CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Uitvoering fase 1b Slim Verduurzamen Vastgoed (SVV)

Raadsvergadering 28 april 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Uitvoering fase 1b Slim Verduurzamen Vastgoed (SVV)3.670 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Inboeknummer 21bst000317 Beslisdatum B&W 23 maart 2021 Dossiernummer 21.12.751

Raadsvoorstel Uitvoering fase 1b Slim Verduurzamen Vastgoed (SVV) Inleiding Eindhoven is op weg naar een duurzame stad. Onderdeel daarvan is Slim Verduurzamen Vastgoed (SVV). Het doel hiervan is niet alleen ons eigen vastgoed te verduurzamen (en daarmee invulling te geven aan onze voorbeeldrol en wettelijke verplichtingen), maar nadrukkelijk ook fungeren als ‘aanjager’ in de stad om zo de schaalsprong voor het verduurzamen een impuls te geven. Hiervoor zijn in 2019 de eerste besluiten genomen en zijn we voor panden uit onze eigen kernportefeuille gestart met verduurzamen waarmee we 3.000.000 kg CO2 reductie per jaar realiseren. Dit betreft het verduurzamen met maatregelen die zichzelf terugverdienen voor de eerste selectie panden binnen deze kernportefeuille (ook wel fase 1a genoemd). Daarmee zijn we er nog niet, onze ambitie (en die van de wereld volgens het klimaatakkoord van Parijs) gaat veel verder. Daarom zijn in de begroting 2021 t/m 2023 intensiveringsmiddelen opgenomen voor de uitvoering van volgende stap, fase 1b. Daarin voeren we de kostendekkende maatregelen uit voor de overige panden van onze eigen kernportefeuille vastgoed. Daarmee bereiken we een extra reductie van 2.348.000 kg CO2 per jaar, waarmee we samen met fase 1a totaal 48% CO2 reductie van de kernportefeuille1 realiseren.

Daarnaast gaan we verder met het vliegwiel2 en de samenwerking in het Pact met de woningcorporaties. Tot slot gaan we in 2021 aan de slag met de voorbereiding van fase 2 (= maatregelen met een onrendabele top, vooral voor het aardgasloos maken van de kernportefeuille vastgoed) in samenhang met de op te stellen warmtevisie en landelijk beleid op dit gebied.

 Wettelijke taak Volgens de wet Europese Energie-efficiency Richtlijn (EED) en het Activiteitenbesluit moeten alle duurzaamheidsmaatregelen die zichzelf binnen 5 jaar terugverdienen verplicht worden uitgevoerd.

1 In de vastgestelde nota Vastgoedbeleid 2020 (blz. 12) wordt de kernportefeuille als

volgt omschreven: “De gebouwen in de kernportefeuille zijn voor de gemeente noodzakelijk om beleidsdoelstellingen te helpen realiseren. De gebouwen in ‘rand’ doen dat in mindere mate en de gebouwen in ‘rest’ doen dat niet of nauwelijks”. 2 Door de samenwerking binnen een slim netwerk op te zetten en te faciliteren is de inschatting dat de investeringen van de gemeente leiden tot een vliegwiel effect waardoor ook andere vastgoedeigenaren in de stad (meer) gaan verduurzamen en dus een hogere CO2-reductie gerealiseerd wordt.

Inboeknummer 21bst000317

 Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college In het coalititieakkoord "Evenwicht & Energie" wordt verduurzamen als kerntaak genoemd, o.a. voor het gemeentelijk vastgoed. De raad heeft deze ambitie ook opgenomen in de klimaatverordening 040.  Onvermijdelijk In het Klimaatakkoord van Parijs zijn de mondiale klimaatdoelen vastgelegd. Ook Nederland heeft zich bij dit akkoord aangesloten. Het verduurzamen van het eigen vastgoed en onze rol in het afgesloten Pact met de woningbouwcoporaties realiseren zijn daarmee onvermijdelijke consequenties van de bijdrage die door de gemeente Eindhoven geleverd moet worden aan het realiseren van deze klimaatdoelen. Doelstelling Binnen het programma SVV verder gaan met het verduurzamen van ons eigen vastgoed middels uitvoering in 2021 t/m 2023 van fase 1b (= maatregelen die zichzelf terug verdienen voor de rest van de kernportefeuille vastgoed3) en daarvoor het investeringskrediet4 vaststellen. Daarmee zetten we de volgende stap in het realiseren van de duurzaamheidsambities van Eindhoven, onze voorbeeldrol en wettelijke verplichtingen voor het verduurzamen van ons vastgoed. Voorstel 1.

2.

3.

Instemmen met uitvoering van fase 1b van het programma SVV, waarmee 2.348.000 kg CO2 reductie wordt gerealiseerd in 2021 t/m 2023, incl. het voortzetten van de samenwerking met de woningbouwcorporaties t.b.v. het realiseren van de afspraken gemaakt in het pact, het uitbouwen van het vliegwiel en de planvorming voor fase 2 SVV. Voor 2021 t/m 2023 (= fase 1b) van het programma SVV een investeringskrediet beschikbaar te stellen van € 8,4 miljoen (2021 € 2.769.000, 2022 € 2.685.000 en 2023 € 2.988.000) met aanvullend de volgende bepalingen: a. De daaruit voortkomende kapitaallasten, onderhoudskosten en geprognosticeerde desinvesteringen (2021 € 408.000, 2022 € 811.000, 2023 € 1.070.000 en 2024 € 641.000) dekken uit: 90% van de te realiseren energiebaten en subsidies (2021 € 383.000, 2022 € 574.000, 2023 € 620.000 en 2024 € 630.000). b. de onrendabele top (tekorten) in de begin jaren (2021 € 25.000, 2022 € 237.000, 2023 € 450.000 en 2024 €11.000) dekken uit de reserve CO2reductie vastgoed; c. de jaarlijkse overschotten storten in de reserve CO2-reductie vastgoed; Bij de nadere uitwerking van de mini business cases zal de benodigde financiële dekking inzichtelijk worden gemaakt en ter besluitvorming via een

3 Met uitzondering van scholen en specials (zie argument 1.1). 4 Dit investeringskrediet

betreft een voorcalculatie. Het werkelijke effect per ingreep voor het investeringsbedrag en de bijbehorende exploitatie zal zichtbaar worden bij de uitwerking van de mini businesscases per pand. Omdat we pas starten met de uitvoering als deze mini businesscases positief zijn, lopen we hierdoor geen risico.

2

Inboeknummer 21bst000317

4.

P-dossier aan de portefeuillehouder duurzaamheid, die hiertoe is gemandateerd door het college, worden voorgelegd. Er zullen geen investeringen worden gedaan alvorens financiële dekking is geregeld en de portefeuillehouder hierover heeft besloten. Bijgaande begrotingswijziging daartoe vast te stellen

Argumenten 1.1 We gaan in 2021 t/m 2023 aan de slag met de rest van de kernportefeuille De vastgoedportefeuille bestaat uit verschillende categorieën, zoals te zien in onderstaande afbeelding uit de landelijke sectorale routekaart verduurzamen maatschappelijk vastgoed:

Binnen SVV richten we ons (vooralsnog) alleen op de gebouwen in bezit van de gemeente en onderdeel van de kernportefeuille zoals opgenomen in de Meerjaren Prognose Vastgoed (MPV) en de nota Vastgoedbeleid 2020, totaal gaat dat om 188 gebouwen. Het gaat bij deze selectie van 188 panden om gebouwen in eigendom van de gemeente. Uitgezonderd hiervan zijn: de bestaande scholen m.u.v. de bruikleenscholen, die zijn nl. geen eigendom van de gemeente, daar hebben we alleen claimrecht. de ‘specials’, dit zijn panden die door hun aard een eigen specifieke analyse en aanpak nodig hebben zoals de zwembaden, de ijsbaan en een aantal monumenten. Ze vallen daarmee buiten het ‘algemene rekenmodel’. Voor deze panden zijn we overigens al wel gestart met verduurzaming, zo zijn er op de ijsbaan en het PvdH zwemstadion inmiddels zonnepanelen gelegd. Dit jaar

3

Inboeknummer 21bst000317

-

gaan we kijken of dat ook haalbaar is voor het Ir. Ottenbad. Uitvoering daarvan vindt plaats binnen dezelfde randvoorwaarden en budgetten als afgesproken voor fase 1a en 1b, dus kostendekkend. de panden: Stadhuis, Stadskantoor, Mercado, NRE en het Van Abbe Museum die onder het contract Slim Verduurzamen Gemeentelijke Gebouwen (SVGG) vallen en via dat contract verduurzaamd worden.

In fase 1 richten we ons alleen op de maatregelen die zichzelf binnen hun levensduur terug verdienen. Dat betreft vooral het plaatsen van PV-panelen, incl. dakisolatie (waar van toepassing) en verlichting. Hiervoor is in 2019 een eerste selectie gemaakt uit de kernportefeuille van vooral de panden met de grootste daken (= fase 1a), de uitvoering daarvan loopt nog t/m de zomer 2021. Nu willen we ook aan de slag met dezelfde maatregelen voor de rest van de selectie kernportefeuille vastgoed (= fase 1b). Een overzicht van de geselecteerde panden en maatregelen voor fase 1b treft u aan in bijlage 1 bij dit dossier. Naast de kernportefeuille kennen we ook nog een rand- en restportefeuille vastgoed. Voor deze panden zal, net als voor bv. de bestaande scholen die geen eigendom zijn van de gemeente, bepaald moeten worden in hoeverre deze verduurzaamd moeten worden, welke ambitie hebben we daarbij en wat is (financieel) haalbaar. De verkenning daarvan wordt meegenomen bij de uitwerking van fase 2. 1.2 Toepassing van de handelingsprincipes uit het klimaatplan voor SVV In 2020 is het Klimaatplan 2021-2025 vastgesteld door gemeenteraad. In dit plan zijn de concrete acties opgenomen die nodig zijn om de gestelde CO2-reductiedoelen in 2030 te realiseren. Hierbij zetten we in op de drie ‘i’s’: Impact, Innoveren en Iedereen mee (inclusief).

Onderdeel van de aanpak van het klimaatplan is een (in 2021 op te stellen) adaptieve uitvoeringsagenda. Hieronder beschrijven we hoe deze handelingsprincipes (Impact, Inclusief, Innovatief) uit het klimaatplan een plek krijgen in de uitvoering van fase 1b van het programma SVV: De CO2-uitstoot van de stad te verminderen op basis van de 3 leidende principes: • impactvol We gaan ook in deze volgende fase nog steeds uit van de financieel rendabele maatregelen voor panden uit de kernportefeuille. Daarmee is dit de logische volgende stap in het verduurzamen van ons vastgoed voor panden die naar verwachting langjarig in bezit en gebruik zullen blijven. • inclusief/iedereen mee Door de verdeling van de energiebaten die de verduurzaming oplevert, 10% voor de huurders en 90% ter dekking van de kosten die de gemeente maakt, hanteren we een gelijke verdeling voor iedereen zonder dat de totale huisvestingslasten voor de huurders omhoog gaan. Een eventuele plus of min tussen de panden verrekenen we via de CO2-reserve duurzaamheid. • innovatief De nu voorgestelde maatregelen zijn technisch veelal ‘bewezen maatregelen’ en

4

Inboeknummer 21bst000317

daarmee financieel rendabel. Ze zijn immers al breed doorontwikkeld. In een enkel geval is deze standaard niet toepasbaar (bv i.v.m. draagvermogen van het dak) en zoeken we naar een innovatieve oplossing. De aanpak van de verduurzaming binnen het programma SVV en de wijze waarop we daarmee de samenwerking zoeken in het vliegwiel en het pact met de woningcorporaties zijn ook innovatief, daarmee fungeert deze aanpak van het verduurzamen van ons eigen vastgoed ook meteen als katalysator voor het verduurzamen in de stad. Dit is dan weer de opstap naar fase 2, waarin ook technische innovatie een rol zal moeten gaan spelen om deze opgave te realiseren. De eerste contacten/samenwerking daarvoor met Brainport Development en de TU/e zijn al gelegd. De resultaatmonitoring te verbeteren Om de energiebesparing voor de panden uit de kernportefeuille vastgoed te monitoren zijn binnen SVV het systeem slimme meters en het monitoringsysteem eSight aangeschaft en geïmplementeerd. Daarmee monitoren we niet alleen de besparingen van de panden waarmee we aan de slag gaan, maar kunnen we, middels periodieke rapportages, de huurders ook informeren over hun verbruik en hen uitleggen en stimuleren waar dit nog beter kan met als gevolg meer comfort en lagere kosten.

1.3 De gefaseerde aanpak SVV past bij de landelijke aanpak en doelen De landelijke aanpak gaat uit van 55% reductie van CO2 in 2030 t.o.v.1990. Met de nu voorgestelde maatregelen voor fase 1b, plus de maatregelen die uitgevoerd zijn voor fase 1a realiseren we in totaal een reductie van ruim 5.000 ton CO2 per jaar in 2023, zijnde ongeveer 48% voor de geselecteerde kernportefeuille eigen vastgoed. Daarmee zijn we voor deze panden dus al bijna op het tussendoel van 2030. We volgen daarmee ook de aanpak die landelijk wordt aanbevolen, nl. eerst portefeuille analyse (en primair starten met de kernportefeuille), dan uitvoering van de maatregelen die zichzelf terugverdienen en daarna de maatregelen met een onrendabele top (vooral nodig om van het aardgas af te gaan). Daarmee ontstaat de volgende fasering voor ons eigen vastgoed:

5

Inboeknummer 21bst000317

2.1 Voor de uitvoering van fase 1b zijn uitvoeringkosten en investeringen nodig In de begroting 2021 t/m 2023 zijn intensiveringsmiddelen toegekend aan het programma SVV hiermee worden de uitvoeringskosten voor het programma SVV gedekt. Naast deze kosten moet er in de begroting ook investeringsruimte gecreëerd worden om voor het eigen vastgoed de duurzaamheidsingrepen mogelijk te maken. Voor dat laatste dient dit dossier. 2.2 In het rekenmodel worden ook de al geplande vervangingsinvesteringen ingezet Uit het door onze externe adviseur (Fakton) ontwikkelde rekenmodel volgt een investeringsvolume voor fase 1b van € 14,5 miljoen (€ 5,0 miljoen in 2021, € 4,6 miljoen in 2022 en € 4,9 miljoen in 2023). Dit is echter het bruto investeringsbedrag. Met name voor verlichting en daken bestaan namelijk al kredieten en (vervangings)investeringen voor de huidige verlichting en daken. Als we deze (herinvesteringen) in mindering brengen dan houden we een netto investering over van 8,4 miljoen voor de extra kosten voor het verduurzamen. Daarvoor is een aanvullend krediet nodig. Deze herinvesteringen vallen deels buiten de planperiode t/m 2024 van de huidige meerjarenbegroting en zijn daardoor dus nog niet formeel vastgesteld.

Omdat het hier gaat om het verduurzamen van panden uit de kernportefeuille MPV, is verondersteld dat het ook na 2024 de bedoeling is de daken en verlichting in stand te houden en dus, waar nodig te vervangen. Hier is dus vooruitlopend op de meerjarenbegroting vanaf 2025 al wel mee gerekend door Fakton in het rekenmodel. In de op te stellen mini businesscases komen, waar van toepassing, deze herinvesteringskredieten terug en zullen deze vervangingsinvesteringen waar nodig eerst ter besluitvorming worden voorgelegd.

6

Inboeknummer 21bst000317

2.2 De werkwijze voor de fase 1b is gelijk aan die zoals nu toegepast voor fase 1a. De werkwijze zoals toegepast voor fase 1a van het programma SVV (verrekening shared incentive, egalisatie via de reserve CO2-reductie vastgoed, opstellen minibusinesscases incl. toestemming huurder voor de shared incentive, etc.) zijn ook van toepassing voor fase 1b uit dit dossier. 3.1 Per pand/maatregel wordt een mini-businesscase opgesteld Elk pand waarmee we aan de slag gaan is verschillend, daarom wordt voor elk pand een technische schouw gedaan en een apart gedetailleerd plan gemaakt incl. een allonge en een aparte mini-businesscase. Ook de exacte inkoopprijs o.b.v. de offertes komt daarin. Daarmee is de mini-businesscase dus veel preciezer en actueler. De uitvoering zal daarom pas starten als aangetoond is dat deze mini-businesscase positief is, zodat we zeker weten dat we geen financieel risico lopen. Kanttekeningen 1.1 De ambitie, 100% CO2 reductie in 2025, is erg ambitieus. Binnen de gemeente hebben we de doelstelling voor ons eigen vastgoed hoger gelegd dan landelijk, namelijk op 100% CO2 reductie ultimo 2025 (conform de klimaatverordening 040). De verwachting is dat 2025 daarin wel erg snel komt, ook al omdat we pas vanaf 2019 echt gestart zijn, maar 2028-2030 zou haalbaar moeten zijn, mits er aan een aantal randvoorwaarden voldaan wordt zoals hierna beschreven.

Dan zou voor namelijk eind 2028-2030 ook fase 2 (= aardgasloos) volledig gerealiseerd moeten zijn. Zoals eerder gemeld in de klimaatbegroting is dat een erg hoge ambitie gezien de technische ontwikkelingen, beschikbare warmtebronnen en gebiedsaanpak. Voor de stad wordt de transitie naar aardgasloos uitgewerkt in de warmtevisie die eind dit jaar gereed moet zijn. De uitwerking van fase 2 van SVV die eind dit jaar volgt zal daarbij aan moeten sluiten, de uitwerking daar naartoe zal daarom parallel plaatsvinden. Tot slot zal ook de financiering van de onrendabele top geregeld moeten zijn, waarschijnlijk deels door de gemeente, deels via subsidies en deels door het Rijk. Voor dat laatste lopen er op dit moment op landelijk niveau, o.a. via de VNG, gesprekken over de financiering van de verduurzaming en met name de onrendabele top daarvan. (zie ook de link: https://vng.nl/artikelen/onderzoek-naar-uitvoeringslasten-klimaatakkoord ). Het lijkt logisch om deze gesprekken en de mogelijk daarop volgende extra financiële middelen van het Rijk af te wachten voordat we aan de slag gaan met fase 2, maar ons daar natuurlijk al wel vast op voor te bereiden. Daarmee is de realisatie van deze ambitie ultimo 2028-2030 mogelijk, maar wel sterk afhankelijk van de (landelijke) mogelijkheden die daarvoor de komende jaren ter beschikking komen.

2.1 Er moeten nog afspraken met gebruikers over de bespaarde energie voor de shared incentive worden vastgelegd. Een belangrijk deel van de bespaarde energiekosten zijn nodig om de duurzaamheidsmaatregelen te financieren. Echter het is ook belangrijk dat de gebruikers voordeel ondervinden van de verduurzaming o.a. om besparend gedrag te blijven stimuleren. Door het verdelen van de energiewinst (90% voor de ingrepen en 10% voor de gebruikers) maken we enerzijds de ingrepen betaalbaar en zorgen we anderzijds

7

Inboeknummer 21bst000317

voor een positieve financiële prikkel voor de gebruikers, zoals ook te zien in onderstaand schema:

Daarmee creëren we dus een win-win situatie voor beide partijen. Deze afspraken moeten voorafgaand aan de uitvoering van de ingrepen nog wel worden vastgelegd met elke gebruiker/huurder in afstemming met de verantwoordelijke beheers afdeling (MVS). Zonder deze afspraken is de mini-businesscase niet kostendekkend en wordt de uitvoering van het betreffende pand en de betreffende maatregel(en) dus niet gestart. De snelheid waarmee de verduurzaming gerealiseerd kan worden is daardoor mede afhankelijk van de realisatie van deze afspraken over de shared incentive. Kosten We investeren voor de volgende fase van het programma SVV totaal € 8,4 miljoen (2021 € 2.769.000, 2022 € 2.685.000 en 2023 € 2.988.000) waarmee we van 2021 t/m 2023 duurzaamheidsinvesteringen gaan doen. Omdat dit maatregelen zijn die zichzelf terugverdienen, kunnen we na 2023 onvoorwaardelijk (zonder nadelige financiële gevolgen) stoppen met het programma SVV danwel beslissen in welk tempo we verder gaan met het vervolg. Zoals toegelicht bij argument 2.2 gaat het bij het genoemde netto investeringsbedrag van € 8,4 miljoen dus alleen om de extra investeringen voor de verlichting en de dakisolatie plus de investeringen voor de zonnepanelen. Dit leidt tot een kostendekkende exploitatie (gebaseerd op 1,0% rekenrente, 90% van de energiebesparingen deelnemers, 1,8% indexatie en (ingeschatte) subsidie (bv SDE)).

In deze exploitatie zijn alle kosten en baten voorcalculatorisch integraal meegenomen (kapitaallasten, onderhoud, subsidies, energiebaten, versnelde afschrijvingen, uitvoeringskosten, etc.). Overschotten of tekorten in een bepaald jaar worden geëgaliseerd door gebruik te maken van een bestaande reserve ‘CO2-reductie vastgoed’. Dit alles leidt tot het volgende exploitatie overzicht:

8

Inboeknummer 21bst000317

2021 2.769

2022 2.685

2023 2.988

2024 0

2025 Totaal 0 8.442

Begroting (saldo baten en lasten) Baten Energiebesparing en opwekking gebouwgebonden Subsidie

383 314 69

574 470 104

620 516 104

630 526 104

639 535 104

Structurele lasten Onderhoudslasten nieuwe investeringen Kapitaallasten nieuwe investeringen Desinvesteringen (geprognosticeerde) Totaal lasten minus baten

0 0 0 408 -25

148 10 138 663 -237

387 20 367 683 -450

641 31 610

670 65 605

-11

-31

Investeringen (netto)

nega tief negetief nega tief Nega tief Nega tief

Onttrekking vanuit Reserve CO2 reductie vastgoed Storting in Reserve CO2 reductie vastgoed

-25

-237

-450

-11

-31

0

0

0

0

0

Door de jaren (25 jaren) heen zie je het ene jaar een overschot en het andere jaar een tekort ontstaan dat wordt opgevangen via de reserve CO2 reductie vastgoed. Als je in totaal 25 jaar vooruit kijkt t/m 2045 dan is het saldo van al deze mutaties € 0,=, dus budgetneutraal. De mutaties door de jaren heen worden opgevangen via de reserve CO2 reductie vastgoed. Het huidige saldo daarin is toereikend hiervoor. Procesmatig is het rendement geborgd doordat we pas starten met de uitvoering als de betreffende mini businesscase positief is. In bijlage 1 is de specificatie van de panden en maatregelen terug te zien. Bovenstaande calculatie is gebaseerd op actuele aannames over prijzen, rendementen, etc. Natuurlijk zullen die in de praktijk per pand iets anders zijn. Prijzen kunnen bijvoorbeeld stijgen of dalen. Het effect daarvan zal zichtbaar worden bij de uitwerking van de mini businesscases per pand. Omdat we pas starten met de uitvoering als deze mini businesscases positief zijn, lopen we hierdoor bij de realisatie geen risico. Communicatie Bij de verduurzaming van ons maatschappelijk vastgoed moeten de huurders van de betreffende panden natuurlijk betrokken worden ten behoeve van de uitvoering en voor het afsluiten van de allonge op het huurcontract voor de shared incentive. De accountmanagers van de afdeling Vastgoed hebben hierover contact met de huurders.

Planning en uitvoering De uitvoering van de maatregelen behorend bij deze fase 1b is gepland in 2021 t/m 2023. Evaluatie De financiële verantwoording vindt plaats via de P&C cyclus. Voor de inhoudelijke verantwoording wordt periodiek een RIB opgesteld waarin de voortgang wordt beschreven. Tot slot wordt in alle relevante beleidsstukken m.b.t. duurzaamheid en

9

Inboeknummer 21bst000317

vastgoed ook de impact/voortgang van het verduurzamen van ons maatschappelijk vastgoed/het programma SVV opgenomen. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Bijlage 1: overzicht panden en ingrepen voor fase 1b SVV.  

De bijlagen worden meegestuurd De bijlagen liggen ter inzage in de leeskamer

Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, secretaris.

10

Inboeknummer 21bst000317

Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 maart 2021; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 20 april 2021; gelet op de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; besluit: 1.

2.

3.

4.

Instemmen met uitvoering van fase 1b van het programma SVV, waarmee 2.348.000 kg CO2 reductie wordt gerealiseerd in 2021 t/m 2023, incl. het voortzetten van de samenwerking met de woningbouwcorporaties t.b.v. het realiseren van de afspraken gemaakt in het pact, het uitbouwen van het vliegwiel en de planvorming voor fase 2 SVV. Voor 2021 t/m 2023 (= fase 1b) van het programma SVV een investeringskrediet beschikbaar te stellen van € 8,4 miljoen (2021 € 2.769.000, 2022 € 2.685.000 en 2023 € 2.988.000) met aanvullend de volgende bepalingen: a. De daaruit voortkomende kapitaallasten, onderhoudskosten en geprognosticeerde desinvesteringen (2021 € 408.000, 2022 € 811.000, 2023 € 1.070.000 en 2024 € 641.000) dekken uit: 90% van de te realiseren energiebaten en subsidies (2021 € 383.000, 2022 € 574.000, 2023 € 620.000 en 2024 € 630.000). b. de onrendabele top (tekorten) in de begin jaren (2021 € 25.000, 2022 € 237.000, 2023 € 450.000 en 2024 €11.000) dekken uit de reserve CO2reductie vastgoed; c. de jaarlijkse overschotten storten in de reserve CO2-reductie vastgoed; Bij de nadere uitwerking van de mini business cases zal de benodigde financiële dekking inzichtelijk worden gemaakt en ter besluitvorming via een P-dossier aan de portefeuillehouder duurzaamheid, die hiertoe is gemandateerd door het college, worden voorgelegd.

Er zullen geen investeringen worden gedaan alvorens financiële dekking is geregeld en de portefeuillehouder hierover heeft besloten. Bijgaande begrotingswijziging daartoe vast te stellen

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 28 april 2021.

J. Verbruggen, griffier.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743268/1