Raadsvoorstel aanvulling delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 24bst01235 Dossiernummer 24.42.451 B&W beslisdatum 15 oktober 2024
Raadsvoorstel Aanvulling delegatie en mandaat Omgevingswet Inleiding De Omgevingswet is in werking getreden op 1 januari 2024. De Omgevingswet is bedoeld om het stelsel van regels over ontwikkeling en beheer van de fysieke leefomgeving te vereenvoudigen. De rolverdeling tussen de raad en het college blijft in essentie hetzelfde. Ook onder de Omgevingswet stelt de raad de kaders en het strategisch beleid vast en controleert de raad of het college deze volgens afspraak en naar tevredenheid uitvoert. Dit raadsvoorstel gaat over een aanvulling van het delegatie en mandaatbesluit als vastgesteld door de raad op 10 september 2024. Voorgesteld wordt de bevoegdheid om de coördinatieregeling toe te passen te mandateren om zo juridische procedures van o.a. omgevingsplan en omgevingsvergunning gelijktijdig te doorlopen en daarmee te versnellen ten gunste van onder andere de woningbouwopgave. Ten aanzien van de toepassing van de coördinatieregeling voorkomt mandaat aan het college onnodige vertraging in het proces. Daarmee wordt invulling gegeven aan één van de doelen van de Omgevingswet, namelijk snellere besluitvorming. Om te zorgen dat het delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet één geheel blijft wordt voorgesteld het besluit van 10 september 2024 in te trekken en een nieuw Delegatie en mandaatbesluit vast te stellen conform bijgevoegd ontwerpbesluit.
De inhoud van het raadsvoorstel dat ten grondslag ligt aan het raadsbesluit van 10 september 2024 wordt hier niet herhaald. De argumenten en kanttekeningen uit dat voorstel gelden onverkort. In dit voorstel wordt alleen de aanvulling op het delegatie- en mandaatbesluit gemeente Eindhoven besproken.
Wettelijke taak De wet maakt het mogelijk om bevoegdheden te delegeren of te mandateren. Doelstelling
Inboeknummer 24bst01235 Het op onderdelen efficiënter en sneller wijzigen van het omgevingsplan. Voorstel 1. Het Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet gemeente Eindhoven vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van het Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet gemeente Eindhoven d.d. 10 september 2024 overeenkomstig bijgevoegd ontwerp-raadsbesluit.
Argumenten 1.1 De voormalige coördinatieverordening is vervallen door de inwerkingtreding van de Omgevingswet, inhoudelijk zijn er geen verschillen. In de vorige collegeperiode is afgesproken dat de overgang naar de Omgevingswet zoveel mogelijk beleidsneutraal zal verlopen. Voor de invoering van de Omgevingswet was de Coördinatieverordening Eindhoven 2019 van toepassing, welke zorgde voor het juridisch samenvoegen van diverse procedures zoals het wijzigen van een bestemmingsplan in samenhang met het verlenen van een omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld de activiteit ‘bouwen’. Daarmee werd onnodige vertraging voorkomen doordat zowel tegen het bestemmingsplan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beroep kon worden aangetekend, als ook naderhand tegen de verleende omgevingsvergunning nog bezwaar, beroep bij de rechtbank Oost-Brabant en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kon worden ingediend. De twee procedures werden als gevolg van de coördinatieverordening samen behandeld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dat is nu ook de bedoeling. De raad geeft met het mandateren dus geen bevoegdheid weg en kan normaal blijven beslissen over het al dan niet vaststellen van wijzigingsbesluiten van het omgevingsplan.
Echter met dit mandaat kan het college besluiten dat de noodzakelijke omgevingsvergunning samenloopt met het omgevingsplan. Hiermee wordt het procederen aanzienlijk ingekort, hetgeen ten gunste komt aan de enorme woningbouwopgave waar Eindhoven voor staat. Per abuis is deze mandatering niet meegenomen in het recent vastgestelde besluit Delegatie en mandaat Omgevingswet. 1.2 Het mandateren van het nemen van een coördinatiebesluit sluit aan bij de werkwijze onder de voormalige wetgeving en bevordert de versnelling van procedures De coördinatieverordening is met de invoering van de Omgevingswet komen te vervallen. De coördinatieregeling van afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht wordt in afdeling 16.2 van de Omgevingswet van toepassing verklaard. De inhoud is gelijk gebleven, behalve dat in sommige gevallen toepassing van de coördinatieregeling verplicht is gesteld. Voor de overige, meest voorkomende gevallen dient een coördinatiebesluit te worden genomen. Wanneer een wijziging van het omgevingsplan voor een bepaalde ontwikkeling noodzakelijk is, waarvoor de raad het bevoegd gezag is, zou de raad vooraf moeten besluiten om de coördinatieregeling toe te passen, wanneer
2
Inboeknummer 24bst01235 de wens bestaat de omgevingsvergunning te coördineren. Dat zou veel vertraging met zich meebrengen, omdat het verlenen van een omgevingsvergunning een bevoegdheid is van het college van B&W. Het doorlopen van de raadscyclus omvat in veel gevallen 2-3 maanden. Vervolgens zijn de rechtsmiddelen tegen de verleende omgevingsvergunning gelijk aan de aan te wenden rechtsmiddelen tegen een vaststelling van het omgevingsplan. Dat betekent dat enkel een beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mogelijk is. Gezien de grote woningbouwopgave waar Eindhoven voor staat, is het bevorderen van een versnelling in procedures wenselijk. Kanttekeningen Het niet mandateren van de toepassing van de coördinatieregeling vergt meer van de organisatie. Indien de voorgestelde bevoegdhei niet wordt gemandateerd gaan de bijbehorende werkzaamheden meer tijd kosten. Het vraagt meer ambtelijke capaciteit en bestuurlijke inzet. Dit is niet in lijn met de door de raad gevraagde uitvoeringskracht.
Personele consequenties Deze werkzaamheden vallen binnen de algemene werkzaamheden. Het delegatie- en mandaatbesluit zal leiden tot een beperkte afname van werk, vooral in het besluitvormingsproces.
Financiële consequenties Niet van toepassing.
Communicatie Na vaststelling van het delegatie- en mandaatbesluit wordt dit gepubliceerd in het gemeenteblad (officielebekendmakingen.nl). Het besluit komt beschikbaar in de databank lokale wet- en regelgeving (overheid.nl).
Planning en uitvoering Het delegatie- en mandaatbesluit treedt in werking na publicatie.
Evaluatie Het college stelt de raad jaarlijks op de hoogte van het gebruik van de gedelegeerde bevoegdheden door middel van een overzicht. Monitoring door de raad kan op deze manier goed plaatsvinden. Voor de in mandaat genomen coördinatiebesluiten is dit niet nodig, omdat een genomen coördinatiebesluit inhoudelijk geen gevolgen heeft en er enkel toe leidt dat de omgevingsvergunning gelijk kan lopen met het te wijzigen deel van het omgevingsplan. In de motivering zal aandacht besteed worden aan het toepassen van de
3
Inboeknummer 24bst01235 coördinatieregeling. De raad stelt de wijzigingen van het omgevingsplan vast en neemt op die manier kennis van de betreffende coördinatiebesluiten.
Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
, secretaris.
4
Inboeknummer 24bst01235
Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ; overwegende dat: • de Omgevingswet de mogelijkheid aan de raad biedt om de bevoegdheid om een omgevingsplan te wijzigen over te dragen aan het college; • deze delegatie passend is voor zover de genoemde gevallen uitvoering geven aan eerder door de raad vastgesteld beleid of het beleid van hogere overheden; • de Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid aan de raad biedt om het college te mandateren om een m.e.r.-beoordelingsbeslissing te nemen die nodig is voor de wijziging van het (ontwerp) omgevingsplan; • de Algemene wet bestuursrecht de mogelijkheid aan de raad biedt om het college te mandateren om een coördinatiebesluit te nemen; • door mandatering de huidige werkwijze voor een m.e.r.-beoordelingsbeslissing en de coördinatieregeling in stand kan blijven; • dit besluit zorgt dat ontwikkelingen in de stad sneller mogelijk gemaakt kunnen worden en de transitie naar één integraal omgevingsplan sneller kan verlopen. Gelet op artikel 2.8 van de Omgevingswet, artikel 4.14 lid 5 van de Omgevingswet, afdeling 16.2 van de Omgevingswet en afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 10:1 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit: I In te trekken het Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet gemeente Eindhoven van 10 september 2024, Gemeenteblad 2024, nr 422683..
II vast te stellen het
Delegatie- en mandaatbesluit Omgevingswet gemeente Eindhoven Artikel 1 Delegeren bevoegdheden vaststellen omgevingsplan De raad delegeert de bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan aan het college indien het betreft: a. Het opnemen van onherroepelijke vergunningen die in afwijking van het omgevingsplan zijn verleend, ter voldoening aan artikel 4.17 Omgevingswet. b. Bestaande wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten binnen de gestelde randvoorwaarden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. c. Regels die voortvloeien uit instructieregels vanuit het Rijk en de provincie.
5
Inboeknummer 24bst01235 d. Het corrigeren van verschrijvingen en/of verkeerde verwijzingen. e. Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. f. Het toevoegen of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben.
Artikel 2 Delegeren bevoegdheid voorbereidingsbesluit De raad delegeert de bevoegdheid tot het nemen van een voorbereidingsbesluit zoals bedoeld in artikel 4.14 lid 5 Omgevingswet, met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels, aan het college. Artikel 3 Mandateren bevoegdheid tot het nemen van een m.e.r.beoordelingsbeslissing De raad mandateert de bevoegdheid tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbeslissing dat nodig is voor de wijziging van het omgevingsplan aan het college. Artikel 4 Mandateren bevoegdheid tot het nemen van een coördinatiebesluit De raad mandateert de bevoegdheid tot het nemen van een coördinatiebesluit (ex art. 3:20, lid 1, onder b, Algemene wet bestuursrecht), dat nodig is voor het gelijk laten lopen van verschillende juridische procedures voortvloeiend uit de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet. Artikel 5 Overzicht genomen besluiten Het college rapporteert aan de raad eenmaal per jaar met een overzicht van de krachtens delegatie genomen besluiten. Artikel 6 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag dat het wordt bekend gemaakt.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, griffier.
6