Raadsvoorstel Concept Programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Beslisdatum:
Raadsvoorstel Concept Programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen Inleiding De groei in het aantal inwoners en arbeidsplaatsen in de Metropool Regio Eindhoven (MRE) vraagt om extra investeringen in de voorzieningenstructuur op regionaal niveau. Dat geldt ook voor het voorzieningenaanbod in de gemeente Eindhoven, zowel op het niveau van het verbreden van het aanbod met regionaal en bovenregionaal karakter, als het verstevigen van de lokale basisvoorzieningen. De MRE werkt in regionaal verband aan een strategie/aanpak voor de regionale voorzieningenstructuur en de topvoorzieningen. Iedere gemeente doet dit voor haar basis voorzieningen. In Eindhoven hebben we afgesproken dat we werken naar de zogenaamde 15-minutenstad, dat betekent dat onze inwoners binnen 15 minuten lopen of fietsen toegang hebben tot basisvoorzieningen. In het Bestuursakkoord 2022-2026, hoofdstuk 3.1 ‘Brainport voor iedereen’, stond al dat het college een gemeentebrede aanpak ‘stedelijke en maatschappelijke voorzieningen’ wil ontwikkelen. In de nieuwe omgevingsvisie 2.0 wordt het aspect voorzieningen als majeure stedelijke opgave opgenomen. Daarom wordt naast de regionale voorzieningenstructuur vanuit MRE, ook een gemeentelijk programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen (hierna: programma) opgesteld. U bent hierover eerder dit jaar geïnformeerd (raadsinformatiebrief 24bst00200).
In de presentatie van 3 december 2024 en in de collegebrief van 17 december 2024 Collegebrief ‘stand van zaken regionale aanpak voorzieningen met oplevering nulmeting’ bent u geïnformeerd over het proces en de voortgang van het programma. Daarin is opgenomen dat we in het tweede kwartaal van 2025 het concept programma voorzieningen aan u voorleggen. Middels dit raadsvoorstel geven we daar uitvoering aan. U wordt ruimte geboden wensen en bedenkingen in te brengen op de aanpak rondom de basisvoorzieningstructuur binnen onze eigen gemeente, voordat deze definitief door het college wordt vastgesteld. Belangrijk om te melden is dat deze voorzieningenaanpak geen absolute waarheid of voorspellende weergave heeft. Het is slechts een adaptief instrument dat ons helpt om samen met partners te werken aan een goede spreiding en kwaliteit van ons voorzieningen aanbod. Alles met als doel om tot een beter woon-, werk- en leefklimaat te komen voor bestaande en toekomstige inwoners.
Inboeknummer
Wettelijke taak
Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college In het Bestuursakkoord 2022-2026 is opgenomen dat we een gemeente brede aanpak ‘stedelijke en maatschappelijke voorzieningen’ ontwikkelen.
Onvermijdelijk
Doelstelling Komen tot het Programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen. Voorstel 1. Ten aanzien van het concept Programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen, dat de volgende conclusie bevat: a. We hebben inzicht gekregen in de huidige voorzieningenstructuur en de opgave die hieruit volgt; b. We hebben inzicht gekregen in de toekomstige opgave, rekening houdend met de schaalsprong, en de opgave die hieruit volgt; c. De onderwerpen die we op korte termijn zouden moeten adresseren zijn: i. Verbetering van toegankelijkheid in eerstelijns medische zorg in verschillende stadsdelen; ii. Uitbreiding van commerciële sportvoorzieningen; iii. Uitbreiding koffiezaken, lunchrooms en restaurants buiten de ring. iv. Uitbreiding van kinderopvang en buitenschoolse opvang (deze behoefte wordt momenteel nader verkend); v. Uitbreiding met twee lokale parken, meer groene ruimte in de Kanaalzone en het Centrum. d. Als we de huidige situatie beschouwen en de schaalsprong in ogenschouw nemen, dan is inzet op de volgende thema’s wenselijk: i. Multifunctionele accommodaties waar buurtontmoeting en cultureel en design aanbod samenkomen, met name in gebieden waar veel extra woningen worden toegevoegd; ii. Uitbreiding van het aantal speelplekken; iii. Zoeken naar oplossingen voor extra sportlocaties, zoals sporthallen en locaties voor zwemlessen; iv.
Uitbreiding en betere spreiding van het tweedelijns GGZ aanbod. e. Na vaststelling door het College vormt het programma de basis voor de aanpak op versterking van de structuur basisvoorzieningen. Het is een adaptief programma dat richting geeft, geen absolute waarheid / voorspelling is, en geactualiseerd en verfijnd naar aanleiding van nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve inzichten. geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
2
Inboeknummer
Argumenten 1.1 Het programma is tot stand gekomen op basis van de eerder door het college vastgestelde uitgangspunten en consultatie van stakeholders. In Q1 van 2024 zijn de uitgangspunten voor het programma en het participatieplan vastgesteld door het college. Op basis van nieuwe inzichten zijn de uitgangspunten door het college inmiddels op één onderdeel aangepast, te weten het onderdeel ‘ter inzage legging.’ Het programma is een vrijwillig omgevingswetprogramma, ter inzage legging is daarbij niet verplicht. Omdat er sprake is geweest van brede stakeholdersparticipatie én het feit dat inwoners tijdens het proces van het maken van gebiedskaders worden geconsulteerd, heeft het college besloten het programma niet ter inzage te leggen en de Nota van Uitgangspunten hierop aan te passen. 1.2
Dit programma is geen absolute waarheid maar geeft een richting waardoor we samen met de relevante partners aan de optimale spreiding en toegankelijkheid van voorzieningen kunnen werken. Het programma is een adaptief instrument dat ondersteunt bij de langjarige aanpak op de optimale spreiding en toegankelijkheid van basisvoorzieningen. We hebben immers in onze Omgevingsvisie afgesproken dat we ernaar streven dat onze inwoners binnen 15 minuten toegang hebben tot basisvoorzieningen. Het programma is een hulpmiddel bij maatwerk per specifieke situatie en per verschillende gebied. Dit betekent dat we in de planning en realisatie van de benodigde voorzieningen rekening houden met groeiscenario’s en gewijzigde omstandigheden. We voorzien in de tijd veranderende behoeftes en inzichten waar we bij de toekomstige planning van voorzieningen rekening mee moeten houden.
Met dit programma borgen we een structurele en langjarige aanpak, waarmee we: - Inzicht blijven houden in de ontwikkeling van de voorzieningenstructuur; - Inzichtelijk kunnen blijven maken waar eventuele hiaten zitten en welke ruimtelijke en financiële gevolgen het dichten van deze hiaten heeft; - Onderbouwd kunnen adviseren aan interne en externe belanghebbenden over de ruimtelijke ingrepen die nodig zijn om de voorzieningenstructuur te laten aansluiten aan de behoefte; - De samenwerking met belanghebbenden verstevigen om te werken aan de realisatie van de juiste voorziening op de juiste plek en in het juiste volume. 1.3
Dit programma focust zich op de basisvoorzieningen binnen de gemeentegrenzen van Eindhoven. De regionale strategie rondom voorzieningen wordt in MRE verband uitgevoerd, terwijl ook de strategie rondom regionale- en topvoorzieningen een regionaal dossier is. Dit programma focust zich op de lokale basisvoorzieningen. Dit zijn voorzieningen met een kleine reikwijdte die op korte afstand (binnen 15 minuten lopen of fietsen) aanwezig moeten zijn: zoals onder andere huisartsen, tandartsen, basisscholen, sport- en speelplekken, detailhandel voor de dagelijkse levensbehoefte en horeca
3
Inboeknummer In voorliggend programma wordt ingegaan op de huidige situatie van de basisvoorzieningen, de opgaven die op korte termijn zichtbaar zijn en de opgave voor de toekomst. Deze scenario’s zijn gebaseerd op een nul-meting van het voorzieningenaanbod en de toepassing van richtlijnen. Dit geeft een beeld van de opgave en de richting waar de stad zich idealiter naar toe moet bewegen. Het voorzieningenaanbod is echter niet statisch en aan verandering onderhevig. Bij elke (gebieds)ontwikkeling en bij elke vraag naar ontwikkelpotentie zal gekeken moeten worden naar de actuele situatie en de behoefte die hieruit ontstaat. Daarnaast kunnen normen veranderen, ontwikkelingen in specifieke sectoren van invloed zijn en kunnen richtlijnen naar aanleiding van de input van betrokken partners om aanpassing vragen. 1.4
We hebben Eindhovense Richtlijnen ontwikkeld om inzicht te krijgen in het huidige voorzieningenniveau. We hebben in maart 2024 de huidige situatie in beeld gebracht. Om een eerste oordeel te kunnen vellen over de huidige situatie van ons voorzieningenniveau én de gevolgen van de schaalsprong op het benodigde voorzieningenniveau, hebben we Eindhovense Richtlijnen ontwikkeld. De set van richtlijnen bestaat uit voor een deel uit verwijzingen naar Integrale Huisvestingsplannen waar ruimtelijke opgaves al in uitgewerkt zijn en voor een deel uit afspraken in beleidskaders. Wanneer er bij onderwerpen geen ruimtelijke beleidskaders voorhanden zijn, dan gaan we uit van ‘aantallen voorzieningen per 10.000 inwoners’. Deze informatie is samengesteld op basis van verschillende invalshoeken, zoals landelijk gemiddelden, vergelijk G4 steden en Almere, analyse van trends en ontwikkelingen en uitgebreid stakeholdersonderzoek. De toepassing van de richtlijnen op de huidige situatie geven ons het eerste inzicht om hiaten in beeld te brengen, prioriteiten te stellen en een eerste richting aan te kunnen geven aan de inbedding van bepaalde voorzieningen in een ontwikkelgebied. De richtlijnen zijn geen harde, kaderstellende normen maar geven richting aan de strategie om het voorzieningenniveau te optimaliseren.
Tijdens het proces van optimalisatie, zal steeds rekening gehouden moeten worden met specifieke kenmerken en uitdagingen van gebieden, innovaties, multifunctioneel gebruik van gebouwen/ruimten, veranderingen in onze demografie en inzichten van onze relevante partners. Daarom vraagt inbedding van voorzieningen in ons stedelijk weefsel altijd om maatwerktoepassingen. 1.5
De toekomstige ruimtelijke opgave is in beeld gebracht, met daarin eerste conclusies en een prioritering. Op basis van de analyses, blijkt dat we in een aantal stadsdelen een capaciteitsvraag hebben in de eerstelijns medische zorg. Bijvoorbeeld: Er is extra vraag naar huisartsen in het Centrum, Strijp en Woensel, met name in Woensel is de urgentie groot. Het aanbod fysiotherapie is goed verspreid, maar er is grote vraag in Woensel Noord, Strijp en het Centrum. In Woensel Noord en Strijp is de toegang tot tandartsen uitdagend. In de geestelijke gezondheidszorg zijn locaties niet optimaal gespreid, vooral in Woensel Zuid zien we een concentratie van aanbod. We verwachten een uitbreidingsvraag, dus een betere spreiding over de andere stadsdelen is gewenst. Buurtontmoetingsplekken worden
4
Inboeknummer door veel voorzieningen gefaciliteerd, er wordt gewerkt aan verdere versteviging zoals onder andere ‘Huizen van de Wijk’ waarvan er één per stadsdeel komt, dat geldt ook voor de bibliotopen. In het welzijnssegment onderzoeken we de ruimtebehoefte nog verder, dit nemen we mee in de verdere uitvoering. De behoefte aan Onderwijs is volledig gedekt in het Integraal Huisvestingsplan, inclusief financiering. De toegankelijkheid van kinderopvang kan beter, net zoals in andere grote steden. In het centrum, Strijp en Gestel is er een tekort aan ruimte en dit zal in de toekomst alleen maar toenemen vanwege de inwonersgroei. Op Strijp-S is er bijvoorbeeld bijna geen locatie te vinden met buitenruimte, terwijl dit wel een goede plek zou zijn. Om de vraag beter inzichtelijk te krijgen wordt er vervolgonderzoek uitgevoerd. Buiten de ring zien we in alle stadsdelen een beperkt aanbod van koffiezaken, lunchrooms en restaurants. Anderzijds zien we dat de detailhandel in ruime mate vertegenwoordigd is in alle stadsdelen en maar zeer beperkt hoeft mee te groeien met de schaalsprong. Cultuur en design is met name goed vertegenwoordigd binnen de ring, buiten de ring kan nog geïntensiveerd worden op cultuur in de wijken.
In verdichtingsgebieden zoals bijvoorbeeld KnoopXL, Kastelenplein, Stadshart Woensel, Kanaaldijk Zuid en Sectie C stellen we voor om ruimte te bieden voor meer cultuur en designaanbod. Er is groeiende behoefte aan sportvoorzieningen, ook in commercieel aanbod. In Gestel buiten de ring is bijvoorbeeld geen fitnessaanbod en er zijn te weinig fitnesslocaties in Woensel Noord en Woensel Zuid. We intensiveren het huidige aanbod door uitbreiding en betere benutting van ruimte, dat is deels voorzien in het Integraal Huisvestingsplan Sport. Een extra zwemleslocatie is wenselijk. Er is bijvoorbeeld geen zwembad voor zwemlessen in Strijp, Gestel, Tongelre en Woensel Zuid. We hebben voldoende kleine speelplekken, deze moeten lineair meegroeien met de bevolkingsgroei. De uitbreiding met één grote speeltuin is welkom. We zien voor een deel van onze inwoners een uitdaging op het gebied van toegankelijkheid naar groene verblijfsplekken, binnen vijf minuten van de woning. Dit programma biedt een ondersteuning in de aanpak op zowel de aantallen als de spreiding van de voorzieningen. Hierin zien we een onderscheid in onderwerpen die we op korte termijn kunnen adresseren, en onderwerpen die op wat langere termijn de aandacht verdienen.
De prioriteit op korte termijn gaat over voorzieningen waar een groot verschil is tussen de huidige situatie en de richtlijn, en/ of waar nu al sprake is van onevenredige druk. Voor de korte termijn zien we daarom de volgende ‘Top 5’ ontstaan, in willekeurige volgorde: • Verbetering van toegankelijkheid in eerstelijns medische zorg in verschillende stadsdelen; • Uitbreiding van commerciële sportvoorzieningen; • Uitbreiding koffiezaken, lunchrooms en restaurants buiten de ring; • Uitbreiding van kinderopvang en buitenschoolse opvang (deze behoefte wordt momenteel nader verkend); • Uitbreiding met twee lokale parken, meer groene ruimte in de Kanaalzone en het Centrum.
5
Inboeknummer De stedelijke groei en verdichting zorgen ervoor dat in de toekomst extra voorzieningen nodig zijn. Voor de middellange termijn, rekening houdend met een bevolkingsgroei van 60.000 extra inwoners tot 2040, zien we de volgende prioriteiten: • Inzet op multifunctionele accommodaties waar buurtontmoeting en cultureel aanbod samenkomen, met name in gebieden waar veel extra woningen worden toegevoegd; • Uitbreiding van het aantal speelplekken; • Zoeken naar oplossingen voor extra sportlocaties, zoals sporthallen en locaties voor zwemlessen; • Uitbreiding en betere spreiding van het tweedelijns GGZ aanbod. Als we de opgave voor de hele stad beschouwen, dan zou de ruimtelijke inpassing moeten lukken in combinatie met de ruimte die verdichting oplevert. De inpassing per gebied kan anders zijn, in het ene gebied ontstaat veel extra ruimte, in het andere niet of minder. Verschillende typen gebieden vragen om verschillende typen voorzieningen. De werkelijkheid zal afwijkend van de voorgestelde meters zijn; de toepassing van de voorgenomen aanpak voorziet in maatwerk per gebied. Dit heeft onder andere te maken met de lokale demografie, behoeften en bestaande structuur van gebieden en het aanbod in omliggende gebieden.
Als we kijken naar de ruimtelijke impact van deze voorzieningen (inschatting van het benodigd aantal vierkante meters) en de ruimte die momenteel in sommige gebiedsontwikkelingen daarvoor gereserveerd is, zien we dat in een aantal gevallen meer ruimte voor voorzieningen gepland is dan dat we daadwerkelijk nodig hebben. Met de aanpak in dit programma kan de ruimtebehoefte voor voorzieningen nauwkeuriger worden bepaald. 1.6 De rollen en verantwoordelijkheden van de gemeente zijn verschillend In geen van de gevallen ligt realisatie van een bepaalde voorziening geheel bij de gemeente, er zijn altijd externe partners bij betrokken. De rol die de gemeente neemt is van veel factoren afhankelijk, zoals bijvoorbeeld van wetgeving en eigendomspositie. Dit varieert van de wettelijke taak bij onderwijshuisvesting, tot slechts een planologische rol als het gaat om bijvoorbeeld zorg, horeca en detailhandel. Ondanks dat we in de meeste gevallen niet primair verantwoordelijk zijn voor realisatie, voelen we onze verantwoordelijkheid wel. 1.7 De Raad is bevoegd om omgevingsplan en Begroting vast te stellen Dit programma is een vrijwillig programma en betreft vooral een aanpak om samen met de relevante partners binnen de verschillende thema’s tot optimalisatie van de structuur te komen. Binnen de gemeentelijke rolverdeling is het college bevoegd om programma’s vast te stellen.
De ruimtelijke uitwerking (waar zullen welke voorzieningen gaan landen) vindt plaats in de gebiedskaders en het omgevingsplan. Vaststelling van gebiedskaders is een collegebevoegdheid en gaat voor wensen en bedenkingen naar de Raad. Het omgevingsplan betreft een raadsbevoegdheid, waarmee de raad dus een besluit neemt
6
Inboeknummer over de uiteindelijke ruimtelijke invulling. Wanneer het omgevingsplan vraagt om de optimalisatie van de basisvoorzieningenstructuur en om extra financiële middelen om dat te realiseren, dan is de Raad bevoegd om wel of niet in te stemmen met de eventuele opname van middelen in de begroting. 1.8 Richting, maatwerk en monitoring Het programma biedt richting op de versterking van de basisvoorzieningenstructuur. De aanpak samen met de partners vraagt om maatwerk per thema en per gebied. We richten een monitoring- en evaluatiesysteem in om de effectiviteit van de aanpak te bewaken en bij te sturen waar nodig. Kanttekeningen 1.1 Knelpunten en uitdagingen De maakbaarheid van voorzieningen is niet alleen afhankelijk van gemeentelijke besluitvorming, maar ook van de besluitvorming van andere overheden en private partijen. Financiële aspecten, zoals strakke financiële kaders en de concurrentie met andere prioriteiten hebben grote invloed. Sommige voorzieningen zijn maatschappelijk wenselijk maar economisch niet rendabel. Daarnaast moeten voorzieningen geschikt zijn voor diverse doelgroepen, wat soms om extra investeringen vraagt. Sommige voorzieningen kunnen weerstand oproepen bij belangenorganisaties of bewoners. Verder vraagt de nieuwe Omgevingswet om integrale afwegingen, wat besluitvorming complexer maakt.
Een krappe arbeidsmarkt is een knelpunt bij de realisatie van voorzieningen omdat het leidt tot personeelstekorten en hogere kosten, wat de planning, bouw en exploitatie van voorzieningen bemoeilijkt. Problemen met energievoorziening kunnen een groot obstakel vormen bij het vestigen van nieuwe voorzieningen. Bedrijven en instellingen kunnen vestiging uitstellen of verplaatsen als energievoorziening onzeker is. Inwoners maken vaak gebruik van voorzieningen in aangrenzende gemeentes, bijvoorbeeld voortgezet onderwijs of sportfaciliteiten. Dit kan voor druk op de infrastructuur en financiering zorgen. Met de integrale regionale aanpak kunnen we beter met elkaar samenwerken als het gaat over spreiding, maar het vraagt om blijvende intensieve coördinatie. Deze knelpunten en uitdagingen zijn een gegeven en zijn geen gevolg van dit programma. 1.2 De richtlijnen en Indicatief en gaan uit van een momentopname Ondanks dat de richtlijnen zorgvuldig en onderbouwd tot stand zijn gekomen, zijn het geen vaste normen die de absolute realiteit betekenen. Dit heeft met name te maken met de snelle veranderingen en ontwikkelingen in de stad. De nulmeting is bijvoorbeeld een belangrijk onderdeel van het totaalbeeld en dit betreft een momentopname. Wanneer de situatie wijzigt ten opzichte van dit meetmoment, heeft dit effect op het geheel.
Daarom is maatwerk en monitoring een belangrijk onderdeel van de aanpak.
7
Inboeknummer 1.3 Dit programma geeft alleen inzicht in de basisvoorzieningenstructuur De ruimteclaims voor topvoorzieningen zijn niet in het programma meegenomen. De aanpak op deze voorzieningen wordt op MRE-niveau opgepakt. Personele consequenties Het ontwikkelen van dit programma past binnen de bestaande formatie. Financiële consequenties De vaststelling van dit programma heeft geen directe financiële consequenties, omdat het een instrument / aanpak voor de voorzieningenstructuur betreft. Communicatie Het concept programma, waarin een participatieverslag als bijlage is opgenomen, wordt met de bij het programma betrokken stakeholders gedeeld, zodat zij kunnen zien wat met hun input is gebeurd. Het concept programma maakt ook onderdeel uit van de openbare stukken. Planning en uitvoering Na de inbreng van de raad zal het definitieve programma in Q3/Q4 door het college worden vastgesteld. Na vaststelling van het programma kan de aanpak in werking treden. Evaluatie We stellen voor om deze aanpak de eerste keer na twee jaar te evalueren en waar nodig aan te passen. Een structurele evaluatie voorzien we elke vier jaar. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Concept Programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen; • Managementsamenvatting Concept Programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen.
• Participatieverslag Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
8
Inboeknummer
Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van;
besluit: 1. Ten aanzien van het concept Programma Stedelijke en Maatschappelijke Voorzieningen, dat de volgende conclusie bevat: a. We hebben inzicht gekregen in de huidige voorzieningenstructuur en de opgave die hieruit volgt; b. We hebben inzicht gekregen in de toekomstige opgave, rekening houdend met de schaalsprong, en de opgave die hieruit volgt; c. De prioriteiten op korte termijn betreffen de: i. Verbetering van toegankelijkheid in eerstelijns medische zorg in verschillende stadsdelen; ii. Uitbreiding van commerciële sportvoorzieningen; iii. Uitbreiding koffiezaken, lunchrooms en restaurants buiten de ring. iv. Uitbreiding van kinderopvang en buitenschoolse opvang (deze behoefte wordt momenteel nader verkend); v. Uitbreiding met twee lokale parken, meer groene ruimte in de Kanaalzone en het Centrum. d. De prioriteiten op middellange termijn betreffen: i. Multifunctionele accommodaties waar buurtontmoeting en cultureel en design aanbod samenkomen, met name in gebieden waar veel extra woningen worden toegevoegd; ii. Uitbreiding van het aantal speelplekken; iii. Zoeken naar oplossingen voor extra sportlocaties, zoals sporthallen en locaties voor zwemlessen; iv. Uitbreiding en betere spreiding van het tweedelijns GGZ aanbod. e. Na vaststelling door het College vormt het programma de basis voor de aanpak op versterking van de structuur basisvoorzieningen.
Het is een adaptief programma dat richting geeft, geen absolute waarheid / voorspelling is, en geactualiseerd en verfijnd naar aanleiding van nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve inzichten. geen wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, griffier.
9