Raadsvoorstel Lachgas 5e wijziging APV
Tekst van het document
Gemeente Eindhoven
GING
gemeente Eindhoven Inboeknummer 21bst00698 Dossiernummer 21.17.151 B&W beslisdatum 28 april 2021
VIJFDE WIJZIGING ALGEMENE PLAATSELIJKE RaadsvoorstelVERORDENING EINDHOVEN 2021 Inleiding De APV Eindhoven (hierna "APV") wordt jaarlijks geactualiseerd. De jaarlijkse actualisatie staat gepland voor einde 2021. Incidentele wijzigingen die niet kunnen wachten op de jaarlijkse aanpassing kunnen eerder worden voorgelegd. Deze actualisering betreft een wijziging van artikel 2:74a van de APV, van belang en noodzakelijk om de overlast door het gebruik van lachgas tegen te kunnen gaan. Het gebruik van lachgas levert daarnaast ook veiligheidsrisico's op in het verkeer en bij illegale opslag, alsmede een gezondheidsrisico voor gebruikers. Lachgas is een middel waarvan de handel ook gepaard gaat met geweld en andere vormen van (ondermijnende) criminaliteit. Hierover is eerder al van gedachten gewisseld met de raad. Er is landelijk momenteel een algemeen lachgasverbod in voorbereiding, echter dit wordt pas, zo heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna "VNG") op 15 april 2021 in de adviescommissie Gemeenterecht aangegeven - op zijn vroegst verwacht ergens tweede helft 2022. Politie en afdeling handhaving geven aan dat hierop niet gewacht kan worden gegeven de toenemende overlast door lachgas. De VNG geeft aan dat zij voor de aanpak van lachgas artikel 2:74a -dat al facultatief en aanvullend was opgenomen in de model APV- gaat gebruiken.
Er wordt derhalve geen nieuwe bepaling voor gemaakt, maar in de toelichting komt te staan dat onder “daarop gelijkende waar” ook lachgas dient te worden begrepen. Door het huidige artikel 2:74a APV Eindhoven te wijzigen conform de model bepaling van de VNG wordt een goede handhavingsgrond gecreëerd om op te treden tegen incidenten met lachgas. Met dit artikel wordt aldus een strafrechtelijk en bestuurlijk instrumentarium gegeven waarmee gericht kan worden opgetreden in overlast-situaties en bij het tegengaan en voorkomen van ondermijnende criminaliteit. Daarmee is de APV Eindhoven in lijn met de model APV van de VNG.
Inboeknummer 21bst00698
Wettelijke taak
Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Onvermijdelijk
Doelstelling Het wijzigen van artikel 2:74a van de APV Eindhoven in die zin dat ook lachgas onder het verbod komt te vallen. Hiermee wordt politie en andere handhavers een instrument gegeven om te kunnen optreden in daartoe strekkende gevallen. Voorstel Instemmen met de vijfde wijziging van de APV Eindhoven 2021 conform het ontwerpraadsbesluit. Argumenten 1.
Lachgasverbod
De rapportage van Politie Basisteams Eindhoven-Noord en -Zuid van december 2020 betreffende de problematiek rondom lachgas geeft een zorgelijk beeld weer. Hierin is onder meer aangegeven dat de politie Eindhoven-Noord in de periode augustus tot en met oktober 2020 140 registraties heeft opgemaakt van incidenten met lachgas. In Eindhoven Zuid registreerde de politie nagenoeg eenzelfde hoeveelheid registraties in dezelfde periode. De politie geeft aan dat dit een zorgelijke hoeveelheid meldingen van incidenten betreft met betrekking tot lachgas. Dit noopt tot regelgeving op korte termijn. Uit de registraties blijkt dat navolgende drie meldingen van incidenten het meeste voorkomen: 1. ten eerste overlast van jeugd of geluid door personen die lachgas gebruiken. Hierbij gaat het veelal om overlast door het geluid van het vullen van de ballonnen dat gepaard gaat met een hard sissend geluid. Bij het gebruik van lachgas door jeugdgroepen is vaak ook sprake van overlast door hard praten of muziek hetwelk voor overlast zorgt; 2. ten tweede gaat het om het verhandelen van lachgas op de openbare weg, veelal vanuit ‘de kofferbak’; 3. ten derde gaat het om gebruik van lachgas op de openbare weg en/of in het verkeer. Hierbij is de rijvaardigheid van de gebruiker bron van zorg. Het gebruik vindt plaats hangend in de auto waarna de gebruiker vervolgens als bestuurder deelneemt aan het verkeer.
Hetgeen tot gevaarlijke situaties in het verkeer aanleiding geeft.
2
Inboeknummer 21bst00698
De politie geeft voorts aan dat lachgas vaak wordt opgeslagen in onder andere garageboxen. Dit levert voor omwonenden gevaarlijke situaties op. Lachgas is een brand-versnellende stof die in drukhouders wordt opgeslagen. Ook het vervoer in het verkeer van drukhouders met lachgas levert gevaar op als dit niet op een voorgeschreven wijze gebeurt. Daarnaast zijn lachgaskoeriers in Eindhoven meerdere keren overvallen. Dit ging gepaard met (ernstig) geweld en andere vormen van (ondermijnende) criminaliteit. De rapportage van de politie vormt de aanleiding om in de APV Eindhoven zo spoedig mogelijk een bepaling betreffende een lachgasverbod op te nemen. Voorgesteld wordt om artikel 2:74a APV conform de model voorbeeldbepaling van de VNG te wijzigen. Artikel 2:74a -zoals nu opgenomen in de APV Eindhoven- ziet met name op een verbod om op of aan een openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw harddrugs te gebruiken of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen openlijk voorhanden te hebben.
Het te wijzigen artikel 2:74a van de APV conform de nieuwe lijn van de VNG verbiedt het op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. Door het opnemen van de passage "of daarop gelijkende waar" valt ook lachgas hieronder. Met dit gewijzigde artikel wordt aldus een strafrechtelijk en bestuurlijk instrumentarium gecreëerd waarmee gericht kan worden opgetreden in overlast-situaties en bij het tegengaan en voorkomen van ondermijnende criminaliteit. De VNG heeft deze nieuwe koers in de vergadering van de adviescommissie Gemeenterecht dd. 15 april 2021 nader toegelicht en aangegeven dat het tot dan toe facultatieve artikel 2:74a wordt omgezet tot een model bepaling. "Lachgas" valt onder "daarop gelijkende waar". De argumentatie van de VNG voor de koerswijziging is gelegen in het feit dat de huidige model bepaling –artikel 2:48a-, een bepaling die wij overigens niet in onze APV hebben opgenomen, de nodige knelpunten kent. Zowel bewijsrechtelijk als qua handhaving. Artikel 2:74a kent deze knelpunten niet.
De VNG gaf in voormelde vergadering voorts aan dat met de CFT (commissie feiten en tarieven) is afgesproken dat per 1 juli 2021 een feitcode staat op overtreding van artikel 2:74a vanwege lachgas. Dan is er –anders dan bij overtreding van artikel 2:48a APV geen handmatig verwerkt proces-verbaal (een zgn. tik-pv) meer nodig, maar kan dit direct digitaal worden verwerkt en naar het OM worden gestuurd. De VNG gaf tevens aan dat de feitcode er zeker per 1 juli 2021 zal zijn, omdat feitcodes periodiek worden aangepast en 1 juli een gebruikelijk datum daarvoor is. De VNG wilde geen aparte feitcode zetten op 2:48a APV ten behoeve van lachgas. Daarom is de handhaving van dit artikel ook veel omslachtiger en minder efficiënt ten opzichte van artikel 2:74a APV.
3
Inboeknummer 21bst00698
Kanttekeningen 1. Landelijk lachgasverbod Het kabinet is voornemens om het oneigenlijk gebruik van lachgas tegen te gaan door lachgas te plaatsen op lijst II bij de Opiumwet. Hierdoor zal onder meer de verkoop, het afleveren, het verstrekken en het aanwezig hebben van lachgas voor oneigenlijk gebruik verboden worden. Dat heeft een gunstig effect op de mate van overlast in de openbare ruimte. Het streven was om dit voorstel in het voorjaar van 2021, bij de Tweede Kamer in te dienen. Het streven was tevens dat het Lachgasbesluit vervolgens in de tweede helft van 2021 in werking zou treden (kamerstukken 18 december 2020, 24077, nr. 468). Het wetgevingsproces duurt echter volgens de VNG langer dan voorzien. Vanwege de demissionaire status van het kabinet zal het besluit over het tot stand brengen van regelgeving op het gebied van het voorgenomen lachgasverbod worden overgelaten aan een nieuw kabinet. Dit betekent dat naar alle waarschijnlijkheid geen aangepaste regelgeving zal worden ingevoerd voor het voorjaar van 2022. Dit vormt een knelpunt in de effectieve(re) aanpak van de lachgasproblematiek. Bovendien is volgens politie en afdeling Handhaving voldoende noodzaak aanwezig om zo snel mogelijk een handhavingsinstrument (lachgasverbod) ter zake vast te laten stellen.
Kosten De introductie van het lachgasverbod heeft geen personele consequenties, omdat het lachgasverbod wordt gehandhaafd in de reguliere uren. Communicatie Publicatie van de nieuwe bepaling van de APV Eindhoven vindt plaats middels publicatie in het Gemeenteblad, en de geconsolideerde versie van de APV Eindhoven is te vinden op www.overheid.nl. De wijziging wordt ook ter kennis gebracht aan de Officier van Justitie. Planning en uitvoering Uitvoering vindt direct na publicatie plaats. Evaluatie De APV wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd. Hierin wordt ook het hier voorgestelde artikel meegenomen.
4
Inboeknummer 21bst00698
Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Was-wordt-Tabel Wijziging Algemene plaatselijke verordening
De bijlagen worden meegestuurd
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
5
Inboeknummer 21bst00698
Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 april 2021; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 14 september 2021; besluit: Artikel I Artikel 2:74a van de APV Eindhoven komt te luiden: Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.
Artikel II Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 22 september 2021.
J. Verbruggen, griffier.
6