Raadsvoorstel Visie werklocaties Zuidoost-Brabant
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 24bst01340 Dossiernummer 24.45.352 B&W beslisdatum 05 november 2024
Raadsvoorstel Visie werklocaties Zuidoost-Brabant
Inleiding De Brainportregio staat aan de top van Europa als het gaat over technologische innovaties. We hebben uitgesproken deze toppositie te willen behouden. Daarbij is ook het brede en reguliere MKB van groot belang om de stad en regio draaiende te houden. Dat brengt een groeiopgave met zich mee. Een groeiopgave die vele beleidsterreinen raakt, dus ook de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de regio. Eind 2022 heeft de provincie Noord-Brabant nieuwe prognoses vastgesteld voor de toekomstige ruimtevraag voor bedrijventerreinen. Voor Zuidoost-Brabant wordt, op basis van een laag en een hoog groeiscenario, een uitbreidingsvraag verwacht van 242 tot 376 hectares in de periode tot 2030. Er is ook een doorkijk gegeven naar de periode 2031-2040 waarbij men, weliswaar met een flinke bandbreedte, rekening houdt met nog eens 100 tot 296 hectaren. De provincie Noord-Brabant heeft alle Brabantse gemeenten opgedragen om regionale programma’s voor de werklocaties op te stellen uitgaande van de gestelde prognoses. In de MRE trekken de 21 gemeentes daartoe gezamenlijk op en in samenwerking met de provincie en waterschappen.
Voor Zuidoost-Brabant wordt de programmering vormgegeven in drie samenhangende ‘producten’: een kaderstellende visie (het ‘waarom’), een uitvoeringsstrategie (het ‘hoe’, werkwijze en procesafspraken) en een jaarlijks op te stellen uitvoeringsagenda (het ‘wat’ en ‘waar’, het totaal aan acties). U wordt nu gevraagd de regionale Visie op Werklocaties definitief vast te stellen. Daarbij zijn de eerder door u meegegeven aandachtspunten ingebracht en verwerkt (zie ook argument 1.3 en meer uitvoerig in bijlage B). Om u zo volledig mogelijk te informeren zijn ook de uitvoeringsstrategie en de concept uitvoeringsagenda ter kennisname bijgevoegd (bijlagen C en D). Daarnaast wordt u gevraagd in te stemmen met het beëindigen van het Financieel Arrangement Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). Het financieel arrangement is onderdeel
Inboeknummer
24bst01340
van de afspraken over de programmering van de werklocaties die in 2016 in het SGE gemaakt zijn. Het financieel arrangement maakte het mogelijk dat SGE gemeenten die te veel bedrijventerrein in de planvorming hadden opgenomen, deze terreinen makkelijker uit de markt konden nemen (hiervoor vond financiële compensatie plaats). De terreinen die wel uitgegeven werden droegen bij aan de afwaardering van de terreinen die niet (meer) uitgeven konden worden. Nu er een nieuwe visie werklocaties ter besluitvorming voorligt die samen met de 21 gemeenten van de Metropoolregio Eindhoven is opgesteld, is het financieel arrangement tegen het licht gehouden (bijlage E) en wordt geadviseerd dit arrangement te beëindigen. Het college heeft de voorkeur om een koppeling te blijven leggen met de grondexploitaties van nieuw uit te geven bedrijventerreinen, zoals dat ook het geval was bij het Financieel Arrangement. Het college ziet twee recente politiek bestuurlijke opgaven op hetzelfde thema, te weten ‘Toekomstfonds bedrijventerreinen’ en bijdrage aan bedrijventerrein Brainport Oost en wil middels een integrale afweging bij de kadernota 2026 kijken of en hoe hiermee een start kan worden gemaakt. Het toekomstfonds bedrijventerreinen is de opvolging van de toezegging door het college om een fonds op te richten ten behoeve van de grote opgaven van de Eindhovense bestaande bedrijventerreinen (m.n.
op het gebied van verduurzaming, betere ruimtebenutting, revitalisering, verbeteren van het woon- werkklimaat). Het regionaal bedrijventerrein Brainport-Oost wordt een grootschalig bedrijventerrein van 100 hectaren op grondgebied van Helmond en Someren, maar zal voor 40% bedoeld zijn voor de ruimtevraag uit het Stedelijk Gebied Eindhoven. Vanwege het regionale én Eindhovense belang van dit bedrijventerrein draagt de gemeente Eindhoven in de voorbereidingen bij door inbreng van kennis en expertise. Hiernaast zal voor de realisatie van het bedrijventerrein mogelijk ook financiële steun nodig zijn van Eindhoven en de SGE regio. De komende periode gaan we hierover met de regio verder in gesprek. Het college heeft reeds toegezegd met een uitgewerkt voorstel te komen voor het toekomstfonds. We stellen nu voor om daarnaast ook voor het regionaal bedrijventerrein Brainport-Oost een voorstel uit te werken, en met de uitgewerkte voorstellen te komen richting de Kadernota 2025. Wettelijke taak Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college: Onvermijdelijk
Doelstelling De Visie Werklocaties Zuid-Oost Brabant is het kader van waaruit we handelen en is de basis voor de uitvoeringstrategie en uitvoeringsagenda. Zowel op bestaande als nieuw te ontwikkelen werklocaties. We bieden een handelingsperspectief om met elkaar te zorgen voor voldoende passende werkmilieus om bedrijven die de regio van meerwaarde vindt voor het Brainport-ecosysteem te kunnen faciliteren in hun groei en/of vestiging.
2
Inboeknummer
24bst01340
Voorstel 1. Vaststellen van de ‘Visie werklocaties Zuidoost-Brabant, versie 4.1’; met als belangrijkste doelen, dat; - Eindhoven samen met de regio de groei van de economie weloverwogen en selectief faciliteert, passend bij de snelheid van de ontwikkelingen. - met oog voor het behoud van de economische toppositie én met aandacht voor de verbetering van de brede welvaart en ruimtelijke kwaliteit. - niet alleen voor nieuw te ontwikkelen locaties, maar juist ook voor de bestaande werklocaties. 2. Beëindigen van het Financieel Arrangement Stedelijk Gebied Eindhoven behorende bij programmering werklocaties 2016 en 2021; 3. De financiële consequenties na beëindiging van het financieel arrangement te verwerken in de Meerjaren prognose grondexploitaties (MPG). 4. Het college opdracht te geven om, in aanvulling op het nog uit te werken toekomstfonds bedrijventerreinen, met een uitgewerkt voorstel te komen hoe bij te dragen aan de realisatie van Brainport-Oost ter integrale afweging bij de kadernota 2026. Argumenten 1.1 De Visie werklocaties stelt de kaders voor de verdere uitwerking van de regionale programmering in een uitvoeringsstrategie en uitvoeringsagenda. De gezamenlijke inzet is het behouden en creëren van kwantitatief en kwalitatief voldoende ruimte voor bedrijvigheid. Niet door in te zetten op oneindige groei, maar door duidelijke keuzes te maken.
Dit met het oog op het behoud van de economische toppositie van de Brainportregio, en tegelijkertijd met aandacht voor ons regionale en lokale MKB, brede welvaart en ruimtelijke kwaliteit. De programmering zelf bestaat uit drie delen: - Deel 1: de regionale Visie op Werklocaties voor een toekomstbestendige toppositie, waarin voor de periode tot 2030 de kaders en uitgangspunten vastgelegd zijn voor de verdere programmeringsafspraken. - Deel 2: een Uitvoeringsstrategie, waarin de in de visie gestelde kaders uitgewerkt worden in een programmeringsproces en afspraken over de werkwijze. - Deel 3: een Uitvoeringsagenda, die de daadwerkelijke programmering van de werklocaties bevat evenals een overzicht van de acties nodig om de strategie te kunnen uitvoeren. In de Uitvoeringsagenda wordt o.a. de uitwerking van de ‘zeef’(om tot selectie van sectoren te komen) vastgelegd en de vertaling naar terreinen en hectaren opgenomen. De Uitvoeringsagenda wordt jaarlijks opgesteld vanuit het idee dat deze dynamisch en adaptief van aard moet zijn. De kaderstellende visie dient vastgesteld te worden door de raden van de 21 gemeenten in de MRE. De Uitvoeringsstrategie en de Uitvoeringsagenda vormen het mandaat van de colleges van B&W van de 21 gemeenten.
Over de Uitvoeringsstrategie is eerder op de Omgevingsdag in juli 2024 door de regiopartners overeenstemming bereikt, onder voorbehoud van vaststelling van de regionale visie door de 21 gemeenteraden.
3
Inboeknummer
24bst01340
1.2 De Visie Werklocaties is een gezamenlijk product van de 21 gemeenten in de MRE en wordt gelijktijdig vastgesteld. Het huidige proces om te komen tot een nieuwe regionale programmering werklocaties is in 2023 gestart en wordt gezamenlijk door de 21 gemeenten in de MRE opgesteld, in samenwerking met de provincie Noord-Brabant en de waterschappen. De vaststelling van de regionale visie vindt gelijktijdig plaats in de 21 gemeenteraden in december 2024/januari 2025. De verdere uitwerking (strategie en agenda) is eveneens een coproductie van gemeenten, provincie en waterschappen. 1.3 De door de gemeenteraad aangedragen aandachtspunten zijn opgenomen in de visie De regionale visie is in juli 2023 op de Omgevingsdag als concept besproken met de 21 colleges, provincie en waterschappen. In het najaar van 2023 hebben ook de gemeenteraden input kunnen geven op de conceptvisie. In Eindhoven is de conceptvisie zelfs aan de hand van een commissienotitie besproken tijdens een meningsvormende raadsavond op 26 september 2023. De door de raad meegegeven aandachtspunten zijn door het college ingebracht bij de verdere voltooiing van de visie. Hierover is de gemeenteraad tussentijds geïnformeerd middels een collegebrief (Collegebrief aan de leden van de raad over Verwerking commissieadvies in Regionale Visie Werklocaties Gemeente Eindhoven (notubiz.nl). De belangrijkste aandachtspunten zijn: 1.
Meer nadruk op menselijk kapitaal. In de visie is op meerdere plekken het belang benoemd van werkgelegenheid voor zowel praktische als theoretisch geschoolden. Ook is er aandacht voor een gezonde verhouding tussen de regionale beroepsbevolking en de inzet van arbeidsmigranten. 2. Benadrukken belang lokale en stuwende MKB. Het belang van het MKB is nadrukkelijk meegenomen in de leidende principes van de visie (pg. 30). 3. Aandacht voor klimaat/verduurzaming en integrale afweging in het licht van ruimtelijke keuzes. Deze aspecten zijn in algemene zin benoemd in de visie maar krijgen een expliciete uitwerking in de uitvoeringsagenda. In bijlage B kunt u lezen op welke wijze alle punten zijn verwerkt. 1.4 Eindhoven blijft scherp op de uitwerking van de agenda. De visie vormt de basis voor de uitwerking in de agenda. Door de uitvoeringsagenda jaarlijks vast te stellen creëren we een adaptieve programmeringswijze waarbij rekening gehouden kan worden met actuele ontwikkelingen.
De inzet daarbij vanuit Eindhoven is: Om selectief om te gaan met de (toekomstige) nieuwe beschikbare ruimte, door: o In ieder geval geen nieuwe grootschalige logistiek en warehouses toe te staan, tenzij deze aantoonbaar noodzakelijk is voor de Brainport economie; o In ieder geval geen nieuwe datacenters toe te staan; o Naar aanleiding van het Stec rapport te bezien welke mogelijke andere sectoren vanuit de gemeente Eindhoven ook ingebracht kunnen worden in de ‘zeef’. - Om ook bij de invulling van nieuwe ruimte voor grootschalige maakindustrie selectief te zijn. Daarbij worden zaken als regionaal gebonden, intensief
4
Inboeknummer
24bst01340
ruimtegebruik, menselijk kapitaal, duurzaamheid, circulaire economie nadrukkelijk meegewogen. - Om bij de nieuw in te vullen hectares ook meteen te kijken naar bestaande bedrijventerreinen zodat deze een deel van de groei op kunnen vangen. Bij de uitwerking van de agenda wordt tevens op kwaliteit ingezet bijvoorbeeld op het vlak van verduurzamen, intensiveren en herstructureren/revitaliseren van terreinen zodat optimaal ruimtegebruik plaatsvindt. Hiermee zal echter niet in de totale ruimtevraag voorzien kunnen worden, wat betekent dat we ook nog nieuwe bedrijventerreinen nodig hebben. - Om bij uitgifte van nieuwe terreinen in alle gemeenten te werken met een uniform uitgifteprotocol om kwaliteitssturing optimaal te kunnen borgen. - Dat de Eindhovense inbreng voor nieuwe terreinen in de aanstaande programmering naast de voorgenomen ontwikkelingen van BIC (bekende ASML uitbreiding) zeer beperkt is. Alleen de volgende en laatste fase van Parkforum (t.b.v. brede MKB) wordt ingebracht. - Dat we zorgen voor een nauwe aansluiting van het bedrijventerreinenbeleid bij de omgevingsvisie. Het bovenstaande wordt verder uitgewerkt in een definitieve uitvoeringsagenda, waarbij de planning is deze te agenderen voor een omgevingsdag in februari 2025. Daarnaast zal de uitvoeringsagenda jaarlijks worden herijkt en opgesteld.
De gemeenteraden worden hierover geïnformeerd middels een Raadsinformatiebrief. 2.1. De marktomstandigheden zijn veranderd en daarmee is de grondslag vervallen In 2016 werd het Financieel Arrangement SGE opgezet om overprogrammering van bedrijventerreinen tegen te gaan. Gemeenten die terreinen moesten uitnemen ontvingen een financiële tegemoetkoming, terwijl ontwikkelende gemeenten een bijdrage van €10 per m2 uit te geven werklocatie afdroegen. In 2024 is er echter geen sprake meer van overprogrammering, maar juist een zeer groot tekort aan werklocaties c.q. er zijn extra meter voor bedrijvigheid nodig. De noodzaak om in de regio bedrijventerreinen af te schalen dan wel uit te nemen is verdwenen. Daarmee komt ook de grondslag van het financieel arrangement te vervallen. Dit levert voor Eindhoven een financieel voordeel op. 2.2. Geen geschikte alternatieve aanwending van middelen voor het financieel Arrangement In de regionale visie werklocaties staan diverse doelen genoemd zoals intensivering van bestaande bedrijventerreinen of het ondersteunen van regionale werklocaties met een negatieve businesscase. Na onderzoek is gebleken dat het Financieel Arrangement administratief ongeschikt is voor deze doelen. Het voldoet niet aan de vereisten van het Besluit Begroting en Verantwoording. Het SGE is namelijk geen organisatievorm om de bijdragen te beheren en te besteden.
Ook geven gemeenten aan dat het ongewenst is om financiële middelen jarenlang in de begroting/ grondexploitatie te reserveren of als kostenpost op te nemen. 3.1. De kostenpost kan vervallen in de grondexploitaties
5
Inboeknummer
24bst01340
De huidige gereserveerde bijdragen voor het Financieel arrangement zijn nu als geprognosticeerde kostenpost opgenomen in de grondexploitaties van nieuw te ontwikkelen werklocaties. Met het financieel arrangement waren er verplichtingen aangegaan die op basis van een prognose waren meegenomen in de verschillende grondexploitaties. Er was dus geen aparte dekking voor deze verplichting buiten de grondexploitatie. Met het beëindigen van het financieel arrangement worden de exploitaties positiever. Wanneer u instemt met het voorstel, komen de kostenposten in de lopende en toekomstige grondexploitaties te vervallen. Het college ziet twee recente politiek bestuurlijke opgaven op hetzelfde thema, te weten ‘Toekomstfonds bedrijventerreinen’ en bijdrage aan bedrijventerrein Brainport Oost en wil middels een integrale afweging bij de kadernota 2026 kijken of en hoe hiermee een start kan worden gemaakt. Het college heeft de voorkeur om een koppeling te blijven leggen met de grondexploitaties van nieuw uit te geven bedrijventerreinen, zoals dat ook het geval was bij het Financieel Arrangement. 4.1. Inzet op bestaande én nieuwe werklocaties blijft nodig middels o.a.
het toekomstfonds bedrijventerreinen en Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost De komende jaren zullen we blijven inzetten op het toekomstbestendig maken van de bestaande bedrijventerreinen en de beschikbare ruimte meer optimaal te gebruiken. Dat betekent dat zaken als verduurzaming, verplaatsingen t.b.v. kwantitatieve en kwalitatieve verbeteringen, revitalisering en intensivering hoog op de agenda gezet worden. Met de eerder toegezegde verkenning naar een Toekomstfonds bedrijventerreinen wordt aangesloten bij deze opgaven. De verkenning is ook opgenomen in de begroting 2025 als onderdeel van Ondernemende Stad. Daarnaast biedt de nog beschikbare ruimte op onze campussen en Parkforum voldoende mogelijkheden voor de uitbreidingsvraag die we in Eindhoven willen faciliteren. Waar het de ruimtevraag van grootschalige maakindustrie betreft zetten we in op het mogelijk maken van het Regionaal Bedrijventerrein BrainportOost op het grondgebied van Helmond en Someren. Met de voorgenomen ontwikkeling van het regionaal bedrijventerrein Brainport-Oost ontstaat een nieuwe locatie die zich zal richten op (grootschalige) maakindustrie en waarbij is uitgesproken dat 40% van de 100ha bedoeld is voor ruimtevraag uit het SGE. Het regionaal bedrijventerrein is een initiatief van Helmond, Someren, Deurne, Asten, Gemert-Bakel.
Vanuit de gedachte van regionale samenwerking is door de initiatiefnemende gemeenten ook een beroep gedaan op de overige regiogemeenten om de ontwikkeling van het bedrijventerrein mede mogelijk te maken. Het college erkent het belang van regionale steun en heeft uitgesproken de trekkende gemeenten te willen ondersteunen. O.a. door ambtelijk mee te draaien in voorbereidende werkgroepen, maar ook door te onderzoeken wat mogelijk is om de ontwikkeling financieel mogelijk te maken. Hierbij is door Eindhoven de oproep gedaan aan de SGE regiogemeenten om hier allen aan mee te werken. De voorwaarden voor het toekomstfonds dan wel voor steun aan het regionaal bedrijventerrein Brainport-Oost, de techniek én de precieze financiële consequenties zijn nog niet uitgewerkt. Het college zal bij de Kadernota 2026 met een eerste uitwerking komen. Het college zal daarbij ook de revenuen van het beëindigen van het financieel
6
Inboeknummer
24bst01340
arrangement nadrukkelijk integraal afwegen ten behoeve van het toekomstfonds en een eventuele bijdrage voor het regionaal bedrijventerrein Brainport Oost (50%-50%). Kanttekeningen De regionale visie verenigt wensen / belangen van 21 gemeenten en provincie Omdat bedrijfsvestiging zich niet houdt aan gemeentegrenzen is samenwerking op MRE niveau in nauwe samenwerking met de provincie essentieel. Dit betekent dat de visie en bijbehorende producten een co productie vormen van 22 overheden niet iedere individuele wens van een gemeente kan meenemen. Selectief zijn op industrieën leidt ook tot commentaar en waterbedeffect Door bij voorbaat nieuwe vestigingen uit te sluiten in onze regio als het gaat om in ieder geval grootschalige logistiek, datacenters en warehouses ontstaat automatisch ook kritiek op deze keuzes. Bijvoorbeeld van ondernemers uit die betreffende sectoren of partijen die daarbij specifieke belangen hebben. Zulke bedrijven zullen vervolgens andere locaties opzoeken buiten onze regio, waarmee een zeker waterbedeffect ontstaat. De provincie snapt de afweging maar staat hier kritisch in. Macro-economische afhankelijkheden De vraag naar ruimte wordt sterk ingegeven door de verwachte economische groei in de komende 10 tot 20 jaar.
De prognoses en de daar uit voortvloeiende programmering zoals we die met de regio vormgeven zijn daarom sterk afhankelijk van macro-economische ontwikkelingen. Met de jaarlijks te actualiseren uitvoeringsagenda spelen we sneller in op veranderende economische omstandigheden. Uitvoeren van regionale visie Werklocaties is een gezamenlijke opgave Bij het vaststellen van de regionale visie Werklocaties hoort ook uitvoering. De 21 gemeenten, provincie en waterschappen zijn verantwoordelijk voor deze uitvoering. Er ligt een lokale verantwoordelijkheid om uitvoering te geven aan de acties die ervoor zorgen dat er voldoende kwalitatief goede werklocaties zijn en dat het juiste bedrijf op de juiste plek landt. Dit hebben we niet altijd als individuele gemeente in de hand. Er zitten juridische beperkingen aan overheidssturing Deze programmering is de sterkst sturende programmering die we ooit in de MRE hebben opgesteld. Er zitten echter wettelijke beperkingen in hoeverre een overheid kan sturen op ontwikkelingen (zoals bijvoorbeeld DIDAM). Het merendeel van de bedrijven / ha zijn bestaande bedrijven en bedrijventerreinen Deze programmering probeert in tegenstelling tot vorige programmering nadrukkelijk meer oog te hebben voor de kwaliteit en meer optimale kwantitatieve benutting van bestaande bedrijventerreinen.
Sturing hierop vergt echter veel meer ambtelijke inzet en is van een lange adem omdat geopereerd moet worden in een lopende bedrijfsmatige omgeving waar bedrijven al jaren rechtsgeldig gevestigd zijn.
7
Inboeknummer
24bst01340
Personele consequenties Dit voorstel brengt vooralsnog geen personele consequenties met zich mee. Wel kan het betekenen dat de in de visie omschreven doelen zoals op bestaande bedrijventerreinen extra inzet vragen. Er wordt vooralsnog vanuit gegaan dat dit binnen de formatie van sector EC kan worden opgevangen. Financiële consequenties Geen uitvoeringsbudget regionale visie Werklocaties Het besluit om regionale visie Werklocaties vast te stellen heeft op korte termijn geen directe financiële gevolgen. Het nog op te richten toekomstfondswerklocaties heeft dat wel. Het toekomstfonds werklocaties is naar aanleiding van motie Toekomstfonds (Motie) als verkenning opgenomen in de begroting 2025 (ondernemende stad) en wordt verder uitgewerkt. Daarnaast wordt nu voorgesteld om voor het regionaal bedrijventerrein Brainport-Oost een voorstel uit te werken, waarbij rekening gehouden wordt met mogelijk financiële bijdrage door Eindhoven. Beide voorstellen, inclusief dekkingsmogelijkheden, worden richting Kadernota 2026 voorgelegd. Beëindigen Financieel Arrangement De huidige gereserveerde bijdragen voor het Financieel arrangement zijn nu als kostenpost opgenomen in de grondexploitaties. In de grondexploitatie Park Forum vervalt een kostenpost van € 1,5 miljoen, in de grondexploitatie van BIC cluster 2 € 280.000.
Voor de nieuw in ontwikkeling te nemen werklocaties zoals Park Forum Oost en BIC Noord hoeft geen kostenpost in de grondexploitatie voor het Financieel arrangement te worden opgenomen. Wanneer u instemt met het voorstel, komen deze kostenposten in de betreffende grondexploitaties te vervallen. De financiële consequenties van de beëindiging van het financieel arrangement zullen worden verwerkt in de Meerjaren prognose grondexploitaties (MPG). Normaal gesproken zullen de (eventuele) winsten terecht komen in bestemmingsreserves (zoals de reserve strategische investeringen) of vrijvallen naar de algemene middelen. Dit is zo door u vastgesteld. De middelen uit deze reserves dienen integraal afgewogen geworden in de begroting. Het college kan voorstellen dit geld op te voeren bij de strategische investeringen, waarna door u kan worden besloten om deze middelen uit de reserve strategische investeringen in zetten voor het doel werklocaties. Communicatie De regionale visie werklocaties is op de Omgevingsdag van juli 2023 besproken en vervolgens zijn we hierover op de Metropoolconferentie van september 2023 met raadsleden in gesprek gegaan. Op basis van de ingebrachte reacties in een versie 4.1 van de visie opgesteld (bijlage B).
De communicatie en publicaties over de visie werklocaties lopen via de bestuurlijk trekkers van de subregio’s (in ons geval het stedelijk gebied Eindhoven; wethouder B. van Stiphout van gemeente Nuenen) en de Metropoolregio Eindhoven.
8
Inboeknummer
24bst01340
Planning en uitvoering De 21 colleges stellen de gemeenteraden voor om de visie in Q4 2024 dan wel in Q1 2025 vast te stellen. Intussen werken de colleges in MRE verband verder aan de nadere invulling van de Uitvoeringsagenda. Inzet is om deze in Q1 2025 af te stemmen met regio, provincie en waterschappen op een Omgevingsdag en vast te laten stellen door de colleges, in combinatie met de uitvoeringsstrategie. Hierover informeren wij u te zijner tijd middels een Raadsinformatiebrief. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Visie werklocaties Zuidoost-Brabant, versie 4.1. (bijlage A) • Oplegnotitie verwerken input raadsleden en ondernemers(vertegenwoordiging) (bijlage B) • Uitvoeringsstrategie (bijlage C) • Concept uitvoeringsagenda (bijlage D) • Eindadvies Financieel Arrangement Programmering Werklocaties SGE (bijlage E) Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
9
Inboeknummer
24bst01340
Ontwerp Raadsbesluit
De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 november 2024; besluit: 1. Vaststellen van de ‘Visie werklocaties Zuidoost-Brabant, versie 4.1’; met als belangrijkste doelen, dat; - Eindhoven samen met de regio de groei van de economie weloverwogen en selectief faciliteert, passend bij de snelheid van de ontwikkelingen. - met oog voor het behoud van de economische toppositie én met aandacht voor de verbetering van de brede welvaart en ruimtelijke kwaliteit. - niet alleen voor nieuw te ontwikkelen locaties, maar juist ook voor de bestaande werklocaties. 2. Beëindigen van het Financieel Arrangement Stedelijk Gebied Eindhoven behorende bij programmering werklocaties 2016 en 2021; 3. De financiële consequenties na beëindiging van het financieel arrangement te verwerken in de Meerjaren prognose grondexploitaties (MPG). 4. Het college opdracht te geven om, in aanvulling op het nog uit te werken toekomstfonds bedrijventerreinen, met een uitgewerkt voorstel te komen hoe bij te dragen aan de realisatie van Brainport-Oost ter integrale afweging bij de kadernota 2026.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, griffier.
10