CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Reglement en verordening omgevingskwaliteit

Raadsvergadering 23 januari 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Wijzigen Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven2.993 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Inboeknummer 23bst01176 Dossiernummer 23.48.451 B&W beslisdatum 28 november 2023

Raadsvoorstel Wijzigen Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven Inleiding Op 22 september 2021 heeft de gemeenteraad de Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit vastgesteld. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024 gelijktijdig met het in werking treden van de Omgevingswet. In de periode tussen het vaststellen van de Verordening en nu zijn er enkele nieuwe inzichten die aanleiding geven om de Verordening aan te passen. De Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit is verplicht onder de Omgevingswet. Hier is onder meer de adviescommissie en supervisor vastgelegd. Voor de Brainport Innovatie Campus (BIC) is in 2016 een pilot nieuw welstandsbeleid ingesteld door het college van B&W. Hierbij neemt de supervisor alle taken van de commissie over. De supervisor, de ontwikkelaars van BIC en gemeente zijn tevreden over deze vorm van toetsing. We bestendigen de werkwijze voor BIC in de nieuwe verordening. In het centrum handhaven we de bestaande werkwijze met de supervisor en de adviescommissie.

  Wettelijke taak Onder de Omgevingswet is het verplicht een adviescommissie omgevingskwaliteit in te stellen, inclusief een bijpassende verordening adviescommissie omgevingskwaliteit Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college   Onvermijdelijk De instelling van de adviescommissie omgevingskwaliteit hangt samen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Doelstelling De adviesfunctie van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit te continueren onder de Omgevingswet. De huidige Commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft dezelfde adviesfunctie en -rol als de toekomstige adviescommissie omgevingskwaliteit. Adviestaak en

Inboeknummer 23bst01176 samenstelling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit zijn sinds de vernieuwing van het adviesstelsel in 2016 al voorbereid op de vereisten die de Omgevingswet stelt. Het doel is het instellen van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit en het vastleggen van de gewenste werkwijze van zowel de Adviescommissie alsmede de rol van de supervisoren in de Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit. Voorstel 1 Met ingang van 2024 de Adviescommissie Omgevingskwaliteit in te stellen, bestaande uit de leden van de huidige Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en gelijktijdig de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit op te heffen. 2 De Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven te wijzigen conform bijgevoegd ontwerp-raadsbesluit en daarmee: a. de werkwijze van de adviescommissie vast te leggen; b. de werkwijze van de adviseurs vast te leggen; c. de rol en werkwijze van de supervisoren vast te leggen; d. het college de bevoegdheid te verlenen tot het aanstellen van de leden van de commissie; e. voor het gebied Brainport Innovatie Campus een uitzondering op te nemen en daar de afhandeling van plannen volledig door de supervisor te laten plaatsvinden. Argumenten 1.1 De huidige Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is volledig toegerust op de eisen die aan de nieuwe adviescommissie omgevingskwaliteit worden gesteld.

De adviesfunctie en -rol van de nieuwe adviescommissie omgevingskwaliteit zijn (nagenoeg) identiek aan die van de huidige Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De leden zijn aangesteld door de raad en hebben inmiddels ervaring met de adviestaak, kennis van de stad en van de recente ontwikkelingsgeschiedenis. Zij nemen hun expertise mee en worden lid van de nieuwe Adviescommissie Omgevingskwaliteit. 1.2 Het instellen van een volledig nieuwe adviescommissie zou de continuïteit van de ruimtelijke kwaliteitsborging in gevaar brengen en kostenverhogend werken. De huidige leden zijn in 2022 en 2023 geworven en deze leden hebben inmiddels kennis van beleid en de omgeving opgedaan. Door het werven van nieuwe leden zou het kennisniveau weer opnieuw bijgebracht moeten worden. Tevens zou de wervingsprocedure en het inwerken van de nieuwe leden opnieuw doorlopen moeten worden. 2.1 De gewijzigde verordening legt de werkwijze van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit, adviseurs en de supervisoren vast en voldoet aan de Omgevingswet Met de gewijzigde verordening voldoet de gemeente aan de wettelijke taak met betrekking tot de Omgevingswet. De verordening is op maat gemaakt voor de gemeente Eindhoven en passend bij de gewenste werkwijze met een commissie ruimtelijke kwaliteit en supervisoren.

2

Inboeknummer 23bst01176 2.2 In de huidige verordening was de werkwijze van de supervisoren en mandatering niet volledig opgenomen, dit is nu hersteld in de gewijzigde verordening De eerste voorgestelde wijziging heeft betrekking op de afstemming met de supervisoren. De supervisor is een adviseur van het college en adviescommissie. Hij/zij geeft advies over grote ontwikkelingen in de stad, waaronder het Centrumgebied. Er zaten wat hiaten in de huidige verordening ten aanzien van de supervisoren. Bij aanstelling van de laatste supervisor voor het Centrumgebied bleek er onduidelijkheid te zijn met betrekking tot de werkwijze, rolverdeling met commissie en wijze van aanstellen. 2.3 De benoeming van leden van de adviescommissie gaat van de raad naar het college voor meer flexibiliteit Ten tweede wordt voorgesteld het benoemen van nieuwe leden neer te leggen bij het college. De leden van de commissie worden nu nog aangesteld door de raad. Voor het aanstellen van de leden wordt een transparante sollicitatieprocedure doorlopen. In de sollicitatieprocedure worden het college en uw raad niet betrokken. Het aanstellen van de leden door de raad is in de praktijk enkel een formaliteit gebleken. Om uw raad niet onnodig te belasten en om meer flexibiliteit te krijgen bij het (her) benoemen van leden wordt voorgesteld de aanstelling van de leden door het college te laten doen. 2.4.

Voor de Brainport innovaties campus bestendigen we de pilot nieuw welstandsbeleid, waarbij de supervisor alle plannen afhandelt in plaats van de adviescommissie. Voor de Brainport innovaties Campus (BIC) is in 2016 een pilot nieuw welstandsbeleid ingesteld door het college van B&W. Hierbij neemt de supervisor alle taken van de commissie over. De ervaringen zijn positief zowel bij de gemeente (projectteam), de supervisor zelf als de ontwikkelaar. Dit komt doordat de supervisor in een vroeg stadium bij de plannen betrokken wordt en hij de mogelijkheid heeft om de gedachte achter de kaders toe te lichten. De wisselwerking tussen supervisor en betrokken gemeentelijke stedenbouwkundige werkt hierbij complementair. De kaders voor de supervisor zijn het Kwaliteitsboek BIC en het Definitief stedenbouwkundig plan voor BIC fase 2. Gezien de positieve ervaringen willen we deze vorm van de toetsing van BIC in de nieuwe verordening opnemen. Zie voor de begrenzing van BIC bijlage 2. 2.5 De wijzigingen in de verordening zijn opgenomen in bijlage 1 ‘Vergelijking huidige en nieuwe Verordening adviescommissie Omgevingskwaliteit’. De verordening wordt aangepast op de volgende onderwerpen: • erfgoedadvisering • bevoegdheid benoemen leden adviescommissieverwijzing naar de juiste wetteksten • aanstellen en werkwijze supervisoren.

Er zijn wijzigingen en toevoegingen bij de volgende artikelen: 2, 5, 8, 10 , 13 en 14. Een tabel met daarin alle wijzigingen direct overzichtelijk gemaakt vindt u in bijlage 1.

2.6 Het vaststellen en wijzigen van de verordening is een bevoegdheid van de raad

3

Inboeknummer 23bst01176 De eerste verordening is al in 2021 vastgesteld door de raad en treedt per 1 januari 2024 gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. Daarmee voldoen we op tijd aan de eisen van de Omgevingswet. De gemeenteraad stelt de voorliggende gewijzigde verordening vast eind februari 2024. Dit is een aanvulling op enkele onderdelen. Deze gewijzigde verordening treedt in werking na het raadsbesluit en publicatie op www.overheid.nl 2.7 Het Reglement van Orde is een directe uitwerking van de Verordening. In artikel 6 van de Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit is vastgelegd dat het college een Reglement van Orde opstelt en vaststelt vóór de inwerkingtreding van de Verordening. Het college van B&W heeft dit gedaan. Hierin is de werkwijze van de commissie en de wijze van benoeming van leden verder uitgewerkt. Denk b.v. aan de wijze van vergadering, het aantal subcommissies en de rechten & plichten van insprekers. De vergoeding voor de leden van de adviescommissie was voorheen in de raadsverordening opgenomen, we nemen dit nu op in het Reglement van orde. Kanttekeningen 1.1 De benoemingstermijn van de leden blijft gelijk aan die van de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Als datum van benoeming wordt de datum gehanteerd waarop de leden zijn benoemd als lid van de huidige Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.

2.2 Niet wijzigen van de verordening schept onduidelijkheid over de status van supervisor en externe adviseur De huidige verordening kent een aantal hiaten met betrekking tot de supervisoren en externe adviseurs in relatie tot de advisering van de Adviescommissie. Indien de voorgestelde wijziging van de Verordening Commissie Omgevingskwaliteit niet vastgesteld wordt is de verantwoordelijkheid van de advisering niet duidelijk gedefinieerd. Dit kan bij de besluitvorming over de advisering leiden tot onduidelijkheid over de status van het advies van de Adviescommissie. Personele consequenties Het aanstellen van leden heeft geen personele consequenties. De adviescommissie vormt geen onderdeel van het personeelsbestand van de gemeente en vergt geen aanvullende inzet van het personeel. Het uitvoeren van de verordening heeft geen personele consequenties.

4

Inboeknummer 23bst01176 Financiële consequenties Er wordt uitgegaan van hetzelfde aantal leden als de huidige Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en onder dezelfde condities van financiële vergoeding. De benoeming is dus kostenneutraal. Het vaststellen van de Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit en het Reglement van Orde Adviescommissie Omgevingskwaliteit heeft geen financiële consequenties. De kosten voor de Adviescommissie Omgevingskwaliteit zijn opgenomen in de begroting. De kosten voor de supervisoren worden grotendeels doorbelast naar projecten waarbij vaak sprake is van kostenverhaal via anterieure overeenkomsten. Voor het overige deel van de kosten, circa € 10.000, is dekking beschikbaar binnen de begroting taakveld 8.3. Communicatie De verordening is in dit raadsbesluit opgenomen. De verordening wordt na vaststelling gepubliceerd in het gemeenteblad en integraal beschikbaar gesteld op www.overheid.nl. Daarnaast zullen we ook op de website een kort bericht plaatsen. Hier zal ook de nieuwe naam van de commissie worden opgenomen. Planning en uitvoering • 1 januari 2024: inwerking treding nieuwe Adviescommissie Omgevingskwaliteit (en Omgevingswet) • Q1 2024 vaststelling van gewijzigde verordening Omgevingskwaliteit en publicatie Evaluatie De commissie brengt jaarlijks verslag uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar.

In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: • de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; • op welke wijze toepassing is gegeven aan de algemene, gebiedsgerichte en objectgerichte criteria uit de Welstandsnota; • de werkwijze van de commissie; • de aard van de beoordeelde plannen.

5

Inboeknummer 23bst01176 Bijlage(n) Als bijlagen bij dit voorstel behoren: • Bijlage 1 – Toelichting wijzigingen Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit • Bijlage 2 – Planbegrenzing Brainport Innovatie Campus Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, secretaris.

6

Inboeknummer 23bst01176 Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 27 november 23bst01553/7540089; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van d.d. 6 februari 2024 gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet; besluit: I. Met ingang van 2024 de adviescommissie omgevingskwaliteit in te stellen, bestaande uit de leden van de huidige Commissie Ruimtelijke Kwaliteit onder gelijktijdige opheffing van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; II De Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven zoals bekendgemaakt in Gemeenteblad 2021, 450608, als volgt te wijzigen: A. Artikel 2 komt als volgt te luiden: Artikel 2 Taak en bevoegdheden: 1. De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Daaronder wordt in ieder geval begrepen het geven van informatie over de werkzaamheden van de commissie 2.Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1°.

een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2°. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; 3°. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 4°. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit, hieronder valt in ieder geval een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen of slopen van bouwwerken; 5° :een andere activiteit waarvoor in de Erfgoedverordening gemeente Eindhoven Burgemeester en Wethouders de commissie om advies vragen. b. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid,

7

Inboeknummer 23bst01176 van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functieaanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet, dan wel over het aanwijzen van een onroerende zaak of terrein als monument, ingevolge artikel 3 en 6 van de Erfgoedverordening gemeente Eindhoven; c. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het aanwijzen van een onroerende zaak als cultuurhistorisch waardevol object of historisch waardevol kunstwerk, ingevolge artikel 18 van de Erfgoedverordening gemeente Eindhoven; d. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over het ontwikkelen van beleid inclusief de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de maatwerkregels als bedoeld in artikel 4.6 van de wet en de Welstandsnota; e. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over erfgoed, te weten: 1°. bij elke omgevingsplanactiviteit waarbij cultuurhistorische waarden zijn betrokken die op de cultuurhistorische waardenkaart of het omgevingsplan zijn aangegeven; 2°. voor vaststelling of wijziging van de cultuurhistorische waardenkaart, met uitzondering van de archeologische verwachtingsgebieden; 3°.

indien uit een rapport waarin de archeologische waarden van een terrein is vastgesteld, blijkt dat het een archeologisch monument betreft dat resten van een bouwwerk bevat. De commissie adviseert over de inpassing van een archeologisch monument. Tot archeologische monumenten behoren: kerken, kloosters, kastelen en hoeven; f. adviseert de commissie over de uitvoering van het beleid inzake de openbare ruimte; g. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over erfgoed, te weten: 1°. bij elke omgevingsplanactiviteit waarbij cultuurhistorische waarden zijn betrokken die op de cultuurhistorische waardenkaart of het omgevingsplan zijn aangegeven; 2°. voor vaststelling of wijziging van de cultuurhistorische waardenkaart, met uitzondering van de archeologische verwachtingsgebieden; 3° bij de beoordeling van een cultuurhistorisch, bouwhistorisch of tuinhistorisch onderzoek, ingevolge art. 15 van de Erfgoedverordening gemeente Eindhoven 4°. indien uit een rapport waarin de archeologische waarden van een terrein is vastgesteld, blijkt dat het een archeologisch monument betreft dat resten van een bouwwerk bevat. De commissie adviseert over de inpassing van een archeologisch monument. Tot archeologische monumenten behoren: kerken, kloosters, kastelen en hoeven;

8

Inboeknummer 23bst01176 h. voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; i. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over: 1°. het stellen van maatwerkvoorschriften en beeldkwaliteitsplannen in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de bescherming van cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; 2°. stedenbouwkundige plannen en visies voor de fysieke leefomgeving; j. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, te weten regels over reclame in de openbare ruimte; k. De adviescommissie adviseert niet in het plangebied van de Brainport innovatie campus. Daar vindt op basis van een uitzondering zowel de advisering over ontwikkelingen als de afhandeling van bouwplannen volledig door de supervisor plaats. B. Artikel 5, lid 4, komt als volgt te luiden: Artikel 5 Benoeming “4 De voorzitter, de leden en de plaatsvervangers worden in functie benoemd door het college van burgemeester en wethouders. “ C. Artikel 8, lid 2, komt als volgt te luiden: Artikel 8 Beraadslagingen en standpuntbepaling “2.

Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 5.1. van de Wet open overheid ten grondslag te leggen.” D. Artikel 10 komt als volgt te luiden: Artikel 10 Adviseurs van de commissie 1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren en benoemde supervisoren. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2. De commissie kan zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. 4. Een supervisor of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit moeten aan dezelfde eisen voldoen als de leden van de commissie. Deze eisen zijn genoemd in artikel 4, lid 2 en 7. “ E. Artikel 13 komt als volgt te luiden : Artikel 13. Relatie met de supervisor en andere adviseurs

9

Inboeknummer 23bst01176 1. een supervisor wordt door burgemeester en wethouders benoemd voor een gebied of project. In het reglement van orde staat de procedure van werving hiervoor beschreven. 2. De volgende werkafspraken over de afstemming tussen de commissie en supervisoren gelden: a. Ontwikkelingen in een supervisiegebied worden eerst ter beoordeling voorgelegd aan de supervisor en daarna aan de commissie; b. Supervisoren worden eens per kwartaal door de voorzitter van de commissie uitgenodigd om de bestaande en toekomstige ruimtelijke plannen in supervisiegebieden te bespreken met de commissie. c. Een supervisor adviseert niet over erfgoedontwikkelingen, de advisering hierover vindt plaats door de erfgoedleden van de commissie d. Een supervisor of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit moeten aan dezelfde eisen voldoen als de leden van de commissie. Deze eisen zijn genoemd in artikel 4 lid 2 en 6. e. Voor het gebied Brainport innovatie Campus geldt een uitzondering, hier vindt zowel de advisering over ontwikkelingen als de afhandeling van bouwplannen volledig door de supervisor plaats. F. Artikel 14 komt als volgt te luiden: Artikel 14. Vergoeding “De commissieleden en de supervisoren krijgen een vergoeding voor hun werkzaamheden.

De hoogte van de vergoeding is opgenomen in het Reglement van orde onder artikel 6.” III Het besluit onder II treedt in werking een dag na bekendmaking in het gemeenteblad. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering d.d. 20 februari 2023

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13544879/2