Raadsvoorstel Vaststellen jaarstukken 2020
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 21bst00587 Dossiernummer 21.22.251 B&W beslisdatum 01 juni 2021
Raadsvoorstel Jaarstukken 2020 Inleiding Voor u liggen de jaarstukken van de gemeente Eindhoven over het jaar 2020. De jaarstukken zijn op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording onderverdeeld in het jaarverslag en de jaarrekening. Het jaar 2020 sluit af met een positief rekeningresultaat van € 43,4 miljoen waarvan we voorstellen een bedrag van € 4,3 miljoen te bestemmen. In de jaarstukken 2020 wordt nader ingegaan op de behaalde inhoudelijke en financiële prestaties. De bestuurlijke en financiële hoofdlijn schetsen het algemeen beeld over 2020. Daarnaast is een dwarsdoorsnede opgenomen van de effecten van de coronacrisis in 2020 in relatie tot de ontvangen rijksmiddelen en de vrijgemaakte middelen uit het weerstandsvermogen (hoofdstuk 1). Bij de programma’s en taakvelden zijn de behaalde doelstellingen, prestaties en financiële verschillen diepgaander geanalyseerd (hoofdstuk 2). Dit raadsvoorstel geeft in vogelvlucht een beeld van het resultaat over 2020, gaat in op de voorgestelde bestemming van het rekeningresultaat 2020 en verwoord onze reactie op het accountantsverslag.
Wettelijke taak Op basis van de gemeentewet is de gemeente verplicht de jaarstukken op te stellen en vòòr 15 juli te deponeren bij Gedeputeerde Staten. Doelstelling Met de jaarstukken leggen wij, als college van burgemeester en wethouders, aan de gemeenteraad verantwoording af over het gevoerde beleid in 2020 en wat dit heeft gekost. De jaarstukken zijn een belangrijk controle- instrument van de Raad. De jaarstukken geven ook inzicht aan de burgers, maatschappelijke instellingen en bedrijven in de geleverde prestaties van het afgelopen jaar. Voorstel 1. Vaststellen van het jaarverslag en de jaarrekening 2020, sluitend met een positief resultaat van € 43.366.875 waarbij tevens wordt bevestigd dat de kredietoverschrijdingen 2020 zoals gemeld onder 4.3.4. in de jaarstukken 2020 passen binnen bestaand beleid. 2. Kennis te nemen van het accountantsverslag 2020 en onze reactie op dit verslag 3. Het gerealiseerd resultaat 2020 ad € 43.366.875 als volgt te bestemmen: a) € 39.063.875 te storten in de reserve eigen kapitaal. b) € 103.000 te storten in de reserve reserveringen 2020 bedoeld voor de uitvoering transformatie(fonds) jeugd in 2021 c) € 300.000 te verrekenen met de saldireserve specifiek-onderdeel corona over het boekjaar 2020. d) € 1.200.000 tussentijdse winstneming grond te storten in de reserve strategische investeringen.
e) € 2.700.000 uitvoeringsmiddelen TOZO toe te voegen aan de reserve reserveringen 2020 bedoeld voor de uitvoeringskosten in 2021. 4. Het krediet voor ‘groeninrichting 2021’ ten behoeve van de ecologische verbindingszone te verhogen met € 180.000 en de kapitaallasten te verwerken in de technische actualisatie van de begroting 2022. 5. De begrotingswijziging 2021 vaststellen, waarbij de begrote onttrekkingen 2021 aan de reserve reserveringen 2020 in lijn wordt gebracht met de gerealiseerde reserveringen en de inzet uitvoeringsmiddelen TOZO en transformatiefonds jeugd aanvullend worden toegevoegd aan de onttrekkingen in 2021.
Inboeknummer 21bst00587
Argumenten 1.1 De ambities van het coalitieakkoord zijn grotendeels gerealiseerd, de coronacrisis is gemanaged en voor langslepende dossiers zijn oplossingen gevonden, tegelijkertijd zijn er nog wel risico’s. 2020 is in alle opzichten een bijzonder jaar geweest dat in grote mate beheerst is geweest door de coronacrisis. Het maatschappelijke leven in de stad is daardoor in vele opzichten anders geweest. We hebben daar zo goed mogelijk op ingespeeld vanuit de intentie om de maatschappelijke infrastructuur zo veel mogelijk overeind te houden en onze inwoners te ondersteunen, met steun van de Rijksoverheid. Dat vroeg soms improviseren en aanpassing van de oorspronkelijk bij de begroting gestelde doelstellingen. Wij hebben uw raad daar tussentijds over geïnformeerd en doen dat ook in deze verantwoording over 2020. We zijn naast het managen van de coronacrisis vol doorgegaan met het verder leggen van een solide fundament voor de ontwikkeling van Eindhoven. We zijn er dan ook trots op dat we in 2020 ook flinke stappen hebben kunnen zetten in het realiseren van de ambities van ons coalitieakkoord. In 2020 hebben we definitief de stap kunnen maken van ‘evenwicht’ naar ‘energie’. Onze belangrijkste opgave bij de start van de coalitieperiode – het op orde brengen van de gemeentelijke financiën en het terugdringen van de tekorten in het sociaal domein – is inmiddels gerealiseerd.
We prijzen onszelf gelukkig dat we onze financiën op tijd onder controle hebben gekregen. Dat gaf ons ook de slagkracht om de coronacrisis te managen. Bovendien waren we in staat een plus te bieden op de landelijke steunmaatregelen. Veel gemeenten waren daartoe niet of nauwelijks in staat. Niet in de laatste plaats omdat de financiële mogelijkheden van de meeste gemeenten onder druk staan vanwege de tekorten die ze hebben in het sociaal domein. In lijn met ons coalitieakkoord hebben we knopen doorgehakt en oplossingen gevonden voor hardnekkige en langslepende dossiers (o.a. IHP, tongelreep, renescience, vestdijk). Na het ‘zuur’ van lastenverzwaringen en bezuinigen in het sociaal domein is het ‘zoet’ daadwerkelijk gekomen. We zijn namelijk in staat geweest om de intensiveringen die we in het coalitieakkoord afgesproken hebben grotendeels te realiseren (deels incidenteel en deels structureel). Het verder structureel borgen van deze intensiveringen net als het zetten van de volgende stappen in de schaalsprong van Eindhoven is de opgave voor de toekomst. En dat is geen geringe opgave. Los van corona zien we dat we als bestuur en organisatie op de toppen van ons kunnen moeten presteren om deze opgave te realiseren. Een schaalsprong van de stad, betekent ook een schaalsprong van de organisatie.
De stad groeit harder en ontwikkelt sneller dan onze organisatie waardoor we niet voldoende in staat zijn om naast de instandhouding van de stad de bij de schaalsprong passende ontwikkelingen te blijven faciliteren. Er zijn al goede stappen gezet in de doorontwikkeling (o.a. inkoop, financiële beheersing) maar gezien de beperkt beschikbare middelen kan de ontwikkellijn niet snel genoeg worden voortgezet om de grote opgave die er ligt aan te kunnen. Een terechte en belangrijke boodschap die de accountant ons in dat verlengde ook meegeeft is dat we oog moeten houden voor de balans tussen de groei van de wettelijke taken die een groot gedeelte van onze begroting zijn, de opgave en bestuurlijke ambities die nodig zijn om de volgende stappen in de schaalsprong van Eindhoven te zetten en de kwantitatieve en kwalitatieve groei van ambtelijke organisatie die voor beide nodig is. Daarbij is het van belang om de ITomgeving verder door te ontwikkelen, het niveau van informatievoorziening op peil te brengen en een realistische vertaling te maken naar de begroting. Het reëel ramen van budget en transparantie van de cijfers is ook een belangrijk uitgangspunt in ons coalitieakkoord. De ambtelijke directie heeft in 2020 met Richting Eindhoven een eerste stap gezet in de noodzakelijke ontwikkeling van de organisatie.
Wij zullen in de Kadernota 2022 aandacht besteden aan de ontwikkeling van de organisatie en de hiermee gepaard gaande investeringen In relatie tot de wettelijke taken is het belangrijk oog te houden voor de opwaartse druk op de jeugdbudgetten zoals ook de accountant onderschrijft. De druk op het budget en de vergoeding van het rijk is een actueel en belangrijk landelijk thema. Corona zal naar verwachting het opwaartse effect op het budget ook in ieder geval tijdelijk nog versterken. We zien wachttijden voor zorg toenemen met als mogelijk gevolg dat ook de zorgzwaarte toe zal nemen. Wij volgen de landelijke
2
Inboeknummer 21bst00587
ontwikkelingen op de voet. Tegelijkertijd proberen we, door nauw contact te houden met de zorgaanbieders, de ontwikkeling van de aantallen en de vraag te monitoren. In 2020 realiseren we, net als in 2019, een positief rekeningresultaat. De afwijkingen ten opzichte van de begroting zijn als volgt verdeeld over de programma’s:
( x € 1.000) 0 Bestuur en ondersteuning 1 Veiligheid 2 Verkeer, vervoer en waterstaat 3 Economie 4 Onderwijs 5 Sport, cultuur en recreatie 6 Sociaal domein 7 Volksgezondheid en milieu 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening Resultaat
saldo begroting primair (1) -471,1 29,2 34,5 3,8 23,2 62,0 294,5 16,3 7,6 0,0
bijstelling begroting (2) -12,1 0,0 -7,4 -0,3 1,1 3,1 5,0 0,7 2,7
saldo begroting na wijziging (3=1+2) -483,2 29,2 27,1 3,5 24,3 65,1 299,5 17,0 10,3
saldo realisatie (4) -497,0 28,0 25,1 3,5 23,9 63,1 283,5 16,1 10,4
afwijking realisatie tov begroting na wijziging (5=4-3) 13,8 V 1,2 V 2,0 V 0,1 V 0,4 V 2,0 V 15,9 V 0,8 V 0,2 N
-7,3
-7,3
-43,4
36,0 V
Op twee programma’s zijn grotere afwijkingen. De afwijking op programma 0, wordt grotendeels verklaard door een voordeel op de algemene uitkering (+ € 8,5 miljoen). Bij programma 6 zien we met name een incidenteel voordeel op de WMO (+ € 11,8 miljoen) en participatie (+ € 4,7 miljoen) en een nadeel op jeugd (- € 3,5). Voor een toelichting op afwijkingen per programma verwijzen we u naar de financiële hoofdlijn in de jaarstukken. 2.1 We zijn opnieuw in staat geweest verbeteringen door te voeren en de kwaliteit te verhogen, de eerdere investeringen in de organisatie werpen vruchten af en de bevindingen van de accountant zijn beperkt. 2020 is ook in het kader van de jaarrekening complex geweest. Veel is anders gelopen dan normaal, en er zijn meerdere eigen en landelijke regelingen bijgekomen. Toch zijn we er in geslaagd het jaarrekeningproces en de opzet van het balansdossier opnieuw verder te verbeteren, dat wordt bevestigd in het verslag van bevindingen van de accountant. Er zijn weinig bevindingen geconstateerd en het is ondanks de extra moeilijkheid van het thuiswerken mogelijk gebleken het proces tijdig af te ronden. De accountant is dan ook positief over de doorontwikkeling van de financiële functie, deze zal ook in 2021 verder worden doorgezet.
De doorontwikkeling van de financiële functie en de vereenvoudiging van de financiële administratie zijn thema’s die binnen het project ‘toekomst vaste financiële functie’ als onderdeel van ‘Richting Eindhoven’ onze aandacht hebben. De aanbeveling van de accountant, met name in het kader van het vereenvoudigen van de administratie rondom de projecten, wordt hierbij betrokken. Binnen dit project zorgen we ook voor de borging van de verbeteringen van het jaarrekening- en controleproces die afgelopen 1,5 jaar in gang zijn gezet, waarbij rollen duidelijk zijn belegd en processen helder zijn beschreven. Over de verantwoording van het bereikbaarheidsakkoord zullen we in overleg treden met onze partners om de controle zwaarte (aantal steekproeven) te beperken. Een reëel ambitieniveau in de begroting verbetert het voorspellend vermogen en de tussentijdse informatie, zoals de accountant ook onderschrijft. Bij de opbouw van de begroting heeft dit onze expliciete aandacht. Tegelijkertijd lost reëel ramen niet de incidentele resultaten per jaareinde op. Eind 2020 is sprake van incidentele resultaten die conform onze beleidslijn ook bij de tussentijdse rapportages zijn gemeld, maar waarop de begroting 2020 niet is herzien.
Tevens zijn er resultaten die op basis van de effecten jaarrekening 2019 verwerkt zijn in de begroting 2021, maar niet in de begroting 2020, waardoor ze nu ook incidenteel zijn. Zo is bijvoorbeeld het verwacht resultaat op het sociaal domein tussentijds steeds gemeld, maar is de begroting 2020 hier op basis van onze huidige werkwijze niet op bijgesteld (zie ook argument 1.1.). Dit was ook niet zinvol omdat de corona-pandemie veel heeft veranderd en veel onzekerheid met zich mee bracht waardoor het
3
Inboeknummer 21bst00587
lastig was een reële inschatting van de bijstelling te geven. De kwaliteit van de toelichting op de afwijkingen (realisatie versus begroting) in de tussentijdse rapportages en jaarstukken heeft blijvend onze aandacht en is de afgelopen jaren al sterk verbeterd. De accountant adviseert het college, de raad eerder te betrekken bij wijzigingen die in de grondexploitaties worden doorgevoerd ook als deze passen binnen de bestaande (ruimtelijke) kaders. Er is een verschil in autonome ontwikkelingen met een financieel effect en inhoudelijke planwijzigingen met een keuze en een financieel effect. Bij autonome ontwikkelingen gaat het bijvoorbeeld om extra kosten die ontstaan omdat bijvoorbeeld de fasering van het plan wijzigt door het later vaststellen van een bestemmingsplan of omdat er meer afstemming met de omgeving nodig is dan vooraf gedacht. Met name de binnenstedelijke ontwikkelingen vragen steeds meer afstemming van plannen met de omgeving en met elkaar. De beschikbare plankostenscan biedt voor deze majeure ontwikkelingen niet altijd het juiste inzicht voor een goede schatting van de kosten en benchmark vergelijk is ook niet altijd mogelijk dan wel vraagt meer tijd. De autonome ontwikkelingen worden verwerkt in het MPG dat door uw raad jaarlijks wordt vastgesteld.
Bij planwijzigingen ligt het mandaat op basis van de financiële verordening gedeeltelijk bij het college en gedeeltelijk bij uw raad. We informeren u bij majeure wijzigingen (die passen binnen de kaders en het mandaat van het college) via een raadinformatiebrief. Tot slot wijst de accountant erop dat de reserve groot onderhoud wegen niet als vereveningsreserve ingezet mag blijven worden. Zoals aan uw raad gemeld in het raadsvoorstel wegen 2021-2024 wordt de reserve op dit moment nog in stand gehouden voor de onderhoudslasten van tunnels, viaducten en bruggen, die geen onderdeel uitmaken van het wegenbeheerplan. De verwachting is dat het beheerplan voor deze civiele kunstwerken in het eerste kwartaal van 2022 gereed is op basis waarvan vervolgens bestuurlijke besluitvorming kan plaatsvinden. 3.1 De middelen uit het transformatiefonds worden ingezet voor verblijfsvoorkomende en verkortende initiatieven binnen de subregio (DVO-11). Om de vernieuwing van het jeugdhulpstelsel een extra impuls te geven is door het Rijk en de VNG een transformatiefonds in het leven geroepen. Het hieraan gekoppelde bedrag van € 741.683 is eind december 2019 uitgekeerd zodat de activiteiten in 2020 uitgevoerd konden worden. In 2020 is echter een subsidieaanvraag ingetrokken waardoor sprake is van een voordeel van € 103.000 eind 2020.
Er wordt voorgesteld de restantmiddelen opnieuw te bestemmen omdat het regiomiddelen betreft. Op deze manier kunnen de middelen toch in worden gezet in 2021 voor het doel waarvoor ze bestemd zijn. 3.2 Een analyse van de coronamiddelen 2020 geeft het beeld dat een deel van de middelen in de coronareserve terugstorten kan worden. De regels omtrent begrotingsrechtmatigheid schrijven ons voor dat we bij de jaarrekening aan de reserves het bedrag onttrekken dat op basis van de begroting is opgenomen. Hiervan kan alleen worden afgeweken als er een besluit van de raad is dat de betreffende reserve op ‘realisatiebasis’ afgewikkeld mag worden. Dat betekent dat in de jaarrekening 2020 de inzet van de coronamiddelen vanuit de saldireserve specifiek op begrotingsbasis verwerkt is. We hebben een analyse opgesteld, wat de feitelijke inkomstenderving en extra last is geweest en welke verrekening dan nog met de reserve plaats zou moeten vinden. Dit leidt tot het voorstel om ten aanzien van de eerder begrote (en besloten) onttrekkingen per saldo € 0,3 miljoen terug te storten. In hoofdstuk 1.4 van de jaarstukken wordt dit nader toegelicht. Hierbij wel de opmerking dat in de jaarrekening 2020 in hoofdstuk 1.4 de stand van de coronamiddelen eind 2020 is geschetst. Inmiddels heeft in 2021 aanvullende besluitvorming plaatsgevonden over maatregelen tot 1 juli 2021.
Op basis hiervan zijn de coronamiddelen inmiddels volledig benut, Wij komen bij de kadernota bij u terug met een voorstel om de middelen aan te vullen. 3.3 Bij het vaststellen van de begroting 2021 heeft uw Raad besloten het resultaat uit grondbedrijf in te zetten als voeding voor de ingestelde reserve strategische investeringen. Bij het vaststellen van de begroting 2021 heeft uw raad ingestemd met het vormen van een reserve voor strategische investeringen. U heeft het doel en de voeding van de reserve ook vastgesteld. Eén van de voedingsbronnen die is vastgesteld is het resultaat uit (deelnemingen)
4
Inboeknummer 21bst00587
gebiedsontwikkelingen / grondbedrijf nadat de stortingen op basis van eerdere besluitvorming door de raad heeft plaatsgevonden in bijv. de reserve bovenwijks. In dat verlengde stellen we nu voor de in 2020 netto behaalde tussentijdse winst op het grondbedrijf van afgerond € 1,2 miljoen (zie paragraaf grondbeleid) te storten in de reserve die vanaf 2021 is ingesteld. 3.4 De uitvoeringskosten TOZO lopen door in 2021. Voor de TOZO ontvangen we een specifieke uitkering van het rijk. Onderdeel hiervan betreft een vergoeding voor de uitvoeringskosten van TOZO. In de vergoeding is rekening gehouden met inspanningen van gemeenten ten aanzien van eventueel benodigde herstelacties in het kader van rechtmatigheid en het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Eind 2020 hebben we een gedeelte van de vergoeding waarover we in 2020 recht hebben nog niet benut. We verwachten in 2021 nog inspanningen te moeten leveren voor de afwikkeling van de reeds in 2020 verstrekte TOZO uitkeringen (vb.: terughalen onterechte verstrekkingen). Ons voorstel is om het restant van vergoeding hiervoor beschikbaar te houden in 2021 ter dekking van de ambtelijke kosten. 4.1 Het verhogen van het krediet betreft een technisch herstel. In grondexploitatie 1e fase BIC was voor investering van de ecologische verbindingszone een investeringsbedrag opgenomen van € 1,12 miljoen.
Het investeringsbedrag is voor een gedeelte (€ 940.000) gedekt door een externe bijdrage als het bestemmingsplan van de 2e fase onherroepelijk wordt. Voor een gedeelte (€ 180.000) leidde de investering tot een nadelig resultaat in de grondexploitatie. In 2020 hebben we geconcludeerd dat deze manier van verwerken in de grondexploitatie niet conform BBV-voorschriften is. Bij het raadsvoorstel n.a.v. turap 2 is dit gedeeltelijk hersteld door een krediet van € 940.000 beschikbaar te stellen. Bij de jaarrekening 2020 vervalt met de herijking van de grondexploitaties het negatieve resultaat van € 180.000 (vrijval uit de voorziening negatieve grondexploitaties). Het krediet ‘groeninrichting 2021’dient echter nog met dit bedrag verhoogd te worden. De structurele kapitaallasten hiervan nemen we mee in de technische actualisatie van de begroting 2022 en de incidentele vrijval in 2020 is onderdeel van het rekeningresultaat 2020. 5.1 Bij het reserveringsvoorstel is een inschatting gemaakt, de begroting wijzigen we nu op basis van de werkelijke cijfers en aanvullende besluiten. Met het “raadsvoorstel tot het vaststellen van de reserveringen 2020 en overige wijzigingen in reserves en voorzieningen” zijn de reserveringsvoorstellen in december 2020 aan de raad voorgelegd.
De gereserveerde budgetten voor 2020 zijn bij de jaarrekening in de reserves gestort en het gereserveerde budget wordt in 2021 weer aan de reserves onttrokken en als budget beschikbaar gesteld. Bij het indienen van de voorstellen wordt een inschatting gemaakt van het te reserveren bedrag. De reserveringen worden definitief bepaald bij de jaarrekening op basis van realisatie en wijken in een aantal gevallen af van de gemaakte prognoses. De bedragen die in 2021 worden onttrokken zijn begroot op basis van de prognose. Deze bedragen moeten met een begrotingswijziging worden aangepast naar de ultimo 2020 gestorte werkelijke restantbedragen. Bij positief besluit op beslispunt 2 worden de onttrekking van de middelen transformatiefonds jeugd ad € 0,1 miljoen en de uitvoeringsmiddelen TOZO ad € 2,7 mln. aanvullend aan de onttrekkingen 2021 toegevoegd. Bij de middelen voor het coronafonds vindt tevens een correctie plaats van de eerder begrote onttrekkingen die pas op basis van separate dossiers in 2021 ingezet kunnen worden. Kanttekeningen n.v.t Kosten De afgesproken auditfee voor de controle 2021 is niet toereikend. De auditcommissie is hierover geïnformeerd op 17 mei 2021. Dit komt met name door externe factoren waarvoor in het auditplan 2021 een PM-post is opgenomen. Het aantal SISA regelingen (incl.
TOZO) is gestegen ten opzichte van het contract van 12 naar 27 stuks, de controle op de verstrekte subsidie bereikbaarheidsagenda is vanaf 2021 onderdeel van het jaarrekeningtraject en de accountant heeft in algemene zin extra werkzaamheden moeten verrichten als gevolg van corona (risicoanalyses). Hoewel sprake is van een fixed price, is bij het in rekening brengen van de meerkosten ook
5
Inboeknummer 21bst00587
rekening gehouden met minderkosten ten opzichte van voorgaand jaar. Per saldo bedragen de extra kosten € 36.000 In de tussentijdse rapportages over 2021 komen we terug met een voorstel voor de dekking van deze extra kosten. Communicatie De jaarstukken worden digitaal ontsloten via de website: https://eindhoven.jaarverslag-2020.nl/. Een uitleg over het gebruik en de werking van deze website is bijgevoegd als bijlage van dit raadsvoorstel. Op de website is onder “naslag” de volgende aanvullende informatie ten opzichte van het boekwerk ter beschikking: achtergrondinformatie van de indicatoren en uitleg van de taakvelden. Met ingang van de cyclus 2021 (gestart bij de begroting 2021) is de website meer interactief. Per indicator is de uitleg en achtergrondinformatie gekoppeld en is een doorklikmogelijkheid op beleidsstukken ingericht. Deze doorontwikkeling wordt komend jaar ook voor de jaarrekening 2021 uitgewerkt op basis van de inrichting bij de begroting 2021. Daarnaast zijn alle planning & control documenten na vaststellen door de Raad in PDF te raadplegen via: https://www.eindhoven.nl/bestuur-en-beleid/organisatie/financien Planning en uitvoering Wie Datum B&W 3 juni Auditcommissie 10 juni Raad & commissieleden
14 juni
Auditcommissie Raad/Accountant
15 juni 18 juni
Raad Griffie Raad Griffie
22 juni 30 juni 2 juli 5 juli
Raad Raad Control
6 juli 13 juli 14 juli
Wat Aanbieden aan de raad Gezamenlijke presentatie accountant en ambtelijk: technische toelichting op de jaarstukken 2020 en accountantsverslag (niet openbaar) Gezamenlijke presentatie accountant en ambtelijk: technische toelichting op de jaarstukken 2020 en accountantsverslag (openbaar) Commissie brengt advies uit (uiterlijke datum) Vooroverleg raadsfracties met accountant over in te dienen technische vragen Indienen technische vragen Na 12 uur verzenden antwoorden technische vragen aan raad Uiterlijk 12 uur indienen verduidelijkende vragen door raad 18 uur: Verzenden beantwoording verduidelijkende vragen aan raad Meningsvorming Besluitvorming Aanbieden jaarstukken bij provincie (wettelijke deadline 15 juli)
Evaluatie Zowel intern als gezamenlijk met de accountant vindt evaluatie plaats van het controleproces 2020. De leer- en verbeterpunten nemen we mee in het proces 2021. Bijlage(n) Als bijlagen bij dit voorstel behoren de Jaarstukken 2020, het accountantsverslag, de uitleg van de website en de begrotingswijziging 2021. Per fractie worden twee exemplaren van de jaarstukken 2020 beschikbaar gesteld.
Bijlagen worden meegestuurd Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven, , secretaris.
6
Inboeknummer 21bst00587
Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 juni 2021; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 6 juli 2021; gelet op de nadere toelichting van 9 juli 2021; gelet op de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
besluit: 1. Vaststellen van het jaarverslag en de jaarrekening 2020, sluitend met een positief resultaat van € 43.366.875 waarbij tevens wordt bevestigd dat de kredietoverschrijdingen 2020 zoals gemeld onder 4.3.4. in de jaarstukken 2020 passen binnen bestaand beleid. 2. Kennis te nemen van het accountantsverslag en onze reactie op dit verslag 3. Het gerealiseerd resultaat 2020 ad € 43.366.875 als volgt te bestemmen: a) € 39.063.875 te storten in de reserve eigen kapitaal b) € 103.000 te storten in de reserve reserveringen 2020 bedoeld voor de uitvoering transformatie(fonds) jeugd in 2021 c) € 300.000 te verrekenen met de saldireserve specifiek-onderdeel corona over het boekjaar 2020 d) € 1.200.000 tussentijdse winstneming grond te storten in de reserve strategische investeringen e) € 2.700.000 uitvoeringsmiddelen TOZO toe te voegen aan de reserve reserveringen 2020 bedoeld voor de uitvoeringskosten in 2021. 4. Het krediet voor ‘groeninrichting 2021’ ten behoeve van de ecologische verbindingszone te verhogen met € 180.000 en de kapitaallasten te verwerken in de technische actualisatie van de begroting 2022. 5.
De begrotingswijziging 2021 vaststellen, waarbij de begrote onttrekkingen 2021 aan de reserve reserveringen 2020 in lijn wordt gebracht met de gerealiseerde reserveringen en de inzet uitvoeringsmiddelen TOZO en transformatiefonds jeugd aanvullend worden toegevoegd aan de onttrekkingen in 2021.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 13 juli 2021.
J. Verbruggen, griffier.
7