Raadsvoorstel initiatiefvoorstel verbod fossiele reclame en zeventiende wijziging APV
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 8184322_02 Dossiernummer 26.22.551 B&W beslisdatum 26 mei 2026
Raadsvoorstel Initiatiefvoorstel verbod fossiele reclame en zeventiende wijziging APV Eindhoven Inleiding Op 10 maart jl. is het initiatiefvoorstel ‘Verbod fossiele reclame en vijftiende wijziging van de APV Eindhoven’ aan u voorgelegd. Tijdens de raadsvergadering heeft u ook het amendement ‘fossielvrije reclame (A6)’ aangenomen. Daarin staat aangegeven dat de juridische en financiële gevolgen voor de Eindhovense context in kaart gebracht moeten worden. Vervolgens dient het raadsvoorstel, met deze nadere informatie, wederom in de raad behandeld te worden. Het college heeft de afgelopen weken de financiële en juridische implicaties van een verbod via de APV in kaart gebracht door gesprekken met de branchevereniging Outreach, met twee reclame exploitanten en door informatie op te halen vanuit andere gemeenten. Deze gevolgen hebben wij in dit raadsvoorstel verwerkt. Bij de afweging die u gaat maken wijzen we u allereerst op een ontwikkeling die zich na 10 maart heeft voorgedaan. Tijdens de raadsvergadering in maart over het initiatiefvoorstel zag het er naar uit dat het kort geding dat in Den Haag was aangespannen door de reisbranche op het door Den Haag ingestelde verbod via de APV, geen vervolg zou krijgen. In april heeft de reisbranche echter aangekondigd dat ze een bodemprocedure aan gaan spannen tegen die uitspraak.
Daarnaast vindt u als bijlage bij dit raadsvoorstel ook een brief van de branchevereniging Outreach over dit onderwerp. In de gesprekken met reclame exploitanten benadrukten zij het belang van zekerheid over de gemaakte afspraken tijdens een concessieperiode. Op basis van die afspraken bepalen zij hun investeringen en contractuele omvang van de afdracht aan de gemeente. Landelijke wetgeving is daarbij hun kader evenals de Codes van de Stichting Reclame Code. Zij zien de afgelopen tijd de toenemende wens van gemeenten om lokaal aanvullende afspraken te maken over reclame-uitingen in de openbare ruimte. De aanvullende afspraken kunnen gaan over een verbod op reclame voor vlees, fast fashion, gokken, fossiel, alcohol, second love enz. De exploitanten zien een waaier aan lokale voorwaarden voor reclame-uitingen ontstaan, die het ingewikkeld
Inboeknummer 8184322_02 maakt om landelijke campagnes te voeren. In de gesprekken wezen zij ons erop dat de markt voor buitenreclame beperkt van omvang is als je deze vergelijkt met alternatieven als geprinte en online reclames. En dat voor adverteerders het niet kunnen voeren van één landelijke buitencampagne dan leidt tot het anders inzetten van hun marketingbudget. Ze wezen ons er ook op dat alternatieve buitenreclames, bijvoorbeeld vanachter de ramen van supermarkten niet vallen onder de restricties van de APV en zij door al deze ontwikkelingen hun risico’s voor de bedrijfsvoering fors zien toenemen en rendementen onder druk komen te staan. Zij roepen gemeenten op via de VNG of via landelijke wet- en regelgeving tot een uniforme set met afspraken te komen. Tot slot wezen ze ons er tijdens de gesprekken op dat bij eenzijdige wijziging van de concessie-afspraken gesproken moet worden over het herstel van het economisch evenwicht. In reactie op onze stelling dat dit in de gemeente Den Haag niet tot lagere afdrachten had geleid, benadrukte één exploitant ons dat die gesprekken in Den Haag nog lopen en vooruitlopend op de uitkomsten van dit overleg niet 100% van de afdracht over 2025 is voldaan. We weten dat reclame ons gedrag aanzienlijk beïnvloedt.
Zo roept reclame voor fossiele producten en diensten (hierna: “fossiele producten”) op tot meer consumptie van dergelijke producten, wat leidt tot meer uitstoot. Een hogere uitstoot draagt bij aan gevaarlijke klimaatverandering, leidt tot milieuschade en heeft zowel direct als indirect sterk negatieve gevolgen voor de volksgezondheid, zowel lokaal als daarbuiten. Gelet op het beleid van de gemeente op het gebied van klimaat, milieu en volksgezondheid is de wens om de consumptie van fossiele producten te beperken. Bij die doelstelling past het niet dat de gemeente reclames in de openbare ruimte blijft accepteren die juist aansporen tot meer consumptie van fossiele producten. De consequenties van een verbod op fossiele reclames in de openbare ruimte zal volgens het college zeker leiden tot gesprekken met reclame exploitanten over een nieuw economisch evenwicht in de contracten; lees lagere concessie afdrachten. Over de precieze omvang wilde de exploitanten nu geen stelling innemen. Zij verwezen naar de kengetallen die het college in eerdere informatie ook met u heeft gedeeld. Het gaat uiteindelijk om een weging van diverse en in haar aard zeer verschillende belangen. Die weging geldt ook voor de omvang van het risico. Het eerdere initiatief raadsvoorstel, aangevuld met de nieuwe informatie n.a.v.
de gesprekken geeft naar mening van het college een goed beeld van de belangen, risico’s en argumenten voor en tegen. Het college wacht het besluit van uw raad af. Mocht u besluiten dit niet via de APV te organiseren, dan zullen wij (zoals eerder besloten) een verbod via de nieuwe contracten, privaatrechtelijk, meenemen. Op dit moment betreft het niet meer de vijftiende wijziging van de APV maar de zeventiende wijziging.
2
Inboeknummer 8184322_02 Doelstelling Met de voorgestelde wijziging van de algemene plaatselijke verordening (APV) wordt middels een verbod op fossiele reclame in de openbare ruimte een stap gezet richting een ander consumptiepatroon ter bescherming van het klimaat. Voorstel 1. De zeventiende wijziging van de APV Eindhoven volgens het ontwerp raadsbesluit vast te stellen en te publiceren waarbij de verordening in werking treedt op de 8e dag na publicatie. 2. Het college opdracht te geven de exploitanten van reclamedragers in Eindhoven te wijzen op de wijziging in de plaatselijke verordening en daarmee ook in het reclamebeleid teneinde fossiele reclames in onder andere ov-stations, haltevoorzieningen bij het openbaar vervoer, vrijstaande reclamevitrines, billboards en andere toepasselijke plekken te weren. Zo hebben de exploitanten ruim de tijd om zich op de aanpassing van de regelgeving voor te bereiden. 3. Het college opdracht te geven bij de Rijksoverheid aan te dringen op een landelijk verbod op fossiele reclames. Het landelijke verbod zou niet alleen in de buitenruimte, maar ook in de (social) media, culturele en educatieve instellingen en sport dienen te gelden. 4. Het college opdracht te geven om de financiële consequenties van dit voorstel mee te nemen in de begroting 2027 met als dekking de algemene reserve. 5.
Het college de opdracht te geven de raad in het vierde kwartaal van 2026 te informeren over de voortgang van de genoemde acties. Argumenten 1. Met het reclameverbod wordt een beperking van consumptie van fossiele producten beoogd. Er bestaat een sterk verband tussen reclame en het consumptiegedrag van mensen. Reclames zijn naar hun aard gericht op het vergroten van vraag voor producten van de adverteerder. Reclame voor fossiele producten, zoals grijze elektriciteit, gas, vliegreizen, cruisereizen of voertuigen met een verbrandingsmotor, spoort aan tot extra consumptie daarvan. De consumptie van fossiele producten gaat gepaard met de uitstoot van schadelijke stoffen zoals broeikasgassen, stikstof en luchtvervuiling zoals fijnstof. Die uitstoot draagt bij aan klimaatverandering en een slechtere luchtkwaliteit, en heeft daarmee negatieve effecten op het welzijn en de gezondheid – waaronder die van inwoners en bezoekers van Eindhoven. Met het reclameverbod wordt vermeden dat de gemeentelijke openbare ruimte wordt gebruikt voor het aanjagen van de consumptie van fossiele producten. Reclame heeft een normaliserend effect op (de consumptie van) het betreffende product. Dat werkt ondermijnend op het overheidsbeleid gericht op de beperking van de consumptie daarvan.
Hoe sterker de normalisering van fossiele producten, hoe lastiger het zal zijn om de consumptie van deze producten in te beperken. Dat betekent ook dat het lastiger wordt voor de gemeente om haar klimaatdoelstellingen te behalen gericht op
3
Inboeknummer 8184322_02 een lagere uitstoot van broeikasgassen. Eindhoven heeft de volgende klimaatdoelen: In 2030 moet de uitstoot zijn teruggebracht met minimaal 55% ten opzichte van ijkjaar 1990 en in lijn met de Europese klimaatwet moet de uitstoot in 2050 zijn teruggebracht naar nul. Ook heeft de gemeente zich, via de ondertekening door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, gebonden aan het Klimaatakkoord. De Gemeente wenst bij te dragen aan een wereld waarbij de opwarming van de aarde wordt beperkt tot 1,5 °C. Het is daarom niet passend dat producten en diensten die dit doel ondermijnen in het straatbeeld worden gepromoot. Verder streeft Eindhoven naar een schone en gezonde gemeente, en investeert daarom in schone lucht door middel van het Schone Lucht Akkoord. Het weren van fossiele reclame past ook binnen deze ambitie. Het sluit bovendien aan bij het voorzorgsbeginsel dat stelt dat de overheid maatregelen moet nemen om inwoners te beschermen tegen ernstige of onomkeerbare schade aan de samenleving of het milieu. Naast klimaatverandering hebben fossiele brandstoffen ook een negatieve invloed op werkomstandigheden, de natuur, het leefmilieu en mensenrechten wereldwijd.
Bovendien erkent Eindhoven dat er sprake is van een klimaatcrisis en wordt in het klimaatplan 2026-2030 geconstateerd dat er impact te maken valt op het gebied van consumptie omdat de indirecte uitstoot veel hoger ligt dan de directe uitstoot van de stad. Gelet op het voorgaande staat het toestaan van fossiele reclame in de openbare ruimte haaks op de doelstellingen van de gemeente. 1.2 Belang van het beperken van fossiele reclame Ten behoeve van het klimaat, het milieu en de volksgezondheid is het van belang dat er minder fossiele consumptie plaatsvindt en dus dat die consumptie niet met reclames wordt aangejaagd. Er is een direct verband tussen de verbranding van fossiele brandstoffen en de bijdrage aan gevaarlijke klimaatverandering. Een cruciaal onderdeel van de benodigde emissiereductie moet voortvloeien uit een verandering in consumentengedrag, zowel ten behoeve van de luchtkwaliteit als het klimaat. Volgens het IPCC hangt maar liefst 40-70% van de reductiedoelstelling voor het klimaat tot 2050 daarvan af. De noodzaak van die gedragsverandering strookt niet met het toestaan van reclames die aansporen tot een grotere consumptie van fossiele producten.
Reclames die zorgen voor meer fossiele consumptie en daarmee de verbranding van fossiele brandstoffen leiden ook tot negatieve effecten voor het milieu (bijvoorbeeld door de uitstoot en depositie van stikstof) en de volksgezondheid (direct door luchtvervuiling en indirect door klimaatverandering). Ten eerste leidt luchtvervuiling tot een groter risico op diverse vormen van longziekten, zoals astma, COPD en longkanker. Verder leidt luchtvervuiling ook tot een groter risico op hart- en vaatziekten, dementie en vroeggeboorten. Bij kinderen schaadt ongezonde lucht de ontwikkeling van de longen en hersenen. Ieder jaar zijn veel vroegtijdige
4
Inboeknummer 8184322_02 overlijdensgevallen te wijten aan luchtvervuiling. Door luchtvervuiling overlijden elk jaar in Nederland jaarlijks ongeveer 12.000 mensen vroegtijdig. Het beleid is niet toereikend om in 2030 te voldoen aan de nieuwe advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), zoals geconstateerd in de raadsinformatiebrief ‘Monitoring luchtkwaliteit 2022’. Ten tweede heeft klimaatverandering negatieve effecten op de volksgezondheid. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat de effecten van klimaatverandering op de gezondheid nu al optreden. Klimaatverandering leidt onder andere tot meer hittegolven, droogte en extreme neerslag. Dat leidt tot diverse negatieve gezondheidseffecten, waaronder meer sterfte en gezondheidsklachten bij hittegolven en hoge temperaturen. Uit internationaal onderzoek blijkt dat 1/3 van de Nederlandse hittedoden het gevolg is van klimaatverandering. Hittestress raakt vooral kwetsbare groepen. 1.3 Er zijn vele rapporten en organisaties die een fossiel reclameverbod ondersteunen Diverse organisaties, adviesorganen en wetenschappelijke publicaties wijzen op het belang en de effectiviteit van een verbod op fossiele reclame. Zoals publicaties van onder meer TNO, de Wetenschappelijke Klimaatraad, het Planbureau voor de Leefomgeving, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur en CE Delft.
Een commissie van 12 (gedrags-)wetenschappers noemt een verbod op fossiele reclame zelfs een essentiële maatregel, waarbij zij opmerken dat er (uiteraard) ook andere maatregelen nodig zijn. Deze adviezen zijn mede relevant voor de lokale overheid, omdat reclames in de openbare ruimte van de gemeente oproepen tot meer consumptie. De rapporten van de Wetenschappelijke Klimaatraad en de Raad voor Leefomgeving en Infrastructuur verwijzen expliciet naar het weren van reclames in de lokale openbare ruimte, wat primair de bevoegdheid is van de gemeente. Ook diverse andere organisaties wijzen op het belang van het beperken van fossiele reclames als beleidsoptie, waaronder de IPCC en het UN Environment Programme. De Secretaris-Generaal van de VN, de Hoge Commissaris van de Mensenrechten van de VN en de Special Rapporteur on Climate Change van de VN hebben allemaal opgeroepen tot een verbod op fossiele reclame. Verder bevestigen medische professionals en experts in publieke gezondheid het belang van een verbod op fossiele reclame. Ook de Global Climate and Health Alliance, een wereldwijd netwerk van meer dan 200 gezondheidsorganisaties, waaronder de WHO, is helder over het belang van een reclameverbod.
De organisatie roept op tot “proven public health measures to be applied to fossil fuels as for other health harming commodities such as tobacco”, waarbij een van de aanbevolen maatregelen is: “Ban fossil fuel advertising”. Andere studies wijzen naast het belang van een verbod op fossiele reclame ook op het draagvlak daarvan, waaronder een analyse van Climate Action Against Disinformation en een studie gepubliceerd in Nature Climate Change. De laatste studie spreekt van een verbod op fossiele reclame als “laaghangend fruit”, aangezien het een relatief eenvoudige maatregel met een groot draagvlak is, gericht op het beperken van de consumptie. Uit een
5
Inboeknummer 8184322_02 recente wetenschappelijke studie blijkt bovendien dat een reclameverbod de duurzame transitie kan versnellen, omdat het productinnovatie stimuleert: bedrijven gaan duurzame alternatieven ontwikkelen en promoten. Op grond van het voorgaande zijn er goede redenen om over te gaan tot een verbod op fossiele reclame. 2.1 In de gesprekken met reclame exploitanten is gewezen op de wijziging in de APV die voorgesteld wordt. De gesprekken die met de exploitanten en de branche organisatie zijn gevoerd is ze gewezen op de mogelijkheid dat de APV aangepast wordt waardoor er van hen verwacht gaat worden dat ze zich daaraan gaan houden. Zoals in de inleiding aangegeven hebben de exploitanten daarop ook aangegeven dat dit mogelijk consequenties kan gaan hebben voor de afdrachten. 3.1 Een landelijk verbod met aanpalende maatregelen is van belang. Een landelijk verbod geeft duidelijkheid voor alle gemeenten over het weren van fossiele reclame. Een landelijk verbod kent daarnaast een veel groter bereik dan alleen de buitenreclame, een landelijk verbod geldt namelijk voor alle reclame-uitingen. Daarmee is de impact groter. Zeker als er ook nog aanpalende maatregelen getroffen gaan worden om gedrag te beïnvloeden.
De branchevereniging Outreach is de partij die ook aangeeft niet een lappendeken van regels te willen die per gemeente verschilt, maar een landelijk verbod te prefereren. Ook vanuit andere gemeenten wordt dit aangegeven. Daar sluiten wij ons graag bij aan. Kanttekeningen 1.1 Juridisch is er nog veel onzeker in hoeverre een verbod via de APV stand houdt. De gemeente Den Haag heeft vorig jaar de APV aangepast naar een verbod op het adverteren van fossiele reclame. Daarop is vanuit de reclamewereld een kort geding aangespannen tegen de gemeente Den Haag die verloren is door de aanklagers. Hierna was het idee dat het daarmee juridisch afgelopen zou zijn. De ANVR (Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen) heeft 27 maart 2026 bekendgemaakt een bodemprocedure te gaan starten tegen de gemeente Den Haag naar aanleiding van het gemeentelijke verbod op reclames voor vliegvakanties uit 2025. Eerder heeft de ANVR al in een kort geding bezwaar gemaakt tegen dit verbod. In deze zaak besloot de voorzieningenrechter dat de gemeente het recht had door middel van de APV de mogelijkheid om reclame te maken te beperken. Volgens de ANVR - die in de bodemprocedure zal optrekken met haar leden TUI Nederland en Prijsvrij Vakanties - is het reclameverbod in strijd met zowel nationale als Europese regelgeving.
Het raakt aan de vrijheid van ondernemerschap en aan het recht op commerciële uitingsvrijheid van reisbedrijven. Bovendien stelt de brancheorganisatie dat gemeenten niet zelfstandig bevoegd zijn om landelijke en Europese wetgeving op dit punt te beperken. “Dit gaat niet alleen over reclame voor vliegvakanties, maar over een fundamenteel principe,” aldus de directeur van de ANVR. “Gemeenten zouden niet op eigen houtje moeten bepalen welke legitieme producten wel of niet gepromoot mogen worden.
6
Inboeknummer 8184322_02 Reizigers moeten zelf een reisbewuste keuze kunnen maken, op basis van eerlijke en volledige informatie.” Daarmee is het juridisch nog geen uitgemaakte zaak dat een verbod via de APV in Den Haag stand blijft houden. 2.1 Inbreuk op bestaande contracten en daarmee omzetderving voor exploitanten Eindhoven heeft meerdere langlopende privaatrechtelijke contracten afgesloten met reclame exploitanten. Twee contracten hebben een looptijd tot 2032. 1 contract loopt tot 2030. 2 contracten lopen tot eind 2029, de overige 2 contracten tot 2026 en 2028. In deze contracten staat niets aangegeven rondom een verbod op fossiele reclame. De contractwaarde is gebaseerd op een totaalpakket van mogelijkheden voor beschikbaar stellen van advertentie capaciteit. Door het eenzijdig aanpassen van de contracten door de gemeente, wordt er inbreuk gedaan op de financiële mogelijkheden die het contract biedt. Adverteerders zullen uitwijken naar andere media waar het verbod niet geldt en dit zorgt voor een omzetdaling voor de exploitant van de buitenreclame. Daarnaast is de zorg bij reclame exploitanten dat het niet bij een verbod op fossiele producten blijft, maar dat dit breder getrokken gaat worden naar andere onderwerpen.
Hierdoor ontstaat er een ‘lappendeken’ in het land van verboden waardoor er de vrees is dat adverteerders helemaal niet meer voor buitenreclame kiezen maar met al hun producten (ook die producten die buiten een verbod vallen) overstappen naar een ander medium en de buitenreclame links laten liggen. Hierdoor zullen exploitanten ook hoogstwaarschijnlijk het besluit juridisch aan gaan vechten wat mogelijk tot financiële gevolgen gaat leiden. 3.1 Een plaatselijk verbod op fossiele reclame is niet aantoonbaar effectief In de bijlage bij dit raadsvoorstel wordt vanuit de branchevereniging Outreach een wetenschappelijk advies aangehaald: ‘Een verbod op fossiele reclame’ (advies in reactie op debat Tweede kamer, vergaderjaar 2022-2023). Dit is een onderzoek door sociale wetenschappers naar de vraag wat de toegevoegde waarde zou kunnen zijn van een eventueel landelijk verbod op fossiele reclame, voor het bevorderen van klimaatvriendelijk niet-fossiel gedrag bij burgers. Een conclusie van de wetenschappers is dat een verbod op fossiele reclame essentieel is, maar niet voldoende. Ze geven aan dat ‘het een illusie is dat een verbod op fossiele reclame er direct voor zorgt dat iedereen duurzamer gaat handelen. Om duurzaam gedrag te promoten is het van belang dat barrières gezamenlijk worden weggenomen.
Duurzaam gedrag moet bijvoorbeeld met niet-duurzaam gedrag kunnen concurreren op het gebied van prijs, gemak en comfort, maar moet ook op het gebied van zichtbaarheid gepercipieerde acceptatie en gangbaarheid competitief zijn. Daarom wordt aangeraden om een verbod te combineren met aanvullende beleidsmaatregelen die de andere oorzaken van niet duurzaam gedrag aanpakken. Het gaat dan om het aantrekkelijk maken van duurzaam gedrag via prijzen en normering, handhaving en boetes voor niet duurzame opties en het belonen en faciliteren van het gewenste gedrag bijvoorbeeld door voorzieningen te verbeteren en educatie.’
7
Inboeknummer 8184322_02 De branchevereniging Outreach stelt op basis van dit onderzoek dat - door nu alleen te kiezen voor een gemeentelijk verbod en dan ook nog alleen voor de buitenreclame - het adverteren van fossiele producten wordt verplaatst naar andere reclamedragers waardoor er per saldo niet minder reclame wordt gemaakt. Personele consequenties Er is geen specifieke inzet op buitenreclame binnen de gemeente. De buitenreclame wordt geëxploiteerd en beheerd door SUOG, Stichting opdrachten gemeente in opdracht van de gemeente. De uitvoering van dit voorstel zal naar verwachting extra inzet gaan vragen van SUOG en van de gemeentelijke juristen vanwege mogelijke claims van reclame exploitanten. Financiële consequenties Eerder is aangegeven dat we uitgaan van een omzetverlies van ongeveer 10% op de bestaande contracten. Als we dit doorrekenen op de duur van de contracten die zijn afgesloten, inclusief indexatie dan bedraagt dit € 2,6 mln. euro. Er is dus een financieel risico aan dit voorstel van € 2,6 mln. SUOG (Stichting Uitvoering Opdrachten Gemeente, waaronder Eindhoven365 en Eindhoven247) ontvangen dan minder inkomsten en dit heeft grote gevolgen voor de uitvoering van de opdrachten die wij bij hen hebben neergelegd. De vereniging van reclame exploitanten geeft aan dat 10% ook het algemene percentage is van het aandeel fossiel in de landelijke reclames.
Voor Eindhoven denkt de branchevereniging dat dit percentage hoger is, namelijk 20% vanwege de vele automotive gerelateerde bedrijvigheid in deze regio, relatief veel tech en internationaal verkeer dus gericht op vliegreizen, vanwege de luchthaven in de regio en het sterk groeiend digitaal netwerk. Een derving van dergelijke inkomsten zal een substantiële impact op bestaande contracten hebben. De inkomsten dalen, terwijl de investeringen/kosten, volgens het contract, onverminderd hoog blijven. Er zijn in totaal nu 12 steden die een verbod op fossiele reclame hebben ingevoerd. Twee gemeenten hebben dit via de APV afgedwongen. Dat zijn Den Haag (in 2025) en Amsterdam (1 mei 2026). Vanuit de gemeente Den Haag zijn er gesprekken met een contractpartij die door de APV-wijziging benadeeld wordt over de schade die geleden wordt. De andere 10 gemeenten hebben het verbod meegenomen in de nieuwe contracten die ze hebben afgesloten of gaan afsluiten met exploitanten. We gaan vooralsnog er niet uit dat het voorstel structurele handhavingskosten met zich mee gaat brengen. Zowel Den Haag als Amsterdam heeft aangegeven niet actief in te zetten op handhaving. Daarmee zijn er ook geen extra structurele kosten voor de gemeente. Tot nu zijn er in Den Haag ook geen overtredingen geconstateerd.
Wel kwamen in de gesprekken met exploitanten casussituaties naar voren die tot overleg en afstemming hebben geleid tussen de gemeenten en de exploitanten. Er worden dus zeker uren gemaakt met een meer incidenteel karakter. En ook de aangekondigde bodemprocedure zal van de gemeenten juridische capaciteit gaan vragen.
8
Inboeknummer 8184322_02 De kans is groot dat het verbod zal leiden tot claims van concessiehouders. Dat vraagt extra capaciteit en inzet van de gemeentelijke organisatie om de claims te beantwoorden en uiteindelijk wel of niet een eventueel schadebedrag vast te stellen. Dit proces van claims zal, naast de inzet van juridische capaciteit op de handhaving, leiden tot extra administratieve lasten binnen onze organisatie wat ingeschat wordt op 0,5 fte tot 1 fte. Mocht u inderdaad de APV aan willen gaan passen om fossiele reclame te weren dan voorzien wij dekking voor dit voorstel uit de algemene reserve en zal dit via de begroting 2027 worden voorgesteld. Communicatie Er zal contact worden opgenomen met de reclame exploitanten met wie wij een contract hebben om ze te wijzen op de wijziging van de APV. Planning en uitvoering Als de voorgestelde wijziging van de APV van Eindhoven wordt vastgesteld dan dienen exploitanten hieraan te voldoen. Evaluatie Evaluatie maakt geen onderdeel uit van de APV-wijziging. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Ingekomen brief Outreach 13 mei 2026 Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
secretaris.
9
Inboeknummer 8184322_02
Ontwerp Raadsbesluit van de gemeente Eindhoven tot de zestiende wijziging van de Algemene Plaatselijke verordening Eindhoven (APV Eindhoven) en het verbod op fossiele reclame De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ;
besluit: 1
De APV Eindhoven als volgt te wijzigen:
Artikel I A In artikel 1:1 wordt met behoud van alfabetische volgorde de volgende definitie toegevoegd: •
fossiele reclame: handelsreclame waarmee kennelijk wordt beoogd de volgende producten en/of diensten aan te prijzen: fossiele brandstoffen, vliegvakanties, vliegtickets, gascontracten, grijze stroomcontracten, cruisereizen en/of voertuigen met een brandstofmotor.
B Het opschrift van artikel 4:15 komt te luiden: Artikel 4:15 Verbod hinderlijke, gevaarlijke of fossiele reclame C Artikel 4;15, derde lid, komt te luiden: 3. Fossiele reclame, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, is verboden, tenzij het gaat om: a. bedrijfsnamen, bedrijfslogo’s en reclames aan of in de directe nabijheid van het pand waar de activiteiten plaatsvinden waar de reclame betrekking op heeft; b. wegwijzers op bedrijventerreinen; Artikel II Deze verordening treedt in werking met ingang van de 8e dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin het wordt geplaatst. 1. De zeventiende wijziging van de APV Eindhoven conform het ontwerp raadsbesluit vast te stellen en te publiceren waarbij de verordening in werking treedt op de 8e dag na publicatie.
10
Inboeknummer 8184322_02 2. Het college opdracht te geven de exploitanten van reclamedragers in Eindhoven te wijzen op de wijziging in de plaatselijke verordening en daarmee ook in het reclamebeleid teneinde fossiele reclames in onder andere ov-stations, haltevoorzieningen bij het openbaar vervoer, vrijstaande reclamevitrines, billboards en andere toepasselijke plekken te weren. Zo hebben de exploitanten ruim de tijd om zich op de aanpassing van de regelgeving voor te bereiden. 3. Het college opdracht te geven bij de Rijksoverheid aan te dringen op een landelijk verbod op fossiele reclames. Het landelijke verbod zou niet alleen in de buitenruimte, maar ook in de (social) media, culturele en educatieve instellingen en sport dienen te gelden. 4. Het college opdracht te geven om de financiële consequenties van dit voorstel mee te nemen in de begroting 2027 met als dekking de algemene reserve. 5. Het college de opdracht te geven de raad in het vierde kwartaal van 2026 te informeren over de voortgang van de genoemde acties. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
J. Jongbloed, griffier.
11