Raadsinformatiebrief Vaststelling Nota Kansrijke Oplossingsrichtingen MMK
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 7827599_03 Dossiernummer 24.50.304 B&W beslisdatum 10 december 2024
Raadsinformatiebrief
Onderwerp: Vaststellen Nota Kansrijke Oplossingsrichtingen MMK en SKE Inleiding Een aanzienlijk deel van de Eindhovense woningbouwopgave landt in het gebied rondom station Eindhoven Centraal. Daarom werken we, met onze partners, al een tijd uitvoerig aan het programma Eindhoven Internationale Knoop XL: een binnenstedelijke gebiedsontwikkeling én een vernieuwd OV-knooppunt, als centrale spil in de transitie naar een meer duurzaam georiënteerd mobiliteitssysteem. De uitwerking van het OV-knooppunt maakt onderdeel uit van de MIRT besprekingen tussen Rijk en regio. In het BO1 MIRT2 van 9 november 2022 is daar besloten tot de MIRT-verkenning voor de OV-knoop Brainport Eindhoven.3 Deze MIRT-verkenning bestaat uit twee volwaardige verkenningen: de verkenning naar de Multimodale Knoop (MMK) (trekkerschap Eindhoven en provincie Noord-Brabant) en de verkenning naar de Spoorknoop Eindhoven (SKE) (trekkerschap ProRail en Rijk). U heeft ingestemd met de start van de MIRT-verkenning naar de MMK op 30 mei 2023. De uitwerking van beide verkenningen ligt goed op schema en is nu halverwege. De stand van zaken tot nu toe is te vinden op www.ovknoopeindhoven.nl. Dit heeft geleid tot een trechtering naar een beperkt aantal resterende modellen (“oplossingsrichtingen”). Deze zijn uitgewerkt in de Nota Kansrijke Oplossingsrichtingen (NKO), voor zowel de MMK als de SKE.
Het Eindhovens College heeft de NKO van de Multimodale Knoop vastgesteld en 1 Bestuurlijk Overleg 2 Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport
3
In de 2022 is door partijen in de zogenaamde Brainportdeal 727 mln. € ingelegd voor de verkenning naar de multimodale knoop. In 2024, als onderdeel van het convenant Beethoven, is hier 264 mln. € aan toegevoegd. Met een totaal beschikbaar budget (prijspeil 2022) van 991 mln. € is dit de meest omvangrijke investering uit voorgenoemde afspraken.
Inboeknummer
7827599_03
kennis genomen van de NKO van de spoorknoop Eindhoven. De fase hierna (beoordelingsfase) zal leiden tot een voorkeursalternatief. Conform afspraak zal het besluit over het VKA van MMK in de tweede helft van 2025 door de gemeenteraad van Eindhoven, Provinciale Staten en Tweede Kamer genomen dienen te worden. Het besluit over het VKA van de SKE valt onder de bevoegdheid van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en zal door het Rijk worden genomen. In deze Raadsinformatiebrief wordt u meegenomen in de huidige stand van zaken en het daarmee samenhangende besluit van het College. Tevens is het aanbod gedaan voor een technische toelichting in de Raadscommissie Knoop XL. Deze wordt in afstemming met de Griffie gepland.
Actueel maatschappelijk onderwerp/probleem Coalitieafspraak Motie/amendement/toezegging Anders, namelijk
Besluit van college van burgemeester en wethouders -
Vaststellen van de Nota Kansrijke Oplossingsrichtingen van de Multimodale Knoop Eindhoven Centraal.
Argumenten/kanttekeningen 1. De nu nog resterende oplossingsrichtingen sluiten aan bij de vooraf bepaalde kaders en ambities van de Gemeente Eindhoven. De afgelopen vier jaar zijn 17 verschillende opties onderzocht voor de herontwikkeling van busstation Neckerspoel en de gebiedsontwikkeling Fellenoord. Tijdens de formele verkenning zijn deze varianten opnieuw bekeken en stap voor stap teruggebracht tot drie oplossingsrichtingen. Dat schrijft de methodiek van de MIRT-verkenning zo voor. Er is gezeefd van alle oplossingsrichtingen naar een ‘korte lijst’ (van 17 naar 5). Op basis hiervan zijn 3 kansrijke oplossingsrichtingen (1, 2 en 15) geselecteerd die vertaald zijn naar 2 alternatieven. Alle oplossingsrichtingen zijn uitgebreid uitgewerkt en gewogen. Dit is opgenomen in de NKO van MMK (bijlage 2). Voor de uitwerking van de oplossingsrichtingen kijk (met name) naar p. 59 en verder. In bijlage 1 vindt u, voor het gemak, een eenvoudige en handzame uitsnede uit de NKO waarin de 5 oplossingsrichtingen kort en bondig worden beschreven. Tijdens dit proces is er intensief samengewerkt met betrokken partijen en is er participatie met de omgeving doorlopen. Het hierin doorlopen proces is goed en adequaat doorlopen
2
Inboeknummer
7827599_03
wat ertoe geleid heeft dat betrokken partijen zich herkennen en kunnen vinden in de uitkomst.4 Als vertrekpunt voor de volgende fase zijn er twee hoofd-alternatieven ontwikkeld (alternatief A en B). Tevens wordt er een derde alternatief (C, “budget-variant”) ontwikkeld dat binnen het beschikbare budget past. De nog resterende alternatieven zijn verdiept en hebben toeleidende ondergrondse infra (bustunnels). Daarmee is het mogelijk om de gebiedsontwikkeling Fellenoord mogelijk te maken waarbij fietsers en voetgangers vrij baan hebben, zonder gehinderd te worden door bussen. Daarmee sluiten de alternatieven aan bij de hoofdkeuzes uit de Ontwikkelvisie Fellenoord (2021). Na de vaststelling van de NKO start de volgende fase, de beoordelingsfase. In de beoordelingsfase worden de hoofd-alternatieven nader uitgewerkt, wordt één van de alternatieven dusdanig aangepast dat deze binnen het financieel kader past en worden diverse effectonderzoeken gedaan (waaronder milieuonderzoeken, functionele modellering en een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse).
2. De nog resterende alternatieven geven invulling aan de gewenste ontwikkeling van een hoogwaardig OV-knooppunt wat klaar is voor de toekomst. Bij de start van de MIRT-verkenning MMK hebben de betrokken partijen een lijst met functionele eisen opgesteld. Deze eisen beschrijven wat er nodig is voor het project, zoals: • Het aantal bushaltes op het nieuwe busstation. • De capaciteit van fietsparkeerplaatsen. • De grootte en functies van de stationshal en bijbehorende voorzieningen. In 2024 is door het Convenant Beethoven een extra eis toegevoegd: een vijfde tunnelmond om de verbinding tussen HOV4 (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) en de Multimodale Knoop te verbeteren. Alle resterende alternatieven voldoen aan deze eisen en worden in de volgende fase verder uitgewerkt. Het toekomstige busstation ligt onder het zogenaamde ‘cluster 6’, dat deel uitmaakt van de gebiedsontwikkeling Fellenoord. Elk alternatief biedt andere mogelijkheden voor vastgoedontwikkeling, zoals de hoeveelheid bebouwing en functies. Deze verschillen worden in de komende fase in detail uitgewerkt en beoordeeld. 3. Bewoners, belanghebbenden en gebruikers onderschrijven de hoofdopzet van de resterende alternatieven van de MMK.
4
Provincie Noord-Brabant, ministerie van VRO en IenW, NS, ProRail en gemeente Eindhoven zijn betrokken bij de uitwerking van beide verkenningen. Een consortium van Movares, KCAP en Team-V architecten is verantwoordelijk voor de inhoudelijke uitwerking en bijbehorende producten.
3
Inboeknummer
7827599_03
Er zijn twee participatiemomenten geweest in de afgelopen fase. Uit de participatie blijkt dat een ruim en groen stationsplein het vaakst als belangrijk wordt genoemd, samen met een overzichtelijke stationshal en goede verbindingen met routes en wijken. Andere prioriteiten zijn korte loopafstanden, toegankelijkheid voor iedereen, en aandacht voor sociale veiligheid en duurzaamheid. Voor draagvlak scoren het ondergronds busstation met verlengde stationshal en ondergronds busstation met haakse stationshal het beste. Alle opbrengsten van de participatiemomenten zijn vastgelegd in de participatieverantwoording en zijn als input meegenomen in de NKO’s MMK en SKE.
4. De resterende alternatieven leiden tot vervolgopgaven waarvoor goede oplossingen dienen te worden gevonden. Hoewel de nog resterende oplossingsrichtingen een goede basis bieden voor verdere uitwerking hebben deze oplossingsrichtingen ook uitwerkingsopgaven die om optimalisatie vragen. Daarom dient er verder onderzoek gedaan te worden naar aanpassing van de alternatieven die de nadelen zoveel mogelijk verminderen en de voordelen behouden. Dat geldt o.a. voor de mogelijkheden om de beïnvloeding van het grondwater door het diepgelegen busstation en de bustunnels te beperken. Het beeld is dat deze opgaven oplosbaar zijn, vanuit de keuzes in het ontwerpproces of technische maatregelen. Onderdeel hiervan is het nader uitwerken van de ondergrondse constructie, deze kan invloed hebben op het grondwater, ruimtebeslag, faseerbaarheid en maakbaarheid.
5. De uitkomst van de NKO SKE draagt bij aan onze ambities op het spoor. Het blijft voorlopig onzeker of en wanneer de stappen 2 en 3 gerealiseerd worden omdat er geen financiële dekking is voor die onderdelen. Onder regie van ProRail is de NKO SKE tot stand gekomen. Deze gaat in op de drie spoorse opgaven in Eindhoven: 1. De herinrichting van het westelijk emplacement (geld reeds gereserveerd) 2. De ontwikkeling van een ongelijkvloerse kruising nabij Tongelre en een keervoorziening elders (in Helmond of Deurne); 3. Het toevoegen van twee extra perrons op station Eindhoven Ten aanzien van stap 1 is te melden dat de hier gewenste aanpassingen uit kunnen worden gevoerd binnen het bestaande spoorbed. Er is daarmee niet langer sprake van een mogelijk risico i.r.t. geplande projecten nabij het spoor (conform afspraak m.b.t. District E in convenant Beethoven). Verder laat de NKO SKE zien dat stap 3 (extra perroncapaciteit) niet los van de ontwikkeling MMK gezien kan worden. Omdat er de voorkeur is om een zijperron ten noorden en een zijperron ten zuiden van het huidige station te leggen ontstaat er kans om het noordelijk gelegen nieuwe perron te koppelen aan de ontwikkeling MMK. Er wordt onderzocht wat hiervan de inhoudelijk, financiële en
4
Inboeknummer
7827599_03
planningstechnische voordelen zijn om eind 2025 versneld een keuze te maken over deze investering. Dat is ook als zodanig opgenomen in de MIRT afspraken 2024. Stap 2 (vrije kruising Tongelre) laat zien dat er een aantal oplossingsrichtingen mogelijk zijn die de gewenste vrije kruising mogelijk maken. In de NKO is gezeefd naar een drietal oplossingsrichtingen; één zogenaamde fly-over (naar Helmond) en twee zogenaamde dive-unders (naar Helmond of op oostelijk emplacement) Een oplossing met een fly-over heeft veel impact op de bewoners in dit deel van Tongelre, Uit de participatiebijeenkomsten blijkt ook dat voor deze oplossing geen draagvlak in dit deel van Tongelre is. Een dive-under onder het oostelijk emplacement heeft het minste impact op de wijk Tongelre, maar is erg kostbaar, en leidt tot een forse opgave voor de spoorse partijen omwille van het wegvallen van ruimte en capaciteit op het emplacement. Op dit moment is er nog geen zicht op de bekostiging van stap 2 (ongeacht het alternatief). Er is door bestuurders uit landsdeel Zuid opgeroepen om versneld naar middelen te zoeken zodat duidelijkheid naar de omgeving kan worden geboden en omdat het oplossen van deze bottleneck randvoorwaardelijk is voor de spoorse bereikbaarheid, binnen de Brainportregio Eindhoven, van Zuid-Nederland en bijvoorbeeld de gewenste treinverbindingen naar o.a. Aken.
6. De daadwerkelijke realisatie van de plannen is complex en zal gepaard gaan met een periode van aanzienlijke bouwactiviteiten en hinder. De transformatie naar het gewenste eindbeeld van Eindhoven Internationale Knoop XL is complex. Tussen nu en de keuze voor het voorkeursalternatief moeten de verschillende onderdelen van de plannen (MMK, SKE en de gebiedsontwikkeling Fellenoord) goed worden geïntegreerd. Dit vereist goede samenwerking en vertrouwen tussen de betrokken partijen en een stapsgewijze, gestructureerde aanpak. In de uitvoeringsfase zal het gebied vol van bouwactiviteiten zijn, met (veel) tijdelijke (maar langdurig tijdelijke) situaties. Het is belangrijk om hier nu al op voor te sorteren en de fasering, haalbaarheid en tijdelijke situaties goed uit te werken.
7. De (publieke) investeringen zijn omvangrijk en leveren een bijbehorend risicoprofiel op. In de uitwerking van de MMK is hier doorlopend aandacht voor. Omvangrijke publieke investeringsprojecten zoals de MMK worden gekenmerkt door financiële risico’s. Eindhoven heeft reeds bij de besluitvorming op het BO MIRT in 2022 laten vastleggen dat deze risico’s niet alleen door gemeente gedragen kunnen worden maar gezamenlijk gedragen dienen te worden door Rijk en regio. Een kostendossier maakt onderdeel uit van de aanstaande beoordelingsfase. Er zal een SKK raming ten grondslag liggen aan het later te besluiten voorkeursalternatief.
5
Inboeknummer
7827599_03
Kosten en dekking Op dit moment vloeien er geen financiële consequenties voort uit het besluit van het College van B&W. De dekking voor de beoogde investeringen is via andere afspraken geborgd. Daarnaast ligt er de expliciete opdracht om richting het voorkeursalternatief toe te werken naar een binnen het beschikbare budget passend alternatief.
Bijlagen 1. 2. 3. 4.
Uitsnede oplossingsrichtingen 0+, 1, 2, 11 en 15 De NKO Multimodale Knoop De NKO Spoorknoop Eindhoven De participatie verantwoording
Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
secretaris
6