Raadsvoorstel Aanpassing Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties (ROW)
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer: 21bst00576 Beslisdatum B&W: 20 april 2021 Dossiernummer
Raadsvoorstel Aanpassing Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties (ROW) Inleiding De gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven hebben onlangs hun besluitvorming afgerond over aanpassingen aan het Regionaal Ontwikkelfonds Werklocaties (ROW). Die aanpassingen waren nodig omdat was komen vast te staan dat er verbeteringen in de toegankelijkheid van het fonds nodig waren om kansrijke initiatieven niet bij voorbaat uit te sluiten van financiële ondersteuning. Die verbeteringen zijn aan uw raad voorgelegd en hebben geleid tot het vaststellen van een nieuwe subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties. Ook de raden van de andere gemeenten hebben een gelijkluidend besluit genomen. De ROW B.V. is in de nieuwe opzet niet langer de subsidieverstrekkende instantie. Dat had te maken met het besluit van de BOM om uit de samenwerking te treden. De rol van de ROW B.V. werd overgenomen door de stichting Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE. Hierin nemen de verantwoordelijke wethouders van de 9 SGE-gemeenten zitting. De provincie heeft zich (voorwaardelijk) bereid verklaard de rol van financier van de BOM over te nemen. Na het afronden van de besluitvorming over de nieuwe opzet van het ROW, zijn gemeenten onlangs geconfronteerd met een uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In deze uitspraak oordeelt de Afdeling dat de Gemeentewet het niet toelaat dat een bestuursorgaan zoals een college of raad het uitoefenen van publiekrechtelijke bevoegdheden delegeert aan een privaatrechtelijke entiteit. De uitspraak heeft rechtstreekse consequenties voor de gekozen constructie van het ROW. Uw raad en die van de andere SGE-gemeenten zijn akkoord gegaan met het delegeren van de subsidiebevoegdheid in het kader van het ROW aan de stichting Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE. Die constructie is door de uitspraak van de Raad van State niet langer houdbaar. Wij menen dat de oplossing gevonden kan worden in het mandateren van de bevoegdheden die u in een eerder stadium hebt gedelegeerd aan de stichting Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE. Hiermee voorkomen we dat de stichting onbevoegd besluiten neemt. Handhaven we de constructie van delegatie dan worden de besluiten onbevoegd genomen. In dit raadsvoorstel wordt u gevraagd terug te komen op een recent besluit over de nieuwe opzet van het Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties (ROW). In dat besluit heeft u onder meer bepaald dat de bevoegdheid tot het nemen van een beschikking op een aanvraag voor een subsidie uit het ROW te delegeren aan de stichting Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE.
Recente jurisprudentie heeft aan het licht gebracht dat een delegatiebesluit zoals uw raad dat heeft genomen zich niet verdraagt
Inboeknummer 21bst00576
met bepalingen van de Gemeentewet. Uw raad kan die strijdigheid wegnemen door de bevoegdheid niet te delegeren maar te mandateren aan de stichting.
Wettelijke taak
Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college
Onvermijdelijk
Doelstelling Het in lijn met de bepalingen van de Gemeentewet uitvoering geven aan recente besluitvorming van colleges en raden over de nieuwe organisatie opzet van het ROW. Voorstel Wij stellen u voor: 1. Het besluit d.d. 26 januari 2021 (met nummer 20bst 01777) in te trekken, waarbij u: a. de bevoegdheid tot subsidiëren in het kader van het Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties hebt gedelegeerd aan de stichting Ontwikkelingsfonds Werklocaties (met als normenkader voor de gedelegeerde taak, de toen vast te stellen Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE 2021); b. de Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE (2021), heeft vastgesteld. 2. De Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE (2021) vast te stellen conform bijgevoegde ontwerpverordening. 3. De bevoegdheid tot het uitvoeren van de subsidieverordening, waaronder uitdrukkelijk begrepen het nemen van een beslissing op een aanvraag om subsidie op grond van de Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE (2021), inclusief alle daarmee gepaard gaande voorbereidingsen uitvoeringshandelingen, te mandateren aan de stichting Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE, volgens bijgevoegd ontwerpbesluit. Argumenten 1.1.
De Raad van State noemt in haar uitspraak de mogelijkheid van mandatering nadrukkelijk als alternatief voor delegatie. 1.2. Het mandateren in plaats van delegeren van de bevoegdheid om uitvoering te geven aan de subsidieverordening Investeringen ROW laat de eerdere besluitvorming van colleges en raden over het ROW zoveel mogelijk in stand. Wijzigingen van de onlangs vastgestelde subsidieverordening zijn beperkt tot het redigeren van enkele bepalingen in de lijdende vorm in plaats van een rechtstreekse verwijzing naar de stichting als bevoegd (want; gedelegeerd) orgaan. Verder dienen enkele data te worden aangepast. Kortom, een technische aanpassing. De stichting was al voorbereid om de subsidietaak op zich te nemen. Zij doet dat straks niet meer op eigen verantwoordelijkheid, maar onder formele verantwoordelijkheid van de raden. De colleges hadden hierin ook in de oude situatie geen actieve rol. 1.3. Een alternatief is het oprichten van een bestuurscommissie. Publiekrechtelijke bevoegdheden zoals subsidieverlening worden dan uitgeoefend door een publiekrechtelijk orgaan, hetgeen het meest zuiver is. Een gezamenlijke
2
Inboeknummer 21bst00576
bestuurscommissie dient echter ondergebracht te worden bij een gemeenschappelijke regeling. Dat is in een traject waar op korte termijn al aanvragen ingediend en in behandeling kunnen worden genomen geen oplossing. Kanttekeningen 1. Bestuursorgaan Het feit dat subsidies in de vorm van geldleningen of borgstellingen (in mandaat) worden verleend door een stichting, sluit niet uit dat de stichting als een bestuursorgaan moet worden beschouwd. Wetten zoals de Algemene wet bestuursrecht en de Wet openbaarheid van bestuur zijn dan onverkort van toepassing. Dit veronderstelt dat een goede regeling getroffen moet worden voor eventuele bezwaar- en beroepsprocedures. Gekozen kan worden voor een praktische inrichting met bijvoorbeeld ambtelijk horen in plaats van het instellen van een bezwaarschriftencommissie. 2. Terugnemen van bevoegdheden Het grote verschil tussen delegatie en mandaat is dat bij delegatie de beslissingsbevoegdheid wordt overgedragen terwijl bij mandaat de beslissingsbevoegdheid wordt opgedragen waarbij de raden zelf ook nog bevoegd blijven. In geval van mandaatverlening kunnen de raden ieder afzonderlijk de bevoegdheid tot het verstrekken van subsidies als mandaatgever zelf blijven uitoefenen of aan nadere instructies kunnen verbinden. Dat is een potentieel gevaar voor het voortbestaan van het ROW.
Het is zaak dat gemeenten geen individueel gebruik maken van deze bevoegdheid en de samenwerkingsgedachte laten prevaleren boven individueel handelen. Kosten Het voorstel heeft geen financiële consequenties. Communicatie De besluitvorming door de raden wordt officieel bekend gemaakt in een Gemeenteblad. Evaluatie Niet van toepassing. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: Bijlage1: Subsidieverordening Investeringen ROW SGE (2021) Bijlage 2: Ontwerp-mandaatbesluit ROW
De bijlage wordt meegestuurd De bijlagen liggen ter inzage in de leeskamer
Een ontwerp-raadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven, , secretaris.
3
Inboeknummer 21bst00576
Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 april 2021; gelet op de behandeling in de meningsvormende vergadering van 25 mei 2021; gelet op de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; besluit: 1.
2.
Het besluit d.d. 26 januari 2021 (met nummer 20bst 01777) in te trekken, waarbij u: a. de bevoegdheid tot subsidiëren in het kader van het Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties hebt gedelegeerd aan de stichting Ontwikkelingsfonds Werklocaties (met als normenkader voor de gedelegeerde taak, de toen vast te stellen Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE 2021); b. de Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE (2021), heeft vastgesteld. De Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE (2021) vast te stellen conform bijgevoegde ontwerpverordening.
Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE (2021) Artikel 1 Begripsomschrijving a. Adviescommissie: de commissie die de Stichting adviseert over Investeringsvoorstellen; b. Boekwaarde: De reeds gemaakte kosten tot het moment van indiening van de subsidieaanvraag, welke door aanvrager worden toegerekend aan het uit te voeren project. c. Businesscase: Een omschrijving van het project met een onderbouwde analyse in economische en financiële zin, conform het vastgestelde aanvraagformulier. d. De-minimissteun: Steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun, Pb EU L 352/9 van 24 december 2013, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen. e. Garantieduur: Garanties worden verstrekt voor een periode van maximaal 6 jaar. f. Garantstelling: Een zekerheidsstelling/borg die wordt verstrekt ten gunste van een derde op het moment dat een risico/ prestatie zich voordoet. Ter vergoeding ontvangt het ROW een premie. g. Gemiddelde revolverendheid: Als gevolg van de toevoeging van het project aan de portefeuille van het ROW dient het rendement van de portefeuille > 50% te blijven.
Berekend volgens de formule: fondswaarde na toevoeging project - fondskosten / de totale fondsomvang van het fonds zoals gepubliceerd in het laatste rapportagemoment.
4
Inboeknummer 21bst00576
h.
(Geld)lening: Het verstrekken van een vreemd vermogen tegen een bepaalde vorm van zekerheid waarbij sprake is van aflossing en een vergoeding in de vorm van rentebetalingen. i. Leningsduur: Leningen worden verstrekt voor een periode van maximaal 10 jaar. j. Marktwaarde: De waarde van het project(onderdeel) op moment X. k. Plankosten: De indirecte kosten die noodzakelijk zijn om het project te realiseren. l. Peildatum: Het moment waarop de ontvangstbevestiging is gestuurd op basis waarvan de aanvraag in goede orde is ontvangen. m. Portefeuille: Het aantal verstrekte subsidies. n. Premie: De vergoeding die door de ontvanger van de garantie wordt betaald aan de garantieverstrekker ter dekking van de kosten en risico’s. o. Project: Het onderwerp van de subsidieaanvraag. p. Projectomvang: De totale omvang van de te maken kosten, verminderd met de niet subsidiabele kosten, waarop de aanvraag betrekking heeft. q. Rapportagemoment: Twee keer per jaar wordt de waarde van het fonds opnieuw vastgesteld op basis van de situatie per 30-06 en 31-12 van het jaar. r. Revolverendheid: Het percentage van de middelen dat retour komt, berekend op basis van: retour ontvangen middelen/ verstrekte subsidie. s.
Risicoanalyse: Een overzicht van de risico’s/ variabelen, die samenhangen met het wel/ niet slagen van de businesscase, die zich kunnen voordoen alsmede een inschatting van de kans en het effect op de businesscase. t. ROW: regionaal ontwikkelfonds werklocaties u. Ruimtelijke ingreep: Een verandering welke plaatsvindt op een werklocatie, niet zijnde een aanpassing in het openbaar gebied, waarop de Businesscase betrekking heeft en waarmee de (economische) levensduur van het totale gebied, zoals bedoeld in dit investeringsreglement, wordt verlengd. v. Sluitende businesscase: De businesscase die op basis van de gehanteerde uitgangspunten, inclusief de bijdrage op grond van deze verordening sluit op “0” (nul) en/ of beschikt over voldoende buffers om aan de aan de subsidie gestelde voorwaarden blijvend te kunnen voldoen. w. Stichting: het bestuur van de Stichting Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE x. Subsidieaanvraag: De aanvraag welke betrekking heeft op deze verordening op basis van overlegging van het ingevulde aanvraagformulier en de daarbij gevraagde bijbehorende stukken. y. Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE): De gebieden van de gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Oirschot, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre tezamen. z. Werklocatie: De bedrijventerreinen zoals opgenomen in bijlage 1 aa.
Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. bb. Worst-case scenario: Het scenario waarbij, op moment X, de alle in de risicoanalyse opgenomen risico’s zich voordoen. Artikel 2 Reikwijdte verordening De Algemene Subsidieverordening van de gemeente Eindhoven is niet van toepassing op het verstrekken van subsidies op grond van deze verordening Artikel 3 Doel Deze verordening heeft tot doel om, in beginsel op bestaande werklocaties, het realiseren van projecten met een regionaal economisch meerwaarde, passend
5
Inboeknummer 21bst00576
binnen de regionale strategie en het uitgangspunt: “het juiste bedrijf op de juiste plaats”. De projecten moeten leiden tot: werkgelegenheid, innovatie, oplossen dan wel voorkomen van leegstand. Indien aan ten minste twee van de drie genoemde resultaten wordt voldaan, kan een project in aanmerking komen voor subsidie. Artikel 4 Subsidieaanvragers Subsidie kan aangevraagd worden door privaatrechtelijke rechtspersonen. Artikel 5 Te subsidiëren activiteiten 1.
a. b. c. d.
2.
3.
Een eenmalige subsidie (in de vorm van een lening / garantstelling) kan worden verstrekt voor realisatie van (her)ontwikkelingsprojecten, bestaande uit een of meerdere onderstaande activiteiten: realisatie van een ruimtelijke ingreep op een locatie; realisatie van het (her)ontwikkelen/ verbeteren van bebouwing; realisatie van (duurzame) innovatieve maatregelen op/ aan of in een gebouw; verhuizing van een onderneming onder het motto “het juiste bedrijf op de juiste plaats”, naar een locatie die deel uitmaakt van de lijst van bedrijfslocaties als bedoel in bijlage 1. Van het motto “het juiste bedrijf op de juiste plaats is sprake indien: het bedrijf kwalitatief afbreuk doet aan het bedrijventerrein waarop het nu is gevestigd óf het bedrijf qua bedrijfsvoering beter past op de beoogde nieuwe locatie. Een eenmalige subsidie (niet zijnde lening of garantstelling) kan worden verstrekt voor de kosten van het onderzoek naar de haalbaarheid van een (her)ontwikkelingsproject om een kansrijke subsidieaanvraag te kunnen indienen. Voor een specifieke casus kan van de lijst van bedrijfslocaties als bedoeld in bijlage 1 worden afgeweken, onder voorwaarde dat de casus voldoet aan de doelstelling van deze verordening zoals genoemd in artikel 3.
Artikel 6 Subsidieverlening in de vorm van een lening 1.
2.
Indien er sprake is van een subsidieverlening in de vorm van een lening wordt deze verleend onder de opschortende voorwaarde dat met de subsidieontvanger een overeenkomst ter uitvoering van de subsidiebeschikking tot stand komt voor een looptijd van maximaal 10 jaar. In de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de subsidie in de vorm van een lening onder andere een regime voor betaling van rente en aflossing en afspraken met betrekking tot zekerheden opgenomen.
Artikel 7 Subsidieverlening in de vorm van een garantstelling 1. a. b.
Indien er sprake is van een subsidieverlening in de vorm van een garantstelling wordt deze verstrekt: voor ten hoogste 80% van de door derden verstrekte lening; met een looptijd van ten hoogste zes jaar.
6
Inboeknummer 21bst00576
2.
De subsidieverlening in de vorm van een garantstelling wordt verstrekt onder de opschortende voorwaarde dat met de subsidieontvanger een overeenkomst ter uitvoering van de subsidiebeschikking tot stand komt.
Artikel 8 Subsidievereisten 1. a. b.
c.
d. e.
f. g. h.
2.
Een subsidieaanvraag voor een project als bedoeld in artikel 5 wordt aan de volgende vereisten getoetst: het project voldoet aan de doelstelling zoals geformuleerd in artikel 3 en het project wordt uitgevoerd op één van de aangewezen werklocaties, zoals opgenomen in bijlage 1, behoudens de bevoegdheid om van genoemde locaties af te wijken zoals verwoord in artikel 5 lid 3, en; de aanvrager investeert, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit het aantrekken van vreemd vermogen dan wel uit verkregen subsidie niet verstrekt door één van de bij de SGE aangesloten bestuursorganen noch de provincie, minimaal 50% van de totale projectomvang en; de projectaanvraag heeft betrekking op minimaal een projectomvang van € 500.000,-, en; de betrokken SGE-gemeente waarin het project is gelegen heeft schriftelijk laten weten dat zij positief staat tegenover het voorgenomen project en zich actief zal inspannen, binnen de wettelijke kaders, om het project (bestuursrechtelijk) mogelijk te maken en; er is sprake van een sluitende businesscase en; voldoende is aangetoond dat het project zonder subsidie in de vorm van lening of garantstelling niet gerealiseerd kan worden en; het project waar de aanvraag betrekking op heeft start binnen 1 jaar na datum beschikking lening dan wel garantstelling, waarbij het bestuur de bevoegdheid heeft deze termijn één keer met 1 jaar te verlengen.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt een subsidie alleen verleend indien na beoordeling van de businesscase blijkt dat door toevoeging van het project op basis van het worstcase scenario, de gemiddelde revolverendheid niet onder de 50% uit komt.
Artikel 9 Weigeringsgronden 1. a. b. c. 2.
Een subsidie wordt geweigerd indien: niet wordt voldaan aan de subsidievereisten; ten aanzien van de subsidieaanvrager een bevel tot terugvordering voor onrechtmatig verleende staatssteun uitstaat; In het geval geconstateerd wordt dat er mogelijk sprake is van ongeoorloofde staatsteun. Een subsidie aan een rechtspersoon wordt geweigerd of wordt ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
Artikel 10 Subsidieplafond 1. 2.
Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 5 lid 1 wordt vastgesteld op € 7.500.000,-. Het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 5 lid 2 wordt vastgesteld op € 100.000,-.
7
Inboeknummer 21bst00576
3.
Het moment van indienen van een ontvankelijke en kwalitatief volwaardig onderbouwde aanvraag aan de adviescommissie is bepalend voor de volgorde van binnenkomst van aanvragen.
Artikel 11 Subsidiehoogte 1.
2.
De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 5 lid 1, bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 250.000,- en maximum € 2.500.000,- per aanvraag. De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 5 lid 2, bedraagt maximaal 50% van de volledige kosten voor het haalbaarheidsonderzoek met een maximum van € 7.500,-.
Artikel 12 Subsidiabele kosten Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor subsidie in aanmerking met uitzondering van de volgende kosten: a. BTW die op grond van de Wet op de Omzetbelasting 1968 kan worden verrekend; b. BTW die op grond van de Wet op het BTW compensatiefonds 2003 kan worden gecompenseerd; c. Kosten die te maken hebben met de aanleg/ inrichting van het openbare gebied; d. Boekwaarde van de vaste activa indien die afwijken van de op moment van aanvraag geldende marktwaarde. Artikel 13 Aanvraagtermijn en bij aanvraag in te dienen gegevens 1. 2. a. b. c. d.
Subsidieaanvragen worden ingediend met gebruikmaking van een daartoe vastgesteld aanvraagformulier. Een subsidieaanvraag bevat ten minste het volledig ingevulde aanvraagformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen en in ieder geval een omschrijving van: het project en de bij het project betrokken partijen; de maatschappelijke en economische meerwaarde en daarmee een onderbouwing waarom het project in aanmerking komt voor een bijdrage; Een financiële analyse van het project in de vorm van minimaal een begroting en kasstromen model; Een verantwoording op basis waarvan blijkt dat het project past en voldoet aan de subsidiecriteria en op basis waarvan blijkt hoe hoog de subsidieaanvraag is.
Artikel 14 Adviescommissie Subsidieaanvragen worden ter advisering voorgelegd aan een adviescommissie. Artikel 15 Beslistermijn Op een aanvraag wordt, mits volledig, uiterlijk 12 weken na indiening besloten.
Artikel 16 Betaling / bevoorschotting
8
Inboeknummer 21bst00576
In de uitvoeringsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 6 worden bepalingen opgenomen ten aanzien van de bevoorschotting van de verleende subsidie. Artikel 17 Verplichtingen Aan de beschikking tot subsidieverlening worden in ieder geval de volgende verplichtingen verbonden: 1. de subsidieontvanger rapporteert een keer per jaar over de voortgang en de financiële stand van zaken, aan de hand van verantwoordingsformulier; 2. de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb; 3. de subsidieontvanger doet onverwijld melding zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht; 4. de subsidieontvanger doet onverwijld melding zodra aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan. Artikel 18 Wijze van vaststelling subsidie / verantwoording 1.
De subsidieontvanger dient een aanvraag tot subsidie vaststelling in uiterlijk op de in de subsidiebeschikking opgenomen datum. a. De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de te verrichten activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht en de in de beschikking genoemde beoogde effecten zijn behaald en; b. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan en; c. overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening): een balans van het afsluitende boekjaar met een toelichting daarop en; een exploitatieoverzicht van de subsidieperiode en; een controleverklaring voor subsidies van meer dan €200.000,-, overeenkomstig het daartoe opgestelde controleprotocol. 2. Binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling wordt de subsidie vastgesteld.
Artikel 19 Toezicht Er kunnen een of meer toezichthouders worden aangewezen die zijn belast met het toezicht op de naleving van de aan de subsidieaanvrager opgelegde voorwaarden en verplichtingen. Artikel 20 Hardheidsclausule In bijzondere gevallen kan een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing worden gelaten of daarvan worden afgeweken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3, 4, 5, 9 en 10 voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.
9
Inboeknummer 21bst00576
Artikel 21 Inwerkingtreding 1. 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Voor subsidie verleend voor de dag waarop deze verordening in werking treedt blijft de verordening zoals in werking getreden op 1 januari 2018 van toepassing.
Artikel 22 Citeertitel Deze Subsidieverordening wordt aangehaald als Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE (2021)
Bijlage 1 Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties Onderstaande bedrijventerreinen komen voor subsidie in aanmerking voor de delen van het bedrijventerrein waar per 01-01-2018 reeds bebouwing was gerealiseerd:
GEMEENTE WERKLOCATIE Best HEIDE Best PHILIPS HEALTH CARE CAMPUS Best BREEVEN Best T ZAND Eindhoven ACHTSE BARRIER Eindhoven DE HURK Eindhoven DE TEMPEL / VLOKHOVEN Eindhoven DRIEHOEKSBOS Eindhoven EINDHOVEN AIRPORT (Welschap A) Eindhoven ESP Eindhoven FLIGHT FORUM Eindhoven GDC EINDHOVEN ACHT Eindhoven HERZENBROEKEN Eindhoven HIGH TECH CAMPUS EINDHOVEN Eindhoven KADE Eindhoven KAPELBEEMD Eindhoven PARKFORUM Eindhoven RAPENLAND Eindhoven STRIJP T Eindhoven TU SCIENCEPARK Eindhoven WOENSELSE HEIDE Geldrop-Mierlo BIJENKORF Geldrop-Mierlo BLEEKVELDEN Geldrop-Mierlo DE HOOGE AKKER Geldrop-Mierlo DE SMAALE Geldrop-Mierlo EMOPAD Geldrop-Mierlo OUDVEN Geldrop-Mierlo PEIJNENBURG Geldrop-Mierlo RIELSEPARK Geldrop-Mierlo SPAARPOT Geldrop-Mierlo VLIER-HULST
10
Inboeknummer 21bst00576
Helmond BP SCHOOTEN Helmond BP BRANDEVOORT Helmond HIGH TECH AUTOMOTIVE CAMPUS Helmond BZOB TERREIN Helmond CENTRALE KANAALZONE Helmond DE WEIJER WEST Helmond DE WEIJER-OOST Helmond FOOD TECHNOLOGY PARK Helmond GANSENWINKEL Helmond GROOT SCHOOTEN Helmond HOOGEIND Helmond KANAALDIJK ZUIDWEST Helmond KANAALZONE NOORD Helmond RIJPELBERG Nuenen C.A. BERKENBOSCH PINKAERT (DUIVENDIJK) Nuenen C.A. EENEIND I Nuenen C.A. EENEIND II Nuenen C.A. EENEIND II ZUID Nuenen C.A. KERKAKKERS Nuenen C.A. UITBREIDING BERKENBOS Oirschot BEDRIJVENSTRIP MOORLAND Oirschot DE SCHEPER Oirschot IT OIRSCHOT (DE STAD) Oirschot KANAALDIJK NOORD Oirschot STEENFORT Oirschot UITBREIDING BT (DE STAD) Son en Breugel CEBESON Son en Breugel EKKERSRIJT Son en Breugel HOOGSTRAAT Son en Breugel KANAALDIJK ZUID Son en Breugel STEENFABRIEK Veldhoven DE HEIBLOEM Veldhoven DE RUN 1000 Veldhoven DE RUN 2000 Veldhoven DE RUN 3000 Veldhoven DE RUN 4000 Veldhoven DE RUN 5000 Veldhoven DE RUN 6000 Veldhoven DE RUN 7000 Veldhoven DE RUN 8000 Veldhoven HABRAKEN Veldhoven HEALTH INNOVATION CAMPUS Veldhoven UITBREIDING DE RUN1000/2000 Veldhoven ZANDVEN Waalre BEDRIJVENPARK HET BROEK Waalre DIEPENVOORDE Waalre EKENROOI NOORD Waalre VOLDIJN 1971
11
Inboeknummer 21bst00576
3.
De bevoegdheid tot het uitvoeren van de subsidieverordening, waaronder uitdrukkelijk begrepen het nemen van een beslissing op een aanvraag om subsidie op grond van de Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE (2021), inclusief alle daarmee gepaard gaande voorbereidingsen uitvoeringshandelingen, te mandateren aan de stichting Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE, volgens bijgevoegd ontwerpbesluit.
MANDAATBESLUIT BEVOEGDHEDEN SUBSIDIEVERORDENING INVESTERINGEN REGIONAAL ONTWIKKELINGSFONDS WERKLOCATIES SGE 2021 De gemeenteraad van de gemeente Eindhoven Overwegende dat: a. De gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven in een eerder stadium besloten hebben een Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties in te stellen; b. Uit dat fonds subsidies in de vorm van leningen of garantstellingen worden verstrekt aan particuliere initiatieven met het oog op het herontwikkelen van bestaande werklocaties; c. Uit dat fonds een eenmalige subsidie (niet zijnde lening of garantstelling) kan worden verstrekt voor de kosten van het onderzoek naar de haalbaarheid van een (her)ontwikkelingsproject om een kansrijke subsidieaanvraag te kunnen indienen; d. Het omwille van uniforme besluitvorming gewenst is de bevoegdheid om te beslissen op aanvragen om subsidie bij één instantie neer te leggen waarin alle gemeenten van het SGE zijn vertegenwoordigd; e. De bestaande stichting Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE een instantie is die deze rol blijkens haar statuten kan en mag vervullen; f.
De raden van de SGE-gemeenten unaniem van mening zijn dat mandatering van de bewuste bevoegdheden aan de stichting Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE een passende oplossing is om tegemoet te komen aan de wens om tot een doelmatige en effectieve wijze van subsidieverstrekking te komen, mits daarbij gehandeld wordt binnen de kaders van de Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE, 2021. Gelet op het bepaalde in afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht; BESLUIT: I.
II.
III. a.
Het dagelijks bestuur van de stichting Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE de bevoegdheid te verlenen alle primaire besluiten te nemen ter uitvoering van de Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE 2021, waaronder uitdrukkelijk is begrepen, het nemen van een beslissing op een aanvraag om subsidie, inclusief alle daarmee gepaard gaande voorbereidingsen uitvoeringshandelingen; Het algemeen bestuur van de stichting Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE de bevoegdheid te verlenen een beslissing op bezwaar te nemen, voor zover van toepassing, ter uitvoering van de Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE 2021, waaronder uitdrukkelijk is begrepen, het nemen van een beslissing op bezwaar op een aanvraag om subsidie. Aan het mandaat de navolgende instructies en voorwaarden te verbinden: De gemandateerde dient bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden te handelen binnen de kaders van de Subsidieverordening Investeringen Regionaal
12
Inboeknummer 21bst00576
b.
c.
IV
Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE (2021), versie 1.2 en de door ons gestelde financiële kaders; Het is het dagelijks bestuur toegestaan ondermandaat te verlenen aan de voorzitter en afzonderlijke bestuursleden voor het uitoefenen van de aan haar opgedragen bevoegdheden; Het is het algemeen bestuur toegestaan om in het kader van de bezwaarprocedure te volstaan met het horen van de bezwaarmaker(s) als bedoeld in artikel 7:2, van de Algemene wet bestuursrecht. Wel wordt de aanvraag in het kader van de heroverweging nog eens voorgelegd aan de adviescommissie ROW, als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Subsidieverordening Investeringen Regionaal Ontwikkelingsfonds Werklocaties SGE (2021). De Gemandateerde vermeldt in de beslissing op bezwaar het standpunt van de adviescommissie en de afwegingen die zij daarover heeft gemaakt. Te bepalen dat dit besluit in werking treedt op de dag na bekendmaking.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 1 juni 2021.
J. Verbruggen, griffier.
13