CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Fietsparkeerstrategie Eindhoven Centrum

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Fietsparkeerstrategie Eindhoven Centrum5.315 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Inboeknummer 21bst00396 Beslisdatum B&W 20 april 2021 Dossiernummer 21.16.651

Raadsvoorstel Fietsparkeerstrategie Eindhoven Centrum Inleiding Eindhoven stimuleert bezoekers van het centrum om met de fiets te komen. Een toenemend aantal fietsers is goed voor een aantrekkelijk en leefbaar centrum en draagt bij aan een gezonde stad. Een kwantitatief en kwalitatief goed aanbod van stallingsmogelijkheden is, in combinatie met goede (door)fietsroutes, een belangrijke voorwaarde voor een groei van het fietsgebruik. Het aanbod aan fietsparkeerplaatsen in het centrum blijft echter achter op de groeiende vraag. Uitbreiding van de fietsparkeercapaciteit draagt bij aan de leefbaarheid en veiligheid in het centrum en vermindert de ‘verrommeling’ van de binnenstad. Ook ondernemers van de binnenstad zijn gebaat bij meer mogelijkheden om fietsen te stallen: de bereikbaarheid van de binnenstad wordt immers verbeterd. Dit knelpunt vraagt om een doelgroep gerichte fietsparkeerstrategie voor de langere termijn tot 2030. Tijdens de raadsvergadering van 5 november 2019 heeft ons college een (later ingetrokken) motie omarmd (motie B.M02) omdat deze het al voorgenomen plan ondersteunt om een fietsparkeerstrategie op te stellen. Wij hebben daarbij toegezegd “dat ook ontwikkellocaties buiten het centrum en (tijdelijke) evenementenlocaties worden meegenomen”.

Wij hebben toegezegd om de Fietsparkeerstrategie in het voorjaar van 2021 naar uw raad te sturen (Meningsvormende commissie begrotingsbehandeling, 27-10-2020). U vindt in bijlage 1 het eindrapport, samen met een managementsamenvatting en een digitaal toegankelijke ‘storymap’ en een uitvoeringsplan voor de korte (2021-2022), middellange (2023-2025) en lange termijn (2025-2030). De kern van het raadsvoorstel is het vaststellen van de fietsparkeerstrategie en richting geven aan de uitvoering van de uitbreiding van de fietsparkeercapaciteit in het centrum. Uitgangspunten en randvoorwaarden Het studiegebied is begrensd tot het centrum met een uitloper naar het Philipsstadion en is opgesplitst in drie deelgebieden: Binnenstad (kernwinkelgebied, Stadhuisplein), Centrum-oost (Tramstraatkwartier) en Centrum-west (De Bergen, Victoriapark, Witte Dame). Ontwikkellocaties buiten het centrum zijn niet in de Fietsparkeerstrategie meegenomen, omdat de grote en toenemende vraag naar fietsparkeercapaciteit vooral in het centrum speelt. De stationsomgeving blijft buiten beschouwing: de al geplande fietsparkeervoorzieningen noord (Neckerspoel) en zuid (Stationsplein) zijn bedoeld voor bus- en treinreizigers en niet voor bezoekers van het centrum. Deze uitbreidingen in de stallingscapaciteit voorzien in de geprognotiseerde toekomstige behoefte van 10.400 fietsparkeerplekken rond het OV-knooppunt;

Inboeknummer 21bst00396

-

-

-

Het onderzoek gaat uit van de opvang van stallingen voor bewoners, werknemers en bezoekers van woningen en bedrijven op eigen terrein resp. in de gebouwde voorzieningen; De stallingsbehoefte bij (specifieke) evenementenlocaties is buiten beschouwing gelaten. Wel heeft Mobycon uitgangspunten opgenomen voor pop-up stallingen in de nabijheid van de evenementenlocaties (zie bijlage 1, hoofdstuk 3). Het advies van Mobycon is om initiatiefnemers van evenementen te verplichten om een voorstel voor fietsparkeren in te dienen bij de vergunningaanvraag en bovendien een financiële bijdrage te leveren aan het tijdelijke opplussen van de fietsparkeercapaciteit. De gemeente kan, aanvullend op de bestaande stallingscapaciteit, locaties voor pop-up stallingen aanwijzen en deze vanuit het fietsdepot leveren. De kwaliteit van inpandige fietsparkeervoorzieningen (vindbaarheid, bereikbaarheid, toegankelijkheid, inrichting, keuze voor fietsparkeervoorzieningen) viel buiten het onderzoek maar is wel uitgewerkt in de Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen (zie bijlage 2).

Uitbreiding van het onderzoek: stallingsruimte voor brom-/snorfietsen en deelmobiliteit Een schouw in het centrum wijst uit dat gebruikers hun brom- en snorfietsen op willekeurige plekken neerzetten in de openbare ruimte. Mobycon geeft advies over een centrumbreed netwerk van stallingscapaciteit voor deze doelgroep. Om het gebruik van deelmobiliteit te faciliteren en geordend parkeren mogelijk te maken wordt geadviseerd op middellange en langere termijn uitgiftepunten en parkeervoorzieningen voor deelmobiliteit binnen alle beheerde openbare, inpandige fietsenstallingen te realiseren. Nu wordt het stallen van voertuigen voor deelmobiliteit toegestaan op straat (in microhubs of free floating). Om op langere termijn voldoende plekken te creëren zijn er ook plekken nodig bij middelgrootschalige fietsenstallingen in de openbare ruimte. Kwaliteitseisen inpandige fietsparkeervoorzieningen Dit raadsvoorstel hangt inhoudelijk nauw samen met de Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen die wij 22 april 2021 hebben vastgesteld en waarover u een raadsinformatiebrief heeft ontvangen. De vaststelling van de Kwaliteitseisen is een collegebevoegdheid omdat dit een uitwerking is van de nota parkeernormen (2019).

 Wettelijke taak Zorgplicht voor goede voorzieningen voor fietsers en voor een aantrekkelijke en veilige openbare ruimte  Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Het Eindhovens beleid is erop gericht om de groei van het fietsverkeer verder te stimuleren. Zie Coalitieakkoord Evenwicht & Energie: “Onze stip op de horizon is een stad waar…. inwoners en bezoekers worden gestimuleerd om zich te voet, met de iets of het openbaar vervoer te verplaatsen en waar het centrum auto luw is. Om mensen te verleiden zich vaker te verplaatsen met de fiets hanteren we bij nieuw ontwerp en inrichting van openbare ruimte het principe ‘uitnodigend om op de fiets te stappen’.

2

Inboeknummer 21bst00396

Doelstelling Een aantrekkelijke, leefbare en gezonde stad; stimulering van het fietsgebruik. Voorstel 1 Vaststellen van de Fietsparkeerstrategie Eindhoven Centrum met als intentie: 1.1 een verdubbeling van de fietsparkeerbehoefte in het centrum in de periode 2021-2030 (van 6500 plekken in 2020 naar ongeveer 13.500 in 2030); 1.2 in de periode 2021-2030 de opgave van 1150 extra plekken voor deelmobiliteit (tweewieligen); 1.3 in de periode 2021-2030 de opgave van 700 plekken voor brom- en snorfietsen; 1.4 de fasering in uitbreiding van fietsparkeercapaciteit in 2021-2022 met 3800 plekken, 2022-2025 met 1275 plekken en in de periode 2025-2030 met 1950 plekken; 1.5 tenminste 65% van de extra toe te voegen fietsparkeercapaciteit in 2030 te realiseren in inpandige stallingen en maximaal 35% op maaiveld in de openbare ruimte; 1.6 het college opdracht te geven een uitvoeringsplan fietsparkeren 2021-2025 op te stellen, inclusief een financieringsvoorstel, waarbij voor de exacte locaties en omvang van stallingen een nadere afweging plaatsvindt met andere noodzakelijke voorzieningen in de openbare ruimte; 1.7 Ophogen van de fietsparkeernorm van bezoekers van wonen van 0,2 naar 0,5 in het centrum, conform de landelijke richtlijnen van het CROW.

2.1 Concrete invulling van uitwerking en realisatie van extra fietsparkeerplaatsen voor de periode 2021-2022 te koppelen aan de incidentele meeropbrengst areaaluitbreidingen betaald parkeren in de jaarschijf 2021;

2.2 Instellen van de Reserve Uitvoeringsplan fietsparkeren -

het doel en de functie van de reserve: invulling geven aan het nog vast te stellen uitvoeringsplan fietsparkeren. - voeding van de reserve: storting van de incidentele meeropbrengst in 2021 van de areaaluitbreidingen betaald parkeren in de jaarschijf 2021. - criteria voor onttrekkingen: uitgaven ten laste van deze reserve vinden plaats voor de onderwerpen die onderdeel uitmaken van de fietsparkeerstrategie en uitvoeringsplan fietsparkeren. - soort reserve: bestemmingsreserve met bestedingsfunctie. - maximum hoogte van de reserve: € 0,5 miljoen. - minimum hoogte van de reserve: € 0. - looptijd van de reserve: tot 31-12-2022. 2.3 Voor de periode vanaf 2023 de dekking van investeringen en exploitatiekosten nader uit te werken en onder meer te betrekken bij de jaarlijkse Kadernota, strategische investeringsagenda en externe financieringsmogelijkheden. Argumenten 1.1.1 De fietsparkeerstrategie draagt bij aan de stedelijke opgaven ‘werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid’ van de omgevingsvisie en ook aan de opgave ‘gezonde groei’. In de Omgevingsvisie 1.0 (2020) is de stedelijke opgave werken aan een goede stedelijke bereikbaarheid opgenomen. “Voor een transitie naar duurzame mobiliteit

3

Inboeknummer 21bst00396

moeten we beschikken over voldoende en kwalitatief goede ruimte voor loop- en fietsvoorzieningen. In het centrum is de openbare ruimte schaars. Bij nieuwe ontwikkelingen in het centrum worden zo min mogelijk (auto) parkeerplaatsen toegevoegd en is er extra aandacht voor fietsparkeervoorzieningen.” Een goede fietsparkeerstrategie leidt tot een betere stedelijke bereikbaarheid. Er ligt een grote opgave om meer fietsparkeerplekken aan te wijzen, zodat er ook een bijdrage wordt geleverd aan een duurzame mobiliteit. Dit draagt bij aan de opgave gezonde groei uit de omgevingsvisie. 1.1.2 De nieuwe parkeerstrategie draagt bij aan de nieuwe instrumenten van de Omgevingswet Onder de nieuwe Omgevingswet is de fietsparkeerstrategie een overkoepelend beleid/strategie met een doorwerking naar de hele stad. Het wordt als input meegenomen bij de nieuw op te stellen Omgevingsvisie 2.0. De nieuwe elementen uit de fietsparkeerstrategie krijgen een plek in de Omgevingsvisie 2.0, die vanaf 2022 zal worden opgestart. De beleidsregels die direct doorwerken naar de burgers krijgen een plek in het Omgevingsplan. 1.1.3

De fietsparkeerstrategie sluit direct aan bij bestaand ruimtelijk, mobiliteits- en duurzaamheidsbeleid Het uitgangspunt van goede en voldoende fietsparkeervoorzieningen is ook vastgelegd in Eindhoven op Weg (2013), Agenda Fiets! (2017), menukaart Autoluw centrum (2019), Klimaatplan 2021-2025 (2021), Schone Lucht Akkoord (SLA; 2021), Ontwikkelperspectief Centrum Eindhoven 2040 (2020), Verdichtingsvisie Binnenstad (2020). De fietsparkeerstrategie is aanvullend beleid op deze visies. 1.1.4 De problematiek speelt nu al: er zijn al flinke tekorten aan stallingen voor fietsen en brom- en snorfietsen. In het centrum is nu al grote behoefte aan uitbreiding van stallingscapaciteit. Op een gemiddelde dag is er een tekort van ongeveer 2000 plekken. Daarnaast zijn er ongeveer 1300 wildstallers in de openbare ruimte, buiten de fietsparkeervakken. Deze veroorzaken hinder en overlast voor voetgangers en ook voor hulpdiensten. Voor brom- en snorfietsen zijn er inpandig nu geen mogelijkheden om te stallen. Ze staan verspreid in het centrum in de openbare ruimte. 1.1.5 Een doelgroep gerichte benadering is een voorwaarde voor een succesvolle uitrol van de strategie. De fietsparkeerstrategie richt zich op groepen fietsers met een verschillend reisdoel naar het centrum.

Er wordt onderscheid gemaakt in winkelend publiek (fun shopperslangparkeerders en run shoppers-kortparkeerders), bezoekers (van kantoren, voorzieningen en evenementen), uitgaanspubliek, werknemers en bewoners. Het type doelgroep bepaalt of er een tijdelijke of permanente stalling nodig is en in welke vorm. Dit betekent dat we verschillende behoeftes en gedragingen erkennen en hierop plannen. In de drie deelgebieden is op locatieniveau steeds onderzocht wat en op welke momenten de stallingsbehoefte is per doelgroep. Daarbij is rekening gehouden met meervoudig gebruik gedurende de dag. Nadat het aanbod gerealiseerd is, dient er een zorgvuldig uitgewerkte doelgroepgerichte communicatieaanpak uitgerold te worden waarmee de bezoekers van het centrum geïnformeerd worden over de beschikbaarheid van parkeerplekken en gestimuleerd

4

Inboeknummer 21bst00396

worden te parkeren op de plek die voor hen bedoeld is. Zo worden vraag en aanbod zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. 1.1.6

Het aanmoedigen en faciliteren van de groei van het fietsgebruik past in het integrale Eindhovens beleid voor het (autoluwe) centrum (zie inleiding).

1.2 Ruimte voor deelmobiliteit speelt vooral op middellange en langere termijn. In de Agenda Deelmobiliteit wordt verwacht dat er tot eind 2030 in totaal 2.500 vervoermiddelen in de hele stad beschikbaar zijn die onder tweewielige deelmobiliteit vallen. Denk bijvoorbeeld aan deelfietsen, e-deelfietsen, deelscooters, deelbakfietsen en deelsteps. Het aanbod en gebruik van deelmobiliteit in het centrum van Eindhoven groeit snel. In het Uitvoeringsplan 2021-2025 wordt daarom al gezocht naar parkeerlocaties. Op de middellange termijn moeten parkeerplekken voor deelmobiliteit worden gerealiseerd binnen centrale, grootschalige fietsparkeerlocaties in het centrum, zoals het 18 Septemberplein, het Fensterrein, het V&D pand, de VDMA-stalling, het Stadhuisplein, op het Lichtplein, in het Victoriapark en in de Mathildelaan parkeergarage. Op de langere termijn na 2025, wanneer de behoefte aan deelmobiliteit blijft toenemen, kan extra stallingscapaciteit worden gerealiseerd in het verlengde van middelgrootschalige fietsenstallingen op maaiveld. In verhouding: voor iedere 6 plekken extra voor fietsen, één plek extra voor een gedeeld vervoermiddel (e-scooter, e-fiets of e-step).

1.3 Een centrumbreed en toekomstbestendig netwerk aan parkeercapaciteit is gewenst voor brom- en snorfietsen In de Eindhovense binnenstad zijn momenteel twee locaties met aanbindmogelijkheden voor brom- en snorfietsen, bij de Witte Dame en op het Stationsplein. Dit zijn de enige stallingsvoorzieningen in het centrum die uitsluitend voor brom- of snorfiets bedoeld zijn. Tot enkele jaren geleden was het mogelijk om de brom- of snorfiets in de beheerde fietsenstalling onder het 18 Septemberplein te stallen. Onder andere de krappe capaciteit van de stalling op piekmomenten en de strenge eisen die er zijn voor het ondergronds stallen van gemotoriseerde voertuigen (brandveiligheid), heeft de gemeente doen beslissen de brom- en snorfiets te weren uit de stalling. Er zijn geen specifieke locaties waar zich grote problemen voordoen door geparkeerde brom- en snorfietsen. Voor het grootste deel staan ze geparkeerd op de plekken waar ook fietsen geparkeerd staan. Dit betekent dat op plekken waar (fout-) geparkeerde fietsen voor overlast zorgen, brom- en snorfietsen dit op deze plekken vaak ook doen. Om de brom- en snorfietsen die naar het centrum komen een voldoende aanbod aan stallingsmogelijkheden te bieden kiezen we ervoor een aantal locaties in het centrum in te richten voor het grootschalig (±100 plekken) parkeren van brom- en snorfietsen.

Mogelijke locaties zoals de Mathildelaangarage en het Lichtplein moeten nader worden onderzocht. Het parkeren voor brom- en snorfietsen is echter gelimiteerd mogelijk in inpandige beheerde stallingen gezien de extra eisen die gesteld worden vanwege onder andere de ventilatie van de ruimte. Het parkeren voor brom- en snorfietsen zal daarom deels in de openbare ruimte een plek moeten krijgen, zoals bij de Witte Dame, de Effenaar, de Vestdijktunnel en het Fensterrein. Hierbij kunnen aanleunsystemen gebruikt worden door zowel fietsen als brom- en snorfietsen.

5

Inboeknummer 21bst00396

1.4.1 De uitbreiding van de fietsparkeercapaciteit 2020-2030 verloopt in fases.

Binnenstad Centrum-oost

Huidige capaciteit 4.400 900

Centrum-west Totaal

2020-2022

2022-2025

2025-2030

Totaal

+2400 + 300

+900 + 55

+1.350 + 80

+4.650 + 435

1.200

+1100

+320

+ 520

+1.940

6.500

+3800

+1.275

+1.950

+7.025

De huidige capaciteit is een opname van het teljaar 2018. In de periode 2018-2020 is de capaciteit nauwelijks veranderd. Bij de herinrichtingsprojecten Vestdijk/Kanaalstraat zijn Tulips vervangen door ‘fietsnietjes’, waardoor vooral kwalitatieve verbeteringen zijn aangebracht. Met name op de korte termijn (2021-2022) en middellange (2023-2025) is daarom een extra grote inhaalslag nodig om de al bestaande tekorten op te lossen. Na vaststelling van de Fietsparkeerstrategie stellen wij een Uitvoeringsplan 2021-2025 op met een concrete aanpak van de uitbreidingsopgave. Hierin zal naast het bijplaatsen van rekken bij bestaande vakken ook worden gezocht naar flexibele en innovatieve oplossingen zoals fietsvlonders, het (tijdelijk) benutten van leegstaande en leeg komende panden en realiseren van buurtstallingen. De verdeling van capaciteit over het centrum komt niet overeen met de vraag naar stallingscapaciteit verspreid over de drie deelgebieden. De grootste tekorten tot 2030 zijn op en nabij: • 18 Septemberplein e.o.

(1200 fietsparkeerplaatsen=fpp) • Witte Dame (500 fpp) • Kernwinkelgebied en randen (1700 fpp) • Stratumseind (250 fpp) • Victoriapark (400 fpp) • Dommelstraat-West (650 fpp) • De Bergen (500 fpp) 1.4.2 De geplande stationstallingen noord en zuid zijn primair bedoeld voor OVreizigers van en naar Eindhoven Centraal De geplande, te bouwen stationstallingen hebben een gezamenlijke capaciteit van 10.400 plekken. Deze capaciteit is, in samenspraak met ProRail en NS, gebaseerd op de prognoses van de groei van het aantal reizigers dat met de fiets naar Eindhoven Centraal komt en is gericht op 2030/2040. In de berekening van de prognose van de fietsparkeerbehoefte 2030 in de Fietsparkeerstrategie zijn we er, op basis van ervaringen elders (o.a. Utrecht CS), van uitgegaan dat 10% van de capaciteit zal worden bezet door bezoekers van het centrum. Als de stationstallingen meer gebruikt worden door centrumbezoekers, heeft dit effect op de benodigde stallingscapaciteit in het centrum. Door het monitoren van het aantal gestalde fietsen in het centrum en in de stationstallingen, en specifiek het stallen door de doelgroepen centrumbezoek en OVreizigers), krijgen we inzicht in het stallingsgebruik en kunnen we het uitvoeringsplan zo nodig bijstellen.

6

Inboeknummer 21bst00396

1.4.3 Een deel van de groei van de fietsparkeerbehoefte zou kunnen worden opgevangen in de parkeergarages. Het sturen van bewoners- en bezoekersparkeren met auto’s naar de parkeergarages vraagt hierin echter ook capaciteit. Met Q-park (de exploitant van de parkeergarages in het centrum) wordt overlegd of bij gebleken restcapaciteit een deel van de autoparkeerplaatsen in de parkeergarages naast bewoners- en bezoekersparkeren ook kan worden ingezet voor fietsparkeerplaatsen. Q-park heeft al aangegeven dat deze omzetting kan leiden tot extra kosten (aanpassing van het gebouw, gescheiden ingang fietsen en auto’s). 1.5.1 Vanuit het belang van de kwaliteit van de openbare ruimte en benodigde ruimte voor andere voorzieningen, streven we naar realisatie van een substantieel aantal en hoog percentage van de stallingen in inpandige voorzieningen De druk op de schaarse openbare ruimte in het centrum neemt al toe door de verdichting. De kwaliteit van de openbare ruimte moet gewaarborgd blijven, zodat het centrum aantrekkelijk blijft om te verblijven. Fietsenstallingen op maaiveld en op straten en pleinen vragen veel ruimte en zijn vaak lastig inpasbaar. Daarom streven we ernaar om in totaal tenminste 65% van de extra te realiseren fietsparkeercapaciteit tot 2030 inpandig te realiseren.

Dit gaat om minstens 4500 extra plaatsen in gebouwde fietsenstallingen (bovenop de huidige 2200 plaatsen). In het Uitvoeringsplan 2021-2025 worden de kansen van het inpandig stallen nader uitgewerkt (kansenscan van locaties, haalbaarheid van stallingscapaciteit per locatie, verdeling over centrum, investeringen en exploitatie- en beheerafspraken met de eigenaren, enz.). 1.5.2 Voor de opgave om een groot deel van de stallingscapaciteit inpandig op te vangen is naast eigen gemeentelijk initiatief een regierol van de gemeente nodig bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente moet zelf actief stallingscapaciteit verruimen, zowel op straat als inpandig, zoals het bouwen van een kelder of het ombouwen van een (deel van een) autoparkeergarage naar een fietsparkeergarage. In de periode tot 2030 kunnen zich daarnaast doorlopend nieuwe kansen voordoen waarbij gebiedsontwikkelingen en voorzieningen in het centrum gecombineerd kunnen worden met het realiseren van middelgrootschalige tot grootschalige parkeervoorzieningen. Hierbij zullen wij als gemeente een proactieve, sturende rol moeten vervullen, bijvoorbeeld aan de hand van criteria in de vooraf gestelde beleids- en financiële kaders.

De Fietsparkeerstrategie biedt handvatten om in een vroegtijdig stadium met ontwikkelaars afspraken te maken over de noodzakelijke, te realiseren opgave voor openbaar toegankelijke inpandige voorzieningen. Goede voorbeelden zijn VDMA, Krabbendam (incl. VenD-complex), Schellens Stadshal, Stadhuisplein District-E. Gebleken is (VDMA) dat dit overleg aan de voorkant kan leiden tot haalbare en betaalbare parkeervoorzieningen die ook aan kwalitatief hoge eisen voldoen. Het vaststellen van de fietsparkeerstrategie in combinatie met financiële middelen heeft een stimulerend effect in dat overleg: de gemeente geeft dan het signaal dat zij bereid is, en de mogelijkheden heeft, om financieel bij te dragen aan het realiseren en exploiteren van de (openbare) fietsparkeervoorzieningen. Volgens het huidige mobiliteitsbeleid vindt een verschuiving plaats van aandacht, ruimte en geld voor parkeren voor auto’s naar stallingsvoorzieningen voor fietsen en deelmobiliteit. Ons parkeerbeleid sluit daarbij aan, dat wil zeggen: we streven (met name in het centrum) naar minder autoparkeervoorzieningen maar zetten daarbij, ook conform het vastgestelde OPC2040, maximaal in op duurzame vervoerswijzen. Een transitie naar

7

Inboeknummer 21bst00396

duurzamere mobiliteit is immers een randvoorwaarde voor het acceptabel inpassen van onze bouwopgave. Aanleg van extra fietsenstallingen kan betekenen dat er minder parkeerplaatsen voor auto’s hoeven te worden gerealiseerd. Belangrijke voordelen zijn dat een fiets veel minder ruimte in beslag neemt dan een auto en een investering in een fietsparkeerplek per saldo goedkoper is dan een autoparkeerplek (ook in onderhoud).

1.6.1

Verdere uitwerking van de aangewezen locaties moet plaatsvinden in het Uitvoeringsplan fietsenstallingen 2021-2025, waarbij voor de exacte locatie van stallingen ook gekeken wordt naar andere noodzakelijke voorzieningen in de openbare ruimte. Extra fietsenrekken brengt een extra ruimtebeslag in de openbare ruimte met zich mee. Vanuit verschillende beleidsterreinen wordt de vraag naar openbare ruimte in het centrum steeds groter (water, groen, ruimte voor bewegen, ontmoeten, etc.). Daarom is het belangrijk de uitwerking van deze fietsparkeerstrategie in relatie te brengen met andere beleidsvelden. Dat gebeurt in een nieuw te ontwikkelen Programmaboek Openbare Ruimte voor het centrum. Als gevolg van de toenemende druk op de openbare ruimte wordt in dit programmaboek aangegeven welke voorziening op welke locatie in het centrum wenselijk is. Er vindt een belangenafweging plaats met als doel alle beleidsterreinen zoveel mogelijk te faciliteren waarbij we een aantrekkelijke en leefbare openbare ruimte in stand houden. De fiets helpt hier voor een groot deel aan mee, maar zal goed ingepast moeten worden om de kwaliteit van de openbare ruimte te behouden. De uitvoering van de fietsparkeerstrategie en daarmee de ruimtelijke inpassing van het maatregelenpakket zal daarom onderdeel zijn van het programmaboek Openbare Ruimte Centrum.

Naast de exacte locatie van stallingen zal hierbij ook gekeken wordt naar de eventuele combinatie met andere noodzakelijke voorzieningen in de openbare ruimte. De uiteindelijke keuze waar fietsenstallingen gerealiseerd kunnen worden maakt deel uit van de integrale afweging van locatiekeuzes tussen verschillende voorzieningen in de openbare ruimte. 1.6.2 Een combinatie met andere voorzieningen als deelmobiliteit, toiletten, pakketophaalpunten en dergelijke verhoogt de aantrekkelijkheid van een stalling en stimuleert het gebruik. Een ander voordeel hiervan is dat deze extra voorzieningen geen beslag leggen op de openbare ruimte. 1.7 Vooruitlopend op een toekomstige actualisatie van de nota parkeernormen wordt de fietsparkeernorm voor bezoekers in het centrum opgehoogd van 0,2 naar 0,5 per woning De landelijke kencijfers van het CROW (Fietsberaad, mei 2019) gaan uit van een bezoekersfietsparkeernorm van 0,5-1,0 per woning in de openbare ruimte. In onze nota parkeernormen is opgenomen dat het bezoekersgedeelte ook op eigen terrein opgelost dient te worden, omdat de openbare ruimte schaars is en we streven naar een hoge kwaliteit van de openbare ruimte. De norm voor bezoekers in Eindhoven is 0,2 per woning.

Voorstel is om deze op te hogen naar 0,5 per woning, om hiermee binnen de grote ontwikkelingen extra fietsparkeercapaciteit te creëren in de openbare fietsenstallingen die ten behoeve van het project toch al gerealiseerd moeten worden. Hiermee wordt het grootste knelpunt op korte termijn in de grotere verdichtingsprojecten opgevangen. Deze fietsparkeernorm voor woningen zijn in alle grote steden gelijk aan elkaar. Ook om die reden zouden deze normen in Eindhoven kunnen gelden.

8

Inboeknummer 21bst00396

Waarschijnlijk wordt de nota parkeernormen in 2022 geactualiseerd. Nu vaststellen van de verhoging van de fietsparkeernorm heeft al effect op ruimtelijke ontwikkelingen die zich dit jaar aandienen met het genoemde voordeel van minder druk op de openbare ruimte. 2.1 Uitvoering van de fietsparkeerstrategie vraagt om extra, structureel budget voor eenmalige investeringen en verhoging van de exploitatiemiddelen. Nadere verkenning van dekkingsmogelijkheden is gewenst in het Uitvoeringsplan 2021-2025. Zie voor een toelichting: paragraaf ‘Kosten’.

Kanttekeningen 1.4 De realisatie van tenminste 65% van de toe te voegen fietsparkeercapaciteit tot 2030 in inpandige voorzieningen is in belangrijke mate afhankelijk van de kansen die zich voordoen en van de medewerking van externe commerciële partijen. In de schaarse openbare ruimte moeten maximaal 2500 fietsparkeerplekken worden gerealiseerd. 2.1 De parkeerinkomsten staan door corona voor 2021 onder druk Door de Coronamaatregelen zijn er in 2020 en waarschijnlijk ook in 2021 minder betaald parkeerinkomsten dan geraamd. Ook zijn er andere ontwikkelingen die van invloed zijn op de parkeerinkomsten, zoals hete zomers, het vervallen van terreinen voor betaald parkeren en het realiseren van P+R aan de rand van de stad. Desalniettemin zien we een sterke behoefte in de stad om het betaald parkeren snel uit te breiden, en komen er steeds meer mensen in de stad wonen. Kosten Om de fietsparkeerstrategie te realiseren zijn extra middelen noodzakelijk. De extra middelen zijn nodig voor investeringen en voor kosten van exploitatie, beheer en onderhoud. Investeringen Plaatsen van parkeervoorzieningen voor fiets/bromfiets/deelmobiliteit in de openbare ruimte;.

Uitbreiding van bestaande inpandige fietsenstallingen; Onderzoek naar de mogelijkheden van het (tijdelijk) benutten van leeg staande of leeg komende panden; Onderzoek naar de mogelijkheden van ombouw van (delen van) autoparkeergarages, in overleg met Q-park; Nieuwbouw van inpandige stallingen. Kosten van exploitatie, beheer en onderhoud Langere openingstijden van bestaande voorzieningen (stallingen Heuvel en 18 Septemberplein); Beheer en exploitatie van nieuwe inpandige voorzieningen; Extra personele capaciteit in het gemeentelijk fietsdepot; Extra personele capaciteit voor handhaving; Pop-up stallingen: rekening houden met kosten voor verwijderen, ruimtelijke inpassing in Openbare Ruimte.

9

Inboeknummer 21bst00396

Zowel voor de investeringen (dekking van kapitaallasten) als de kosten van exploitatie, beheer en onderhoud (jaarlijkse exploitatiekosten) is structurele dekking vereist. Mobycon heeft de kosten ingeschat die nodig zijn voor het realiseren van gehele fietsparkeerstrategie tot en met 2030 waarin alle voorgestelde maatregelen worden meegenomen. Het betreffen grove kostenindicaties met een grote bandbreedte. Mobycon heeft gerekend met een marge van +/- 25 % in de voorspelling van de fietsparkeerbehoefte in 2030. Zeker voor de langere termijn (vanaf 2025) neemt de onzekerheid in de prognose toe. De ontwikkeling van de fietsparkeerbehoefte hangt samen met het tempo in de verdichtingsopgave, (economische) ontwikkelingen in het centrum, verandering in ruimtegebruik in het centrum, effectiviteit van maatregelen voor het autoluw maken van het centrum, ander vervoerkeuzegedrag enz. Om die reden is monitoring van het aantal gestalde fietsen in de openbare ruimte en in openbare stallingen van groot belang om tijdig in te spelen op een veranderende fietsparkeerbehoefte. Inzichten uit monitoring kunnen daardoor leiden tot bijstelling van de realisering van de fietsparkeervoorzieningen en daarmee van de benodigde investeringen.

De investeringen zijn geraamd op € 3,5-10 miljoen (ca € 100.000 – € 300.000 per jaar aan kapitaallasten) en de jaarlijkse exploitatiekosten worden ingeschat op € 3–3,5 miljoen. Een nadere uitwerking van de fietsparkeerstrategie in een concreet uitvoeringsplan zal een verdere prioritering en keuze van maatregelen bevatten alsmede een uitwerking van keuzes voor de korte en lange termijn. Hierdoor zal inzichtelijk worden wanneer en hoeveel aanvullende middelen noodzakelijk zijn.

Voor de lange termijn wordt gedacht aan de volgende dekkingsbronnen: Tijdens het BO MIRT in november 2020 zijn afspraken gemaakt over inzet op mobiliteitstransitie in de regio Zuidoost-Brabant. In de Regionale Mobiliteitsagenda en -programma van de Metropoolregio Eindhoven worden deze afspraken verder uitgewerkt; Nationaal Toekomstbeeld Fiets: per regio worden plannen geïnventariseerd ter verbetering van het fietsnetwerk en de fietsparkeersituatie. De nadruk ligt hierbij op realisatie en verbetering van de belangrijkste fietsroutes (doorfietsroutes en stadsroutes) en grootschalige (inpandige) fietsparkeervoorzieningen. De provincie Noord-Brabant coördineert deze actie via de MRE. Bij het BO MIRT najaar 2021 worden nadere (financiële) afspraken gemaakt over financiering en uitvoering van de plannen. Claim op grond van het Uitvoeringsplan 2021-2025, af te wegen bij de begrotingsbehandeling voor het jaar 2022 (en coalitieakkoord 2022-2026); Mobiliteitsfonds: jaarlijks wordt het fonds gevuld door een toeslag op de parkeertarieven en het ‘afkopen’ van de parkeernorm door ontwikkelaars van ruimtelijke projecten. Het fonds wordt ingezet voor voorzieningen voor duurzame mobiliteit zoals lopen, fietsen en openbaar vervoer.

Fonds bovenwijkse voorzieningen; Onderzoek naar mogelijkheden van co-financiering door grote werkgevers en bedrijven in het centrum; Extra inkomsten door combinatie met commerciële activiteiten met aanvullende diensten (deelmobiliteit, pakketdiensten, reparatieservice, horeca enz); Integrale parkeerexploitatie van auto, fiets en deelmobiliteit.

10

Inboeknummer 21bst00396

Communicatie De start van het project viel samen met het uitbreken van het corona-virus en de daarop volgende ingevoerde beperkingen. Het voorgenomen proces in samenwerking met stakeholders is daarom aangepast. Ook was de stallingssituatie in het centrum niet representatief voor het houden van een schouw naar de knelpunten op straat. Knelpunten en kansen voor het fietsparkeren in het centrum zijn daarom in eerste instantie geïnventariseerd via de gemeentelijke gebiedscoördinatoren en andere betrokken medewerkers. Ook is een uitgebreide fietsparkeertelling uit 2018 belangrijke input geweest bij de inventarisatie. De concept-resultaten werden vlak voor de zomervakantie besproken met groepen ondernemers (winkeliersorganisaties en horecaondernemingen in het centrum). Ook is een verkennend overleg gevoerd met Q-park over mogelijk (mede)gebruik van parkeergarages. De Fietsersbond heeft geadviseerd over de offerte-uitvraag, is geconsulteerd over het concept-rapport en heeft gereageerd op het eindconcept. De inbreng van de organisaties is verwerkt in het eindrapport. Hierdoor is er een behoorlijk draagvlak ontstaan voor de noodzaak en wens om tot uitbreiding van de parkeercapaciteit te komen. Door deze werkwijze hebben we gewerkt volgens de uitgangspunten van het participatiebeleid van de omgevingswet (de ‘motiveringsplicht’).

Mobycon heeft niet gesproken met projectontwikkelaars van grote ruimtelijke plannen in het centrum. Wel met gemeentelijke projectleiders over de kansen op diverse locaties (zoals VDMA, omgeving V&D-gebouw, Stadhuisplein). Na vaststelling van de Fietsparkeerstrategie wordt deze gepubliceerd op de website en toegestuurd aan de betrokken stakeholders. Het Uitvoeringsplan 2021-2025 wordt in samenspraak met betrokken organisaties en andere belanghebbenden opgesteld. Planning en uitvoering Het opstellen van een concreet Uitvoeringsplan 2021-2025 start na vaststelling van de Fietsparkeerstrategie en is in het derde kwartaal van 2021 gereed. Dit uitvoeringsplan wordt door het college vastgesteld. Evaluatie Voor de fietsenstallingen in het centrumgebied wordt er 1x per drie jaar een parkeertelling verricht. Het inzicht in het gebruik van deze stallingen is van belang voor het behalen en eventueel bijstellen van de doelstellingen per fase, respectievelijk bij te sturen door middel van (aanvullende) maatregelen. Samen met de telgegevens van het aantal fietsers op (door)fietsroutes naar het centrum geeft dit een inzicht in het benodigde tempo van uitbreiding van de stallingscapaciteit. In de berekening van de benodigde stallingscapaciteit tot 2030 is namelijk uitgegaan van een gemiddelde tussen een ondergrens van 75% en een bovengrens van 125% van de verwachte groei.

Daarnaast is inzicht nodig in het aantal wildstallers op straat en het aantal en aandeel deelvervoermiddelen en brom- en snorfietsen op straat en in openbare inpandige stallingen. Tijdens evenementen worden samen met de organisator fietsparkeertellingen verricht (o.a. bij Park Hilaria, GLOW, DDW, thuiswedstrijd PSV, evenementen in het Philips Stadion).

11

Inboeknummer 21bst00396

Bijlagen Als bijlagen bij dit voorstel behoren: 1a Doelgroep gerichte Fietsparkeerstrategie Eindhoven centrum (Eindrapportage incl. Managementsamenvatting; okt. 2020) 1b Story map met toegankelijke en interactieve leesbare versie: ALLEEN DIGITAAL BESCHIKBAAR. Zie: https://storymaps.arcgis.com/stories/15158a99e1e6464b95a975ee5c8d257e Gebruikersnaam: Mobycon_Gast Wachtwoord: Gast_123 

De bijlagen worden meegestuurd

Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, secretaris.

12

Inboeknummer 21bst00396

Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 april 2021; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 18 mei 2021; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 25 mei 2021; gelet op de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; besluit: 1 Vaststellen van de Fietsparkeerstrategie Eindhoven Centrum met als intentie: 1.1 een verdubbeling van de fietsparkeerbehoefte in het centrum in de periode 20212030 (van 6500 plekken in 2020 naar ongeveer 13.500 in 2030); 1.2 in de periode 2021-2030 de opgave van 1150 extra plekken voor deelmobiliteit (tweewieligen); 1.3 in de periode 2021-2030 de opgave van 700 plekken voor brom- en snorfietsen; 1.4 de fasering in uitbreiding van fietsparkeercapaciteit in 2021-2022 met 3800 plekken, 2022-2025 met 1275 plekken en in de periode 2025-2030 met 1950 plekken; 1.5 tenminste 65% van de extra toe te voegen fietsparkeercapaciteit in 2030 te realiseren in inpandige stallingen en maximaal 35% op maaiveld in de openbare ruimte; 1.6 het college opdracht te geven een uitvoeringsplan fietsparkeren 2021-2025 op te stellen, inclusief een financieringsvoorstel, waarbij voor de exacte locaties en omvang van stallingen een nadere afweging plaatsvindt met andere

noodzakelijke voorzieningen in de openbare ruimte; 1.7 ophogen van de fietsparkeernorm van bezoekers van woningen van 0,2 naar 0,5 in het centrum, conform de landelijke richtlijnen van het CROW. 2.1 Concrete invulling van uitwerking en realisatie van extra fietsparkeerplaatsen voor de periode 2021-2022 te koppelen aan de incidentele meeropbrengst areaaluitbreidingen betaald parkeren in de jaarschijf 2021; 2.2 Instellen van de Reserve Uitvoeringsplan fietsparkeren -

het doel en de functie van de reserve: invulling geven aan het nog vast te stellen uitvoeringsplan fietsparkeren. - voeding van de reserve: storting van de incidentele meeropbrengst in 2021 van de areaaluitbreidingen betaald parkeren in de jaarschijf 2021. - criteria voor onttrekkingen: uitgaven ten laste van deze reserve vinden plaats voor de onderwerpen die onderdeel uitmaken van de fietsparkeerstrategie en uitvoeringsplan fietsparkeren. - soort reserve: bestemmingsreserve met bestedingsfunctie; - maximum hoogte van de reserve: € 0,5 miljoen.- minimum hoogte van de reserve: € 0. - looptijd van de reserve: tot 31-12-2022. 2.3 Voor de periode vanaf 2023 de dekking van investeringen en exploitatiekosten nader uit te werken en onder meer te betrekken bij de jaarlijkse Kadernota, strategische investeringsagenda en externe financieringsmogelijkheden. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 juni 2021. J. Verbruggen, griffier.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11744037/1