Raadsvoorstel Verordening op het burgerinitiatief en burgermotie gemeente Eindhoven
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer Dossiernummer
Verordening op het burgerinitiatief en burgermotie gemeente Raadsvoorstel Eindhoven 2023 Inleiding De huidige verordening is achterhaald. In dit raadsvoorstel stellen we voor de verordening te actualiseren. Ook de burgermotie is hierbij opgenomen.
Wettelijke taak Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Onvermijdelijk
Artikelen 108, 147 en 149 van de Gemeentewet
Doelstelling Met deze gewijzigde verordening op het burgerinitiatief en burgermotie geeft de raad invulling aan het bestuursakkoord ‘Samen morgen mooier maken’. Daarin staat onder andere om de inwoners meer invloed en inspraakmogelijkheden te geven. Voorstel: 1. in te trekken de Verordening burgerinitiatief gemeente Eindhoven 2008; 2. vast te stellen de Verordening op het burgerinitiatief en burgermotie gemeente Eindhoven 2023. Argumenten De huidige verordening is niet langer actueel. Met de herziening van het Reglement van orde en de verordening op de meningsvormende vergadering is een aantal bepalingen in de huidige verordening niet meer actueel. Zo staat in die verordening nog ‘presidium’ en ‘raadscommissies’ terwijl de raad zo niet meer werkt. Daarnaast is de burgermotie toegevoegd. Het bestuursakkoord beoogt inwoners meer invloed en inspraakmogelijkheden te geven.
Inboeknummer
De burgermotie is een mogelijkheid om laagdrempelig de raad te vragen de motie te bespreken en zich hierover uit te spreken. De huidige verordening laat veel ruimte voor verschillende interpretaties waar het om geldigheid van initiatieven gaat In de nieuwe verordening zijn bepaalde weigeringsgronden uitgesplitst om ze specifieker te maken. Dit helpt de gemeenteraad in het vaststellen van de geldigheid van een initiatief. Daarnaast zijn enkele bepalingen toegevoegd die ontbraken. Het gaat hier om onderwerpen die zijn uitgesloten op grond van hogere wetgeving of bestuurlijke verhoudingen, waarover het gemeentebestuur geen besluit mag nemen. In de nieuwe verordening gaat de termijn waarbinnen een initiatief kan worden ingediend op recente besluiten van drie naar twee jaar, mits over het onderwerp in diezelfde raadsperiode nog geen besluit is genomen. Op dit alles kan de raad een uitzondering maken als de initiatiefnemer(s) kan aantonen dat gewijzigde omstandigheden een nieuw besluit vereisen. Was-wordt tabel Oude bepaling (artikel 2) Inwoners van Eindhoven van twaalf jaar en ouder kunnen een burgerinitiatief indienen Oude bepaling (artikel 3) Een burgerinitiatiefvoorstel mag niet gaan over:
3.a
een onderwerp dat in strijd is met hogere wet- en regelgeving.
Nieuwe bepaling (artikel 2) Inwoners van Eindhoven van twaalf jaar en ouder kunnen een burgerinitiatief of burgermotie indienen Nieuwe bepaling(en) (artikel 3) Een burgerinitiatief kan niet worden ingediend over de volgende onderwerpen, gebeurtenissen of situaties: 3.a
aangelegenheden die niet onder de competentie van de raad vallen;
3.b
uitvoering van aangelegenheden van hogere bestuursorganen waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft;
2
Inboeknummer
3.c
een onderwerp dat betrekking heeft op de interne bedrijfsvoering en gemeentelijke arbeidsvoorwaarden.
3.c
gemeentelijke procedures;
3.d
gemeentelijke organisatie;
3.g
besluiten over rechtspositionele regelingen;
3.h
benoeming en ontslag van personen en functioneren van personen;
3.d
een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het gemeentebestuur.
3.j
handelingen en gedragingen van de burgemeester, de wethouders of ambtenaren waartegen een klacht kan worden ingediend op grond van artikel 9 van de Algemene wet bestuursrecht;
3.e
een onderwerp waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure openstaat of heeft opengestaan.
3.l
aangelegenheden waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure openstaat of heeft opengestaan;
3.k
aangelegenheden waartegen bezwaar of beroep kan worden aangetekend op grond van artikel 7 van de Algemene wet bestuursrecht;
3.o
een individueel en/of commercieel belang;
3.f
een onderwerp dat betrekking heeft op privébelangen.
3.g. een onderwerp waarover korter dan drie jaar voor indiening van het burgerinitiatiefvoorstel door de raad een besluit is genomen.
3.m een onderwerp waarover in de twee jaar voorafgaand aan het indienen van het initiatief door de gemeenteraad een besluit is genomen, tenzij ingrijpend gewijzigde omstandigheden
3
Inboeknummer
tot een nieuwe afweging leiden;
-
Toegevoegd is: Toelichting in cursief Het vaststellen en wijzigen van de begroting is de bevoegdheid van de raad.
3.n
onderwerpen waarover de gemeenteraad in diezelfde raadsperiode al een burgerinitiatief heeft behandeld of afgewezen;
3.f
vaststelling en wijziging van de gemeentelijke begroting;
-
Het vaststellen van gemeentelijke belastingen en tarieven is de bevoegdheid van de raad.
3.g
gemeentelijke belastingen en tarieven;
-
De raad kan geen besluit nemen over dergelijke onderwerpen omdat deze beleidsvoorbereiding niet binnen zijn bevoegdheid valt. Dit is een aanvulling op de oude bepaling onder 3.a.
3.h
Beleidsvoorbereiding en voorstellen door het college;
De huidige verordening stelt de gemeenteraad niet volledig in staat initiatieven te toetsen aan de verordening. Met de invoering van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in mei van 2018 zijn de eisen rond het verwerken van persoonsgegevens aanzienlijk verscherpt. Voor het indienen van het burgerinitiatief worden (bijzondere) persoonsgegevens verzameld, aangezien de ondersteuningen naam, adres, geboortedatum en handtekening moeten bevatten. Aan ondersteuning door kinderen jonger dan 16 jaar worden extra AVG eisen gesteld. De bijbehorende formulieren zijn daarop aangepast. De huidige verordening heeft geen bepalingen die voorzien in het verzamelen, gebruik en bescherming van deze gegevens.
4
Inboeknummer
Zo is binnen de huidige werkwijze onduidelijk of het controleren van de ondersteuningen in de Basisregistratie personen doelmatig en rechtmatig is. Dit belemmert het vermogen van de gemeenteraad om zijn eigen verordening te handhaven. De nieuwe verordening bevat nieuwe bepalingen die zorgen dat de werkwijze volgens de Wet basisregistratie personen en de AVG is. De nieuwe verordening biedt inwoners meer houvast tijdens en na het indienen van hun burgerinitiatief. De nieuwe verordening bevat een bepaling die initiatiefnemers, als hun ingediende initiatief gebreken vertoont, een termijn van twee weken geeft om deze te verhelpen. Daarnaast zorgt de nieuwe verordening ervoor dat de initiatiefnemers van een aangenomen burgerinitiatief door het college van burgemeester en wethouders op de hoogte worden gehouden van de uitvoering. Ook wijst het college een ambtelijk contactpersoon aan voor de initiatiefnemers. De nieuwe verordening maakt het voor inwoners mogelijk om ook moties ter beraadslaging en besluitvorming aan te dragen bij de gemeenteraad. Een initiatiefvoorstel door een raadslid is een van de meest complete, wel doordachte en beargumenteerde instrumenten die een raadslid kan zetten. Voor inwoners kan het lastig zijn om hun initiatief ook zo uit te werken in een burgerinitiatief van gelijke zwaarte, namelijk door het voorstellen van een besluit.
Deze nieuwe verordening maakt het mogelijk voor inwoners om een minder zwaar instrument te kiezen: de burgermotie. Hiermee kunnen inwoners de gemeenteraad voorstellen een motie te bespreken en zich hierover uit te spreken. Dit maakt initiatieven vanuit inwoners laagdrempeliger en biedt inwoners meer opties. Kanttekeningen Geen. Financiële consequenties Geen. Communicatie Deze verordening zal na het besluit in de raadsvergadering bekend worden gemaakt. Planning en uitvoering De verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking.
5
Inboeknummer
Evaluatie Evaluatie van de verordening kan plaatsvinden na het afronden van het eerstvolgende initiatief dat wordt ingediend. Te zijner tijd kan de agendacommissie hiertoe het initiatief nemen voor een bespreking in het fractievoorzittersoverleg. Bijlage(n) Geen Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. De agendacommissie
6
Inboeknummer
Ontwerp Raadsbesluit
De gemeenteraad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van de agendacommissie; gelet op artikelen 108, 147 en 149 van de Gemeentewet en artikel 3.5 van de Wet basisregistratie personen; besluit: 1. in te trekken de Verordening burgerinitiatief gemeente Eindhoven 2008; 2. vast te stellen de navolgende Verordening op het burgerinitiatief en burgermotie gemeente Eindhoven 2023 Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. agendacommissie: de agendacommissie zoals bedoeld in artikel 4 van het Reglement van orde; b. burgerinitiatief: een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van inwoners van de gemeente aan de gemeenteraad om te bespreken en te besluiten over een door hen geformuleerd voorstel over een maatschappelijk initiatief; c. initiatiefgerechtigde: iedereen die op grond van deze verordening een verzoek kan indienen. d. burgermotie: een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van inwoners van de gemeente aan de gemeenteraad om te bespreken en te besluiten over een door hen geformuleerde oproep/verzoek over een onderwerp, waarover de raad een oordeel, wens of verzoek uitspreekt; e. meningsvormende vergadering: een vergadering waarin raadsen commissieleden inhoudelijk de besluitvorming van de gemeenteraad voorbereiden en overleggen met het college van burgemeester en wethouders; f. raad: gemeenteraad Eindhoven g.
vertegenwoordiger: vertegenwoordiger van een burgerinitiatief of -motie h. voorzitter: de voorzitter van de gemeenteraad
7
Inboeknummer
Artikel 2. Doelgroep Inwoners van Eindhoven van twaalf jaar en ouder kunnen een burgerinitiatief of burgermotie indienen. Artikel 3. Reikwijdte Een burgerinitiatief of burgermotie kan niet worden ingediend over de volgende onderwerpen, gebeurtenissen of situaties: a. zaken die niet onder de competentie van de raad vallen; b. uitvoering van aangelegenheden van hogere bestuursorganen waarover de raad geen beleidsvrijheid heeft; c. de reden van het gevoerde of te voeren gemeentelijke beleid; d. gemeentelijke procedures; e. gemeentelijke organisatie; f. vaststelling en wijziging van de gemeentelijke begroting; g. gemeentelijke belastingen en tarieven; h. besluiten over rechtspositionele regelingen; i. benoeming en ontslag van personen en functioneren van personen j. beleidsvoorstellen of beleidsvoorbereiding door het college; k. handelingen en gedragingen van de burgemeester, de wethouders of ambtenaren waartegen een klacht kan worden ingediend op grond van artikel 9 van de Algemene wet bestuursrecht; l. zaken waartegen bezwaar of beroep kan worden aangetekend op grond van artikel 7 van de Algemene wet bestuursrecht; m. zaken waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure openstaat of heeft opengestaan; n.
een onderwerp waarover in de twee jaar voorafgaand aan het indienen van het initiatief of de motie door de raad een besluit is genomen, tenzij ingrijpend gewijzigde omstandigheden tot een nieuwe afweging zouden kunnen leiden; o. onderwerpen waarover de raad in diezelfde raadsperiode al een burgerinitiatief of burgermotie heeft behandeld of afgewezen; p. een individueel en/of commercieel belang; Artikel 4. Ondersteuningsverklaringen 1. Een burgerinitiatief moet worden ondersteund door ten minste 250 initiatiefgerechtigden. 2. Een burgermotie moet worden ondersteund door ten minste 250 initiatiefgerechtigden. 3. De ondersteuning als bedoeld in het eerste of tweede lid bestaat uit een handtekening met vermelding van naam, adres en geboortedatum.
8
Inboeknummer
Deze gegevens staan op een door de agendacommissie vastgesteld formulier en is aangehecht aan het burgerinitiatief. 4. Inwoners zijn geïnformeerd bij hun steunbetuigingen dat hun persoonsgegevens raadpleegbaar zijn in de Basisregistratie personen. Zo worden de steunbetuigingen getoetst aan de eisen, zoals bedoeld in het derde lid. Hoofdstuk 2: Burgerinitiatief Artikel 5. Vorm en inhoud burgerinitiatief 1. Het burgerinitiatief is een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van inwoners van de gemeente aan de gemeenteraad om te bespreken en te besluiten over een door hen geformuleerd voorstel over een maatschappelijk initiatief. 2. Als het burgerinitiatief over een onderwerp gaat waarover de raad in de twee jaar voorafgaand aan de indiening van het initiatief al een besluit heeft genomen, moet de vertegenwoordiger motiveren hoe de omstandigheden sindsdien ingrijpend veranderd zijn. 3. Als uit de realisering van het burgerinitiatief kosten voortvloeien, geeft de vertegenwoordiger daarvan een globale schatting. 4. Het burgerinitiatief vermeldt de naam, het adres en de geboortedatum van minimaal één en maximaal drie personen als vertegenwoordiger of vertegenwoordigers van het burgerinitiatief. Artikel 6. Indiening en agendering burgerinitiatief 1. De vertegenwoordiger dient een burgerinitiatief schriftelijk in bij de voorzitter. 2.
De voorzitter brengt het initiatief direct ter kennis van de raad en het college. 3. De agendacommissie beoordeelt of het initiatief voldoet aan de gestelde eisen in artikelen 3, 4 en 5 en adviseert de raad over het in behandeling nemen van het initiatief. 4. Voor het beoordelen aan de gestelde eisen in artikel 4 kan de agendacommissie besluiten de ondersteuningen te laten controleren in de Basisregistratie personen. Zij kan besluiten voor een volledige controle of een steekproef. 5. Als de agendacommissie concludeert dat er gebreken zijn, krijgt de vertegenwoordiger maximaal twee weken tijd om de gebreken te herstellen of aan te vullen. 6. Als de agendacommissie ook na de in het vijfde lid bedoelde hersteltermijn concludeert dat het initiatief niet voldoet aan de gestelde eisen in de artikelen 3, 4 en 5, neemt zij het
9
Inboeknummer
burgerinitiatief niet in behandeling. De agendacommissie brengt de vertegenwoordiger, de raad en het college direct op de hoogte. 7. Als de agendacommissie concludeert dat het initiatief voldoet aan de gestelde eisen in artikelen 3, 4 en 5, brengt zij de vertegenwoordiger, de raad en het college direct op de hoogte. 8. De raad beslist in de eerstvolgende raadsvergadering na kennisgeving uit het zesde en zevende lid of hij het beoordeelde burgerinitiatief in behandeling neemt. 9. Als de raad beslist dat hij het initiatief in behandeling neemt, zorgt de agendacommissie voor de agendering. De eerste behandeling in een meningsvormende vergadering vindt maximaal drie maanden na ontvangst van het initiatief plaats. De maanden juli en augustus worden hierin niet meegeteld. Als deze termijn niet kan worden gehaald brengt de agendacommissie de vertegenwoordiger hiervan op de hoogte. Artikel 7. Intrekken van een burgerinitiatief Een burgerinitiatief kan te allen tijde door de vertegenwoordiger(s) worden ingetrokken. Wel uiterlijk voordat de raad besluit over het in behandeling nemen of afwijzen van het initiatief, zoals bedoeld in artikel 6, achtste lid. Artikel 8. Behandeling burgerinitiatief 1. Het college mag zijn mening over het burgerinitiatief geven voor de behandeling in de meningsvormende vergadering als bedoeld in artikel 6, negende lid. Dit doet hij schriftelijk aan de raad.
2. De vertegenwoordigers mogen tijdens de meningsvormende vergadering het burgerinitiatief mondeling toelichten. 3. De meningsvormende vergadering adviseert, na behandeling van het burgerinitiatief, de agendacommissie over de wenselijkheid om het burgerinitiatief voor besluitvorming te agenderen voor de raadsvergadering en de behandelwijze van het initiatief. 4. Als de agendacommissie vervolgens besluit het burgerinitiatief voor besluitvorming te agenderen voor een raadsvergadering stelt zij de behandelwijze vast. 5. Voorafgaand aan de behandeling in de raadsvergadering krijgen de vertegenwoordigers de gelegenheid om de raad toe te spreken over het burgerinitiatief. De vertegenwoordigers mogen niet deelnemen aan de bespreking in de raadsvergadering.
10
Inboeknummer
Hoofdstuk 3: Burgermotie Artikel 9. Vorm en inhoud burgermotie 1. Een burgermotie is een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van inwoners van de gemeente aan de gemeenteraad om te bespreken en te besluiten over een door hen geformuleerde oproep/verzoek over een onderwerp, waarover de raad een oordeel, wens of verzoek uitspreekt. 2. Als een burgermotie over een onderwerp gaat waarover de raad in de twee jaar voorafgaand aan de indiening van de motie al een besluit heeft genomen, moet de vertegenwoordiger motiveren hoe de omstandigheden sindsdien ingrijpend veranderd zijn. 3. Als uit de realisering van de burgermotie kosten voortvloeien, geeft de vertegenwoordiger daarvan een globale schatting. 4. De burgermotie bevat een begeleidende brief met daarin vermeld: a. een korte toelichting op de aanleiding voor het indienen van de burgermotie; b. een korte omschrijving van het maatschappelijk belang van het in de burgermotie beschreven onderwerp; c. de naam, het adres en de geboortedatum van minimaal één en maximaal drie personen als vertegenwoordiger of vertegenwoordigers van de burgermotie. Artikel 10. Indiening en agendering burgermotie 1. De vertegenwoordiger dient een burgermotie schriftelijk in bij de voorzitter. 2. De voorzitter brengt de motie direct ter kennis van de raad. 3.
De agendacommissie beoordeelt of de motie voldoet aan de eisen gesteld in artikelen 3, 4 en 9 en adviseert de raad over het in behandeling nemen van de motie. 4. Voor het beoordelen aan de gestelde eisen in artikel 4 kan de agendacommissie besluiten de ondersteuningen te laten controleren in de Basisregistratie personen. Zij kan besluiten voor een volledige controle of een steekproef. 5. Als de agendacommissie concludeert dat er gebreken zijn, krijgt de vertegenwoordiger maximaal twee weken tijd om de gebreken te herstellen of aan te vullen. 6. Als de agendacommissie ook na de in het vijfde lid bedoelde hersteltermijn concludeert dat de motie niet voldoet aan de gestelde eisen in de artikel 3, 4 en 9, neemt zij de burgermotie
11
Inboeknummer
niet in behandeling. De agendacommissie brengt de vertegenwoordiger en de raad direct op de hoogte. 7. Als de agendacommissie concludeert dat de motie voldoet aan de gestelde eisen in artikelen 3, 4 en 9 neemt de raad de motie in behandeling. De agendacommissie brengt de vertegenwoordiger, het college en de raad direct op de hoogte. 8. Als de raad de burgermotie in behandeling neemt, zorgt de agendacommissie voor de agendering. De eerste behandeling in een meningsvormende vergadering vindt maximaal drie maanden na ontvangst van de motie plaats. De maanden juli en augustus worden hierin niet meegeteld. Als deze termijn niet kan worden gehaald brengt de agendacommissie de vertegenwoordiger hiervan op de hoogte. Artikel 11. Intrekken van een burgermotie Een burgermotie kan te allen tijde door de vertegenwoordigers worden ingetrokken. Wel uiterlijk voordat de agendacommissie besluit over de geldigheid van de motie, zoals bedoeld in artikel 10, zevende lid. Artikel 12. Behandeling burgermotie 1. De vertegenwoordigers mogen tijdens de meningsvormende vergadering de burgermotie mondeling toelichten. 2. Het college mag tijdens de meningsvormende vergadering zijn mening over de burgermotie mondeling geven. 3.
De meningsvormende vergadering adviseert, na de behandeling van de burgermotie, de agendacommissie over de wenselijkheid om de burgermotie voor besluitvorming te agenderen voor de raadsvergadering. 4. Als de agendacommissie besluit de burgermotie voor besluitvorming te agenderen voor een raadsvergadering wordt deze behandeld bij het agendapunt direct na de raadsvoorstellen. De behandeling vindt plaats in één termijn. 5. Voorafgaand aan de behandeling van de burgermotie in de raadsvergadering krijgen de vertegenwoordigers de gelegenheid de raad toespreken. De vertegenwoordigers mogen niet deelnemen aan de bespreking in de raadsvergadering. Hoofdstuk 4: Slotbepalingen Artikel 13. Communicatie 1. De raad bericht de vertegenwoordigers als bedoeld in artikel 5, derde lid over zijn besluit. Dit gebeurt uiterlijk binnen twee weken na besluitvorming over het burgerinitiatief of de burgermotie in de
12
Inboeknummer
raadsvergadering. Als de raad geheel of gedeeltelijk afwijkt van het burgerinitiatief of de burgermotie, geeft hij de reden daarvoor aan. 2. Als de raad geheel of gedeeltelijk volgens het burgerinitiatief of de burgermotie besluit, informeert het college de vertegenwoordigers binnen twee weken na de raadsvergadering als bedoeld in het eerste lid, over wanneer met de uitvoering van het raadsbesluit of de motie wordt gestart. Ook informeert het college de vertegenwoordigers wie hun contactpersoon bij de gemeente Eindhoven is voor nadere inlichtingen. Artikel 14. Onvoorziene omstandigheden In gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing ervan, beslist de raad, op voorstel van de agendacommissie, in overleg met de voorzitter van de raad en de griffier. Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening op het burgerinitiatief en burgermotie gemeente Eindhoven 2023’.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van xx xx 2023
J. Jongbloed, griffier.
13