CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Protocol uit 2007 voor de vestiging van noodzakelijke voorzieningen voor maatschappelijke opvang en verslavingszorg

Raadsvergadering 10 juni 2025, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Leidraad voor vestiging noodzakelijke (opvang)voorzieningen4.719 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1

Protocol voor de vestiging van noodzakelijke voorzieningen voor de maatschappelijke opvang en verslavingszorg

Gemeente Eindhoven Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Afdeling Wonen, Welzijn, Zorg September 2007

1.

Inleiding

De vestiging van opvang- en hulpverleningsvoorzieningen voor bepaalde groepen in Eindhoven, zoals drugsverslaafden en dak- en thuislozen, blijkt in de praktijk vaak een moeizame en soms tijdrovende aangelegenheid te zijn. Met name omdat de weerstand tegen de vestiging van dergelijke voorzieningen bij veel mensen groot is vanwege de verwachte overlast. De gemeente Eindhoven is van mening dat de weerstanden tegen bepaalde voorzieningen als een reëel gegeven beschouwd moet worden. Wie daar niet serieus mee omgaat, bijvoorbeeld door overleg uit de weg te gaan of door gebrekkige informatie te verstrekken, zal de weerstanden alleen maar versterken. Tegelijkertijd kan de gemeente het zich niet veroorloven om vanwege mogelijke weerstanden maar af te zien van het vestigen van nieuwe of het verplaatsen van bestaande voorzieningen. Het gaat namelijk om voorzieningen die noodzakelijk zijn om bepaalde problemen in de stad aan te kunnen pakken. Een eenduidige oplossing voor dit probleem is niet voorhanden. De gemeente is wel van mening dat zij zelf duidelijk moet aangeven hoe zij met deze problematiek omgaat. Naast activiteiten die zijn gericht op het overbrengen van het belang van dergelijke voorzieningen en de spreiding daarvan over de stad, gaat het daarbij vooral ook om een zorgvuldige handelswijze van alle betrokken instanties en instellingen naar de bevolking toe.

In deze notitie wordt dit onderwerp nader uitgewerkt. In paragraaf 2 wordt eerst nader ingegaan op de visie van de gemeente op de problematiek. In paragraaf 3 wordt een algemeen beleidskader gegeven voor de vestiging van voorzieningen. Spreiding van voorzieningen over de stad en het voorkomen van overlast zijn daarbij sleutelbegrippen. In paragraaf 4 wordt uiteengezet welke procedure gevolgd zal worden voor de vestiging van nieuwe of verplaatsing van bestaande voorzieningen. Tot slot is in paragraaf 5 een checklist opgenomen waarin zoveel als mogelijk aspecten zijn opgenomen, waarmee men bij de vestiging van een voorziening rekening dient te houden. 2.

Algemene visie op de vestiging van noodzakelijke voorzieningen

2.1 Noodzakelijke voorzieningen De gemeente Eindhoven heeft een beleid ontwikkeld dat zich richt op het verbeteren van de levensomstandigheden van die groepen die zich in een kwetsbare positie bevinden. Het gaat hierbij onder meer om mensen die om verschillende redenen niet in staat zijn een min of meer gereguleerd bestaan te leiden, zoals drugsverslaafden, dak- en thuislozen, prostituees, zwerfjongeren en andere groepen. Voor deze mensen zijn en worden in de stad voorzieningen gecreëerd die hun behulpzaam moeten zijn bij het reguleren van hun bestaan of die er op zijn minst voor moeten zorgen dat hun positie niet verslechtert. In dit kader kan gedacht worden aan zogenaamde bed-, bad- en broodvoorzieningen, medische en sociale zorg, maatschappelijke begeleiding, en andere vormen van hulpverlening. Naast de verbetering van de positie van deze mensen zelf, is het beleid ook gericht op het tegengaan van de overlast die de samenleving van hen kan ondervinden. Overlast in de vorm van rondhangende en in het openbaar slapende mensen, verloedering van het straatbeeld, vervuiling, lawaai, druggebruik in het openbaar, en dergelijke.

2.2 Weerstanden Alhoewel er in de stad een breed draagvlak bestaat voor het creëren van voorzieningen die deze mensen, en daarmee ook de samenleving als geheel, behulpzaam kunnen zijn, bestaan er tegelijkertijd weerstanden tegen de vestiging van dergelijke voorzieningen. Deze weerstanden komen over het algemeen voort uit de angst bij bewoners en betrokkenen in buurten dat de komst van dergelijke voorzieningen, vanwege de

2

aantrekkingskracht op bepaalde groepen, overlast met zich mee zullen brengen. Dat leidt ertoe dat mensen zich tegen de vestiging gaan verzetten of op zijn minst bijzondere voorwaarden gaan stellen, teneinde de overlasteffecten tot een minimum te beperken. Dit betekent veel extra overleg, soms lange procedures en voorbereidingen. Vooral op beleidsterreinen gericht op drugsgebruikers, dak- en thuislozen, zwerfjongeren, prostituees e.d. komen deze problemen voor. In het algemeen doet zich een vergelijkbare problematiek voor t.a.v. de huisvesting van bepaalde groepen (zoals woonwagenbewoners en asielzoekers). Deze notitie richt zich daar echter niet op. 2.3 Het dilemma De overheid heeft de taak om de zorg voor kwetsbare groepen op peil te houden en, indien gewenst en mogelijk, uit te breiden dan wel aan te passen. Dit betekent in de praktijk dat ook de komende jaren nieuwe voorzieningen gerealiseerd zullen worden of dat bestaande voorzieningen verplaatst moeten worden, vanwege ruimtegebrek, aanpassing van de geboden diensten, en dergelijke. Tegelijkertijd moet de overheid ervoor zorgen dat de bevolking in de stad zoveel mogelijk gevrijwaard wordt van eventuele overlast en dat zij mensen een veilige en leefbare woonsituatie garandeert. De vestiging van een voorziening in een buurt, juist voor die mensen die mogelijk overlast kunnen veroorzaken, lijkt daar soms strijdig mee te zijn.

Er hebben zich wel degelijk situaties voorgedaan waarbij de aanwezigheid van bepaalde voorzieningen overlast met zich mee bracht, maar in de meeste gevallen is daar geen of nauwelijks sprake van. 2.4 Zorgvuldigheid Echter, de gemeente is van mening dat de weerstanden tegen de vestiging van “gevoelige” voorzieningen als een reëel gegeven beschouwd moeten worden. Wil de gemeente in staat blijven om de noodzakelijke voorzieningen te realiseren, dan zal zij daar zorgvuldig mee moeten omspringen. Het is in dit kader van belang dat maatregelen genomen worden zodat bovengenoemde voorzieningen zonder problemen voor de buurt kunnen functioneren. Daarnaast moet iedereen zich realiseren dat een onderschatting of bagatellisering van mogelijke weerstanden in een buurt tot onnodige extra problemen kan leiden, evenals procedurefouten. Het effect is namelijk dat buurtbewoners en ondernemers zich gepasseerd en niet serieus genomen voelen en vervolgens een defensieve houding aan gaan nemen. Dat betekent dat er veel tijd gaat zitten in het wegnemen van het inmiddels gekweekte wantrouwen, alvorens tot een vruchtbare discussie kan worden gekomen over de voorziening als zodanig en de aan de eventuele vestiging te stellen voorwaarden.

Alleen al het feit dat mensen zich genoodzaakt voelen om zelf op te komen voor de veiligheid en leefbaarheid in de buurt, omdat de gemeente dat niet blijkt of lijkt te doen, kan aanleiding zijn voor onnodige frustraties en weerstand. Met andere woorden: de gemeente moet het probleem zich eigen maken en daarmee vervolgens de buurt ingaan. Dit noodzaakt dus een zorgvuldige procedure ten aanzien van de vestiging of verplaatsing van voorzieningen en goed overleg met politie, buurtgroepen en andere betrokkenen. 2.5 Voorlichting en draagvlak Uiteraard zal ook uitgebreid aandacht besteed moeten worden aan een goede voorlichting over het inhoudelijke belang van een te vestigen voorziening. Ook verbreding van het draagvlak voor het gemeentelijk beleid inzake specifieke groepen in de stad zal een punt van blijvende aandacht moeten zijn.

3

3

Het algemene beleid ten aanzien van de vestiging van “gevoelige” voorzieningen

3.1 Spreidingsbeleid Zoals in de voorgaande paragraaf al is opgemerkt, zullen ook de komende jaren nieuwe voorzieningen voor kwetsbare groepen gevestigd moeten worden, of bestaande voorzieningen verplaatst. Een algemeen uitgangspunt daarbij is dat deze voorzieningen verspreid moeten worden over de stad. Daarbij geldt voor de gemeente Eindhoven dat bovenmatige (risico’s voor) overlast en onveiligheid die het gevolg zijn van de politieke keuze om een publieke voorziening in een bepaald gebied te vestigen op de eerste plaats de verantwoordelijkheid is van de overheid. Vanuit dat gezichtspunt mag van de overheid verwacht worden dat ze maatregelen neemt en faciliteert, terwijl van de bevolking gevraagd mag worden om tolerantie, acceptatie en medewerking. a. tegengaan van concentraties Een belangrijke reden voor de spreiding van “gevoelige” voorzieningen is dat een concentratie daarvan automatisch een concentratie van bepaalde groepen met zich mee zou brengen, waardoor de kans op overlast, verstoring van de openbare orde en daarmee dus ook de aantasting van de veiligheid en leefbaarheid in een buurt groter wordt. Het gaat hier dus niet in eerste instantie om de overlast die voorzieningen zelf zouden kunnen veroorzaken, maar om de indirecte gevolgen. De veronderstelling is ook dat voorzieningen beter “beheersbaar”zijn wanneer zij zich niet te dicht bij concentratiegebieden bevinden.

De toeloop naar een voorziening beperkt zich dan namelijk tot de directe doelgroep en er treedt geen vermenging met andere groepen op. b. locatie-keuze Het is moeilijk in algemene zin een antwoord te geven op de vraag waar nieuwe voorzieningen wel gevestigd moeten worden. Aan de ene kant omdat het gaat om zeer verschillende soorten voorzieningen die deels een stedelijk en deels een meer buurtgericht karakter hebben. Vooral bij stedelijke voorzieningen kan een spanningsveld bestaan tussen enerzijds het belang van de voorziening zelf (een zo centraal mogelijke ligging en daardoor betere bereikbaarheid) en anderzijds de wens om tot spreiding te komen. Aan de andere kant omdat de mogelijkheden in de praktijk vaak beperkt zijn omdat het aanbod van lege panden die geschikt zijn voor de vestiging van hulpverleningsvoorzieningen, gering is. Een algemeen uitgangspunt in het spreidingsbeleid is wel dat de gemeente er vanuit gaat dat geen enkele buurt op voorhand niet in aanmerking zou komen voor een bepaalde voorziening. Hierbij dient aangetekend te worden dat deze notitie vooral betrekking heeft op zogenaamde stedelijke voorzieningen, dat wil zeggen voorzieningen die niet gebonden zijn aan een specifieke buurt of mensen die zich in een specifieke buurt ophouden.

Iedereen dient dus rekening te houden met de mogelijkheid dat de gemeente of een instelling een voorziening in de buurt zal willen vestigen. Hierbij kan niet van tevoren worden aangegeven welke buurt zich leent voor welk type stedelijke voorziening. Dit dient per geval bekeken te worden. c. locatie-criteria Wel is het mogelijk om algemene aandachtspunten te noemen waarmee rekening gehouden dient te worden wanneer een instelling op zoek gaat naar een locatie voor nieuwe of elders reeds bestaande voorzieningen. Deze kunnen beschouwd worden als criteria aan de hand waarvan een locatie in ieder geval van tevoren getoetst dient te worden. Fysieke criteria: - programma van eisen aan het gebouw (zoals de omvang en indeling van het pand) - beschikbaarheid van panden

4

- milieuregelgeving (groepsrisico) Bestuurlijke criteria: - bestemmingsplan - bestuurlijke toezeggingen en overeenkomsten Omgevingsfactoren: - afstand tot andere voorzieningen (i.v.m. looproutes en spreiding) - afstand tot kwetsbare voorzieningen (zoals kinderdagverblijven) - bereikbaarheid - veiligheid (overzichtelijkheid, overlast) - omgevingsfactoren Voordat een plaats aangewezen wordt, moet bekend zijn wat de situatie is t.a.v. overlast. Zijn er overlastproblemen bekend (zoals concentratie van druggebruikers, daklozen of anderszins), zijn er andere overlastgevoelige voorzieningen in de buurt, is er criminaliteit die mogelijkerwijs veroorzaakt wordt door met de doelgroep van de voorziening vergelijkbare groepen mensen. Daarnaast is het van belang om een beeld te hebben van mogelijke overlastgevoelige locaties, zoals onveilige, donkere plekken, afbraakpanden, etc. Het is bekend dat de mate waarin overlast ervaren wordt, ook afhangt van het karakter van de buurt (b.v. de ruimtelijke inrichting en de bevolkingssamenstelling). Hier zal dus ook naar gekeken moeten worden. De wijze waarop deze informatie verkregen wordt, kan per geval verschillen. Politiegegevens, informatie van gemeentelijke diensten, alsook bewonersorganisaties kunnen bruikbaar zijn. Vervolgens moet beoordeeld worden of de situatie in de buurt aanleiding is om af te zien van de vestiging of niet.

Zijn er wel knelpunten in de buurt maar zijn die niet als criteria opgesteld, dan dient het College of de Raad deze vast te stellen.

3.2 Protocol voor de vestiging van “gevoelige” voorzieningen Hieronder wordt het protocol beschreven die vanaf heden gevolgd zal worden bij de vestiging van gevoelige voorzieningen in de maatschappelijke opvang en verslavingszorg. Het doel van dit protocol is duidelijkheid te verschaffen aan enerzijds de gemeente en instellingen, en anderzijds aan mensen die met een voorziening geconfronteerd worden, zoals buurtbewoners, organisaties en bedrijven. Het protocol heeft tevens als doel het voorkomen van onnodige weerstanden als gevolg van onvolledige en onduidelijke informatie, etc. Dit protocol dient als hulpmiddel om noodzakelijke voorzieningen te vestigen. Hierbij is het van belang dat het protocol geen obstakel vormt bij de realisatie van deze voorzieningen. In bijzondere gevallen kan van het protocol afgeweken worden, maar dat moet dan onderbouwd worden. Het gemeentebestuur moet daar expliciet toestemming voor geven. Het is duidelijk dat het protocol niet kan garanderen dat mensen in een buurt een voorziening zullen accepteren. Ook is lang niet alles even precies vast te leggen, we weten nooit welke ontwikkelingen zich in concrete situaties voordoen. Het protocol richt zich derhalve vooral op de eerste stappen: onderzoek naar, en vaststellen van locatie(s), vaststellen van de wijze van informeren en overleg met de buurt.

Het protocol heeft betrekking op voorzieningen waar de gemeente zelf direct of indirect bij betrokken is. In veel gevallen zal het gaan om instellingen die met subsidie van de gemeente een voorziening realiseren. Er zijn echter ook instellingen of organisaties die bepaalde voorzieningen realiseren zonder dat de gemeente daar financieel of anderszins bij betrokken is. In dat geval kan de gemeente alleen toetsen aan formele regels.

5

a) Noodzaak van de voorziening De gemeente dient in samenspraak met de betrokken instelling(en) de noodzaak van de voorziening te bepalen. b) Definiëring van het project In deze fase wordt de doelgroep vastgesteld, evenals de omvang van de voorziening, het doel, de werkwijze en dergelijke. Dit gebeurt door de instelling in overleg met de gemeente. c) Vaststelling van de locatie-eisen In deze fase bepaalt de instelling welke eisen aan de locatie worden gesteld. Dit gebeurt in overleg met de gemeente. Hierbij dient rekening te worden gehouden met hetgeen is opgemerkt in de voorgaande paragraaf en de checklist. d) Procedure-afspraken Door middel van procedure afspraken wordt bepaald hoe de realisatie van de voorziening zal verlopen, wie waarvoor verantwoordelijk is, en welke criteria van toepassing zijn. Als onderdeel hiervan, wordt vastgesteld hoeveel locaties voorgedragen dienen te worden, en hoe besluitvorming plaatsvindt t.a.v. de uiteindelijke locatie-keuze (m.a.w. of dit wordt vastgesteld door het College of door de Raad). e) Bestuursopdracht De procedure-afspraken worden vastgesteld via een Bestuursopdracht, evenals de noodzaak van de voorziening. Hiermee doet het gemeentebestuur een uitspraak over de noodzaak van de voorziening en de te volgen procedure, en wel op een moment dat een specifieke locatiekeuze nog niet aan de orde is.

f) Locatie-onderzoek Vervolgens zal het locatie-onderzoek starten. Het zoeken naar panden in de stad die geschikt zouden kunnen zijn, gebeurt in principe door de instelling. Een geschikte locatie wordt voorgelegd aan de gemeente (de afdeling die subsidieert dan wel inhoudelijk betrokken is bij de voorziening), die de locatie in eerste instantie toetst aan hetgeen in deze notitie is gesteld. Tevens wordt binnen de gemeente nagegaan welke andere diensten geraadpleegd moeten worden: in ieder geval is dat de politie, maar afhankelijk van de locatie kan het ook om andere diensten gaan. De gemeente gaat na of er bezwaren zijn tegen een voorgestelde locatie. Het gaat hierbij niet alleen om formele toetsingskaders zoals het bestemmingsplan, maar ook om de overlastaspecten. Tevens wordt een advies van de politie gevraagd. Op basis daarvan beslissen de gemeente en instelling of men doorgaat en of eventueel bijzondere voorwaarden vastgesteld moeten worden waaraan de vestiging moet voldoen. Eventuele suggesties voor alternatieve locaties kunnen in dit stadium nog nader bekeken worden. Indien meerdere voorzieningen worden gerealiseerd, dienen deze bij voorkeur in samenhang te worden genomen.

Bij de plaatsing van een geïsoleerd project is er minder draagvlak dan wanneer men duidelijk kan maken dat een aantal voorzieningen dient te worden gerealiseerd, en dat in de hele stad is gezocht naar geschikte locaties. Hierdoor zal de burger er eerder begrip voor hebben dat in zijn achtertuin een voorziening komt die hinder met zich meebrengt. g) Principebesluit Het College verleent d.m.v. een principebesluit toestemming voor de voortzetting van de procedure op de voorgedragen locatie(s), op basis van de vastgestelde criteria. h) Communicatie met de buurt De vestiging van opvangvoorzieningen is een gevoelig onderwerp, vooral bij omwonenden van dergelijke voorzieningen. Iedereen weet dat er opvangvoorzieningen moeten zijn, maar niemand wil ze in zijn straat of

6

buurt. Uiteraard is communicatie aan de verschillende doelgroepen dan ook van wezenlijk belang om de vestiging van deze voorzieningen ondanks alle weerstand toch zo soepel mogelijk te laten verlopen. Een belangrijk uitgangspunt zou dan ook moeten zijn zo open en actief mogelijk te communiceren met alle belanghebbenden. En dat betekent weer dat er samen met alle partners in dit proces (met name de gemeente, betrokken instelling(en), en de politie) duidelijke afspraken moeten worden gemaakt over deze communicatie. Deze afspraken worden vastgelegd in een communicatieplan, dat wordt uitgevoerd onder de regie van de gemeente. Dit plan geeft antwoord op vragen zoals bijvoorbeeld wie bestuurlijk of operationeel aanspreekpunt is, wanneer welke boodschappen naar buiten worden gebracht, naar wie en hoe dit gebeurt, en hoe wordt omgegaan met de pers. Hierbij dient nadrukkelijk aandacht te worden besteed aan veiligheidsaspecten, en hoe hiermee wordt omgegaan d.m.v. beheerplannen en overig flankerend beleid. Het is overigens de bedoeling dat dit plan leidend is voor alle betrokken partners in dit proces. Want alleen als iedereen zich houdt aan de voorgenomen strategie, is het mogelijk het gestelde doel te behalen.

En dat is niet dat iedereen het eens is met de vestiging van een opvangvoorziening in zijn buurt/straat, maar dat iedereen zich in elk geval goed geïnformeerd voelt en ziet dat betrokken partijen handelen volgens de daarvoor geldende procedures. i) Besluitvorming In geval van complexe dossiers kan worden overwogen het College te informeren over de zienswijze van burgers t.a.v. de te realiseren voorziening(en), dan wel hierover een besluit te genereren. j) Beheerplan De communicatie met belanghebbenden resulteert in een beheerplan. Hiertoe wordt een overeenkomst gesloten met de buurt, waarin onder andere wordt beschreven waar verantwoordelijkheden liggen, bij wie men terecht kan met klachten, en hoe hiermee wordt omgegaan. k) Bestemmingsplan In sommige gevallen is een wijziging of vrijstelling van het bestemmingsplan vereist voordat kan worden overgegaan tot de realisatie van de voorziening. Soms kan in het plan, of op basis van de Wet op de Ruimtelijke Ordening ook gekeken worden of vrijstelling van het bestemmingsplan mogelijk is. l) Evaluatie Binnen enkele maanden na realisatie van de voorziening, dient een evaluatie plaats te vinden. Hierin wordt onderzocht of het protocol goed is toegepast bij de realisatie van de voorziening. Daarnaast wordt bezien welke houding buurtbewoners en andere betrokkenen hebben ten aanzien van het realisatieproces van de voorziening.

De volgende actoren dienen bij de evaluatie te worden betrokken: buurtbewoners, instelling(en), klankbordgroep/ begeleidingscommissie, gemeente, politie.

3.3 Verantwoordelijkheid locatiekeuze en bewaking procedure De vestiging van “gevoelige” voorzieningen is een integraal onderdeel van de uitvoering van het betreffende beleidsterrein. Dat wil zeggen dat de formele eindverantwoordelijkheid voor de keuze van een locatie en voor de uitvoering en naleving van de hierboven beschreven procedure berust bij het College van Burgemeester en Wethouders. In de praktijk zal de betreffende portefeuillehouder de verantwoordelijkheid op zich nemen. Over de locatiekeuze en de gevolgde procedure wordt op de gebruikelijke wijze verantwoording afgelegd aan de gemeenteraad.

7

Bijlage

Checklist voor de vestiging van “gevoelige” voorzieningen

In aanvulling op de beschreven procedure wordt hieronder, aan de hand van een vragenlijst, een overzicht gegeven van de zaken die in de voorbereiding van de vestiging aan de orde moeten komen (toegespitst op overlast en de introductie in de buurt). Zowel de instelling als de gemeente kunnen dit overzicht gebruiken als checklist. Aan de hand van de checklist moeten de activiteiten concreet ingevuld worden. Hieraan moet worden toegevoegd wie verantwoordelijk is voor de invulling en uitvoering van elke stap, hoe de besluitvorming procedures zijn en welke instanties en organisaties verder bij de verschillende stappen betrokken moeten worden. Zodoende ontstaat een draaiboek voor de vestiging van overlastgevoelige voorzieningen. Niet iedere vraag kan al in het begin concreet beantwoord worden. Wel moet duidelijk zijn wanneer dat dan wel gebeurt, en wie daarvoor verantwoordelijk is. In principe zal aan het eind van iedere fase duidelijk moeten zijn hoe de volgende fasen ingevuld gaan worden. Fase 1: Definiëring van het project In de eerste (definitie) fase dient te worden vastgesteld om welk project het gaat, wat de mogelijke overlast effecten zijn, en aan welke voorwaarden een vestiging (d.w.z. de locatie en het gebouw) in ieder geval moet voldoen.

Het betreft gegevens die zowel voor het locatie-onderzoek zelf, als voor de informatie voorziening en de communicatie met de buurt essentieel zijn. a.

Definiëring van het project - welke instelling is verantwoordelijk? - wat is het doel van de voorziening? - welke doelgroep moet worden bereikt? - wat is de aard van de voorziening (soort hulp/dienstverlening, openingstijden, etc.)? - wat is de werkwijze (wijze van hulpverlening, voorwaarden waaraan cliënten moeten voldoen, huisregels, etc.)? - wat is de plaats van de nieuwe voorziening binnen het geheel van het hulpverleningsaanbod, hoe is de samenwerking met andere voorzieningen? - is de realisatie en exploitatie van de voorziening financieel haalbaar?

b. Mogelijke overlasteffecten - veroorzaakt de doelgroep in algemene zin overlast? - hoe kan die overlast gedefinieerd worden? - wordt er overlast verwacht rond de betreffende voorziening? Waarom wel? Waarom niet? - is het een gesloten of een open instelling? - hoe gaan mensen erheen? - is er een aanzuigende werking op andere personen die mogelijk problemen kunnen veroorzaken?

8

c.

Eisen aan de locatie en het gebouw Bovenstaande en andere gegevens kunnen mede de basis zijn voor de eisen die aan de locatie gesteld moeten worden. Te denken valt aan: - welke eisen worden aan de bereikbaarheid gesteld (afhankelijk van de doelgroep, aard van de voorziening, situering t.o.v. andere voorzieningen, etc.)? - wat is de gewenste afstand tot andere voorzieningen (i.v.m. looproutes en spreiding)? - wat is de gewenste afstand tot kwetsbare voorzieningen (b.v. waar kinderen verblijven)? - welke eisen worden aan het gebouw gesteld (afhankelijk van de aard van de hulp/dienstverlening, de omvang van de doelgroep, etc.)? - wat zijn de beschikbare middelen, wordt het een huur- of kooppand, wordt het ondergebracht bij een reeds bestaande voorziening, etc? - wat zijn de implicaties van milieuregelgeving? - is er rekening gehouden met overlastgevoeligheid van locaties (onveilige, donkere plekken, afbraakpanden, etc.)?

d. Procedure-afspraken Als bovenstaande vragen beantwoord zijn, moet vastgesteld worden welke procedure verder gevolgd wordt. Hierbij zijn de volgende aandachtspunten van belang: - wordt er één of meerdere locaties onderzocht? - gaat er een afweging tussen locaties plaatsvinden, op grond van bovenstaande en andere criteria (b.v. bestemmingsplannen, bestuurlijke toezeggingen uit het verleden, andere overeenkomsten)? - zo nee, waarom niet? - zo ja, wat zijn de criteria en hoe vindt de afweging plaats? Formuleer criteria in relatieve zin, en niet in absolute zin. Hiermee kan worden gezocht naar een locatie die het meest aansluit bij de locatiecriteria. - welke eisen stelt de gemeente t.a.v. de locatiekeuze (mede in het licht van het spreidingsbeleid)? - hoe worden andere diensten/instellingen daarbij betrokken (politie, etc.)? - worden derden (omwonenden, wijkcentra of andere belanghebbenden) in de voorbereiding bij de afweging betrokken (b.v. via inspraak) of wordt eerst een keuze gemaakt? - wie draagt locatie(s) voor? In principe dient het initiatief bij de instelling te liggen. - wie voert het overleg met andere instellingen? - wie voert het overleg met de buurt (onder regie van de gemeente)? - wanneer moet de voorziening open gaan (rekening houdend met eventuele procedures)? - wie neemt het definitieve besluit: het College of de Raad? e.

Bestuursopdracht - heeft het College een bestuursopdracht gegeven t.a.v. de noodzaak van de voorziening en de procedure-afspraken?

f.

Communicatie - Zodra de bestuursopdracht is vastgesteld, dienen de locatie-criteria openbaar te worden gemaakt.

Fase 2: Vaststelling locatie De gegevens die in fase 1 zijn vastgesteld, dienen als basis voor de locatie-keuze. Indien men een locatie op het oog heeft, moeten een aantal zaken, in nauw overleg met politie en andere betrokkenen nader uitgezocht worden.

9

f. Locatie-onderzoek - kan de realisatie van voorzieningen in samenhang worden genomen? (Wanneer men duidelijk kan maken dat een aantal voorzieningen dient te worden gerealiseerd, en dat in de hele stad is gezocht naar geschikte locaties, zal de burger er eerder begrip voor hebben dat in zijn achtertuin een voorziening komt die hinder met zich meebrengt). - is er al een geschikte locatie voorhanden (bijvoorbeeld als een nieuwe voorziening in een andere bestaande voorziening wordt ondergebracht)? - zijn hierover in het verleden bestuurlijke toezeggingen gedaan, die de realisatie in de weg staan? Bestemmingsplan - is er een bestemmingsplan? - is de vestiging volgens het bestemmingsplan mogelijk of is er een wijziging nodig? - indien het bestemmingsplan gewijzigd moet worden, hoe ziet de procedure er dan uit, wie is daarvoor verantwoordelijk? - wat was de vorige bestemming? - is het mogelijk om op basis van de Wet op de Ruimtelijke Ordening vrijstelling van het bestemmingsplan te krijgen? Omgeving - wat is het karakter van de buurt (woonbuurt, gemengde functies, bevolkingssamenstelling)? - zijn er andere “gevoelige” voorzieningen in de buurt? - zijn er andere problemen in de buurt (parkeren, onveilige plekken, horeca etc.)? - wat was de vorige bestemming? - wat zijn de routes waarlangs de doelgroep naar de voorziening komt (te voet, openbaar vervoer, anderszins)? Verbouwing -

moet er verbouwd worden, op grond van de staat van het gebouw, op grond van wijziging van gebruik van het pand, op grond van andere eisen (inspectie, gemeente, etc.)? - is er een bouwvergunning nodig? - wie vraagt de vergunning aan, wie geeft de vergunning af? - wat zijn de adviezen van instanties als brandweer, de sector Bouw- en Woning Toezicht van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer, etc.? - Zijn er nog meer vergunningen nodig? (Door het project “Goed Geregeld” kan naar de Omgevingsvergunning Eindhoven worden gekeken, en kunnen de benodigde vergunningen gecombineerd worden aangevraagd). Overig - is (zijn) de voorgedragen locatie(s) getoetst aan deze notitie, en aan de vastgestelde criteria? - zijn andere diensten/instellingen geraadpleegd (politie, etc.)? - wat zijn hun bevindingen en aanbevelingen? - zijn er bezwaren tegen de voorgestelde locatie(s), bijvoorbeeld in verband met overlast? - dienen er bijzondere voorwaarden te worden gesteld waaraan de vestiging moet voldoen? g. Procedures - komt er een beschikking die open staat voor een bestuursrechtelijke procedure (een bouwvergunning bijvoorbeeld)? - wie zijn dan de partijen (instelling, gemeente)? - hoe ziet de procedure er dan uit (incl. beroepsmogelijkheden)?

10

- hoe wordt de voorlichting over eventuele bestuursrechtelijke procedures opgezet? - moet rekening gehouden worden met een kort geding? - De afdeling Juridische Zaken is beschikbaar om mee te denken (hetzelfde geldt in het geval van bezwaarprocedures). h. Principe-besluit - Is het College in principe akkoord met de voortzetting van de procedure op de voorgedragen locatie(s)? i)

Communicatie - informeer omwonenden en andere betrokkenen t.a.v. de vastgestelde locatie-criteria. - bespreek met hen in hoeverre deze criteria correct zijn toegepast. - Is er sprake van burgerparticipatie? - Is er sprake van inspraak in het kader van de inspraakverordening?

j)

Definitief besluit - het College of de Raad neemt een definitief besluit t.a.v. de locatie-keuze. Hierin worden de uitkomsten van de communicatie met betrokkenen, en eventuele bezwaren meegenomen.

k) Tijdsplanning - is een bijstelling van de tijdsplanning op grond van nieuwe ontwikkelingen nodig?

Fase 3: Informatie aan en overleg met de buurt l)

Communicatie met de buurt - staat de locatie nog ter discussie? Indien reëel overleg over de locatie mogelijk is: - is er één locatie of zijn er alternatieven? - met wie wordt over de locatie(s) overlegd (alleen sleutelpersonen, buurt comités, andere organisaties, alle buurtbewoners/ondernemers)? - waarover wordt overlegd (wat zijn de randvoorwaarden, discussiepunten etc.)? - hoe vindt de definitieve besluitvorming plaats (door wie, hoe terugkoppeling, etc.)?

- hoe wordt de buurt geïnformeerd (schriftelijk, voorlichtingsavond, eerst vooroverleg organisaties, etc.)? - wie worden geïnformeerd (organisaties, alle bewoners/ondernemers)? - wie organiseert de voorlichting/het overleg? De regie dient bij de gemeente te liggen. - heeft afstemming plaatsgevonden met betrokken partijen (gemeente, instellingen, politie, etc.)? - wie voert het overleg (eventuele taakverdeling, mede afhankelijk van de vardeling verantwoordelijkheden bij bovenstaande punten)? - wat is het doel van de informatie? - welke boodschappen worden naar buiten gebracht? Naar wie? Hoe? - waarover kan overlegd worden (voorwaarden vestiging, toetsen gegevens, etc.)? - Hoe wordt omgegaan met de pers? - wie is het bestuurlijk en operationeel aanspreekpunt? - Kunnen veiligheidsaspecten en beheerplannen duidelijk worden gecommuniceerd? - wat wordt met de resultaten van het overleg gedaan?

11

- Hoe is de buurt georganiseerd?

Fase 4: Vestiging voorzienig, begeleiding en evaluatie m. Beheerplan n. Overige procedures - bestemmingsplan - inspraakprocedure - bezwaarprocedures o. Naleving voorwaarden p. Begeleiding en evaluatie - Is de procedure gevolgd, zoals beschreven in het protocol? - Zijn de diverse criteria uit het protocol toegepast? - Zijn ze correct toegepast? - Hoe hebben buurtbewoners en andere betrokkenen het proces ervaren? - Is de communicatie met de buurt volgens plan verlopen? - In welke mate zijn buurtbewoners en andere betrokkenen tevreden over de communicatie? - Welke verbeterpunten kunnen worden aangebracht t.a.v. de communicatie? - Verloopt het beheer volgens plan? - In welke mate zijn buurtbewoners en andere betrokkenen tevreden over het beheerplan? - Welke verbeterpunten kunnen worden aangebracht (t.a.v. het beheer, overige verbeterpunten)? - Welke leereffecten kunnen worden getrokken?

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15444521/1