Raadsvoorstel Jaarstukken 2025
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 8184324_03 Dossiernummer 26.23.751 B&W beslisdatum 02 juni 2026
Raadsvoorstel Jaarstukken 2025 Inleiding Voor u liggen de jaarstukken van de gemeente Eindhoven over het jaar 2025. De jaarstukken zijn op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording onderverdeeld in het jaarverslag en de jaarrekening. Het jaar 2025 sluit af met een positief rekeningresultaat van € 36,2 miljoen, een afwijking van 2,3% van de begrote lasten en nagenoeg in overeenstemming met resultaat van € 35,6 miljoen dat we in de concept jaarstukken hebben gemeld. Dit jaar zijn voor het eerst op 1 april de volledige concept jaarstukken aangeboden aan uw raad, volgens de afspraak de jaarstukken aan te bieden voorafgaand aan de kadernota om zo meer logica in de P&C cyclus te krijgen. Omdat we dit jaar geen kadernota kennen, is dit een soort proefjaar geweest. Onze intentie was om de cijfers zo min mogelijk te wijzigen en geen correctieboekingen meer door te voeren als de controleverklaring niet in het gedrang komt. De ervaringen zijn positief en het proces is goed verlopen. We hebben kunnen steunen op onze eigen inschatting van de zorgkosten Jeugdwet en Wmo en de inschatting van de vennootschapsbelasting is in het proces ook naar voren gehaald. De correcties die noodzakelijk waren hebben slechts € 0,6 miljoen resultaateffect gehad en zijn met name voortgekomen uit het werken met het nieuwe financieel systeem.
In de afgelopen weken is daarnaast op verzoek van de accountant nog een aantal toelichtingen aangescherpt en zijn er indicatoren aangevuld die op een later moment nog beschikbaar zijn gekomen. Deze wijzigingen zijn opgenomen in de bijlage ‘Wijzigingen ten opzichte van de concept jaarstukken’. Voor het overige is de inhoud ongewijzigd ten opzichte van de stukken die eerder met u zijn gedeeld. Wij zien voldoende mogelijkheden om deze werkwijze voort te zetten en verder te bestendigen, zodat in 2027 uw raad tijdig in de gelegenheid wordt gesteld het inhoudelijk debat over de concept jaarstukken 2026 voorafgaand aan de kadernota 2028 te voeren. Dit debat richt zich dan vooral op de programmaverantwoording en de realisatie van de afgesproken activiteiten en het voorlopig rekeningresultaat dat hieruit volgt. De formele vaststelling van de jaarstukken 2026 eind juni/begin juli richt zich dan met name op de wijzigingen en de boodschap van de accountant.
Inboeknummer 8184324_03
In de jaarstukken 2025 wordt nader ingegaan op de behaalde inhoudelijke en financiële prestaties. De hoofdlijn (hoofdstuk 1) schetst het algemeen beeld over 2025. Bij de programma’s en taakvelden zijn de behaalde doelstellingen, prestaties en financiële verschillen diepgaander geanalyseerd en toegelicht (hoofdstuk 2). Dit raadsvoorstel verwoord ook onze reactie op het accountantsverslag en legt u een technische resultaatbestemming voor. Wettelijke taak Op basis van de gemeentewet is de gemeente verplicht de door de Raad vastgestelde jaarstukken inclusief controleverklaring en accountantsverslag uiterlijk 15 juli te deponeren bij de Gedeputeerde Staten. Doelstelling Met de jaarstukken leggen wij, als college van burgemeester en wethouders, aan de gemeenteraad verantwoording af over het gevoerde beleid in 2025 en wat dit heeft gekost. De jaarstukken zijn een belangrijk controle-instrument van de Raad. De jaarstukken geven ook inzicht aan burgers, maatschappelijke instellingen en bedrijven in de geleverde prestaties van het afgelopen jaar.
Voorstel 1. Het jaarverslag en de jaarrekening 2025 vast te stellen, sluitend met een positief resultaat van € 36.150.000. 2. Het gerealiseerd resultaat 2025 ad € 36.150.000 als volgt te bestemmen: a. € 171.000 te storten in de saldireserve actuele ontwikkelingen; b. € 6.002.000 te storten in de reserve reserveringen 2025 voortkomend uit voordelen op onderstaande onderwerpen, waarbij de middelen in 2026 worden onttrokken om te worden ingezet voor hetzelfde doel: i. Woningbouwversnelling (€ 3.267.000); ii. Overdracht Anton Coolenlaan (€ 565.000); iii. Kinderopvangtoeslagenaffaire (€ 617.000); iv. Samen voor Jeugd (€ 1.161.000); v. Individuele inkomensafhankelijke toeslag (IIT) (€ 392.000); c. € 29.977.000 te storten in de reserve eigen kapitaal. 3. Het krediet voor herplant van bomen op te hogen met een bedrag van € 732.000, de dekking van de bijbehorende kapitaallasten van maximaal € 25.000 vanaf 2027 in te passen in de meerjarenbegroting. 4. De begroting van de exploitatieprojecten (D, F en G) in 2026 budget neutraal te actualiseren. 5. Het maximum van de reserve Opkomst verkiezingen op te hogen naar € 202.000. 6. De begrotingswijzigingen vast te stellen.
2
Inboeknummer 8184324_03 Argumenten 1.1 De hoofdlijn van het resultaat is in de jaarstukken toegelicht; de financiële effecten uit de jaarstukken worden meegenomen in het proces begroting 2027. Vanwege de overgang naar het nieuwe financieel systeem en de hiermee gepaard gaande nieuwe inrichting en deels andere werkwijze zagen we dat er op een laat moment nog correctieboekingen hebben plaatsgevonden, waarbij niet alles op de goede balanspost was verwerkt. Dit heeft geleid tot de noodzaak van een correctieronde in april om o.a. de verschuivingen tussen balansposten te corrigeren en om de SiSa-bijlagen te laten aansluiten op de financiële administratie. Na de correctieronde zien we ten opzichte van het resultaat op 1 april een afwijking van € 0,6 miljoen, met name veroorzaakt door een onjuiste berekening van een nog te bepalen post (€ 0,4 miljoen) en een dubbel verwerkte boeking (€ 0,2 miljoen). Het resultaat over 2025 na de correcties bedraagt € 36,2 miljoen positief. Dit betreft een afwijking van 2,3% van de begrote lasten en een positieve afwijking van € 30,6 miljoen ten opzichte van de bijgestelde begroting. Voor de Wmo‑ en Jeugdwetkosten is uitgegaan van eigen prognoses, die de afgelopen jaren steeds beter aansluiten op de realisatie volgens de productieverantwoordingen. De BBV- kengetallen geven nadere informatie over de financiële positie van de gemeente.
Hiervoor worden de volgende referentiewaarden gehanteerd:
3
Inboeknummer 8184324_03 De landelijke vergelijkbare cijfers voor 2025 zijn nog niet beschikbaar, daarom presenteren we hieronder het landelijke gemiddelde van 2024 (waarstaatjegemeente.nl). De weerstandsratio is geen verplichte BBV-indicator, hiervan is geen landelijke uniforme databron beschikbaar. NL 2024
Realisatie 2024 Eindhoven
netto schuldquote
41,1%
37,9%
39,0%
57,3%
netto schuldquote gecorrigeerd voor doorleningen
35,4%
36,7%
37,0%
56,0%
solvabiliteitsratio
39,3%
43,9%
41,0%
36,6%
grondexploitatie
5,4%
1,6%
2,0%
2,4%
structurele exploitatieruimte
2,3%
5,3%
0,0%
5,1%
belastingcapaciteit
98,7%
95,0%
95,0%
92,9%
1,5
1,2
1,6
weerstandsratio1
Begroting 2025 Realisatie 2025 Eindhoven Eindhoven
Ten opzichte van de referentiewaarden scoren we gemiddeld (geel) of minst risicovol (groen) in 2025. Qua kengetallen is de conclusie dat we momenteel een positief basisbeeld laten zien en dat de financiële situatie van de gemeente Eindhoven gezond is. We zien doordat we langlopende leningen hebben afgesloten dat zowel de netto schuldquote als de netto schuldquote gecorrigeerd voor doorleningen is toegenomen ten opzichte van 2024. Ondanks de toename is het nog een gezond en goed beheersbaar niveau. De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar verplichtingen te blijven voldoen. We zien in 2025 een lichte daling in de solvabiliteitsratio, samenhangend met het toegenomen bedrag aan langlopende geldleningen, wat resulteert in een percentage net onder het landelijk gemiddelde. Het percentage van 36,6% geeft aan dat de organisatie nog veerkrachtig genoeg is om tegenvallers op te vangen. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe hoog de waarde van de grond is ten opzichte van de totale baten. Door toename van de balanswaarde van bouwgronden in exploitatie stijgt de indicator (en ook het risico). Bij de structurele exploitatieruimte betekent een positief percentage dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
De belastingcapaciteit reflecteert de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing, reinigingsheffing) ten opzichte van het 'redelijk peil'. De weerstandsratio meet of er voldoende buffers zijn voor geïdentificeerde risico’s. Door de toename van de weerstandscapaciteit en de vrijwel gelijk gebleven risico’s is de weerstandsratio ten opzichte van 2024 licht verbeterd en is deze als ruim voldoende te kwalificeren. Er is wel sprake van 2 belangrijke aandachtspunten: de structurele tekorten op het sociaal domein en de financiering in relatie tot de toekomstige investeringen, waardoor we op termijn meer tegen de grenzen van de ratio’s aan zullen lopen. 1 De beoordeling van de weerstandsratio is gebaseerd op gangbare normering (NARIS-model (Nederlandse
Applicatie Risicomanagement Informatie Systeem) en vertaald naar een stoplichtmodel: rood (<1,0), geel (1,0–1,4) en groen (>1,4). Hierbij geldt 1,0 als ondergrens en 1,4 als streefwaarde voor een robuuste financiële buffer.
4
Inboeknummer 8184324_03
1.2 Reflectie accountantsverslag Zoals Deloitte in het accountantsverslag aangeeft verliep de jaarrekeningcontrole opnieuw prettig en constructief, ondanks de hoge werkdruk en de implementatie van ERPx. De analyse en onderbouwing op specifieke onderwerpen zoals Jeugd en Wmo, grondexploitaties en SiSa-verantwoording was van goede kwaliteit, en er is passende aandacht voor fraude en integriteit. Financiële positie en realiteitsgehalte begroting Hoewel de financiële positie op basis van de jaarrekening 2025 in principe gezond is zien we een aantal risico's die onze financiële positie onder druk zetten en die vragen om sturing en keuzes die we samen met uw raad zullen moeten maken. Het resultaat van 35,6 miljoen is positief, maar ook het gevolg van een complex samenspel tussen omvangrijke, vaak vertraagde projecten, incidentele meevallers (o.a. compensatie vanuit het rijk op de tekorten jeugd) en dieperliggende structurele oorzaken. Deloitte stipt deze verschillende items ook aan in het accountantsverslag. Onderbesteding/bijstelling begroting - Een belangrijk onderdeel van onze liquiditeitsprognose zijn de verwachte uitgaven op de investeringen.
Op basis van de uitkomsten van het 213a onderzoek over de realisatiekracht van de ruimtelijke projecten zetten we momenteel aan de hand van een plan van aanpak stappen om proactief te sturen op de inrichting van een meerjarige-, meer realistische investeringsplanning. Om dit structureel te borgen nemen we organisatorische maatregelen op het gebied van projectbeheersing. Het effect hiervan is nog niet direct zichtbaar in de jaarrekening 2025, slechts 51% van de geraamde lasten zijn gerealiseerd. In dit begrotingsjaar 2026 zullen we de meerjarenplanning reeds actualiseren en richting het opstellen van een realistische begroting voor 2027 herijken we opnieuw de geraamde investeringsvolumes. - In de afgelopen jaren is telkens ook sprake geweest van een flink bedrag aan reserveringen: bedragen die niet tot uitgaaf zijn gekomen in het begrotingsjaar maar die nog wel noodzakelijk waren om de beoogde activiteiten uit te voeren. We willen ook daar de planning aanscherpen omdat er in de praktijk ook sprake is van projectmatige activiteiten die over meerdere jaren lopen, mede ook vanuit specifieke uitkeringen van het rijk. - Deloitte beveelt voorts aan te bezien of aan de hand van de 2e turap met een begrotingswijziging op basis van de prognoses de begroting bijgesteld kan worden. Dat geldt zowel voor hogere als lagere uitgaven en inkomsten.
Wij zullen daar bij de 2e turap specifiek aandacht aan geven. Jeugd en WMO Ondanks onze beleidsmatige voortgang staat het sociaal domein financieel onverminderd onder druk. We blijven inspanningen leveren om kosten te beheersen maar de volumegroei en toenemende zorgzwaarte, versterkt door het ‘open-einde’ karakter van veel regelingen maken dit tot een zeer complexe opgave. De Koers Sociaal (2)040 is
5
Inboeknummer 8184324_03 deels geoperationaliseerd in het Transformatieprogramma. Hiermee zetten we in op fundamentele veranderingen in de manier van werken, zoals borging van succesvolle initiatieven uit het Deltaplan Jeugd (o.a. ‘Buurtgezinnen’) en focus op preventie in de Wmo via de opgave ‘Eerst een Thuis’. Ondanks de beleidsmatige stappen, die aansluiten bij de landelijke Hervormingsagenda, zijn de effecten ervan nog niet zichtbaar in de financiële resultaten van 2025. De vraag naar formele zorg en ondersteuning is onverminderd verder toegenomen, wat de noodzaak van maatregelen en de transformatie verder benadrukt. Wij delen met de accountant het belang om voortgang en effect van de transformatiemaatregelen goed te monitoren, onder andere in de P&C-cyclus. De financiële gezondheid van de Jeugd en Wmo op de middellange termijn is naast het succes van het ingezette Transformatie-programma sterk afhankelijk van de ontwikkelingen op het gebied van de rijksfinanciering die nog weinig stabiliteit kent. Dat is overigens een landelijk probleem wat bij nagenoeg alle gemeenten speelt. Inhoudelijk blijft de Koers Sociaal (2)040 ons kompas. Vanuit de druk op de financiën in het sociaal domein adviseert de accountant een onderzoek te starten naar de reikwijdte van het zorgbeleid: wat is wettelijk verplichte zorg en waar is het huidige beleid (bewust of onbewust) ruimhartiger.
Wij pakken dit advies op, werken het uit en nemen dat mee bij de actualisering van de financiële meerjarenstrategie sociaal domein. Oplopende rente- en financieringslasten Door grote investeringsvolumes en aankopen zien we dat de financiering niet meer zal passen in de toekomst en ook de rentelasten zullen stijgen. We komen uit een tijd waar de investeringen gericht waren op het in stand houden van de stad, waarbij marktrente minder relevant was omdat we geen financiering langjarig nodig hadden en waarbij de kasstromen goed voorspelbaar waren. De schaalsprong van de stad leidt tot grootschalige volumes per investering maar ook tot grootschalige uitgaven om de ontwikkeling mogelijk te maken (denk aan de aankoop van panden onder de wet voorkeursrecht gemeenten en BIC). Daarnaast nemen de onzekerheden op de markt toe waardoor de marktrente stijgt. Dit leidt op termijn tot liquiditeitsvragen en oplopende schulden waardoor onze ratio's zullen verslechteren en daarnaast betekent dit een tekort op het rentebudget en minder wendbaarheid in de begroting door de toename van de kapitaallasten. Het volume van de investeringen gaat de komende jaren stijgen op grond van de plannen op meerdere terreinen en de planning van de investeringen en daarmee verbonden bijdragen is door diverse factoren complex. We gaan daarom onze informatiepositie ten behoeve van de treasury aanscherpen.
Daarnaast onderzoeken we momenteel de mogelijkheden om de interne systematiek ten aanzien van rente- en financieringslasten te optimaliseren (binnen de geldende wettelijke kaders). Daarbij brengen we in kaart welke specifieke kaderstelling op dit onderdeel benodigd is om de financiële stabiliteit op lange termijn te borgen. Reserves Er heeft zoals afgesproken met de raad een doorlichting van de reserves en voorzieningen plaatsgevonden. In de auditcommissie van 15 juni 2026 zal er tegelijkertijd
6
Inboeknummer 8184324_03 met de jaarrekening 2025 aandacht worden gevraagd voor de resultaten uit de analyse op de reserves en voorzieningen 2026 die heeft plaatsgevonden. Op basis van deze uitkomsten heeft uw raad ook de mogelijkheid om keuzes te maken over het wel of niet in standhouden van reserves en de “gesloten systemen”. Kwaliteit verantwoordingsproces In zijn algemeenheid is het verantwoordingsproces goed en op planning verlopen. Dat was een stevige opgave omdat dit de eerste jaarrekening met het nieuwe financiële systeem was. In dat proces zijn we dan ook tegen een aantal onverwachte punten aan gelopen, die we mee zullen nemen in de evaluatie ter aanscherping. Ten behoeve van een soepele en efficiënte accountantscontrole kijken we in dat kader ook naar hoe we de beantwoording van vragen kunnen versnellen en verbeteren. Daarnaast zullen we samen met Deloitte nadenken over eventuele aanpassingen in de werkafspraken, de op te leveren stukkenlijst en of de vraagstelling vanuit de accountant aanpassing behoeft, om voor de toekomst te borgen dat het opstel- en controledossier zo accuraat en compleet mogelijk is en het controleproces op een zo efficiënt mogelijke wijze kan plaatsvinden.
Ondanks dat we nadrukkelijk hebben ingezet op verbetering van de kwaliteit van de toelichtingen gedurende het jaar en de uitgevoerde kwaliteitstoets zien we hier nog verdere stappen op nodig zijn. Goede oorzaakanalyses leveren waardevolle inzichten die bijdragen aan het verder ontwikkelen van de kwaliteit en de transparantie van de jaarstukken, maar ook aan het verbeteren van de voorspellende waarde van de begroting en de tussentijdse informatievoorziening. We constateren dat dit een onderwerp betreft waarvoor het realiseren van verbeteringen tijd vergt. We blijven daarom inzetten op het verkrijgen van scherpere oorzaakanalyses. 2a.1 Bij de kadernota 2022 hebben we de reserve actuele ontwikkelingen ingesteld om slagkracht te creëren, aanvulling is gewenst. De reserve is ingesteld zodat het college adequaat kan inspelen op actuele ontwikkelingen en uitvoeringskracht heeft op onderwerpen waarvan het gewenst is dat deze direct ter hand worden genomen in deze tijd. De reserve is ingesteld voor een bedrag van € 1,5 miljoen en vullen we jaarlijks aan tot dit bedrag. Eind 2025 bedraagt de reserve nog € 1.329.000. Om de slagkracht te behouden stellen we voor de reserve ook dit jaar weer aan te vullen tot € 1.500.000. Dit betekent een benodigde storting van € 171.000.
2bi.1 Woningbouwversnelling In 2025 is voor een bedrag van € 3.267.000 aan subsidie voor woningbouwprojecten aan woningbouwcoöperaties door de gemeente beschikt, waar nog niet begonnen is met de bouw. Aangezien deze subsidie pas uitgekeerd kan worden in het jaar dat er ook daadwerkelijk gestart wordt met de realisatie van de woningbouwprojecten (prestatielevering), dient dit bedrag in 2026 ook beschikbaar te blijven.
7
Inboeknummer 8184324_03 2bii.1 Overdracht Anton Coolenlaan In het Raadsvoorstel uitgifte in (afhankelijk) recht van opstal en uitgifte ondergrond in recht van erfpacht Antoon Coolenlaan 1-03 aan Stichting St Anna Zorggroep was opgenomen dat de uitgifte/overdracht naar verwachting in oktober 2025 zou plaatsvinden. Dit is pas in januari 2026 gebeurd. We zien dat hierdoor het boekverlies van € 565.000 ook pas in 2026 wordt genomen. Dit is niet juist maar in overleg met de accountant niet gecorrigeerd. We stellen voor de onttrekkingen aan de reserves Vastgoed Eigenaarsonderhoud en Saldireserve specifiek die ter dekking van het boekverlies zijn gedaan in 2025 naar 2026 over te hevelen om in dit jaar het boekverlies te dekken. 2biii.1 Kinderopvangtoeslagenaffaire Dit bedrag is bestemd voor de afhandeling van de (potentieel) gedupeerden gedurende de periode t/m 2027 en dient beschikbaar te blijven. Het bedrag van € 617.000 wordt in de reserve reserveringen 2025 gestort en door middel van een begrotingswijziging ingezet op het project kinderopvangtoeslagenaffaire in 2026. 2biv.1 Samen voor jeugd Resterende middelen worden voor meerjarige doelen voortkomend uit vastgestelde uitvoeringsplannen en brede inkoopstrategie conform afspraak meegenomen. Het betreft zowel middelen van Eindhoven als de samenwerkende gemeenten binnen Samen voor Jeugd.
Het voorstel voor resultaatbestemming bedraagt €1.161.000. 2bv.1 Individuele inkomenstoeslag In eerste instantie waren de restantmiddelen voor de individuele inkomenstoeslag niet op de juiste manier overgeheveld naar 2026. Dit is gecorrigeerd in overleg met de accountant. Na correctie resteert een bedrag in de begroting van € 392.000. We stellen voor dit bedrag te reserveren om het via deze weg beschikbaar te houden voor dit onderwerp, zoals afgesproken met uw raad. 3.1 Vervanging bomen als gevolg van schade door extreem weer Als gevolg van extreem weer is vervanging van bomen aan de orde. Dit is een risico dat ook opgenomen is in de risicoparagraaf. Omdat de kosten volgens onze financiële spelregels moeten worden geactiveerd kan dit niet worden betaald uit ons weerstandsvermogen of via de resultaatbestemming. We stellen voor het krediet voor bomenherplant in 2026 en 2027 als gevolg van schade door extreem weer op te hogen met € 732.000 en de hiermee gepaard gaande kapitaallasten van maximaal € 25.000 vanaf 2027 in te passen in de meerjarenbegroting. 4.1 Actualisatie van exploitatieprojecten (D, F en G-projecten2) Bij het starten van projecten (D, F en G exploitatieprojecten) zijn middelen ter beschikking gesteld. Deze zijn begrotingstechnisch verdeeld over meerdere jaren.
In de realisatie 2 D=REO-project via exploitatie, F=REO-project facilitaire grondexploitatie, G=REO-project
grondexploitatie
8
Inboeknummer 8184324_03 worden deze middelen echter veelal volgens een andere fasering uitgegeven. Dit kan diverse oorzaken hebben zoals: vertraging in de planning, het uitstellen van een aanbesteding, onvoorziene omstandigheden etc. Middels deze begrotingswijziging worden de budgetten van 2026 geactualiseerd: overschotten van 2025 worden opnieuw begroot in 2026. In 2025 te veel uitgegeven middelen worden in 2026 afgeraamd. Deze begrotingswijziging heeft geen resultaatconsequenties. Het actualiseren van de begroting 2026 geeft een beter beeld voor sturing en is belangrijk voor de begrotingsrechtmatigheid. D-projecten
Lasten
Baten
Mutatie reserve
REO-projecten via exploitatie Saldo van 2025
-43.383.000
21.886.000
21.497.000
Actualisering 2026
43.383.000
-21.886.000
-21.497.000
0
0
0
Verschil F/G-projecten
Lasten
Baten
Balansmutatie
REO-projecten (facilitaire) grondexploitatie Saldo van 2025
-29.425.000
19.517.000
9.908.000
Actualisering 2026
29.425.000
-19.517.000
-9.908.000
0
0
0
Verschil Totaal
Lasten
Baten
Mutatie reserve/
Saldo van 2025
-72.808.000
41.403.000
31.405.000
Actualisering 2026
72.808.000
-41.403.000
-31.405.000
0
0
0
balansmutatie
Verschil
5.1 Ophogen maximum reserve Opkomst verkiezingen Naar aanleiding van de aangenomen motie m.b.t. scholieren in het Stadhuis heeft in de begroting 2025 een storting in de reserve opkomst verkiezingen plaatsgevonden van € 200.000. Op basis van de beginstand en de onttrekkingen in 2025 betreft het saldo ultimo 2025 € 202.000. Het huidige maximum van de reserve is vastgesteld op € 88.000 en moet als gevolg hiervan nu worden opgehoogd naar € 202.000.
Kanttekeningen N.v.t. Personele consequenties N.v.t.
9
Inboeknummer 8184324_03 Financiële consequenties N.v.t.
Communicatie De jaarstukken worden digitaal ontsloten via de website: https://eindhoven.jaarverslag-2025.nl/ Op de website is de volgende aanvullende informatie ten opzichte van het boekwerk ter beschikking: • In de taakvelden is per indicator de uitleg en achtergrondinformatie gekoppeld en is een doorklikmogelijkheid op beleidsstukken ingericht • Er is een uitleg van de taakvelden opgenomen • De realisatie 2025 is per kostencategorie als doorklikmogelijkheid inzichtelijk gemaakt Planning en uitvoering Op hoofdlijn is de planning voor de jaarrekening de komende weken als volgt: Wat Wie Toelichting op jaarrekening aan raad en Deloitte- coördinator auditcommissie jaarrekening Broodje jaarrekening 2025 Raad Indienen technische (rest)vragen Raad Beantwoorden technische vragen Griffie Meningsvorming Raad Raad Vaststellen Raad Raad Deponeren bij provincie CTRL-Concernfinanciën
Wanneer 9-6-2026 16-6-2026 17-6-2026 26-6-2026 30-6-2026 7-7-2026 9-7-2026
Evaluatie Het proces van de jaarrekening wordt jaarlijks geëvalueerd na afronding van de jaarstukken. Op basis van de uitkomsten wordt dit proces waar nodig aangepast. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • De jaarstukken 2025 • Bijlage Rekenkameronderzoeken • Bijlage Sociaal jaarverslag 2025 • Bijlage Jaarlijkse stand van zaken internationaal beleid • Bijlage wijzigingen t.o.v. concept jaarstukken • De begrotingswijzigingen • Het accountantsverslag 2025
10
Inboeknummer 8184324_03 Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
11
Inboeknummer 8184324_03
Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ;
besluit: 1. Het jaarverslag en de jaarrekening 2025 vast te stellen, sluitend met een positief resultaat van € 36.150.000. 2. Het gerealiseerd resultaat 2025 ad € 36.150.000 als volgt te bestemmen: a. € 171.000 te storten in de saldireserve actuele ontwikkelingen; b. € 6.002.000 te storten in de reserve reserveringen 2025 voortkomend uit voordelen op onderstaande onderwerpen, waarbij middelen worden overgeheveld naar 2026 om te worden ingezet voor hetzelfde doel: i. Woningbouwversnelling (€ 3.267.000); ii. Overdracht Anton Coolenlaan (€ 565.000); iii. Kinderopvangtoeslagenaffaire (€ 617.000); iv. Samen voor Jeugd (€ 1.161.000); v. Individuele inkomensafhankelijke toeslag (IIT) (€ 392.000); c. € 29.977.000 te storten in de reserve eigen kapitaal. 3. Het krediet voor herplant van bomen op te hogen met een bedrag van € 732.000, de dekking van de bijbehorende kapitaallasten van maximaal € 25.000 vanaf 2027 in te passen in de meerjarenbegroting. 4. De begroting van de exploitatieprojecten (D, F en G) in 2026 budget neutraal te actualiseren. 5. Het maximum van de reserve Opkomst verkiezingen op te hogen naar € 202.000. 6. De begrotingswijzigingen vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, griffier.
12