Raadsvoorstel Vaststellen van de Verordening inwonersparticipatie Eindhoven
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 23bst00903 Dossiernummer 23.26.551 B&W beslisdatum 27 juni 2023
Raadsvoorstel Vaststellen van de Verordening inwonersparticipatie Eindhoven
Inleiding Op 23 september 2022 is het wetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau bij de Tweede Kamer ingediend. Met dit wetsvoorstel wordt beoogd artikel 150 van de Gemeentewet te wijzigen. Dit onder meer door gemeenten te verplichten een verordening door de raad te laten vaststellen “waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid worden betrokken”. De raad van de gemeente Eindhoven heeft in 2008 de Verordening Samenspraak en Inspraak vastgesteld. Sinds die tijd zijn de stad en de wereld aanzienlijk veranderd. Om ons beleidskader te actualiseren heeft de gemeenteraad in 2021 de Nota Inwoners- en Overheidsparticipatie vastgesteld met uitgangspunten en ambities ten aanzien van inwonersparticipatie: Doelgericht maatwerk, Bewust gesprek en Energie en vernieuwing. Gelet op het doel van de wetgever én op het hierboven genoemde beleidskader zien we aanleiding om de Eindhovense regelgeving in lijn te brengen met de beoogde wijziging van artikel 150 van de Gemeentewet. De Verordening Samenspraak en Inspraak 2008 wordt daarom vervangen door de Verordening inwonersparticipatie Eindhoven. Dat het wetsvoorstel nog niet is aangenomen, staat hierbij niet in de weg.
De raad is nu ook al bevoegd om ten aanzien van inwonersparticipatie een bredere verordening vast te stellen. Wettelijke taak Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Onvermijdelijk Doelstelling
Inboeknummer 23bst00903 Opstellen van heldere kaders en spelregels voor inwonersparticipatie die passen bij de lokale omstandigheden en beleid. Voorstel 1. Vaststellen van de ‘Verordening inwonersparticipatie Eindhoven’. Argumenten 1.1. De verordening voldoet aan het wetsvoorstel Wet versterking participatie op decentraal niveau Momenteel is in artikel 150 van de Gemeentewet alleen geregeld dat regels worden gesteld over de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Er wordt voorgesteld om dat uit te breiden met de uitvoering en evaluatie van beleid. Door vooraf heldere kaders en voorwaarden te stellen voor inwonersparticipatie worden formele zekerheid, verwachtingen en transparantie bevorderd en is het de verwachting dat juridische procedures achteraf worden verminderd. Hiervan mag verwacht worden dat het vertrouwen in de representatieve democratie versterkt wordt en dat het de decentrale volksvertegenwoordiging in positie brengt, aldus de wetgever. Relevante uitgangspunten voor behoorlijke inwonersparticipatie die in het wetsvoorstel worden benoemd zijn maatwerk, ruimte voor zeggenschap en beïnvloeding, een duidelijk en transparant proces en oog voor representativiteit en inclusiviteit.
Het college van de gemeente Eindhoven onderschrijft het bovengenoemde doel van de wetgever en de aangestipte relevante uitgangspunten. Deze zijn verwerkt in de Nota Inwoners- en Overheidsparticipatie 2021 en worden nu vertaald in de nieuwe verordening. Het nieuwe wetsvoorstel biedt een mogelijkheid om optioneel bepalingen over overheidsparticipatie en het uitdaagrecht vast te stellen. We zien op dit moment geen toegevoegde waarde om deze optionele bepalingen mee te nemen in de verordening. Inwoners en organisaties kunnen immers ook zonder dat deze onderwerpen in een verordening zijn geregeld al gebruik maken van verschillende mogelijkheden voor ondersteuning van initiatieven en kunnen ook een beroep doen op het uitdaagrecht. De verordening laat in haar opzet ruimte om dit eventueel en afhankelijk van de noodzaak/behoefte op een later moment toe te voegen. 1.2. De verordening brengt ons beleid in lijn met de reeds door uw raad vastgestelde Nota Inwoners- en overheidsparticipatie (2021) en Participatiebeleid Omgevingswet (2021). De drie uitgangspunten uit de Nota Inwoners- en overheidsparticipatie (2021) ‘Doelgericht maatwerk, Bewust gesprek en Energie en vernieuwing’ komen op verschillende plekken in de nieuwe verordening terug.
Bij de opdracht aan gemeentelijke bestuursorganen in de artikelen 2 en 3 zijn er passende kaders opgenomen voor een doelgerichte procedure van een participatietraject en de communicatie daarover. Deze kaders zijn aangescherpt ten opzichte van de Verordening Samenspraak en Inspraak (2008) en bieden tegelijkertijd voldoende ruimte voor maatwerk. Het bestuursorgaan kan bijvoorbeeld beslissen of inwonersparticipatie wordt toegepast, welke beïnvloedingsruimte de deelnemers hebben
2
Inboeknummer 23bst00903 en welke vormen gebruikt worden. Ook maakt aandacht geven aan de manier waarop diversiteit en toegankelijkheid tijdens een participatietraject wordt geborgd nu een vast deel uit van de vernieuwde procedure. In de toelichting van de nieuwe verordening wordt uitgebreid stilgestaan bij het belang van het betrekken van het ‘stille midden’, diverse inwoners en de rol die vernieuwende vormen van participatie daarbij spelen. 1.3. Ervaringen uit de praktijk en de geleerde lessen uit evaluaties zijn verwerkt in de nieuwe verordening We evalueren regelmatig participatietrajecten om er lessen uit te trekken en onze werkwijze aan te passen. De lessen daarvan zijn - waar relevant - verwerkt in de nieuwe verordening. Zo hebben we nu - naar aanleiding van aanbevelingen van het kennisinstituut Movisie - in de nieuwe verordening en de toelichting bij artikel 3 opgenomen dat eventuele drempels om mee te doen weggenomen moeten worden. Daar wordt nu ook aandacht gegeven, zoals aanbevolen, aan ruimte voor variatie in participatievormen en flexibiliteit in het proces zonder dat het een exacte blauwdruk wordt. Door het proces adaptief in te richten blijft er ruimte om tijdens een participatietraject bij te sturen.
Bijvoorbeeld door een andere participatievorm te gebruiken voor de doelgroepen die we anders niet kunnen bereiken zoals de evaluatie van “Blik op Eindhoven” toont (verwacht Q2 2023). Tegelijkertijd geeft een kader voor de op te stellen procedure uit artikel 3 in de nieuwe verordening gehoor aan aanbevelingen uit het rekenkamerrapport “Condities voor co-creatie” (2017) om de belangrijkste onderdelen van het proces zo veel mogelijk voorafgaand overzichtelijk te maken en te communiceren. Ook is er ten opzichte van de Verordening Samenspraak en Inspraak (2008) meer aandacht besteed aan de rol van de gemeenteraad in het geval dat participatie ter voorbereiding van een raadsvoorstel plaatsvindt. Veel andere lessen uit de praktijk van verschillende participatietrajecten zijn tijdens externe en interne evaluatietrajecten en sessies besproken en hebben er ook een plek in gekregen, bijvoorbeeld als voorbeelden in de toelichting. 1.4. De uitkomsten uit de dialooggesprekken met de stad vormen een rode draad voor de nieuwe verordening en worden centraal gesteld in de praktijk In aanloop naar het opstellen van de nieuwe verordening hebben we dialooggesprekken gevoerd met verschillende partners en belangenorganisaties die regelmatig en intensief betrokken worden in participatietrajecten. De uitkomsten daarvan vindt u in de bijlage.
De rode draad van de uitkomsten, namelijk het belang van elkaar serieus nemen, is ook de rode draad van de nieuwe verordening geworden. Op basis van de input van onze stakeholders hebben we artikel 4 aan de nieuwe verordening toegevoegd en aangescherpt. Hiermee wordt de terugkoppeling aan de deelnemers over de resultaten van een participatietraject en de manier waarop het bestuursorgaan omgaat met de inbreng van de deelnemers een vast onderdeel daarvan. Verwachtingsmanagement en duidelijke kaderstelling zijn ook een belangrijk onderdeel van de dialooggesprekken en daarmee ook van de nieuwe verordening en de toelichting geworden. Bijvoorbeeld door uitgebreid stilstaan bij de manier waarop het doel, de ruimte voor invloed en de rollen van de deelnemers vastgelegd worden.
3
Inboeknummer 23bst00903 Om ons beleid in de praktijk te brengen en samen met de stad vorm te geven, worden binnen de gemeente Eindhoven verschillende instrumenten en richtlijnen gebruikt. De verordening bevat procedurele afspraken die de basis vormen voor dit uitgebreide instrumentarium. Daarmee geeft de nieuwe verordening ook een impuls om het instrumentarium te herijken. Een overzicht van de huidige instrumenten vindt u in de bijlage. Tijdens de dialooggesprekken is het duidelijk geworden dat in onze stad een enthousiaste, bevlogen en gemotiveerde community van participatie-professionals bestaat. Ze hebben behoefte om in gesprek te blijven, lessen en ervaringen te delen en in de praktijk samen te blijven werken. Dit hebben wij ook nodig, omdat participatie in de groeiende stad met vele opgaven niet altijd makkelijk is. Verschillende dilemma’s zoals beschreven in de rapportage, zullen de komende tijd aandacht en samenwerking van alle partijen vragen. Zowel bij het verder actualiseren en opstellen van participatie-instrumentarium als in de praktijk van participatie blijven wij daarom in gesprek met onze stakeholders en de stad. Samen met onze partners, creatieve organisaties en private initiatieven leren we hoe we de praktijk van participatie in Eindhoven nog beter en innovatiever kunnen maken. Kanttekeningen 1.1.
Een goede participatiewerkwijze vraagt om transparante afweging van belangen, kaders en ruimte voor inbreng vanuit diverse deelnemers Tijdens de dialooggesprekken hebben we een zeer diverse groep van gemotiveerde stakeholders bij elkaar gebracht. Belangenpartijen, buurtverenigingen, ontwikkelaars, jongerenorganisaties en maatschappelijke partners gingen graag met ons in gesprek over waarom ze participatie belangrijk vinden en hoe ze de samenwerking ervaren. We zien dat er in de groeiende stad steeds meer spanning ontstaat tussen verschillende belangen. We willen allemaal in een fijne, mooie en leefbare stad wonen, maar wat we verstaan onder “fijn, mooi en leefbaar” verschilt van mens tot mens en van organisatie tot organisatie. De belangrijkste les uit de dialooggesprekken is dat we elkaar serieus moeten nemen, ook als de belangen en meningen verschillen. Dit betekent dat het bestuur en de politiek de uitkomsten van participatie serieus afweegt bij de besluitvorming, ze waar mogelijk opneemt in het beleid of anders uitlegt waarom dat niet kan. Waarbij we samen regelmatig stil moeten staan bij de ruimte die er beschikbaar is voor inwonersparticipatie aan het begin van het proces en de transparantie rondom de belangenafweging in de besluitvorming bij de terugkoppeling. Personele consequenties Het vaststellen van de verordening als zodanig heeft geen personele consequenties.
Tegelijkertijd vraagt de verdere professionalisering van participatieprocessen in de context van een groeiende stad in de toekomst aanvullende inzet. In de Kadernota 2024 wordt hiermee een eerste aanzet gegeven. Zie ook de paragraaf financiële consequenties.
4
Inboeknummer 23bst00903 Financiële consequenties Vanuit de middelen van de Stadsgezant Inwonersparticipatie is voor de periode 20232026 per jaar € 260.000 beschikbaar gesteld om conform de bestuursopdracht van de stadsgezant in de loop van de huidige bestuursperiode de uit de verordening voortvloeiende methodieken, instrumenten en processen aan te scherpen en regelmatig te evalueren. Waar nodig kunnen hiervoor nieuwe instrumenten en methodieken ontwikkeld worden. Bovendien is er in de Kadernota voor 2024 aanvullend € 200.000 incidenteel beschikbaar gesteld om te investeren in het verder professionaliseren van de participatieprocessen, in het versterken van het lerend vermogen van de organisatie en kennisborging. Communicatie Na vaststelling wordt de verordening gepubliceerd in het gemeenteblad en vanaf dat moment is de verordening vindbaar via www.overheid.nl. Zoals in het rapport van de dialooggesprekken staat, vraagt participatie om een continu proces van met elkaar in gesprek zijn over de toekomst van de stad. We blijven daarom ook na het vaststellen van de verordening in gesprek met alle partijen en met de stad over de kaders en de praktijk van participatie.
Planning en uitvoering Na de vaststelling van deze verordening worden de kaders naar de praktijk verwerkt in de verdere ontwikkeling van instrumenten, methodieken en processen van de gemeente conform de bestuursopdracht van de Stadsgezant Inwonersparticipatie. Evaluatie Evaluatie en verbetering van de praktijk van participatie vindt permanent plaats zodat continu geleerd en verbeterd kan worden. De gemeenteraad wordt jaarlijks geïnformeerd over de praktijk van participatie, in ieder geval via de reguliere P&C cyclus én waar mogelijk op een innovatieve en aantrekkelijke manier voor een bredere doelgroep. Bovendien wordt de verordening iedere vier jaar geëvalueerd. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Toelichting bij de verordening inwonersparticipatie Eindhoven • Samenvatting verslag dialooggesprekken met de stad 2023 • Overzicht bestaande middelen en instrumenten Inwonersparticipatie • Nota Inwoners- en overheidsparticipatie 2021 • Concept gemeenteblad Verordening inwonersparticipatie Eindhoven
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven, , secretaris.
5
Inboeknummer 23bst00903
Ontwerp Raadsbesluit Besluit van de raad van de gemeente Eindhoven tot vaststelling van de Verordening inwonersparticipatie Eindhoven De raad van de gemeente Eindhoven; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en eventueel nummer]; gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit de volgende verordening vast te stellen: Verordening inwonersparticipatie Eindhoven Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: -
-
bestuursorgaan: raad, burgemeester of burgemeester en wethouders; inspraak: vorm van inwonersparticipatie, bestaande uit een door een bestuursorgaan georganiseerde gelegenheid voor inwoners, bezoekers, bedrijven, maatschappelijke organisaties, overheidsorganisaties of belanghebbenden om hun mening te geven over een voornemen tot het vaststellen of wijzigen van gemeentelijk beleid voorafgaand aan de definitieve besluitvorming van een bestuursorgaan; inwonersparticipatie: het op initiatief van een bestuursorgaan betrekken van inwoners, bezoekers, bedrijven, maatschappelijke organisaties, overheidsorganisaties of belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van gemeentelijk beleid.
Hoofdstuk 2 Inwonersparticipatie Artikel 2 Onderwerp inwonersparticipatie 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inwonersparticipatie wordt toegepast en motiveert waarom wel of niet tot inwonersparticipatie wordt besloten. 2. Inwonersparticipatie wordt altijd toegepast als de wet dit verplicht. 3. Er is geen inwonersparticipatie mogelijk: a. als inwonersparticipatie bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; b. als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsruimte heeft; c. inzake de vaststelling van de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; of d. als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inwonersparticipatie niet kan worden afgewacht; e. als het belang van inwonersparticipatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Artikel 3 Procedure inwonersparticipatie
6
Inboeknummer 23bst00903 1. Het bestuursorgaan stelt voorafgaand aan een inwonersparticipatietraject vast op welke manier inwonersparticipatie wordt toegepast en legt daartoe in ieder geval de volgende punten vast: a. het onderwerp en het doel van de inwonersparticipatie; b. de beoogde deelnemers aan de inwonersparticipatie en de wijze waarop zij worden benaderd; c. de wijze waarop inspanningen worden verricht om: i. de inwonersparticipatie voor alle beoogde deelnemers toegankelijk te maken; ii. de deelnemers gedurende het traject gelijkwaardige kansen te bieden om deel te nemen; en iii. diverse meningen op te halen en de verschillende relevante belangen in kaart te brengen; d. de rol van de deelnemers in het traject en de aard van de inbreng gelet op de beïnvloedingsruimte; e. de wijze waarop en het tijdvak waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; f. de wijze waarop met deelnemers wordt gecommuniceerd gedurende het traject; g. de begroting van de kosten van de inwonersparticipatie; en h. de wijze waarop een evaluatie van de inwonersparticipatie plaatsvindt. 2. Het bestuursorgaan maakt voor de start van het traject bekend op welke manier inwonersparticipatie wordt toegepast, aan de hand van de in het eerste lid genoemde punten. Dit gebeurt voor de beoogde deelnemers op de voor dat traject geschikte wijze en voor een ieder via de publiek toegankelijke bronnen. 3.
Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om het traject aan te passen, zorgt het bestuursorgaan ervoor dat de deelnemers hierover zo snel mogelijk worden geïnformeerd. 4. Bij de voorbereiding van een raadsvoorstel informeren burgemeester en wethouders de gemeenteraad voor de start van het traject over de manier waarop inwonersparticipatie wordt toegepast. 5. De vorige leden gelden niet voor situaties waarin toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bij wet verplicht is gesteld voor het verlenen van inspraak. In die situaties worden de in die afdeling neergelegde regels van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure gevolgd. Artikel 4 Terugkoppeling inwonersparticipatietraject 1. Nadat het tijdvak is verstreken waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren, zorgt het bestuursorgaan voor een terugkoppeling over het inwonersparticipatietraject, bijvoorbeeld in de vorm van een inwonersparticipatieverslag. De terugkoppeling bevat in ieder geval op hoofdlijnen: a. een overzicht van het gevolgde inwonersparticipatietraject, met daarin aandacht voor de procedure, de deelnemers en de kosten; b. een weergave van de inbreng van de deelnemers; c. een toelichting hoe met de inbreng van de deelnemers is of wordt omgegaan in relatie tot het besluitvormingsproces. 2.
Het bestuursorgaan informeert de deelnemers op de voor dat traject geschikte wijze en maakt de terugkoppeling openbaar voor een ieder via de publiek toegankelijke bronnen. Als inwonersparticipatie is toegepast in het kader van de voorbereiding van een raadsvoorstel, voegen burgemeester en wethouders de terugkoppeling van dat inwonersparticipatietraject als bijlage bij het raadsvoorstel. Hoofdstuk 3 Slotbepalingen
7
Inboeknummer 23bst00903
Artikel 5 Evaluatie verordening en monitoring De uitvoering van deze verordening wordt vierjaarlijks geëvalueerd. Burgemeester en wethouders zenden na afronding van deze evaluatie aan de raad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk. Artikel 6 Intrekking verordening De Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008 wordt ingetrokken. Artikel 7 Inwerkingtreding, overgangsregeling en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na de datum van bekendmaking in het gemeenteblad, met dien verstande dat voor samenspraakprocedures en inspraakprocedures die voor de inwerkingtreding van deze verordening door het bestuursorgaan zijn vastgesteld de Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008 van toepassing blijft. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening inwonersparticipatie Eindhoven. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum].
De griffier,
De voorzitter,
8