CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Verordeningen gemeentelijke belastingen, heffingen en rechten 2024

Raadsvergadering 7 november 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordeningen gemeentelijke belastingen, heffingen en rechten 202426.547 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

bij het raadplegen van een bouwplandossier op verzoek informatie wordt verstrekt door een technisch ambtenaar, per kwartier of gedeelte daarvan, met 2.34.5

Het op grond van artikel 2.34.4 verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 9 Maatwerkvoorschriften

2.35

Maatwerkvoorschriften bij bouw- of sloopactiviteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief a. voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:

€ 1.400,00

1. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel 3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 2. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 4. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, per maatwerkvoorschift b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per maatwerkvoorschrift

70

€ 1.400,00

Inboeknummer 23bst01030 2.36

Maatwerkvoorschriften bij milieubelastende activiteiten

2.36.1

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften als

€ 1.400,00

bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving betrekking heeft op een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit 2.36.2

Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften

€ 1.400,00

betrekking heeft op een andere milieubelastende activiteit dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt het tarief per maatwerkvoorschrift 2.37

Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften

€ 1.400,00

betrekking heeft op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.35 en 2.36, bedraagt het tarief per milieubelastende activiteit Paragraaf 10 Gelijkwaardigheid 2.38

Gelijkwaardige maatregel

2.38.1

Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op: a. een bouwactiviteit, bedraagt het tarief, per uur:

€ 132,00

b. een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed,

€ 132,00

bedraagt het tarief, per uur: c. een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief, per uur

€ 132,00

d. een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of

€ 132,00

c, bedraagt het tarief, per uur: 2.38.2

Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis

71

Inboeknummer 23bst01030 is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 11 Overige tarieven 2.39

Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een

€ 578,00

aanvraag om verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het Omgevingsbesluit: 2.40

Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van deze paragraaf verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft.

2.41

Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning

2.41.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een

€ 754,00

aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning 2.41.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een

€ 3.000,00

aanvraag om wijziging van een of meerdere voorschriften van een omgevingsvergunning, in geval de wijziging betrekking heeft op een milieubelastende activiteit 2.42

Intrekken omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is:

2.43

Beoordeling aanvullende gegevens Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze paragraaf bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, in behandeling is genomen:

72

€ 150,00

Inboeknummer 23bst01030 2.43.1

indien de bouwkosten minder dan € 50.000,- bedragen

€ 152,00

2.43.2

indien de bouwkosten € 50.000,- of meer bedragen

€ 304,00

2.44

Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of enig ander besluit.

2.45

Wijzigen Omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een

€ 10.763,00

aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan: 2.46

Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een

€ 334,00

aanvraag tot het nemen van een ander, in deze paragraaf niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: Paragraaf 12 Modaliteiten 2.47

Achteraf ingediende aanvraag Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een

50%

activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 3 tot en met 8 verschuldigde leges verhoogd met: 2.48

Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze paragraaf bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit:

2.49

Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze paragraaf bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk

73

€ 1.683,00

Inboeknummer 23bst01030 voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a. voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:

€ 800,00

b. voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:

€ 800,00

c. voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport

€ 800,00

betreffende de geluid- of luchtbelasting: d. voor de beoordeling van een akoestisch rapport

€ 800,00

betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: e. voor de beoordeling van een ecologisch

€ 800,00

onderzoeksrapport: f. voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): g. voor de beoordeling van een niet in de voorgaande

€ 2.945,00 € 800,00

onderdelen genoemd rapport: 2.50

Advies

2.50.1

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze paragraaf bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad:

€ 573,00

b. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als

€ 706,00

bedoeld in de Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit 2021 dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: c. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit 2021 in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b: d. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met c: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het

74

€ 353,00

Inboeknummer 23bst01030 verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.50.2

Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

2.51

Instemming

2.51.1

Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van deze paragraaf bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn.

2.51.2

Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Paragraaf 13 Vermindering

2.52

Vermindering na omgevingsoverleg

2.52.1

Als de aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.6.1.5 tot en met 2.6.1.10 niet afwijkt van het conceptresultaat zoals dat tot stand is gekomen na het volgen van het omgevingsoverleg, het conceptresultaat dezelfde activiteit betreft als de activiteit waarvoor de aanvraag is ingediend en de aanvraag binnen 26 weken na het laatste omgevingsoverleg is ingediend, worden de voor het omgevingsoverleg verschuldigde leges, als bedoeld in artikel 2.4, tot een maximum van de eerste zes omgevingsoverleggen in mindering gebracht op de voor de aanvraag verschuldigde leges.

75

Inboeknummer 23bst01030 2.52.2

Bij de toepassing van het eerste lid is voor het in behandeling

€ 100,00

nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning in ieder geval verschuldigd: 2.53

Gereserveerd Paragraaf 14 Teruggaaf

2.54

Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond

85%

van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges bedraagt: 2.55

Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten

2.55.1

De teruggaaf van de verschuldigde leges als na toepassing

70%

van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is besloten de aanvraag niet (verder) te behandelen omdat niet aan de ontvankelijkheidsvereisten is voldaan bedraagt: 2.55.2

De teruggaaf van de verschuldigde leges als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht is besloten de aanvraag niet (verder) te behandelen nadat gebleken is dat de aanvraag ontvankelijk is, maar aanvullende gegevens die nodig zijn voor de inhoudelijke beoordeling desgevraagd door de aanvrager niet zijn verstrekt, bedraagt:

2.56

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft

76

30%

Inboeknummer 23bst01030 genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen één week na

90%

ontvangst van de aanvraag: b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf

50%

één week tot zes weken na ontvangst van de aanvraag: c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf

25%

zes weken na ontvangst van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. 2.57

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen één week na

90%

ontvangst van de aanvraag: b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf

50%

zes weken tot achttien weken na ontvangst van de aanvraag: c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf

25%

achttien weken na ontvangst van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. 2.58

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een

35%

verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of

77

Inboeknummer 23bst01030 milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges bedraagt: 2.59

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a. Als het college van burgemeester en wethouders een

15%

omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges bedraagt: b. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. 2.60

Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 12.

2.61

Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 100,00 wordt niet teruggegeven. Paragraaf 15 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit op aanvraag

2.62.1

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag

€ 364,00

om een andere in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking bedraagt 2.62.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in deze paragraaf wordt verhoogd, ingeval van een beoordeling van aanvullende gegevens wegens indiening van een niet complete aanvraag, met

78

€ 137,00

Inboeknummer 23bst01030 Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de Europese Diensten- of Machtigingsrichtlijn

Artikel

Omschrijving

Tarief

Paragraaf 1 Horeca- of slijtersbedrijf 3.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 1.248,00

nemen van een aanvraag om een vergunning ingevolge artikel 3, eerste lid van de Alcoholwet 3.1.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 832,00

nemen van een aanvraag om een wijziging van een vergunning als bedoeld in 3.1.1, niet zijnde een wijziging als bedoeld onder 3.1.2.2, 3.1.2.3 of 3.1.2.4 3.1.2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 366,00

nemen van een aanvraag om een wijziging van één of twee leidinggevenden in een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1 3.1.2.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 526,00

nemen van een aanvraag om een wijziging van drie of meer leidinggevenden in een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.1 3.1.2.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 671,00

nemen van een aanvraag om een wijziging van de inrichtingseisen als bedoeld in artikel 3.1.1 3.1.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 146,00

nemen van een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet Exploitatie-

3.1.4.1

vergunning

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 1.000,00

nemen van een aanvraag om een vergunning ingevolge artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven 3.1.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel

79

€ 832,00

Inboeknummer 23bst01030 3.1.4.1 , niet zijnde een wijziging als bedoeld in de artikelen 3.1.4.3 en 3.1.4.4 3.1.4.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 366,00

nemen van een aanvraag om een wijziging van een of twee leidinggevenden in een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.4.1 3.1.4.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 526,00

nemen van een aanvraag om een wijziging van drie of meer leidinggevenden in een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.4.1 3.1.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 832,00

nemen van een aanvraag om een terrasvergunning, ingevolge artikel 2:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven, indien en voor zover de tarieven in de artikelen 3.1.1 en 3.1.4.1 niet van toepassing zijn 3.1.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 350,00

nemen van een aanvraag om het inmeten van terras en/of inrichtingseisen ten behoeve van een aanvraag als bedoeld in artikel 3.1.1, 3.1.4.1 en/of 3.1.5 Ontheffing

3.1.7.1

sluitingsuur

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 705,00

nemen van een aanvraag om een ontheffing van het tijdstip van sluiting van een voor het publiek toegankelijke inrichting, als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven 3.1.7.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 182,00

nemen van een aanvraag om een ontheffing van het tijdstip van sluiting van een voor het publiek toegankelijke inrichting, vanwege het 12,5- of 25-jarig jubileum van de horecaondernemer en zijn zaak, als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven 3.1.7.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een ontheffing

80

€ 283,00

Inboeknummer 23bst01030 van het tijdstip van sluiting van een voor het publiek toegankelijke inrichting, zijnde een incidentele ontheffing discotheek, als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven 3.1.7.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 283,00

nemen van een aanvraag om een ontheffing van het tijdstip van sluiting van een voor het publiek toegankelijke inrichting, zijnde een incidentele ontheffing (verlaatje), als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven 3.1.7.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 612,00

nemen van een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven Loketverkoop

3.1.8

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 161,00

nemen van een aanvraag om een vergunning ingevolge artikel 5:21a van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven 3.1.9

Het tarief voor het in behandeling nemen

€ 258,00

van een aanvraag als bedoeld in deze paragraaf wordt verhoogd, ingeval van een beoordeling van aanvullende gegevens wegens indiening van een niet complete aanvraag, met Speelgelegen-

3.1.10

heden

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning ingevolge artikel 2.39 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven

Paragraaf 2 Organiseren evenementen 3.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning ingevolge artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven voor het organiseren van een:

81

€ 1.024,00

Inboeknummer 23bst01030 3.2.1.1

meldingsplichtig evenement

€ 0,00

(vergunningsvrij); 3.2.1.2

categorie A, laag risico-evenement;

€ 500,00

3.2.1.3

categorie B, gemiddeld risico-evenement;

€ 2.500,00

3.2.1.4

categorie C, hoog risico-evenement;

€ 25.000,00

conform de categorieën zoals nader gedefinieerd in het bij deze Tarieventabel behorende “Overzicht criteria voor risicoanalyse evenementen”. 3.2.2

In afwijking van artikel 3.2.1 is voor een categorie C-evenement, hoog risicoevenement, indien voor hetzelfde evenement een vergunning wordt aangevraagd als in elk van de twee voorgaande kalenderjaren en waarvoor beide jaren een vergunning is verleend, 60% van het onder 3.2.1 genoemde tarief verschuldigd.

Paragraaf 3 Prostitutiebedrijven 3.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 3.001,00

nemen van een aanvraag om een vergunning ingevolge artikel 3.2.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven aangaande de exploitatie van een seksinrichting of escortbedrijf 3.3.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 1.112,00

nemen van een aanvraag om een wijziging van een vergunning als bedoeld in artikel 3.3.1 zonder volledige toetsing, niet zijnde een wijziging als bedoeld in de artikelen 3.3.3 en 3.3.4 3.3.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een wijziging van één of twee beheerders in een vergunning als bedoeld in artikel 3.3.1

82

€ 366,00

Inboeknummer 23bst01030 3.3.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 526,00

nemen van een aanvraag om een wijziging van drie of meer beheerders in een vergunning als bedoeld in artikel 3.3.1 3.3.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 350,00

nemen van een aanvraag om het inmeten van inrichtingseisen ten behoeve van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3.3.1 3.3.6

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in deze paragraaf wordt verhoogd, ingeval van een beoordeling van aanvullende gegevens wegens indiening van een niet complete aanvraag, met

Paragraaf 4 Vermindering en teruggaaf 3.4.1

Indien een aanvrager zijn aanvraag om vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 3.1 tot en met 3.3, intrekt en nog geen adviezen zijn uitgezet en/of geen inhoudelijke beoordeling heeft plaats gevonden terwijl de aanvraag wel ontvankelijk is, wordt 20% van het tarief van de op grond van die artikelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges in rekening gebracht.

3.4.2

Indien een aanvrager zijn aanvraag om vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 3.1 tot en met 3.3 intrekt, terwijl reeds adviezen zijn uitgezet en/of een inhoudelijke beoordeling heeft plaats gevonden door de gemeente, wordt 85% van het tarief van de op grond van die artikelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges in rekening gebracht.

3.4.3

Indien op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3.2 afwijzend wordt beschikt, wordt op verzoek binnen een jaar

83

€ 303,00

Inboeknummer 23bst01030 na besluitvorming, teruggaaf van de geheven leges verleend van 15%. 3.4.4

Een bedrag van minder dan € 100,- komt niet in aanmerking voor teruggaaf.

Paragraaf 5 Huisvesting 3.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

Onttrekking

3.5.1

vervallen

Samenvoeging

3.5.2

vervallen

Omzetting

3.5.3.1

om een vergunning tot omzetting of het

€ 2.782,00

omgezet houden van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 21,eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 3.5.3.2

tot het beoordelen van een conceptaanvraag

€ 363,00

ten behoeve van een omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingwet 2014 Woningvorming

3.5.4

om een vergunning tot het verbouwen of in

€ 953,00

die gebouwde staat te houden van een woonruimte tot twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014 Splitsings-

3.5.5

vergunning

om een vergunning om een recht op een

€ 953,00

gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014

Verhuurvergun-

3.5.6

om een woonruimte in gebruik te geven

ning opkoop-

binnen 4 jaar na de datum van inschrijving in

bescherming

de openbare registers in de akte van levering

€ 263,00

van de woonruimte aan de nieuwe eigenaar als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 3.5.7

tot het overschrijven van een verleende vergunning ingevolge de Regionale Nood-

84

€ 350,00

Inboeknummer 23bst01030 Huisvestingsverordening en de Regionale Huisvestingsverordening SRE 3.5.8

Teruggaaf van de ingevolge deze paragraaf geheven leges wordt op verzoek verleend indien: a. op een aanvraag om vergunning afwijzend wordt beschikt; of b. een aanvraag om vergunning wordt ingetrokken, voordat hierop een beslissing is genomen; of c. de vergunning wordt ingetrokken, omdat daarvan geen gebruik wordt gemaakt; en het verzoek uiterlijk één jaar na

15%

dagtekening van de afwijzing dan wel de intrekking van de aanvraag of de vergunning, is ontvangen, waarbij een teruggaaf wordt verleend van Paragraaf 6 Telecommunicatie, kabels en leidingen Instemmings-

3.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

besluit Tele-

nemen van een melding tot het verkrijgen

communicatie-

van instemming omtrent plaats, tijdstip en

wet

werkwijze van uitvoering van

€ 479,07

werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 3.3 van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Eindhoven 2022 3.6.2

Het tarief als bedoeld in artikel 3.6.1 wordt verhoogd met een basisbedrag per strekkende meter van

3.6.3

Het tarief als bedoeld in de artikelen 3.6.1 en 3.6.2 wordt verminderd met 50%, indien a. een melding wordt ingetrokken, voordat hierop een beslissing is genomen; of

85

€ 1,96

Inboeknummer 23bst01030 b. een melding buiten behandeling wordt gesteld. 3.6.4

In afwijking van de artikelen 3.6.1 en 3.6.2 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een melding tot het verkrijgen van instemming, na aanvang of gereedkomen van de aanleg, instandhouding of verwijdering van kabels, 150% van de leges, zoals deze op grond van die artikelen geheven zouden zijn bij een vooraf ingediende melding.

Vergunning

3.6.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

kabels en

nemen van een aanvraag om een vergunning

leidingen

voor het aanleggen, onderhouden, verleggen

€ 479,07

of verwijderen van kabels of leidingen als bedoeld in artikel 2.3 van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Eindhoven 2022 3.6.6

Het tarief als bedoeld in artikel 3.6.5 wordt verhoogd met een basisbedrag per strekkende meter van

3.6.7

Het tarief als bedoeld in de artikelen 3.6.5 en 3.6.6 wordt verminderd met 50%, indien a. een aanvraag wordt ingetrokken, voordat hierop een beslissing is genomen; of b. een aanvraag buiten behandeling wordt gesteld.

3.6.8

In afwijking van de artikelen 3.6.5 en 3.6.6 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag, na aanvang of gereedkomen van de aanleg, instandhouding of verwijdering van kabels, 150% van de leges, zoals deze op grond van die artikelen geheven zouden zijn bij een vooraf ingediende aanvraag.

Paragraaf 7 Standplaats

86

€ 1,96

Inboeknummer 23bst01030 Standplaats-

3.7.1

vergunning

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een standplaatsvergunning ingevolge artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven

3.7.1.1

voor 1 dag

€ 279,00

3.7.1.2

voor meerdere dagen

€ 991,00

3.7.1.3

voor 1 dag en met een maatschappelijk doel

€ 141,00

3.7.1.4

voor meerdere dagen met een

€ 246,00

maatschappelijk doel 3.7.2

Het tarief voor het in behandeling nemen

€ 137,00

van een aanvraag als bedoeld in deze paragraaf wordt verhoogd, ingeval van een beoordeling van aanvullende gegevens wegens indiening van een niet complete aanvraag, met 3.7.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 44,00

nemen van een aanvraag tot wijziging van datum(s) en/of locatie, na verlening van de standplaatsvergunning Paragraaf 8 Winkeltijdenwet Ontheffing

3.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 505,00

nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een incidentele ontheffing ingevolge de Winkeltijdenwet 3.8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

€ 1.024,00

nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een permanente ontheffing (avondwinkel) ingevolge de Winkeltijdenwet Paragraaf 9 Inzamelen afvalstoffen Vergunning

3.9.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling

inzamelen

nemen van een aanvraag tot het verkrijgen

afvalstoffen

van een vergunning voor het inzamelen van afvalstoffen ingevolge artikel 11 van de

87

€ 165,00

Inboeknummer 23bst01030 Afvalstoffenverordening gemeente Eindhoven (oud papier) 3.9.2

Het tarief voor het in behandeling nemen

€ 137,00

van een aanvraag als bedoeld in deze paragraaf wordt verhoogd, ingeval van een beoordeling van aanvullende gegevens wegens indiening van een niet complete aanvraag, met Paragraaf 10 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit op aanvraag 3.10.1

Het tarief voor het in behandeling nemen

€ 364,00

van een aanvraag om een andere in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking bedraagt 3.10.2

Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in deze paragraaf wordt verhoogd, ingeval van een beoordeling van aanvullende gegevens wegens indiening van een niet complete aanvraag, met

88

€ 137,00

Inboeknummer 23bst01030 Overzicht criteria voor gebruik openbare grond (t.a.v. hoofdstuk 1, Paragraaf 4 van de Tarieventabel van de Legesverordening vergunningen 2024) Categorie

Omschrijving

Klasse A

- Gebruik van de openbare ruimte; - Intensieve afstemming met omgeving noodzakelijk; - Advisering van overheidsdiensten noodzakelijk in het kader van de vergunningverlening; - Samenstel van activiteiten zoals damwanden, ontgravingen, bouwkranen, opslag materialen, tijdelijke inritten; - Meerdere voorbesprekingen overheidsdiensten met eventuele aannemer; - Gelegen in een gebied met meerdere functies zoals woningen, winkels, horeca; - Verkeersmaatregelen op doorgaande wegen noodzakelijk; - Veiligheidsplan benodigd.

Klasse B

- Gebruik van de openbare ruimte; - Gelegen in een gebied waarbij gebruik openbare ruimte beperkte invloed heeft op de directe omgeving; - Verkeersmaatregelen op doorgaande wegen noodzakelijk; - Voorbespreking overheidsdiensten met eventuele aannemer noodzakelijk; - Samenstel van activiteiten zoals damwanden, ontgravingen, bouwkranen, opslag materialen, tijdelijke inritten; - Eventueel veiligheidsplan benodigd.

Klasse C

- Gebruik van de openbare ruimte; - De openbare ruimte wordt gebruikt in het kader van verbouwing of renovatie van een complex van objecten (woning of bedrijfsruimte); - Gelegen in een gebied waarbij het gebruik van de openbare ruimte geen invloed heeft op de directe omgeving; - Geen verkeersmaatregelen noodzakelijk, geen voorbespreking overheidsdiensten met eventuele aannemer noodzakelijk.

89

Inboeknummer 23bst01030 Overzicht criteria voor risicoanalyse evenementen (t.a.v. hoofdstuk 3, Paragraaf 2 van de Tarieventabel van de Legesverordening vergunningen 2024)

Categorie evenement

Omschrijving

Categorie A

Vergunningplichtig Laag risico-evenement, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en de gevolgen voor het verkeer beperkt zijn.

Categorie B

Vergunningplichtig Gemiddeld risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer.

Categorie C

Vergunningplichtig Hoog risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor het verkeer.

Deze tarieventabel maakt onderdeel uit van en behoort bij het raadsbesluit van 7 november 2023 tot vaststelling van de Legesverordening vergunningen 2024

, griffier.

90

Inboeknummer 23bst01030

Referentielijst bouwkosten omgevingsvergunning 2024

Bouwactiviteit

In € incl. BTW

Eenheid

I

Bedrijfshallen met gemetselde wandconstructie

a.

Bedrijfshal tot 3 meter hoog

138,00

per m3

b.

Bedrijfshal tussen 3 en 6 meter hoog

82,00

per m3

c.

Bedrijfshal bijzondere constructies

95,00

per m3

d.

Tussenvloer in de hal extra

117,00

per m3

e.

Bedrijfskantoor in de hal

282,00

per m3

II

Eenvoudig uitgevoerde bedrijfshallen (systeembouw)

a.

Hal hoogte tot en met 6 meter

82,00

per m3

b.

Hal hoogte tussen de 6 en 9 meter

69,00

per m3

c.

Hal hoger dan 9 meter, oppervlak kleiner dan 62,00

per m3

en groter

56,00

per m3

e.

Kantoorvloer in de hal extra

179,00

per m2

f.

Open loods

179,00

per m2

g.

Semi-permanente unit

282,00

per m3

h.

Bedrijfskantoor in de hal

282,00

per m3

III

Overige bedrijfsgebouwen

a.

Showroom

234,00

per m3

b.

Winkel

398,00

per m3

c.

Kantoor oppervlak tot 1.000 m2

398,00

per m3

10.000 m2 d.

Hal hoger dan 9 meter, oppervlak 10.000 m2

91

Inboeknummer 23bst01030 d.

Kantoor oppervlak 1.000 tot 5.000 m2

380,00

per m3

e.

Kantoor oppervlak 5.000 m2 en groter

355,00

per m3

f.

Bouwmarkt

179,00

per m3

g.

Horecapand

364,00

per m3

IV

Overige utiliteitsgebouwen

a.

Sporthal

357,00

per m3

b.

Kleedgebouwen

329,00

per m3

c.

Scholen / kinderdagverblijven

316,00

per m3

d.

Noodscholen

261,00

per m3

e.

Zorgfunctie (kleinschalig)

473,00

per m3

f.

Interne wijzigingen overige gebouwen

138,00

per m3

g.

Gevelwijzigingen overige gebouwen

837,00

per m3

V

Woninguitbreiding en verbouwingen

a.

Dakkapel

1.537,00

per m1

b.

Uitbreiding woonruimte / dakopbouw

405,00

per m3

c.

Verandering woonruimte (inpandig)

185,00

per m3

d.

Gevelwijziging

830,00

per m3

e.

Nieuw dak

165,00

per m3

f.

Serre

802,00

per m2

VI

Bijgebouwen

a.

Berging / garage met plat dak

185,00

per m3

b.

Berging / garage met kapconstructie

172,00

per m3

c.

Carport / overkapping

220,00

per m2

92

Inboeknummer 23bst01030 d.

Tuinhuisje (prefab)

206,00

per m2

e.

Zwembad

775,00

per m3

VII

Tuin- en straatmeubilair

a.

Houten schutting / pergola

97,00

per m1

b.

Gemetselde tuinmuur

172,00

per m1

c.

Gaashekwerk

69,00

per m1

d.

Tuinmuur hout en / of metselwerk

131,00

per m1

e.

Schotelantenne

1.385,00

per stuk

VIII

Transformatie utiliteitsbouw naar woonruimte

a.

Per m2 gebruiksoppervlak

450,00

per m2

IX

Nieuwbouw woningen

a.

Rijenwoningen (project)

295,00

per m3

b.

Halfvrijstaande woningen (project)

290,00

per m3

c.

Halfvrijstaande woningen

357,00

per m3

d.

Bungalows

426,00

per m3

e.

Vrijstaande woningen

410,00

per m3

f.

Appartementencomplex

400,00

per m3

g.

Woonwagen (ongeacht nieuw of oud)

267,00

per m3

h.

Recreatiewoning

267,00

per m3

i.

Tiny houses (ongeacht nieuw of oud)

267,00

per m3

j.

(Tijdelijke) woonunit (ongeacht nieuw of oud)

267,00

per m3

k.

Kelder

310,00

per m3

X

Parkeerkelders

93

Inboeknummer 23bst01030 a.

Geheel boven de grond

151,00

per m3

b.

Deels onder en deels boven de grond

241,00

per m3

c.

Geheel onder de grond

323,00

per m3

d.

(Parkeer)kelder onder gebouw

159,00

per m3

e.

Ondergrondse fietsenstalling

324,00

per m3

XI

Agrarische gebouwen

a.

Opslagloods agrarische (spouwmuur

295,00

per m2

traditioneel) b.

Opslagloods (houten gevels)

159,00

per m2

c.

Opslagloods (betonnen gevels)

159,00

per m2

d.

Prefab werktuigen- opslagloods (stalen gevels)

131,00

per m2

e.

Prefab veldschuur open (stalen gevels)

76,00

per m2

h.

Paardenstal (traditioneel metselwerk)

830,00

per m2

i.

Manege (rijhal) (traditioneel metselwerk)

405,00

per m2

Deze referentielijst maakt onderdeel uit van en behoort bij het raadsbesluit van 7 november 2023 tot vaststelling van de Legesverordening vergunningen 2024

, griffier.

94

Inboeknummer 23bst01030

Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 september 2023; mede gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de

Verordening op de heffing en de invordering van de precariobelasting 2024 Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a.

jaar: een kalenderjaar;

b.

kwartaal: een kalenderkwartaal;

c.

maand: een kalendermaand;

d.

week: een periode van zeven aaneengesloten dagen;

e.

dag: een etmaal, en in afwijking hiervan voor zover het betreft de flexibele standplaatsen (onderdeel 3.1.3 van de tarieventabel): het tijdvak van 8:00 uur tot 22:00 uur;

f.

vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een (rechts)persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben;

g.

terras: een geheel van tafels, stoelen of andere roerende zaken, die de belastingplichtige buitenshuis opstelt om anderen in de gelegenheid te stellen ter plaatse iets te nuttigen;

h.

bouwplaats: een afgebakend terrein voor toekomstige, lopende of gerealiseerde bouwwerkzaamheden en/of overige (aanleg)werkzaamheden.

Artikel 2. Aard van de heffing en belastbaar feit Onder de naam ‘precariobelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

Artikel 3. Belastingplicht 1.

De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.

95

Inboeknummer 23bst01030 2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor de onderdelen van een onroerende zaak als bedoeld in onderdeel 5.1.1 van de tarieventabel, als degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn aangemerkt, de eigenaar van de onroerende zaak of zaken waarvan het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond onderdeel uitmaakt of maken.

3.

In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of aan wie die vergunning, met bijbehorende gewijzigde tenaamstelling, is overgedragen, aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.

Artikel 4. Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.

Artikel 5. Vrijstellingen 1.

De belasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: a.

voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;

b.

voorwerpen, welke rechtens moeten worden gedoogd;

c.

voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, sociaal of weldadig doel en, voor zover geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven)activiteit, voor activiteiten met een sportief, cultureel of recreatief doel;

d.

brievenbussen en telefooncellen;

e.

voorwerpen ten dienste van de gemeente of haar instellingen, alsmede het hebben van buizen, leidingen en kabels ten dienste van huisaansluitingen voor riolering, gas, water en elektriciteit;

f.

containers, die zijn geplaatst voor recyclingdoeleinden, welke voor gratis publiek gebruik zijn bestemd en onderdeel zijn van de gemeentelijke inzamelstructuur voor huishoudelijke afvalstoffen;

96

Inboeknummer 23bst01030 g. 2.

oplaadpunten voor elektrische voertuigen (E-laadpalen).

De belasting genoemd in Hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt niet geheven voor de uitbreiding van een terras als gevolg van de anderhalve meter richtlijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Artikel 6. Berekening van de precariobelasting 1.

Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.

2.

Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald.

3.

De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.

4.

Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de maatvoering zoals opgenomen in die vergunning alsmede bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan doordat de vergunning is ingetrokken, vervallen of gewijzigd. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het derde lid, van overeenkomstige toepassing is.

5.

Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.

6.

Bij het plaatsen op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond van voorwerpen van welke aard ook, wordt de ruimte tussen deze voorwerpen mede geacht te zijn ingenomen of aan de openbare dienst te zijn onttrokken, waardoor voor deze ruimte evenzeer sprake is van belastingplicht als bedoeld in artikel 3.

7.

Indien, een bouwplaats wordt afgesloten, wordt de gehele hierbinnen gelegen voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond geacht te zijn ingenomen of aan het verkeer te zijn onttrokken, waardoor voor het geheel van deze gemeentegrond sprake is van belastingplicht als bedoeld in artikel 3.

8.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting: a.

indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;

97

Inboeknummer 23bst01030 b.

indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief maar geen dagof weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.

9.

Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.

10.

Bij de berekening van de in een kalenderjaar verschuldigde precariobelasting voor een voorwerp geldt, indien een jaartarief is opgenomen, het jaartarief als maximale rekeneenheid.

Artikel 7. Belastingtijdvak 1.

In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.

2.

In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het belastingjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.

Artikel 8. Wijze van heffing De belasting wordt geheven: a.

bij wege van aanslag voor de belasting betrekking hebbende op voorwerpen, die in de tarieventabel worden genoemd in de hoofdstukken 1, 2, 3 met uitzondering van voorwerpen als bedoeld in onderdelen 3.1.2 en 3.1.3 van de tarieventabel, 4, 5, en in hoofdstuk 7 in de onderdelen 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.4;

b.

bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving voor de belasting betrekking hebbende op voorwerpen, die in de tarieventabel worden genoemd in hoofdstuk 3 in onderdeel 3.1.2 en in hoofdstuk 7 in de onderdelen 7.1.3 en 7.1.5. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekendgemaakt.

c.

bij wege van een gedagtekende digitale kennisgeving voor de belasting betrekking hebbende op voorwerpen, die in de tarieventabel worden genoemd in hoofdstuk 3 in onderdeel 3.1.3. Het gevorderde bedrag wordt langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

98

Inboeknummer 23bst01030 1.

In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelte van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4.

Voor belastingbedragen, die bij wege van aanslag worden geheven, vindt voor bedragen tot € 10,- geen invordering plaats.

5.

Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen precariobelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Artikel 10. Termijnen van betaling 1.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die, welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

2.

In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 10,-, doch minder is dan € 9.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting, ingeval de heffing plaats vindt middels een kennisgeving als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder b, worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.

4.

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting, ingeval de heffing plaats vindt middels een kennisgeving als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder c, terstond worden betaald.

5.

Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

99

Inboeknummer 23bst01030 6.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11. Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12. Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1.

De ‘Verordening precariobelasting 2023’, vastgesteld bij raadsbesluit van 8 november 2022, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

3.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.

4.

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening precariobelasting 2024’.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 november 2023

, griffier.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13225951/2