Raadsvoorstel Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 7900498_02 Dossiernummer 25.13.451 B&W beslisdatum 28 maart 2025
Raadsvoorstel Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029 Inleiding Vanaf 2016 hebben de gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) een gezamenlijke urgentieregeling. In deze gezamenlijke urgentieregeling staat opgenomen welke kwetsbare groepen, onder welke voorwaarden, met voorrang een sociale huurwoning krijgen toegewezen. De urgentieregeling is bedoeld als laatste vangnet voor schrijnende gevallen. De regeling wordt vastgesteld in de Huisvestingsverordening, een raadsbevoegdheid. Eind 2023 heeft de raad de ‘Huisvestingsverordening 2024 gemeente Eindhoven’ vastgesteld met een looptijd van 2024 tot en met 2027 vastgesteld. Dit omdat de op dat moment vigerende Huisvestingsverordening per 1 januari 2024 van rechtswege kwam te vervallen. Inhoudelijk was deze nieuwe Huisvestingsverordening ongewijzigd ten opzichte van de eerdere Huisvestingsverordening. Er bleef vanuit de gemeenten, woningcorporaties en andere betrokkenen wel de wens om de Huisvestingsverordening inhoudelijk aan te passen. Hiervoor waren een aantal redenen: • de verbeterpunten die kwamen uit de evaluatie van bureau Companen uit 2022; • de toenemende druk van het aantal urgent woningzoekenden op het totaal aantal woningzoekenden; • de veranderende woningmarkt. Met verschillende belanghebbenden is afgestemd over hoe deze verschillende suggesties in de Huisvestingsverordening kunnen worden verwerkt.
De Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029 (hierna: Huisvestingsverordening 2025-2029) heeft veel draagvlak onder de verschillende betrokken partijen en kan nu worden vastgesteld.
Wettelijke taak Bevoegdheid op grond van de Huisvestingswet 2014
Inboeknummer 7900498_02 Doelstelling Borgen dat mensen die zich in een acute noodsituatie bevinden en dreigen dakloos te raken binnen de daarvoor geldende regels aan passende woonruimte worden geholpen. Hierbij zijn duidelijke, begrijpelijke en transparante regels van belang. Voorstel 1. Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029 vast te stellen met ingangsdatum 1 juli 2025 2. Huisvestingsverordening 2024 gemeente Eindhoven in te trekken per 1 juli 2025 Argumenten 1.1 De definities en afbakeningen in de Huisvestingsverordening 2025-2029 zijn verduidelijkt. Een van de uitkomsten uit de evaluatie van het urgentieproces door Companen uit 2022 was dat de Huisvestingsverordening 2025-2029 kon worden verbeterd m.b.t. de definities en afbakeningen. Samen met verschillende betrokkenen zijn op basis van intensieve afstemming (zie argument 1.2) aanpassingen gedaan om de definities en afbakeningen te verduidelijken en de Huisvestingsverordening 2025-2029 beter leesbaar te maken. Hierbij is het wel van belang om in het achterhoofd te houden dat het een juridisch document is, dus dat in sommige gevallen juridisch taalgebruik niet te voorkomen is. Wel is voor de aanvragers van een urgentiebeschikking verduidelijkt wanneer zij in aanmerking komen.
Via wooniezie.nl kunnen zij een beslisboom in begrijpelijke taal invullen die hun antwoord geeft op de vraag of zij in aanmerking komen voor een urgentiebeschikking. Daarnaast kunnen zij ook altijd contact opnemen met hun woningcorporatie om te vragen of zij in hun situatie in aanmerking komen voor een urgentiebeschikking.
1.2 De Huisvestingsverordening 2025-2029 kan rekenen op draagvlak. Bij het aanpassen van de Huisvestingsverordening 2025-2029 zijn veel belanghebbenden bevraagd. Vanuit de woningcorporaties uit het SGE hebben verschillende mensen input geleverd n.a.v. hun ervaringen in de praktijk. Ook hebben de leden van de bezwaarschriftencommissie en de urgentiecommissie aangegeven waar volgens hen onduidelijkheden zaten in de verordening en hoe dit kon worden verduidelijkt. Bij de gemeenten is bij het Sociaal Domein en het beleidsveld Wonen opgehaald wat belangrijke zaken zijn om rekening mee te houden in de Huisvestingsverordening 2025-2029. Tot slot zijn ook de huurdersorganisaties van de woningcorporaties uit het SGE op verschillende momenten meegenomen. In april 2023 zijn zij geïnformeerd over het traject voor de nieuwe Huisvestingsverordening 2025-2029 en zijn de eerste signalen opgehaald en verwerkt. In mei 2024 zijn de huurdersorganisaties tussentijds geïnformeerd over de ontwikkelingen m.b.t. de Huisvestingsverordening 2025-2029. In november 2024 zijn alle grote wijzigingen aan de verordening aan hem gepresenteerd en kregen zij nog een laatste mogelijkheid om te reageren.
2
Inboeknummer 7900498_02 1.3 Meer focus op de regio door regiobinding. Nieuw in de Huisvestingsverordening 2025-2029 is dat er een regiobinding is opgenomen voor de urgentiecategorieën ‘maatschappelijk’ (minus de categorie mantelzorg) en ‘medisch, niet Wmo’. Dit betekent dat het woonprobleem binnen het SGE moet zijn ontstaan en daarom wordt opgelost binnen het SGE. Hiermee wordt voorkomen dat urgent woningzoekenden buiten de regio zich in onze regio melden voor een urgentiebeschikking, omdat zij in hun eigen regio niet in aanmerking komen voor een beschikking.
1.4 Een gemeenschappelijke, identieke Huisvestingsverordening 2025-2029 heeft grote uitvoeringsvoordelen. Een gemeenschappelijke, identieke Huisvestingsverordening 2025-2029 maakt een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie mogelijk. De organisatie van het uitvoeringsproces van de Huisvestingsverordening 2025-2029 is complex. Denk hierbij aan het registreren en beoordelen van de urgentieverzoeken, het nemen van besluiten, het behandelen van bezwaren etc. Dit gaat gepaard met een aanzienlijke inzet qua middelen en capaciteit. Door dit gezamenlijk op te pakken wordt een efficiëntieslag gemaakt qua kosten, capaciteit en kennis. Daarnaast is het zoekgebied om de urgent woningzoekende te huisvesten door onze samenwerking groter, waardoor we de urgent woningzoekende sneller kunnen helpen. Als gemeenten een inhoudelijk andere Huisvestingsverordening 2025-2029 zouden vaststellen en dit uitvoeringsproces individueel zouden moeten oppakken, dan verliezen we voornoemde voordelen.
2.1
De huidige Huisvestingsverordening moet worden ingetrokken.
De huidige Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven heeft een looptijd van 1 januari 2024 tot en met 2027. We stellen nu een nieuwe Huisvestingsverordening vast. Daarom trekken we de huidige Huisvestingsverordening, met de titel: ‘Huisvestingsverordening 2024 gemeente Eindhoven’ in.
Kanttekeningen 1.1 Wet ‘Versterking regie op Volkshuisvesting’ leidt mogelijk tot wijzigingen aan de Huisvestingsverordening 2025-2029. Er ligt een nieuw wetsvoorstel ‘Versterking regie op Volkshuisvesting’. Deze wet brengt wijzigingen met zich mee die een plek moeten krijgen in de Huisvestingsverordening 2025-2029. Het is nog onduidelijk wanneer deze wet in werking treedt, want hij moet nog voor besluitvorming langs de Eerste Kamer. Wanneer de nieuwe wet in werking treedt,
3
Inboeknummer 7900498_02 dan worden deze wijzigingen verwerkt in de Huisvestingsverordening 2025-2029. Deze wijzigingen zullen u te zijner tijd ter besluitvorming worden voorgelegd.
1.2
In deze Huisvestingsverordening 2025-2029 is geen voorrangsregeling voor eigen inwoners of beroepsgroepen opgenomen.
De huidige wetgeving biedt de mogelijkheid om 50% van de sociale huurwoningen en betaalbare koopwoningen (< € 405.000,- prijspeil 2025) toe te wijzen aan lokale inwoners. Op SGE niveau is er geen aanleiding om hier toe een vergunningensysteem voor op te zetten. Een voorrangsregeling verstoort daarnaast de werking van onze woningmarkt (zgn. roltrapregio). Het doorstromen van een woningzoekende naar een andere gemeente wordt immers lastiger. De juridische noodzaak om voorrang te verlenen aan bepaalde beroepsgroepen kan niet worden aangetoond. We zetten in op alternatieven zoals:
1.3
•
het versnellen van de woningbouw, meer betaalbare woningen;
•
gesprekken voeren over (her)programmering van woningbouwprojecten met ontwikkelaars;
•
afspraken maken met beleggers m.b.t. het met voorrang aanbieden van woningen in het middenhuursegment aan bepaalde beroepsgroepen/ doelgroepen;
•
woningcorporaties laten experimenteren bij het toewijzen van woningen.
Aansluiten MRE gemeenten buiten het SGE bij de Huisvestingsverordening 20252029 juridisch mogelijk gemaakt.
Vanuit MRE gemeenten buiten het SGE is interesse getoond om aan te sluiten bij onze Huisvestingsverordening 2025-2029 en gezamenlijke uitvoeringsorganisatie. In deze Huisvestingsverordening 2025-2029 is aansluiting juridisch gezien mogelijk gemaakt. Op het moment dat de MRE gemeenten besluiten dat zij willen aansluiten, dan maken zij dit kenbaar bij het portefeuillehoudersoverleg Wonen van het SGE. Er wordt dan geïnventariseerd welke stappen moeten worden genomen om aansluiting mogelijk te maken.
Personele consequenties Om de uitvoering van de Huisvestingsverordening 2025-2029 en de werkprocessen met de diverse ketenpartners goed te stroomlijnen wordt op regionaal niveau een persoon aangetrokken. Een concreet voorstel wordt komende periode nader uitgewerkt. Sociaal en Ruimtelijk domein trekken hierin samen op. De kosten worden door de negen gemeenten gezamenlijk gedragen.
4
Inboeknummer 7900498_02
Financiële consequenties Er zijn jaarlijks kosten verbonden aan het uitvoeren van de Huisvestingsverordening 20252029. Deze kosten worden verdeeld onder de aangesloten woningcorporaties en de aangesloten gemeenten. De kosten voor 2025 zijn begroot op circa € 150.000,-. In de begroting zijn hiervoor structureel middelen gereserveerd. Communicatie Er is geen actieve communicatiestrategie met pers of naar inwoners noodzakelijk; de wijzigingen zijn beperkt en technisch. • De Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029 wordt na vaststelling gepubliceerd. • De huurdersorganisaties van de woningcorporaties uit het SGE worden na besluitvorming door de 9 SGE gemeenten geïnformeerd. • De teksten op de websites van de gemeente en woningcorporaties worden aangepast op de nieuwe Huisvestingsverordening 2025-2029. • De Mandaatregeling en Reglement van orde worden na vaststelling door het college gepubliceerd Planning en uitvoering • Mei 2025: besluitvorming gemeenteraad over de Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029 • Juni 2025: publicatie Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029 • Juni 2025: Mandaatreglement en Reglement van orde, behorende bij de Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029 wordt ter besluitvorming voorgelegd aan het college en vervolgens gepubliceerd.
• Per 1 juli 2025: de Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029 treedt in werking Evaluatie Er wordt jaarlijks door het portefeuillehoudersoverleg SGE Wonen geëvalueerd of de cijfers m.b.t. het aantal verleende urgentiebeschikkingen en ontwikkelingen op de woningmarkt (of wettelijke ontwikkelingen zie kanttekening 1.1) aanleiding geven tot wijzigingen aan de Huisvestingsverordening 2025-2029 en het uitvoeringsproces. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: 1. Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029 - inclusief toelichting 2. Memo van wijzigingen 3. Presentatie Webinar Urgentieregeling 25 november 2024 4. Q&A Webinar Urgentieregeling 25 november 2024
5
Inboeknummer 7900498_02
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
6
Inboeknummer 7900498_02
Ontwerp Raadsbesluit Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029 De raad van de gemeente Eindhoven; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 mei 2025; gelet op de artikelen 4, eerste lid, aanhef en onder a, 5, 7 en 9 tot en met 13, tweede lid, 14 van de Huisvestingswet 2014 (hierna te noemen: de wet); besluit: I. II.
Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029 vast te stellen met ingangsdatum 1 juli 2025 Huisvestingsverordening 2024 gemeente Eindhoven in te trekken per 1 juli 2025
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. aangesloten gemeente: een gemeente uit het werkgebied van de Metropoolregio Eindhoven buiten het Stedelijk Gebied Eindhoven om, en die als zodanig dezelfde regels hanteert bij het toewijzen van woonruimte aan urgent woningzoekenden als de gemeenten van voornoemd Stedelijk Gebied Eindhoven; b. aanvrager: de woningzoekende die een aanvraag voor een urgentiebeschikking of huisvestingsvergunning indient, waarbij het ook mogelijk is dat een professional vanuit de gemeente, zorginstelling of corporatie de aanvraag indient namens de woningzoekende; c. basisregistratie personen: de basisregistratie als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen; d. begeleiding: een individuele maatwerkvoorziening geleverd door een door de gemeente aangewezen professionele organisatie op basis van de Wmo 2015 of de Wlz, die ondersteunt bij het zelfstandig wonen bij een sociale urgentiebeschikking of urgentiebeschikking medisch niet Wmo. e. beschermd wonen: beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; f. bijstandsnorm: de bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onder c van de Participatiewet; g.
CIZ-indicatie: de indicatie voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg welke is verleend door het Centrum Indicatiestelling Zorg; h. corporatie: zie woningcorporatie; i. economisch gebonden: economisch gebonden als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder a van de wet;
7
Inboeknummer 7900498_02 j.
k. l.
m. n.
o. p.
q.
r.
s. t. u. v.
w.
x.
eigen middelen: het eigen vermogen van de aanvrager van een urgentiebeschikking welke die kan aanwenden om zelf in de behoefte aan woonruimte te voorzien; gedwongen verkoop: verkoop als bedoeld in het Tweede Boek, Derde titel, Tweede afdeling van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; huishouden: een meerderjarige alleenstaande, dan wel twee of meer personen waarvan er ten minste één meerderjarig is en die twee jaar of langer een gemeenschappelijk huishouden voeren; huishoudinkomen: het gezamenlijke verzamelinkomen zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid van de wet. huisvestingsvergunning: een vergunning die aan urgent woningzoekenden wordt verstrekt en waarmee deze een in artikel 13 bedoelde woning met voorrang in gebruik kan nemen; huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woning, exclusief bijkomende (service)kosten; huurtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel h, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in de kosten van het huren van een woning; huurtoeslaggrens: de huurprijs als bedoeld in artikel 13, eerste lid, sub a, van de Wet op de huurtoeslag. De huurtoeslaggrens geeft de maximale huur van sociale huurwoningen aan.
Dit is de maximale huur waarbij een huurder nog in aanmerking kan komen voor huurtoeslag; ingezetene: de persoon feitelijk woonachtig in een gemeente en als zodanig ingeschreven in de basisregistratie personen als bedoeld in de Wet basisregistratie personen; inkomensverklaring: een officiële verklaring van de Belastingdienst betreffende de inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar; intramurale setting: een instelling waarbij een cliënt onafgebroken verblijft en zorg ontvangt; maatschappelijk gebonden: maatschappelijk gebonden als bedoeld in artikel 14, vierde lid, onder b van de wet; mantelzorg: mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; Metropoolregio Eindhoven: het samenwerkingsverband tussen de colleges en gemeenteraden van 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant zoals beschreven in de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven 2024 en tevens een in het kader van de Woningwet vastgestelde woningmarktregio.
noodsituatie: een in maatschappelijk opzicht onhoudbare of onwenselijke situatie die buiten verwijtbare schuld is ontstaan, waardoor een woningzoekende die niet zelfredzaam is op de woningmarkt en die het niet zelf lukt om een andere woonruimte te vinden, zonder passende huisvesting dreigt te komen (dreigende dakloosheid); onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft of niet door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte;
8
Inboeknummer 7900498_02 y. z. aa.
bb.
cc.
dd.
ee.
ff. gg.
hh.
ii. jj.
kk.
ll.
opvang: opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; participatie: participatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; sociale huurwoning: zelfstandige woonruimte verhuurd door of te huur aangeboden door een woningcorporatie waarvan de huurprijs die bij het aangaan van de huurovereenkomst onder of gelijk is aan de huurtoeslaggrens; standplaats: kavel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; statushouder: een vergunninghouder, zijnde een vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b c of d, van de Vreemdelingenwet 2000 en die in die hoedanigheid nog niet eerder voor reguliere huisvesting in Nederland in aanmerking is gekomen; Stedelijk Gebied Eindhoven: het geografisch afgebakende gebied van de gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen c.a., Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre; urgentiebeschikking: beschikking waarmee een woningzoekende wordt ingedeeld in een urgentiecategorie, zodat die woningzoekende overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 van
de wet en hoofdstuk 3 van deze verordening voorrang heeft bij het verlenen van huisvestingsvergunningen; urgentiecategorie: de urgentiecategorie als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet; urgentiecommissie: de door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen regionale commissie met als taak een advies uit te brengen over verzoeken van woningzoekenden om in een urgentiecategorie te worden ingedeeld, dan wel om namens het college te beslissen op een zodanig verzoek; verblijfstitel: de grondslag voor rechtmatig verblijf in Nederland omdat iemand a. op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld; b) als vreemdeling rechtmatig verblijft in Nederland als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b of c, van de wet; wet: Huisvestingswet 2014 Wmo-verhuisprimaat: een besluit op grond van artikel 2.3.5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 waarmee de woningzoekende in plaats van voorzieningen aan de huidige woonruimte een vergoeding voor verhuizing wordt geboden; woningzoekende: huishouden dat woonruimte zoekt in het Stedelijk Gebied Eindhoven of in een aangesloten gemeente en om die reden geregistreerd is bij Wooniezie; woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet;
9
Inboeknummer 7900498_02 mm. nn. oo.
pp.
Artikel 2
woonruimte: woonruimte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet, met uitzondering van standplaatsen als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de wet; zelfredzaamheid: zelfredzaamheid als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; zelfstandige woonruimte: van een eigen afsluitbare toegang voorziene, woonruimte welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte; zoekprofiel: een beschrijving van de eigenschappen die de te betrekken woonruimte moet hebben, om het woonprobleem van de woningzoekende op te lossen.
Doel van deze verordening
Deze verordening bevat regels over het geven van voorrang bij de verlening van huisvestingsvergunningen aan in deze verordening aangewezen categorieën woningzoekenden waarvoor het voorzien in de behoefte aan passende woonruimte, met een huurprijs beneden of gelijk aan de huurtoeslaggrens, dringend noodzakelijk is.
HOOFDSTUK 2 DE URGENTIEBESCHIKKING Artikel 3
Verzoek om een urgentiebeschikking
1. De urgentiebeschikking wordt aangevraagd op een door het college van burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze. 2. De aanvraag bevat tenminste de volgende gegevens: a) de naam, geboortedatum en nationaliteit van de aanvrager en van de leden van zijn of haar huishouden; b) het actuele adres van de aanvrager; c) indien de aanvrager of één of meer leden van diens huishouden niet de Nederlandse nationaliteit heeft, de verblijfstitel van de aanvrager en de desbetreffende leden van het huishouden; d) de opgave van het huishoudinkomen; e) een opgave van het urgente woonprobleem in verband waarmee de urgentiebeschikking wordt aangevraagd en een toelichting op de oorzaak of oorzaken daarvan. 3. Bij het verzoek om een urgentiebeschikking worden tenminste de volgende stukken ingediend: a) de meest recente, door de Belastingdienst aan alle meerderjarige leden van het huishouden van aanvrager verstrekte, inkomensverklaring; b) indien de aanvrager woonruimte heeft gehuurd of op dit moment huurt: I. een verhuurdersverklaring van elke verhuurder van de afgelopen drie jaar en; II. een kopie van de huurovereenkomst van de huidige woonruimte; c) indien de aanvrager op dit moment woonruimte bewoont die hij of zij zelf in eigendom heeft: I. de meest recente WOZ-beschikking; II. de meest recente jaaropgave van de hypotheekverstrekker, indien van toepassing;
10
Inboeknummer 7900498_02 d) indien de urgentiebeschikking wordt aangevraagd wegens relatiebeëindiging en de aanvrager de zorg heeft over één of meerdere minderjarige kinderen: een ouderschapsplan.
Artikel 4
De urgentiebeschikking
1. Het college van burgemeester en wethouders neemt binnen 8 weken na ontvangst van de complete aanvraag een beslissing. De beschikking die daar uit volgt bevat in ieder geval: a) de naam, het adres en contactgegevens van de aanvrager; b) de datum van de aanvraag; c) de urgentiecategorie of categorieën waarin de aanvrager is ingedeeld; d) het eventuele zoekprofiel dat een beschrijving bevat van de eigenschappen die de te betrekken woonruimte moet hebben om het woonprobleem van de aanvrager op te lossen; e) de geldigheidsduur dat de beschikking rechtskracht heeft als bedoeld in artikel 11, eerste lid onder b, van deze verordening en; f) informatie over de rechtsmiddelen die ingezet kunnen worden door de aanvrager. 2. Het toebedelen van een woonruimte op basis van een urgentiebeschikking geschiedt via bemiddeling door de woningcorporatie. 3. Indien dat naar hun oordeel nodig is voor het zelfstandig wonen van de aanvrager of een lid van zijn of haar huishouden, verbindt het college van burgemeester en wethouders aan de urgentiebeschikking de voorwaarde dat de houder van de urgentiebeschikking of een lid van diens huishouden begeleiding aanvaardt. 4.
Een urgentiebeschikking die is afgegeven door of namens het college van burgemeester en wethouders van een gemeente die deel uitmaakt van het Stedelijk Gebied Eindhoven of van een aangesloten gemeente is geldig voor het hele Stedelijk Gebied Eindhoven en de aangesloten gemeenten.
Artikel 5
Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een urgentiebeschikking
1. De urgentiebeschikking wordt verleend als de aanvrager aan elk van de volgende eisen voldoet: a) de aanvrager is geregistreerd als woningzoekende als bedoeld in artikel 12 van deze verordening; b) de aanvrager heeft een minimale leeftijd van 18 jaar, bezit de Nederlandse nationaliteit of wordt op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander behandeld, of is een vreemdeling die een rechtmatig verblijf in Nederland heeft als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000; c) de aanvrager kan ingedeeld worden in één of meer van de in artikel 6 bedoelde urgentiecategorieën; d) de aanvrager is buiten eigen toedoen in een acute noodsituatie beland, die een indeling in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 6 rechtvaardigt; e) het gezamenlijke inkomen van de aanvrager en de andere leden van diens huishouden is op het moment van de aanvraag niet hoger dan de inkomensgrens bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; f) de aanvrager heeft al het mogelijke gedaan wat redelijkerwijs verlangd kan worden om het woonprobleem, al dan niet tijdelijk, op eigen kracht of met inzet van eigen middelen op te lossen;
11
Inboeknummer 7900498_02
2.
3.
4. 5.
6.
g) de aanvrager heeft niet eerder in het kader van de urgentieregeling een aanbod voor een passende woning afgewezen, zonder dat is aangetoond dat sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De aangevraagde urgentiebeschikking: a. wordt geweigerd als de aanvrager niet voldoet aan één of meer van de in het eerste lid, voor hen toepasselijke eisen; en b. kan worden geweigerd als de aanvrager niet economisch gebonden of maatschappelijk gebonden is aan de gemeente, een gemeente in het Stedelijk Gebied Eindhoven of één van de andere aangesloten gemeenten. Het bepaalde in het eerste lid, onder d, en onder e van dit artikel, voor zover het eigen vermogen betreft, is niet van toepassing op personen die uitstromen uit een opvangvoorziening voor slachtoffers van huiselijk geweld of mensenhandel en personen die een urgentiebeschikking aanvragen vanwege problemen van relationele aard, geweld of ernstige bedreiging binnen het huishouden. Het bepaalde in het eerste lid, onder f, is niet van toepassing op de urgentiecategorie als bedoeld in artikel 10 van deze verordening. Indien en voor zover urgentie wordt aangevraagd en de aanvrager zelf heeft voorzien in tijdelijke huisvesting die niet geschikt is als duurzame oplossing voor de desbetreffende aanvrager, staat dit het verkrijgen van een urgentiebeschikking niet in de weg.
Dit artikel is niet van toepassing op statushouders van 18 jaar en ouder.
Artikel 6
De urgentiecategorieën
1. Bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voor de in artikel 13 aangewezen categorieën woonruimte wordt voorrang verleend aan woningzoekenden die met een urgentiebeschikking zijn ingedeeld in één of meer van de volgende urgentiecategorieën; a) maatschappelijke urgentie als bedoeld in artikel 7; b) medische urgentie als bedoeld in artikel 8; c) volkshuisvestelijke urgentie als bedoeld in artikel 9; d) sociale urgentie als bedoeld in artikel 10.
Artikel 7
De urgentiecategorie ‘maatschappelijke urgentie’
1. Een woningzoekende die mantelzorg verleent of ontvangt kan worden ingedeeld in de urgentiecategorie ‘maatschappelijke urgentie’ indien die voldoet aan de volgende criteria: a) de afstand tussen mantelzorgverlener en mantelzorgontvanger is groter dan hemelsbreed 5 kilometer en wordt door verhuizing teruggebracht tot minder dan hemelsbreed 5 kilometer, en; b) de te verlenen mantelzorg bestaat uit meer dan 8 uur per week, verspreid over minimaal 4 dagen per week. 2. Een woningzoekende die het slachtoffer is van problemen van relationele aard of in verband met geweld diens voormalige woonruimte heeft verlaten, kan worden ingedeeld in de urgentiecategorie ‘maatschappelijke urgentie’, in het geval dat: a) de woningzoekende de zorg heeft voor één of meerdere kinderen, jonger dan 23 jaar, die deel uitmaken en blijven uitmaken van uitsluitend het huishouden van de woningzoekende, en;
12
Inboeknummer 7900498_02 b) (afhankelijk van de aard en ernst van het delict) er een of meerdere aangiftes of meldingen bij Veilig Thuis of politie zijn gedaan, en; c) aangetoond kan worden dat terugkeer naar de voormalige woning niet meer mogelijk is. 3. Een woningzoekende die door gedwongen verkoop diens woonruimte heeft moeten verlaten kan worden ingedeeld in de urgentiecategorie ‘maatschappelijke urgentie’, in het geval dat: a) de woningzoekende een schrijven van de bank of de hypotheekverstrekker kan overleggen waaruit blijkt dat sprake is van gedwongen verkoop, en; b) de woningzoekende eigenaar of mede-eigenaar is of was van de in de aanhef bedoelde woonruimte, en; c) de woningzoekende de zorg heeft voor één of meerdere kinderen, jonger dan 23 jaar, die deel uitmaken en blijven uitmaken van uitsluitend het huishouden van de woningzoekende, en; d) er naar objectieve maatstaven geen andere, goedkopere, woning gekocht of gehuurd kan worden, en; e) de gedwongen verkoop niet het gevolg is van verwijtbaar (betaal)gedrag. 4.
Een woningzoekende met kinderen die voor hun huisvesting aangewezen zijn op de woning van de ouder(s) die hun woonruimte moeten verlaten door echtscheiding, ontbinding van het geregistreerd partnerschap, beëindiging samenwoning op basis van een notarieel vastgelegd samenlevingscontract of beëindiging samenwoning waarbij sprake is van gezamenlijk ouderlijk gezag, waarbij de dreiging van dakloosheid van de betrokken kinderen zich voordoet kunnen worden ingedeeld in de urgentiecategorie ‘maatschappelijke urgentie’, in het geval dat: a) de woningzoekende een gelijk deel of de meerderheid van de zorg heeft over de kinderen, en; b) de kinderen staan ingeschreven bij de woningzoekende in de Basisregistratie Personen, en; c) het jongste kind de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt, tenzij een of meerdere van de betrokken kinderen door een beperking duurzaam afhankelijk zijn van de verzorging door de ouders, en; d) de woningzoekende met objectieve gegevens kan aantonen dat door de woningzoekende het recht is geclaimd om in de huidige woonruimte te blijven wonen, als ook voldoende alimentatie of ander inkomen om de woonlasten op te kunnen brengen zijn geclaimd en deze claim niet is toegekend, dan wel dat het niet zinvol is om een dergelijke claim te leggen waarvan in ieder geval sprake is in het geval dat: I.
de betreffende woning op naam van de partner staat, voor zover er geen sprake is van gemeenschap van goederen, en; II. de partner, waarbij de claim zou worden neergelegd, aantoonbaar een inkomen/ uitkering op bijstandsniveau heeft; e) de woningzoekende met objectieve gegevens kan aantonen dat het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de samenwoning duurzaam van aard was. Van duurzaamheid is sprake wanneer het huwelijk dan wel de samenleving minimaal twee jaren heeft bestaan en korter dan zes maanden geleden is verbroken. f) Het bepaalde in dit lid onder b is niet van toepassing indien en voor zover de zorg voor de kinderen voor gelijke delen tussen de ouders is verdeeld
13
Inboeknummer 7900498_02 en het kind aantoonbaar op het woonadres van de andere ouder staat ingeschreven. g) Het bepaalde in dit lid onder d en e is niet van toepassing indien er sprake is van zwaarwegende redenen zoals bedreiging door (ex)partner. 5. Een woningzoekende die zich geconfronteerd ziet met te hoge woonlasten kan in de urgentiecategorie ‘maatschappelijke urgentie’ worden ingedeeld, in het geval dat: a) de woningzoekende afkomstig is uit een koopwoning of een huurwoning met een huurprijs boven de huurtoeslaggrens; b) de woningzoekende aantoonbaar inspanningen heeft geleverd om de financiële problemen op te lossen, en; c) de woonlasten onevenredig hoog zijn geworden in relatie tot het huishoudinkomen of de andere mogelijkheden van het huishouden om in die lasten te voorzien; 6. Het college van burgemeester en wethouders kan een verzoek om met toepassing van het bepaalde in het tweede, derde, vierde of vijfde lid van dit artikel ingedeeld te worden in de urgentiecategorie ‘maatschappelijke urgentie’ weigeren, indien de woningzoekende op het moment van het verzoek niet voldoet aan de eis dat die minimaal twee jaar aangesloten ingezetene is van een gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven of één van de andere aangesloten gemeenten.
Artikel 8
De urgentiecategorie ‘medische urgentie’
1. Een woningzoekende waarbij sprake is van ernstige fysieke-, psychiatrische of psychische problemen die het functioneren in de huidige woonsituatie ernstig en duurzaam belemmeren kan worden ingedeeld in de urgentiecategorie ‘medische urgentie’, in het geval dat: a) de aard en ernst van de problematiek door onafhankelijk medisch, psychiatrisch of psychologisch onderzoek wordt aangetoond, en; b) andere huisvesting noodzakelijk is voor de oplossing of het draaglijk maken van het medisch probleem. 2. Een woningzoekende die in het kader van de Wmo een indicatie heeft voor een verhuizing kan worden ingedeeld in de urgentiecategorie ‘medische urgentie’, in het geval dat: a) de verhuizing spoedeisend is, en; b) de verhuizing de goedkoopste adequate voorziening is. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan een verzoek om indeling in de urgentiecategorie ‘medische urgentie’ weigeren, indien de verzoeker op het moment van het verzoek niet voldoet aan de eis dat die minimaal twee jaar aangesloten ingezetene is van een gemeente in het Stedelijk Gebied Eindhoven of één van de andere aangesloten gemeenten.
Artikel 9
De urgentiecategorie ‘volkshuisvestelijke urgentie’
1. Een woningzoekende die voldoet aan één van de volgende criteria kan ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘volkshuisvestelijke urgentie’: a) de woningzoekende is een statushouder en het college van burgemeester en wethouders draagt ingevolge artikel 28 van de wet zorg voor de voorziening in diens huisvesting;
14
Inboeknummer 7900498_02 b) de woningzoekende huurt de huidige woonruimte van een corporatie met bezit in het SGE of een aangesloten gemeente en komt op grond van een sociaal plan, overeenkomstig artikel 55b van de Woningwet vastgesteld in verband met herstructurering of sloop van woonruimten, in aanmerking voor vervangende huisvesting; of, c) de woningzoekende bewoont een woonruimte die in het belang van de uitvoering van openbare werken of stadsvernieuwing van overheidswege voor sloop of ingrijpende renovatie wordt aangekocht.
Artikel 10 De urgentiecategorie ‘sociale urgentie’ 1.
2.
Een woningzoekende die voldoet aan één van de volgende criteria kan ingedeeld worden in de urgentiecategorie ‘sociale urgentie’: a) stroomt vanuit een intramurale setting (maatwerkvoorziening) door naar een zelfstandige woonruimte met begeleiding; b) stroomt vanuit een instelling waar de woningzoekende verbleef vanwege problemen van relationele aard of huiselijk geweld door naar zelfstandig wonen. Het college van burgemeester en wethouders kan een aanvraag voor indeling in de urgentiecategorie ‘sociale urgentie’ weigeren, indien sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden: a) de woningzoekende was direct voorafgaand aan het verblijf in de in het vorige lid bedoelde intramurale setting of instelling niet economisch gebonden of maatschappelijk gebonden aan het Stedelijk Gebied Eindhoven of de andere aangesloten gemeenten; b) er is geen positief advies van de zorgaanbieder of gemeente afgegeven om uit te stromen uit de desbetreffende instelling en de woningzoekende accepteert begeleiding niet bij het betrekken van de woonruimte.
Artikel 11 Vervallen, intrekken urgentiebeschikking of wijzigen urgentiecategorie 1.
De urgentiebeschikking vervalt: a. als aan de houder ervan een huisvestingsvergunning is verleend voor het in gebruik nemen van woonruimte die voldoet aan het in de urgentiebeschikking opgenomen zoekprofiel; of, b. na zes maanden vanaf de dag na bekendmaking van de urgentiebeschikking aan de aanvrager, tenzij de geldigheidsduur van de urgentiebeschikking met toepassing van het derde lid, onder c, wordt verlengd. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan de urgentiebeschikking intrekken indien: a. de houder van de urgentiebeschikking niet of niet meer voldoet aan: i. de criteria voor indeling in een urgentiecategorie; ii. het bepaalde in artikel 10, tweede lid, onder a, b of c, van de wet; b. het gezamenlijke inkomen van de houder en de andere leden van diens huishouden hoger is dan de inkomensgrens bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet; c. de houder van de urgentiebeschikking bij de aanvraag gegevens heeft verstrekt waarvan die wist of kon weten dat deze onjuist of onvolledig waren en burgemeester en wethouders, indien zij de juiste of volledige gegevens wel hadden gekend, de urgentiebeschikking geweigerd zouden hebben;
15
Inboeknummer 7900498_02 d. de houder van de urgentiebeschikking een door een woningcorporatie aan hen te huur aangeboden woonruimte heeft geweigerd, terwijl die woning voldoet aan het in de urgentiebeschikking opgenomen zoekprofiel; of, 3. Het college van burgemeester en wethouders kan de urgentiebeschikking wijzigen indien: a. de houder van de urgentiebeschikking in aanmerking komt voor indeling in een andere urgentiecategorie; b. gewijzigde feiten en omstandigheden tot gevolg hebben, dat het in de urgentiebeschikking opgenomen zoekprofiel aangepast moet worden; of c. zij de geldigheidsduur van urgentiebeschikking met maximaal zes maanden verlengen omdat: i. aan de houder van de urgentiebeschikking binnen het eerste deel van de geldigheidsduur geen woonruimte te huur is aangeboden die voldeed aan het in de urgentiebeschikking opgenomen zoekprofiel; ii. de door woningcorporaties gedurende het eerste deel van de geldigheidsduur te huur aangeboden woonruimte niet voldeed aan het in de urgentiebeschikking opgenomen zoekprofiel; en, iii. de houder van de urgentiebeschikking gedurende het eerste deel van de geldigheidsduur al het mogelijke heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem of haar gevergd kan worden, om het urgente woonprobleem zelf op te lossen.
HOOFDSTUK 3 HUISVESTINGSVERGUNNING Artikel 12 Registratie van woningzoekenden 1. Woningcorporaties die in het SGE of één van de aangesloten gemeenten sociale huurwoningen verhuren, dragen gezamenlijk zorg voor instelling en beheer van de webapplicatie, Wooniezie.nl, waarmee personen zich kunnen inschrijven als woningzoekenden. 2. In de in het vorige lid bedoelde webapplicatie kunnen ingeschreven woningzoekenden tenminste: a) hun registratie raadplegen, aanpassen en beëindigen; en, b) aangeven dat zij in aanmerking wensen te komen voor op de webapplicatie te huur aangeboden woonruimten. 3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing voor woningzoekenden met volkshuisvestelijke urgentie zoals omschreven in artikel 9, eerste lid.
Artikel 13 De huisvestingsvergunning 1. Het is ingevolge artikel 8 van de wet verboden om de volgende categorieën woonruimte in gebruik te nemen zonder huisvestingsvergunning en in gebruik te geven aan een persoon die niet beschikt over een huisvestingsvergunning: a. sociale huurwoningen; b. onzelfstandige woonruimten verhuurd door of te huur aangeboden door corporaties met een huurprijs onder of gelijk aan de huurtoeslaggrens. 2. De huisvestingsvergunning wordt door het college van burgemeester en wethouders op aanvraag verleend aan een aanvrager die aan de verhuurder heeft aangegeven in aanmerking te willen komen voor de te huur aangeboden woonruimte indien: a. de aanvrager overeenkomstig artikel 12 ingeschreven is als woningzoekende;
16
Inboeknummer 7900498_02 b. de aanvrager voldoet aan het bepaalde in artikel 10, tweede lid, onder a, b of c, van de wet; c. de aanvrager een positieve, rechtsgeldige urgentiebeschikking, als bedoeld in artikel 4 van deze verordening juncto artikel 10, eerste lid van de wet, bezit. 3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid, wordt de huisvestingsvergunning geweigerd indien: a. de verhuurder gelet op diens voor verhuur relevante beleid niet bereid is, de woonruimte aan de aanvrager te verhuren; of, b. artikel 15, tweede tot en met vijfde lid, van de wet van toepassing is; of, c. de verlening van de huisvestingsvergunning zou tot gevolg hebben, dat bij meer dan 50 % van de verleende huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente zoals bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de wet. 4. Indien het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om te beslissen op de aanvraag om een huisvestingsvergunning gemandateerd heeft aan de verhuurder, wordt het ondertekenen van de huurovereenkomst door de verhuurder gelijkgesteld met het verlenen van de huisvestingsvergunning mits de aanvrager daarbij schriftelijk geïnformeerd wordt over: a. de inhoud en het rechtsgevolg van het besluit tot verlening van de huisvestingsvergunning; en, b.
de mogelijkheid om tegen dat besluit rechtsmiddelen in te stellen.
Artikel 14 De aanvraag van de huisvestingsvergunning 1. De huisvestingsvergunning wordt aangevraagd op een door het college van burgemeester en wethouders voorgeschreven wijze. 2. Bij de aanvraag wordt tenminste de volgende informatie verstrekt: a. de naam, geboortedatum en nationaliteit van de aanvrager en van de leden van diens huishouden; b. het actuele adres van de aanvrager; c. indien de aanvrager of één of meer leden van diens huishouden niet de Nederlandse nationaliteit heeft, de verblijfstitel van de aanvrager en de desbetreffende leden van het huishouden; d. de opgave van het huishoudinkomen; e. de meest recente, door de Belastingdienst aan alle meerderjarige leden van het huishouden van aanvrager verstrekte, inkomensverklaring; f. een afschrift van de urgentiebeschikking.
Artikel 15 Rangorde woningzoekenden 1. Als op grond van deze verordening meerdere houders van een urgentiebeschikking tegelijkertijd met voorrang in aanmerking komen voor dezelfde woonruimte, wordt de rangorde als volgt bepaald: a) als eerste komen in aanmerking statushouders en vervolgens woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor de tijdelijke opvang van personen, die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten;
17
Inboeknummer 7900498_02 b)
daarna komen in aanmerking de overige woningzoekenden die in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 6 zijn ingedeeld, en wel op basis van de datum van afgifte van de urgentiebeschikking.
HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGEN Artikel 16 Urgentiecommissie 1. Op grond van deze verordening is er een Urgentiecommissie. 2. In de Urgentiecommissie kunnen geen leden zitting nemen die een arbeidsrechtelijke of commerciële relatie hebben met de in het Stedelijk Gebied Eindhoven gelegen gemeenten, aangesloten gemeenten, zorgaanbieders die woningzoekenden aandragen voor sociale urgentie, zorginstellingen of woningcorporaties. 3. De taak van de Urgentiecommissie is het in mandaat namens het college van burgemeester en wethouders nemen van een besluit over een aanvraag om een urgentiebeschikking of het wijzigen of intrekken, of vervallen van een urgentiebeschikking, al dan niet op verzoek. 4. Het college van burgemeester en wethouders stelt, in overleg met de gemeenten en de woningcorporaties gelegen dan wel werkzaam binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven en/of binnen de overige aangesloten gemeenten een Reglement van Orde vast op basis waarvan de (regionale) Urgentiecommissie haar werkzaamheden vervult. In dit Reglement van Orde wordt in ieder geval geregeld: a. de samenstelling van de commissie; b. de voorwaarden die aan het voorzitterschap en lidmaatschap van de urgentiecommissie worden gesteld; c. de benoeming, schorsing en het ontslag van commissievoorzitter en –leden; d. de manier waarop de commissie wordt ondersteund; e.
de werkwijze van de commissie bij besluitvorming in mandaat, over in ieder geval de afhandeling van urgentieaanvragen, het inschakelen van deskundigen, het horen van woningzoekenden, het inwinnen van relevante informatie en de informatievoorziening richting het college van burgemeester en wethouders; f. dat de commissie achter gesloten deuren vergadert; g. de frequentie waarmee en de wijze waarop de urgentiecommissie aan het college van burgemeester en wethouders verslag uitbrengt over haar werkzaamheden.
Artikel 17 Bezwaarschriftencommissie 1. Voor de voorbereiding en advisering bij de beslissing op bezwaren tegen besluiten op grond van deze verordening stelt het college van burgemeester en wethouders, in overleg met de colleges van burgemeester en wethouders van de overige gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven als ook met de aangesloten gemeenten, een commissie in als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht. 2. De bezwaarschriftencommissie is onafhankelijk ten opzichte van de in het Stedelijk Gebied Eindhoven gelegen gemeenten, de aangesloten gemeenten en de daarin werkzame woningcorporaties. 3. De bezwaarschriftencommissie kan op verschillende locaties binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven of aangesloten gemeenten zitting houden.
18
Inboeknummer 7900498_02 4. De bezwaarschriftencommissie brengt jaarlijks verslag uit van haar werkzaamheden. 5. Het college van burgemeester en wethouders stelt, in overleg met de colleges van burgemeester en wethouders de overige gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven en de aangesloten gemeenten een reglement van orde vast. 6. De bezwaarschriftencommissie is bevoegd om namens het college van burgemeester en wethouders de beslistermijn op bezwaarschriften te verlengen overeenkomstig artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 18 Hardheidsclausule 1. Het college van burgemeester en wethouders is, indien strikte toepassing van deze verordening zou leiden tot weigering van een urgentiebeschikking, bevoegd om toch een urgentiebeschikking toe te kennen indien weigering van een urgentiebeschikking leidt tot een schrijnende situatie. 2. De bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid, kan door het college van burgemeester en wethouders niet worden gemandateerd.
Artikel 19 Mandatering Het college van burgemeester en wethouders kan de uitvoering van de bevoegdheden opgenomen in artikel 4 en artikel 11, met uitzondering van het derde lid onder c van dat artikel, mandateren aan de in artikel 16 bedoelde urgentiecommissie of een aan het dagelijks bestuur van een in het Stedelijk Gebied Eindhoven of een aangesloten gemeente werkzame woningcorporatie. 2. Het college van burgemeester en wethouders kan de uitvoering van de bevoegdheden van hoofdstuk 3 van deze verordening, mandateren aan het dagelijks bestuur van een in het Stedelijk Gebied Eindhoven of een aangesloten gemeente werkzame woningcorporatie. 3. De mandataris rapporteert jaarlijks aan de mandans hoe van de gemandateerde bevoegdheid gebruik is gemaakt. 1.
Artikel 20 Inwerkingtreding en geldigheidsduur Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2025 en vervalt van rechtswege op 1 juli 2029.
Artikel 21 Intrekking oude verordeningen en overgangsrecht 1. De Huisvestingsverordening 2024 gemeente Eindhoven wordt ingetrokken. 2. Een urgentiebeschikking die is verleend op basis van de Huisvestingsverordening 2024 gemeente Eindhoven wordt gelijkgesteld met een urgentiebeschikking die is verleend op basis van deze verordening. 3. Op aanvragen om urgentiebeschikking die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening en waarop na inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, nog in behandeling zijn op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening, wordt beslist met toepassing van Huisvestingsverordening 2024 gemeente Eindhoven.
19
Inboeknummer 7900498_02
Artikel 22 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2025-2029.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20 mei 2025 de raad voornoemd,
griffier voorzitter
20
Inboeknummer 7900498_02
Toelichting Hoofdstuk 1 Algemene toelichting Inleiding 1. De gemeenten en de woningcorporaties in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) streven naar een zo eerlijk en transparant mogelijke verdeling van de corporatiewoningen met een gereguleerde huurprijs in de regio. Om woningzoekenden in de regio zoveel mogelijk gelijke kansen te geven, wordt sinds 2016 regionaal samengewerkt bij de woonruimteverdeling. Het SGE bestaat uit negen gemeenten (Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre). De 13 in de SGE-regio werkzame woningcorporaties hebben zich aangesloten bij Wooniezie. Ingeschreven woningzoekenden kunnen via Wooniezie in de hele SGE-regio reageren op vrijgekomen corporatiewoningen. Om te borgen dat kwetsbare groepen woningzoekenden een woning kunnen vinden, werkt het SGE met een regionale huisvestingsverordening met urgentieregeling. Het doel is om de schaarste te reguleren, kwetsbare groepen goed te huisvesten en een goede balans te hebben in de wijken. Er zijn ook andere gemeenten binnen de Metropoolregio Eindhoven (MRE) die graag aansluiting willen zoeken bij de huisvestingsverordening van het SGE en de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie (het zgn. één loket).
Indien deze gemeenten dezelfde huisvestingsverordening laten vaststellen en hun woningcorporaties laten aansluiten bij de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie, dan wordt het zoekgebied voor de urgent woningzoekenden het SGE plus de andere aangesloten MREgemeenten. 2. Het wettelijk kader voor het opstellen van een Huisvestingsverordening is de Huisvestingswet (Hv14). Deze wet biedt gemeenten de mogelijkheid om te sturen op een evenwichtige en rechtvaardige beschikbaarheid van schaarse woonruimte. De gemeenteraad kan door het instellen van een huisvestingsverordening regels stellen aan het in gebruik nemen van woonruimte. 3. In de gemeenten die deel uitmaken van het Stedelijk Gebied Eindhoven is ervoor gekozen in de huisvestingsverordening in ieder geval een urgentieregeling op te nemen. De regeling is gericht op het bepalen van de urgentiecategorieën en de urgentievolgorde van woningzoekenden. Urgentie in Huisvestingsverordening 4. In de Huisvestingsverordening staat de urgentieregeling opgenomen in artikel 1 tot en met 22. Deze is voor de SGE-gemeenten gelijk. Iedere gemeente moet zelf aanvullen wat zij extra in hun huisvestingsverordening hebben staan naast de gezamenlijke urgentieregeling. 5. Er is voor gekozen om in deze huisvestingsverordening de volgende wijzigingen op te nemen ten opzichte van de vorige huisvestingsverordening:
21
Inboeknummer 7900498_02 a) Regiobinding bij maatschappelijke en medisch niet-Wmo urgenties en bij sociale urgenties is het uitgangspunt terugkeer naar gemeente van herkomst. Behalve bij uitstroom uit een opvangvoorziening voor mensen met problemen van relationele aard of die slachtoffer zijn van huiselijk geweld. b) Leesbaarheid en duidelijkheid. c) Het uitvoeren van de huisvestingsverordening via het één loket (gezamenlijke registratiesysteem) betekent dat alle urgenties worden geregistreerd in één systeem en via de procesorganisatie door de corporaties wordt gehuisvest. d) Huisvesting in onzelfstandige woonruimte is mogelijk gemaakt. e) Het zelf zoeken naar een woning door een urgent woningzoekende is er uit gehaald, omdat het niet vanzelfsprekend is. Hierdoor is maatwerk mogelijk. f) Bij de categorie maatschappelijke urgenties is een onderdeel geschrapt, namelijk urgentie wanneer men moet verhuizen vanwege werk na het uitstromen uit de bijstandsuitkering. g) Wijzigingen in de Huisvestingswet 2014 (Hv14) die van invloed zijn op de huisvestingsverordening zijn verwerkt. h) Het mogelijk maken van het aansluiten bij de urgentieregeling en het uitvoeringsproces door andere gemeenten binnen de Metropoolregio Eindhoven, maar die buiten de SGE vallen. Wat regelt de verordening verder niet? 6. Deze verordening regelt uitsluitend de huisvesting van urgent woningzoekenden.
Hieronder valt niet de huisvesting van reguliere woningzoekenden en de zogenoemde “spoedzoekers” (een categorie woningzoekenden die graag op korte termijn wil verhuizen, maar waarvoor geen acute noodzaak of bijzondere en onvoorziene noodsituatie in de vorm van dreigende dakloosheid bestaat). Voor de huisvesting van regulier woningzoekenden en spoedzoekers is en blijft het beleid van de individuele woningcorporaties leidend. Evenmin brengt de verordening wijziging in het uitgangspunt dat 25% van de sociale woningvoorraad aan urgent woningzoekenden mag worden toegekend. Dit percentage maakt inzichtelijk wat de verhouding tussen de regulier woningzoekenden (waaronder de voornoemde ‘spoedzoekers’) en de groepen woningzoekenden die op basis van urgentie met voorrang worden gehuisvest is. Bovendien, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is het percentage géén contingent. Het is dus niet zo dat, indien het percentage in een jaar is gehaald, er voor dat jaar geen urgent woningzoekenden meer gehuisvest kunnen worden. Dit blijft gewoon mogelijk. Van belang is te onderkennen dat dit percentage jaarlijks wordt gemonitord zodat – zo nodig – bijgestuurd kan worden. Overigens komt het percentage niet terug in de verordening als criterium om in aanmerking te komen voor een urgentiebeschikking en Huisvestingsvergunning.
Dit zou afbreuk doen aan het gegeven dat de individuele situatie bepalend is voor het toewijzen van een woning met urgentie. Bijzonderheden van de voorliggende verordening 7. Ondanks dat de voorliggende verordening uitsluitend een urgentieregeling kent, heeft de verordening als titel “Huisvestingsverordening” meegekregen. Opgemerkt wordt omwille van de helderheid ook gesproken kan worden van de
22
Inboeknummer 7900498_02 urgentieverordening. Uit juridisch oogpunt is er sprake van een “Huisvestingsverordening” die uitsluitend de aspecten van het ter beschikking staande instrument “urgentie” regelt. De wetgever benoemt de verordening waarin het instrumentarium moet zijn opgenomen bovendien ook als “huisvestingsverordening”. Het systeem van de verordening 8. In hoofdlijn heeft het systeem van urgentieverlening twee stappen. Het is niet mogelijk om een van beide stappen over te slaan. Omwille van de praktische werkbaarheid is het mogelijk om in de praktijk beide stappen in elkaar te laten overvloeien. De urgentiecommissie beschikt in mandaat (en dus in naam van het college) op de aanvraag om urgentiebeschikking. De urgentiebeschikking geeft vervolgens recht op een huisvestingsvergunning (in de vorm van een ondertekende huurovereenkomst), mits door de urgent woningzoekende aan de voorwaarden voor een huurovereenkomst wordt voldaan. De verhuurder, in dit geval de corporatie, is door het college van B&W gemandateerd door het college om een huisvestingsvergunning te verlenen. De eerste stap is het verzoek van een woningzoekende aan het college om in aanmerking te komen voor een urgentiebeschikking. Het resultaat van dit verzoek is dat de woningzoekende een beschikking van of namens het college ontvangt waarin dit verzoek wordt toe- of afgewezen.
Dit volgt uit artikel 12 lid 2 en artikel 13 van de Hv14. Deze beschikking is de “urgentiebeschikking”. Bij een toewijzing vermeldt de beschikking in welke urgentiecategorie de woningzoekende wordt ingedeeld. De urgentiebeschikking is vatbaar voor bezwaar en beroep. De tweede stap is dat de urgent woningzoekende een aanvraag om een huisvestingsvergunning bij het college van B&W moet indienen. De huisvestingsvergunning is immers wettelijk het exclusieve instrument waarmee het bevoegd gezag daadwerkelijk voorrang aan een urgent woningzoekende kan geven. 9. Omdat het voor een woningzoekende moeilijk te doorgronden is waarom die eerst over een urgentiebeschikking dient te beschikken en vervolgens over een huisvestingsvergunning, is het streven erop gericht om beide procedures zoveel als mogelijk te laten samenvloeien. De woningzoekende weet dan in één keer waar die aan toe is en kan bij een afwijzende beschikking direct zijn rechtsmiddelen aanwenden. In dit geval kan de woningzoekende bezwaar maken bij de eerste stap, namelijk het besluit over de urgentiebeschikking. Het had de voorkeur gehad om het toewijzen van woningen alleen langs de weg van de urgentiebeschikking te reguleren, maar het wettelijk systeem maakt het gebruik van het vergunningsinstrument nu eenmaal verplicht. Een meerwaarde heeft het echter niet.
Het heeft dan ook weinig zin om bij een afwijzing eerst in het verweer te komen tegen een urgentiebeslissing en vervolgens tegen het weigeren van de huisvestingsvergunning. Beide beslissingen zijn gebaseerd op dezelfde grondslag en dienen hetzelfde belang. Het verstrekken van een huisvestingsvergunning is gemandateerd aan de corporaties via de
23
Inboeknummer 7900498_02 mandaatlijst (Mandaatlijst “uitvoering huisvestingsverordening gemeente Eindhoven’’) en in de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente en woningcorporaties voor de uitvoering van de huisvestingsverordening. Deze huisvestingsvergunning is verwerkt in de huurovereenkomst. 10. In artikel 6 t/m 10 van de huisvestingsverordening zijn de urgentiecategorieën opgenomen. Deze urgentiecategorieën zijn niet gewijzigd ten opzichte van de vorige huisvestingsverordening. De uitwerking van de urgentiecategorieën is op sommige vlakken wel gewijzigd. Zo zijn bepaalde voorwaarden aangescherpt en wordt er bij 2 urgentiecategorieën regiobinding van minimaal 2 jaar toegepast. De regiobinding staat nader toegelicht onder de toelichting bij artikel 7 en 8. De uitwerking van de urgentiecategorieën is tot stand gekomen door het beleid en de wensen van alle gemeenten binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven en de daarin werkzame woningcorporaties naast elkaar te leggen, door te discussiëren en te stroomlijnen. 11. De verordening gaat uit van een “uitwisselbaarheid” van urgent woningzoekenden binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven en (indien van toepassing) bij een nadien aangesloten gemeente uit het MRE-gebied. Door de gekozen uniforme urgentieregeling en het principe van uitwisselbaarheid heeft het zogenaamde ‘shoppen’ door een woningzoekende geen zin meer.
Uitwisselbaarheid betekent dat een woningzoekende die zich (bijvoorbeeld) bij het college van de gemeente Best aanmeldt en daar een urgentiebeschikking en een huisvestingsvergunning verkrijgt, niet alleen binnen de gemeente Best maar ook in Geldrop-Mierlo geplaatst kan worden (en vice versa). Het instrument kan hierdoor effectiever en efficiënter worden ingezet. Er wordt een passende (primair naar gezinssamenstelling en inkomen) woning aangeboden. Deze verordening is niet bedoeld voor het realiseren van woonwensen, maar het oplossen van een urgent woonprobleem en daarmee voorkomen van (dreigende) dakloosheid. Daarnaast zullen bij de praktische uitwerking van de verordening afspraken worden gemaakt tussen gemeenten en woningcorporaties en tussen woningcorporaties onderling ten aanzien van de verdeling van urgent woningzoekenden over de gemeenten in het SGE. Artikel 1/ Begripsbepalingen 12. In artikel 1 zijn de definities genoemd. Omwille van de leesbaarheid en juridische borging zijn enkele wettelijke definities (zoals die van “statushouder” in artikel 1 lid 1 onder g van de Hv14 en “mantelzorg” in artikel 1.1.1. van de Wmo 2015) letterlijk overgenomen. Daarnaast zijn de in de verordening voorkomende begrippen geduid.
Het merendeel hiervan spreekt voor zich, in het bijzonder wordt erop gewezen dat: - In de definitie van “huishouden” is opgenomen dat er sprake moet zijn van het meer dan twee jaar voeren van een gezamenlijk huishouden op hetzelfde adres. Dit is gedaan om de veelal in dit kader gebruikte term “duurzaam” een nadere invulling te geven om zodoende zo concreet mogelijk te definiëren.
24
Inboeknummer 7900498_02 Artikel 2/ Doel van deze verordening 13. Eerder stond onder dit artikel het toepassingsbereik van de huisvestingsverordening beschreven. Er staat nu op bredere wijze uitgelegd wat we met de huisvestingsverordening willen bereiken. Urgent woningzoekenden moeten passend kunnen worden gehuisvest in woonruimte met een huurprijs onder of gelijk aan de huurtoeslaggrens. Met passend huisvesten kan worden bedoeld dat andere vormen van huisvesting (bijvoorbeeld kamergewijze huisvesting en/of onzelfstandige woonruimten) ook kunnen worden ingezet om de urgent woningzoekende van woonruimte te voorzien. Dit is veranderd ten opzichte van de vorige huisvestingsverordening. De reden hiervoor is dat de krapte op de sociale woningmarkt toeneemt en het daarom niet altijd mogelijk en nodig is om alle urgent woningzoekende van een zelfstandige woning te voorzien. Uiteraard wisselt het per geval of een zelfstandige of onzelfstandige woning passend is. Om ervoor te zorgen dat de woonruimte passend is bij de situatie van de urgent woningzoekende, kan in de urgentiebeschikking een eventueel zoekprofiel worden opgenomen. Dit zoekprofiel bevat een beschrijving van de minimale eigenschappen die de te betrekken woonruimte moet hebben om het woonprobleem van de aanvrager op te lossen.