Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bp 'Paraplubestemmingsplan Archeologie 2023'
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 23bst01474 Dossiernummer 23.47.751 B&W beslisdatum 21 november 2023
Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Archeologie 2023'
Inleiding De gemeenteraad heeft op 21 juni 2022 besloten tot vaststelling van de geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart en de Erfgoedverordening. De geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart maakt echter niet van rechtswege deel uit van het tijdelijke Omgevingsplan zoals we dat sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari jl. kennen. Daarvoor is een beleidsneutrale omzetting van de Archeologische verwachtingen- en waardenkaart in een bestemmingsplan noodzakelijk. Omdat het ontwerp van het paraplubestemmingsplan voor 1 januari 2024 ter inzage heeft gelegen, is op de vaststelling het oude recht, de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing. Na de vaststelling zal het paraplubestemmingsplan van rechtswege deel uitmaken van het tijdelijke Omgevingsplan. Met het ‘paraplubestemmingsplan’ is de geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart vertaald naar ‘dubbelbestemmingen’ waarmee in één keer alle archeologiebestemmingsregelingen in alle bestemmingsplannen van Eindhoven worden vervangen door een geactualiseerde regeling. Samenspraak en inspraak Het ‘Paraplubestemmingsplan archeologie 2023’ is een beleidsneutrale vertaling van de vastgestelde geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart.
Omdat aan de vaststelling van de geactualiseerde Archeologische verwachtingen- en waardenkaart een proces van samenspraak en inspraak is voorafgegaan en de grenzen die in de Archeologische verwachtingen- en waardenkaart zijn gesteld, beleidsneutraal zijn vertaald in een planregeling, is daar in het kader van dit paraplubestemmingsplan vanaf gezien. Voorafgaand aan de totstandkoming is het voorontwerp van het paraplubestemmingsplan, in het kader van het wettelijk vooroverleg, voorgelegd aan de Henri van Abbe Stichting, Trefpunt Groen Eindhoven, Stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven, de Archeologische Vereniging Kempen- en Peelland, de Provincie Noord-Brabant en het Waterschap. Van het Waterschap en de Henri van Abbe Stichting zijn opmerkingen ontvangen. Deze opmerkingen zijn van een reactie
Inboeknummer 23bst01474 voorzien in de toelichting bij het bestemmingsplan, maar hebben niet geleid tot aanpassingen van het bestemmingsplan. Er is tegen het plan één zienswijze ingediend. De zienswijze heeft niet tot aanpassingen in het bestemmingsplan geleid. Wettelijke taak De gemeente heeft als planwetgever de wettelijke taak in bestemmingsplannen zorg te dragen voor de bescherming van het archeologisch erfgoed. Onder de Omgevingswet kunnen op basis van een omgevingsplan regels worden gesteld aan bodemingrepen. De bestemmingsplannen waar dit Parapluplan betrekking op heeft zijn hiermee op basis van het meest recente beleid geactualiseerd. Nu de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is getreden, maakt het Paraplubestemmingsplan, na vaststelling en inwerkingtreding, van rechtswege deel uit van het tijdelijke omgevingsplan. Doelstelling Met dit bestemmingsplan wordt een planologisch kader geboden waarmee ter bescherming van het archeologisch erfgoed, in omgevingsvergunningen voorwaarden gesteld kunnen worden aan bouw- en/of aanlegactiviteiten, voor zover deze activiteiten de ondergrenzen overschrijden, die zijn gesteld bij de in 2022 vastgestelde geactualiseerde archeologische verwachtingen- en waardenkaart. Voorstel 1. Reclamant in zijn zienswijze ontvankelijk te verklaren; 2.
De zienswijze van reclamant ongegrond te verklaren overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in de 'nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen'; 3. De ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplan vast te stellen, zoals opgenomen in de 'Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen', welke nota deel uitmaakt van dit besluit; 4. Het bestemmingsplan bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand: NL.IMRO.0772.80444-0301.gmlmet de bijbehorende bestanden digitaal gewijzigd vast te stellen, waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de BGT, en de afgeleide analoge verbeelding van het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen; 5. Geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen; 6. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant te verzoeken om toestemming te verlenen om het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren.
Argumenten 1.1 De indiener van de zienswijze kan in zijn zienswijze ontvankelijk worden verklaard.
2
Inboeknummer 23bst01474 Gedurende de periode van de terinzagelegging bestond voor iedereen de gelegenheid om zienswijzen in te dienen tegen het ontwerpbestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie 2023’. Voordat tot een inhoudelijke beoordeling van de zienswijze kan worden overgegaan moet eerst worden vastgesteld of de indiener in zijn zienswijzen ontvankelijk kan worden verklaard. Dit laatste is het geval omdat de ingebrachte zienswijze binnen de gestelde wettelijke termijn is ontvangen. 2.1 De zienswijze van reclamant ongegrond te verklaren, overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in de 'nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen'. De zienswijze behelst in de kern het verzoek om de dubbelbestemmingen Archeologie niet over de bouwvlakken te leggen van reclamant. Het perceel van reclamant kent echter niet de aanduiding bouwvlak, maar betreft uitsluitend een bestemmingsvlak, waardoor het verzoek in feite op meer gronden ziet dan uitsluitend de bebouwde gronden. Het verzoek druist in tegen de wettelijke taak en verantwoordelijkheid die de gemeente heeft om het archeologisch erfgoed te behouden. 3.1 Ambtshalve de wijzigingen ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplan aan te brengen zoals opgenomen in de 'Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen'.
De ambtshalve wijzigingen betreffen tekstuele aanpassingen, welke zijn gericht op het voorkomen van onduidelijkheden bij toepassing van de regels, alsmede de aanpassing van de verbeelding. Dit omdat is vastgesteld dat voorbepaalde gebieden in Meerhoven geen archeologische verwachting meer hoeft te gelden, nu voor dat gebied archeologisch onderzoek is uitgevoerd en geen archeologische waarden meer verwacht worden. 4.1 Het bestemmingsplan moet digitaal gewijzigd worden vastgesteld en gelijktijdig moet een volledige analoge versie van het bestemmingsplan worden vastgesteld. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening moet een bestemmingsplan digitaal worden vastgelegd. Het bestemmingsplan is voor u digitaal raadpleegbaar op de website pilot.ruimtelijkeplannen.nl via de direct link http://pilot.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/?planidn=NL.IMRO.0772.80444-0301. Gelijktijdig met de digitale vaststelling van het bestemmingsplan moet een volledige verbeelding hiervan op papier worden vastgesteld. 5.1 De wet verplicht tot het nemen van een besluit over het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan. Ingevolge artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening moet de raad een exploitatieplan vaststellen voor gronden waarop een bouwplan is voorzien, tenzij het verhaal van grondexploitatiekosten over de in het bestemmingsplan begrepen gronden anderszins is verzekerd.
Als deze laatste situatie zich voordoet dient deraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan te besluiten dat geen exploitatieplan wordt vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan maakt geen bouwplannen mogelijk, waardoor geen sprake is van een bestemmingsplan waarbij verhaal van exploitatiekosten aan de orde is.
3
Inboeknummer 23bst01474 6.1 De raad dient het college van Gedeputeerde Staten te verzoeken om het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren. Artikel 3.8 lid 4 van de Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat, als er wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van het ontwerp, anders dan op grond van zienswijzen van Gedeputeerde Staten of de Inspecteur, zes weken moet worden gewacht met publiceren, ook als er geen provinciale of rijksbelangen in het geding zijn. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben in een brief aangegeven dat een gemeente die een besluit eerder bekend wil maken daartoe een verzoek moet indienen bij Gedeputeerde Staten. Dat verzoek dient te zijn opgenomen in het vaststellingsbesluit. Het Rijk heeft aangegeven niet meer te reageren op een dergelijk verzoek. Omdat geen rijksbelangen in het geding zijn en om onnodige vertraging in de procedure te voorkomen zal het bestemmingsplan gepubliceerd worden na instemming van Gedeputeerde Staten. Kanttekeningen Niet van toepassing Financiële consequenties De kosten van het bestemmingsplan komen ten laste van het budget van de verantwoordelijke afdeling. Communicatie Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt bekendgemaakt in het gemeenteblad Eindhoven en digitaal via de gemeentelijke website www.eindhoven.nl/bestemmingsplannen.
In die bekendmaking staat dat het besluit en het bestemmingsplan fysiek beschikbaar zijn bij het Inwonersplein alsmede digitaal beschikbaar zijn via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Tevens wordt in de bekendmaking aangegeven welke beroepsmogelijkheden er zijn. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt de kennisgeving hiervan digitaal verzonden aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Tevens wordt het besluit met bijbehorende stukken digitaal aan hen beschikbaar gesteld. De indiener van de zienswijze wordt per brief in kennis gesteld van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan onder gelijktijdige toezending van het raadsvoorstel en het raadsbesluit. Daarbij wordt de indiener geïnformeerd over de mogelijkheid tot het instellen van beroep en het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld. Planning en uitvoering Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, volgt de beroepsfase. In de kennisgeving van het besluit wordt vermeld dat het bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage ligt en dat binnen die termijn beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Op de dag dat de beroepstermijn afloopt treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij beroep is ingesteld én een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak. In dat geval dient eerst de uitspraak van de voorzieningenrechter te worden afgewacht. In die uitspraak staat of
4
Inboeknummer 23bst01474 de inwerkingtreding van het plan al dan niet wordt opgeschort en zo ja voor welke plandelen de schorsing geldt. Bestemmingsplannen die voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage hebben gelegen, dienen nog op grond van de Wet ruimtelijke ordening te worden vastgesteld. Evaluatie Niet van toepassing Bijlagen Als bijlagen bij dit voorstel behoren: • Bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Archeologie 2023'; • Ingediende zienswijze; • Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
5
Inboeknummer 23bst01474
Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 november 2023; overwegende, - dat het ontwerp bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Archeologie 2023’ met inachtneming van het bepaalde in en krachtens artikel 3.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening is voorbereid; - dat het ontwerp bestemmingsplan zowel in digitale als analoge vorm gedurende de periode van vrijdag 23 juni 2023 tot en met donderdag 10 augustus 2023 voor iedereen ter inzage heeft gelegen en dat voor iedereen de gelegenheid openstond om tijdens deze periode naar keuze schriftelijk, digitaal of mondeling zienswijzen in te dienen; - dat van één indiener een op schrift gestelde zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan is ontvangen; - dat de zienswijze binnen de gestelde termijn is ontvangen en dat de indiener ervan in zijn zienswijze ontvankelijk kan worden verklaard; - dat in de ‘nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ de zienswijze is samengevat en is voorzien van een gemeentelijk standpunt; - dat de raad de in deze ‘nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ vervatte overwegingen, standpunten en ambtshalve wijzigingen tot de hare maakt; - gelet op de Invoeringswet Omgevingswet, de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening; besluit: 1. Reclamant in zijn zienswijze ontvankelijk te verklaren; 2.
De zienswijze van reclamant overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in de 'nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen' ongegrond te verklaren; 3. Ambtshalve de wijzigingen ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplan aan te brengen zoals opgenomen in de 'Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen', welke nota deel uitmaakt van dit besluit; 4. Het bestemmingsplan bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het bestand: NL.IMRO.0772.80444-0301.gml met de bijbehorende bestanden digitaal gewijzigd vast te stellen en waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de BGT, en de afgeleide analoge verbeelding van het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen; 5. Geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vaststellen; 6. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant te verzoeken om toestemming te verlenen om het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren.
6
Inboeknummer 23bst01474
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, griffier.
7