Raadsvoorstel pilot bodycam (1)
Tekst van het document
BLANCO
gemeente Eindhoven Inboeknummer 20bst01616 B&W beslisdatum 17 november 2020 Dossiernummer 20.47.651 / 20.47.103_8.
Raadsvoorstel Pilot bodycam Inleiding In handhaving van de lokale veiligheid, leefbaarheid en de naleving van (specialistische) regels, is een belangrijke rol weggelegd voor buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna te noemen: boa’s). De boa die opereert in de openbare ruimte heeft een breed pakket aan bevoegdheden. Het lokale veiligheidsbeleid, gericht op de aanpak van overlast en andere feiten die de leefbaarheid aantasten binnen de openbare ruimte, wordt door de boa’s gehandhaafd. De boa’s krijgen tijdens hun werk regelmatig te maken met verbaal geweld, intimidatie en zelfs fysiek geweld. Dit soort incidenten komen voor bij alle taken die de boa’s uitvoeren en nagenoeg alle boa’s krijgen ermee te maken. Of het nu gaat om het aanspreken van verwarde personen, personen die vuurwerk afsteken of fietsers die door een voetgangersgebied fietsen, er is altijd een risico dat een boa geconfronteerd wordt met agressie. Bestudering van de agressiemeldingen die door de boa’s zijn gedaan, wijst uit dat op alle lokaties in de stad waar zij hun werk uitoefenen agressie tegen boa’s voorkomt. Om met verwarde en/ of overlastgevende personen om te gaan worden de boa’s in het kader van permanente bijscholing getraind en daarnaast heeft de overgrote meerderheid van de boa’s met succes de training mental health first aid afgerond.
Er is in de afgelopen jaren een stijging in het aantal incidenten te zien. De handhaving van de coronamaatregelen heeft tot gevolg dat het aantal agressiemeldingen nog sterker is toegenomen. Het afgelopen half jaar zijn er 45 meldingen gemaakt van incidenten. Twee derde van de meldingen wordt gedaan na escalatie van een situatie waarbij de boa overlastgevende en/ of verwarde personen in de openbare ruimte heeft aangesproken op gedrag, zoals alcoholgebruik waar dat niet toegestaan, wildplassen en verboden samenscholing. Niet alle incidenten worden echter gemeld. Op hoofdlijnen hebben de boa’s te maken met verbale incidenten zoals belediging en bedreiging en fysieke incidenten zoals spugen en mishandeling. De 45 agressiemeldingen zijn als volgt onder te verdelen: Fiscaal parkeren: 5 (controle of de parkeerbelasting (parkeerkaartje) is betaald) Fout parkeren Wegenverkeerswet: 4 (bijv. parkeren op het trottoir of taxistandplaats of zodanig dat hulpdiensten niet ter plaatse kunnen komen) (Brom)fietsen voetgangersgebied: 5 Overlastgevende / verwarde persoon openbare ruimte: 31
Inboeknummer 20bst01616
Vanuit onze rol als werkgever hebben wij een verantwoordelijkheid naar onze mensen. Wij vinden de veiligheid en de veiligheidsbeleving van onze medewerkers van groot belang. Een bodycam kan daarbij helpen. Wij vinden het daarom belangrijk te starten met een pilot bodycam in Eindhoven. Zodat we op basis van onze eigen ervaringen kunnen besluiten of een permanente inzet van de bodycam in Eindhoven functioneel is. De bodycam is een draagbare camera bedoeld om interacties bij (dreigende) escalaties op te nemen. Dit kan preventief en de-escalerend werken en positief bijdragen aan de veiligheid en veiligheidsbeleving van de gemeentelijke handhavers. In de literatuur en wetenschap is geen absolute consensus over de werking van de bodycam, Ook laten diverse evaluatieonderzoeken van gemeenten die zijn overgegaan tot het invoeren van de bodycam geen eenduidig beeld zien. Wel laten de verschillende evaluatieonderzoeken zien dat de veiligheidsbeleving van de boa wordt vergroot en het aantal geweldsincidenten tegen een boa die een bodycam draagt daalt. Bijgaand een citaat uit de brief van het college van B&W aan de raad van de gemeente Utrecht: “In het besluit worden meerdere onderzoeken aangehaald waaruit blijkt dat het aantal incidenten substantieel daalt door het invoeren van de bodycam.
Ook heeft de bodycam een groot draagvlak onder de medewerkers: 88% van de handhavers van VTH heeft aangegeven graag een bodycam te willen. Vorig jaar zijn in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag pilots met de bodycam geweest. Zij hebben de bodycam inmiddels toegevoegd aan het beschermingspakket van hun medewerkers. Uit hun pilots bleken dat de bodycams inderdaad leiden tot minder geweld tegen de handhavers. Dit komt vermoedelijk doordat de meeste mensen zich geremd voelen als zij gefilmd worden en hun gedrag aanpassen.” Het college van B&W van de gemeente Utrecht heeft daarbij nog de volgende achtergrondinformatie verstrekt: “Uit verschillende onderzoeken wordt weergegeven dat de invoering van de bodycam heeft geleid tot een reductie van het aantal incidenten met 20% tot 50%. De evaluatie van Sander Flight ‘Evaluatie bodycams Landelijke Eenheid, Proeftuin bodycams Dienst Infrastructuur (2018)’ concludeert het volgende “Geweld tegen politieambtenaren is gedaald in de twee geografische afdelingen die met bodycams werkten. Het aantal incidenten van lichamelijke agressie en serieuze bedreigingen is gehalveerd.
Tevens is het veiligheidsgevoel verbeterd bij degenen die vaak met de bodycam werkten: hoe vaker de bodycam werd gedragen, hoe groter dat effect.”” De evaluatie van de pilot bodycams in Rotterdam (2019) van Van Rhee, Van Toorn en Flight) noemt de volgende conclusies: • De afspraken over privacybescherming van de BOA’s en de burgers voldeden: er zijn geen klachten of vragen over gekomen; • De bodycams hebben een de-escalerend effect op agressie en geweld door burgers. Er hebben zich geen incidenten voorgedaan door negatieve reacties op de bodycams; • Handhavers voelen zich iets veiliger door de bodycams;
2 2
Inboeknummer 20bst01616
• • •
Er is veel draagvlak onder de medewerkers voor de bodycams en bijna iedereen vindt dat ze onderdeel moeten worden van de standaarduitrusting; De techniek heeft goed gewerkt: de bodycams en de beeldopslag voldeden goed; De spelregels over het wel of niet dragen en het maken van opnames moeten beter worden uitgelegd en meer worden nageleefd.
De veiligheid van onze medewerkers, de toename aan geweldsincidenten en de conclusies uit evaluaties van andere gemeenten zijn aanleiding om nu te komen met het voorstel tot invoering van een pilot bodycam. Waarbij we gebruik zullen maken van de resultaten van de bovenstaande en andere pilots en de resultaten van de inzet van bodycams in gemeenten waar die permanent is ingevoerd.
Doelstelling De bodycams worden in het kader van goed werkgeverschap ingezet ter bevordering van de bescherming van de veiligheid van de boa.
Voorstel 1. Instemmen met een pilot van 1 jaar tot uitbreiding van de uitrusting van de boa met een bodycam.
Argumenten 1.1 Het gebruik van de bodycam door boa’s verhoogt de veiligheidsbeleving van de medewerkers In verschillende evaluaties bij gemeenten komt naar voren dat een merendeel van de boa’s zich met een bodycam veiliger voelt bij de uitvoering van de werkzaamheden. Een groot deel van de boa’s denkt dat het gedrag van burgers positief beïnvloed wordt door het dragen van de bodycam. Daarnaast komt naar voren dat boa’s met bodycam minder vaak gefilmd worden door omstanders bij de uitvoering van hun werkzaamheden. 1.2 De beelden van een bodycam kunnen bijdragen aan de bewijslast bij een uit de hand gelopen situatie. Uit evaluaties van verschillende gemeenten blijkt dat beeldmateriaal van een bodycam kan bijdragen aan bewijslast bij aangiftes tegen de boa’s en bij aangiftes door boa’s zelf. 1.3 De boa’s zelf en de boa-vakbond staan positief tegenover het toevoegen van de bodycam aan de uitrusting van het boa-uniform. Afgelopen jaar is de intentie uitgesproken vanuit het ministerie van VNJ om de bodycam toe te voegen aan de standaard uitrusting van de boa’s. De boa-bond heeft hier zeer positief op gereageerd. 1.4 Waarborgen voor privacy Het gebruik van de bodycams valt onder het regime van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), omdat het hier gaat om de verwerking van persoonsgegevens in beeld- en geluidsmateriaal.
3 3
Inboeknummer 20bst01616
De verwerking bodycams zal daarom eerst moeten worden opgenomen in het verwerkingsregister van de gemeente. Bovendien wordt het gebruik van de bodycam als een verwerking met hoog privacyrisico gekwalificeerd, volgens de normen van de AVG en de instructies van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Om de bodycam rechtmatig te kunnen gebruiken is daarom eerst een DPIA noodzakelijk. De bodycam mag volgens de AVG pas gebruikt worden als de DPIA positief kan worden afgerond en de daaruit voortvloeiende maatregelen volledig zijn geïmplementeerd. Deze DPIA kan worden gestart na een positief besluit over de pilot en selectie van de aanbieder van de apparatuur. De DPIA-specialisten worden vooraf betrokken bij de keuze voor de specifieke apparatuur. De bodycams worden zichtbaar gedragen door de boa’s. De boa bepaalt zelf op welk moment hij of zij de bodycam inschakelt. Dat kan zijn op het moment net voordat er een situatie dreigt te escaleren, maar ook tijdens een escalatie. De boa geeft vooraf aan betrokkene(n) aan dat de bodycam wordt ingeschakeld. Om de privacy van boa’s en andere personen te waarborgen wordt er na afronding van de DPIA een werkinstructie en uitleesprotocol opgesteld. Onderdelen daarin zijn in elk geval dat de beelden van de opgenomen personen door de bodycam worden geblurd.
Het ontsleutelen van de geblurde beelden kan alleen op last van een officier van Justitie in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. Om te ervoor te zorgen dat de boa de bodycam zo optimaal mogelijk in kan zetten, mogen de beelden nooit door de gemeente worden gebruikt voor functioneringsgesprekken met de boa. De beelden mogen ook niet op een andere wijze door de gemeente tegen de boa zelf worden gebruikt. 1.5 De actualiteit van het handhaven van de coronamaatregelen vraagt om meer maatregelen. Het toezicht op en de handhaving van de noodverordening-Covid-19 leidt tot meer incidenten in vergelijking tot voorgaande jaren, zeker nu de maatregelen na een eerdere versoepeling weer strenger zijn geworden. Ook zien we steeds meer mensen die de noodzakelijkheid van de maatregelen ter discussie stelt. De minister van Justitie en Veiligheid voert op dit moment gesprekken met belangenvertegenwoordigers van de boa’s over verdedigingsmiddelen voor boa’s. Hij heeft op voorhand aangegeven een voorstander te zijn van de bodycam. 1.6. Inzet van de bodycam De pilot richt zich op die situaties waar een bodycam naar onze inschatting het meeste effect zal hebben. Hierbij gaat het dan, op basis van de ervaringen van de boa’s, met name om tijden van de dag en lokaties.
In de loop van de pilot zal hierin variatie aangebracht worden om op basis van de pilot zo goed mogelijk de effectiviteit te kunnen beoordelen. Als basis voor de conclusies van de pilot. Dat betekent ook dat niet alle boa’s tijdens hun werkzaamheden voorzien zullen zijn van een bodycam, maar slechts een beperkt aantal boa’s hiermee wordt uitgerust.
4 4
Inboeknummer 20bst01616
Kanttekeningen 1.1 Uit sommige onderzoeken blijkt dat het gebruik van een bodycam de benaderbaarheid van boa’s vermindert. Uit diverse onderzoeken ten aanzien van pilots bodycams blijkt dat de benaderbaarheid van de boa’s vermindert. Waarschijnlijk heeft dit te maken met de registratie van de burger op camerabeelden.
Personele consequenties Dit voorstel heeft geen personele consequenties.
Kosten De financiering van de pilot (inclusief de evaluatie, zie onder) bedraagt € 45.000,- en komt ten laste van de afdeling Handhaving. De apparatuur wordt gehuurd / geleased voor de duur van de pilot. Voor dit bedrag worden voor de duur van de pilot 12 bodycams aangeschaft die door verschillende boa’s op verschillende taakvelden worden ingezet. Indien de pilot succesvol wordt geëvalueerd, zal moeten worden beoordeeld of structureel geld beschikbaar is. Die afweging vindt na de evaluatie integraal plaats en wordt afgewogen tegen andere financiële claims. De afweging zal voorgelegd worden aan de raad.
Communicatie Het dragen van een bodycam heeft impact op de mensen op straat en op de boa’s zelf. Na besluitvorming zal een communicatieplan voor de start van de pilot worden opgesteld.
Planning en uitvoering Na besluitvorming wordt gestart met het opnemen van de verwerking in het verwerkingsregister en het houden van de vereiste DPIA. Ook zal worden gestart met de inkoop van apparatuur en de opleiding van de gebruiker. De daadwerkelijke start van de pilot zal plaatsvinden nadat de DPIA positief is afgerond en de daaruit voortvloeiende maatregelen volledig zijn geïmplementeerd. De pilot heeft een looptijd van 1 jaar. Wij zullen u door middel van een raadsinformatiebrief informeren over de uitkomsten van de DPIA, de 0-meting en de evaluatie (zie ook het onderdeel ‘evaluatie’ hieronder).
Evaluatie De pilot zal na verloop van een jaar geëvalueerd worden en voorafgaand aan de start van de pilot wordt een 0-meting gehouden. Hierbij zal gebruik gemaakt worden van o.a. de evaluaties in andere gemeenten zoals Amsterdam en Rotterdam.
5 5
Inboeknummer 20bst01616
In de evaluatie in Rotterdam (https://sanderflight.nl/wpcontent/uploads/2020/01/Evaluatie-bodycams-handhavers-gemeente-Rotterdam2019.pdf) werden door het onderzoeksburo de volgende vragen gesteld: • Zijn de handhavers voldoende geïnstrueerd om met een bodycam de straat op te gaan? • Zijn er altijd voldoende werkende bodycams beschikbaar? • Hoe beoordelen handhavers het bedieningsgemak van de bodycam? • Voelen handhavers zich zekerder met een bodycam? • Voelen handhavers zich veiliger met een bodycam? • Heeft het dragen van een bodycam een zelf-disciplinerend effect op de handhavers? • Leidt de inzet van bodycams tot minder geweldsincidenten? Waarbij verhoging van het veiligheidsgevoel bij de handhavers en een positieve gedragsbeïnvloeding van de burger uitgangspunt was. Conclusies van dat onderzoek zijn: • De techniek heeft goed gewerkt: de bodycams en de beeldopslag voldeden goed; • De afspraken over privacybescherming van de boa’s en de burgers voldeden: er zijn geen klachten of vragen over gekomen; • De spelregels over het wel of niet dragen en het maken van opnames moeten beter worden uitgelegd en meer worden nageleefd; • De bodycams hebben een de-escalerend effect op agressie en geweld door burgers.
Er hebben zich geen incidenten voorgedaan door negatieve reacties op de bodycams; • Handhavers voelen zich iets veiliger door de bodycams; • Er is veel draagvlak onder de medewerkers voor de bodycams en bijna iedereen vindt dat ze onderdeel moeten worden van de standaarduitrusting. Een eenduidig antwoord met een harde conclusie wordt niet getrokken door het beperkte aantal respondenten. Wel dat de bodycam de-escalerend werkt. Fysiek geweld kwam gelukkig al zo weinig voor dat daar geen afname is vastgesteld. En er is een afname van bedreigingen, verbale agressie en escalaties. Burgers gedragen zich beter en hierdoor voelen handhavers zich veiliger. Daarnaast geeft het rapport een aantal aanbevelingen waar wij, naast ervaringen in andere gemeenten, goed gebruik van zullen maken bij de uitvoering en evaluatie van de pilot in Eindhoven. En de evaluatie van onze pilot is o.i. positief als we o.a.
kunnen constateren dat: het aantal meldingen van geweldsincidenten bij boa’s met een bodycam lager is dan bij een controlegroep van boa’s zonder bodycam; het aantal incidenten met agressie afneemt; de techniek naar behoren functioneert; de afspraken inzake privacybescherming worden nageleefd; de boa’s in meerderheid aangeven dat de veiligheidsbeleving verbetert door het gebruik van de bodycam; het dragen van een bodycam de-escalerend werkt en een positief effect heeft op het gedrag van burgers als ze aangesproken worden door een boa waarmee het aantal incidenten met agressie afneemt.
6 6
Inboeknummer 20bst01616
De evaluatie zal in opdracht van de afdeling Handhaving worden uitgevoerd door een extern bureau (het buro zal wellicht nog andere vragen / criteria formuleren die gebruikt worden bij de evaluatie) en de uitkomsten worden gedeeld met de raad. Om een goede evaluatie te kunnen maken zal gestart worden met een 0-meting. Het college zal, in het bijzonder vanuit haar werkgeversverantwoordelijkheid, na de pilot en op basis van de evaluatie een afweging maken of de bodycam in Eindhoven deel gaat uitmaken van de uitrusting van de boa’s.
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan.
Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
7 7
Inboeknummer 20bst01616
Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 november 2020; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 19 januari 2021; gelet op de nadere toelichting van 22 januari 2021; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 25 januari 2021; gelet op de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; gelet op het aangenomen amendement A1 Pilot Bodycam;
besluit: 1 2
Instemmen met een pilot van 1 jaar tot uitbreiding van de uitrusting van de boa met een bodycam. Het college legt na afloop van de pilot de inhoudelijke resultaten in de vorm van een evaluatie aan de raad voor. De raad beslist dan mede op basis van deze evaluatie of en zo ja onder welke voorwaarden de bodycam een onderdeel wordt van de reguliere uitrusting van de BOA’s in Eindhoven. (A1)
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 januari 2021.
J. Verbruggen, griffier.
8 8