CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Eindhoven 2022

Raadsvergadering 21 september 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren6.934 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Inboeknummer 22bst00949 Dossiernummer 22.27.252 Beslisdatum B&W 5 juli 2022

Raadsvoorstel Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Eindhoven 2022

Inleiding Middels dit raadsvoorstel stellen wij uw raad voor om de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Eindhoven 2022 (hierna AVOI genoemd) vast te stellen, ter vervanging van de huidige Verordening kabels en leidingen gemeente Eindhoven 2014. Door het vaststellen van de AVOI, onder intrekking van de Verordening kabels en leidingen gemeente Eindhoven 2014, dient tevens de Legesverordening vergunning 2022 gewijzigd te worden. Op grond hiervan bevat dit raadsvoorstel ook een voorstel tot wijziging van de Legesverordening vergunningen 2022. Aanleiding hiertoe zijn: • de noodzaak tot actualisatie op basis van de Telecommunicatiewet; • het ontbreken van een juridische grondslag om invulling te geven aan de nieuwe regierol van de gemeente in de warmtetransitie. In het raadsbesluit van de Transitievisie Warmte Eindhoven d.d. 30 november 2021 (21bst01448) is benoemd dat voor de uitvoering van deze visie de Verordening kabels en leidingen aangepast dient te worden. Voor de leesbaarheid is besloten om de huidige verordening integraal te herzien. Ondanks dat de naam is gewijzigd is de reikwijdte van de verordening onveranderd. Alle kabels en leidingen, waaronder koude-en warmtenetten, in de openbare ondergrond waren al vergunningplichtig.

De naam ‘Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren’ dekt beter de lading, omdat het niet alleen gaat over kabels en leidingen maar ook over de daarmee samenhangende onder- en bovengrondse onderdelen. De nieuwe verordening is samen met het projectteam bouwstenen ondergrond tot stand gekomen. Later in 2022 worden op grond van deze Verordening de Beleidsregels Nadeelcompensatie en het Handboek Kabels en Leidingen aan het college voorgelegd.

 Wettelijke taak  Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college Regie op de warmtetransitie

 Onvermijdelijk Doelstelling

Inboeknummer 22bst00949

De verordening heeft tot doel de regie en coördinatie nog beter te regelen met betrekking tot ondergrondse infrastructuur van derden in openbare gronden, voor zover de gemeente deze gronden beheert, in eigendom heeft of daarover wettelijke coördinatieverplichtingen heeft. Voorstel 1. De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Eindhoven 2022 vaststellen ter vervanging van de Verordening kabels en leidingen gemeente Eindhoven 2014. 2. De Verordening tot eerste wijziging van de Verordening op de heffing en de invordering van leges vergunningen en aanverwante diensten 2022 vaststellen. Argumenten 1.1. De AVOI is een nadere uitwerking van het raadsbesluit van de Transitievisie warmte Eindhoven Als gevolg van de energietransitie neemt naar verwachting het aantal initiatieven voor complexe (en vaak ook financieel kostbare) kabels en leidingen toe, zoals bijvoorbeeld koude- en warmtenetten (gemakshalve hierna warmtenetten genoemd). Voor het succesvol realiseren van warmtenetten overeenkomstig met het gemeentelijk beleid, waaronder de Transitievisie Warmte Eindhoven, is het essentieel dat de gemeente de regie kan voeren op de aanleg. Naast verbindend leiderschap, is een juridische basis nodig. De Verordening is één van de instrumenten voor de gemeente om regie te voeren op ondergrondse infrastructuur, waar o.a. toekomstige waterstofleidingen onder vallen. 1.2.

Door het vaststellen van de verordening kan de gemeente nog beter de proactieve regie in de ondergrond voeren. De huidige Verordening Kabels en Leidingen is toe aan actualisatie op basis van de Telecommunicatiewet en om de regierol van de gemeente in de warmtetransitie beter te kunnen vervullen. Een belangrijke wijziging ten opzichte van de huidige verordening kabels en leidingen is dat de nieuwe AVOI voorziet in aanvullende weigeringsgronden die in het bijzonder van belang zijn in het kader van de aanleg van warmtenetten. In het algemeen is er in de ondergrond slechts plek voor één warmtenet. Het is dan ook niet wenselijk dat zonder meer vergunningen voor warmtenetten (moeten) worden afgegeven. Gelet op de fysieke en financiële omvang van het warmtenet resulteert zelfs een begin met de aanleg warmtenet al tot een onomkeerbare situatie. Zo kan de aanwezigheid van leidingen de realisatie van nieuwe (collectieve) warmtenetten in gevaar brengen vanwege de schaarse ruimte in de ondergrond en de schaarse duurzame bronnen in de stad. Ook moet voorkomen worden dat warmtenetten enkel worden gerealiseerd met rendabele aansluitingen, die vervolgens de toch al minder rendabele aansluitingen nog minder rendabel maken. Daarmee wordt het belang onderstreept dat de gemeente al in een zo vroeg mogelijk stadium proactief regie wil voeren op de ontwikkeling en realisatie van warmtenetten.

Daarom is, naast de aanvullende weigeringsgronden, een vooroverleg tussen initiatiefnemer en gemeente verplicht gesteld voor de vergunning complexe ondergrondse infrastructuren (zoals bijvoorbeeld warmtenetten).

2

Inboeknummer 22bst00949

Ook de verlegverplichting is in de AVOI aangescherpt om te voorkomen dat de gemeente onterecht wordt gedwongen om de verlegverplichting toe te passen. In de praktijk bleek dat de verplichting ook kon worden opgelegd bij louter commerciële ontwikkelingen, waarbij de gemeente de te leveren gronden niet bouwrijp maakt. Daarnaast zijn de bepalingen ten aanzien van de handhaving uitgebreid. De ondergrond wordt steeds drukker. Als gevolg van netwerkschaarste dient het elektriciteitsnetwerk op sommige plekken verzwaard te worden om de capaciteit op het netwerk te vergroten. Het uitvoeren van deze werkzaamheden waren al vergunningplichtig, dit blijft bij de nieuwe verordening onveranderd. Wel is de verwachting dat door de netwerkschaarste meer aanvragen voor elektriciteitskabels komen. De nieuwe verordening helpt bij het beschermen van ruimtereserveringen ten behoeve van de aanleg en exploitatie van leidingen in leidingstroken die zijn vastgelegd in de gemeentelijk beleid. Deze ruimtereservering voor eventueel extra of dikkere elektriciteitskabels dragen bij aan een effectieve en doelmatige invulling en uitvoering van de regierol in het kader van de energietransitie. Tot slot maakt de verordening het in uiterste gevallen mogelijk om dwingend op te treden.

Bijvoorbeeld in de bepaling over de coördinatie van werkzaamheden maar ook het stellen van nadere regels, voorschriften en verplichtingen en het wijzigen of intrekken van vergunningen en de verplichting tot verwijderen. Dit heeft als doel om de veiligheid, het overlast en maatschappelijke kosten ten gevolge van werkzaamheden in de openbare ruimte te minimaliseren. De overige wijzigingen zijn vooral redactioneel van aard. 2.1. Door het vervangen van de Verordening kabels en leidingen gemeente Eindhoven 2014 door de AVOI, dient de Legesverordening vergunning 2022 gewijzigd vastgesteld te worden In de Legesverordening vergunningen 2022 wordt in de tarieventabel verwezen naar artikel 3.3 en 2.3 van de Verordening kabels en leidingen gemeente Eindhoven 2014. Door het intrekken van deze laatste verordening is de omschrijving van de tariefstelling niet langer juist. Daarom dient ook de Legesverordening vergunningen 2022 gewijzigd vastgesteld te worden. Zonder deze wijziging kunnen anders geen leges geheven worden voor vergunningaanvragen op basis van de AVOI. De legesbedragen zelf veranderen niet. Kanttekeningen 1.3. Landelijke wetgeving is in de maak, mogelijk moet de AVOI herzien worden Zoals het er nu naar uit ziet treden er in 2023 twee nieuwe relevante wetten in werking: • De Omgevingswet; • De Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw).

De AVOI maakt geen deel uit van het wettelijk verplichte tijdelijke omgevingsplan. De AVOI moet uiteindelijk terecht komen in het omgevingsplan. Dit hoeft niet direct bij invoering van de omgevingswet. Uiterlijk 31 december 2029 moet de AVOI in het omgevingsplan opgenomen zijn. De bepalingen over telecommunicatie-infrastructuur zullen dan volgens de Telecommunicatiewet in een aparte verordening opgenomen worden, die geen onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan.

3

Inboeknummer 22bst00949

Mogelijk is het met de inwerkingtreding van de Wcw en de daarin geregelde regierol voor de gemeente niet langer noodzakelijk om de weigeringsgronden voor warmtenetten in de AVOI te handhaven (zie 1.2). Dat zal te zijner tijd nader onderzocht moeten worden. Het nu opnemen van deze weigeringsgronden is uitdrukkelijk bedoeld om in de periode tot inwerkingtreding van de Wcw onomkeerbare gevolgen te voorkomen. De consultatieversie van de Wcw 2 is in juni 2020 gepubliceerd. Uit de concepttekst van de Wcw volgt dat het in principe verboden is zonder aanwijzing van het College van B&W warmte te transporteren en te leveren aan verbruikers. Indien meerdere aanvragen worden ingediend worden deze gerangschikt op basis van duurzaamheid, kosteneffectiviteit, leveringszekerheid, participatie verbruikers en uitvoerbaarheid. Aldus biedt de Wcw de gemeente belangrijke instrumenten voor het voeren van de regie in de energietransitie. Zover is het op het moment van het vaststellen van deze verordening echter nog niet. Financiële consequenties De uitvoering van de Verordening voor vergunningverlening wordt binnen de bestaande formatie uitgevoerd. De scope en reikwijdte van de verordening zijn niet veranderd, er is m.u.v. de naam daarom geen reden om het tarievendossier aan te passen.

Het vooroverleg dat nu verplicht wordt bij ‘complexe’ kabels en leidingen, waaronder warmtenetten vallen, was altijd al mogelijk en is daarom al verdisconteerd in de tarieven. Daarnaast komt de aanvraag van ‘complexe’ kabels en leidingen op dit moment niet vaak voor. Na een (paar) jaar wordt bekeken of tariefdifferentiatie op basis van kostendekkendheid nodig is. Communicatie De Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Eindhoven en de Verordening tot eerste wijziging van de Verordening op de heffing en de invordering van leges vergunningen en aanverwante diensten 2022 worden gepubliceerd in het gemeenteblad en beschikbaar gesteld in de decentrale regelingenbank op www.overheid.nl. Planning en uitvoering De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Eindhoven 2022 en de Verordening tot eerste wijziging van de Verordening op de heffing en de invordering van leges vergunningen en aanverwante diensten 2022 treden in werking met ingang van de eerste dag na die publicatie in het gemeenteblad. Evaluatie De verordening wordt bij de inwerkingtreding van de Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw) geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. Of eerder als nieuwe ontwikkelingen of inzichten uit de praktijk daar aanleiding toe geven. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: 1.

Toelichting op de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Eindhoven 2022

4

Inboeknummer 22bst00949

De ontwerpraadsbesluiten bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, secretaris.

5

Inboeknummer 22bst00949

Ontwerp Raadsbesluit

De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 juli 2022; mede gelet op de artikelen 149 van de Gemeentewet en artikel 5.4, lid 4 van de Telecommunicatiewet; besluit vast te stellen de: Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren gemeente Eindhoven 2022 ter vervanging van de Verordening kabels en leidingen gemeente Eindhoven 2014.

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Eindhoven 2022 De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 juli 2022; gelet op de artikelen 149 van de Gemeentewet en artikel 5.4, lid 4 van de Telecommunicatiewet; besluit: De Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Eindhoven 2022 vast te stellen.

HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1. Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. aanbieder: de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet; b. aansluiting: het gedeelte van een leiding door openbare grond dat: - een openbaar elektronisch communicatienetwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt als bedoeld onder artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet - een (warmte)netwerk verbindt met een fysiek punt waarop een klant de toegang tot een openbaar netwerk wordt geboden; c. calamiteit: een incident met voor de omgeving mogelijk grote gevolgen, die niet zelfstandig kunnen worden afgewikkeld en waarbij gecoördineerde inzet van hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende disciplines is vereist om de gevolgen te beperken; d. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven;

6

Inboeknummer 22bst00949

e. degeneratiekosten: de kosten voor de gemeente door vermindering van de kwaliteit en/of duurzaamheid van de verharding of andere gemeente-eigendommen, veroorzaakt door de (graaf)werkzaamheden onder verhardingsconstructies of andere voorzieningen; f. gedoogplichtige: degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet privaatrecht, artikel 5.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet, een publiekrechtelijke vergunning of een privaatrechtelijke overeenkomst; g. grondroerder: de natuurlijke of rechtspersoon die, dan wel onder wiens verantwoordelijkheid, de werkzaamheden uitvoert, dan wel worden uitgevoerd, die onder de reikwijdte van deze verordening vallen; h. Handboek: Handboek Kabels en Leidingen van de gemeente Eindhoven, zijnde door het college vast te stellen nadere regels betreffende de voorbereiding en uitvoering van ontwerp, aanleg, exploitatie, onderhoud en verwijdering van kabels en leidingen inclusief de toepasselijke indieningsvereisten; i. inbreking: het graven of boren/persen in openbare gronden, dan wel het anderszins roeren van grond ten behoeve van de in deze verordening omschreven werkzaamheden; j. instemmingsbesluit: besluit van het college als bedoeld in artikel 5.4 eerste lid, onder b van de Telecommunicatiewet; k.

kabels en leidingen: een of meer kabels of leidingen die onderdeel zijn van een netwerk en bestemd zijn voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, daaronder mede begrepen de daarmee verbonden onderen bovengrondse transformator-, schakel-, verdeel-, en onderstations, distributie en/of mutatiepunten, en tevens omvattende de daarbij behorende voorzieningen, zoals lege buizen, onder- en bovengrondse ondersteunings- en beschermingswerken, mantelbuizen, kabelgoten, afsluiters, brandkranen, kasten, etc.; l. net(werk): één of meer ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), daaronder mede begrepen lege buizen, kokerconstructies en voorzieningen, bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie, uitgezonderd het rioleringsnetwerk; m. netbeheerder: degene die als natuurlijk persoon, al dan niet handelende in de uitoefening van een beroep of een bedrijf, dan wel als rechtspersoon een net(werk), niet zijnde een openbaar elektronisch communicatienetwerk, beheert; n. openbaar elektronisch communicatienetwerk: telecommunicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h van de Telecommunicatiewet; o. openbare gronden: openbare gronden als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet; p. spoedeisende werkzaamheden: werkzaamheden, zoals genoemd in onderdeel v.

van dit artikel, voor reparatie of onderhoud in verband met een storing of belemmering, waarvan uitstel, gelet op de aard en/of omvang van de storing of belemmering, redelijkerwijs niet mogelijk is; q. storing: een onderbreking van de levering, met uitzondering van een onderbreking door geplande werkzaamheden; r. telecomkabels: kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet; s. tracé: de aanduiding op één of meer topografische of geografische kaarten van het verloop en de geografische omvang van een aan te leggen of te wijzigen (telecom)kabel, leiding of warmtenet, dan wel de fysieke ligging van (telecom)kabels, leidingen of warmtenetten of delen daarvan; t. Transitievisie Warmte: visiedocument van de gemeente Eindhoven waarin is

7

Inboeknummer 22bst00949

vastgelegd hoe de warmtetransitie zal worden vormgegeven; u. warmtenet: geheel van tot elkaar behorende met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen dienstbaar aan het transport van warmte en/of koude, behoudens voor zover deze leidingen, installaties en hulpmiddelen zijn gelegen in een inpandig leidingstelsel, een binneninstallatie of een gebouw of werk van een producent en strekken tot toe- of afvoer van warmte en/of koude ten behoeve van dat inpandig leidingstelsel, die binneninstallatie of dat gebouw of werk van een producent; v. werkzaamheden: alle werkzaamheden in, op of boven openbare gronden in verband met het aanleggen, onderhouden, verleggen en verwijderen van (telecom)kabels, leidingen en warmtenetten; w. werkzaamheden van niet ingrijpende aard: - werkzaamheden die leiden tot een inbreking in de openbare gronden - anders dan gestuurde boringen - tot een lengte van 25 m¹ of tot een oppervlakte van 10 m²; - het maken van aansluitingen.

Artikel 1.2. Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op het aanleggen, in stand houden, onderhouden, verleggen en verwijderen van kabels en leidingen in, op en boven de openbare gronden, voor zover de gemeente deze gronden beheert, in eigendom heeft of daarover wettelijke coördinatieverplichtingen heeft. 2. Deze verordening is van overeenkomstige toepassing op gronden die op het moment van het aanleggen van (telecom)kabels, leidingen en/of warmtenetten in die gronden nog niet openbaar zijn, maar op grond van publiek- of privaatrechtelijke afspraken binnen een door het college te bepalen termijn openbaar en/of eigendom van de gemeente zullen worden. Het college bepaalt de genoemde termijn in beginsel op vijf jaren, doch kan gemotiveerd van deze termijn afwijken. 3. Deze verordening is niet van toepassing op leidingen ten behoeve van de gemeentelijke riolering.

Artikel 1.3. Coördinatie van werkzaamheden 1. Het college is belast met de coördinatie van werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van (telecom)kabels en leidingen. 2. Hierbij worden mede betrokken andere werkzaamheden in of op openbare gronden. 3. Het college bevordert het medegebruik van voorzieningen, waarbij in ieder geval de technische mogelijkheden in acht worden genomen.

Artikel 1.4. Handboek Kabels en Leidingen 1. Het college stelt ter uitvoering van deze verordening een Handboek vast. 2. In dit Handboek worden onder meer nadere bepalingen opgenomen met betrekking tot: a. de veiligheid, het ontwerp, het beheer, de aanleg, het onderhoud, de exploitatie en het opruimen van kabels, leidingen en warmtenetten; b. de ordening, planning en coördinatie van werkzaamheden in verband met werkzaamheden aan kabels, leidingen en warmtenetten;

8

Inboeknummer 22bst00949

c. de administratieve eisen met betrekking tot een aanvraag voor een vergunning of instemming, en de in dat kader aan de gemeente te verstrekken informatie; d. informatie-uitwisseling tussen de gemeente en netbeheerders. 3. Bij tegenstrijdigheden tussen de bepalingen van deze verordening en het Handboek hebben de bepalingen van deze verordening voorrang.

HOOFDSTUK 2: TELECOMKABELS Artikel 2.1. Reikwijdte hoofdstuk 2 Hoofdstuk 2 is van toepassing op werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van: a. kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet, die ten dienste staan van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet; en b. ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken als bedoeld in artikel 5.15 van de Telecommunicatiewet.

Artikel 2.2. Telecommunicatiewet De bepalingen van de Telecommunicatiewet zijn onverkort van toepassing op het in dit hoofdstuk bepaalde.

Artikel 2.3. Verbodsbepaling Het is verboden zonder of in afwijking van een voorafgaand door het college verleend instemmingsbesluit omtrent de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden, telecomkabels in of op openbare gronden aan te leggen, in stand te houden of op te ruimen.

Artikel 2.4. Melding van voorgenomen werkzaamheden 1. Een aanbieder en/of grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, meldt dit voornemen ten minste acht weken voor de aanvang aan het college. 2. Een aanbieder en/of grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg voeren met het college teneinde de melding, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, voor te bereiden. 3. In geval van werkzaamheden van niet ingrijpende aard, kan de aanbieder en/of grondroerder volstaan met een melding aan het college, minimaal vijf werkdagen voorafgaande aan de werkzaamheden. 4. In geval van werkzaamheden spoedeisend werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing van de communicatie in de zin van artikel 5.6 van de Telecommunicatiewet dan wel een calamiteit kan de aanbieder en/of grondroerder volstaan met een melding, voorafgaand aan de start van de werkzaamheden of uiterlijk vóór 09.00 uur op de eerste werkdag na het ontstaan van de ernstige belemmering, storing of calamiteit. 5. Het college stelt de voor een melding te gebruiken formulieren vast.

9

Inboeknummer 22bst00949

Artikel 2.5. Beslistermijn en aanhouding 1. Een beslissing op een melding als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, wordt door het college genomen uiterlijk acht weken na ontvangst van de melding. 2. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het college dit aan de melder mede en noemt het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel houdt het college de beslissing aan, indien er in verband met werkzaamheden ten behoeve van het openbare elektronische communicatienetwerk nog een andere vergunning is vereist en deze nog niet is verkregen en overgelegd. 4. De in lid 1 bedoelde beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag na die waarop het college de melder krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht uitnodigt de melding aan te vullen, tot de dag waarop de melding is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. 5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht betreffende de van rechtswege verleende beschikking is niet van toepassing op het bepaalde in deze verordening.

Artikel 2.6. Verplichtingen 1. De aanbieder en/of grondroerder is verplicht direct betrokken omwonenden en bedrijven bij de uit te voeren werkzaamheden op de hoogte te stellen. 2. De aanbieder en/of grondroerder is verplicht de werkzaamheden in een aangesloten periode (één werkgang) uit te voeren, tenzij het college instemt met onderbreking van de werkzaamheden. 3. De aanbieder maakt bij de aanleg, instandhouding of het verplaatsen van telecomkabels in, op of boven openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde, voorzieningen indien dit technisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid. 4. De aanbieder en/of grondroerder is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden, onmiddellijk conform de procedures als bedoeld in het Handboek te melden en alle maatregelen te treffen teneinde verdere verontreiniging, schade of hinder te voorkomen. 5. De aanbieder en/of grondroerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen in de oude staat, tenzij het college vooraf heeft aangegeven hier (gedeeltelijk) zelf zorg voor te willen dragen. 6.

De aanbieder en/of grondroerder is vanaf het moment dat de werkzaamheden zijn voltooid, verplicht om - al dan niet desgevraagd - aan het college gegevens omtrent de ligging van zijn telecomkabels te verstrekken en een overzicht te geven van de niet in gebruik zijnde telecomkabels. 7. De aanbieder is verplicht om zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud van telecomkabels. 8. Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels, kiest de aanbieder een alternatief tracé, of doet aan andere aanbieders een redelijk verzoek tot medegebruik van kabels, op grond van artikel 5a.3 jo 5.2, achtste lid, van de Telecommunicatiewet.

10

Inboeknummer 22bst00949

9. Het college en de netbeheerder zullen bij het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van telecomkabels elkaars schade beperken.

Artikel 2.7. Stellen nadere regels, voorschriften en beperkingen 1. Het college kan nadere regels stellen omtrent het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van telecomkabels, het bevorderen van medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken. 2. Indien binnen één jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare gronden de aanbieder werkzaamheden moet uitvoeren, kan het college bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de aanbieder. 3. Het college stelt nadere regels vast over schadeherstel en vergoeding van degeneratiekosten. De aanbieder of diens grondroerder is gehouden tot het, op basis van redelijkheid en billijkheid, vergoeden van alle schade, geleden en te lijden door de gemeente, voortvloeiende uit de door of vanwege de aanbieder uit te voeren werkzaamheden. De berekening van de schadevergoeding is gebaseerd op vijf kostensoorten: herstel-, onderhouds-, beheers- en degeneratiekosten of werkelijke kosten, met als uitgangspunt kostendekkendheid voor de gemeente. Aan herstel van bijzondere bestrating kan het college nadere voorwaarden stellen. 4.

De nadere regels en (bijzondere) voorwaarden, als genoemd in het eerste, tweede en derde lid, worden vastgelegd in het Handboek of in het instemmingsbesluit.

Artikel 2.8. Geldigheidsduur instemmingsbesluit 1. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen twaalf maanden na verlening van de instemming, tenzij in het instemmingsbesluit anders is bepaald. 2. Indien de (graaf)werkzaamheden niet binnen de vastgestelde data en termijnen zijn uitgevoerd, vervalt het instemmingsbesluit. Een situatie van overmacht moet tijdig worden gemeld, met in acht neming van de maximale geldigheidsduur en staat ter beoordeling van het college. 3. De termijn van 12 maanden, genoemd in het eerste lid, kan door het college met maximaal 6 maanden worden verlengd, na een schriftelijk met redenen omkleed verzoek. 4. De geldigheid van het instemmingsbesluit eindigt wanneer de werkzaamheden zijn afgerond en opgeleverd. 5. Het instemmingsbesluit vervalt indien de netbeheerder schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer te willen maken van het instemmingsbesluit.

Artikel 2.9. Melding wijziging voorzieningen De aanbieder stelt het college onverwijld schriftelijk in kennis, indien de telecomkabel niet langer ten dienste staat van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk in of op openbare gronden.

Artikel 2.10. Verplichting tot verwijdering telecomkabel

11

Inboeknummer 22bst00949

De netbeheerder is verplicht, wanneer een telecomkabel buiten gebruik is, de kabel binnen een door het college te bepalen termijn op eigen kosten te verwijderen, tenzij anders wordt overeengekomen

HOOFDSTUK 3: KABELS EN LEIDINGEN Artikel 3.1. Reikwijdte van hoofdstuk 3 Hoofdstuk 3 is van toepassing op werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding, onderhoud, verlegging en opruiming van kabels en/of leidingen, met uitzondering van werkzaamheden die onder de reikwijdte van hoofdstuk 2 vallen.

Artikel 3.2. Verbodsbepaling Het is verboden zonder of in afwijking van een voorafgaand door het college verleende vergunning, kabels of leidingen in, op of boven de openbare gronden aan te leggen, te onderhouden, te verleggen, in stand te houden of te verwijderen.

Artikel 3.3. Aanvraag vergunning 1. Een netbeheerder en/of grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, dient ten minste acht weken voor aanvang daarvan een aanvraag voor een vergunning in bij het college. 2. Een netbeheerder en/of grondroerder die werkzaamheden wil verrichten, kan hierover vooroverleg voeren met het college teneinde de aanvraag, bedoeld in het eerste lid voor te bereiden. 3. In afwijking van het vorige lid, is het voeren van vooroverleg verplicht wanneer het gaat om werkzaamheden met betrekking tot warmtenetten, transportleidingen en andere complexe ondergrondse infrastructuren. 4. In geval van werkzaamheden van niet ingrijpende aard, kan de netbeheerder en/of grondroerder volstaan met een melding aan het college, minimaal vijf werkdagen voorafgaande aan de werkzaamheden door middel van een daartoe vastgesteld formulier. Op grond van belangen als genoemd in artikel 3.5 van deze verordening, kan het college bepalen dat realisatie op een ander tijdstip moet plaatsvinden. 5. In geval van spoedeisende werkzaamheden of calamiteiten kan de netbeheerder en/of grondroerder volstaan met een melding, voorafgaand aan de start van de werkzaamheden of uiterlijk vóór 09.00 uur op de eerste werkdag na het ontstaan van de belemmering of storing. 6.

Indien voor de voorgenomen werkzaamheden tevens (privaatrechtelijke) toestemming nodig is van andere grondeigenaren of grondbeheerders, geeft de aanvrager dit bij de melding of aanvraag aan en overlegt deze uiterlijk vier weken na de melding of aanvraag, het college het bewijs van verkregen toestemming. 7. Het college stelt nadere regels vast inzake de te verstrekken gegevens en de wijze waarop die worden verstrekt bij een aanvraag of melding als bedoeld in deze verordening. 8. Het college stelt de voor een melding of aanvraag te gebruiken formulieren vast.

Artikel 3.4. Beslistermijn en aanhouding 1. Een beslissing op een aanvraag als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, wordt door het college genomen uiterlijk acht weken na ontvangst van de aanvraag. 2. Indien een beslissing niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een redelijke termijn waarbinnen de

12

Inboeknummer 22bst00949

beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 3. Betreft het een aanvraag waarbij meer grondeigenaren/beheerders zijn betrokken of andere vergunningen vereist zijn, dan wordt de beslissing pas genomen als deze andere toestemmingen verkregen en overgelegd zijn. 4. Betreft het een aanvraag waarbij op grond van artikel 3.3 lid 3 vooroverleg verplicht is, dan wordt de beslissing pas genomen nadat dit vooroverleg heeft plaatsgevonden. 5. De in lid 1 bedoelde beslistermijn wordt opgeschort met ingang van de dag na die waarop het college de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht uitnodigt de aanvraag aan te vullen, tot de dag waarop de aanvraag is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. 6. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht betreffende de van rechtswege verleende beschikking is niet van toepassing op het bepaalde in deze verordening.

Artikel 3.5. Weigeringsgronden Het college kan een vergunning weigeren onder meer in het belang van: a. de openbare orde; b. de veiligheid; c. het voorkomen van schade; d. de bescherming van milieu, flora en fauna en volksgezondheid; e. het voorkomen of beperken van overlast; f. de bereikbaarheid van gronden en gebouwen; g. de ondergrondse ordening; h. het beschermen van ruimtereserveringen ten behoeve van de aanleg en exploitatie van leidingen en leidingstroken die zijn vastgelegd in gemeentelijk beleid; i. een effectieve en doelmatige invulling en uitvoering van de regierol in het kader van de warmtetransitie, waaronder tenminste wordt verstaan het zelfstandig (door de gemeente) kunnen bepalen waar wel of geen warmte (en koude)netten, -leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen voor het transport en de warmteproductie worden gerealiseerd.

Artikel 3.6. Verplichtingen 1. De netbeheerder en/of grondroerder is verplicht direct betrokken omwonenden en bedrijven bij de uit te voeren werkzaamheden daarvan tijdig op de hoogte te stellen. 2. De netbeheerder en/of grondroerder is verplicht de werkzaamheden in een aangesloten periode (één werkgang) uit te voeren, tenzij het college instemt met onderbreking van de werkzaamheden. 3. De netbeheerder maakt bij de aanleg, instandhouding of het verplaatsen van kabels en/of leidingen in, op of boven openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde, voorzieningen indien dit technisch haalbaar is en medegebruik geen belemmering vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid. 4. De netbeheerder en/of grondroerder is verplicht verontreiniging, gevaar of hinder, dan wel storingen waarbij verontreiniging, gevaar of hinder kunnen optreden, onmiddellijk conform de procedures als bedoeld in het Handboek te melden en alle maatregelen te treffen teneinde verdere verontreiniging, schade of hinder te voorkomen. 5. De grondroerder is verplicht na het einde van de werkzaamheden de grond, eventuele verhardingen en beplanting terug te brengen in de oude staat, tenzij het college van

13

Inboeknummer 22bst00949

burgemeester en wethouders vooraf heeft aangegeven hier (gedeeltelijk) zelf zorg voor te willen dragen. 6. De netbeheerder en/of grondroerder is vanaf het moment dat de vergunde werkzaamheden zijn voltooid, verplicht om – al dan niet desgevraagd – aan het college gegevens omtrent de ligging van zijn kabels te verstrekken en een overzicht te geven van de niet in gebruik zijnde kabels. 7. De netbeheerder is verplicht om zorg te dragen voor een goede staat van onderhoud van kabels en leidingen. 8. De netbeheerder is verplicht om op aanwijzing van het college, binnen een door het college te stellen redelijke termijn, een kabel of leiding aan te passen, te verleggen of te verwijderen, indien dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege de gemeente in het algemeen belang. Het college streeft daarbij naar overeenstemming met de netbeheerder over de verlegging, uitvoering en planning met als doel een technisch adequate oplossing tegen de maatschappelijk laagste kosten. 9. Het college en de netbeheerder zullen bij het nemen van maatregelen, waaronder het verplaatsen, ten aanzien van kabels en/of leidingen elkaars schade beperken.

Artikel 3.7. Geldigheidsduur vergunning 1. De werkzaamheden moeten zijn voltooid binnen twaalf maanden na verlening van de vergunning, tenzij in de vergunning anders is bepaald of het college, nadat de netbeheerder daartoe een schriftelijk met redenen omkleed verzoek heeft gedaan, instemt met verlenging van deze termijn. 2. Indien de (graaf)werkzaamheden niet binnen de vastgestelde data en termijnen zijn uitgevoerd, vervalt de vergunning. Een situatie van overmacht moet tijdig worden gemeld, met in acht neming van de maximale geldigheidsduur en staat ter beoordeling van het college. 3. De termijn van 12 maanden, genoemd in het eerste lid, kan door het college met maximaal 6 maanden worden verlengd, na een schriftelijk met redenen omkleed verzoek. 4. De geldigheid van de vergunning, voor zover deze betrekking heeft op het aanleggen, onderhouden, verleggen of verwijderen van kabels of leidingen, eindigt wanneer de werkzaamheden zijn afgerond en opgeleverd. 5. Een vergunning kan, voor zover deze betrekking heeft op het in stand houden van kabels of leidingen, voor bepaalde tijd worden verleend, indien op het moment van het verlenen van de vergunning sprake is van een concreet voorzienbare ontwikkeling in verband waarmee het noodzakelijk is dat de kabels of leidingen na een vooraf bepaalde tijd worden verwijderd. 6.

De vergunning vervalt indien de netbeheerder schriftelijk aan het college verklaart geen gebruik meer te willen maken van de vergunning.

Artikel 3.8. Stellen nadere regels, voorschriften en beperkingen 1. Het college kan nadere regels stellen omtrent het tijdstip, de plaats de wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen of delen daarvan, het bevorderen van medegebruik van voorzieningen en het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken. 2. Indien binnen één jaar na groot onderhoud of herinrichting van de openbare gronden

14

Inboeknummer 22bst00949

de netbeheerder werkzaamheden moet uitvoeren, kan het college bijzondere voorwaarden stellen aan het herstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de netbeheerder. 3. Het college stelt nadere regels vast over schadeherstel en vergoeding van degeneratiekosten. De netbeheerder of diens grondroerder is gehouden tot het, op basis van redelijkheid en billijkheid, vergoeden van alle schade, geleden en te lijden door de gemeente, voortvloeiende uit de door of vanwege de netbeheerder uit te voeren werkzaamheden. De berekening van de schadevergoeding is gebaseerd op vijf kostensoorten: herstel-, onderhouds-, beheers- en degeneratiekosten of werkelijke kosten, met als uitgangspunt kostendekkendheid voor de gemeente. Aan herstel van bijzondere bestrating kan het college nadere voorwaarden stellen. 4. De nadere regels en (bijzondere) voorwaarden, als genoemd in het eerste tot en met vierde lid, worden vastgelegd in het Handboek of in de vergunning.

Artikel 3.9. Wijziging of intrekking vergunning Het college kan de vergunning wijzigen of intrekken indien: a. blijkt dat de vergunning op basis van onjuiste of onvolledige gegevens is verleend; b. de vergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven; c. de vergunninghouder het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de vergunningvoorschriften niet naleeft; d. na het verlenen van de vergunning naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur, milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden tegemoetgekomen; e. het nemen van maatregelen voor kabels en leidingen, waaronder het verleggen, noodzakelijk is voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege de gemeente.

Artikel 3.10. Verplichting tot verwijdering kabel of leiding 1. De netbeheerder is verplicht om na het geheel of gedeeltelijk intrekken van de vergunning, de kabel of leiding binnen een door het college te bepalen termijn op eigen kosten te verwijderen, tenzij anders wordt overeengekomen. 2. Wanneer een vergunning voor bepaalde tijd is verleend, is de netbeheerder verplicht om na het aflopen van de vergunning, de kabel of leiding binnen een door het college te bepalen termijn op eigen kosten te verwijderen, tenzij anders wordt overeengekomen. 3. De netbeheerder is verplicht, wanneer een kabel of leiding buiten gebruik is, de kabel of leiding binnen een door het college te bepalen termijn op eigen kosten te verwijderen, tenzij anders wordt overeengekomen.

Artikel 3.11. Rechtsopvolging Een vergunning wordt op verzoek van de vergunninghouder overgeschreven op naam van de rechtsopvolger.

15

Inboeknummer 22bst00949

HOOFDSTUK 4: HANDHAVING Artikel 4.1. Toezicht en handhaving 1. Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door het college aangewezen personen. 2. Indien het college vaststelt dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kan het college besluiten handhavend op de treden dan wel legalisatie achteraf van de ontstane situatie verlangen met inachtneming van het daarover bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht. Indien blijkt dat de uitgevoerde werkzaamheden zijn gemeld, maar dat hiervoor een vergunning of instemmingsbesluit is vereist, is dit artikel van overeenkomstige toepassing. 3.

Het college is bevoegd, met kennisgeving vooraf aan de aanbieder of de netbeheerder, de vergunning of het instemmingsbesluit in te trekken of de werkzaamheden stil te leggen, indien: - er wordt gewerkt zonder vergunning, instemmingsbesluit of zonder toestemming ingeval van een meldingsplicht; - de vergunning of het instemmingsbesluit is verleend ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens; - de vergunning of het instemmingsbesluit in strijd met enig wettelijk voorschrift is verleend; - er wordt gewerkt in afwijking van de voorschriften van de vergunning of het instemmingsbesluit; - er wordt gewerkt in afwijking van de nadere regels opgenomen in het Handboek; - er sprake is van ernstig gevaar voor de openbare veiligheid en/of gezondheid. 4. Het college kan de aanbieder, netbeheerder en/of grondroerder opdragen een milieutechnisch onderzoek, dan wel een onderzoek naar mogelijk gevaar of hinder uit te voeren, indien een redelijk vermoeden bestaat van verontreiniging, gevaar of hinder, ontstaan bij de exploitatie van kabels, leidingen en/of (delen van) warmtenetten. 5. Het college kan bij gebleken of ernstige dreiging van verontreiniging, gevaar of hinder in of nabij het tracé van de (telecom)kabel, leiding of (deel van een) warmtenet opschorting gelasten van de exploitatie van de betreffende (telecom)kabel, leiding of (deel van een) warmtenet. 6.

Het college, noch de gemeente, is aansprakelijk voor de kosten die voortvloeien uit het nemen van de in dit artikel bedoelde maatregelen.

HOOFDSTUK 5: SLOTBEPALINGEN Artikel 5.1 Intrekking oude verordening De Verordening kabels en leidingen gemeente Eindhoven 2014 wordt met het inwerkingtreden van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Eindhoven 2022 ingetrokken.

Artikel 5.2 Wijziging van andere verordeningen Artikel 2:11 Wijziging APV Eindhoven In artikel 2:11, vierde lid, van de APV Eindhoven wordt ‘Verordening Kabels en Leidingen gemeente Eindhoven 2014’ vervangen door ‘Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Eindhoven 2022’.

16

Inboeknummer 22bst00949

Artikel 5.3. Overgangsrecht 1. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een melding is gedaan of vergunning is aangevraagd op grond van de Verordening kabels en leidingen gemeente Eindhoven 2014 en daarop nog niet is besloten, dan wordt daarop de onderhavige verordening toegepast. Hetzelfde geldt voor wat betreft de beslissing op een eventueel bezwaar. 2. Voor kabels en leidingen in de zin van hoofdstuk 3 van deze verordening, die op de datum van inwerkingtreding van deze verordening aanwezig én in gebruik zijn, geldt de vergunning op basis waarvan zij aangebracht zijn, als een vergunning als bedoeld in artikel 3.2.

Artikel 5.4. Hardheidsclausule Het college heeft de bevoegdheid op grond van afweging van de te behartigen belangen en met in acht name van de redelijkheid en billijkheid in incidentele en te motiveren gevallen af te wijken van de bepalingen van deze verordening.

Artikel 5.5. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het Gemeenteblad.

Artikel 5.6. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Eindhoven 2022.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 14 september 2022,

, griffier.

17

Inboeknummer 22bst00949

Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 juli 2022; mede gelet op de artikelen 156 en 229 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de: Verordening tot eerste wijziging van de Verordening op de heffing en de invordering van leges vergunningen en aanverwante diensten 2022

Artikel I Hoofdstuk 6 van Titel 3 van de Verordening op de heffing en de invordering van leges vergunningen en aanverwante diensten 2022 wordt vervangen door:

Hoofdstuk 6 Telecommunicatie, kabels en leidingen Instemmingsbesluit Telecommunicatiewet

3.6.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding tot het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en werkwijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 3.3 van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Eindhoven 2022

€ 432,90

3.6.2

Het tarief als bedoeld in onderdeel 3.6.1 wordt verhoogd met een basisbedrag per strekkende meter van

€ 1,78

3.6.3

Het tarief bedoeld in de onderdelen 3.6.1 en 3.6.2 wordt verminderd met 50%, indien a. een melding wordt ingetrokken, voordat hierop een beslissing is genomen; of b.

3.6.4

een melding buiten behandeling wordt gesteld.

In afwijking van de onderdelen 3.6.1 en 3.6.2 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een melding tot het verkrijgen van instemming, na aanvang of gereedkomen van de aanleg, instandhouding of verwijdering van kabels, 150% van de leges, zoals deze op grond van die onderdelen geheven zouden zijn bij een vooraf ingediende melding.

18

Inboeknummer 22bst00949

Vergunning kabels en leidingen

3.6.5

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het aanleggen, onderhouden, verleggen of verwijderen van kabels of leidingen als bedoeld in artikel 2.3 van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Eindhoven 2022

€ 432,90

3.6.6

Het tarief als bedoeld in onderdeel 3.6.5 wordt verhoogd met een basisbedrag per strekkende meter van

€ 1,78

3.6.7

Het tarief bedoeld in de onderdelen 3.6.5 en 3.6.6 wordt verminderd met 50%, indien a. een aanvraag wordt ingetrokken, voordat hierop een beslissing is genomen; of b.

3.6.8

een aanvraag buiten behandeling wordt gesteld.

In afwijking van de onderdelen 3.6.5 en 3.6.6 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag, na aanvang of gereedkomen van de aanleg, instandhouding of verwijdering van kabels, 150% van de leges, zoals deze op grond van die onderdelen geheven zouden zijn bij een vooraf ingediende aanvraag.

Artikel II 1. Behoudens de in het vorige artikel genoemde wijzing wijzigt de Verordening op de heffing en de invordering van leges vergunningen en aanverwante diensten 2022 niet. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. Artikel III Deze verordening kan worden aangehaald als: “Legesverordening vergunningen 2022 (eerste wijziging)”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 september 2022

, griffier.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11722425/2