Raadsvoorstel Strategie gescheiden inzameling huishoudelijk afval
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer Dossiernummer B&W beslisdatum
21bst00300 21.11.752 16 maart 2021
Raadsvoorstel Strategie gescheiden inzameling huishoudelijk afval Inleiding De hoeveelheid restafval in Eindhoven is al jaren meer dan 200 kg per inwoner per jaar met een scheidingsrendement van 50%. Daarmee voldoet Eindhoven niet aan de VANGdoelstelling: 100 kg restafval per inwoner per jaar en een scheidingsrendement van 75%. Eindhoven heeft tot nog toe geen (extra) stappen gezet om de hoeveelheid restafval te reduceren, omdat de verwachtingen van het Renescienceproject hoog gespannen waren. In een zienswijze op dit project ( 1 februari 2017) heeft de raad van Eindhoven geconstateerd “dat de Renescience-techniek de best passende keuze is om een grote stap (indicatief 25%) te bereiken in het terugdringen van restafval”. In februari 2020 heeft het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Cure echter besloten het Renescienceproject te beëindigen. Het project paste niet binnen de kaders van de gemeenten Eindhoven, GeldropMierlo en Valkenswaard (coalitieakkoord 2018 – 2022 en de zienswijzen van de raden van Eindhoven, Geldrop-Mierlo en Valkenswaard). Het dagelijks bestuur van Cure heeft een (ambtelijke) Taskforce aangesteld om een advies te geven over het vervolg. Parallel ontstond een gezamenlijk Brabants1 initiatief voor samenwerking op nascheiding, met een mogelijkheid tot realisatie van een Nascheidingsinstallatie (NSI).
Het Brabants Initiatief is toe aan een volgende fase, het samen met andere gemeenten uitwerken van een samenwerkingsvorm, die een gezamenlijke aanbesteding voor een NSI in gang gaat zetten (start 2e helft 2021). Ook is van belang dat daarbij aangegeven wordt het volume van het in te brengen restafval. De vraag om voortzetting ligt voor bij de gemeenten die deelnemen aan het initiatief.
Behalve dit middellange/langetermijnperspectief op het reduceren van de hoeveelheid fijn restafval heeft Eindhoven ook behoefte aan een alternatieve strategie om door middel van (intensivering van) bronscheiding de hoeveelheid restafval op korte termijn te verminderen. Eindhoven heeft opdracht gegeven om te verkennen wat de mogelijkheden hiervoor zijn. Uit deze verkenning blijkt dat Eindhoven moet focussen op de deelstromen GFT, oud papier en karton, en verpakkingsafval. Eindhoven werkt aan een gezonde en toekomstbestendige groei van de stad. Onderdeel daarvan is toewerken naar een circulaire economie. De afvalstrategie draagt daaraan bij.
1
Initiatiefnemers: provincie Noord-Brabant, ’s-Hertogenbosch, Meierijstad, Oss, Tilburg, Helmond, Eindhoven Geldrop-Mierlo en Valkenswaard.
Inboeknummer 21bst00300
Wettelijke taak Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college De gemeente heeft beleidsvrijheid
Onvermijdelijk
Doelstelling De hoeveelheid restafval substantieel verminderen in 2025 door meer deelstromen van goede kwaliteit gescheiden in te zamelen. Voorstel 1. Vast te stellen: doestelling 150 kg fijn restafval per inwoner in 2025.
2.
Vast te stellen: Strategie gescheiden inzameling huishoudelijk afval met de uitgangspunten: a. De kwaliteit van deelstromen is belangrijker dan de kwantiteit; b. Alleen gebruik maken van bestaande technieken; c. Voorsorteren op de ontwikkeling voor de langere termijn, waarin restafval wordt nagescheiden; d. Het stadscentrum vraagt in verband met verdichting een aparte, nader uit te werken aanpak (zie beslispunt 6).
3.
Met het oog op de langere termijn, deel te nemen aan het Brabants Initiatief Nascheiding: a. door een principe uitspraak te doen over een hoeveelheid aan te leveren fijn restafval voor nascheiding. Voor Eindhoven gaat het om 50.000 ton/jaar; en b. met andere deelnemende gemeenten, een samenwerkingsvorm verder uit te werken, gericht op een gezamenlijke aanbesteding; en c. een businesscase voor nascheiding uit te werken en aan de raad voor te leggen.
4.
De respons voor groente-, fruit en tuinafval, oud papier en karton en verpakkingsafval te verhogen door de volgende aanpassingen in het inzamelsysteem: a. Inzameling van groente-, fruit en etensresten in de hoogbouw met een verzamelcontainer en zakjes; b. Inzameling van oud papier en karton bij laagbouwwoningen met minicontainers; c. Waar mogelijk handhaven van de inzameling van oud papier en karton bij de hoogbouw met inpandige rolcontainers; d. Inzameling van oud papier en karton bij overige hoogbouwlocaties met ondergrondse containers; e. Uitbreiden van het aantal containerlocaties voor inzameling van verpakkingsafval.
5.
De hoeveelheid fijn restafval op korte termijn te reduceren door middel van het nascheiden van verpakkingen uit het restafval van de hoogbouw. a. Contract sluiten met Attero voor nascheiden van restafval uit de hoogbouw;
6.
Het huidige afvalinzamelingssysteem in het stadscentrum toekomstbestendig te maken door: a. Het inzamelsysteem voor huishoudelijk afval in de binnenstad te integreren in het stedenbouwkundige ontwerp; b. Onderzoek te doen naar een nieuw systeem voor de inzameling van bedrijfsafval in het stadscentrum.
2
Inboeknummer 21bst00300
Argumenten 1.1 Analyse toont aan dat een doelstelling van 150 kg fijn restafval per inwoner per jaar in 2025 haalbaar is. De huidige doelstelling is 5% restafval in 2023. Het streven was om in 2020 100% recycling te realiseren. Deze doelstelling was ingegeven door de verwachtingen over het Renescienceproject. Dit project is begin 2020 beëindigd, waardoor de doelstelling niet haalbaar is. De gemeente heeft daarom opdracht gegeven om te verkennen wat de mogelijkheden voor de korte termijn zijn om de hoeveelheid restafval te reduceren. De totale hoeveelheid restafval is 234 kg per inwoner2. Dit is inclusief de hoeveelheid grof huishoudelijk afval. De hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval is 203 kg per inwoner (Benchmark Huishoudelijk Afval, peiljaar 2018). De gemeente Eindhoven heeft PwCStrategy& de mogelijkheden om restafval te reduceren laten verkennen. Deze verkenning schat dat een verhoging van de respons van de drie deelstromen kan leiden tot een de reductie van de hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval met 47 kg per inwoner tot 156 kg per inwoner in 2024. Uit de benchmark Huishoudelijk Afval blijkt dat de gemiddelde hoeveelheid restafval, van die gemeenten die qua percentage hoogbouw en qua inzamelstrategie vergelijkbaar zijn met Eindhoven, 153 kg fijn huishoudelijk restafval per inwoner per jaar is.
Analyse van de nieuwe maatregelen (zie beslispunt 4) laat een effect op de reductie van fijn huishoudelijk restafval zien van 53 kg per inwoner. 150 kg per inwoner (zie bijlage Effect van de maatregelen) is dus een realistische, haalbare doelstelling voor 2025.
2.1 De kwaliteit van deelstromen is belangrijk voor de recycling. Kwaliteit heeft te maken met de aanwezigheid van verontreinigingen in de deelstromen; stoffen en materialen die niet in de deelstroom thuishoren. Diverse rapporten wijzen erop dat kwaliteit van deelstromen cruciaal is voor de afzet ervan, en dus ook voor de recycling. In augustus 2018 is binnen het programma VANG-hha onderzoek gedaan naar de kwaliteit van deelstromen. Aanleiding waren signalen van gemeenten, inzamelaars, verwerkers en andere stakeholders dat de kwaliteit verslechterde. Het gemeentelijk afvalbeleid moet de nadruk niet alleen op kwantiteit leggen, maar ook op kwaliteit van gescheiden ingezamelde afvalstromen.
2 Alle cijfers hebben betrekking op 2018.
3
Inboeknummer 21bst00300
2.2 De maatregelen voor de korte termijn (zie beslispunt 4) sorteren voor op nascheiden van restafval. De maatregelen voor de korte termijn zijn bedoeld om met het huidige inzamelsysteem en de huidige technieken meer deelstromen gescheiden in te zamelen. Voor de deelstromen gft/gfe en oud papier en karton geldt dat de maatregelen ook effectief en nodig zijn bij nascheiding. Voor verpakkingen geldt dat het huidige inzamelsysteem bij nascheiding weliswaar overbodig is geworden, maar op korte termijn veel kan bijdragen aan de reductie van de hoeveelheid restafval. 3.1 Het Brabantse initiatief biedt de mogelijkheid om de hoeveelheid restafval verder te reduceren. Nascheiding als aanvulling op bronscheiding biedt goede kansen om de hoeveelheid restafval verder omlaag te brengen, vooral in stedelijke gebieden. Uit een marktconsultatie, uitgevoerd in opdracht van het Brabants initiatief, blijkt dat marktpartijen met bestaande, bewezen nascheidingstechnieken 15%-30% meer herbruikbare grondstoffen kunnen terugwinnen. Met name door verpakkingen (plastics, metaal, drankkartons (PMD)) en keukenafval uit het restafval te halen. Op langere termijn zien zij daarnaast kansen om ook incontinentiemateriaal en textiel uit het restafval te halen. 3.2 Samenwerking van gemeenten is nodig om het Brabants initiatief te laten slagen.
Uit de marktconsultatie blijkt ook dat voor een rendabele nascheidingsinstallatie (NSI) 150 kiloton restafval nodig is. Daarom is het noodzakelijk dat de initiatief nemende gemeenten een samenwerkingsverband aangaan om waarborg te bieden voor de betrokkenheid van de gemeenten en voor de levering van de benodigde hoeveelheden restafval. Het besluit onder voorstel 3 ligt op dit moment voor bij alle gemeenten die tot op dit moment deelnemen aan het nascheidingsinitiatief. Daartoe is een gezamenlijke notitie opgesteld, die als bijlage bij dit voorstel is gevoegd. Als er genoeg deelnemende gemeenten een vervolgstap willen zetten (conform voorstel 3) en ook aangeven welke tonnages opportuun zijn in de samenwerking in te brengen, kan een vervolgstap worden gezet. Wij informeren u vanzelfsprekend over de voortgang van dit proces. 3.3 Nascheiding van restafval is gericht op de periode na afloop van het huidige verbrandingscontract. De Brabantse gemeenten hebben een verbrandingscontract dat op 31 januari 2028 afloopt. Het contract verplicht gemeenten hun restafval aan te bieden. Omdat het contract geen hoeveelheidsverplichting heeft, staat het hun vrij om de hoeveelheid restafval zo veel als mogelijk is te beperken. Vandaar de maatregelen voor de korte termijn in dit voorstel.
De resterende contractperiode biedt voldoende tijd om een NSI te realiseren (door een marktpartij), zodat met ingang van 1 februari 2028 het restafval kan worden nagescheiden. Uit de marktconsultatie blijkt dat dit mogelijk is tegen kosten die vergelijkbaar zijn met de huidige (zie kosten). Het besluit onder voorstel 3 ligt op dit moment voor bij alle tot op dit moment deelnemende gemeenten aan het nascheidingsinitiatief. Daartoe is een gezamenlijke notitie opgesteld, die als bijlage bij dit voorstel is gevoegd. Als er genoeg deelnemende gemeenten een vervolgstap willen zetten (conform voorstel 3) en ook aangeven welke tonnages opportuun zijn in de samenwerking in te brengen, kan een vervolgstap worden gezet. Wij informeren u vanzelfsprekend over de voortgang van dit proces.
4
Inboeknummer 21bst00300
4.1 Het inzamelingssysteem moet vooral inzetten op een gebruiksvriendelijk inzamelsysteem. Gescheiden inzameling vereist medewerking van inwoners. Voor het veranderen van gedrag zijn drie factoren bepalend: Motivatie (wil iemand het?), Capaciteit (kan iemand het?) en Gelegenheid (laten de omstandigheden het toe?). Hoewel een grote motivatie om te willen veranderen een sterk punt is bij gewenste gedragsverandering, wordt de factor G daarbij vaak onderschat. G is vaak een stimulerende of juist remmende factor. Van de drie factoren is G de factor waar de gemeente de grootste invloed op heeft. Dat de concrete maatregelen voor aanpassing van het inzamelingssysteem in dit raadsvoorstel hebben daarom het gemak voor de burger als uitgangspunt. De factoren M en C zijn persoonsafhankelijke factoren. Deze moeten een rol spelen bij het opzetten van de communicatie over de invoering van de concrete maatregelen. 4.2 Gescheiden inzameling van groente-, fruit en etensresten, oud papier en karton en verpakkingen biedt de beste mogelijkheden om de hoeveelheid restafval op korte termijn te reduceren. Deze drie deelstromen hebben de grootste potentie om de hoeveelheid restafval te reduceren. Bovendien zijn maatregelen om de respons voor deze drie deelstromen te verhogen relatief makkelijk in te voeren.
De andere deelstromen, zoals glas, textiel en gevaarlijk afval, worden nu gescheiden ingezameld. Er is geen reden om de inzamelmethode voor deze deelstromen te veranderen. De maatregelen worden door middel van uitvoeringsbesluiten krachtens de Afvalstoffenverordening Eindhoven 2020 ingevoerd. De maatregelen zijn in de bijlage Infographic gevisualiseerd. In de bijlage Effect van de maatregelen staat per deelstroom het effect van de verschillende maatregelen. De gegevens over de deelstromen zijn afkomstig uit de Benchmark Huishoudelijk Afval, peiljaar 2018. 4.3 Groente-, fruit en tuinafval: respons verhogen door invoeren gescheiden inzameling in de hoogbouw. De hoeveelheid groente-, fruit en etensresten in het restafval van Eindhoven is gemiddeld 67 kg per inwoner. Dit is (theoretisch) de maximale bijdrage van deze deelstroom aan de reductie van de hoeveelheid restafval. Eindhoven heeft in 1999 besloten af te zien van gescheiden inzameling van groente-, fruit en etensresten in de hoogbouw. Het Besluit gescheiden inzameling van huishoudelijk afval (1 juli 2020 van kracht) verplicht gemeenten nu overal “bioafval” gescheiden in te zamelen, tenzij dat technisch niet haalbaar, of buitensporig duur is. Gescheiden inzameling van groente-, fruit en etensresten bij de hoogbouw levert een substantiële verhoging van de respons op.
De meeste gemeenten die groente-, fruit en etensresten bij de hoogbouw inzamelen, doen dat met een verzamelcontainer. Het gebruik van papieren zakjes, waarin het groente-, fruit en etensresten enkele dagen in huis bewaard wordt, vergroot daarbij het gebruiksgemak voor bewoners. Het zakje wordt in de verzamelcontainer gedaan.
5
Inboeknummer 21bst00300
4.4 Oud papier en karton: respons verhogen door middel van minicontainers in de laagbouw en verzamelcontainers bij de hoogbouw. De hoeveelheid oud papier en karton in het Eindhovens restafval is 29 kg per inwoner. Dit is (theoretisch) de maximale bijdrage van deze deelstroom aan de reductie van de hoeveelheid restafval. Eindhoven heeft ervaring met de inzameling van oud papier en karton in de laagbouw met minicontainers. De hoeveelheid oud papier en karton die gescheiden wordt aangeboden/ingezameld, neemt behoorlijk toe. 4.5 Verpakkingsafval: respons verhogen door middel van uitbreiding brengsysteem. De respons bij verpakkingsafval is 6 kg per inwoner, terwijl de hoeveelheid in het restafval 31 kg per inwoner is. Dus slechts 13% van het verpakkingsafval wordt gescheiden aangeboden/ingezameld. Eindhoven zamelt verpakkingsafval in door middel van een brengsysteem, vergelijkbaar met glas. Het huidige aantal locaties met verzamelcontainers is 72. Met een uitbreiding daarvan kan de respons verhoogd worden. Uit onderzoek (VANG huishoudelijk afval, Onderzoek inzamelsystemen PMD) blijkt dat ook de inzamelstrategie voor restafval (laagbouw) van belang is voor de kwaliteit van ingezameld verpakkingsafval. De ‘Eindhovense’ combinatie, een brengmethode voor verpakkingsafval en minicontainers voor restafval, scoort met een zuiverheid van 89% goed op kwaliteit.
Uitbreiding van het huidige systeem met extra wijkcontainer verhoogt de respons. 5.1 Restafval: reductie op korte termijn door middel van nascheiden van het fijn restafval uit de hoogbouw. De hoeveelheid fijn restafval is 203 kg per inwoner. Nascheiden van restafval is een manier om op korte termijn grondstoffen, met name verpakkingsafval, terug te winnen. Uit een marktverkenning3 blijkt dat de huidige vrije nascheidingscapaciteit weliswaar beperkt is, maar wel voldoende om het restafval uit de hoogbouw (ongeveer 20.000 ton per jaar)te kunnen verwerken. 6.1 Het huidige inzamelingssysteem in het stadscentrum is niet optimaal. De afvalinzameling legt op de inzameldagen een relatief groot beslag op de openbare ruimte. Dat geeft vooral in het stadscentrum problemen. Huishoudelijk afval wordt met ondergrondse containers ingezameld. Bedrijfsafval wordt op verschillende manieren en door verschillende inzamelaars ingezameld. Oud papier en karton wordt in het centrum ‘los’, dat wil zeggen zonder inzamelmiddel ingezameld. Het merendeel hiervan is afkomstig van bedrijven. 6.2 Een nieuw afvalinzamelingssysteem in het stadscentrum biedt (ook) kansen voor een betere kwaliteit van de openbare ruimte. Voor een gezonde stad moet de openbare ruimte beschikbaar zijn voor ontmoeten, spelen, actief verplaatsen, sporten, et cetera.
Het bestaande inzamelsysteem voor huishoudelijk afval, moet bij de beoogde verdichting uitgebreid worden en zal een (nog) groter beslag op de openbare ruimte leggen. De beoogde
3 KplusV, Nascheiding in Noord-Brabant, scenario-analyse, 28 september 2020
6
Inboeknummer 21bst00300
nieuwbouw biedt echter ook kansen. In verschillende steden wordt geëxperimenteerd met andere inzamelmethoden, bijvoorbeeld met aparte (inpandige) ruimtes voor inzamelmiddelen. 6.2 De gemeente kan meer regie voeren op de inzameling van bedrijfsafval. Hoewel bedrijfsafval in principe de verantwoordelijkheid van de bedrijven is, wordt in verschillende steden bedrijfsafval in het stadscentrum ingezameld onder regie van de gemeente. De Afvalstoffenverordening Eindhoven 2020 biedt hiervoor mogelijkheden, bijvoorbeeld door dagen en tijden vast te stellen waarop bedrijfsafval mag worden aangeboden/ingezameld. Kanttekeningen 3.1 Overschakelen op nascheiding van verpakkingen kan negatieve gevolgen hebben voor de scheiding van andere deelstromen. Uit gedragsstudies blijkt dat wanneer een gemeente een nieuw systeem voor bronscheiding introduceert, dit een kans is om het algemene scheidingsgedrag te verbeteren. Maar het kan ook een slechter scheidingsgedrag tot gevolg hebben, bijvoorbeeld bij overschakelen van bronscheiding naar nascheiding. In het plan voor een nascheidingsinstallatie is het de bedoeling dat de bronscheiding van verpakkingen wordt afgeschaft. Op korte termijn inzetten op bronscheiding van verpakkingen en vervolgens overgaan op nascheiding zijn twee tegengestelde signalen. Dit kan ten koste gaan van de motivatie van bewoners, ook voor de scheiding van andere deelstromen.
Na realisatie van de nascheidingsinstallatie wordt de gescheiden inzameling van verpakkingen afgeschaft. Goede en tijdige communicatie is cruciaal om het scheidingsgedrag op peil te houden (of te verbeteren). 4.1 Bewoners van laagbouwwoningen krijgen een extra minicontainer voor oud papier en karton. In de laagbouw worden drie deelstromen aan huis ingezameld: restafval, groente-, fruit en tuinafval en oud papier en karton. De eerste twee met minicontainers, de laatste (nog) in bundels en/of dozen. Het voorstel zorgt ervoor dat de huis-aan-huisinzameling op één manier gebeurt: met minicontainers. De nieuwe minicontainer voor oud papier en karton kost weliswaar extra ruimte in de tuin/plaats, maar daar staat tegenover dat het oud papier en karton niet meer twee weken in huis hoeft te worden bewaard totdat het wordt ingezameld. Positief is ook dat de openbare ruimte schoner blijft (minder zwerfvuil bij winderig weer) en dat het papier droog blijft (beter voor de afzet). Onze ervaring in de Bennekel, Rapelenburg en Blaarthem is dat bewoners in het begin wel enige moeite hebben met het nieuwe inzamelmiddel, maar dat ze het snel accepteren. Goede, directe communicatie met bewoners is cruciaal gebleken. 4.2 De inzet van verenigingen bij de inzameling van oud papier en karton verandert.
In delen van de stad ondersteunen verschillende verenigingen Cure bij de inzameling van oud papier en karton. Hiervoor ontvangen zij een vergoeding, die onafhankelijk is van de hoeveelheid oud papier en karton die zij inzamelen. Het werk van de beladers is zwaar. De invoering van minicontainers in de laagbouw en ondergrondse containers in de hoogbouw betekent een aanzienlijke verlichting. En de rol van de beladers verandert navenant. De invoering van de nieuwe inzameling vergt enige tijd (zie planning: 1 à 2 jaar). Wanneer gestart wordt in die delen van de stad waar de verenigingen
7
Inboeknummer 21bst00300
niet inzamelen, is er tijd om met hen te overleggen over hun nieuwe rol. Uitgangspunt is dat de verenigingen die nu oud papier en karton inzamelen niet worden geraakt. 6.1 De verdichting van de binnenstad verergert de huidige knelpunten. De openbare ruimte moet tijdens de venstertijden ‘gedeeld’ worden met andere gebruikers. De afvalinzameling in het stadscentrum is daardoor niet optimaal uit oogpunt van milieubelasting en kosten. Maar ook de (on)veiligheid van winkelend publiek als gevolg van zwaar verkeer in een voetgangersgebied vereist meer aandacht. De extra woningen kunnen niet met de huidige ondergrondse containers bediend worden; uitbreiding van het aantal ondergrondse containers is niet mogelijk vanwege de beperkte ruimte in de ondergrond. Het risico is dat knelpunten zoals bijplaatsingen toenemen. Kosten Onderstaande uitwerking betreft een uitwerking op hoofdlijnen. Jaarlijks worden bij de Begroting de afvaltarieven van de gemeente geactualiseerd, op basis van de dan geldende begroting van Cure met daarin de bijdrage van de gemeente Eindhoven, en o.b.v. de begroting van Taakveld 7.3 Afval van de gemeente. De effecten op de tarieven als geschetst in dit voorstel worden in de hoogte van deze tarieven zichtbaar. Cure werkt elke voorgestelde maatregel uit in een businesscase en neemt die op in zijn begroting. a.
Lange termijn: nascheiding De Brabantse gemeenten hebben een contract voor de verbranding van restafval dat op 31 januari 2028 afloopt. Het ‘kale’ verbrandingstarief is € 48,77 per ton. Het tarief inclusief verbrandingsbelasting (€ 33,15 per ton) en transport (€ 8,25 per ton) en overslag (€ 7,68 per ton) is € 97,85 per ton. Bij een nieuwe aanbesteding, voor de periode na 1 februari 2028, zullen de tarieven naar verwachting meer dan verdubbeld zijn (zie RIB nascheidingsinitiatief). Dit is het gevolg van gestegen marktprijzen, een verhoging van de verbrandingsbelasting en de invoering van een CO2-heffing (in 2024 circa € 10 oplopend tot € 50 in 2030). Het kostenvoordeel van nascheiding is aanzienlijk: vermeden verbrandingsbelasting en CO2heffing. Het Brabants initiatief concludeert uit de marktconsultatie dat de kosten van nascheiding € 100 à € 110 per ton zijn. Door in te zetten op nascheiding kunnen de kosten na 31 januari 2028 op hetzelfde peil blijven als de huidige kosten voor verbranding, maar met een hoger scheidingsrendement. De businesscase voor nascheiding wordt separaat aan de raad voorgelegd. b. Korte termijn: maatregelen voor meer bronscheiding De twee belangrijkste kostensoorten voor de berekening van de afvalstoffenheffing zijn: inzamelkosten; verwerkingskosten.
De inzamelkosten worden verdeeld over het aantal huishoudens, de verwerkingskosten over het aantal inwoners. De afvalstoffenheffing wordt als volgt berekend: a. eenpersoonshuishouden: één keer inzamelkosten plus één keer verwerkingskosten; b. tweepersoonshuishouden: één keer inzamelkosten plus twee keer verwerkingskosten;
8
Inboeknummer 21bst00300
c. d.
driepersoonshuishouden: één keer inzamelkosten en drie keer verwerkingskosten; vier- en meerpersoonshuishouden: één keer inzamelkosten en 4,2 keer verwerkingskosten (de gemiddelde gezinsgrootte is 4,2 per huishouden).
De maatregelen zijn pas in 2025 geheel uitgevoerd. Het kostenoverzicht heeft op dat jaar betrekking (gebaseerd op het huidige prijspeil). De kosten zijn sterk afhankelijk van de effectiviteit van de maatregelen. Scenario A: alle maatregelen zijn 100% effectief (theoretisch). De inzamelkosten stijgen met € 1,6 miljoen, ofwel € 14 per huishouden. De verwerkingskosten dalen met € 3,9 miljoen, ofwel € 17 per inwoner. Effect op het tarief afvalstoffenheffing Eenpersoonshuishouden Tweepersoonshuishouden Driepersoonshuishouden Vier- en meerpersoonshuishouden
-€ 2 -€ 19 -€ 36 -€ 56
De reductie van de hoeveelheid restafval is 80 kg per inwoner. Scenario B: de effectiviteit van de maatregelen varieert per maatregel en deelstroom. De effectiviteit is gebaseerd op (gemiddelde) ervaringen bij andere gemeenten. Effectiviteit van de maatregelen Groente-, fruit en tuinafval Oud papier en karton Oud papier en karton Verpakkingen Effect op de kosten
Verzamelcontainer met zakje minicontainer laagbouw Ondergrondse container hoogbouw extra wijkcontainers
50% 80% 60% 50%
totaal (x miljoen) vaste kosten
€ 1,9
€ 18
per huishouden
variabele kosten
-€ 2,7
-€ 12
per inwoner
Effect op het tarief afvalstoffenheffing Eenpersoonshuishouden Tweepersoonshuishouden Driepersoonshuishouden Vier- en meerpersoonshuishouden
€6 -€ 6 -€ 17 -€ 31
De reductie van de hoeveelheid restafval is 52 kg per inwoner. Scenario B is een realistisch scenario, dat uitgevoerd wordt. Communicatie Elke verandering aan de inzameling van huishoudelijk afval moet goed uitgelegd worden. Voor daadwerkelijke invoering van elke (de) maatregel(en) is cruciaal dat bewoners uitgebreid geïnformeerd worden over de achtergrond en het doel van de maatregel(en). En dat geldt zeker ook voor de ‘omschakeling’ naar (meer) nascheiding op termijn. De meest effectieve principes voor afvalscheiding zijn het bieden van een handelingsperspectief en gemak. Mensen die al afvalstromen scheiden zijn waarschijnlijk sneller gemotiveerd om ook nieuwe afvalstromen te scheiden, dan mensen die niet of
9
Inboeknummer 21bst00300
nauwelijks afval scheiden. Het delen van kennis en het bieden van een goede inzamelstructuur is dan genoeg om een goede start te maken met het inzamelen van de nieuwe afvalstroom. Dit principe is van belang voor de invoering van gescheiden inzameling groente-, fruit en etensresten in de hoogbouw. Campagnes worden effectiever met een goede analyse van onder meer de doelgroep, het gewenste gedrag, hindernissen voor afvalscheiding en een analyse en uitwerking van de meest effectieve interventies. Hoe specifieker een boodschap gericht is op het gewenste gedrag van de doelgroep, hoe effectiever. Aandacht voor de kwaliteit van de deelstromen is een belangrijk onderdeel van de boodschap. Planning en uitvoering De maatregelen, onderbouwd met businesscases, worden door middel van uitvoeringsbesluiten krachtens de Afvalstoffenverordening Eindhoven 2020 ingevoerd. De maatregelen kunnen niet allemaal tegelijk worden ingevoerd. Ze kosten tijd vanwege aanbestedingen en het verkrijgen van draagvlak bij bewoners. In de verdere uitvoering wordt uitgewerkt hoe we samen met de inwoners in de komende jaren de geïdentificeerde doelen en effecten willen gaan bereiken. We zetten in op een dynamisch uitvoeringsprogramma, positief en gebiedsgericht. Waarbij iedereen, inwoners, gemeente, bedrijven, wordt gevraagd een bijdrage te leveren.
We bevorderen motivatie, organiseren capaciteit en maken gelegenheid gemakkelijk en normaal. De resultaten worden regelmatig gemonitord en noodzakelijke verbeteringen doorgevoerd. Met deze bron aanpak van afval dragen we aantoonbaar bij aan circulaire en gezonde samenleving. Deelstroom Groente-, fruit en etensresten (hoogbouw) Oud papier en karton (laagbouw) Oud papier en karton (hoogbouw) Verpakkingen (laagbouw en hoogbouw)
Maatregel Zakje met verzamelcontainer
Doorlooptijd (jaren) 1
Minicontainer
1
Ondergrondse container
2
Extra wijkcontainers
0,5
Evaluatie De raad wordt via de normale P&C-cyclus op de hoogte gehouden van de effecten van de maatregelen. De doelstelling van 150 kg restafval per inwoner per jaar in 2025 wordt geëvalueerd en aangepast aan de nieuwe inzichten op basis van de businesscase voor de nascheiding van restafval. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Effect van de maatregelen • Strategie gescheiden inzameling huishoudelijk afval • Infographic Afvalstroom verandering Eindhoven • Gezamenlijke notitie nascheidingsinitiatief
10
Inboeknummer 21bst00300
• • • •
Alternatieve afvalstrategie gemeente Eindhoven, hoofdrapport Alternatieve afvalstrategie gemeente Eindhoven, bijlagenrapport Benchmark Huishoudelijk Afval, vergelijking gemeenten klasse B, peiljaar 2018 Benchmark Huishoudelijk Afval, vergelijking gemeenten klasse B, peiljaar 2018, bijlagen De bijlage(n) worden meegestuurd De bijlagen liggen ter inzage in de leeskamer
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
11
Inboeknummer 21bst00300
Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 maart 2021; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 13 april 2021; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 20 april 2021; gelet op het aangenomen amendement A6A Minder afval én meer grondstof; gelet op de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; besluit: 1. Vast te stellen: doestelling 150 kg fijn restafval per inwoner en een 65% scheidingsrendement op fijn en grof restafval in 2025. (A6A)
2.
Vast te stellen: Strategie gescheiden inzameling huishoudelijk afval met de uitgangspunten: a. De kwaliteit van deelstromen is belangrijker dan de kwantiteit; b. Alleen gebruik maken van bestaande technieken; c. Voorsorteren op de ontwikkeling voor de langere termijn, waarin restafval wordt nagescheiden; d. Het stadscentrum vraagt in verband met verdichting een aparte, nader uit te werken aanpak (zie beslispunt 6).
3.
Met het oog op de langere termijn, deel te nemen aan het Brabants Initiatief Nascheiding: a. door een principe uitspraak te doen over een hoeveelheid aan te leveren fijn restafval voor nascheiding. Voor Eindhoven gaat het om 50.000 ton/jaar; en b. met andere deelnemende gemeenten, een samenwerkingsvorm verder uit te werken, gericht op een gezamenlijke aanbesteding; en c. een businesscase voor nascheiding uit te werken en aan de raad voor te leggen.
4.
De respons voor groente-, fruit en tuinafval, oud papier en karton en verpakkingsafval te verhogen door de volgende aanpassingen in het inzamelsysteem: a. Inzameling van groente-, fruit en etensresten in de hoogbouw met een verzamelcontainer en zakjes; b. Inzameling van oud papier en karton bij laagbouwwoningen met minicontainers; c. Waar mogelijk handhaven van de inzameling van oud papier en karton bij de hoogbouw met inpandige rolcontainers; d. Inzameling van oud papier en karton bij overige hoogbouwlocaties met ondergrondse containers; e. Uitbreiden van het aantal containerlocaties voor inzameling van verpakkingsafval.
5.
De hoeveelheid fijn restafval op korte termijn te reduceren door middel van het nascheiden van verpakkingen uit het restafval van de hoogbouw. a. Contract sluiten met Attero voor nascheiden van restafval uit de hoogbouw;
12
Inboeknummer 21bst00300
6.
Het huidige afvalinzamelingssysteem in het stadscentrum toekomstbestendig te maken door: a. Het inzamelsysteem voor huishoudelijk afval in de binnenstad te integreren in het stedenbouwkundige ontwerp; a. Onderzoek te doen naar een nieuw systeem voor de inzameling van bedrijfsafval in het stadscentrum.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 28 april 2021.
J. Verbruggen, griffier.
13