Raadsvoorstel gewijzigde vaststelling BP Buitengebied Eindhoven 2023
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 7861982_02 Dossiernummer 25.05.451 B&W beslisdatum 28 januari 2025
Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023 Inleiding Bestemmingsplannen moeten actueel en digitaal raadpleegbaar zijn. Daarom is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (2006) geactualiseerd. Deze is als uitgangspunt genomen. Nieuwe regelgeving is aanvullend verwerkt in dit bestemmingsplan. Dit betreft de provinciale (Interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant die vooral geldt voor het buitengebied. Daarin zijn de verplichte instructieregels opgenomen, die voorheen opgenomen worden in de Verordening ruimte. Deze moeten gemeenten toepassen bij de uitvoering van hun bevoegdheden in het kader van de Wet ruimtelijke ordening/ Omgevingswet. Er vinden geen nieuwe ontwikkelingen plaats in het gebied en ook geen bedrijfsuitbreidingen. De wijzigingen zijn veelal technisch van aard en hebben vooral te maken met het omzetten van de ‘oude provinciale verordening’ naar de nieuwe provinciale verordening. Het buitengebied van Eindhoven vormt een groene omzoming van de stedelijke bebouwing. Binnen het plangebied liggen onder andere parken, natuur- en plassengebied, landgoederen en een beperkt aantal (kleine) agrarische bedrijven. Het plangebied is globaal in drie gebieden verdeeld (figuur.1). De provinciale instructieregels zien onder meer op de bescherming van grondwater1, natuurwaarden (o.a. het natuur netwerk Brabant) en cultuurhistorisch erfgoed. Zo is in
Figuur 1: impressie deelgebieden plangebied
1 o.a. waterwingebieden, boringsvrije zones, ontgronding, beschermingszones waterhuishouding en aardkundige waarden.
Inboeknummer 7861982_02
het bestemmingsplan bijvoorbeeld het natuur netwerk Brabant overeenkomstig de instructieregels beschermd door de bestemmingen Natuur-1 of Water en de gebiedsaanduiding ‘Overige zone – natuur netwerk Brabant’. Het grondwater is op grond van de instructieregels beschermd door onder andere de bestemming Natuur-2 en de aanduidingen Milieuzone – boringsvrije zone, Milieuzone – waterwingebied, Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied, Overige zone – Attentiezone waterhuishouding etc. De meeste instructieregels richten zich tot agrarische bedrijven en dan met name veehouderijen. Binnen het plangebied bevinden zich nog 7 locaties waar dieren worden gehouden2, waarvan 5 locaties waar landbouwhuisdieren worden gehouden. Hiervan zijn 4 aan te merken als veehouderijen in de zin van de (Interim) Omgevingsverordening Noord-Brabant, waaronder de educatieboerderij in de Genneper Parken, een schapenhouderij voor ecologisch beheer van natuurgebieden en een biologische varkensen runderenhouderij met natuurbeheer van het Dommeldal. Daarnaast is er nog één locatie waar 15 runderen worden gehouden. Ook zijn er nog 2 maneges3. Deze (milieu)vergunde locaties zijn overgenomen in dit bestemmingsplan. Op grond van de provinciale instructieregels zijn voor de transitie naar een zorgvuldige veehouderij aanvullend de regels van ‘Staldering’ opgenomen.
De regels van Staldering voorkomt verdere regionale concentratie van vee in Noord-Brabant en gaat leegstand elders tegen. Op grond hiervan zijn in beginsel alleen bestaande dierenverblijven toegestaan. De toename van de oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er elders dierenverblijven verdwijnen. De provinciale instructieregels heeft ook gebieden aangewezen met de aanduiding 'Beperkingen veehouderij'. In deze gebieden zijn de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen beperkt (uitbreiding en omschakeling naar een veehouderij is niet toegestaan). Doel van de aanduiding is om een verdere intensivering vanwege ontwikkelingen in de veehouderij in de aangeduide gebieden tegen te gaan. Dit geldt voor bijna geheel Eindhoven. Ook die regels zijn verwerkt. Door veranderende wetgeving is tussentijds nog een milieueffectrapport (MER) opgesteld en beoordeeld door de landelijke Commissie voor de milieueffectrapportage. Het bestemmingsplan biedt een geactualiseerd bestemmingsplankader voor onder andere de genoemde veehouderijen en is gelegen aansluitend aan de Natura 2000-gebieden ‘Leenderbos, Groote Heide & De Plateau’ en ‘Strabrechtse Heide & Beuven’. Geconcludeerd is dat het bestemmingsplan geen wezenlijke effecten heeft op het milieu. Het MER is verwerkt in dit bestemmingsplan4.
Ook is tussentijds aangepaste provinciale wetgeving verwerkt in het bestemmingsplan. Een eerste concept van het bestemmingsplan heeft als voorontwerp ter inzage gelegen, inclusief inloopbijeenkomst. Er zijn in totaal negen reacties op het voorontwerp bestemmingsplan ontvangen. De reacties zijn verwerkt in de ‘Nota van inspraak’ (bijlage 2 Niet zijnde het hobbymatig houden van (landbouwhuis)dieren. 3 Zolang niet gefokt wordt is geen sprake van een landbouwhuisdier als bedoeld in het Besluit activiteiten leefomgeving of
van een veehouderij als bedoeld in de (Interim) omgevingsverordening Noord-Brabant. 4 Par. 4.1 van de toelichting van het bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023.
2
Inboeknummer 7861982_02
bij de toelichting). Het plan is voor het verplichte bestuurlijk vooroverleg ook voorgelegd aan diverse besturen, waaronder de provincie Noord-Brabant, het Waterschap, Rijkswaterstaat, omliggende gemeenten en het Rijksvast-goedbedrijf (Defensie). Ook is het aangeboden aan instanties zoals ProRail, TenneT en Gasunie en is het aangeboden aan de (informele) vooroverlegpartners (o.a. Trefpunt Groen Eindhoven (TGE) en de Henri van Abbe Stichting). TGE is positief5 en ook de andere partijen zijn positief. Het ontwerpbestemmingsplan met MER heeft vervolgens van 16 februari 2023 tot 31 maart 2023 ter inzage gelegen. Er zijn ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan 13 zienswijzen ingediend6. Naar aanleiding daarvan worden wijzigingen doorgevoerd. Ook is ambtshalve een aantal wijzigingen doorgevoerd. De wijzigingen zijn terug te vinden in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzingen bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023’. Namens de Provincie Noord-Brabant is aangegeven dat hiermee ingestemd kan worden. Omgevingswet De Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden is op deze procedure niet van toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor 1 januari 2024 ter inzage gelegen. Op grond van het overgangsrecht moet deze procedure volgens de oude wetgeving (Wet ruimtelijke ordening) worden afgehandeld.
Na inwerkingtreding van het bestemmingsplan gaat het bestemmingsplan onderdeel uitmaken van het Omgevingsplan van de gemeente Eindhoven.
Wettelijke taak
Artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening.
Doelstelling Een actueel juridisch-ruimtelijk kader bieden, inclusief de verplichte regels uit de provinciale verordening, dat digitaal beschikbaar wordt (digitaliseringsplicht). Voorstel 1. De zienswijzen 12 en 13 (juridisch) niet-ontvankelijk te verklaren en de overige zienswijzen ontvankelijk. 2. De zienswijzen 4 tot en met 11 overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in hoofdstuk 2 van de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023’ (hierna: de Nota) op onderdelen gegrond te verklaren en de rest overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in hoofdstuk 2 van de nota ongegrond te verklaren.
5
Het voorontwerp van dit bestemmingsplan had nog de naam Buitengebied Eindhoven 2019 i.p.v. 2023.
6 Er zijn geen zienswijzen ontvangen t.a.v. het MER.
3
Inboeknummer 7861982_02
3. Naar aanleiding van de zienswijzen wijzigingen in het vast te stellen bestemmingsplan aan te brengen, zoals verwoord in hoofdstuk 2 van de Nota, welke Nota deel uitmaakt van dit besluit. 4. Ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplan aan te brengen zoals verwoord in hoofdstuk 3 van de Nota, welke nota deel uitmaakt van dit besluit. 5. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Eindhoven 2023’ bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand: NL.IMRO.0772.80219-0301.gml met de bijbehorende bestanden digitaal gewijzigd vast te stellen en waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de BGT alsmede de afgeleide analoge verbeelding van het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 6. Geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. Argumenten 1.1 Het niet tijdig indienen van een zienswijze leidt (juridisch) tot niet-ontvankelijkheid. Gedurende de wettelijke termijn van 6 weken bestond voor iedereen de gelegenheid om zienswijzen in te dienen tegen het ontwerp van het bestemmingsplan. Er zijn 11 zienswijzen binnen de gestelde wettelijke termijn ontvangen. Deze zijn daardoor (juridisch) ontvankelijk. Zienswijzen 12 en 13 zijn te laat ingediend en daardoor (juridisch) niet-ontvankelijk.
In de Nota is desondanks wel ambtshalve ingegaan op de aangedragen punten. 2.1 Als de indiener van een ontvankelijke zienswijze gelijk heeft is deze gegrond. Een aantal zienswijzen leiden (deels) tot wijziging van het bestemmingsplan. Die zienswijzen worden om de redenen, zoals verwoord in de Nota, (juridisch) gegrond verklaard. De overige (delen van de) zienswijzen leiden, zoals verwoord in de Nota, niet tot wijzigingen van de regels en/of verbeelding en zijn daardoor ongegrond. 3.1 Een aantal zienswijzen leiden tot wijziging van de regels en/of verbeelding. De wijzigingen en de onderbouwing daarvan zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de Nota. 4.1 De raad dient ook ambtshalve wijzigingen van de regels en verbeelding vast te stellen. Ambtshalve zijn er ook een aantal wijzigingen aangebracht in de regels en de verbeelding. De wijzigingen en de onderbouwing daarvan zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van de Nota. 5.1 Het bestemmingsplan moet digitaal worden vastgesteld en gelijktijdig moet een volledige analoge versie van het bestemmingsplan worden vastgesteld. Op basis van de wetgeving moet een bestemmingsplan digitaal worden vastgelegd. Het bestemmingsplan is voor u digitaal raadpleegbaar op de website pilot.ruimtelijkeplannen.nl via de directe link https://pilot.ruimtelijkeplannen.nl/webroo/?planidn=NL.IMRO.0772.80219-0301 Gelijktijdig met de digitale vaststelling van het
4
Inboeknummer 7861982_02
bestemmingsplan moet een volledige verbeelding hiervan op papier worden vastgesteld. Gelet op artikel 4.6, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft het oude recht (artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening) op dit besluit van toepassing tot dit besluit van kracht is. 6.1 De wet verplicht tot het nemen van een besluit over het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan. Door artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening moet uw raad een exploitatieplan vaststellen voor gronden waarop een bouwplan is voorzien, tenzij het verhaal van grondexploitatiekosten over de in het bestemmingsplan begrepen gronden anderszins is verzekerd. Als deze laatste situatie zich voordoet dient uw raad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan besluiten dat geen exploitatieplan wordt vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt geen bouwplannen mogelijk, waardoor het verhaal van kosten niet aan de orde is. Kanttekeningen Niet van toepassing. Personele consequenties Het opstellen van dit bestemminsplan en het verzorgen van de procedure behoren tot de reguliere werkzaamheden van de afdeling Omgevingsrecht. Financiële consequenties Het opstellen van dit bestemminsplan en het verzorgen van de procedure behoren tot de reguliere werkzaamheden van de afdeling Omgevingsrecht.
Communicatie Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad en digitaal via de gemeentelijke website. In die bekendmaking staat dat het besluit en het bestemmingsplan digitaal beschikbaar zijn via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. en welke beroepsmogelijkheden er zijn. De indieners van de zienswijzen worden per brief in kennis gesteld van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan onder gelijktijdige toezending van het raadsvoorstel en het –besluit. Planning en uitvoering Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, volgt de beroepsfase. In de kennisgeving van het besluit wordt vermeld dat het vastgestelde bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage ligt en dat binnen die termijn beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: RvS). Op de dag dat de beroepstermijn afloopt treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij beroep is ingesteld én een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de voorzieningenrechter van de RvS. In dat geval dient eerst de uitspraak van de voorzieningenrechter te worden afgewacht. In die uitspraak staat of de inwerkingtreding van het plan al dan niet wordt opgeschort en zo ja voor welke plandelen de schorsing geldt.
5
Inboeknummer 7861982_02
Evaluatie Niet van toepassing. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Bestemmingsplan ‘Buitengebied Eindhoven 2023’; • Ingediende zienswijzen (13) • Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023.
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
6
Inboeknummer 7861982_02
Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ; overwegende dat, -
-
-
-
het ontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied Eindhoven 2023’ met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.8, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening is voorbereid; het ontwerp bestemmingsplan met milieueffectrapport zowel in digitale als analoge vorm gedurende de periode van 6 weken (16 februari 2023 tot donderdag 30 maart 2023) voor iedereen ter inzage heeft gelegen en dat voor iedereen de gelegenheid openstond om tijdens deze periode naar keuze schriftelijk, digitaal of mondeling zienswijzen in te dienen; van 13 indieners een op schrift gestelde zienswijze tegen het ontwerp bestemmingsplan is ontvangen, waarvan11 zienswijzen binnen de gestelde termijn en daarmee juridisch ontvankelijk zijn; in de ‘Nota van zienswijze en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023’ de zienswijzen zijn samengevat en voorzien van een gemeentelijk standpunt; de raad de daarin vervatte overwegingen en standpunten tot de hare maakt; de raad de voorgestelde wijzigingen ten aanzien van de verbeelding en de regels onderschrijft en gelet op de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening en Crisis- en herstelwet;
besluit: 1. De zienswijzen 12 en 13 (juridisch) niet-ontvankelijk te verklaren en de overige zienswijzen ontvankelijk. 2. De zienswijzen 4 tot en met 11 overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in hoofdstuk 2 van de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Buitengebied Eindhoven 2023’ (hierna: de Nota) op onderdelen gegrond te verklaren en de rest overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in hoofdstuk 2 van de Nota ongegrond te verklaren. 3. Naar aanleiding van de zienswijzen wijzigingen in het vast te stellen bestemmingsplan aan te brengen zoals verwoord in hoofdstuk 2 van de Nota, welke Nota deel uitmaakt van dit besluit. 4. Ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplan aan te brengen zoals verwoord in hoofdstuk 3 van de Nota, welke Nota deel uitmaakt van dit besluit. 5. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Eindhoven 2023’ bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand: NL.IMRO.0772.80219-0301.gml met de bijbehorende bestanden digitaal gewijzigd vast te stellen en waarbij voor de
7
Inboeknummer 7861982_02
locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de BGT alsmede de afgeleide analoge verbeelding van het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen. 6. Geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, griffier.
8