CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Vaststelling bp BIC cluster 2 en DOSP als welstandsnota

Raadsvergadering 11 juni 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Brainport Industries Campus (cluster 2) en vaststelling DOSP als welstandsnota3.957 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Inboeknummer 24bst00494 Dossiernummer 24.19.351 B&W beslisdatum 07 mei 2024

Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Brainport Industries Campus (cluster 2) en vaststelling DOSP als welstandsnota

Inleiding De gebiedsontwikkeling Eindhoven Noordwest is gericht op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied ten behoeve van groen, recreatie en op het creëren van een campus voor kennisintensieve bedrijven in de toeleverende maakindustrie. Nadat cluster 1 van BIC is ontwikkeld en zich heeft bewezen als een duurzame internationale campus, is het bestemmingsplan voor BIC cluster 2 in procedure gebracht. Voorafgaand aan de fase van inspraak over het bestemmingsplan is overleg geweest met TGE, Defensie, provincie, waterschap en direct omwonenden over het ontwerp van dit plan. Vervolgens is het voorontwerp van dit bestemmingsplan drie weken voor inspraak ter visie gelegd vanaf 28 september 2023. Tegelijkertijd zijn het waterschap en andere betrokken rijks- en provinciale diensten gevraagd om hun mening in het kader van het zogenoemde vooroverleg. Tijdens de terinzagelegging van het voorontwerp bestemmingsplan is een informatiebijeenkomst georganiseerd voor omwonenden en andere belanghebbenden. TGE staat positief tegenover de wijziging van dit bestemmingsplan en vraagt aandacht voor een tweetal aspecten. (zie Reactie op bestemmingsplan ‘Brainport Industries Campus (cluster 2)’ | Trefpunt Groen Eindhoven) Naar aanleiding van de ontvangen inspraakreacties en reacties uit het vooroverleg is het voorontwerp bestemmingsplan ten dele gewijzigd (BW-besluit d.d.

12-12-2023, 23bst01697 en par. 9.3 van bijlage I bij dit dossier voor reactie op TGE advies). Vervolgens is het ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd voor zienswijzen. Tijdens de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan is 18 januari 2024 een inloopavond geweest, waarbij de ontwikkelingen zijn toegelicht en belangstellenden zijn geïnformeerd door diverse betrokkenen en specialisten. Er zijn twee zienswijzen ontvangen van bewoners in het plangebied. Eén onderdeel van een zienswijze is gegrond en heeft geleid tot wijzigingen in de verbeelding en regels van het bestemmingsplan. De overige

Inboeknummer 24bst00494 onderdelen van de zienswijzen waren voor het merendeel al eerder ingebracht in het kader van de inspraak over het voorontwerpbestemmingsplan en worden ongegrond geacht. Het betreft vooral zorgen over de ontsluiting c.q. bereikbaarheid van de percelen na realisatie van cluster 2 BIC. Er zijn ook ambtshalve wijzigingen aangebracht vanwege de vaststelling van het paraplubestemmingsplan archeologie 2023 en de inwerkingtreding van de omgevingsverordening Noord-Brabant c.q. intrekking van de interimomgevingsverordening Noord-Brabant. Voor de ontwikkeling van BIC is een ‘Kwaliteitsboek Brainport Industries Campus’ opgesteld. Daarin zijn de ruimtelijke uitgangspunten en ambities voor BIC vastgelegd. Dit kwaliteitsboek is door de gemeenteraad als welstandsnota vastgesteld bij de vaststelling van het bestemmingsplan voor BIC cluster 1. Hierdoor moeten alle vergunningaanvragen voor gebouwen aan de welstandseisen uit dit kwaliteitsboek voldoen. In aanvulling hierop is voor cluster 2 van BIC tevens het Definitief Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (DOSP) opgesteld. Het DOSP is overeenkomstig de ‘Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008’ voor inspraak ter inzage gelegd. In de zienswijzen zijn geen inhoudelijke reacties over de welstandsaspecten van het DOSP kenbaar gemaakt.  Wettelijke taak Artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening.

Doelstelling Realiseren van een planologisch juridisch kader waardoor cluster 2 van Brainport Industries Campus kan worden gerealiseerd. Voorstel 1. de twee indieners van de zienswijzen in hun zienswijze ontvankelijk te verklaren; 2. de zienswijze van een bewoner aan de Landsard, overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord bij punt 2.2.1 in de nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen, op één onderdeel gegrond te verklaren; 3. de overige (onderdelen van de) zienswijzen, overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in de nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen, ongegrond te verklaren; 4. de volgende wijzigingen naar aanleiding van de zienswijze over te nemen: - op de verbeelding wordt de bestemming ‘Natuur – 2’ gewijzigd in de bestemming ‘Groen’ met een aanduiding ‘specifieke vorm van groen – 1’ ter plaatse van het zuidelijk deel van het perceel aan de Landsard; - aan artikel 4.1 wordt het volgende lid k toegevoegd: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - 1' tevens voor een moes- en landschappelijke tuin; - in artikel 4.1 wordt in lid n de tekst “, geen gebouwen zijnde” verwijderd; - artikel 4.2.3. “specifieke vorm van groen – 1” wordt toegevoegd: Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - 1' zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van het bestaande gebouw in de afmetingen en

2

Inboeknummer 24bst00494 situering zoals aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van onderhavig bestemmingsplan; - aan artikel 4.2.4. wordt het volgende sub c. toegevoegd: in afwijking van het bepaalde in sub b. is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - 1' de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheiding 2 m; 5. ambtshalve de volgende wijziging ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplan aan te brengen: - artikel 10.2.1, sub a als volgt wijzigen: het bebouwen van gronden waarbij maximaal 250 m2 van de grond wordt geroerd; - artikel 10.2.1, sub b als volgt wijzigen: het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 250 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld; - artikel 10.3, sub a als volgt wijzigen: burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 10.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde, mits: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2.

uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan; - artikel 10.3, sub b als volgt wijzigen: Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de omgevingsvergunning tot afwijking de volgende regels verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2.

de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ) op basis van een Programma van Eisen; - artikel 10.4.1, aanhef als volgt wijzigen: Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 250 m2, uit te voeren; - artikel 10.4.1, sub a als volgt wijzigen: het uitvoeren van grondwerkzaamheden, zoals het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; - artikel 10.4.1, sub j als volgt wijzigen: het slopen en het verwijderen van ondergrondse delen van bouwwerken (zoals funderingen en kelders) en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt; - artikel 10.4.3 sub a als volgt wijzigen: De in lid 10.4.1 genoemde vergunning kan worden verleend als: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te

3

Inboeknummer 24bst00494 verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan; - artikel 10.4.3 sub b als volgt wijzigen: Indien uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, kan de in lid 10.4.1 genoemde omgevingsvergunning worden verleend onder de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2.

de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen; - De titel van artikel 15.5 als volgt wijzigen ‘overige zone – in omgevingsverordening toe te voegen Natuur Netwerk Brabant’; - De titel van artikel 15.7 te wijzigen in ‘overige zone – in omgevingsverordening te verwijderen Natuur Netwerk Brabant’; - Bijlage 8 (compensatieplan NNB) bij de regels wijzigen in die zin dat de fysieke aantasting NNB is gewijzigd van 6.366 m² naar 6.646 m²; − Op de verbeelding de aanduiding ‘overige zone – in interim omgevingsverordening te verwijderen natuur netwerk brabant’ wijzigen in ‘overige zone – in omgevingsverordening te verwijderen Natuur Netwerk Brabant’; - Op de verbeelding de aanduiding ‘overige zone – in Interim omgevingsverordening toe te voegen Natuur Netwerk Brabant’ wijzigen in ‘overige zone – in omgevingsverordening toe te voegen Natuur Netwerk Brabant’; 6. Kennis te nemen van paragraaf 4.6 van de toelichting van het bestemmingsplan en op basis daarvan het groepsrisico te aanvaarden; 7.

Het bestemmingsplan bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand: NL.IMRO.0772.80445-0301.gml met de bijbehorende bestanden digitaal vast te stellen waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de BGT alsmede de afgeleide analoge verbeelding van het bestemmingsplan vast te stellen; 8. Geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen; 9. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant te verzoeken om toestemming te verlenen om het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren; 10. In te stemmen met het eindverslag inspraak voor het Definitief Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (DOSP) BIC cluster 2 (bijlage 4 bij dit dossier); 11. het Definitief Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (DOSP) BIC cluster 2, V8-15-112023 (bijlage 5 bij dit dossier), vast te stellen als welstandsnota als bedoeld in artikel 12a van de Woningwet.

4

Inboeknummer 24bst00494 Argumenten 1.1 De indieners van de zienswijzen kunnen in hun zienswijzen ontvankelijk worden verklaard. Voordat tot een inhoudelijke beoordeling van de zienswijzen kan worden overgegaan moet eerst worden vastgesteld of de indieners in hun zienswijzen ontvankelijk kunnen worden verklaard. De ingebrachte zienswijzen zijn binnen de gestelde wettelijke termijn ontvangen en daarmee ontvankelijk. 2.1 Eén onderdeel van een zienswijze wordt om inhoudelijke redenen gegrond geacht. De zienswijze van een bewoner aan de Landsard wordt op één onderdeel gegrond geacht om de redenen als verwoord bij punt 2.2.1 in de nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. 3.1 Overige onderdelen van de zienswijzen worden om inhoudelijke redenen ongegrond geacht. De overige (onderdelen van de) zienswijzen worden, om de redenen als verwoord in de nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen, ongegrond geacht. 4.1 Eén onderdeel van een zienswijze heeft ertoe geleid dat de raad wordt gevraagd om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. Door één onderdeel van een zienswijze is een geringe aanpassing noodzakelijk op de verbeelding en in de regels. Het betreft vooral de wijziging van de bestemming ‘Natuur – 2’ in de bestemming ‘Groen’ met een aanduiding ‘specifieke vorm van groen – 1’ ter plaatse van het zuidelijk deel van een perceel aan de Landsard.

Ter plaatse van de hiervoor genoemde aanduiding is tevens een moes- en landschappelijke tuin toegestaan. 5.1 De raad dient ambtshalve wijzigingen separaat vast te stellen. Naast de wijzigingen naar aanleiding van de zienswijze zijn ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Het betreft vooral wijzigingen vanwege de vaststelling van het paraplubestemmingsplan archeologie 2023 en de inwerkingtreding van de omgevingsverordening Noord-Brabant c.q. intrekking van de interimomgevingsverordening Noord-Brabant. 6.1 De raad wordt gevraagd het groepsrisico te verantwoorden. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan moet het groepsrisico worden verantwoord. BIC ligt immers in de invloedsfeer van de A2, een gasleiding en de luchthaven. Verder worden op BIC risicovolle bedrijfsactiviteiten onder voorwaarden toegestaan. De veiligheidsregio onderschrijft de verantwoording van het groepsrisico zoals deze is opgenomen in paragraaf 4.6.3 van de toelichting van het bestemmingsplan. 7.1 Het bestemmingsplan moet digitaal worden vastgesteld en gelijktijdig moet een volledig analoge versie van het bestemmingsplan worden vastgesteld. Op basis van de wetgeving moet een bestemmingsplan digitaal worden vastgelegd. Het bestemmingsplan is voor u digitaal raadpleegbaar op de website pilot.ruimtelijkeplannen.nl

5

Inboeknummer 24bst00494 via de direct link https://pilot.ruimtelijkeplannen.nl/?planidn=NL.IMRO.0772.80445-0301 Gelijktijdig met de digitale vaststelling van het bestemmingsplan moet een volledige verbeelding hiervan op papier worden vastgesteld. 8.1 De wet verplicht tot het nemen van een besluit over het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan. Ingevolge artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening moet uw raad een exploitatieplan vaststellen voor gronden waarop een bouwplan is voorzien, tenzij het verhaal van grondexploitatiekosten over de in het bestemmingsplan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Als deze laatste situatie zich voordoet dient uw raad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan te besluiten dat geen exploitatieplan wordt vastgesteld. Voor dit bestemmingsplan geldt dat een anterieure overeenkomst is afgesloten met de initiatiefnemer. 9.1 De raad kan GS verzoeken om het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren. Als wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, anders dan op grond van een zienswijze van Gedeputeerde Staten (GS), dan bepaalt de wet dat zes weken moet worden gewacht met publiceren nadat het bestemmingsplan is vastgesteld.

Om de doorlooptijd te versnellen kan GS worden verzocht het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren, zodat het ook eerder ter inzage kan worden gelegd en de beroepstermijn eerder start en eindigt. 10.1 Instemmen met eindverslag inspraak DOSP BIC cluster 2. Het DOSP BIC cluster 2 is overeenkomstig de 'Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008" ter inzage gelegd voor inspraak. Ter afronding hiervan is een eindverslag opgesteld en deze wordt ter kennis gebracht van uw raad. 11.1 Vergunningaanvragen moeten aan welstandseisen uit DOSP voldoen. In het Definitief Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (DOSP) zijn de ruimtelijke uitgangspunten en ambities voor BIC cluster 2 vastgelegd. Omdat vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet het ontwerp van het DOSP ter inzage is gelegd voor inspraak blijft het oude recht van toepassing. Nadat dit DOSP als een welstandsnota als bedoeld in artikel 12a van de Woningwet is vastgesteld moeten alle vergunningaanvragen voor gebouwen aan de welstandseisen uit dit DOSP voldoen. Kanttekeningen 1.1 Voor BIC cluster 2 moet NNB worden aangetast en gecompenseerd. Voor de aanleg van infrastructuur en realisatie van bebouwing voor BIC cluster 2 moet Natuur Netwerk Brabant (NNB) worden aangetast en gecompenseerd.

Gelet op de situatie ter plaatse zal fysieke compensatie binnen het plangebied plaatsvinden ten zuiden van de woningen aan de Landsard 17, 19 en 21 en ten noorden van het bosperceel ten noorden van de nog te realiseren Rein Welschenlaan. Voor deze procedure is een compensatieplan opgesteld dat onderdeel van het bestemmingsplan wordt.

6

Inboeknummer 24bst00494 Vanwege deze aantasting NNB moet een verzoek aan Gedeputeerde Staten (GS) om herbegrenzing van de NNB worden gedaan. De procedure ter zake van een dergelijk verzoek is gewijzigd met inwerkingtreding van de omgevingsverordening Noord-Brabant per 1 januari 2024. Na vaststelling van het bestemmingsplan moet een verzoek om herbegrenzing NNB worden ingediend bij GS. Deze kan dan, na terinzagelegging van een ontwerp, in de volgende actualisatieronde worden meegenomen. Personele consequenties Het begeleiden van dit bestemmingsplan en het verzorgen van de procedure behoort tot de reguliere werkzaamheden van de afdeling Ruimtelijke Ordening. Voor de werkzaamheden van dit bestemmingsplan is ca. 400 uur geraamd. Financiële consequenties Op basis van artikel 6.12 Wro is het verplicht om een exploitatieplan op te stellen, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. Onder ‘anderszins verzekerd’ wordt een privaatrechtelijke (anterieure) overeenkomst verstaan. In dit geval is er een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en V.O.F. Brainport Industries Campus opgesteld voor de ontwikkeling van BIC cluster 2. De kosten voor dit bestemmingsplan worden in rekening gebracht bij de V.O.F. Brainport Industries Campus conform de daarover gemaakte afspraken.

Communicatie Voorafgaand aan de fase van inspraak en de formele procedure voor dit bestemmingsplan is overleg geweest met verschillende belanghebbenden. Hier is in de inleiding uitgebreid op ingegaan. Nadat uw raad het bestemmingsplan heeft vastgesteld worden het besluit en het bestemmingsplan, alsmede het DOSP gedurende 6 weken ter inzage gelegd in het Inwonersplein. De tervisielegging van het besluit, het bestemmingsplan en het DOSP en de mogelijkheid om beroep in te dienen, wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Ook wordt het bestemmingsplan op de gemeentelijke website www.eindhoven.nl/bestemmingsplannen en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl gezet. Planning en uitvoering Het bestemmingsplan wordt bekendgemaakt, waarna de beroepstermijn van zes weken aanvangt. Het besluit wordt aangemerkt als een besluit waartegen één beroepsgang (bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State) openstaat voor belanghebbenden. Op de dag dat de beroepstermijn afloopt treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij beroep is ingesteld én een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In dat geval dient eerst de uitspraak van de voorzieningenrechter te worden afgewacht.

In die uitspraak staat of de inwerkingtreding van het plan al dan niet wordt opgeschort en zo ja voor welke plandelen de schorsing geldt. Tegen het DOSP BIC cluster 2 staat geen beroep open.

7

Inboeknummer 24bst00494 Evaluatie Een evaluatie is niet van toepassing. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: 1. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen; 2. Bestemmingsplan Brainport Industries Campus (cluster 2); 3. Zienswijzen; 4. Eindverslag inspraak DOSP BIC cluster 2; 5. Definitief Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (DOSP) BIC cluster 2, V8-15-11-2023. Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, secretaris.

8

Inboeknummer 24bst00494

Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ; besluit: 1. de twee indieners van de zienswijzen in hun zienswijze ontvankelijk te verklaren; 2. de zienswijze van een bewoner aan de Landsard, overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord bij punt 2.2.1 in de nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen, op één onderdeel gegrond te verklaren; 3. de overige (onderdelen van de) zienswijzen, overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in de nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen, ongegrond te verklaren; 4. de volgende wijzigingen naar aanleiding van de zienswijze over te nemen: - op de verbeelding wordt de bestemming ‘Natuur – 2’ gewijzigd in de bestemming ‘Groen’ met een aanduiding ‘specifieke vorm van groen – 1’ ter plaatse van het zuidelijk deel van het perceel aan de Landsard; - aan artikel 4.1 wordt het volgende lid k toegevoegd: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - 1' tevens voor een moes- en landschappelijke tuin; - in artikel 4.1 wordt in lid n de tekst “, geen gebouwen zijnde” verwijderd; - artikel 4.2.3.

“specifieke vorm van groen – 1” wordt toegevoegd: Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - 1' zijn geen gebouwen toegestaan, met uitzondering van het bestaande gebouw in de afmetingen en situering zoals aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van onderhavig bestemmingsplan; - aan artikel 4.2.4. wordt het volgende sub c. toegevoegd: in afwijking van het bepaalde in sub b. is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - 1' de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheiding 2 m; 5. ambtshalve de volgende wijziging ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplan aan te brengen: - artikel 10.2.1, sub a als volgt wijzigen: het bebouwen van gronden waarbij maximaal 250 m2 van de grond wordt geroerd; - artikel 10.2.1, sub b als volgt wijzigen: het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 250 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m onder maaiveld; - artikel 10.3, sub a als volgt wijzigen: burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 10.2.1 voor het bouwen van gebouwen, aan- en uitbouwen en bijgebouwen, alsmede bouwwerken geen gebouwen zijnde, mits: 1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2.

uit het onderzoek blijkt dat door de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaat of kan ontstaan;

9

Inboeknummer 24bst00494 -

-

-

-

-

-

−

artikel 10.3, sub b als volgt wijzigen: Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het oprichten van een bouwwerk waarvoor een afwijking wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan worden aan de omgevingsvergunning tot afwijking de volgende regels verbonden: 1 de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2 de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ) op basis van een Programma van Eisen; artikel 10.4.1, aanhef als volgt wijzigen: Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 250 m2, uit te voeren; artikel 10.4.1, sub a als volgt wijzigen: het uitvoeren van grondwerkzaamheden, zoals het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen; artikel 10.4.1, sub j als volgt wijzigen: het slopen en het verwijderen van ondergrondse delen van bouwwerken (zoals funderingen en kelders) en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt; artikel 10.4.3 sub a als volgt wijzigen: De in lid 10.4.1 genoemde vergunning kan worden verleend als: 1.

een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én; 2. uit het onderzoek blijkt dat door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan; artikel 10.4.3 sub b als volgt wijzigen: Indien uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, kan de in lid 10.4.1 genoemde omgevingsvergunning worden verleend onder de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of; 2.

de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen; De titel van artikel 15.5 als volgt wijzigen ‘overige zone – in omgevingsverordening toe te voegen Natuur Netwerk Brabant’; De titel van artikel 15.7 te wijzigen in ‘overige zone – in omgevingsverordening te verwijderen Natuur Netwerk Brabant’; Bijlage 8 (compensatieplan NNB) bij de regels wijzigen in die zin dat de fysieke aantasting NNB is gewijzigd van 6.366 m² naar 6.646 m²; Op de verbeelding de aanduiding ‘overige zone – in interim omgevingsverordening te verwijderen natuur netwerk brabant’ wijzigen in ‘overige zone – in omgevingsverordening te verwijderen Natuur Netwerk Brabant’;

10

Inboeknummer 24bst00494 Op de verbeelding de aanduiding ‘overige zone – in Interim omgevingsverordening toe te voegen Natuur Netwerk Brabant’ wijzigen in ‘overige zone – in omgevingsverordening toe te voegen Natuur Netwerk Brabant’; 6. Kennis te nemen van paragraaf 4.6 van de toelichting van het bestemmingsplan en op basis daarvan het groepsrisico te aanvaarden; 7. Het bestemmingsplan bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand: NL.IMRO.0772.80445-0301.gml met de bijbehorende bestanden digitaal vast te stellen waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de BGT alsmede de afgeleide analoge verbeelding van het bestemmingsplan vast te stellen; 8. Geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen; 9. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant te verzoeken om toestemming te verlenen om het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren; 10. In te stemmen met het eindverslag inspraak voor het Definitief Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (DOSP) BIC cluster 2 (bijlage 4 bij dit dossier); 11. het Definitief Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (DOSP) BIC cluster 2, V8-15-11-2023 (bijlage 5 bij dit dossier), vast te stellen als welstandsnota als bedoeld in artikel 12a van de Woningwet. -

Op dit besluit is de Crisis- en herstelwet van toepassing. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

, griffier.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14125636/1