Raadsvoorstel transformatie ROW
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer: 20bst01777 Beslisdatum B&W: 8 december 2020 Dossiernummer 20.50.551
Transformatie Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties Raadsvoorstel (ROW) Inleiding In dit voorstel vragen wij u een nieuwe Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE vast te stellen (hierna: het ROW). Aanleiding voor ons voorstel is een evaluatie van het functioneren van het ROW in het begin van dit jaar. De evaluatie heeft aan het licht gebracht dat de deelnemende gemeenten het ROW nog steeds beschouwen als een waardevol instrument om de economische ontwikkeling van het Stedelijk Gebied Eindhoven te bevorderen. Wel is uit gesprekken met de gemeenten, Brabantse OntwikkelingsMaatschappij (hierna: BOM), provincie en partijen die gebruik maken van het fonds, gebleken dat er verbeteringen in de toegankelijkheid van het fonds nodig zijn. De nieuwe verordening voorziet in die behoefte. De gelegenheid is tevens aangegrepen om enkele technische verbeteringen aan te brengen in zowel de aanvraagprocedure alsook in de governance. Dit laatste heeft te maken met het wegvallen van de BOM en het toetreden van de provincie als deelnemende partij. In april 2018 is het ROW van start gegaan met als ambitie: het gebiedsgericht stimuleren van bestaande (werk) locaties en innovatie door het financieel ondersteunen van kansrijke herontwikkelingsprojecten op bedrijventerreinen.
Het ROW is in zijn huidige opzet een samenwerking tussen de negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) en de BOM. Het fonds zet in op het gebiedsgericht stimuleren van (werk)locaties en innovatie. Belangrijke overweging daarbij is dat het aanbod op bestaande terreinen lang niet altijd aansluit op de behoeften van bedrijven. De negen gemeenten en de BOM vonden het destijds van belang om nieuwe innovatieve ontwikkelingen op bestaande bedrijventerreinen - waar nodig - te faciliteren. Dat leidt tot werkgelegenheid, versterking van de concurrentiepositie en het geeft een kwaliteitsimpuls aan bestaande terreinen. Het fonds ondersteunt vastgoedprojecten op bestaande bedrijventerreinen, die zonder een (financiële) impuls niet gerealiseerd kunnen worden. Voorwaarde is dat een project bijdraagt aan de herontwikkeling van een locatie. Daarnaast werden projecten getoetst op een aantal economische criteria: vergroten werkgelegenheid, bevorderen van innovatie, versterking van ketens van toeleveranciers en versterking van bestaande c.q. nieuwe clusters en campussen. Op 11 april 2017 heeft uw raad unaniem ingestemd met het totaalpakket Programmering Bedrijventerreinen Stedelijk Gebied, bestaande uit drie maatregelen: 1. Programmering bedrijventerreinen SGE 2016; 2. Financieel Arrangement; 3. Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties (ROW).
Inboeknummer 20bst01777
De programmering bedrijventerreinen SGE 2016 had kort gezegd betrekking op het hanteren van een marktgerichte benadering bij het vaststellen van locaties waar een regionale behoefte aan bedrijfsterreinen bestond. Het financieel arrangement behelst het hanteren van een gezamenlijke vereveningsmethodiek bij het enerzijds uit de markt halen van bedrijfslocaties door de ene gemeente en anderzijds het ontwikkelen van een bedrijfslocatie in een andere gemeente. De besluitvorming over het ROW gaat niet zoals de twee andere onderdelen van het totaalpakket over nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen, maar over bestaande locaties. Om de mismatch tussen vraag en aanbod op deze locaties zoveel als mogelijk uit te vlakken, besloten de negen SGE-gemeenten en de BOM de handen ineen te slaan en een gezamenlijk fonds op te richten met een totale omvang van 8 miljoen euro. Door de 50%-cofinancieringsconstructie, leggen de deelnemende bedrijven zelf nog eens eenzelfde bedrag bij. De negen gemeenten hebben in de vorm van een garantstelling gezamenlijk 4 miljoen euro toegezegd (bijdrage gemeente Eindhoven is € 1.640.000,-). Het ROW is in beginsel een revolverend fonds, hetgeen inhoudt dat het geld dat als lening wordt uitgezet, na terugbetaling weer opnieuw kan worden ingezet voor projectaanvragen van andere bedrijven.
Het streven is erop gericht om het fonds voor tenminste 50% revolverend te laten zijn.
Wettelijke taak
Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college
Onvermijdelijk
Doelstelling 1. Het ROW-fonds heeft als beoogd doel: het gebiedsgericht stimuleren van bestaande (werk) locaties en het bevorderen van innovatie door het financieel ondersteunen van kansrijke herontwikkelingsprojecten op bedrijventerreinen. 2. Het verruimen van subsidiemogelijkheden en de toegankelijkheid van het fonds zodat het beoogde doel beter wordt bereikt, met als gevolg een grotere bijdrage aan de economische ontwikkeling van de regio. 3. Het beter controle en toezicht kunnen houden op het bereiken van de doelstellingen van het ROW door een verbeterde governance structuur. Voorstel Wij stellen u voor: 1. de Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 november 2017, in te trekken; 2. vast te stellen de Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE (2021), conform bijgevoegd ontwerp; 3. de bevoegdheid tot het nemen van een beslissing op een aanvraag om subsidie, te delegeren aan de stichting ROW; 4. kennis te nemen van een gewijzigde opzet van de governance van het ROW.
2
Inboeknummer 20bst01777
Argumenten 1.1. Huidige subsidieverordening sluit niet meer aan bij het te transformeren ROW Met uw besluit van 28 november 2017 heeft u (net zoals de andere acht SGEgemeenten) de subsidieverordening ROW vastgesteld en heeft u verder besloten geen wensen en bedenkingen aan ons kenbaar te maken over de voorgenomen deelname van de gemeente Eindhoven aan de stichting ROW. Het oprichten van die stichting was nodig om de deelnemende gemeenten te verenigen zodat zij als één aandeelhouder konden optreden in de opgerichte ROW B.V. Deze nieuwe rechtspersoon werd belast met het in behandeling nemen en beoordelen van aanvragen van ondernemers voor een ROW-subsidie. De aandelen in deze B.V werden voor 50% gehouden door de BOM en voor 50% door de SGE-gemeenten, verenigd in de Stichting ROW. Het ROW is anderhalf jaar na de start geëvalueerd. De evaluatie heeft samen met een marktconsultatie aan het licht gebracht dat er alle reden is het fonds voort te zetten. De resultaten zijn wel wat achtergebleven bij de verwachtingen, vooral omdat de criteria om in aanmerking te komen, te beperkend waren geformuleerd. In de periode tot aan november 2019 zijn in totaal 10 aanvragen om subsidie in de vorm van een geldlening of borgstelling bij het fondsmanagement ingediend. Daarvan zijn er twee uitgemond in een beschikking, waarvan er één heeft geleid tot een financieringsovereenkomst.
Ongeveer 75% van de aanvragen voldeed niet aan de voorwaarden en moest daarom worden afgewezen. De evaluatie heeft duidelijk gemaakt dat het nodig is om de subsidiemogelijkheden wat te verruimen. Als oorzaak voor de achterblijvende resultaten is vanuit de markt en het fondsmanagement aangedragen dat de subsidieregeling een stapeling van doelstellingen kende en een flink aantal voorwaarden die contraproductief werken. Meer specifiek werden de volgende knelpunten ervaren: Streven naar innovatieve oplossingen kan op gespannen voet staan met de verplichting dat in ‘stenen’ geïnvesteerd moet worden. Het voorstel is om het ROW in te blijven zetten voor projecten die tastbare effecten sorteren, maar om dit niet alleen van toepassing te laten zijn op de gebouwen zelf. Realisatie van verduurzaming en / of innovatieve maatregelen die op / aan of in een gebouw plaatsvinden, worden daarbij ook mogelijk. Streven naar innovatieve oplossingen kan op gespannen voet staan met de locatie waar de investeringen verplicht moeten plaatsvinden (vanwege de toepassing van een limitatieve lijst met werklocaties). Het voorstel is om de lijst met locaties als uitgangspunt te handhaven, maar in de regeling op te nemen dat er wel flexibiliteit mogelijk is door per casus de mogelijkheid op te nemen om een andere werklocatie goed te keuren.
Doorlooptijd van het komen tot een aanvraag is voor de aanvragers tegelijkertijd een beperking in de duidelijkheid die zij kunnen geven aan mede-financiers. Meer bekendheid voor de regeling is nodig bij (mede-)financiers en betrokken SGE-gemeenten, opdat zij aanvragers tijdig hierop kunnen wijzen. In een aantal gevallen werd de huidige minimale projectomvang van € 2.000.000,- en daarmee een eigen bijdrage van € 1.000.000,- (zijnde 50% van de projectomvang) als te hoog ervaren. Het verlagen van de minimale
3
Inboeknummer 20bst01777
projectomvang naar € 500.000,-, en daarmee een lagere fondsdrempel (wordt dan: € 250.000,-), kan dus leiden tot een groter aantal aanvragen. 2.1. De nieuwe opzet van het ROW behoeft een nieuwe subsidieverordening Met een gewijzigde verordening worden de subsidiemogelijkheden verruimd. Samengevat voorziet de verordening straks in: Het oplossen van leegstand als één van de doelen van het ontwikkelfonds; Het verplaatsen van bedrijvigheid als een te subsidiëren activiteit (het credo is daarbij ‘het juiste bedrijf op de juiste plaats’); Het in beperkte mate subsidiëren van haalbaarheidsstudies (onder de noemer ‘develop to invest’); Subsidie niet alleen mogelijk maken voor investeringen in het gebouw zelf, maar ook in tastbare voorzieningen die bijdragen aan een opwaardering en verduurzaming van het gebouw en de werkzaamheden die daarbinnen worden uitgevoerd; Versoepelen van de eisen om voor subsidie in aanmerking te komen, door; •
Het per casus kunnen afwijken van de lijst met aangewezen werklocaties waar het project moet worden uitgevoerd;
•
Duidelijker te stellen dat niet (cumulatief) aan àlle toetsingscriteria hoeft te worden voldaan;
• -
-
Verlagen van de minimale projectomvang van € 2.000.000,- naar € 500.000,-. Subsidietranches (termijnen waarbinnen aanvragen kunnen worden ingediend) worden niet langer gehanteerd. In samenhang daarmee vervallen eveneens de prioriteitscriteria die bij het uitschrijven van dergelijke tranches werden gebruikt. In de nieuwe situatie wordt bij de prioritering van de projecten de datum van het indienen als uitgangspunt genomen. Daarbij blijft het subsidieplafond (maximum bedrag aan te verstrekken leningen) gehandhaafd op € 7.500.000,-. Verlagen van de minimale subsidiehoogte in verband met het verlagen van de minimale projectomvang en de eigen bijdrage. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 50% van de projectomvang. De totale projectomvang is verlaagd naar tenminste € 500.000,- (was: € 2.000.000,-). Daarmee bedraagt de subsidiehoogte nu minimaal € 250.000,- (was: € 1.000.000,-). De maximale subsidiehoogte is vastgesteld op € 2.500.000,- per aanvraag.
3.1. De nieuwe opzet van het ROW leidt tot aangepaste beslissingsbevoegdheid In de huidige opzet heeft ROW BV de bevoegdheid tot het nemen van een beslissing op een aanvraag voor subsidie. Omdat in de nieuwe governance-structuur wordt voorgesteld om ROW BV op te heffen, is de Stichting ROW de aangewezen rechtspersoon om deze beslissingsbevoegdheid aan te verlenen (zie ook argument 1.4.). 4.1. De nieuwe opzet van het ROW behoeft een nieuwe governance-structuur De BOM heeft aangegeven uit de samenwerking te willen stappen. Enerzijds omdat de resultaten te ver zijn achtergebleven bij de verwachtingen. Anderzijds omdat de BOM ervoor heeft gekozen om bijdragen aan ruimtelijk-economische projecten op bedrijventerreinen, af te bouwen. Deze sluiten niet meer aan bij hun strategische
4
Inboeknummer 20bst01777
doeleinden. Dit betekent dat zij zowel haar rol als aandeelhouder in de ROW B.V. wenst te beëindigen, alsook haar rol als financier van het ontwikkelfonds. Omdat de provincie Noord-Brabant belang hecht aan een verbetering van de kwaliteit van werklocaties, heeft zij aangegeven dat zij de financiering van het fonds wenst over te nemen. Zonder dat zij gaat deelnemen in de Stichting ROW, krijgt de provincie een rol als subsidieverstrekker aan het fonds. Intentie is om de financiële middelen te verkrijgen van de BOM. Door het wegvallen van de BOM als deelnemer in de ROW B.V. hebben wij ons de vraag gesteld of het opportuun is die B.V. te handhaven als subsidieverstrekkende instantie. Wij stellen vast dat die meerwaarde er niet langer is. Het ligt veel meer voor de hand de taken en bevoegdheden van de ROW B.V. over te hevelen naar de Stichting ROW. Inmiddels hebben wij samen met de andere colleges besloten de procedure in gang te zetten om die overname van de rol van de ROW B.V. door de gelijknamige stichting formeel te regelen. Uiteraard is dat gebeurd onder voorbehoud van een positief besluit van uw raad op ons voorstel tot het vaststellen van een nieuwe verordening ROW. De gelegenheid nemen wij dan tevens te baat om via gewijzigde statuten de stichting meer sturingsmogelijkheden op de doelstellingen van het ROW te geven.
Deze wijziging is ingegeven door de wens van bestuurders om dichter bij de praktijk betrokken te zijn en kortere lijnen met de fondsmanager te onderhouden. Dat zal de regievoering ongetwijfeld ten goede komen. De stichting zal in de nieuwe opzet een dagelijks bestuur kennen dat terzijde wordt gestaan door een adviescommissie. Die commissie bestaat niet langer uit alleen externen, maar ook uit ambtelijk medewerkers van de gemeenten en de provincie. De adviescommissie komt eveneens terug in de nieuwe verordening die wij thans ter vaststelling aan u voorleggen. Kanttekeningen In de nieuwe organisatiestructuur verandert de rol van de stichting. Zij functioneert niet langer als aandeelhouder in een B.V., maar als een bestuursorgaan dat besluiten neemt over subsidieaanvragen. De portefeuillehouder Economie neemt zitting in het bestuur van de stichting. Dat bestuur gaat straks over het beoordelen van een aanvraag. In theorie kan dat problemen opleveren doordat de portefeuillehouder zowel de belangen van de gemeente dient als ook die van de stichting. Het gevaar van belangenverstrengeling of althans van een spagaatvorming ligt op de loer. Reden waarom in een gemeentelijk deelnemingenbeleid veelal een sterk voorbehoud wordt gemaakt om gemeentelijke bestuurders af te vaardigen naar een bestuur van een verbonden partij. Zo ook in de gemeente Eindhoven.
In de situatie van het ROW hebben wij gemeend een akkoord te geven op deelname van de portefeuillehouder aan het stichtingsbestuur. De reden daarvoor is dat de stichting enkel en alleen uit overheidspartijen bestaat die met dezelfde doelstelling en aan de hand van een uniform toetsingskader subsidies kan verlenen aan private partijen. Onder die omstandigheden achten wij het gevaar van belangenverstrengeling verwaarloosbaar en kunnen wij instemmen met de deelname.
5
Inboeknummer 20bst01777
Kosten Het voorstel heeft geen financiële consequenties voor de bijdrage van de gemeente aan het ROW. Die blijft zoals die was. Deze bijdrage is via een subsidie verstrekt aan de ROW BV. Na het uittreden van de BOM via een aandelenoverdracht naar de Stichting, zal de ROW B.V. middels een juridische fusie verdwijnen in de Stichting. Met deze juridische fusie zal deze lening ook onder algemene titel overgaan naar de Stichting. De omvang van het ROW wordt gehandhaafd op het huidige niveau doordat de provincie de financiële verplichtingen van de BOM overneemt. Uitgangspunt bij die transactie is dat de BOM de resterende middelen die zij nog gereserveerd heeft voor opname in het ROW zal overdragen aan de provincie. De provincie maakt die bijdrage vervolgens als subsidie over aan de stichting ROW. Dit is de uitkomst van overleg tussen de Gedeputeerde van de provincie en de bestuurlijk trekker van het ROW. Wel zullen er via de stichting kosten gemaakt worden om de uittreding van de BOM notarieel te regelen. Te noemen vallen de wijziging van de statuten, aandelenoverdracht, opheffing van de ROW BV etc. Die kosten worden gedekt uit de reguliere ROWbegroting. In die begroting is een bedrag gereserveerd voor uitvoeringskosten. Communicatie Communicatie over het ROW vindt centraal vanuit het SGE plaats.
Dit betekent dat er een bericht wordt opgesteld namens alle gemeenten, wat nadat alle colleges hebben ingestemd met het voorstel kan worden gecommuniceerd. Planning en uitvoering Bij een akkoord van alle colleges op onderhavig voorstel, zullen volgtijdelijk de nodige besluiten door de diverse partijen in procedure worden gebracht. Daarvoor is een ‘spoorboekje’ samengesteld. Door het aanhouden van de volgorde van besluiten in dat spoorboekje, worden rechten en verplichtingen geëerbiedigd en veilig gesteld. Evaluatie Niet van toepassing. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: •
Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE (2021)
De bijlage wordt meegestuurd De bijlagen liggen ter inzage in de leeskamer
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven, , secretaris.
6
Inboeknummer 20bst01777
Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 december 2020; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 19 januari 2021; gelet op de nadere toelichting van 22 januari 2021; gelet op de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; besluit: 1.
2. 3. 4.
de Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 november 2017, in te trekken; vast te stellen de Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE (2021), conform bijgevoegd ontwerp; de bevoegdheid tot het nemen van een beslissing op een aanvraag om subsidie, te delegeren aan de stichting ROW; kennis te nemen van een gewijzigde opzet van de governance van het ROW.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 januari 2021.
J. Verbruggen, griffier.
7