Raadsvoorstel Uitbreiding Verordening inwonersparticipatie Eindhoven met Uitdaagrecht
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 8107621_02 Dossiernummer 26.04.551 B&W beslisdatum 20 januari 2026
Raadsvoorstel Uitbreiding Verordening inwonersparticipatie Eindhoven met Uitdaagrecht Inleiding Met Uitdaagrecht kunnen bewoners en maatschappelijke organisaties taken van de gemeente overnemen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen met enkele uitzonderingen. Sommige taken mag alleen de overheid uitvoeren en vallen niet onder dit recht. Bijvoorbeeld omdat ze te maken hebben met gezag, rechtszekerheid of bescherming van persoonsgegevens. Het is een manier om initiatieven mogelijk te maken en ruimte te geven aan de energie en ideeën die er zijn in de stad. Het is een vorm van overheidsparticipatie waarbij de inwoners of maatschappelijke partijen met een voorstel komen en de overheid een faciliterende rol heeft. In Eindhoven zijn al meerdere initiatieven bekend waarbij (delen van) taken van de gemeente zijn overgenomen. Denk op kleine schaal aan groenbeheer of het schoonhouden van de eigen straat of buurt. Ook op grotere schaal hebben we voorbeelden zoals het overnemen van het beheer van een buurthuis of het samen met bewoners, gemeente en wijkvereniging werken aan een plan voor het laden van elektrische auto’s in de buurt in het Vonderkwartier. In veel steden in Nederland bestaat het Uitdaagrecht al. Bewoners en maatschappelijke organisaties met vernieuwende ideeën over de uitvoering van taken krijgen zo de kans om hier zelf vorm aan te geven.
Dat kan van klein tot groot, van schoonhouden van een plein tot het inzamelen en circulair verwerken van afval. Het uitbreiden van de bestaande Verordening inwonersparticipatie Eindhoven met het Uitdaagrecht legt het fundament voor deze initiatieven. Wettelijke taak De wet Versterking participatie op decentraal niveau is op 1 januari 2025 in werking getreden. De wet bevat de verplichting voor gemeenten om in een participatieverordening voorwaarden voor toepassing van het Uitdaagrecht op te nemen voor 1 januari 2027.
Inboeknummer 8107621_02
Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Er wordt invulling gegeven aan het uitvoeringsprogramma ‘Samen Morgen Mooier Maken’ en aan de toezegging naar aanleiding van de motie Participatie Helder en Gelijk. Doelstelling Voldoen aan de Wet versterking participatie op decentraal niveau door het Uitdaagrecht te verankeren in de Verordening inwonersparticipatie Eindhoven. Voorstel 1. De wijziging van de Verordening inwonersparticipatie Eindhoven op basis van bijgaand ontwerp-raadsbesluit vast te stellen Argumenten 1.1 Het Uitdaagrecht biedt inwoners en maatschappelijke partijen de mogelijkheid om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen. Bij het Uitdaagrecht kunnen initiatiefnemers taken van de gemeente overnemen en/ of aansturen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen. Met het Uitdaagrecht kunnen initiatiefnemers ook 'coproduceren' met de gemeente als samenwerken nodig blijft bij de uitvoering van een taak. Bijvoorbeeld: bewoners onderhouden een park, terwijl de gemeente het groot onderhoud blijft doen, materialen levert en samen met bewoners afspraken maakt over kwaliteit en planning. De gemeente wordt dus "uitgedaagd". Bewoners en maatschappelijke organisaties krijgen zo de kans om hun idee te gaan uitvoeren.
Het Uitdaagrecht biedt Eindhoven kansen om betrokkenheid en eigenaarschap van bewoners en organisaties te vergroten, het geeft ruimte aan innovatie en nieuwe creatieve oplossingen, het bevordert de samenwerking tussen organisaties. Lokale kracht kan worden benut omdat inwoners hun buurt kennen en maatwerk kunnen leveren. Netwerken en sociale cohesie in buurten en wijken kunnen worden versterkt. Soms kan een taak efficiënter worden uitgevoerd door inwoners. 1.2 De aanbevelingen uit het uitgevoerde participatietraject zijn betrokken bij de uitbreidingsvoorstellen van de Verordening inwonersparticipatie Eindhoven. Bij de totstandkoming van de uitbreiding is gesproken met maatschappelijke organisaties en actieve inwoners die betrokken zijn bij initiatieven in buurt of stad op het gebied van welzijn, afval en groen (zie het participatieverslag). Deze thema’s zijn bepaald op basis van de voorbeelden van Uitdaagrecht in andere steden. De input uit deze participatiegesprekken zijn betrokken bij de uitbreiding. In het participatieverslag is per aanbeveling opgenomen of en hoe deze is verwerkt in de verordening.
2
Inboeknummer 8107621_02
1.3 Er worden geen gemeentelijke uitvoeringstaken uitgesloten. Een uitdaagverzoek wordt getoetst aan vooraf gestelde voorwaarden, zoals gemeentelijk beleid, wettelijke regels en kwalitatieve, kwantitatieve en financiële consequenties. We willen aan de voorkant inhoudelijk geen taken afbakenen, zodat we de keus vrijlaten voor onze inwoners en maatschappelijke partijen. Om te borgen dat de uitvoering blijft voldoen aan onze gemeentelijke kwaliteitseisen stellen we voorwaarden aan de indiener en het uitdaagverzoek. Zo vragen we aan een indiener wat zijn/haar betrokkenheid, kennis en ervaring is ten aanzien van de over te nemen taak. Welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering verbonden zijn en hoe de kwaliteit en de uitvoering worden geborgd. We vinden het ook belangrijk dat er voldoende draagvlak wordt georganiseerd voor deze beweging bij andere belanghebbenden. Een binnengekomen uitdaagverzoek wordt ten behoeve van de besluitvorming beoordeeld op de volgende onderdelen: - Leent de aard van de taak zich om over te worden gedragen aan inwoners en/of maatschappelijke partijen. - Voldoet het uitdaagverzoek aan vastgesteld gemeentelijk beleid en andere wettelijke spelregels. - Hebben we voldoende informatie om te beoordelen of kan worden voldaan aan de gemeentelijke eisen (kwaliteit, kwantiteit, kosten e.d.) ten aanzien van de uitvoering.
- Is er voldoende draagvlak bij andere belanghebbenden. Ieder uitdaagverzoek vraagt maatwerk. Afhankelijk van de omvang en of er beleidswijzigingen nodig zijn bij de overdracht van de uitvoeringstaken ligt de bevoegdheid om hierover te besluiten bij de gemeenteraad dan wel bij het college van burgemeester en wethouders. 1.4 Het uitbreiden van de verordening Inwonersparticipatie Eindhoven met het Uitdaagrecht is een technische wijziging. Er is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de VNG-modelverordening uit 2024. De toelichting is geactualiseerd en herschreven voor de leesbaarheid en artikelnummers zijn aangepast. Kanttekeningen 1.2 Uit de gesprekken met actieve bewoners en maatschappelijke organisaties kwam de aanbeveling om eerst te experimenteren en leren en klein te beginnen. We gebruiken de periode tot eind 2027 als experimenteerfase. De verordening staat experimenteren niet in de weg. Het is mogelijk om de verordening aan te passen als uit de experimenteerfase blijkt dat dit nodig is. Eind 2027 wordt de gehele verordening geëvalueerd en kunnen we aan de hand van de geleerde lessen eventueel noodzakelijke aanpassingen doorvoeren.
3
Inboeknummer 8107621_02
1.5 Indien we tot eind 2027 geen uitdaagverzoeken ontvangen werken we de rol en instrumenten verder uit op basis van eerdere voorbeelden en ervaringen bij andere gemeenten. Bij voorkeur werken we de rol en instrumenten uit met nieuwe uitdaagverzoeken. Indien deze achterwege blijven in deze periode dan maken we gebruik van de eerdere voorbeelden in Eindhoven en via ons landelijke netwerk. Personele consequenties In de begroting 2026 zijn extra structurele middelen opgenomen voor de uitbreiding van capaciteit inwoners- en overheidsparticipatie (systeemverantwoordelijkheid). Binnen deze capaciteit wordt de expertise uitdaagrecht opgebouwd met betrekking tot het centrale aanspreekpunt, overzicht houden op ingekomen initiatieven, zorgen voor een zorgvuldig en lerend proces, ontwikkelen van instrumenten en zorgen voor de algemene communicatie over uitdaagrecht. Ieder uitdaagverzoek is maatwerk en kan mogelijk ook personele consequenties hebben (zie verder bij financiële consequenties). Financiële consequenties Dekking van de uitbreiding van bovengenoemde capaciteit inwoners- en overheidsparticipatie kan plaatsvinden vanuit bestaande budgetten inwoners- en overheidsparticipatie.
Met de vaststelling van de begroting 2026 is incidenteel €100.000 (inclusief facilitaire kosten) in 2026 en structureel €200.000 (inclusief facilitaire kosten) vanaf 2026 extra beschikbaar gesteld voor inwoners- en overheidsparticipatie. Op voorhand is niet in te schatten hoeveel uitdagingen er zullen zijn en welke aard en omvang zij hebben. Bij het onderzoeken van de uitdaging die indieners aandragen, wordt in beeld gebracht of en wat de eventuele financiële consequenties zijn. Uitvoering vindt plaats vanuit bestaande formatie en bestaande budgetten. Basisuitgangspunt moet zijn dat kosten voortvloeiend uit het uitdaagrecht worden gedekt uit wegvallende kosten bij de gemeente. Mocht blijken dat dekking van een voorstel in een bepaald jaar niet mogelijk is, dan volgt daarvoor een apart voorstel, inclusief dekkingsmogelijkheid. Communicatie Zodra de Raad de wijzigingen van de Verordening heeft vastgesteld, vindt publicatie plaats in het Gemeenteblad. Daarnaast ontwikkelen we een actieve communicatieaanpak over het uitdaagrecht. Ook voegen we brede informatie en nieuwe instrumenten toe op de website Inwonersparticipatie in Eindhoven | Gemeente Eindhoven. Planning en uitvoering De wijzigingen van de Verordening inwonersparticipatie Eindhoven treden in werking op de dag na publicatie van het gemeenteblad.
4
Inboeknummer 8107621_02
Evaluatie Eind 2027 wordt de Verordening inwonersparticipatie Eindhoven inclusief Uitdaagrecht geëvalueerd waarover uw raad wordt geïnformeerd. We monitoren wat wel en niet werkt als het gaat om het inzetten van het uitdaagrecht en wat in Eindhoven nodig is om het tot een succes te maken. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Participatieverslag • Concept wijziging verordening inwonersparticipatie
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
5
Inboeknummer 8107621_02
Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [DATUM]; gelet op de artikel 149 en 150 van de Gemeentewet; gelet op de nadere toelichting van [DATUM]; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergaderingen van [DATUM] besluit: Artikel I De Verordening inwonersparticipatie Eindhoven wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1 worden onder vervanging van de punt aan het slot van de begripsomschrijving van ‘inwonersparticipatie’ door een puntkomma op alfabetische volgorde de volgende definities ingevoegd: -
inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;
-
maatschappelijke organisaties: organisatie zonder winstoogmerk die tot doel heeft een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;
-
uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.
B Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: 1. Het opschrift komt te luiden: Artikel 2 Onderwerp inwonersparticipatie en uitdaagrecht 2. Het eerste lid komt te luiden: 1. Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inwonersparticipatie wordt toegepast en ten aanzien van zijn eigen taken of om toepassing van het uitdaagrecht kan worden verzocht. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om beslissingen van de raad voor te bereiden en besluiten in dat kader of en op welke manier inwonersparticipatie wordt toegepast. 3. In het derde lid wordt ‘inwonersparticipatie’ telkens vervangen door ‘inwonersparticipatie of uitdaagrecht’.
6
Inboeknummer 8107621_02
C De leden van artikel 3 worden vernummerd tot lid 1 t/m 5. D Na artikel 4 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd: Hoofdstuk 3 Uitdaagrecht Artikel 5 Verzoek toepassing uitdaagrecht 1. Inwoners en maatschappelijke organisaties kunnen bij burgemeester en wethouders een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen. 2. Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt. 3. De indiener van het verzoek geeft daarnaast aan: a. wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is; b. welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn; c. hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen en d. een indicatie van het draagvlak onder belanghebbenden; 4. Burgemeester en wethouders kunnen naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen. Artikel 6 Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht 1. Burgemeester en wethouders zenden een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover. 2. Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor. 3. Onverminderd artikel 2, derde lid, wijst het bestuursorgaan een verzoek af als: a.
het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet; b. het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid; c. het verzoek niet voldoet aan de in artikel 5, derde lid gestelde eisen. 4. Het bestuursorgaan kan een verzoek afwijzen als: a. het bestuursorgaan van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn; b. als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt; c. als sprake is van een lopend contract voor de uitvoering van de betreffende taak bij een externe partij; 5. Het bestuursorgaan reageert binnen acht weken op het verzoek. Het bestuursorgaan kan deze termijn met acht weken verdagen. 6. Het bestuursorgaan onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen twee weken openbaar.
7
Inboeknummer 8107621_02
Artikel 7 Uitvoering taak 1. Als het bestuursorgaan het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt het met de indiener afspraken over: a. het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak; b. het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak; c. het contact met en de ondersteuning door het bestuursorgaan gedurende de uitvoering van de taak; d. de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak; e. de evaluatie van de uitvoering van de taak. E De artikelen 5, 6 en 7 worden vernummerd tot artikelen 8, 9 en 10. Artikel II De toelichting bij de verordening wordt als volgt gewijzigd: A De huidige tekst onder ‘Algemeen’ wordt vervangen door: ‘Aanleiding: Wet versterking participatie op decentraal niveau Op 1 januari 2025 is de Wet versterking participatie op decentraal niveau in werking getreden (Stb. 2024, 203, hierna: de wet). Deze wet beoogt het draagvlak voor het beleid van gemeenten, en de uitvoering en evaluatie daarvan, te vergroten door inwoners hier een grotere rol in te geven. Volgens de memorie van toelichting is het, gezien de grote maatschappelijke opgaven waar gemeenten voor staan, van belang dat gemeenten inwoners vroegtijdig en zorgvuldig betrekken bij vraagstukken.
Tegen die achtergrond voorziet de wet in de eerste plaats in een verbreding van de verplichtingen voor gemeenten. Gemeenten moeten inwoners op grond van de wet niet meer alleen bij de voorbereiding van beleid betrekken, maar ook bij de uitvoering en evaluatie daarvan (artikel 150, eerste lid, van de Gemeentewet). In de memorie van toelichting is bovendien opgemerkt dat inspraak lang niet het enige middel voor gemeenten is om inwoners bij het maken van beleid en de uiteindelijke besluitvorming te betrekken. De wet beoogt in de tweede plaats dus dat gemeenten hun inspraakverordening vervangen door een participatieverordening en dat zij daarin meer recht doen aan alle verschillende middelen die er voor participatie zijn. Tot slot bevat de wet een bepaling over het uitdaagrecht. Uit artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet volgt dat gemeenten in de nieuwe participatieverordening niet alleen moeten voorzien in de wijze waarop gemeenten inwoners bij het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van gemeentelijk beleid betrekken, maar aan inwoners en maatschappelijke partijen ook de mogelijkheid moeten bieden zelf het initiatief te nemen. Geregeld is dat gemeenten in de participatieverordening de voorwaarden moeten bepalen waaronder
8
Inboeknummer 8107621_02
inwoners en maatschappelijke partijen taken van de gemeente kunnen uitvoeren. Dit betreft zowel het uitvoeren van de eigen taken van de gemeenten (artikel 150, derde lid, onder a), als het uitvoeren van de taken die aan de gemeenten in medebewind zijn gegeven (artikel 150, derde lid, onder b). Dit laatste voor zover dat niet in strijd is met de wet. Invulling participatieverordening In de wet is niet voorgeschreven welke middelen voor participatie gemeenten precies in hun participatieverordening moeten opnemen. Verder zijn gemeenten ook vrij in de voorwaarden die zij aan de toepassing van het uitdaagrecht verbinden. Het is dus aan gemeenten om een afweging te maken hoe zij de participatieverordening precies in willen vullen. Bij die afweging zal in de eerste plaats aandacht moeten zijn voor de wensen die er binnen de gemeente, en onder de inwoners, ten aanzien van participatie zijn. Daarnaast zal een gemeente echter ook rekening moeten houden met de kosten of andere middelen die met de uitvoering van de verordening gemoeid zijn en wat de uitvoering van de verordening van de ambtelijke organisatie vraagt. Bijvoorbeeld als het aankomt op de houding en het gedrag, maar ook als het op de planning van besluitvormingsprocessen aankomt.
Dat hierin een zorgvuldige afweging wordt gemaakt is van groot belang, want de invulling die een gemeente aan de participatieverordening geeft, heeft gevolgen voor de verwachtingen die de inwoners en de maatschappelijke partijen van de gemeente hebben. Als een participatieverordening uiteindelijk niet uitvoerbaar is, bijvoorbeeld vanwege de kosten en ambtelijke capaciteit die de uitvoering vraagt, dan betekent dit dat die verwachtingen waarschijnlijk niet worden waargemaakt en dat heeft ook gevolgen voor het vertrouwen van inwoners en maatschappelijke partijen in de overheid in het algemeen en de gemeente in het bijzonder. Tegen die achtergrond is er in deze verordening in de eerste plaats voor gekozen om de kennis en ervaring van de inwoners, organisaties en andere belanghebbenden binnen de gemeente zoveel mogelijk te benutten en dit ook in alle stappen van het beleidsproces te doen. Vanaf het bepalen van de agenda tot aan de voorbereiding, besluitvorming, uitvoering en evaluatie van het gemeentelijk beleid. In deze verordening zijn daartoe de spelregels voor inwonersparticipatie opgenomen. Dat wil zeggen dat het gaat om een kader voor de wijze waarop inwoners, organisaties en andere belanghebbenden op initiatief van de gemeente bij het beleidsproces worden betrokken. Verder biedt de verordening ruimte aan het uitdaagrecht.
Er zijn in de verordening voorwaarden opgenomen waaronder de gemeente het uitdaagrecht toepast en de verordening voorziet ook in een procedure bij het indienen van een verzoek daartoe.
9
Inboeknummer 8107621_02
B Aan artikel 1 van de toelichting wordt toegevoegd: Maatschappelijke organisaties Op grond van de wet kunnen ook maatschappelijke partijen om toepassing van het uitdaagrecht vragen. In de wet is echter geen definitie van dit begrip opgenomen. Het is dus aan de gemeente om deze groep af te bakenen. In deze verordening is ervoor gekozen de nadruk te leggen op de lokale binding. Verder houden we de definitie ‘maatschappelijke organisaties’ omdat beter aansluit bij de andere begrippen in onze verordening. Inhoudelijk wordt echter hetzelfde bedoeld als de wettelijke term. Onder maatschappelijke organisaties vallen organisaties die als doel hebben om een actieve bijdrage aan de samenleving in de gemeente te leveren, ongeacht de rechtsvorm waarin deze zijn georganiseerd. Ondernemingen zonder winstoogmerk kunnen daar ook onder vallen als zij lokale binding hebben. Ondernemers in algemene zin echter niet. Er moet een maatschappelijke component zijn. Er kan bij maatschappelijke organisaties onder meer worden gedacht aan lokale verenigingen of stichtingen, woongroepen, buurtpreventieteams, vrijwilligersorganisaties, buurtcomités en inwonerscollectieven. Uitdaagrecht Voor de definitie van uitdaagrecht is aangesloten bij artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet. Op grond daarvan kunnen inwoners en maatschappelijke partijen een verzoek doen om gemeentelijke taken over te nemen.
C Artikel 2 van de toelichting wordt als volgt gewijzigd: 1. Het opschrift komt te luiden: Artikel 2 Onderwerp inwonersparticipatie en uitdaagrecht 2. Het eerste lid van de toelichting komt te luiden: Eerste lid Uitgangspunt in de verordening is dat de bestuursorganen binnen de gemeente, elk ten aanzien van hun eigen taken en bevoegdheden, bepalen of inwonersparticipatie plaatsvindt en of het mogelijk is het uitdaagrecht toe te passen. Dit vanzelfsprekend behoudens die gevallen waarin de wet tot participatie of toepassing van het uitdaagrecht verplicht. D Na artikel 4 van de toelichting wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd:
10
Inboeknummer 8107621_02
Hoofdstuk 3 Uitdaagrecht Artikel 5 Verzoek toepassing uitdaagrecht Eerste lid Toepassing van het uitdaagrecht begint, ongeacht het bestuursorgaan dat bevoegd is, met een verzoek aan het college. Hiervoor is gekozen zodat het indienen van een verzoek laagdrempelig is en ook centraal ontvangen wordt. Tweede en derde lid In het verzoek moet in ieder geval de uit te voeren taak omschreven worden, de reden waarom de indiener deze taak wil overnemen en het resultaat dat de indiener met het overnemen van de taak wil bereiken. Daarbij levert de indiener ook specifieke informatie aan met betrekking tot de uitvoering van de over te nemen taak. Denk aan informatie over de kosten of andere middelen die daarmee gemoeid zijn. Ook levert de indiener een indicatie van het draagvlak onder belanghebbenden aan. Vierde lid Als aanvullende informatie nodig is om op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht te reageren of het verzoek niet compleet is, kan het college deze informatie opvragen. Het ligt voor de hand dat het college dan met de indiener in gesprek gaat. Artikel 6 Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht Eerste en tweede lid Het college neemt alle verzoeken om toepassing van het uitdaagrecht in ontvangst en zendt deze door aan het bevoegde bestuursorgaan. Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op verzoek voor.
Derde lid Het bevoegde bestuursorgaan moet het verzoek onder bepaalde omstandigheden afwijzen. In dat verband is een aantal uitzonderingsgronden opgesomd. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid. Vierde lid Er is een aantal omstandigheden genoemd waaronder het bestuursorgaan het verzoek kan afwijzen. Het is dan aan het bestuursorgaan om een afweging te maken welke belangen zwaarder wegen. Vijfde en zesde lid In het artikel is een termijn opgenomen waarbinnen op het verzoek moet worden gereageerd. Het bestuursorgaan moet de reactie onderbouwen en ook openbaar maken
11
Inboeknummer 8107621_02
Artikel 7 Uitvoering taak Als het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht wordt toegewezen, maakt het bestuursorgaan afspraken met de indiener over de uitvoering van de taak en ook welke stappen er volgen als de afspraken niet worden nagekomen. Het ligt voor de hand deze afspraken vast te leggen in een overeenkomst. E De artikelen 5, 6 en 7 van de toelichting worden vernummerd tot artikelen 8,9 en 10 Artikel III Dit besluit treedt in werking op de dag volgend op haar bekendmaking. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van ... 2026. De griffier, De voorzitter,
12