Raadsvoorstel Adviescommissie Omgevingskwaliteit
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 21bst00624 Beslisdatum B&W 11 mei 2021 Dossiernummer 21.19.455
Raadsvoorstel Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Inleiding De komst van de Omgevingswet heeft gevolgen voor de huidige welstandstoetsing en onze commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Eerder is besloten de Omgevingswet beleidsneutraal te implementeren. Dat laat onverlet dat er een nieuwe verordening voor de adviescommissie Omgevingskwaliteit moet worden vastgesteld. Voorstel is om de verordening nu vast te stellen, maar in werking te laten treden met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op basis van de nieuwe verordening gaan we leden werven voor de nieuwe adviescommissie Omgevingskwaliteit. Het college van burgemeester en wethouders bereidt dit voor, zij doen de werving en selectie van leden. De benoeming van leden vindt plaats door de raad. Dit is wettelijk zo bepaald in de wet. De huidige adviestaken van de CRK gelden als uitgangspunt voor de nieuwe commissie. De huidige welstandsnota (uit 2003) blijft basis voor toetsing. De Omgevingswet hebben we aangegrepen om de technische werkwijze van commissie en supervisoren te evalueren. Daaruit komen nu al een aantal Quick wins naar voren, die mee zijn genomen in de nieuwe verordening omdat ze leiden tot verbetering van de werkwijze van de commissie maar geen extra geld kosten. Het vaststellen van de verordening is de eerste (wettelijke) stap in een breder traject over omgevingskwaliteit.
We komen hier in het 4e kwartaal op terug.
X
Wettelijke taak, op basis van de Omgevingswet is het verplicht een adviescommissie in te stellen
X
Kerntaak, gekoppeld aan het programma Ruimtelijke ontwikkeling
Onvermijdelijk Doelstelling Het vaststellen van de Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven. Voorstel 1. De raad voorstellen de verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit vast te stellen en de ingangsdatum van de verordening gelijk te stellen aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet en daarmee in te stemmen met de volgende beleidsneutrale Quick wins: 1. Samenwerking commissie en supervisoren vastleggen 2. Aanwijzen plaatsvervangers van commissieleden 3. Afstemming met intake borgen via website en in processen 4. Informatie voorziening website verbeteren
Inboeknummer 21bst00624
Argumenten 1.1 Er moet op basis van de Omgevingswet een nieuwe verordening en een nieuwe adviescommissie omgevingskwaliteit komen Alle gemeenten zijn verplicht om voor inwerking treding van de Omgevingswet (voorzien op 1 januari 2022) de bestaande welstandscommissie te vervangen door een gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit. Hiervoor moet een verordening worden opgesteld. De nieuwe verordening treedt inwerking samen met de inwerking treding van de Omgevingswet. Na de inwerkingtreding wordt automatisch de huidige verordening commissie ruimtelijke kwaliteit ingetrokken, dit is geregeld in artikel 17 van de verordening omgevingskwaliteit. De nieuwe commissie gaat Adviescommissie Omgevingskwaliteit heten 1.2 Eindhoven gaat beleidsneutraal over als het gaat om welstandstoetsing en samenstelling commissie De gemeente en de initiatiefnemers uit de stad zijn tevreden over de huidige toetsing door de commissie ruimtelijke kwaliteit en de brede samenstelling van de commissie. We gaan beleidsneutraal over en nemen de taken en de samenstelling van de commissie over als basis voor de toekomst. 1.3 De modelverordening van de VNG is gebruikt Door de VNG is een modelverordening opgesteld, als hulpmiddel voor gemeenten. Eindhoven heeft deze modelverordening aangepast aan de Eindhovense situatie. Er zijn in totaal 19 artikelen.
De belangrijkste wijzigingen zijn: artikel 2, 4, 7, 12 en 13. Nieuw in artikel 2 is het onderscheid is tussen wettelijke taken (artikel 2 lid a en b) en extra adviestaken (artikel 2 lid c t/m j). Nieuw in artikel 4 is het benoemen van 2 plaatsvervangers. Artikel 7 is nieuw: hier wordt de behandeltermijn genoemd. Artikel 12 is nieuw en geeft aan dat het college een reglement van orde kan opstellen voor de werkwijze van de commissie. Artikel 13 is nieuw en regelt de samenwerking tussen supervisor en commissie.. Zie bijlage 1 voor een toelichting op de verordening en bijlage 2 voor een vergelijking van oude verordening en nieuwe verordening. 1.4 Erfgoed is goed geborgd in de nieuwe verordening In de Omgevingswet zijn alleen de rijks- en gemeentelijke monumenten (artikel 2 lid a, b in de verordening) geborgd als wettelijke taak, overige adviestaken kan de gemeente zelf aanwijzen. We vinden een brede erfgoed toetsing belangrijk in Eindhoven. We hebben daarom de huidige adviestaken voor erfgoed overgenomen in de nieuwe verordening onder artikel 2, tweede lid, onderdeel e. 1.5 Er wordt een evaluatie uitgevoerd naar functioneren van de commissie en supervisoren, de Quick wins zijn meegenomen in deze verordening De evaluatie naar de CRK wordt uitgevoerd door een extern bureau, BEECKK Ruimtemakers. Het rapport wordt later dit jaar opgeleverd.
Er zijn vooruitlopend een aantal Quick wins te benoemen, die mee zijn genomen in de nieuwe verordening. De Quiks wins richten zich op het proces en werkwijze van de commissie.
2
Inboeknummer 21bst00624
1.6 We nemen een aantal Quick wins mee die snel realiseerbaar zijn Uitgangspunt is dat een Quick win leidt tot een verbetering van het proces en werkwijze van de commissie, maar geen extra geld kost of een beleidswijziging is. De Quick wins zijn dit jaar of volgend jaar door te voeren. We nemen de volgende Quick wins mee: 1. Samenwerking commissie en supervisoren vastleggen 2. Aanwijzen plaatsvervangers van commissieleden 3. Afstemming met intake borgen via website en processen 4. Informatievoorziening website verbeteren Ad 1) Voor initiatiefnemers is het soms onduidelijk of een plan eerst door de supervisor wordt beoordeeld of door de commissie. We regelen dit nu in artikel 13 lid 2: 1. Ontwikkelingen in een supervisiegebied worden eerst ter beoordeling voorgelegd aan de supervisor en daarna aan de commissie; 2. Supervisoren worden eens per kwartaal door de voorzitter van de commissie uitgenodigd om de bestaande en toekomstige ruimtelijke plannen in supervisiegebieden te bespreken met de commissie. 3. Een supervisor adviseert niet over erfgoedontwikkelingen, de advisering hierover vindt plaats door de erfgoedleden van de commissie. Ad 2) De druk op de huidige commissie leden is groot, er is geen achtervang bij ziekte of verlof. We wijzen in artikel 4 van de verordening 2 plaatsvervangers aan.
Ad 3 en 4) We merken dat het voor sommige initiatiefnemers niet duidelijk is of een plan eerst in intake komt en dan pas in de commissie. Ook het proces van welstandstoetsing zelf is soms onoverzichtelijk. We willen op basis van deze quick wins de algehele informatie voorziening over welstand op de website verbeteren. 1.6 In het kader van de Omgevingswet gaan we een onderzoek opstarten over omgevingskwaliteit in bredere zin in relatie tot de welstandstoetsing In het kader van de Omgevingswet gaan we breder kijken naar omgevingskwaliteit in relatie tot de welstandtoetsing. Zo biedt de Omgevingswet de mogelijkheid om het aantal taken van de commissie uit te breiden of een stadsbouwmeester aan te stellen. We gaan hier nader onderzoek naar doen, ook wat het betekent voor de organisatie als geheel. Hierbij betrekken we ook de resultaten uit de evaluatie van de commissie en input uit een benchmark bij de G4 steden. De resultaten van het onderzoek koppelen we in het 4 e kwartaal terug aan de raad via een RIB. 1.7 Op basis van de verordening worden nieuwe leden voor de commissie geworven Op basis van de verordening worden nieuwe leden voor de commissie geworven. Uitgangspunt bij de werving van de nieuwe commissie is dat deze opnieuw 6 leden (5 vakdeskundige leden inclusief lid voorzitter en een burgerlid) gaat tellen conform de huidige omvang.
De nieuwe verordening maakt het echter mogelijk om in de toekomst uit te breiden naar 7 of 8 leden. Dit was al een mogelijkheid in de huidige verordening. Het college doet de voorbereiding van de werving van leden, de benoeming van leden vindt plaats door de raad. Dit is wettelijk bepaald. Kanttekeningen 1.1 De Omgevingswet wordt welllicht uitgesteld dit kan gevolgen hebben voor inwerking treding van de verordening en van de nieuwe commissie
3
Inboeknummer 21bst00624
Rond de zomer wordt bekend of de Omgevingswet wordt uitgesteld. Uitstel betekent dat we de Verordening pas later in werking treedt en we dus ook pas later een nieuwe adviescommissie kunnen instellen. De huidige CRK blijkt bij uitstel van de omgevingswet voortbestaan. Door de verordening Omgevingskwaliteit nu vast te stellen kunnen we al toekomstgericht nieuwe commissie leden werven. Deze commissie leden kunnen dan zowel zitting hebben in de nieuwe adviescommissie, als -bij uitstel van de wet- in de huidige commissie ruimtelijke kwaliteit. De commissieleden worden betaald uit de huidige budgetten. 1.7 Voor een uitbreiding van de huidige commissie zijn nog geen middelen beschikbaar Mocht er vanuit capaciteit een noodzaak zijn voor uitbreiding, maakt de verordening het mogelijk om het aantal commissie leden uit te breiden van 6 tot maximaal 8. Echter hiervoor zijn t.o.v. de huidige begroting extra middelen nodig. Dit zal dan via een apart dossier worden voorgelegd. Kosten Het vaststellen van de verordening past binnen de bestaande budgetten en begroting van de commissie. Er wordt uitgegaan van het hetzelfde aantal leden als de huidige commissie. Voor een verdere uitbreiding van de commissie – die binnen de nieuwe verordening tot de mogelijkheden behoort – zijn t.o.v. de huidige begroting extra middelen nodig.
Daarnaast zien we al een aantal jaar veel grote en complexe plannen in de stad, waardoor de commissie ruimtelijke kwaliteit meer inzet pleegt als voorzien. Het gaat niet alleen om de wettelijke adviezen (omgevingsvergunning) maar ook om de extra adviestaken in kader van vooroverleg en voor erfgoed. Bij de kadernota 2021 is een structurele claim ingediend van €50.000 per jaar om het bestaande budget beschikbaar voor welstandstoetsing hierop aan te passen. De claim is toegekend voor de jaren 2021 en 2022. De uitvoering van de welstandtoetsing vindt tot en met 2022 plaats binnen de daarvoor beschikbare budgetten voor de commissie. Vanaf 2023 vervalt dit extra budget. We verwachten dat er dan onvoldoende dekking beschikbaar is voor de commissie, waardoor plannen mogelijk vertraging oplopen (omdat ze langer blijven liggen). Bij de kadernota 2023 zal daarom opnieuw een claim worden ingediend. Communicatie De verordening is in dit raadsbesluit opgenomen. De verordening wordt na vaststelling gepubliceerd in het gemeenteblad en integraal beschikbaar gesteld op www.overheid.nl. Daarnaast zullen we ook op de website een kort bericht plaatsen. Planning en uitvoering • 22 juni: vaststelling Verordening door de raad • Juni – sept: werving nieuwe leden • Q 4 2021: raadsbesluit voor benoeming nieuwe leden • Q 4 2021: terugkoppeling resultaten evaluatie van de CRK en de benchmark
4
Inboeknummer 21bst00624
Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Bijlage 1, Toelichting verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit • Bijlage 2: Vergelijking huidige en nieuwe verordening commissie Omgevingskwaliteit
De bijlagen worden meegestuurd
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
5
Inboeknummer 21bst00624
Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 mei 2021; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 15 september 2021; besluit: 1.
vast te stellen de verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit en de ingangsdatum van de verordening gelijk te stellen aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet en daarmee in te stemmen met de volgende beleidsneutrale Quick wins: 1. Samenwerking commissie en supervisoren vastleggen 2. Aanwijzen plaatsvervangers van commissieleden 3. Afstemming met intake borgen via website en in processen 4. Informatie voorziening website verbeteren
Verordening op de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd adviescommissie Omgevingskwaliteit; goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; Welstandsnota: welstandsnota “ De toetsing gestuurd” van de gemeente Eindhoven; wet: de Omgevingswet. Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden 1. De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Daaronder wordt in ieder geval begrepen het geven van informatie over de werkzaamheden van de commissie. 2.
Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1°. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2°. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument;
6
Inboeknummer 21bst00624
b.
3°. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 4°. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit, hieronder valt in ieder geval een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen of slopen van bouwwerken; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet;
c.
adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over het ontwikkelen van beleid inclusief de omgevingsvisie, het omgevingsplan, de maatwerkregels als bedoeld in artikel 4.6 van de wet en de Welstandsnota;
d.
adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving;
e.
adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over erfgoed, te weten: 1°. bij elke omgevingsplanactiviteit waarbij cultuurhistorische waarden zijn betrokken die op de cultuurhistorische waardenkaart of het omgevingsplan zijn aangegeven; 2°. voor vaststelling of wijziging van de cultuurhistorische waardenkaart, met uitzondering van de archeologische verwachtingsgebieden; 3°. indien uit een rapport waarin de archeologische waarden van een terrein is vastgesteld, blijkt dat het een archeologisch monument betreft dat resten van een bouwwerk bevat. De commissie adviseert over de inpassing van een archeologisch monument. Tot archeologische monumenten behoren: kerken, kloosters, kastelen en hoeven; adviseert de commissie over de uitvoering van het beleid inzake de openbare ruimte; informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; adviseert adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over: 1°. het stellen van maatwerkvoorschriften en beeldkwaliteitsplannen in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de bescherming van cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; 2°.
stedenbouwkundige plannen en visies voor de fysieke leefomgeving
f. g. h. i.
7
Inboeknummer 21bst00624
j.
adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, te weten regels over reclame in de openbare ruimte.
Paragraaf 3. Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel 3. Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊tot en met 3 ̊, en onder b. Paragraaf 4. Samenstelling en inrichting Artikel 4. Samenstelling 1 De commissie bestaat uit een lid-voorzitter, tenminste vijf en ten hoogste zeven vakdeskundige leden en één burgerlid. De raad kan daarnaast maximaal twee plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. 2 De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3 In afwijking van het tweede lid kan maximaal één burgerlid worden benoemd. Hij of zij wordt benoemd op persoonlijke titel op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 4 De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 5 De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: architectuur, stedenbouw, woonkwaliteit, duurzaamheid, architectuurhistorie, cultuurhistorie, bouwhistorie, archeologie, erfgoed, openbare ruimte, restauratie en landschap.
6 De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur en zijn geen lid van de gemeenteraad. 7 Leden zijn naast hun specifieke deskundigheid vaardig om een bijdrage te leveren aan een samenhangende afweging bij de beoordeling van de omgevingskwaliteit. Er is voldoende kennis van de ruimtelijke opbouw en de kwaliteiten van de gemeente Eindhoven. Artikel 5. Benoeming 1 De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste drie jaar worden benoemd. 2 Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste drie jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 3 Afgetreden leden zijn twee jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4 De voorzitter, de leden en de plaatsvervangers worden in functie benoemd door de raad. 5 De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Artikel 6. Ondersteuning van de commissie 1 De commissie heeft een ambtelijke secretaris. 2 De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie.
8
Inboeknummer 21bst00624
3 4
De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de secretaris. De secretaris noch de medewerkers zijn lid van de commissie.
Paragraaf 5. Advisering en standpuntbepaling Artikel 7. Adviestermijn 1 Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2 In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken. Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig dagen voorafgaand aan de vergadering bekendgemaakt op de internetsite van de gemeente Eindhoven. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. 3. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 4. Over de uit te brengen adviezen wordt enkel besloten in aanwezigheid van ten minste drie leden of twee leden bij een subcommissie.
Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 5. Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. 6. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen. Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, of een subcommissie. Artikel 10. Adviseurs 1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2.
De commissie kan zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen.
9
Inboeknummer 21bst00624
Artikel 11. Verwerking van het advies 1. Burgemeester en wethouders kunnen eenmaal per activiteit een second opinion inwinnen bij een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente. Zij stellen de commissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte. 2. Burgemeester en wethouders kan gemotiveerd afwijken van een advies van de commissie. In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie. Paragraaf 6. Werkwijze Artikel 12. Reglement van orde 1. Burgemeester en wethouders stellen de werkwijze van de commissie binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde. 2. In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onderdelen a tot en met j.; b. de inrichting van het vooroverleg zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder h; c. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; d. het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; e. de notulering en dossiervorming; f.
de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; g. de instelling van subcommissies; h. dat de voorzitter de pers te woord staat bij persvragen; i. de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; j. de selectie en voordracht van kandidaat-leden. 3 Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het door burgemeester en wethouders vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad.
Artikel 13. Relatie met de supervisor en andere adviseurs 1 Bij het aanstellen van een supervisor of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie, dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie. 2 De volgende werkafspraken over de afstemming tussen de commissie en supervisoren gelden: 1. Ontwikkelingen in een supervisiegebied worden eerst ter beoordeling voorgelegd aan de supervisor en daarna aan de commissie; 2. Supervisoren worden eens per kwartaal door de voorzitter van de commissie uitgenodigd om de bestaande en toekomstige ruimtelijke plannen in supervisiegebieden te bespreken met de commissie. 3. Een supervisor adviseert niet over erfgoedontwikkelingen, de advisering hierover vindt plaats door de erfgoedleden van de commissie. Artikel 14. Vergoeding 1. De commissieleden ontvangen een reiskostenvergoeding voor de kosten voor het gebruik van: a. het openbaar vervoer eerste klas; of
10
Inboeknummer 21bst00624
2. 3.
b. een eigen auto ter hoogte van het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. Voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie ontvangen de commissieleden een vergoeding van € 100,00 bruto per uur per zitting (exclusief voorbereidingstijd). Betaling en declaratie van onkosten van commissieleden geschiedt op gelijke wijze als bepaald in artikel 7 van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019.
Paragraaf 7. Jaarverslag Artikel 15. Jaarverslag 1 De commissie brengt jaarlijks verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2 In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; c. op welke wijze toepassing is gegeven aan de algemene, gebiedsgerichte en objectgerichte criteria uit de Welstandsnota; d. de werkwijze van de commissie; e. de aard van de beoordeelde plannen. Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 16. Overgangsrecht Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de commissie wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 en de Erfgoedverordening 2010 bedoelde commissie te zijn. Artikel 17. Vervallen en intrekking oude regeling 1 De regels met betrekking tot de commissie ruimtelijke kwaliteit in de artikelen 9.1 en 9.3 t/m 9.10 van de Bouwverordening gemeente Eindhoven vervallen.
2 De Verordening commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt ingetrokken.
Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 1 Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2 Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 22 september 2021.
J. Verbruggen, griffier.
11