Raadsvoorstel Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 8150187_02 Dossiernummer 26.14.451 B&W beslisdatum 31 maart 2026
Raadsvoorstel Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet Inleiding De Omgevingswet is in werking getreden op 1 januari 2024 en is bedoeld om het stelsel van regels over ontwikkeling en beheer van de fysieke leefomgeving te vereenvoudigen. De rolverdeling tussen de raad en het college blijft in essentie hetzelfde. Iedere gemeente heeft tot 1 januari 2032 de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan om te vormen tot één omgevingsplan voor de hele gemeente (transitiefase). Dit raadsvoorstel gaat over een aanvulling van het delegatie- en mandaatbesluit als vastgesteld door de raad op 26 november 2024, omdat er een grote opgave ligt om alle bestemmingsplannen en meerdere verordeningen om te zetten in het omgevingsplan. Voorgesteld wordt de bevoegdheid tot wijziging van het omgevingsplan te delegeren aan het college als het betreft: 1. de omzetting van het tijdelijk deel naar het definitieve van het omgevingsplan. Het gaat dan concreet om het volgende: het wijzigen van het omgevingsplan in het kader van de transitiefase waarbij de bestemmingsplannen beleidsarm worden omgezet en waarbij planologische rechten worden gerespecteerd, maar wel het geldende door de gemeenteraad vastgestelde kaderstellend beleid wordt meegenomen; 2.
het omzetten van de regels over de fysieke leefomgeving uit een gemeentelijke verordening en het wijzigen en toevoegen van regels in het omgevingsplan waartoe de bevoegdheid in de verordening al aan het college was gedelegeerd; 3. het verwerken van gewijzigde wet- en regelgeving en beleidsnormen, waarin geen beleidsvrijheid is toegekend. Tot slot wordt het al opgenomen mandaat ten aanzien van de coördinatieregeling aangepast. Dit betreft uitsluitend het herstellen van een omissie. Met deze wijziging wordt invulling gegeven aan een van de doelen van de Omgevingswet, namelijk snellere besluitvorming.
Inboeknummer 8150187_02 Om te zorgen dat het delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet één geheel blijft wordt voorgesteld het besluit van 26 november 2024 in te trekken en een nieuw Delegatie- en mandaatbesluit vast te stellen volgens bijgevoegd ontwerpbesluit. In dit voorstel wordt alleen de aanvulling op het delegatie- en mandaatbesluit gemeente Eindhoven besproken. Wettelijke taak De wet maakt het mogelijk om bevoegdheden te delegeren of te mandateren. Doelstelling Het op onderdelen efficiënter en sneller wijzigen van het omgevingsplan. Voorstel 1. Het Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet gemeente Eindhoven vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Aanvulling Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet gemeente Eindhoven d.d. 26 november 2024 overeenkomstig bijgevoegd ontwerp-raadsbesluit. Argumenten 1.1 Omgevingsplanwijzigingen waarin (gebieds-)ontwikkelingen worden mogelijk gemaakt, blijven een bevoegdheid van de raad. De bevoegdheid om wijzigingen in het omgevingsplan vast te stellen voor ontwikkelingen, blijft uitsluitend een bevoegdheid van uw raad. 1.2 Delegatie van de bevoegdheid aan het college om in bepaalde gevallen het omgevingsplan te wijzigen, zorgt voor een aanzienlijke procedurele versnelling in de transitiefase.
De gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving dienen uiterlijk 1 januari 2032 te zijn geïntegreerd in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Dit betekent dat voor deze tijd ruim 200 bestemmingsplannen en circa 12 verordeningen omgezet moeten worden in het nieuwe omgevingsplan. Het is de vraag of deze deadline gehaald gaat worden. Voor de verordeningen geldt dat als deze niet op genoemde datum overgezet zijn naar het omgevingsplan, van rechtswege komen te vervallen. Het delegeren van deze bevoegdheden betekent dat het college de al bestaande regels kan verwerken in het omgevingsplan, dat de raadsagenda wordt ontzien en dat er sprake is van een aanzienlijke procedurele versnelling voor de transitie naar het definitieve omgevingsplan per 1 januari 2032. Tot slot betekent een snelle omzetting dat de ambtelijke capaciteit weer kan worden ingezet op de ontwikkelingen in de stad en de maatschappelijke opgaven die er liggen. 1.3
Over de bestemmingsplannen die worden omgezet in de transitiefase, heeft de raad al in het verleden positief besloten. De in het verleden door de raad vastgestelde bestemmingsplannen worden omgezet in het omgevingsplan. Ook hiervoor geldt dat de raad over deze plannen al een keer positief heeft besloten. Daarnaast worden vastgesteld beleid en omgevingsvergunningen in deze
2
Inboeknummer 8150187_02 transitieplannen meegenomen. Het onderdeel omgevingsvergunningen heeft de raad al gedelegeerd aan het college (artikel 1 lid onder a van het Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet). Het onderdeel beleid wordt meegenomen bij deze wijziging. 1.4
Bij vertaling van beleid dat door de raad is vastgesteld in het omgevingsplan, is al sprake geweest van een inhoudelijke afweging. Bij kaderstellend beleid kan gedacht worden aan door de raad vastgestelde ruimtelijke visies, ruimtelijke (stedenbouwkundige) plannen, beleidsnota’s/-visies en kaders met inbegrip van daarmee naar aard en strekking te vergelijken documenten. Deze voorbeelden zijn niet uitputtend bedoeld. Het omgevingsplan bevat niet alleen regels die de ruimtelijke ordening betreffen, maar ziet op de gehele fysieke leefomgeving. Het is dan ook mogelijk om andere onderwerpen die in kaderstellend beleid opgenomen zijn en de fysieke leefomgeving betreffen, indien gewenst te vertalen naar regels in het omgevingsplan. Wanneer de raad beleid heeft vastgesteld dat doorvertaling in het omgevingsplan behoeft, kan dit door het college gebeuren. Het gaat immers om het vertalen van beleid waar al sprake is geweest van een inhoudelijke afweging. Een dergelijke aanpassing van delen van het omgevingsplan is aan te merken als uitvoering en daarmee ligt delegatie aan het college voor de hand. 1.5
De bestaande situatie in de bevoegdheidsverdeling in een verordening tussen raad en college wordt gecontinueerd. In veel gemeentelijke verordeningen staan bepalingen waarin de raad bevoegdheden (bijvoorbeeld gebiedsaanwijzingen, locaties, categorieën van gevallen, nadere regels) delegeert aan het college. Deze delegatie heeft een grondslag in de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht. De uitwerking of wijziging van veel regels bestaat uit zaken die relatief snel door het college moeten/kunnen worden bepaald binnen de kaders van de betreffende verordening. In het kader van de Omgevingswet gaat echter de raad over al deze regels, tenzij de raad op grond van artikel 2.8 Omgevingswet deze zaken ook weer delegeert. Met de voorgestelde delegatie wordt geregeld dat de bestaande situatie in de bevoegdheidsverdeling in een verordening tussen raad en college wordt gecontinueerd. 1.6
Ten aanzien van het aanpassen van het omgevingsplan aan veranderende wet- en regelgeving en beleidsnormen kan de raad geen afweging maken. Wet- en regelgeving wijzigt regelmatig, net als normen uit beleidsstukken/visies. Dit komt door andere inzichten, wijzigingen in normstellingen, meetmethoden, naamgeving, vervallen van wetgeving, etc. Dit kan ertoe leiden dat normen, reken- en meetmethoden, referenties en verwijzingen (naar wetgeving) die in het omgevingsplan zijn opgenomen aangepast moet worden. Het betreft hier onder andere gewijzigde wet- en regelgeving van het rijk of provincie, waar de gemeente feitelijk niets over te zeggen heeft en waar geen beleidsvrijheid meer is toegekend.
3
Inboeknummer 8150187_02 1.7 Herstel van omissie bij eerder opgenomen mandatering van het coördinatiebesluit. Aan artikel 4 is toegevoegd dat de raad het nemen van een coördinatie besluit mandateert aan het college. Daarnaast dient in het coördinatiebesluit het coördinerend bestuursorgaan te worden aangewezen als er sprake is van verschillende bestuursorganen (zoals bij het omgevingsplan en de omgevingsvergunning het geval is). Deze aanwijzing is ook opgenomen in artikel 4. Kanttekeningen Niet van toepassing Personele consequenties Deze werkzaamheden vallen binnen de algemene werkzaamheden van de afdeling Omgevingsrecht. Het delegatie- en mandaatbesluit zal leiden tot een beperkte afname van werk, vooral in het besluitvormingsproces. Financiële consequenties Niet van toepassing Communicatie Na vaststelling van het delegatie- en mandaatbesluit wordt deze gepubliceerd in het gemeenteblad (officielebekendmakingen.nl). Het besluit komt beschikbaar in de databank lokale wet- en regelgeving (overheid.nl). Planning en uitvoering Het delegatie- en mandaatbesluit treedt in werking na publicatie. Evaluatie Het college stelt de raad jaarlijks op de hoogte van het gebruik van de gedelegeerde bevoegdheden door middel van een overzicht. Monitoring door de raad kan op deze manier goed plaatsvinden. Bijlage(n) Geen bijlagen Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan.
Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
4
Inboeknummer 8150187_02
Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ; overwegende dat: • de Omgevingswet de mogelijkheid aan de raad biedt om de bevoegdheid om een omgevingsplan te wijzigen over te dragen aan het college; • deze delegatie passend is voor zover de genoemde gevallen uitvoering geven aan eerder door de raad vastgesteld beleid of het beleid van hogere overheden; • er een grote opgave ligt om alle bestemmingsplannen en meerdere verordeningen om te zetten in het omgevingsplan; • het delegeren van de bevoegdheid van de raad aan het college om een wijziging van het omgevingsplan vast te stellen voor de in dit besluit genoemde gevallen, een aanzienlijke procedurele versnelling betekent voor de transitie opgave; • de Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid aan de raad biedt om het college te mandateren om een coördinatiebesluit te nemen; Gelet op artikel 156 van de Gemeentewet; Gelet op artikel 2.8 en artikel 4.14 lid 5 van de Omgevingswet; Gelet op artikel 10:13 van de Algemene wet bestuursrecht; Gelet op afdeling 16.2 van de Omgevingswet en afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 10:1 en artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit: I In te trekken het Aanvulling delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet gemeente Eindhoven van, vastgesteld op 26 november 2024, Gemeenteblad 2024, nr 518602. II vast te stellen het
Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet gemeente Eindhoven Artikel 1 Delegeren bevoegdheden vaststellen omgevingsplan De raad delegeert de bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan aan het college indien het betreft: a. Het opnemen van onherroepelijke vergunningen die in afwijking van het omgevingsplan zijn verleend, ter voldoening aan artikel 4.17 Omgevingswet. b. Bestaande wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten binnen de gestelde randvoorwaarden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. c. Regels die voortvloeien uit instructieregels vanuit het Rijk en de provincie. d. Het corrigeren van verschrijvingen en/of verkeerde verwijzingen.
5
Inboeknummer 8150187_02 e. Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. f. Het toevoegen of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben. g. Het verwerken van kaderstellend beleid dat is vastgesteld door de gemeenteraad. h. Het verwerken van gewijzigde wet- en regelgeving en beleidsnormen, waarin geen beleidsvrijheid is toegekend. i. Het omzetten van de regels over de fysieke leefomgeving uit een gemeentelijke verordening in het omgevingsplan en het wijzigen en toevoegen van regels in het omgevingsplan waartoe de bevoegdheid in de betreffende verordening al aan het college was gedelegeerd. j. Het wijzigen van het Omgevingsplan gemeente Eindhoven in het kader van de transitiefase waarbij de bestemmingsplannen beleidsarm worden omgezet en waarbij planologische rechten worden gerespecteerd.
Artikel 2 Delegeren bevoegdheid voorbereidingsbesluit De raad delegeert de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit zoals bedoeld in artikel 4.14 lid 5 Omgevingswet, met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels, aan het college. Artikel 3 Mandateren bevoegdheid tot het nemen van een m.e.r.beoordelingsbeslissing De raad mandateert de bevoegdheid tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbeslissing die nodig is voor de wijziging van het omgevingsplan aan het college. Artikel 4 Mandateren bevoegdheid tot het nemen van een coördinatiebesluit en aanwijzing coördinerend bestuursorgaan De raad mandateert de bevoegdheid tot het nemen van een coördinatiebesluit (ex art. 3:20, lid 1, onder b, Algemene wet bestuursrecht), inclusief de bevoegdheid tot aanwijzing van het coördinerend bestuursorgaan (ex artikel 3:21, lid 1 en lid 2, Algemene wet bestuursrecht), dat nodig is voor het gelijk laten lopen van verschillende juridische procedures voortvloeiend uit de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet, aan het college. Artikel 5 Overzicht genomen besluiten Het college rapporteert aan de raad eenmaal per jaar met een overzicht van de krachtens delegatie genomen besluiten.
6
Inboeknummer 8150187_02 Artikel 6 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag dat het wordt bekend gemaakt.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, griffier.
7