CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Energietransitie Ontwerp Warmteprogramma 2026–2035

Raadsvergadering 25 november 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Energietransitie Ontwerp Warmteprogramma 2026–20352.338 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Inboeknummer 8000586_03 Dossiernummer 25.35.251 B&W beslisdatum 26 augustus 2025

Raadsvoorstel Energietransitie: Ontwerp warmteprogramma 2026–2035 Inleiding Eindhoven streeft ernaar om in 2050 klimaatneutraal te zijn, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie (2024), Klimaatverordening 2016 en het Nationale Klimaatakkoord. De afspraak in het Klimaatakkoord is dat in 2050 in Nederland alle gebouwen van het aardgas af zijn. Voor alle bestaande woningen, voorzieningen en werklocaties vindt de komende jaren een transitie van aardgas naar andere warmtebronnen plaats. Om in Eindhoven hiervoor de eerste stappen te kunnen zetten, stelde de raad in 2021 de eerste Transitievisie Warmte (TVW) (21bst01448) vast. Het voorliggend warmteprogramma is het vervolg hierop. Het vaststellen van een programma is een bevoegdheid van het college. De raad wordt ruimte geboden wensen en bedenkingen in te brengen op het ontwerp warmteprogramma, voordat deze definitief door het college wordt vastgesteld. Wettelijke taak Met invoering van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is de gemeente verplicht uiterlijk op 31 december 2026 een eerste warmteprogramma vast te stellen. Doelstelling Het aardgasvrij maken van alle gebouwen in Eindhoven als bijdrage aan 55% CO₂ reductie in 2030 en 95% in 2050. Voorstel 1. Ten aanzien van het Ontwerp warmteprogramma 2026–2035, geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 2.

De Transitievisie Warmte in te trekken bij inwerkingtreding van Warmteprogramma 2026-2035. 3. In paragraaf 5.2.5. van de omgevingsvisie de passage ‘Dit is beschreven in onze Transitievisie Warmte.’, te vervangen door ‘dit is beschreven in ons warmteprogramma.’ en de aan deze paragraaf gekoppelde omgevingsvisie warmtekaart te laten vervallen. Argumenten 1.1 Het warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet met de invoering van de Wgiw.

Inboeknummer

8000586_03

Met de invoering van de Wgiw (beoogd per 1 januari 2026) zijn gemeenten wettelijk verplicht om een warmteprogramma op te stellen en dit elke vijf jaar te actualiseren. Met dit programma geven we duidelijkheid aan inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties over waar we als gemeente de komende 10 jaar aan de slag gaan en wat voor de komende 10 jaar het plan van aanpak is. Ook geven we per gebied aan wat de meest kansrijke warmteoplossing is. Het definitieve warmtealternatief wordt per gebied uitgewerkt en onderbouwd in een uitvoeringsplan en vastgelegd in het omgevingsplan. Het vaststellen van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de raad. Het warmteprogramma vormt de beleidsmatige basis voor de inzet van deze aanwijsbevoegdheid door de raad. 1.2 Participatie over het programma is uitgevoerd conform het participatieplan De participatie is uitgevoerd conform het door het college vastgestelde participatieplan. De inhoud van het programma is gedeeld en getoetst met belangengroepen, waaronder bewonersgroepen, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Hun input over communicatie, participatie en handelingsperspectief richting de uitvoeringsplannen per buurt is actief meegenomen. Het ontwerp warmteprogramma wordt gedeeld en besproken met de overlegpartners waaronder 040energie, Enexis en de woningbouwcorporaties.

Het proces en de opbrengsten van de participatie zijn beschreven in een participatieverslag, dat als bijlage aan het warmteprogramma is toegevoegd. Het ontwerpprogramma wordt zes weken ter inzage gelegd, zodat eenieder hier reactie op kan geven. 1.3 Het warmteprogramma maakt gebruik van 10 gidsprincipes die richting geven aan de uitvoering van de warmtetransitie in Eindhoven. Het programma bouwt voort op de Transitievisie Warmte (2021), de Omgevingsvisie Eindhoven (24bst01157), het Klimaatplan 2026–2030 (7914745_02) en het bestuursakkoord. De raad heeft hiermee eerder richting gegeven aan de koers die nu wordt geconcretiseerd. De tien gidsprincipes vormen een vertaling van eerder vastgesteld beleid en geven richting aan de uitvoering van de warmtetransitie in Eindhoven. Hieronder lichten we elk principe kort toe: • We zien warmte als een publieke voorziening; Warmte is een basisbehoefte. Daarom willen we als gemeente publieke regie voeren op de warmtevoorziening, onder andere via de oprichting van het gemeentelijk energiebedrijf. (24bst01138) • We starten met kosten, maar sturen op waarde; We brengen de kosten in beeld, maar sturen met behulp van een afwegingsmodel op de vijf publieke waarden die de raad in 2023 heeft vastgesteld in de startnotitie van het gemeentelijke energiebedrijf (23bst00400).

• We investeren ongelijk voor gelijke kansen; Niet elke buurt of bewoner heeft dezelfde uitgangspositie. Daarom zetten we extra in op kwetsbare gebieden, zodat iedereen kan meedoen. Dit principe is in lijn met de Koers Sociaal (2)040 en het bestuursakkoord. • We halen het maximale uit onze proeftuinen aardgasvrij; In de startbuurten ’t Ven Lievendaal en Eindhoven Noordoost hebben we al veel geleerd. Die lessen

2

Inboeknummer

•

•

•

•

•

•

8000586_03

gebruiken we om andere gebieden beter en sneller aan te pakken. Ook in het vastgestelde klimaatplan is het voortzetten van deze proeftuinen al opgenomen. We maken de stad lage-temperatuur-klaar; We zetten stevig in op energiebesparing, betere ventilatie en energiezuinige installaties. Energiebesparing is ook in de TVW al een belangrijk uitgangspunt. We laten warmte niet verloren gaan; We benutten zoveel mogelijk lokale en hernieuwbare bronnen voor warmte en opslag. Het ontwikkelen van warmtebronnen is ook in de TVW al een belangrijk onderdeel. We laten het bestaande profiteren van het nieuwe; Nieuwe woningbouwprojecten worden gekoppeld aan bestaande buurten. Dit principe sluit aan bij de sociale brainport agenda uit het Bestuursakkoord. We brengen innovaties in de praktijk; Dit principe, al een onderdeel van de TVW, stimuleert dat we nieuwe technieken niet alleen ontwikkelen, maar ook toepassen. Zo maken we van de warmtetransitie ook een motor voor innovatie. We gaan uit van de kansen en de krachten van onze stad; Dit principe sluit aan bij de Koers Sociaal (2)040 en het bestuursakkoord.

We werken actief samen met bewonersinitiatieven zoals 040energie en ondersteunen de ontwikkeling van energiecoöperaties en warmtegemeenschappen, conform de oproep van de raad bij de besluitvorming over de oprichting van het publieke energiebedrijf op 26 november 2024 om bewonersinitiatieven rond energie te ondersteunen (24bst01138) We schalen en schakelen op; Dit principe sluit aan op de wens uit het bestuursakkoord om de warmtetransitie te versnellen. Zo wordt de energiedienstenorganisatie, incl. de op 3 juni 2025 aan de raad toegezegde fysieke plek hiervoor (toezegging) ingericht als uitvoeringspartner voor bewonersbegeleiding, schalen we gebiedsgerichte aanpakken op, en zetten we de aanwijsbevoegdheid in om tempo, samenhang en voorspelbaarheid te waarborgen.

1.4 Het warmteprogramma bevat een samenhangende mix van stadsbrede en gebiedsgerichte aanpakken De stadsbrede aanpak richt zich op energiebesparing, isolatie, ventilatie en ondersteuning van vier doelgroepen: eigenaar-bewoners, huurders, verenigingen van eigenaren (vve’s) en utiliteitsbouw in de buurt. Met de woningcorporaties wordt samengewerkt in het Duurzaamheidspact en de Samenwerkingsovereenkomst Warmtenetten in Eindhoven. Daarnaast is er een gebiedsgerichte aanpak, waarin wordt toegewerkt naar uitvoering (zowel voor buurten als voor bedrijventerreinen) met participatie, technische en financiële onderbouwing. In het warmteprogramma is, naast andere aanpakken, expliciet aandacht voor netcongestie en dat het energiesysteem ruimtelijk goed wordt ingepast. 1.5 De wensen en bedenkingen van de raad worden gelijktijdig verwerkt met de terinzagelegging en het advies van de Commissie mer. Door de wensen en bedenkingen van de raad tegelijk te verwerken met de reacties uit de publieke terinzagelegging en het advies van de Commissie mer zorgen we ervoor dat alle signalen – zowel van inwoners, van ondernemers als van de raad – in samenhang worden

3

Inboeknummer

8000586_03

beoordeeld. Deze gelijktijdigheid stelt ons ook in staat het programma voor 1 januari 2026 vast te stellen, zodat inwoners, bedrijven en samenwerkingspartners duidelijkheid krijgen en uitvoeringsorganisaties zoals het publieke energiebedrijf voortvarend van start kunnen gaan. 2.1 Met het vaststellen van het warmteprogramma 2026–2035 wordt het bestaande beleid geactualiseerd en geconcretiseerd. Door de Transitievisie Warmte in te trekken, wordt voorkomen dat verouderde beleidsdocumenten naast het nieuwe programma blijven bestaan. 3.1 Bij inwerkingtreding van het programma worden verwijzingen naar de transitievisie warmte aangepast. In de door de raad vastgestelde omgevingsvisie staat een passage die verwijst naar de transitievisie warmte. Na inwerkingtreding van het nieuwe warmteprogramma wordt de passage in de omgevingsvisie aangepast, zodat verwezen wordt naar het dan vigerend warmteprogramma. Kanttekeningen 1.1 Het warmteprogramma bevat voornemens en voorkeursoplossingen; detailkeuzes worden pas gemaakt in uitvoeringsplannen per gebied. Het warmteprogramma geeft richting, maar geen gedetailleerde uitwerking op buurt- of gebouwniveau. De definitieve keuze voor de aardgasvrije warmtevoorziening en een termijn waarop het aardgas wordt afgesloten worden pas onderbouwd in de uitvoeringsplannen die we per gebied opstellen.

De definitieve keuzes voor aardgasvrije warmtevoorziening en termijn waarop aardgas wordt afgesloten zijn pas juridisch verankerd met een wijziging van het omgevingsplan. Dat betekent dat de uiteindelijke oplossing in de praktijk nog kan afwijken van de inhoud van het warmteprogramma. 1.2 De uitvoeringskosten van het programma zijn nog niet volledig gedekt. Hoewel het warmteprogramma richtinggevend is, blijven de formele bevoegdheden voor het vaststellen van het omgevingsplan en de gemeentelijke begroting bij de raad. De financiële onderbouwing van het programma is gebaseerd op het Klimaatplan en de beschikbare middelen binnen de begroting voor klimaat en energie. De daadwerkelijke beschikbaarheid van middelen is afhankelijk van bijdragen van het Rijk, de begroting 2026 en latere jaren. De middelen worden jaarlijks in de kadernota in beeld gebracht. 1.3 Het advies van de Commissie mer kan leiden tot nieuwe inzichten die aanpassing van het programma vereisen of spanning opleveren met andere beleidsdoelen. Het advies van de Commissie mer kan ons dwingen om bepaalde keuzes te heroverwegen. Dat is waardevol, maar kan ook leiden tot vertraging of extra kosten. Soms botsen milieubelangen met andere doelen, zoals betaalbaarheid of uitvoeringssnelheid. We moeten dan zorgvuldig afwegen wat het zwaarst weegt.

4

Inboeknummer

8000586_03

Personele consequenties Het uitvoeren van het warmteprogramma 2026–2030 betreft de gemeentelijke inzet op coördinatie, bewonersbegeleiding, beleidsontwikkeling, processturing voor de energiebesparingsaanpak, energiedienstenorganisatie, gebiedsgerichte aanpakken, het energiesysteem en ruimte en monitoring en evaluatie. Deze taken worden binnen de bestaande formatie opgepakt. Het gaat hierbij nadrukkelijk om de gemeentelijke rol; de inzet van externe partijen zoals warmtebedrijven, woningcorporaties en bewonersinitiatieven valt buiten deze personele raming. De benodigde inzet is echter afhankelijk van enkele keuzes in het ambitieniveau, zoals de schaal en invulling van de energiedienstenorganisatie. Na 2030 zal het aantal uitvoeringsplannen per gebied naar verwachting toenemen. In de looptijd van dit warmteprogramma wordt de benodigde inzet voor de periode na 2030 nader uitgewerkt, zodat tijdig kan worden geanticipeerd op de toenemende uitvoeringsopgave. Het uitgewerkte voorstel zal deel uitmaken van de kadernota's. Financiële consequenties Voor de uitvoering van het warmteprogramma is een meerjarige financiële raming opgesteld van de uitvoeringskosten.

Uitvoeringskosten zijn de kosten die jaarlijks terugkeren en nodig zijn om het programma operationeel te houden, waaronder de energiebesparingsaanpak, energiedienstenorganisatie, gebiedsgerichte aanpakken, het energiesysteem en ruimte, en monitoring en evaluatie. De raming is opgenomen in hoofdstuk 6 van het ontwerp warmteprogramma. Investeringskosten maken géén onderdeel uit van de ramingen in dit programma. Het gaat dan om kosten voor fysieke maatregelen zoals de aanleg van collectieve warmtevoorzieningen, het isoleren van gebouwen of het realiseren van duurzame warmtebronnen. De besluitvorming over investeringen doen we per project en per gebied. De benodigde middelen worden deels gedekt uit bestaande rijksbijdragen, gemeentelijke reserves en incidentele financiering uit de gemeentelijke begroting. De daadwerkelijk beschikbare middelen zijn afhankelijk van de begroting 2026 en de daaropvolgende jaren. De benodigde middelen wordt jaarlijks in de kadernota in beeld gebracht, zodat deze integraal kunnen worden afgewogen ten opzichte van andere uitgaven binnen de programmabegroting. Op dit moment is er geen volledige financiële dekking om alle maatregelen uit het programma te realiseren. Voor een stabiele en voortvarende uitvoering is het wel noodzakelijk dat er structurele middelen beschikbaar komen.

Met name voor de benodigde stadsbrede aanpak (energiebesparingsaanpak, energiedienstenorganisatie) ontbreekt op dit moment structurele financiering. We ramen we nu een gemiddeld tekort van 12mln per jaar voor de uitvoering van het totale programma. Dit vraagt om een inzet en lobby op het verkrijgen van aanvullende middelen zoals landelijke subsidies en regelingen. In de planperiode van dit warmteprogramma zullen we actief op zoek gaan naar aanvullende middelen. Tegelijkertijd starten we met de uitvoering van maatregelen waarvoor middelen beschikbaar zijn.

5

Inboeknummer

8000586_03

Communicatie Het participatieplan beschrijft hoe belanghebbenden en partnerorganisaties zijn betrokken bij de totstandkoming van het warmteprogramma. Er is een online projectpagina ingericht. Hierop werden onder andere een publieksversie van het participatieplan, de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), en het participatieverslag gepubliceerd. Vervolgstappen en resultaten worden hier bijgewerkt, zodat inwoners en stakeholders het proces kunnen volgen. De uitkomsten van het Warmteprogramma vertalen we naar een publieksvriendelijke versie en verwerken we in de digitale Warmtewijzer op www.eindhovenduurzaam.nl. We richten de communicatie laagdrempelig en transparant in. Planning en uitvoering De planning ziet er als volgt uit: • September – oktober; Het ontwerpprogramma wordt ter inzage gelegd. In deze periode delen en bespreken we het ontwerp actief met overlegpartners en vragen we advies aan de Commissie mer. • Oktober – november; De raad krijgt de gelegenheid om wensen en bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van het ontwerpprogramma. • November; In deze fase verwerken we de zienswijzen uit de publieke terinzagelegging, de wensen en bedenkingen van de raad, en het advies van de Commissie mer. • December; Op basis van alle input wordt het definitieve warmteprogramma door het College vastgesteld. • Januari; Publicatie warmteprogramma.

Evaluatie Het programma wordt elke vijf jaar geactualiseerd op basis van monitoring, evaluatie en nieuwe inzichten. Dit is wettelijk verplicht met de invoering van het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw). Ook de voortgang op CO₂-reductie wordt gemonitord via een plannings- en monitoringssysteem en de klimaatrapportages. Hiermee kunnen we de impact van maatregelen doorrekenen, de daadwerkelijke uitstoot volgen en bijsturen via de vijfjaarlijkse cyclus van het Klimaatplan. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Ontwerp warmteprogramma 2026-2035 incl. bijlagen. Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, secretaris.

6

Inboeknummer

8000586_03

Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ;

besluit: 1. Ten aanzien van het Ontwerp warmteprogramma 2026–2035, geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. 2. De Transitievisie Warmte in te trekken bij inwerkingtreding van Warmteprogramma 2026-2035. 3. In paragraaf 5.2.5. van de omgevingsvisie de passage ‘Dit is beschreven in onze Transitievisie Warmte.’, te vervangen door ‘dit is beschreven in ons warmteprogramma.’ en de aan deze paragraaf gekoppelde omgevingsvisie warmtekaart te laten vervallen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

, griffier.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15892090/2