Raadsvoorstel BIZ Haagdijk en Boulevard Zuid
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 22bst01383 Dossiernummer 22.44.351 B&W beslisdatum 01 november 2022
Verordening Bedrijveninvesteringszone Boulevard Zuid Eindhoven 2023-2027 Verordening Bedrijveninvesteringszone Haagdijk Raadsvoorstel Eindhoven 2023-2027
Inleiding De Wet op de bedrijveninvesteringszones maakt het de gemeenteraad mogelijk om op verzoek van ondernemers bedrijveninvesteringszones (BIZ) in te stellen. De BIZ-wet bepaalt: ‘Een bedrijveninvesteringszone is een door de ondernemers zelf afgebakend gebied, waarbinnen zij op eigen initiatief gezamenlijk willen investeren in activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.’ Vanuit 2 gebieden hebben zich ondernemersverenigingen tot de gemeente Eindhoven gewend met het verzoek om met ingang van 2023 voor een BIZ in aanmerking te komen. Het betreft de winkelgebieden Haagdijk en Boulevard Zuid. Bij voldoende draagvlak kan de gemeente een heffing (extra belasting) instellen, waarna de opbrengst in de vorm van een subsidie wordt uitgekeerd aan de stichting of vereniging, die de activiteiten namens de ondernemers uitvoert. De basis van een Bedrijveninvesteringszone is een plan van aanpak (“BIZ-plan”) van de ondernemers bestaande uit activiteiten die aanvullend zijn ten opzichte van de diensten van de gemeente.
Voorbeelden hiervan zijn: organiseren van bijeenkomsten en trainingen, opstellen en uitvoeren van communicatie/marketingplannen, inrichting en onderhoud en het aanbrengen sfeer- en kerstverlichting. Om de BIZ op 1 januari 2023 in te laten gaan is het noodzakelijk dat uw raad de verordeningen vaststelt in de vergadering van 20 december 2022.
Wettelijke taak Wet op de Bedrijveninvesteringszones (BIZ-wet)
Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Onvermijdelijk
I Inboeknummer
22bst01383
Doelstelling Faciliteren van een door ondernemers gewenste bedrijveninvesteringszone voor het doen van investeringen op Boulevard Zuid en Haagdijk. Voorstel 1. 2. 3.
4.
5.
Vaststellen van de Verordening Bedrijveninvesteringszone Boulevard Zuid Eindhoven 2023-2027. Vaststellen van de Verordening Bedrijveninvesteringszone Haagdijk Eindhoven 2023-2027. Conform vast te stellen Verordening Bedrijveninvesteringszone Boulevard Zuid Eindhoven 2023-2027 het ophogen van het budget baten uit belasting met € 26.300,-- en het ophogen van het budget lasten subsidies met € 26.000,-- en het ophogen van het budget lasten diverse kosten met € 300,-- in het jaar 2023 tot en met 2027. Conform vast te stellen Verordening Bedrijveninvesteringszone Haagdijk Eindhoven 2023-2027 het ophogen van het budget baten uit belasting met € 34.000,-- en het ophogen van het budget lasten subsidies met € 33.600,-- en het ophogen van het budget lasten diverse kosten met € 400,-- in het jaar 2023 tot en met 2027. De begrotingswijziging dienovereenkomstig vast te stellen.
Argumenten 1.1. Het instellen van een BIZ kan enkel voor en door ondernemers en heeft voordelen ten aanzien van andere vormen van samenwerking. De BIZ-wet maakt het de gemeenteraad mogelijk om, op verzoek van ondernemersorganisaties voor ondernemers middels het vaststellen van een verordening een BIZ in te stellen. Omdat de heffing door de BIZ voor alle bijdrageplichtigen geldt, wordt het mogelijk om de lasten van collectieve maatregelen gelijkmatig te verdelen over alle ondernemers en zogenaamde ‘freeriders’ (ondernemers die niet delen in de kosten, maar wel in de voordelen) uit te sluiten. 1.2. De BIZ-plannen voldoen aan de BIZ-wet. De winkeliersvereniging Haagdijk heeft het Plan van aanpak BIZ Haagdijk opgesteld en de winkeliersvereniging Boulevard Zuid het Plan van aanpak “Samen het hart van Boulevard Zuid harder laten kloppen”. In de plannen zijn de activiteiten opgenomen die worden uitgevoerd met de BIZ-subsidie. Op grond van de BIZ-wet mogen dit activiteiten zijn in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. De voorgenomen activiteiten in de plannen van aanpak zijn allen getoetst en voldoen aan de in de BIZ-wet toegestane activiteiten.
2
I Inboeknummer
22bst01383
1.3 Bij het bepalen van de bijdrageplichtigen is rekening gehouden met het gebied en de voorgenomen activiteiten. Er kan worden gekozen voor een gebruikers BIZ, eigenaren BIZ of een eigenaren en gebruikers BIZ. Door de ondernemers is voor zowel het winkelgebied Haagdijk als het winkelgebied Boulevard Zuid gekozen voor een eigenaren en gebruikers BIZ, gelet op het verwachte draagvlak onder de eigenaren en gebruikers van bedrijfsobjecten in de zones. Voor beide zones is ook gekozen voor een gedifferentieerd tarief op basis van de WOZ-waarde van objecten. Hoe hoger de waarde van een object hoe hoger de BIZbijdrage. De activiteiten die gefinancierd worden vanuit de BIZ zijn gericht op bedrijven die geheel of deels zijn gelegen op de begane grond. Omdat deze ondernemers profijt hebben van de BIZ vallen zij onder de bijdrageplichtigen. Woningen en overige bedrijfsobjecten vallen hier buiten. Hiernaast zijn enkele onroerende zaken ook vrijgesteld van de heffing omdat zij geen profijt hebben van de BIZ-activiteiten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, of onroerende zaken die bestemd en in gebruik zijn zoals crèches/kinderopvang/peuterspeelzalen en een sociale werkvoorziening. Sommige vrijgestelde activiteiten bevinden zich momenteel niet in de zone maar zijn zekerheidshalve gelet op mogelijke veranderingen in de toekomst opgenomen.
1.4 Om de vereiste draagvlakmeting onder de ondernemers (gebruikers en eigenaren) uit te kunnen voeren is het vaststellen van de verordeningen nodig. Een BIZ is een instrument voor en door ondernemers, maar de gemeente heeft van de wetgever wel een belangrijke rol bij de totstandkoming van een BIZ toebedeeld gekregen. De gemeente dient voordat de BIZ kan opstarten en de verordening in werking treedt een formele draagvlakmeting uit te voeren. De ondernemers moeten zich wel inspannen om voldoende draagvlak voor de BIZ-bijdrage te creëren en de gemeente terzijde te staan bij de meting. De draagvlakmeting betekent in het kort dat ten minste 50% van de betrokken gebruikers en eigenaren moet komen stemmen en daarvan moet minimaal 2/3 vóór stemmen. Ook moet ten minste de helft van de gebruikers en ten minste de helft van de eigenaren vóór stemmen. De opgelegde WOZ-waarden van het totaal aantal voorstemmers moet hoger zijn dan de WOZ-waarden van de tegen stemmers.
Kanttekeningen 1.1 Ondanks alle inspanningen kan er tijdens de formele draagvlakmeting te weinig draagvlak zijn onder de ondernemers in de zone. De BIZ betreft een nieuwe wijze van samenwerking in de winkelgebieden Boulevard Zuid en Haagdijk. Ondanks alle inspanningen van het oprichtingsbestuur kan de draagvlakmeting uitwijzen dat er te weinig draagvlak is onder alle ondernemers in het gebied. De verordening treedt pas in werking nadat uit de draagvlakmeting is gebleken dat er voldoende draagvlak is. Pakt de draagvlakmeting negatief uit dan treedt de verordening niet in werking en gaat de bedrijveninvesteringszone niet van start.
3
I Inboeknummer
22bst01383
Financiële consequenties De bruto te verwachten subsidieopbrengst bedraagt jaarlijks: BIZ Haagdijk € 34.000,-- vanaf 2023 t/m 2027; BIZ Boulevard Zuid € 26.300,-- vanaf 2023 t/m 2027 en wordt na aftrek van 1,14% perceptiekosten van het subsidiebedrag door de gemeente betaald aan de BIZ verenigingen. De perceptiekosten, voor het heffen en invorderen van de BIZ-bijdrage, bedraagt in totaal 1,76% van het subsidiebedrag. Omdat de gemeente waarde hecht aan een evenwichtige verdeling van lasten, gezamenlijke investeringen en slagkracht in bedrijfsomgevingen door ondernemers komt de gemeente de BIZ voor 0,62% van het subsidiebedrag tegemoet in de perceptiekosten. Dit is in lijn met de afspraken die zijn gemaakt voor de bedrijveninvesteringszones in Eindhoven. Deze kosten komen ten laste van het werkbudget van de sector E&C. Communicatie De BIZ start vanuit ondernemers. Zij bepalen of zij in hun gebied activiteiten willen uitvoeren om de aantrekkelijkheid en veiligheid van dat gebied te verbeteren. De BIZ-plannen zijn het resultaat van een proces waarbij op verschillende momenten en manieren door en met ondernemers in de winkelgebieden Boulevard Zuid en Haagdijk is gesproken over het belang van samenwerking en de meerwaarde van de BIZ. Een overgroot deel van de ondernemers onderschrijft de noodzaak en meerwaarde van samenwerking.
De communicatie zal richting de formele draagvlakmeting geïntensiveerd worden. De verordening wordt op gebruikelijke wijze bekend gemaakt. Planning en uitvoering De BIZ-wet schrijft voor dat de gemeente en de desbetreffende BIZ-vereniging voorafgaand aan de vaststelling van de verordening een uitvoeringsovereenkomst sluiten, waarin de onderlinge verplichtingen vermeld staan. Het college is akkoord gegaan met het aangaan van de uitvoeringsovereenkomsten BIZ Haagdijk en BIZ Boulevard Zuid. In deze overeenkomsten is expliciet opgenomen dat het uitvoeren van de formele draagvlakmeting onder voorbehoud van dit raadsbesluit is. De uitvoeringsovereenkomsten zijn bijgevoegd in de bijlagen. Na vaststelling van de verordening wordt een draagvlakmeting uitgevoerd. Indien het vereiste draagvlak aanwezig is, treedt de verordening in werking. Vanaf 1 januari 2023 geld dan de BIZ periode.
Evaluatie De bestuursleden van de BIZ-verenigingen zijn belast met de uitvoering van de plannen van aanpak dat sturing biedt. Elk jaar legt het bestuur rekening en verantwoording af aan de bijdrageplichtigen en gemeente Eindhoven door het opstellen van een jaarverslag.
4
I Inboeknummer
Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • BI-zone Kaart Boulevard Zuid Eindhoven 2023-2027 • BI-zone Kaart Haagdijk Eindhoven 2023-2027 • Plan van aanpak BIZ Haagdijk • Plan van aanpak “Samen het hart van Boulevard Zuid Harder laten kloppen” • Uitvoeringsovereenkomsten BIZ Boulevard Zuid en Haagdijk • Begrotingswijzigingen BIZ Boulevard Zuid en Haagdijk Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
5
22bst01383
I Inboeknummer
22bst01383
Ontwerp Raadsbesluit
De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ….. ; besluit: 1. Vaststellen van de Verordening Bedrijveninvesteringszone Boulevard Zuid Eindhoven 2023-2027.
Verordening bedrijveninvesteringszone Boulevard Zuid Eindhoven 2023-2027 Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1. Definities Deze verordening verstaat onder: a. BI-zone: bedrijveninvesteringszone, zijnde het aangewezen en omlijnde gebied op de van deze verordening deel uitmakende, en als bijlage 1 toegevoegde kaart met toelichting; b. de Wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones; c. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven; d. de uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Eindhoven en de Vereniging BIZ Boulevard Zuid Eindhoven gesloten Uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 7, lid 3, van de Wet; e. BIZ-plan: het plan van aanpak dat door de in onderdeel d genoemde vereniging is opgesteld waarin is aangegeven hoe de vereniging de BIZ-subsidie gaat inzetten. Artikel 2 Aanwijzing vereniging De Vereniging BIZ Boulevard Zuid Eindhoven (hierna: de vereniging) wordt aangewezen als vereniging als bedoeld in artikel 7 van de Wet, waarmee een
6
I Inboeknummer
22bst01383
overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.
Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 3. Belastbaar feit en aard van de belasting 1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen en geheel of deels op de begane grond zijn gelegen. 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Artikel 4. Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 5. Belastingplicht 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van: a. de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak gebruikt; b. de eigenaar, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak. 2.
Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZbijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die onroerende zaak ter beschikking is gesteld;
7
I Inboeknummer
22bst01383
c. als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 6 Maatstaf van heffing 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar. 2. Indien met betrekking tot de onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 7 Vrijstellingen 1. Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf, als bedoeld in artikel 6, wordt buiten beschouwing gelaten de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b.
glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h.
werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van
8
I Inboeknummer
22bst01383
publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; n. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs; o.
onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard; p. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn als werken die zijn bestemd voor de gasvoorziening en drinkwatervoorziening; q. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn als werken die zijn bestemd voor de elektriciteitsvoorziening en telecommunicatie. r. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn als dagverblijf, zoals crèches/kinderopvang/peuterspeelzalen en sociale werkvoorziening; s. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het verlenen van zorg in combinatie met woonfunctie, zoals medische dagverblijven, gezinsvervangend tehuizen, woonvoorzieningen voor verstandelijke gehandicapten, woonzorgcentra, verpleegtehuizen, bijzondere woonfuncties. 2. In afwijking in zoverre van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
9
I Inboeknummer
22bst01383
Artikel 8 Belastingtarief 1. De BIZ-bijdrage bedraagt voor de eigenaar en gebruiker bij een WOZwaarde: a. tot en met € 100.000,-- : € 300,-; b. vanaf € 100.001,-- tot en met € 200.000,-- : € 350,-c. vanaf € 200.001,-- tot en met € 400.000,-- : € 400,-d. vanaf € 400.001,-- tot en met € 1.000.000,--: € 450,-e. vanaf € 1.000.001,-- : € 600,-Artikel 9 Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die, welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 78,- , doch minder is dan € 9.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11. Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar.
Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 12 Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene Subsidie verordening Eindhoven niet van toepassing.
10
I Inboeknummer
22bst01383
Artikel 13 Subsidieverlening en -vaststelling 1. De subsidie wordt verleend aan de vereniging voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in het BIZ-plan. 2. De subsidie bedraagt het bedrag van de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen, nadat daarop 1,14 procent perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen in mindering zijn gebracht. 3. In de uitvoeringsovereenkomst worden nadere afspraken gesteld over de wijze van bevoorschotting en de verrekening van meer- en minderopbrengsten van de ontvangen BIZ-bijdragen. 4. Voor zover dit niet reeds is geschied in de uitvoeringsovereenkomst, kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de verplichtingen van de subsidieontvanger.
Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 14 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 15 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Bedrijveninvesteringszone Boulevard Zuid Eindhoven 2023-2027
Bijlage 1 Kaart BI-zone Boulevard Zuid Alle BIZ-objecten binnen het blauwe gebied vallen binnen de BI-zone
11
I Inboeknummer
22bst01383
2. Vaststellen van de Verordening Bedrijveninvesteringszone Haagdijk Eindhoven 2023-2027.
Verordening bedrijveninvesteringszone Haagdijk Eindhoven 20232027 Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1. Definities Deze verordening verstaat onder: a. BI-zone: bedrijveninvesteringszone, zijnde het aangewezen en omlijnde gebied op de van deze verordening deel uitmakende, en als bijlage 1 toegevoegde kaart met toelichting; b. de Wet: de Wet op de bedrijveninvesteringszones; c. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven; d. de uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Eindhoven en de Vereniging BIZ Haagdijk gesloten Uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 7, lid 3, van de Wet; e. BIZ-plan: BIZ-plan: het plan van aanpak dat door de in onderdeel d genoemde stichting is opgesteld waarin is aangegeven hoe de stichting de BIZ-subsidie gaat inzetten. Artikel 2 Aanwijzing Vereniging De Vereniging BIZ Haagdijk (hierna: de vereniging) wordt aangewezen als vereniging als bedoeld in artikel 7 van de Wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.
12
I Inboeknummer
22bst01383
Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 3. Belastbaar feit en aard van de belasting 1. Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen en die geheel of deels op de begane grond gelegen zijn. 2. De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Artikel 4. Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 5. Belastingplicht 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven van: a. de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak gebruikt; b. de eigenaar, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak. 2.
Voor de toepassing van dit artikel wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZbijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die onroerende zaak ter beschikking is gesteld; c. als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
13
I Inboeknummer
22bst01383
Artikel 6 Maatstaf van heffing 1. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar. 2. Indien met betrekking tot de onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 7 Vrijstellingen 1. Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf, als bedoeld in artikel 6, wordt buiten beschouwing gelaten de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c.
onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning;
14
I Inboeknummer
22bst01383
i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; j. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; n. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs; o.
onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard; p. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn als werken die zijn bestemd voor de gasvoorziening en drinkwatervoorziening; q. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn als werken die zijn bestemd voor de elektriciteitsvoorziening en telecommunicatie. r. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn als dagverblijf, zoals crèches/kinderopvang/peuterspeelzalen en sociale werkvoorziening; s. onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het verlenen van zorg in combinatie met woonfunctie, zoals medische dagverblijven, gezinsvervangend tehuizen, woonvoorzieningen voor verstandelijke gehandicapten, woonzorgcentra, verpleegtehuizen, bijzondere woonfuncties. 2. In afwijking in zoverre van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
15
I Inboeknummer
22bst01383
Artikel 8 Belastingtarief 1. De BIZ-bijdrage bedraagt voor de eigenaar en gebruiker bij een WOZwaarde: a. tot en met € 100.000,-- : € 300,-; b. vanaf € 100.001,-- tot en met € 200.000,-- : € 350,-c. vanaf € 200.001,-- tot en met € 400.000,-- : € 400,-d. vanaf € 400.001,-- tot en met € 1.000.000,--: € 450,-e. vanaf € 1.000.001,-- : € 600,-Artikel 9 Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die, welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 78,- , doch minder is dan € 9.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11. Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar.
Hoofdstuk III Subsidiebepalingen Artikel 12 Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene Subsidie verordening Eindhoven niet van toepassing.
16
I Inboeknummer
22bst01383
Artikel 13 Subsidieverlening en -vaststelling 1. De subsidie wordt verleend aan de vereniging voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in het BIZ-plan. 2. De subsidie bedraagt het bedrag van de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen, nadat daarop 1,14 procent perceptiekosten voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdragen in mindering zijn gebracht. 3. In de uitvoeringsovereenkomst worden nadere afspraken gesteld over de wijze van bevoorschotting en de verrekening van meer- en minderopbrengsten van de ontvangen BIZ-bijdragen. 4. Voor zover dit niet reeds is geschied in de uitvoeringsovereenkomst, kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de verplichtingen van de subsidieontvanger.
Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 14 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Artikel 15 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Bedrijveninvesteringszone Haagdijk Eindhoven 2023-2027 Bijlage 1 Kaart BI-zone Haagdijk Alle BIZ objecten binnen het blauwe gebied vallen binnen de BI-zone
3. Conform vast te stellen Verordening Bedrijveninvesteringszone Boulevard Zuid Eindhoven 2023-2027 het ophogen van het budget baten uit belasting met € 26.300,- en het ophogen van het budget lasten subsidies met € 26.000,-- en het ophogen van het budget lasten diverse kosten met € 300,-- in het jaar 2023 tot en met 2027. 4. Conform vast te stellen Verordening Bedrijveninvesteringszone Haagdijk Eindhoven 2023-2027 het ophogen van het budget baten uit belasting met € 34.000,-- en het ophogen van het budget lasten subsidies met € 33.600,-- en het ophogen van het budget lasten diverse kosten met € 400,-- in het jaar 2023 tot en met 2027. 5. De begrotingswijziging dienovereenkomstig vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, griffier.
17