Raadsvoorstel Vaststelling bp Deelgebieden Woensel- Zuid 2021
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 22bst01409 Dossiernummer 22.45.451 B&W beslisdatum 08 november 2022
Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ‘Deelgebieden Raadsvoorstel Woensel-Zuid 2021’
Inleiding Naar verwachting treedt per 1 juli 2023 de Omgevingswet in werking. Op dat moment willen we alle bestemmingsplannen actueel en digitaal raadpleegbaar hebben. Op die manier wordt het makkelijker om vervolgens een omgevingsplan te maken dat voldoet aan de nieuwe regels en standaarden van de Omgevingswet. Eén van die plannen is ‘Deelgebieden Woensel-Zuid 2021’. Het plangebied ligt in het noordwestelijke deel van het stedelijk gebied van Eindhoven en bestaat uit het deelgebied Mensfort-Kronenhoef, een klein deel van De Barrier en de buurten Limbeek en Woenselse Watermolen. Deelgebied Mensfort - Kronenhoef wordt begrensd door Boschdijk in het westen en loopt dan via de Pieter Zeemanstraat, de Groenewoudseweg en de straat Vredeoord rondom het gelijknamige voormalige Philips-terrein (dat zelf geen deel uitmaakt van dit bestemmingsplan). Vanaf de 2e Lieven de Keylaan loopt de grens dan weer terug naar de Boschdijk. Het gebied De Barrier is voor een klein deel meegenomen, te weten het deel gelegen tussen de Barrierweg en de Alard du Hamelstraat. Vanaf de Boschdijk loopt de grens namelijk verder via de Alard du Hamelstraat naar de Dr. Berlagelaan. Daar loopt de lijn naar het noorden tot aan de 1e Lieven de Keylaan. De oostelijke grens ligt op de Dr. Cuyperslaan en de Kloosterdreef. In het zuiden ligt de begrenzing op de Kronehoefstraat/Marconilaan.
De buurt Limbeek wordt begrensd door de spoorlijn Eindhoven-'s-Hertogenbosch, de Marconilaan, de Boschdijk, Fellenoord en de Elisabethtunnel. De buurt Woenselse Watermolen wordt begrensd door de Veldmaarschalk Montgomerylaan, de Onze Lieve Vrouwestraat, de John F. Kennedylaan en Fellenoord. ‘Deelgebieden Woensel-Zuid 2021’ is een zogenoemd actualiseringsplan. Daarbij worden de geldende bestemmingsplannen als uitgangspunt genomen. Nieuwe regelgeving en beleid zijn verwerkt in dit bestemmingsplan. De belangrijkste wijzigingen zijn:
Inboeknummer 22bst01409
• •
•
•
Het is mogelijk gemaakt voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie te realiseren. De regels uit het ‘Paraplubestemmingsplan waterberging' en 'Paraplubestemmingsplan parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing’ zijn verwerkt. Opnemen van een aantal dubbelbestemmingen ter bescherming van de cultuurhistorische en ruimtelijke waarden en kenmerken van de aangewezen gebieden. In juni 2022 is de nieuwe archeologische waardenkaart vastgesteld. Deze nieuwe kaart is verwerkt in dit bestemmingsplan en leidt tot meerdere dubbelbestemmingen ‘Waarde- Archeologie.
• Ter voorbereiding van het bestemmingsplan en voorafgaand aan de ter inzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan heeft wettelijk vooroverleg plaatsgevonden. De reacties zijn opgenomen en voorzien van een antwoord in paragraaf 9.2 van de toelichting van het bestemmingsplan. Het voorontwerpbestemmingsplan heeft van 23 september 2021 tot en met 3 november 2021 ter inzage gelegen. Er zijn vijf inspraakreacties binnengekomen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 20 januari 2022 tot en met 2 maart 2022 ter inzage gelegen. Er zijn zeven zienswijzen ontvangen. Naar aanleiding daarvan zijn wijzigingen doorgevoerd. Deze wijzigingen zijn terug te vinden in regels en op de verbeelding. Ook is ambtshalve een aantal wijzigingen doorgevoerd.
Wettelijke taak
Doelstelling Realiseren van een planologisch juridisch kader, zodat het bestemmingsplan en de bouw- en gebruiksmogelijkheden weer actueel zijn en daarnaast garanderen dat het bestemmingsplan digitaal beschikbaar gesteld wordt. Voorstel 1. A. de ingediende zienswijzen overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen BP Deelgebieden Woensel-Zuid 2021’ te beantwoorden en de als gevolg daarvan genoemde wijzingen in het bestemmingsplan door te voeren, een en ander conform het bijgevoegde raadsbesluit; B.
2.
de ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, verwoord in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen BP Deelgebieden Woensel-Zuid 2021’, in het bestemmingsplan door te voeren, een en ander conform het bijgevoegde raadbesluit; Het bestemmingsplan Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand https://www.ruimtelijkeplannen.nl/?planidn=NL.IMRO.0772.80373-0301
2
Inboeknummer 22bst01409
met de bijbehorende bestanden digitaal vast te stellen en waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond die ontleend is aan de BGT alsmede de afgeleide analoge verbeelding van het bestemmingsplan vast te stellen; 3. Geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen.
Argumenten 1. A. De zienswijzen worden deels gegrond en deels ongegrond verklaard. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 20 januari 2022 tot en met 2 maart 2022 ter inzage gelegen. Voor iedereen bestond de gelegenheid om zienswijzen in te dienen tegen het ontwerpbestemmingsplan. De zienswijzen worden om de redenen, zoals verwoord in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen BP Deelgebieden Woensel-Zuid 2021’ deels gegrond en deels ongegrond verklaard. De zienswijzen leidt in een aantal gevallen tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan. B. De raad dient een ambtshalve wijziging vast te stellen. In de Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen BP Deelgebieden Woensel Zuid 2021’ is aangegeven dat een aantal ambtshalve wijzingen dienen te worden doorgevoerd. Dit heeft vooral te maken met de vaststelling van de nieuwe archeologische waardenkaart in juni 2022. Dit zal leiden tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan. 2.
Het bestemmingsplan moet digitaal worden vastgesteld en gelijktijdig moet een volledige analoge versie van het bestemmingsplan worden vastgesteld.
Op basis van de wetgeving moet een bestemmingsplan digitaal worden vastgelegd. Het bestemmingsplan is voor u digitaal raadpleegbaar op de website pilot.ruimtelijkeplannen.nl via de directe link https://pilot.ruimtelijkeplannen.nl/?planidn=NL.IMRO.0772.80373-0301 Gelijktijdig met de digitale vaststelling van het bestemmingsplan moet een volledige verbeelding hiervan op papier worden vastgesteld. 3. De wet verplicht tot het nemen van een besluit over het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan. Ingevolge artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening moet uw raad een exploitatieplan vaststellen voor gronden waarop een bouwplan is voorzien, tenzij het verhaal van grondexploitatiekosten over de in het bestemmingsplan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Als deze laatste situatie zich voordoet dient uw raad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan besluiten dat geen exploitatieplan wordt vastgesteld. Daar het verhaal van kosten anderszins is verzekerd doordat een anterieure overeenkomst is afgesloten tussen de gemeente en de initiatiefnemer kan een exploitatieplan achterwege blijven.
Kanttekeningen Niet van toepassing
3
Inboeknummer 22bst01409
Financiële consequenties De kosten komen voor rekening van het programma Ruimte (8), onderdeel Ruimtelijke Inrichting. Communicatie Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad, Groot Eindhoven en digitaal via de gemeentelijke website www.eindhoven.nl. In die bekendmaking staat dat het besluit en het bestemmingsplan fysiek beschikbaar zijn via het Inwonersplein en digitaal beschikbaar zijn via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Ook is aangegeven welke beroepsmogelijkheden er zijn. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt de kennisgeving hiervan digitaal verzonden aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Tevens wordt het besluit met bijbehorende stukken digitaal aan hen beschikbaar gesteld. Planning en uitvoering Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, volgt de beroepsfase. In de kennisgeving van het besluit wordt vermeld dat het bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage ligt en dat binnen die termijn beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Op de dag dat de beroepstermijn afloopt treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij beroep is ingesteld én een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de voorzieningenrechter van genoemde Afdeling bestuursrechtspraak. In dat geval dient eerst de uitspraak van de voorzieningenrechter te worden afgewacht.
In die uitspraak staat of de inwerkingtreding van het plan al dan niet wordt opgeschort en zo ja, voor welke plandelen de schorsing geldt. Evaluatie Niet van toepassing. Bijlage(n) Als bijlagen bij dit voorstel behoren: • Bestemmingsplan ‘Deelgebieden Woensel- Zuid 2021’; • Zienswijzen op het bestemmingsplan ‘Deelgebieden Woensel-Zuid 2021’ • Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen BP Deelgebieden Woensel-Zuid 2021.
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
4
Inboeknummer 22bst01409
Ontwerp Raadsbesluit
De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van PM 2022; - dat het ontwerpbestemmingsplan ‘Deelgebieden Woensel-Zuid 2021’, met inachtneming van het bepaalde in en krachtens artikel 3.8, 1e lid van de Wet ruimtelijke ordening is voorbereid; -
dat het ontwerpbestemmingsplan zowel in digitale als analoge vorm gedurende de periode van donderdag 20 januari 2022 tot en met woensdag 2 maart 2022 voor iedereen ter inzage heeft gelegen en dat voor iedereen de gelegenheid openstond om tijdens deze periode naar keuze digitaal, schriftelijk of mondeling zienswijzen in te dienen;
-
dat er zeven zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan zijn ontvangen;
-
dat wijzigingen en ambtshalve wijzigingen zijn doorgevoerd;
-
dat de raad de voorgestelde wijzigingen en ambtshalve wijzigingen onderschrijft;
-
gelet op de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening;
besluit: 1.
A. De volgende wijzigingen in het bestemmingsplan door te voeren n.a.v. ingebrachte zienswijzen:
•
Artikel 3.1 onder c te wijzigen in: ‘ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1': tevens een lasbedrijf behorend tot categorie 3.1 en een bijbehorende bedrijfswoning op de bovenverdieping, uitsluitend voor zover bestaand;
(toevoeging is onderstreept, verwijderde tekst is cursief gemaakt). •
• •
Op de verbeelding ter hoogte van het betreffende bedrijf (de De Greefstraat 4) een aanduiding opnemen ‘specifieke vorm van bedrijf 1’ en toegevoegd aan het renvooi. Ook de aanduiding ‘wonen’ opnemen. De bestemming ‘Horeca’ van het pand Barrierweg 227 veranderen naar de bestemming ‘Wonen’. Het begrip ‘maatschappelijke voorzieningen’ (artikel 1.81 van de regels) als volgt veranderen: ‘educatieve, medische, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie, wooneenheden voor beschermd en/of verzorgd wonen en daarbij behorende voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening en openbaar bestuur. Onder maatschappelijke voorzieningen zijn tevens begrepen kinderdagverblijven, peuterspeelzalen en buitenschoolse opvang. Een
5
Inboeknummer 22bst01409
• •
bioscoop is geen maatschappelijke voorziening’. (toevoeging is onderstreept). De bestemming ‘Horeca’ van het pand Kloosterdreef 48 veranderen naar de bestemming ‘Wonen’. De bestemming ‘Horeca’ van het pand Frankrijkstraat 74 veranderen naar de bestemming ‘Wonen’. Tevens, ter maximalisering van het aantal woningen, voor de begane grond en de verdiepingen, een aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – 1’ opnemen. B.
•
De volgende ambtshalve wijzigingen in het bestemmingsplan door te voeren:
Planregels -
De volgende begrippen (artikel 1) aanpassen of toevoegen:
gemeentelijk archeologisch monument archeologisch monument dat overeenkomstig de erfgoedverordening als beschermd monument is aangewezen en is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; archeologisch onderzoek onderzoek verricht door een daartoe gecertificeerde instantie en werkend volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA); archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden); archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden); gemeentelijk adviseur archeologie een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen aantoonbaar ervaringsdeskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg; behoud in situ behoud van archeologische resten op dezelfde plaats door planaanpassing (behoudsmaatregelen); behoud ex situ behoud van archeologische informatie door middel van een opgraving;
-
De dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie – 1’ verwijderen en de
6
Inboeknummer 22bst01409
volgende dubbelbestemmingen toevoegen:
Artikel 20 Waarde - Archeologie - 2 20.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 2' terrein van hoge archeologische waarde) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 20.2 Bouwregels 20.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden is het niet toegestaan om te bouwen, met uitzondering van: a. het bebouwen van gronden waarbij minder dan 10 m2 van de grond wordt geroerd én; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 20.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 20.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde, mits: a. dit in overeenstemming is met de andere ter plaatse geldende bestemming(en) en; b. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met oprichting van het bouwwerk geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de archeologische waarden. Als het oprichten van het bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd, kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de afwijking de volgende regels verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2.
de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ).
20.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.4.1 Vergunningvereiste
7
Inboeknummer 22bst01409
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van 10 m2 of meer, uit te voeren: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt; k. het aanbrengen van verhardingen.
20.4.2 Uitzonderingen Het in lid 20.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. benodigd zijn voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 20.3 sub b.
20.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 20.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de archeologische waarden kan ontstaan, met dien verstande dat: a. indien het niet mogelijk is om de middels archeologisch vooronderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk ter plekke te behouden, wordt aan de vergunning het voorschrift gebonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden. b. alvorens een vergunning wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijke adviseur archeologie.
Artikel 21
Waarde - Archeologie 3
8
Inboeknummer 22bst01409
21.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' (terrein van archeologische waarde) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 21.2 Bouwregels 21.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden is het niet toegestaan om te bouwen, met uitzondering van: a. het bebouwen van gronden waarbij minder dan 50 m 2 van de grond wordt geroerd én; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 21.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 21.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde, mits: a. dit in overeenstemming is met de andere ter plaatse geldende bestemming(en) en; b. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met oprichting van het bouwwerk geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de archeologische waarden.
Als het oprichten van het bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd, kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de afwijking de volgende regels verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ). 21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.4.1 Vergunningvereiste Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van 50 m 2 of meer, uit te voeren: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f.
het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;
9
Inboeknummer 22bst01409
h. i. j. k.
het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt; het aanbrengen van verhardingen.
21.4.2 Uitzonderingen Het in lid 21.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. benodigd zijn voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 21.3 sub b. 21.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 21.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de archeologische waarden kan ontstaan, met dien verstande dat: a. indien het niet mogelijk is om de middels archeologisch vooronderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk ter plekke te behouden, wordt aan de vergunning het voorschrift gebonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden; b. alvorens een vergunning wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijke adviseur archeologie.
Artikel 22
Waarde - Archeologie 4
22.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 4' (hoge verwachting, historische kern) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 22.2 Bouwregels 22.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden is het niet toegestaan om te bouwen, met uitzondering van: a. het bebouwen van gronden waarbij minder dan 100 m 2 van de grond wordt geroerd, én; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld.
10
Inboeknummer 22bst01409
22.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 22.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde, mits: a. dit in overeenstemming is met de andere ter plaatse geldende bestemming(en) en; b. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met oprichting van het bouwwerk geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de archeologische waarden. Als het oprichten van het bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd, kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de afwijking de volgende regels verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2 de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ). 22.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.4.1 Vergunningvereiste Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van 100 m2 of meer, uit te voeren: a.
het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt; k. het aanbrengen van verhardingen. 22.4.2 Uitzonderingen Het in lid 22.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d.
benodigd zijn voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 22.3 sub b. 22.4.3 Toelaatbaarheid
11
Inboeknummer 22bst01409
De in lid 22.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de archeologische waarden kan ontstaan, met dien verstande dat: a. indien het niet mogelijk is om de middels archeologisch vooronderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk ter plekke te behouden, wordt aan de vergunning het voorschrift gebonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden. b. alvorens een vergunning wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijke adviseur archeologie.
Artikel 23
Waarde - Archeologie 5
23.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5' (hoge archeologische verwachting) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 23.2 Bouwregels 23.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden is het niet toegestaan om te bouwen, met uitzondering van: a. het bebouwen van gronden waarbij minder dan 250 m 2 van de grond wordt geroerd, én; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 23.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 23.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde, mits: a. dit in overeenstemming is met de andere ter plaatse geldende bestemming(en) en; b. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met oprichting van het bouwwerk geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de archeologische waarden.
Als het oprichten van het bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd, kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de afwijking de volgende regels verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ). 23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.4.1 Vergunningvereiste
12
Inboeknummer 22bst01409
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van 250 m2 of meer, uit te voeren: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt; k. het aanbrengen van verhardingen.
23.4.2 Uitzonderingen Het in lid 23.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. benodigd zijn in het kader van de vergunningaanvraag. 23.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 23.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de archeologische waarden kan ontstaan, met dien verstande dat: a. indien het niet mogelijk is om de middels archeologisch vooronderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk ter plekke te behouden, wordt aan de vergunning het voorschrift gebonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden. b. alvorens een vergunning wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijke adviseur archeologie.
Artikel 24
Waarde - Archeologie 6
24.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 6' (middelhoge archeologische verwachting) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden.
13
Inboeknummer 22bst01409
In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 24.2 Bouwregels 24.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden is het niet toegestaan om te bouwen, met uitzondering van: a. het bebouwen van gronden waarbij minder dan 2.500 m 2 van de grond wordt geroerd, én; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 24.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 24.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde, mits: a. dit in overeenstemming is met de andere ter plaatse geldende bestemming(en) en; b. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met oprichting van het bouwwerk geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de archeologische waarden. Als het oprichten van het bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd, kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de afwijking de volgende regels verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2.
de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ). 24.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.4.1 Vergunningvereiste Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van 2.500 m2 of meer, uit te voeren: a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand;
14
Inboeknummer 22bst01409
j. k.
het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt; het aanbrengen van verhardingen.
24.4.2 Uitzonderingen Het in lid 24.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d. benodigd zijn voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 24.3 sub b. 24.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 24.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige aantasting van de archeologische waarden kan ontstaan, met dien verstande dat: a. indien het niet mogelijk is om de middels archeologisch vooronderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk ter plekke te behouden, wordt aan de vergunning het voorschrift gebonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden; b. alvorens een vergunning wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijke adviseur archeologie.
Artikel 25
Waarde - Archeologie 7
25.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 7' (lage archeologische verwachting) aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. 25.2 Bouwregels 25.2.1 Bouwverbod Op de voor 'Waarde - Archeologie 7' aangewezen gronden is het niet toegestaan om te bouwen, met uitzondering van: a. het bebouwen van gronden waarbij minder dan 25.000 m2 van de grond wordt geroerd, én; b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld. 25.3
Afwijken van de bouwregels
15
Inboeknummer 22bst01409
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 25.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde, mits: a. dit in overeenstemming is met de andere ter plaatse geldende bestemming(en) en; b. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met oprichting van het bouwwerk geen onevenredige verstoring plaatsvindt van de archeologische waarden. Als het oprichten van het bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd, kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de ontheffing de volgende regels verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ). 25.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.4.1 Vergunningvereiste Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van 25.000 m2 of meer, uit te voeren: a.
het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd; f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; j. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt; k. het aanbrengen van verhardingen. 25.4.2 Uitzonderingen Het in lid 25.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die: a. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud; b. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; d.
benodigd zijn voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek zoals bedoeld in lid 25.3 sub b. 25.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 25.4.1 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen
16
Inboeknummer 22bst01409
onevenredige aantasting van de archeologische waarden kan ontstaan, met dien verstande dat: a. indien het niet mogelijk is om de middels archeologisch vooronderzoek vastgestelde aanwezige archeologische waarden geheel of gedeeltelijk ter plekke te behouden, wordt aan de vergunning het voorschrift gebonden dat voorafgaand aan het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden een archeologische opgraving zal plaatsvinden. b. alvorens een vergunning wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijke adviseur archeologie. •
•
Verbeelding -
Ter hoogte van de Fluwijnstraat 4-12 een bouwvlak opnemen.
-
De geactualiseerde archeologische verwachtingen- en waardenkaart 2022 verwerken en de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie -1’ verwijderen en de volgende dubbelbestemmingen toevoegen: ‘Waarde – Archeologie 2’, ‘Waarde- Archeologie – 3”, ‘WaardeArcheologie - 4’, ‘Waarde – Archeologie 5’, ‘Waarde – Archeologie – 6’ en ‘Waarde – Archeologie 7.
Toelichting -
De tekst van paragraaf 3.6.1 als volgt aanpassen:
Wettelijk en beleidsmatig kader Nationaal beleid Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat er naar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld wanneer andere belangen zwaarder wegen, dan moeten de waarden worden opgegraven en daarmee ex situ worden behouden. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente het bevoegd gezag op het gebied van archeologie en cultuurhistorie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen en het toekomstig omgevingsplan houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden door het stellen van regels. Het al dan niet stellen van regels ten aanzien van archeologie dient te rusten op voldoende informatie over de archeologische situatie.
Deze informatie kan worden verkregen door gebiedsdekkende kaarten waarop de archeologische (te verwachten) waarden in de ondergrond zichtbaar zijn. Op basis hiervan kan archeologisch beleid worden ontwikkeld.
17
Inboeknummer 22bst01409
Gemeentelijk beleid De gemeente Eindhoven beschikt, als invulling van haar verantwoordelijkheid volgens de Erfgoedwet, over een eigen Archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Met deze kaart wil de gemeente het ondergronds cultureel erfgoed van Eindhoven behouden door behoedzame ontwikkeling en beheer. De Archeologische verwachtingen- en waardenkaart (vastgesteld op 21 juni 2022) wordt beschouwd als een bureauonderzoek op gemeentelijk schaalniveau en geldt vanaf het moment van vaststelling als onderlegger voor nieuwe bestemmingsplannen en - na inwerkingtreding van de Omgevingswet het omgevingsplan. Op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn de archeologische waarden en verwachtingswaarden binnen de gemeentegrenzen aangegeven door middel van categorieën (de categorieën 1 tot en met 8). Ter bescherming van de archeologische waarden worden de op dit bestemmingsplangebied van toepassing zijnde categorieën (met uitzondering van categorie 8) op de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming Waarde - Archeologie. Hieraan zijn per categorie regels gekoppeld. Deze regels geven aan wanneer archeologisch onderzoek verplicht is. (Bouw)werkzaamheden die binnen de in de regels vermelde oppervlakten én diepte vallen worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek.
Hierdoor kunnen bij ruimtelijke ordeningsprocedures sneller beslissingen worden genomen en kan de archeologie in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Archeologisch kader De van oorsprong hoger gelegen oude bouwlanden met een dik plaggendek, waaruit een groot deel van het gemeentelijk grondgebied bestond, blijken een goed geconserveerd bodemarchief te herbergen. Maar ook andere landschappelijke eenheden - zoals de nattere beekdalen en de flanken daarvan, de vennen of het 'restveen' - blijken vaak een waardevol archeologisch gegevensbestand te bevatten. Het gemeentelijk bodemarchief geeft blijk van een bewoningsgeschiedenis van duizenden jaren en herbergt archeologische resten daterend uit de (late) prehistorie, de Romeinse tijd, de vroege middeleeuwen, de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat geschreven bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. Een bijzondere betekenis heeft de historische kern van Eindhoven, die als stad al in de loop van de late middeleeuwen een belangrijke regionale economische en bestuurlijke rol vervulde. Daarnaast kent de gemeente uit deze periode een aantal (verdwenen) hoeven, kasteeltjes, kerken, (water)molens en dergelijke die zowel archeologisch en cultuurlandschappelijk van hoge waarde zijn.
Archeologische waarnemingen binnen en ook buiten de van oorsprong laatmiddeleeuwse historische kernen bieden mogelijkheden om meer te weten
18
Inboeknummer 22bst01409
te komen over de ontstaansgeschiedenis, ontwikkeling en bewoningsdynamiek tussen de plattelandsdorpen en de stad in wording en kunnen daarmee een verrijking vormen voor de lokale, regionale en landelijke geschiedenis. Daarnaast zijn in de gemeente resten van ondergronds militair erfgoed te verwachten. In de Tweede Wereldoorlog lag hier bijvoorbeeld een militair vliegveld ('Fliegerhorst Eindhoven') en het grondgebied van de gemeente maakte deel uit van het operatieterrein 'Market Garden' van het geallieerde bevrijdingsleger. Toetsing archeologische situatie Binnen de grenzen van het (bestemmings)plangebied bevinden zich op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart verschillende categorieën met archeologische (verwachtings)waarden. Deze categorieën zijn in de hieronder staande tabel opgenomen. Vanuit beleidsmatig oogpunt is per categorie aangegeven wat voor een archeologische onderzoeksplicht hieraan gekoppeld is. Is de oppervlakte én diepte van de bodemverstorende activiteiten ten behoeve van een planontwikkeling groter dan de ondergrens, dan is een archeologisch (voor)onderzoek verplicht. De gemeentelijk adviseur archeologie kan aangeven welke vorm van archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is voor de aanvraag.
Is de oppervlakte óf diepte van de bodemverstorende activiteiten ten behoeve van een planontwikkeling kleiner dan de ondergrens, dan is een archeologisch (voor)onderzoek niet verplicht.
Ontwerp bestemmingsplan “Deelgebieden Woensel-Zuid 2021”. De bestemmingsplangrens aangegeven door een zwarte lijn met stippen geprojecteerd op een uitsnede van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart.
19
Inboeknummer 22bst01409
De verwachting en bijbehorende oppervlakte- en dieptegrens voor de binnen het (bestemmings)plangebied voorkomende beleidscategorieën (Berkvens/Arts 2022).
De categorieën zijn op de verbeelding en de regels van het bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' (gebieden van categorie 2), 'Waarde - Archeologie 3' (gebieden van categorie 3), 'Waarde Archeologie 4' (gebieden van categorie 4), 'Waarde - Archeologie 5' (gebieden van categorie 5), 'Waarde - Archeologie 6' (gebieden van categorie 6) en ‘Waarde- Archeologie 7’(gebieden met categorie 7). Meldingsplicht toevalsvondsten Ook gebieden waarvoor geen dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' (categorie 8) is opgenomen, of die op basis van archeologische (voor)onderzoeken worden vrijgegeven is niet geheel uit te sluiten dat er alsnog archeologische resten kunnen worden aangetroffen. De wettelijke meldingsplicht voor archeologische toevalsvondsten geldt altijd (art. 5.10 Erfgoedwet 2016). Mochten tijdens grondwerkzaamheden (vermoedelijke) archeologische resten (vondsten, muurwerk, grondsporen et cetera) worden aangetroffen, dan dienen deze direct gemeld te worden aan de Minister van OCW en bij de (afdeling Omgevingskwaliteit) gemeente Eindhoven. Vervolgens zal bepaald worden of, en zo ja welke, aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden.
2
Het bestemmingsplan Deelgebieden Woensel-Zuid 2021 bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand https://www.ruimtelijkeplannen.nl/?planidn=NL.IMRO.0772.80373-0301 met de bijbehorende bestanden digitaal vast te stellen en waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond die ontleend is aan de BGT alsmede de afgeleide analoge verbeelding van het bestemmingsplan vast te stellen;
20
Inboeknummer 22bst01409
3. Geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. . Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, voorzitter.
, griffier.
21