Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied (Museumpark VONK)'
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 22bst01315 Dossiernummer 22.44.253 B&W beslisdatum 01 november 2022
Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Raadsvoorstel (Museumpark VONK)'
Inleiding In de Genneper Parken, aan de Boutenslaan, is het preHistorisch Dorp gelegen. Als onderdeel van de Regio Deal is het plan ontstaan om het preHistorisch Dorp op te schalen/ uit te breiden en te transformeren tot Museumpark VONK. In het museumconcept draait het om de verandermomenten in de geschiedenis van de stad en regio (de momenten dat de vonk oversloeg en er veranderingen in gang werden gezet die onze stad en regio gemaakt hebben tot wat ze vandaag de dag is). De uitbreiding is voorzien ter plaatse van het (voormalig) baggerdepot en een deel van het terrein van verkeersschool Leeuw. De rest van dat terrein krijgt een groene invulling. Maar ook binnen het museumterrein wordt voorzien in groen. Dit (compensatieplan) is ook geborgd in het bestemmingsplan. Zowel de aanleg als instandhouding zijn in het bestemmingsplan verplicht gesteld, door middel van het ‘Landschappelijk inpassingsplan VONK* dat als bijlage 1 onderdeel uitmaakt van de regels van het bestemmingsplan.
Inboeknummer
22bst01315
Uw raad heeft op 28 april 2021 ingestemd met het dossier Uitbreiding Eindhoven Museum – VONK (21bst000358), waarin de locatie Genneper Parken is bekrachtigd. Daarnaast is in december 2021 (21bst01453) ingestemd met het Voorlopig Ontwerp, dat volgens de externe validatie voldoet aan de op 28 april 2021 in de raad vastgestelde kaders/randvoorwaarden, en het in gang zetten van de bestemmingsplanprocedure. Het validatierapport is als bijlage toegevoegd. Daar waar geconstateerd is dat er actie nodig is in het vervolgproces, is in de bij het validatierapport gevoegde ambtelijke aanvulling gekeken of het plan in deze fase van het bestemmingsplan inmiddels op die punten voldoet of er actie nodig is in het vervolgproces (bijvoorbeeld in de vergunningsfase). De in het validatierapport genoemde toezeggingen zijn verwerkt in het bestemmingsplan. Belangrijke punten hierin zijn: - Vergroening/ ecologie Conform het ontwerp van het dossier 21bst01453 wordt het terrein van verkeersschool Leeuw grotendeels vergroend, en wordt toegezien op behoud van ecologische waarden. Zo is er naast flora en fauna onderzoek een boom effect analyse uitgevoerd om bestaande bomen te behouden. Er wordt ook voldaan aan de eis van de provincie om een landschappelijke kwaliteitsverbetering te realiseren. Zie ook antwoord op zienswijze #1 in de bijlage.
- Parkeren De parkeeroplossing gaat uit van 114 plaatsen op eigen terrein. Er is onderzocht of minder parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden. Uit financiële analyse blijkt dat dit een negatief effect heeft op de exploitatie. Tijdens de raadvergadering op 21 december 2021 is besloten dat “nieuwe eisen aan VONK* vergezeld moeten gaan van een compleet dekkingsvoorstel binnen de gemeentelijke begroting, om te voorkomen dat de financiële consequenties ten laste komen van de exploitatie- en/ of investeringsbegroting van VONK* of doorgeschoven worden naar een later moment.” In de vormgeving van het parkeerterrein zal wel rekening worden gehouden met de mogelijkheid om in de toekomst het aantal parkeerplaatsen te verminderen, als dit in de praktijk mogelijk blijkt. Zie ook pagina 19 van bijlage 4 van de toelichting van het bestemmingsplan. Wanneer er sprake is van een hogere behoefte wordt deze ingevuld door parkeren op afstand bij HTC. Zie ook antwoord op zienswijze #3 en #6 onder 4, en in de bijlage en bestemmingsplan § 3.6. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 23 juni tot en met woensdag 3 augustus 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn 17 zienswijzen ontvangen. Buiten de termijn is één zienswijze ontvangen.
In bijgevoegde ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ zijn de zienswijzen samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. De zienswijzen hebben geleid tot een aantal aanpassingen in de planregels. Ook ambtshalve zijn wijziging doorgevoerd in de planregels. De nog in werking te treden Omgevingswet is hierop niet van toepassing.
Wettelijke taak
2
Inboeknummer
22bst01315
Artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening.
Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Onvermijdelijk
Doelstelling Een juridisch ruimtelijk kader bieden om de uitbreiding van Eindhoven Museum met plan VONK* mogelijk te maken en de sanering van verkeersschool Leeuw teneinde hier deels groen te ontwikkelen.
Voorstel 1. de indiener in zijn zienswijze genoemd onder 2.18 in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ niet ontvankelijk te verklaren en de overige indieners in hun zienswijzen ontvankelijk te verklaren; 2.
3. 4. 5.
6. 7.
de zienswijzen overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond te verklaren (zienswijzen 2.4, 2.6 en 2.7) en de overige zienswijzen ongegrond te verklaren; naar aanleiding van de zienswijzen wijzigingen zoals verwoord in het besluit ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplan aan te brengen; ambtshalve wijzigingen zoals verwoord in het besluit ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplan aan te brengen; het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Museumpark VONK)’ bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand: NL.IMRO.0772.80421-0301.gml met de bijbehorende bestanden digitaal gewijzigd vast te stellen en waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de BGT alsmede de afgeleide analoge verbeelding van het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen; geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen; Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant te verzoeken om toestemming te verlenen om het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren.
Argumenten 1.1 De zienswijzen zijn op tijd ingediend, op één na. Van 23 juni tot en met 3 augustus 2022 bestond voor iedereen de gelegenheid om zienswijzen in te dienen tegen het ontwerp bestemmingsplan. Voordat tot een inhoudelijke beoordeling van de zienswijzen kan worden overgegaan moet formeel eerst worden vastgesteld of de indieners in hun zienswijzen ontvankelijk kunnen worden verklaard. Dit laatste is het geval, omdat de ingebrachte zienswijzen binnen de gestelde wettelijke termijn zijn ontvangen met uitzondering van één zienswijze. Één zienswijze is buiten de termijn binnengekomen (5 augustus) en is daarom
3
Inboeknummer
22bst01315
(formeel) niet-ontvankelijk. Deze zienswijze is echter ambtshalve wel van een reactie voorzien. 2.1 Drie zienswijzen worden om inhoudelijke redenen gedeeltelijk gegrond verklaard. Drie zienswijzen geven aanleiding tot aanpassingen in het bestemmingsplan. Deze zienswijzen worden om redenen, zoals verwoord in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ gedeeltelijk gegrond verklaard. De overige zienswijzen leiden niet tot aanpassingen van het bestemmingsplan en zijn daarom (juridisch) ongegrond. 3.1 De zienswijzen geven aanleiding tot het doorvoeren van wijzigingen De volgende wijzigingen in de regels van het bestemmingsplan zijn voorgesteld: In artikel 3.1, onder a van de regels is “educatieverecreatieve” vervangen door “educatief-recreatieve”. Dit overeenkomstig de in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ gebruikte bewoording. De als bestuurlijke kader meegegeven voorwaarde, dat bezoekers voor een horecabezoek alleen tijdens de openingstijden van VONK* ontvangen mogen worden, is aanvullend in het bestemmingsplan opgenomen. Dit wordt primair geregeld door de Algemene Plaatselijke Verordening, maar is in het bestemmingsplan aanvullend geregeld met een definitiebepaling waardoor er een koppeling is met de openingstijden van het museum. Een definitie is toegevoegd voor ‘museale’, zodat duidelijk is dat dit het museum met bijbehorend terrein is.
In de definitie voor ‘kunstobject’ is verduidelijkt dat hieronder ook de ‘vonken’ als bedoeld in artikel 3.2.4 van de regels vallen. Ook is in artikel 3.2.4 geregeld dat er maximaal 10 vonken zijn toegestaan. De planregeling voorziet in een mogelijkheid om het landschappelijk inpassingsplan onder voorwaarden te wijzigen. Mits dit noodzakelijk is voor een doelmatige uitvoering van het plan en de wijziging ook voldoet aan de vereisten voor een goede landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van het landschap. Voor de duidelijkheid zal aan deze regeling worden toegevoegd dat een wijziging altijd ‘minimaal gelijkwaardig’ moet zijn. De wijzigingen zijn genoemd in het besluit in beslispunt 3. Een en ander zoals ook verwoord in de ‘nota van zienswijzen en ambtshalve wijzingen’. 4.1 De raad dient ambtshalve wijzigingen apart vast te stellen Ambtshalve is voorgesteld drie wijzigingen in de bestemmingsplanregels door te voeren. Het landschappelijk inpassingsplan, zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels, is geoptimaliseerd. Daarin zijn de resultaten van de uitgevoerde Boom Effect Analyse verwerkt, wat heeft geleid tot het behoud van extra bomen. In de regels is aan de gebiedsaanduiding ‘overige zone - natuur netwerk brabant’ aanvullend een aanlegvergunningstelsel toegevoegd. Dit biedt extra bescherming.
En de gebiedsaanduiding ‘overige zone – behoud en herstel watersystemen’ is een zinsdeel toegevoegd, waardoor het binnen het museumpark benodigde (en met het waterschap besproken) wandelpad aangelegd kan worden. De wijzigingen zijn
4
Inboeknummer
22bst01315
genoemd in het besluit in beslispunt 4. Een en ander zoals ook verwoord in de ‘nota van zienswijzen en ambtshalve wijzingen’. 5.1 Het bestemmingsplan moet digitaal worden vastgesteld en gelijktijdig moet een volledige analoge versie van het bestemmingsplan worden vastgesteld Op basis van de wetgeving moet een bestemmingsplan digitaal worden vastgelegd. Het bestemmingsplan is voor u digitaal raadpleegbaar op de website pilot.ruimtelijkeplannen.nl via de direct link http://pilot.ruimtelijkeplannen.nl/webroo/?planidn=NL.IMRO.0772.80421-0301. Gelijktijdig met de digitale vaststelling van het bestemmingsplan moet een volledige verbeelding hiervan op papier worden vastgesteld. 6.1 De wet verplicht tot het nemen van een besluit over het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) moet uw raad een exploitatieplan vaststellen voor gronden waarop een bouwplan is voorzien, tenzij het verhaal van grondexploitatiekosten over de in het bestemmingsplan begrepen gronden “anderszins” is verzekerd. In dit geval zijn de kosten “anderzijds” verzekerd, doordat met initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst is gesloten. Als deze situatie zich voordoet dient uw raad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan (formeel) te besluiten dat geen exploitatieplan wordt vastgesteld.
7.1 De raad kan GS verzoeken om het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren Als wijzigingen zijn aangebracht ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan, anders dan op grond van een zienswijze van Gedeputeerde Staten (GS), dan bepaald de wet dat zes weken moet worden gewacht met publiceren dat het bestemmingsplan is vastgesteld. Om de doorlooptijd te versnellen kan GS worden verzocht het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren, zodat het ook eerder ter inzage kan worden gelegd (beroepstermijn). Kanttekeningen Niet van toepassing. Financiële consequenties Nadat de verplaatsing van Leeuw mogelijk is gemaakt, is op 24 mei 2022 de grondexploitatie voor VONK door uw raad vastgesteld. Hiermee zijn ook de technisch/financiële zaken vastgelegd. Met initiatiefnemer is een (anterieure) overeenkomst gesloten. Met een anterieure overeenkomst worden de kosten die deze ontwikkeling met zich meebrengen verhaald op initiatiefnemer. De toetsing van het bestemmingsplan en het verzorgen van de procedure behoren tot de reguliere werkzaamheden van de afdeling Ruimtelijke Ordening. Communicatie Gedurende de planvorming zijn verschillende partijen door VONK* geïnformeerd over de voorgenomen plannen. Zowel Trefpunt Groen, de Henri van Abbestichting en de
5
Inboeknummer
22bst01315
stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven. De Henri van Abbestichting (verder: HvA) heeft ook een zienswijze ingediend. Na de vaststelling wordt het raadsbesluit, langs elektronische weg, aan Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant gestuurd. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan mag pas zes weken na de vaststelling bekend worden gemaakt als wijzigen zijn doorgevoerd (artikel 3.8, vierde lid Wro). Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt bekendgemaakt in het gemeenteblad en digitaal via de gemeentelijke website www.eindhoven.nl. In die bekendmaking staat dat het besluit en het bestemmingsplan digitaal beschikbaar zijn via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl en welke beroepsmogelijkheden er zijn. De indieners van de zienswijzen worden per brief in kennis gesteld van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Ook worden zij geïnformeerd over de mogelijkheid tot het instellen van beroep en het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Planning en uitvoering Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, volgt de beroepsfase. In de kennisgeving van het besluit wordt vermeld dat het bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage ligt en dat binnen die termijn beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Op de dag dat de beroepstermijn afloopt treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij beroep is ingesteld én een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de voorzieningenrechter van genoemde Afdeling bestuursrechtspraak. In dat geval dient eerst de uitspraak van de voorzieningenrechter te worden afgewacht. In die uitspraak staat of de inwerkingtreding van het plan al dan niet wordt opgeschort en zo ja voor welke plandelen de schorsing geldt. Bestemmingsplannen die voor inwerkingtreding van de Omgevingswet als ontwerp ter visie hebben gelegen, worden nog op grond van de Wro vastgesteld. De Omgevingswet is hierop niet van toepassing. Evaluatie Niet van toepassing.
Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Bestemmingsplan ‘Buitengebied (Museumpark VONK). • Ontwerp-raadsbesluit. • Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen. • Ingediende zienswijzen. • Validatierapport, met aanvulling. Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
6
Inboeknummer
, secretaris.
7
22bst01315
Inboeknummer
22bst01315
Ontwerp Raadsbesluit
De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ; overwegende, -
-
-
-
dat het ontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied (Museumpark VONK)’ met inachtneming van het bepaalde in en krachtens artikel 3.8, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening is voorbereid; dat het ontwerp bestemmingsplan zowel in digitale als analoge vorm gedurende de periode van donderdag 23 juni tot en met woensdag 3 augustus 2022 voor iedereen ter inzage heeft gelegen en dat iedereen de gelegenheid heeft gehad om tijdens deze periode naar keuze schriftelijk, digitaal of mondeling zienswijzen in te dienen; dat van 18 indieners een op schrift gestelde zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan is ontvangen; dat de zienswijzen binnen de gestelde termijn zijn ontvangen, met uitzondering van één zienswijze. De buiten de gestelde termijn ontvangen zienswijze is daarom (formeel) niet-ontvankelijk. De overige indieners kunnen in hun zienswijzen ontvankelijk worden verklaard; dat in de ‘nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ de zienswijzen zijn samengevat en zijn voorzien van een gemeentelijk standpunt; dat de raad de daarin vervatte overwegingen en standpunten tot de hare maakt; dat de raad de voorgestelde ambtshalve wijziging, zoals ook verwoord in de ‘nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’, onderschrijft; gelet op de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening;
besluit: 1
de indiener in zijn zienswijze genoemd onder 2.18 in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ niet ontvankelijk te verklaren en de overige indieners in hun zienswijzen ontvankelijk te verklaren;
2
3
de zienswijzen overeenkomstig het gemeentelijk standpunt als verwoord in de ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen’ gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond te verklaren (zienswijzen 2.4, 2.6 en 2.7) en de overige zienswijzen ongegrond te verklaren; naar aanleiding van de zienswijzen de volgende wijzigingen ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplanregels aan te brengen: o In artikel 3.1, onder a “educatieverecreatieve” te vervangen door “educatief-recreatieve”. o Een definitie in hoofdstuk 1 toe te voegen voor één “openbare horecagelegenheid”: “horeca gericht op de museale educatiefrecreatieve functie en overige bezoeker (aparte toegang) en waarbij
8
Inboeknummer
4
22bst01315
overige bezoekers voor een horecabezoek ontvangen mogen worden tijdens de reguliere openingstijden van de museale educatief-recreatieve functie met een uitloop van één uur voor de horeca.”. o Een definitie in hoofdstuk 1 toe te voegen voor ‘museale’: “(historisch openlucht) museum met bijbehorend terrein.” o De definitie in hoofdstuk 1 voor ‘kunstobject’ te verduidelijken: “een bouwwerk of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende (maak)kunsten. Hieronder worden ook verstaan (gebouwde) interactieve al dan niet verplaatsbare toestellen, die ‘vonken’ worden genoemd.” o Aan artikel 3.2.4 toe te voegen (lid d): “het maximum aantal kunstwerken/ kunstobjecten (vonken) is 10.” o Aan artikel 3.5.1, onder b toe te voegen: “minimaal gelijkwaardig”. ambtshalve de volgende wijzigingen ten opzichte van het ontwerp in het bestemmingsplan aan te brengen: o het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 1 bij de regels aan te passen; o bij artikel 13.3 ‘overige zone – behoud en herstel watersystemen’ van de regels, aan lid 13.3.3, onder 1, onder a toe te voegen: “met uitzondering van de hoofdroute die de tijdvakken (met kunstwerken en kunstobjecten (vonken) als bedoeld in artikel 3.2.4) binnen het museumterrein met elkaar verbindt.”.
o aan artikel 13.4 ‘Overige zone – natuur netwerk brabant’ van de regels toe te voegen: 13.4.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden 1. Vergunningsvereiste Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning (voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden) van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het dieper dan 0,3 m afgraven, woelen, ploegen en verlagen van gronden; b. het egaliseren, ophogen en/of anderszins wijzigen van de bodemstructuur; c. het wijzigen van de perceelsindeling zoals die door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven d. het aanleggen of verharden van wegen, fiets- en wandelpaden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met een totale oppervlakte van meer dan 100 m2; e. het graven, verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, greppels en poelen; f. het dempen van waterlopen, sloten, greppels en poelen; g. het planten van houtgewas, het vellen, rooien of verminken van houtopstand; h. het (onder)bemalen, het onttrekken van grondwater door het slaan van putten en het aanbrengen van drainage;
9
Inboeknummer
22bst01315
i.
het aanbrengen van oeverbeschoeiingen en het aanleggen van kaden en aanlegplaatsen; j. het aanbrengen van (infrastructurele) leidingen, zoals ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen en het plaatsen/uitbreiden van de daarbij behorende installaties en apparatuur. 2. Uitzonderingen Het in lid 1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend. b. welke ten tijde van inwerkingtreding van het bestemmingsplan legaal in uitvoering waren; c. waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Ontgrondingenwet, welke is verleend en van kracht is; d. welke betreffen het normale onderhoud en beheer; e. het aanbrengen van ondergrondse (infrastructurele) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, binnen het profiel van bestaande paden en wegen. 3. Toelaatbaarheid De in lid 1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als voldaan wordt aan de criteria: a. de werken of werkzaamheden noodzakelijk zijn in verband met natuurontwikkeling, natuur- en landschapsbeheer of (extensief) recreatief medegebruik en b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de aanwezige waarden en kenmerken. 5
6 7
het bestemmingsplan ‘Buitengebied (Museumpark VONK)’ bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand: NL.IMRO.0772.80421-0301.gml met de bijbehorende bestanden digitaal gewijzigd vast te stellen en waarbij voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van een ondergrond welke ontleend is aan de BGT alsmede de afgeleide analoge verbeelding van het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen; geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen; Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant te verzoeken om toestemming te verlenen om het bestemmingsplan eerder te mogen publiceren.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, griffier.
10