kosten worden gedekt uit de van het Rijk ontvangen woningbouwimpuls. € 17.639.0000 aan investering zal onder aftrek van de nog resterende woningbouwimpuls, zijnde € 3.941.000 geactiveerd worden onder MvA. In de bijgevoegde memo (bijlage 3) treft u een overzicht van de jaarlijkse kapitaallasten die voortvloeien uit de onder MvA te activeren investeringen. Dit afgezet tegen de verwachte huuropbrengsten. Bij het berekenen van de kapitaallasten zijn de termijnen gehanteerd zoals deze zijn voorgeschreven vanuit de financiële verordening. Deze termijnen zijn voor diverse activa-onderdelen langer dan de termijn van het verhuren van de grond. Dit betekent dat na beëindiging van het tijdelijk wonen er op diverse activaonderdelen nog een boekwaarde zal resteren en daarmee nog jaarlijkse kapitaallasten.
Door het wegvallen van de huur vervalt de dekking hiervan. De reden dat toch gekozen is voor het hanteren van de termijnen van de financiële verordening is dat er de verwachting is dat na het beëindigen van de tijdelijke verhuur de grond inclusief de al gedane investeringen zal worden ingezet voor een nieuwe ontwikkeling. Met daarbij als uitgangspunt het handhaven van het huidige stedelijk bouwkundige plan en raamwerk waarbij de al gedane investeringen kunnen worden gehandhaafd en er dus zo min mogelijk kapitaalsvernietiging zal optreden. Tot slot hebben we, omdat er sprake is van een wijziging van de bestemming en daarmee een bouwplan mogelijk wordt gemaakt, conform gemeentelijk beleid over kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen rekening gehouden met een afdracht aan het fonds Bovenwijkse Voorzieningen (BoVo) van € 1.092.000. Dit door de jaarlijkse ruimte in de exploitatiebegroting (kapitaallasten -/- huuropbrengsten) als jaarlijkse afdracht te ramen tot de afstorting van totaal € 1.092.000 is gerealiseerd, de verwachting is dat het volledige bedrag in het jaar 2033 is afgedragen. Zie eveneens bijgevoegd vertrouwelijk memo (bijlage 3).
Communicatie Tijdens de haalbaarheidsfase van dit project is een participatietraject met de omwonenden en organisaties in de omgeving van het gebied opgestart door de wensen vanuit de omgeving van het plangebied op te halen Deze betrokkenen worden actief op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen in het project. Binnen het planologische traject vindt daarnaast samenspraak plaats. Het besluit van de raad met betrekking tot de aanwijzing van de categorie tijdelijke woningen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen is vereist zal worden gepubliceerd in het gemeenteblad waarna het in werking treedt.
8
Inboeknummer 20bst01714
Planning en uitvoering Voorlopig ontwerp Definitief ontwerp Start bouw- en woonrijp maken Start bouw eerste woningen `
Q4 2020 Q1 2021 Q1 2021, na besluitvorming raad Streven is Q2 2021, na afronding RO-procedure
Nadat uw raad het aanwijzings- en delegatiebesluit heeft genomen en het besluit in werking is getreden, kunnen besluiten met betrekking tot omgevingsvergunningen met een ruimtelijke onderbouwing in de genoemde (uitbreiding van) categorieën van gevallen door het college zelfstandig worden afgedaan. De raad zal halfjaarlijks via een collegebrief op de hoogte worden gebracht van de vergunningen die met de uitgebreide Wabo-procedure door het college zijn verleend.
Evaluatie Samen met het externe projectteam zullen na realisatie het projectproces en het projectresultaat worden geëvalueerd. De uitgebreide Wabo-procedure vervalt per 1 januari 2022. De ervaringen met het verruimde aanwijzingsbesluit worden gebruikt bij de discussie met de raad over het nieuwe aanwijzingsbesluit dat zal worden ingesteld voordat de Omgevingswet in werking treedt.
Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • • •
•
Bijlage 1: Impressies en kernwaarden Buurtschap Te Veld Bijlage 2: Begrotingswijziging Bijlage 3: Memo ‘Financiële opzet Castiliëlaan’ (d.d. 20 november 2020) Let op: Ten aanzien van dit stuk heeft het college bij besluit van 1 december 2020 algehele geheimhouding opgelegd aan de raad. Bijlage 4: Aangepaste “aanwijzingsbesluit categorieën van gevallen waarin voor het verlenen van een omgevingsvergunning een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad niet is vereist, als bedoeld in artikel 6.5, derde lid, Besluit omgevingsrecht”.
De bijlagen worden meegestuurd (m.u.v. bijlage 3: ligt ter inzage bij de griffie)
9
Inboeknummer 20bst01714
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
10
Inboeknummer 20bst01714
Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 december 2020; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 19 januari 2021; gelet op de nadere toelichting van 22 januari 2021; gelet op de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; besluit: 1. Kennis nemen van de verdere planvoorbereiding en ontwikkeling van Buurtschap Te Veld om de tijdelijke verhuur van betaalbare woningen mogelijk te maken. 2. In te stemmen met de begrote kosten en dekking voor het realiseren van buurtschap Te Veld door Het beschikbaar stellen van een incidenteel budget van € 1,065,000 voor het doen van onderzoeken en deze te dekken uit de subsidie vanuit de woningbouwimpuls Het beschikbaar stellen van een uitvoeringskrediet ad. € 17.639.000, deze voor € € 3.941.000 te dekken uit de subsidie vanuit de woningbouwimpuls en de bijbehorende kapitaallasten en de afdracht aan de reserve bovenwijkse voorzieningen maximaal € 1.092.000 te dekken uit de te verwachten huuropbrengsten 3.
a) De reeds gemaakte voorbereidingskosten eveneens af te dekken via de onder 2 genoemde budgetten en b) het eerder daarvoor beschikbaar gestelde voorbereidingskrediet vanuit het programma grond (€ 490.000) te laten vervallen en het voorbereidingskrediet vanuit het programma wonen (€ 25.000) te laten terugvloeien naar de oorspronkelijke dekkingsbron, zijnde de reserve voorbereidingskrediet. 4. In te stemmen met bijgevoegde begrotingswijziging (zie bijlage 2) 5. Het aanwijzingsbesluit (artikel 6.5, lid 3 van het Bor) uit te breiden door het toevoegen van ‘Categorie tijdelijke woningen’, luidende: ‘voor het hele grondgebied van de gemeente mag voor het realiseren van maximaal 700 tijdelijke woningen, met inbegrip van bijgebouwen, worden afgeweken van het bestemmingsplan zonder dat daarvoor een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad is vereist’. 6. De bevoegdheid tot het vaststellen van een exploitatieplan (artikel 6.12 lid 1 Wro) en de bevoegdheid om te besluiten geen exploitatieplan vast te stellen (artikel 6.12 lid 2 Wro) voor de onder 1 genoemde categorie van gevallen te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders (artikel 6.12 lid 3 Wro). Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 januari 2021. J. Verbruggen, griffier.
11