Raadsvoorstel Beslissing op bezwaar gericht tegen het raadsbesluit (RIS)
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer Beslisdatum B&W Dossiernummer
BLANCO
Beslissing op bezwaar gericht tegen het raadsbesluit waarin het verzoek om opheffing van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” is afgewezen & beslissing op de ingebrekestelling vanwege het niet (tijdig) beslissen op het Raadsvoorstel bezwaar Inleiding Bij besluit van 26 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders geheimhouding opgelegd ten aanzien van de onderstaande stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk”: a. B&W-omslag Uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021; b. Raadsvoorstel en ontwerpraadsbesluit uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021; c. Commissienotitie uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021; d. Analyse scenario's woonboten d.d. 15 juni 2021; e. PowerPointpresentatie uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021; f. Commissieadvies uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 17 november 2021. Bij besluit van 30 november 2021 heeft de raad het besluit van 26 november 2021 van het college van burgemeester en wethouders – waarin geheimhouding is opgelegd ten aanzien van deze stukken – bekrachtigd. Op 29 november 2021 is door een derde een verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob)1 ingediend.
Het verzoek om informatie heeft betrekking op de stukken waarop het college van burgemeester en wethouders bij besluit van 26 november 2021 geheimhouding heeft opgelegd welke de raad bij besluit van 30 november 2021 heeft bekrachtigd. Het verzoek om informatie die betrekking heeft op stukken waarop geheimhouding is opgelegd is vervolgens tevens aangemerkt als verzoek om opheffing van betreffende geheimhouding. Op 8 maart 2022 heeft de raad, gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 januari 2022, in de openbare raadsvergadering van 8 maart 2022 besloten dat het verzoek om opheffing van de geheimhouding wordt afgewezen. Hiertegen heeft de bezwaarmaker op 15 april 2022 een bezwaarschrift ingediend.
1
Per 1 mei 2022 vervangen door de Wet open overheid (Woo).
Inboeknummer
Bij brief van 25 november 2022 (ontvangen per e-mail op 25 november 2022 en per post op 28 november 2022) heeft bezwaarmaker de raad in gebreke gesteld vanwege het niet (tijdig) beslissen op zijn bezwaarschrift.
x
Wettelijke taak
Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college x
Onvermijdelijk
Doelstelling Het nemen van een beslissing op het bezwaar van de bezwaarmaker; Het nemen van een beslissing op de ingebrekestelling van de bezwaarmaker. Voorstel 1. Als volgt op het bezwaar te beslissen: ontvankelijk te verklaren; kennelijk ongegrond te verklaren, omdat rechtstreeks uit artikel 160 lid 1 onder b van de Gemeentewet volgt dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is beslissingen van de raad voor te bereiden. 2. Als volgt op de ingebrekestelling te beslissen: Geen dwangsom is verschuldigd gelet op het bepaalde in artikel 4:17 lid 6 onder c van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Argumenten 1 Bezwaar gericht tegen het raadsbesluit van 8 maart 2022 waarin het verzoek om opheffing van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” is afgewezen Bezwaarmaker stelt in zijn bezwaarschrift onder andere het volgende: “B&W hebben ten onrechte n.a.v. een WOB verzoek van 29 november 2021 een raadsvoorstel gedaan na de bekrachtiging bij besluit 30-11-2021 (21bst01902). Vanaf die datum is raad bij uitsluiting bevoegd te beslissen op WOB verzoeken en/of bezwaarschriften m.b.t tot de geheimhouding. In het voorstel wordt dit ook vermeld. B&W moeten ieder verzoek of bezwaar doorsturen naar de raad.
Vaste jurisprudentie.” Het is juist dat uitsluitend de raad kan beslissen inzake opheffing van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk”, hetgeen volgt uit artikel 25 lid 4 van de Gemeentewet. Dat neemt echter niet weg dat het college van burgemeester en wethouders naar aanleiding van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (thans: de Wet open overheid) – welke tevens dient te worden aangemerkt als verzoek om opheffing van geheimhouding – uw raad een raadsvoorstel mag doen voor het al dan niet opheffen van de geheimhouding. Het college van burgemeester en wethouders is ingevolge artikel 160, lid 1 onder b van de
2
Inboeknummer
Gemeentewet immers bevoegd beslissingen van de raad voor te bereiden. Met het raadsvoorstel heeft het college van burgemeester en wethouders het verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (thans: de Wet open overheid) – welke tevens dient te worden aangemerkt als verzoek om opheffing van geheimhouding – aan uw raad doorgestuurd en een beslissing daarop voor uw raad voorbereid, zodat uw raad vervolgens op het verzoek om opheffing van betreffende geheimhouding heeft kunnen beslissen. Tevens stelt bezwaarmaker in zijn bezwaarschrift het volgende: “Na 30-11-2021 zijn meerdere bezwaren tegen het bekrachtigingsbesluit van 30-11-2021 ingediend, die nog behandeld moeten worden.” Het is juist dat er meerdere bezwaren (van anderen dan bezwaarmaker zelf) zijn tegen het besluit van 30 november 2021 waarin uw raad de geheimhouding ten aanzien van de stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” heeft bekrachtigd. Voor zover bezwaarmaker hiermee beoogd te stellen dat er niet tijdig op deze bezwaren is beslist, is dit juist, maar bewaarmaker is daarin geen belanghebbende. Bezwaarmaker had de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen het besluit tot (bekrachtiging van) geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk”, maar dat heeft bezwaarmaker niet gedaan.
Bezwaarmaker is zodoende geen belanghebbende bij het al of niet tijdig behandelen van een bezwaarschrift die niet door hem is ingediend. Met zijn onderhavige bezwaar kan bewaarmaker ook niet bereiken dat in die procedure alsnog op het bezwaar wordt beslist. 2 Ingebrekestelling i.v.m. niet (tijdig) beslissen op het bezwaar Het bestuursorgaan – in dit geval uw raad – dient binnen zes weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken op het bezwaarschrift te beslissen(artikel 7:10, eerste lid van de Awb). Indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, verbeurt het bestuursorgaan – in dit geval uw raad – aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is (artikel 4:17, eerste lid, van de Awb). Ingevolge artikel 4:17, zesde lid sub c van de Awb is echter geen dwangsom verschuldigd indien de aanvraag kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond is. Voorgesteld wordt het bezwaar kennelijk ongegrond te verklaren, omdat rechtstreeks uit de Gemeentewet voortvloeit dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is beslissingen van de raad voor te bereiden en gelet op artikel 4:17, zesde lid sub c van de Awb aan bezwaarmaker geen dwangsom is verschuldigd.
Kanttekeningen Tegen het raadsbesluit staat voor een belanghebbende beroep open Indien bezwaarmaker het niet eens is met de beslissing op bezwaar kan op grond van de Awb binnen zes weken na verzenddatum van de beslissing op bezwaar hiertegen schriftelijk beroep worden ingesteld bij de rechtbank Oost-Brabant. Naast dit beroepschrift kan, indien bezwaarmaker een spoedeisend belang heeft, bij de
3
Inboeknummer
voorzieningenrechter van de rechtbank eventueel een verzoek om een voorlopige voorziening worden ingediend. Na de uitspraak van de rechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Financiële consequenties Niet van toepassing Communicatie De beslissing op bezwaar verzenden aan bezwaarmaker. Planning en uitvoering Dit besluit dient te worden genomen in de raadsvergadering van 24 januari 2023. Evaluatie Niet van toepassing. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: raadsbesluit van 8 maart 2022 waarin het verzoek om opheffing van de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” is afgewezen; bezwaarschrift van de bezwaarmaker; ingebrekestelling van de bezwaarmaker; raadsbesluit, zijnde de voorgestelde beslissing op bezwaar; beslissing op bezwaar.
4
Inboeknummer
Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; besluit: 1. -
2.
Als volgt op het bezwaar te beslissen: ontvankelijk te verklaren; kennelijk ongegrond te verklaren, omdat rechtstreeks uit artikel 160 lid 1 onder b van de Gemeentewet volgt dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is beslissingen van de raad voor te bereiden. Als volgt op de ingebrekestelling te beslissen: Geen dwangsom is verschuldigd gelet op het bepaalde in artikel 4:17 lid 6 onder c van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 24 januari 2023.
J. Jongbloed, griffier.
5