Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bp VII De Bergen (Grote Berg 11-21)
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 23bst00738 Dossiernummer 23.23.451 B&W beslisdatum 06 juni 2023
Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan VII De Bergen (Grote Berg 11-21)
Inleiding Het voornemen is om aan de Grote Berg 11-21 een 27-tal appartementen te bouwen. Om dit mogelijk te maken is een bestemmingsplan opgesteld. Initiatiefnemer is voornemens om het bestaande pand aan de Grote Berg 11 - 21 te Eindhoven te amoveren om ruimte te maken voor in totaal 27 wooneenheden waarbij eveneens (fiets)parkeergelegenheden en een binnenzwembad boven de zuidelijke woning is meegenomen. De beoogde ontwikkeling past in functionele zin binnen het geldende bestemmingsplan ‘De Bergen’ (vigerend 23 november 2011), waarin het plangebied de bestemming ‘Gemengd – 1’ heeft. Echter zal de ontwikkeling plaatsvinden op een locatie waarvoor slechts gedeeltelijk een bouwvlak aanwezig is. Huidige situatie en toekomstige situatie
Inboeknummer 23bst00738 Met de herontwikkeling wordt een verdichting beoogd met een programma waar ruime vraag naar is binnen de gemeente Eindhoven. Op het terrein zullen twee gebouwen worden gerealiseerd. Een van de gebouwen is gelegen aan de Grote Berg, het andere gebouw is gelegen op het achterterrein. De maximale bouwhoogte van de gebouwen bedraagt circa 13,7 meter. In Eindhoven wordt rekening gehouden met een flinke toename van een- en tweepersoons huishoudens en een toenemende vraag naar centrum-stedelijk wonen. Centrum-stedelijk is er veel vraag naar huurappartementen en binnen de vrije huursector is er veel vraag naar huurwoningen in het middensegment.. De woningvoorraad in het centrum bestaat voor 93% uit meergezinswoningen en twee-derde deel van de voorraad betreft huurwoningen in de vrije sector. Rekening houdend met een sterke groei van kleinere huishoudens in het centrum en de behoefte aan huurwoningen in het middensegment betekent dit dat er ook in kwalitatieve zin behoefte is aan het huidige initiatief. Het huidige initiatief betreft 11 appartementen in het segment hoge midden huur (Blok A), 15 appartementen aan de binnentuin in het segment dure huur (Blok B) en 1 appartement op maaiveldniveau als onderdeel van de aanbouw aan de Luciferstraat 66 in de categorie dure huur (Blok C).
Het gaat om appartementen die qua omvang geschikt zijn voor een- en tweepersoons huishoudens. De geplande ontwikkeling is voorgelegd aan onze vooroverlegpartners Trefpunt Groen, de Henri van Abbestichting en de Stichting Wederopbouw Erfgoed Eindhoven. De reacties waren overwegend positief. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vervolgens voor iedereen zes weken van 9 februari tot en met 22 maart 2023 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode is 1 zienswijze ontvangen. Indiener is meerdere malen uitgenodigd om de zienswijze te komen toelichten, maar op onze uitnodiging is geen enkele reactie ontvangen. In bijgevoegde ‘Nota van zienswijzen’ is de zienswijze samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. De zienswijze leidt tot een enkele (kleine) wijziging in de verbeelding van het bestemmingsplan. Voor deze ontwikkeling worden de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan gecoördineerd, overeenkomstig de ‘Coördinatieverordening Eindhoven 2019’. De nog in werking te treden Omgevingswet (1 januari 2024) is op deze procedure niet van toepassing. Wettelijke taak Doelstelling Een juridisch ruimtelijk kader bieden om de realisatie van een appartementencomplex met maximaal 27 woningen mogelijk te maken.
2
Inboeknummer 23bst00738 Voorstel 1. in te stemmen met de beslissing van burgemeester en wethouders om de coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.30 Wet ruimtelijke ordening en de ‘Coördinatieverordening Eindhoven 2019’ toe te passen, voor de voorbereiding en bekendmaking van de met elkaar samenhangende besluiten gericht op de ontwikkeling van woningbouw; 2. indieners in hun zienswijze ontvankelijk te verklaren en te besluiten dat de zienswijzen overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in de ‘Nota van zienswijzen’ deels leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan; 3. het bestemmingsplan ‘VII De Bergen (Grote Berg 11-21)’ bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand: NL.IMRO.0772.80424-0301.gml met de bijbehorende bestanden digitaal gewijzigd vast te stellen en waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de BGT alsmede de afgeleide analoge verbeelding van het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen; 4. geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. 5. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant te verzoeken om toestemming te verlenen om het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren. Argumenten 1.1 De coördinatieregeling zorgt voor kortere doorlooptijd voor realisatie van woningen.
Het plan maakt woningbouw mogelijk. Gelet op de krapte op de woningmarkt is er een enorme behoefte aan het realiseren van woningen op korte termijn. Het toepassen van de coördinatieregeling draagt bij aan deze versnelling. Door verschillende besluiten die samenhangen met de realisatie van dit plan gezamenlijk voor te bereiden, kan een tijdswinst worden behaald. De wet geeft hierbij aan dat de coördinatieregeling alleen kan worden toegepast als het “de verwezenlijking van een onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk beleid wenselijk maakt”. Het realiseren van woningen om in de urgente woningbehoefte te kunnen voorzien is een categorie van gevallen die bijdraagt aan de verwezenlijking van het gemeentelijk ruimtelijk beleid. Met deze ontwikkeling wordt hieraan voldaan. Gezien de coördinatieverordening moet de motivatie bekrachtigd worden. 2.1 De zienswijzen zijn op tijd ingediend Gedurende 6 weken bestond voor iedereen de gelegenheid om zienswijzen in te dienen tegen het ontwerp bestemmingsplan met vormvrije m.e.r.beoordelingsbeslissing. Er is 1 zienswijze ontvangen. De zienswijze is binnen de gestelde termijn ontvangen en daardoor (juridisch) ontvankelijk. Dit zoals verwoord in hoofdstuk 2 van de ‘Nota van zienswijzen’.
3
Inboeknummer 23bst00738 2.2 De zienswijzen leiden om inhoudelijke redenen gedeeltelijk tot een aanpassing van de verbeelding De zienswijze geeft aanleiding tot een aanpassing op de verbeelding van het bestemmingsplan. Het bouwvlak op perceel D1114 is verwijderd omdat dit onbebouwd moet blijven wegens een gevestigde erfdienstbaarheid. Dit is verwoord in de ‘Nota van zienswijzen’. ] De zienswijze leidt daarom (juridisch) gedeeltelijk tot een wijziging van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. 3.1 De zienswijze leidt tot wijziging van het bestemmingsplan De zienswijze ziet met name op de erfpacht van het perceel. Hieruit blijkt dat een deel, perceel D 1114 niet bebouwd mag worden. Het bouwvlak is van dit perceel verwijderd. Dit zoals verwoord in de ‘Nota van zienswijzen’. 3.2 Het bestemmingsplan moet digitaal worden vastgesteld en gelijktijdig moet een volledige analoge versie van het bestemmingsplan worden vastgesteld. Op basis van de wetgeving moet een bestemmingsplan digitaal worden vastgesteld. Het digitale bestemmingsplan is voor u (digitaal) raadpleegbaar op de website pilot.ruimtelijkeplannen.nl via de direct link http://pilot.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/?planidn=NL.IMRO.0772.80424-0301. Gelijktijdig met de digitale vaststelling van het bestemmingsplan moet een volledige verbeelding hiervan op papier worden vastgesteld.
4.1 De wet verplicht tot het nemen van een besluit over het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moet uw raad een exploitatieplan vaststellen voor gronden waarop een bouwplan is voorzien, tenzij het verhaal van grondexploitatiekosten over de in het bestemmingsplan begrepen gronden “anderszins” is verzekerd. In dit geval zijn de kosten “anderzijds” verzekerd, doordat met initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst is gesloten. Als deze situatie zich voordoet dient uw raad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan (formeel) te besluiten dat geen exploitatieplan wordt vastgesteld.
5.1 De raad kan GS verzoeken om het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren Als wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, anders dan op grond van een zienswijze van Gedeputeerde Staten (GS), dan bepaalt de wet dat zes weken moet worden gewacht met publiceren nadat het bestemmingsplan is vastgesteld. Om de doorlooptijd te versnellen kan GS worden verzocht het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren, zodat het ook eerder ter inzage kan worden gelegd en de beroepstermijn eerder aanvangt en eindigt. Kanttekeningen Niet van toepassing
4
Inboeknummer 23bst00738 Personele consequenties Dit bestemmingsplan behoort tot de reguliere werkzaamheden van de Afdeling Ruimtelijke Ordening. Voor de werkzaamheden in het kader van dit bestemmingsplan is 150 uur geraamd. Financiële consequenties Op basis van artikel 6.12 Wro is het verplicht om een exploitatieplan op te stellen, tenzij kostenverhaal anderszins verzekerd is. Onder ‘anderszins verzekerd’ wordt een privaatrechtelijke (anterieure) overeenkomst verstaan, zoals met initiatiefnemer gesloten. In de overeenkomst zijn de kosten voor het bestemmingsplan verzekerd. De kosten voor de omgevingsvergunning worden verhaald via leges. Communicatie Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad en digitaal via de gemeentelijke website www.eindhoven.nl/bestemmingsplannen. In die bekendmaking staat dat het besluit en het bestemmingsplan digitaal beschikbaar zijn via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl en welke beroepsmogelijkheden er zijn. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt de kennisgeving hiervan digitaal verzonden aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Tevens wordt het besluit met bijbehorende stukken digitaal aan hen beschikbaar gesteld. De indieners van de zienswijzen worden per brief in kennis gesteld van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.
Ook wordt men geïnformeerd over de beroepsmogelijkheden. Planning en uitvoering De dag na vaststelling van het bestemmingsplan kan het college de omgevingsvergunning verlenen. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning worden vervolgens gedurende 6 weken ter inzage gelegd (beroepstermijn). De besluiten worden als één besluit aangemerkt waartegen één beroepsgang (bij de Raad van State) openstaat. Op de dag dat de beroepstermijn afloopt, treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij beroep is ingesteld én een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak. In dat geval dient eerst de uitspraak van de voorzieningenrechter te worden afgewacht. In die uitspraak staat of de inwerkingtreding van het plan al dan niet wordt opgeschort en, zo ja, voor welke plandelen de schorsing geldt. Evaluatie Niet van toepassing. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Bestemmingsplan ‘VII De Bergen (Grote Berg 11-21)’ • Nota van zienswijzen • Ingediende zienswijzen
5
Inboeknummer 23bst00738
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
6
Inboeknummer 23bst00738
Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ;
besluit: 1. in te stemmen met de beslissing van burgemeester en wethouders om de coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.30 Wet ruimtelijke ordening en de ‘Coördinatieverordening Eindhoven 2019’ toe te passen, voor de voorbereiding en bekendmaking van de met elkaar samenhangende besluiten gericht op de ontwikkeling van woningbouw; 2. indieners in hun zienswijze ontvankelijk te verklaren en te besluiten dat de zienswijzen overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in de ‘Nota van zienswijzen’ deels leiden tot een aanpassing van het bestemmingsplan; 3. het bestemmingsplan ‘VII De Bergen (Grote Berg 11-21)’ bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand: NL.IMRO.0772.80424-0301.gml met de bijbehorende bestanden digitaal gewijzigd vast te stellen en waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de BGT alsmede de afgeleide analoge verbeelding van het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen; 4. geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. 5. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant te verzoeken om toestemming te verlenen om het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, griffier.
7