CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

PRC Analyse van het raadsvoorstel uitwerking publiek belang gebiedsontwikkeling Fellenoord

Incidenteel 28 juni 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Toelichting en programma4.590 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ANALYSE VAN HET RAADSVOORSTEL UITWERKING PUBLIEK BELANG GEBIEDSONTWIKKELING FELLENOORD (22bst00821)

28 JUNI 2022 In opdracht van: De Rekenkamercommissie van de Gemeente Eindhoven

© Policy Research Corporation Copyright 2022

Boompjes 40 3011XB Rotterdam tel: +31 10 436 03 64 e-mail: info@policyresearch.nl website: www.policyresearch.nl

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ............................................................................................................................................ 1

2.

Analyse raadsvoorstel....................................................................................................................... 1 2.1.

Creëer inzicht in Knoop XL ....................................................................................................... 1

2.2.

Zorg voor een gedeelde toekomstvisie en probleemstelling .................................................... 2

2.3.

Handel in voortdurende dialoog met de stakeholders .............................................................. 3

2.4.

Identificeer maatschappelijke belangen en gewenste effecten ................................................ 3

2.5.

Stel vast welke activiteiten nodig zijn........................................................................................ 4

2.6.

Breng in kaart welke rol de private sector of burgerinitiatieven kunnen spelen....................... 5

2.7.

Ken de kosten en baten ............................................................................................................ 5

2.8.

Bepaal de publieke belangen en de daarbij behorende acties van de gemeente ................... 6

2.9.

Werk de organisatie van de gemeentelijke activiteiten uit ....................................................... 7

2.10. Doorlopende aandachtspunten ................................................................................................. 7

3.

Conclusie en aanbeveling ................................................................................................................. 7

Bijlage: Beschrijving van de stappen in Leidraad Knoop XL ..................................................................... 9

1. Inleiding De rekenkamercommissie van de gemeente Eindhoven heeft Policy Research Corporation (PRC) verzocht een analyse te maken van het raadsvoorstel Uitwerking publiek belang gebiedsontwikkeling Fellenoord1 en bijhorende bijlage2, zoals door het college besloten op 14 juni 2022. Het doel van deze notitie is om te beoordelen of de Leidraad Knoop XL, hierna te noemen “de leidraad”, goed is toegepast. Daarbij is de inhoudelijkheid van de projectvoorstellen buiten beschouwing gelaten, aangezien dat onderwerp is van het politieke debat en te maken politieke keuzes. In deze notitie wordt per stap van de leidraad een analyse gemaakt van het raadsvoorstel en wordt afgesloten met een conclusie en aanbeveling. Ter ondersteuning is in de bijlage opgenomen de figuur uit de Leidraad Knoop XL, waarin de stappen worden beschreven.

2. Analyse raadsvoorstel In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de informatie aan de raad langs de stappen van de Leidraad Knoop XL wordt uitgewerkt. Het is positief te waarderen dat het college in dit complexe dossier de door de raad omarmde leidraad wil hanteren om de raad nader te informeren. Daarmee onderschrijft het college het belang om de raad goed te informeren en te betrekken bij de uitwerking en realisatie van het project en daarbij een gestructureerde aanpak te volgen. Het is in deze eerste toepassing van de leidraad begrijpelijk dat het college de reeds beschikbare projectinformatie, waar mogelijk geactualiseerd, als basis gebruikt. Dat geeft inzicht in wat nu reeds duidelijk is en waar nadere verduidelijking of uitwerking noodzakelijk is. Ook biedt het inrichten van de informatie langs de stappen van de leidraad goede mogelijkheden om inhoudelijke structuur te geven aan het debat tussen college en raad. Het doel daarvan is om de gewenste diepgang en scherpte van de informatie te bereiken ter ondersteuning van de besluitvorming en ter ondersteuning van de gemeentelijke kaderstelling, aansturing en controle van het project, van tekentafel tot en met realisatie. Met deze doelstelling in gedachten wordt hieronder langs de stappen van de leidraad aangereikt welke overwegingen PRC ten aanzien van het voorliggende raadsvoorstel wil meegeven.

2.1. Creëer inzicht in Knoop XL Het raadsvoorstel geeft met enkele slides inzicht in de grondslag en basis voor Knoop XL (nu afgekort met Eindhoven Internationale Knoop XL – EIK XL). Het is verhelderend dat dit overzicht ook in een tijdslijn is geplaatst. Meer aandacht is nodig voor de inhoudelijke samenhang tussen genoemde initiatieven, de stand van zaken van elk initiatief en de relatie met EIK XL. Daarbij is het belangrijk welke standpunten of besluiten een vertrekpunt zijn voor EIK XL, zodat de raad wordt meegenomen in de verschillende voorlopers van EIK XL. In die zin is het wenselijk dat er een heldere chronologie en hiërarchie wordt geschetst van de initiatieven waarmee rekening moet worden gehouden. Hierbij kan behulpzaam zijn om de verschillende initiatieven onder andere te benaderen vanuit de vraag welke ontwikkelingen en afspraken zouden onverminderd doorgaan indien het project EIK XL zou stoppen. Een andere hulpvraag kan zijn welke speelruimte de gemeente heeft in het kader van EIK XL. Het is belangrijk dat het inzicht compleet is en alle randvoorwaarden beschrijft voor een succesvolle implementatie van EIK XL. Het raadsvoorstel (blz. 7) noemt, onder andere voor het thema mobiliteit, dat er “deels buitenplanse randvoorwaarden” zijn voor de realisatie van enkele doelstellingen van EIK XL. Dergelijke

1 Raadsvoorstel Uitwerking publiek belang gebiedsontwikkeling Fellenoord, college gemeente Eindhoven, inboeknummer

22bst00821, dossiernummer 22.24,452, B&W beslisdatum 14 juni 2022 2 Eindhoven Internationale Knoop XL, toepassing ‘leidraad omgang Knoop XL’, gemeente Eindhoven en provincie NoordBrabant, 8 juni 2022

1

randvoorwaarden dienen aan de voorkant van de projectplanning duidelijk te zijn om teleurstellingen of misverstanden tijdens en na de projectrealisatie te voorkomen. De beschrijving van de stand van zaken in de slides 14, 15 en 16 geeft een eerste en algemene indruk. Hieruit kan worden afgeleid dat de drie hoofdcomponenten van EIK XL – de ontwikkeling van Fellenoord, de Multimodale Knoop Eindhoven Centraal en de Projecten Stationsgebied Zuid – elk een geheel eigen traject kennen in voortgang en besluitvorming. Een inhoudelijke verdiepingsslag van de stand van zaken is relevant voor de raad. Daarbij kan tevens worden aangegeven wat de reden is om deze drie ogenschijnlijk losse projectonderdelen aan elkaar te verbinden onder de vlag van EIK XL. Het verdient ook toelichting hoe de drie projectonderdelen elkaar beïnvloeden. Onduidelijk is de stelling dat ten aanzien van de Multimodale Knoop Eindhoven Centraal pas in de loop van 2023 een logisch moment wordt gezien om de leidraad ‘omgang Knoop XL’ toe te passen vanaf stap 4 en pas daarna te spreken over de rolneming van de raad bij de herontwikkeling van de Multimodale Knoop Eindhoven Centraal. Daarmee gaat kostbare tijd verloren.

Door de drie genoemde onderdelen in hun samenhang op te pakken en ruimschoots voorafgaand aan een realisatietraject aan de hand van de leidraad met de raad in gesprek te gaan, kan de gemeente de kwaliteit van het debat en de besluitvorming bevorderen en daarmee als collectief van college en raad aan kracht winnen.

2.2. Zorg voor een gedeelde toekomstvisie en probleemstelling Zoals de leidraad aangeeft, is een duidelijke en breed gedragen probleemstelling een belangrijk fundament onder een project. Dat geldt temeer bij een project waarvan de realisatie enkele decennia zal duren. De probleemstelling dient helder te maken waarom EIK XL voor de gemeente een belangrijke kans is en waar gedurende enkele decennia veel toewijding en energie aan wordt gegeven. In de slides 18 t/m 21 wordt een overzicht gegeven vanuit de probleemstelling naar de drie doelstellingen van EIK XL. De structuur van deze opzet is goed te volgen en neemt de lezer mee in het denken van het college. Het is evenwel moeilijk te volgen hoe de oplossing voortvloeit uit het geschetste probleem. Beide lopen sterk in elkaar over en geven de indruk van een cirkelredenering: Eindhoven ondergaat een stedelijke schaalsprong en daarom moet een stedelijke schaalsprong worden gemaakt. In de beschrijving van de probleemstelling 3 en de inzet4 is niet duidelijk of het probleem nu is ontstaan door of voor Brainport Eindhoven. Hier mist de scherpte van de probleemstelling, wat juist een onmisbaar vertrekpunt is voor college en raad om het project gedurende vele jaren te blijven dragen. Het probleem wordt vanuit Brainport Eindhoven vertaald naar “meer bedrijven, meer banen, meer inwoners, een groot en toenemend verdienvermogen”.

Daaruit zou gelezen kunnen worden dat Brainport Eindhoven een onbeheersbare ontwikkeling is waarbij Eindhoven geen andere keuze heeft dan mee te gaan met die ontwikkeling. Het is aan te bevelen om de probleemstelling verder te verdiepen door aan te geven wat nu achter de thematiek van Brainport Eindhoven schuil gaat. De kernvraag die blijft hangen is wat het probleem is voor de gemeente Eindhoven. De inzet zoals op slide 20 beschreven geeft niet duidelijk weer hoe enkele later in de presentatie benoemde doelstellingen daarin zijn te passen, zoals sociale woningbouw, groenvoorziening of een goed energie- en waterbeheer. In die zin heeft de beschreven inzet onvoldoende raakvlakken met de overige doelstellingen in de

3 Bijlage slide 19: “Brainport Eindhoven is bezig met een indrukwekkende groeispurt: meer bedrijven, meer banen, meer inwoners,

een groot en toenemend verdienvermogen. De groei heeft ook een keerzijde: een toename van de mobiliteit en een toenemende druk op de woningmarkt, op de leefbaarheid en op de leefkwaliteit in de stad.” 4 Bijlage slide 20: “Wil Brainport Eindhoven zijn aantrekkingskracht behouden en versterken, dan is substantiële verbetering nodig van de agglomeratiekracht, de connectiviteit, het vestigings- én leefklimaat.”

2

presentatie. Het is juist de inhoudelijke samenhang tussen de stappen van de leidraad die het tot een krachtig instrument kan maken. Die samenhang verdient aandacht. In de op slide 21 geschetste ambitie staat dat EIK XL: "…een gebied [is] waar de propositie van Brainport Eindhoven tot leven komt: de combinatie van techniek, kennis en design. Een plek waar ruimte is voor creatieve industrie, high tech en kennisinstellingen, waar mensen elkaar ontmoeten en uitwisseling plaatsvindt, en waar de economische krachten van Eindhoven vervlochten raken. Het gebied staat in verbinding met Eindhoven en de regio." Van belang is dat deze ambitie op navolgbare wijze voortvloeit uit de inzet uit slide 20 - "verstedelijken nabij OV, de versterking van het OV &knooppunten en de verbetering van fietsinfrastructuur". Ook ten aanzien van de ambitie zijn de raakvlakken moeilijk herkenbaar met bijvoorbeeld sociale woningbouw, groenvoorziening of een goed energie- en waterbeheer. Het hanteren van complexe begrippen, zoals “samenkomst van de linkeren rechterhersenhelft (van bèta en creatief brein)” of “hoogstedelijk wonen en werken”, vraagt extra toelichting en versterkt daardoor niet het draagvlak voor de genoemde ambitie. In slide 22 worden maatschappelijke opgaven beschreven. Het past in deze stap van de leidraad om voor deze beschrijving algemene bewoordingen te gebruiken.

Maar ook hier is de samenhang van belang, waarbij maatschappelijke opgaven op vanzelfsprekende wijze voortvloeien uit de probleemstelling, inzet en ambitie. Opgaven met betrekking tot de internationale concurrentiepositie of de inclusieve samenleving zijn moeilijk te verbinden aan de wijze waarop de probleemstelling is gedefinieerd. De noodzakelijke samenhang tussen de stappen van de leidraad betekent ook dat in de vervolgstappen deze maatschappelijke opgaven duidelijk herkenbaar dienen te blijven. Dat betekent dat de concurrentiepositie en de inclusiviteit van de samenleving herkenbaar terug dienen te komen in de te ondernemen activiteiten en in de prestatie-indicatoren. Dat verdient specifieke aandacht.

2.3. Handel in voortdurende dialoog met de stakeholders In de slides 28 t/m 32 wordt de omgang met partners en stakeholders aangegeven. De slides zouden inzicht geven in alle partners en stakeholders. Het valt daarbij op dat vooral grote bedrijven en instellingen worden benoemd. De burger of burgergroeperingen worden hier niet aangehaald, alhoewel een belangrijk onderdeel van de doelstellingen juist op de burger is gericht – te denken valt aan de groep jongeren en ouderen, sociaal zwakkeren in de samenleving, of reizigers. Opvallend is dat in slide 48 wordt aangegeven: “Georganiseerde burgerlijke partijen spelen – gegeven de complexiteit en financiële omvang – geen rol in de gebiedsontwikkeling. Vanzelfsprekend worden zij wel actief betrokken bij de invulling van het gebied.”. Onduidelijk is hoe het college zich voorstelt of, hoe, in welk stadium van het project en waarover burgers worden betrokken. De beschrijving in de slides vragen om toelichting hoe plannen en realisatie daarvan in samenspraak tot stand komen. Gaat het daarbij bijvoorbeeld vooral om de wettelijk verplichte inspraakprocedures of gaat het om meer? Voor de raad is relevant inzicht te krijgen wat er qua dialoog reeds is gedaan, welke issues er spelen en wat nog te doen is.

2.4. Identificeer maatschappelijke belangen en gewenste effecten De slides 34 t/m 40 beschrijven de maatschappelijke belangen. In de leidraad is dit een belangrijk scharnierpunt, aangezien hier de probleemstelling voor de gemeente uit stap 2 wordt vertaald naar maatschappelijke belangen voor de gemeente als oplossingsrichtingen. Die oplossingsrichtingen zijn voor de vervolgstappen van de leidraad leidend in het uitwerken van activiteiten en bijhorende prestatie-indicatoren.

3

De door het college gemaakte vertaling vanuit stap 2 naar deze maatschappelijke belangen is herkenbaar, alhoewel een toelichting hoe tot die vertaling wordt gekomen nog ontbreekt. Dat de genoemde maatschappelijke belangen nog een vrij generiek karakter hebben is op zichzelf te rechtvaardigen, aangezien de noodzakelijke detaillering in de navolgende stappen van de leidraad tot stand dient te komen. Door in deze stap reeds met concrete prestatie-indicatoren te komen, blijven die indicatoren evenwel ook te algemeen van karakter. Een belangrijk doel van scherpe analyses door elke stap van de leidraad heen, met een nadrukkelijk oog voor inhoudelijke diepgang per stap en samenhang tussen de stappen, is om uiteindelijk de activiteiten van de gemeente scherp af te bakenen en daaraan krachtige5 controle-instrumenten (de Key Performance Indicators – KPI’s) te koppelen. Zo kunnen zowel college als raad gericht sturing geven aan en controle uitoefenen over de projectrealisatie. In het raadsvoorstel is dat nog niet bereikt. De genoemde KPI’s zijn erg algemeen geformuleerd, veelal in de vorm van globale intentieverklaringen, zoals “Ruimte voor innovatie en nieuwe economie”, “Uitgangspunt is inzet op deelmobiliteit”, “Uitgangspunt is een ruimtelijke inrichting”, “Uitgaan van een collectief warmtenet”, “Maximale opwek duurzame energie in het gebied zelf”.

Met dergelijke KPI’s is het project niet strak aan te sturen en te controleren, door college noch de raad. Het geeft ook geen houvast bij de vraag of/wanneer de projectrealisatie succesvol is. Dit kan er uiteindelijk toe leiden dat de gemeente het maar moet doen met hetgeen is opgeleverd en dat de gemeente geen houvast heeft om uitvoeringsverantwoordelijken waar nodig aan te spreken op een onvoldoende resultaat. Dat kan er in resulteren dat de gemeente vanuit de optiek van maatschappelijke kosten en baten met een restprobleem blijft zitten, in de vorm van een niet verkregen resultaat (ofwel: minder baten) dan wel extra te leveren inspanningen (ofwel: extra kosten).

2.5. Stel vast welke activiteiten nodig zijn De vijfde stap in de leidraad is erop gericht om concreet en doelgericht te omschrijven welke activiteiten noodzakelijk zijn voor het realiseren van de maatschappelijke belangen die in stap vier zijn benoemd. Daarbij is bedoeld om in deze stap nog niet voor te sorteren op wat een gemeente moet doen. In de slides 42 t/m 46 worden de activiteiten omschreven om Fellenoord tot ontwikkeling te brengen. De benoemde hoofdactiviteiten zijn vooral benaderd vanuit een overkoepelende aansturing van het project. De benoemde concrete activiteiten richten zich op een combinatie van projectaansturing (bijvoorbeeld: “Borgen dat verevening plaats kan vinden tussen clusters en tussen verschillende programmaonderdelen” of “Aanjagen en stimuleren komst collectieve voorzieningen”) en uitvoeringsactiviteiten (bijvoorbeeld “Realisatie raamwerk openbare ruimte in het plangebied”). De leidraad is geen voorschrift welke activiteiten te benoemen. Wel is belangrijk om de samenhang met de voorgaande en navolgende stappen van de leidraad te bewaken. Dat verdient nog aandacht.

Kijkend naar de vorige stappen is in deze vijfde stap van belang om aan te geven welke activiteiten nodig zijn om: • Te bouwen voor een goede mix van bewoners (zie slide 35) • 5% van het totaalprogramma uit de ‘Eindhovense werkvloer’ te laten bestaan (startups en scale-ups, innovatieve ondernemers en laboratoria/experimenteerruimte) (zie slide 36). • Zoveel mogelijk inzetten op deelmobiliteit, collectieve parkeer-oplossingen (per 20 woningen 1 deelauto en 2 andere deelvoertuigen) en aantrekkelijke alternatieven voor de eigen auto (lopen, fietsen, OV) (zie slide 37).

5 De kracht wordt sterk bepaald door de mate waarin de prestatie-indicatoren SMART zijn - specifiek, meetbaar,

acceptabel, realistisch en tijdgebonden.

4

• • •

Inzetten op het vergroten van het bewustzijn bij ontwikkelaars en gebruikers op dit thema en (innovatieve) oplossingen stimuleren (zie slide 38). Inzetten op zo laag mogelijk energieverbruik en 100% voeding vanuit duurzame bronnen (zie slide 39). Een sociale en verbonden stad te realiseren (zie slide 40).

Kijkend naar de navolgende stappen van de leidraad, dienen de antwoorden op bovenstaande vragen voldoende specifiek te zijn dat de volgende vragen kunnen worden beantwoord in de stappen 6, 7 en 8 van de leidraad: • Welke activiteiten kunnen particulier worden uitgevoerd en welke KPI’s zijn gepast om deze private uitvoering te sturen en controleren? • Welke activiteiten moet of wil de gemeente zelf doen (pas daarin komt het publieke belang naar voren) en welke KPI’s zijn gepast om deze publieke uitvoering te sturen en controleren? • Hoe moet de gemeente zich organiseren om de private uitvoering te sturen/controleren, om goede uitvoering te geven aan de publieke uitvoering en om die publieke uitvoering goed te sturen/controleren? Het voorliggende raadsvoorstel is in deze een goede eerste stap, maar verdient een nadere verdieping om het verdere doorlopen van de leidraad zinvol te laten zijn.

2.6. Breng in kaart welke rol de private sector of burgerinitiatieven kunnen spelen Zoals hierboven aangegeven is de samenhang tussen de vijfde en deze zesde stap van groot belang. Die consequente samenhang is nodig om mogelijke tegenstrijdigheden bloot te leggen en op basis van inhoudelijke afwegingen keuzes te maken. Zo is stap 5, waarin de activiteiten worden omschreven die noodzakelijk zijn om de maatschappelijk belangen te realiseren, een direct voortvloeisel van de in stap 4 te omschrijven maatschappelijke belangen en de gewenste effecten. Tevens zijn de activiteiten die in stap 5 worden benoemd de basis voor het beschrijven van de mogelijke bijdragen van private partijen (stap 6), de bij die bijdragen passende kosten-batenanalyse (stap 7) en de gewenste gemeentelijke activiteiten (stap 8). In de uitwerking van het college is die samenhang nog niet herkenbaar. Zo is in stap 6 een meer algemene beschrijving gegeven van de rol van private partijen en is niet gespecificeerd welke activiteiten die private partijen kunnen ondernemen om het in stap 4 geschetste maatschappelijk doel te realiseren. Zoals eerder aangegeven, is opmerkelijk dat het college geen enkele rol ziet voor georganiseerde burgerlijke partijen in de gebiedsontwikkeling, maar wel actieve betrokkenheid ziet bij de invulling van het gebied.

Het is voor de raad van belang van het college te vernemen hoe de relatie met de burgers in het project EIK XL vorm wordt gegeven.

2.7. Ken de kosten en baten Het werken met business cases kan verheldering geven door bij de berekeningen te vertrekken vanuit een duidelijk kader. In die zin is het overzicht in slides 51 t/m 54 een goed hulpmiddel. Het is evenwel niet duidelijk hoe de in het raadsvoorstel (blz. 7) genoemde buitenplanse maatregelen invloed hebben op de business case voor de ontwikkeling van Fellenoord. Dat inzicht is temeer van belang omdat deze maatregelen worden neergezet als randvoorwaarde voor het slagen van de ontwikkeling van Fellenoord. Tevens kan een nadere uitwerking van deel-business cases inzicht geven in de kosten-baten-afweging van specifieke thema’s die als een rode draad door de ontwikkeling van Fellenoord lopen. Te denken valt aan business cases op het gebied van de sociale woningbouw, de energiehuishouding in de nieuwbouw, de ontwikkeling van groen in de wijk en het waterbeheer. Een dergelijk detaillering kan mede inzicht geven waar het nu omschreven publieke tekort van €80 - €104 miljoen voor de ontwikkeling van Fellenoord zijn oorsprong vindt.

5

Zoals aangegeven in de leidraad is van belang dat de gemeente zich verdiept in het geheel van de maatschappelijke kosten en baten. Daarbij dienen zowel de directe als indirecte kosten en baten te worden meegenomen. Dit sluit bijvoorbeeld aan op de in het raadsvoorstel genoemde doelstelling van de inclusiviteit, een onderwerp dat zich minder laat beoordelen via financiële analyses, maar juist gebaat is bij meer een sociaalmaatschappelijke analyse van indirecte effecten zoals leefbaarheid van de wijk Fellenoord. Het is denkbaar dat voor zowel huidige als toekomstige burgers van Eindhoven het sociaal-maatschappelijk effect van EIK XL meer ingrijpend is dan de financiële effecten voor de gemeente als geheel. Met betrekking tot de financiële afdekking van de ontwikkeling van Fellenoord wordt in het raadsvoorstel (blz. 4) aangegeven dat “… de gemeente zorgt dat de publieke grondexploitatie wordt geoptimaliseerd en de opbrengst van het kostenverhaal wordt gegarandeerd om het publieke tekort zoveel mogelijk af te dekken”. In de bijlage van het raadsvoorstel wordt over het dekken van het publieke tekort op slide 54 aangegeven “De gemeente en de provincie gaan zich gezamenlijk inzetten om mede-bekostiging van de resterende bekostingsopgave van de strategische investeringsprojecten te organiseren. …..

Bovendien wordt bekeken wat via nader te verkennen methoden van ‘alternatieve bekostiging’ kan worden gedekt.”. Deze zienswijzen in respectievelijk het raadsvoorstel en de bijlage stroken niet met elkaar. De visie in het raadsvoorstel geeft de indruk dat de gemeente garant wil staan om het tekort af te dekken, terwijl volgens de bijlage alternatieve vormen van afdekking worden onderzocht. Met betrekking tot deze laatste visie wordt in deze analyse de in de leidraad genoemde Equity Planning nogmaals nadrukkelijk in overweging gegeven. In de uitvoering daarvan dienen publieke en private partijen aan de voorkant van een project een verdeelsleutel af te spreken over de financiële afdekking en dus ook eventuele op te lopen tekorten in het project. De nu vooral als publieke waarden geschetste projectonderdelen – zoals sociale woningbouw, groenhuishouding, mobiliteit en waterbeheer – zijn projectonderdelen die ook private belangen dienen (zo wordt de waarde van private gebouwen mede bepaald door de omgeving) of die als collectieve belangen kunnen worden gezien (sociale woningbouw en duurzame mobiliteit als maatschappelijke verantwoordelijkheid). Daarbij dient in ogenschouw te worden genomen dat de omschrijving van tekorten als “Publieke tekorten” reeds een signaal afgeeft naar private partijen als ware zij niet mede verantwoordelijk en aansprakelijk voor die tekorten.

Beter ware in dit stadium nog te spreken van “Projecttekorten” en de raad in meer detail mee te nemen waar die tekorten uit bestaan en hoe die worden afgedekt.

2.8. Bepaal de publieke belangen en de daarbij behorende acties van de gemeente De in de slides 56 en 57 genoemde activiteiten geven de indruk dat de gemeente geheel zelf integraal verantwoordelijk is voor het uitvoeren en realiseren van het project. De visie "Het is een publiek belang om de integraliteit en samenhang in de ontwikkeling van het gebied duurzaam te borgen. Zonder stevige publieke regie komt dit niet tot stand" doet geen recht aan de mogelijkheden om private partijen specifieke verantwoordelijkheden te geven, ook met het oog op die integraliteit en samenhang. In deze uitwerking van het raadsvoorstel wordt niet beargumenteerd waarom dat een publiek belang is. Daarbij dient de definitie van een publiek belang telkens voor ogen te staan6: Er is pas sprake van een publiek belang wanneer de overheid zich de behartiging van een maatschappelijk belang aantrekt op grond van de overtuiging dat dit belang anders niet goed tot zijn recht komt.

6 Het borgen van publiek belang. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, 26 maart 2000. Te raadplegen:

https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2000/04/26/het-borgen-van-publiek-belang

6

Het verschil tussen een maatschappelijk belang en een publiek belang is essentieel voor de vraag waarom, of en hoe de gemeente Eindhoven acties op zich moet nemen ten aanzien van EIK XL. Het is evenzo essentieel voor de vraag wat het de gemeente mag kosten om een publiek belang binnen het project EIK XL te behartigen. Zoals aangegeven in 2.5 is een centrale doelstelling van de leidraad om specifiek toe te werken naar een verdeelsleutel tussen private en publieke partijen en aan de hand van duidelijke KPI’s sturing en controle op gemeentelijk niveau te organiseren. Het nauwgezet en samenhangend doorlopen van de stappen van de leidraad biedt houvast bij het nader afbakenen van het publieke belang. Die afbakening is onmisbaar voor zowel college als raad voor een volwaardige rolvervulling, in dit geval jegens de planning en uitvoering van EIK XL.

2.9. Werk de organisatie van de gemeentelijke activiteiten uit Zoals het raadsvoorstel aangeeft, wordt de organisatievorm en rol van de raad en college in een derde blok uitgewerkt en aan de raad voorgelegd. Ook daar geldt het belang van de samenhang met de voorgaande stappen van de leidraad. Het zijn de in de achtste stap uit te werken activiteiten van de gemeente die mede bepalend zijn welke organisatievorm de voorkeur verdient. Daarnaast is van belang mee te nemen welke praktische en formele effecten voor de rol van raad en college samenhangen met de mogelijke alternatieve organisatievormen.

2.10. Doorlopende aandachtspunten Zoals aangegeven in de leidraad zijn er naast de stappen in de leidraad enkele doorlopende actiepunten die van belang zijn bij de planning en uitvoering van EIK XL. Daarbij gaat het om de volgende punten: • Gebruik geleerde lessen. • Organiseer tegenspraak in een veilige omgeving. • Onderhoud en bewaak een inzichtelijke inventarisatie van onzekerheden en risico’s. • Maak werk van goede informatievoorziening. Het raadsvoorstel verdient nadere uitwerking van deze aandachtspunten.

3. Conclusie en aanbeveling De tekst van het raadsvoorstel Eindhoven Internationale Knoop XL is een positieve eerste stap in het voor de raad ordenen van informatie over dit complexe project. Aan de hand van de tekst van dit raadsvoorstel wordt duidelijk waar een nadere uitwerking van de informatie noodzakelijk is, alvorens onderbouwde besluitvorming over dit voorstel kan plaatsvinden. Nadere uitwerking van het raadsvoorstel is noodzakelijk op het gebied van de verdieping van informatie en de inhoudelijke samenhang tussen de verschillende stappen van de leidraad. Daarbij komen de volgende punten in het bijzonder naar boven, die voor de raad belangrijk zijn om zijn rol te kunnen vervullen: 1. Onvoldragen probleem stelling. De probleemstelling geeft geen sluitend antwoord op de vraag waarom de gemeente het project EIK XL oppakt. Daardoor ontbreekt het meest elementaire fundament onder het project. Het dient voor de raad volstrekt helder te zijn welk probleem wordt opgelost met het project. De raad zal die probleemstelling ook expliciet dienen te onderschrijven. 2. Publiek belang onvoldoende geëxpliciteerd. Maatschappelijke belangen worden onvoldoende vertaald naar daarmee samenhangende activiteiten en publieke belangen worden onvoldoende geëxpliciteerd. Dit leidt tot onduidelijke prestatie-indicatoren waarop geen duidelijke sturing mogelijk is.

7

3. Onduidelijke prestatie-indicatoren. De prestatie-indicatoren (Key Performance Indicatoren – KPI’s) zijn te algemeen geformuleerd en geven de raad geen houvast bij het stellen van kaders, het controleren van de projectplanning c.q. projectrealisatie en het uitoefenen van zijn budgetrecht. 4. Onvoldoende inzicht in kosten, baten en de afdekking van projectkosten. De projecttekorten worden gedefinieerd als “publieke tekorten” en zijn onduidelijk en onvolledig, mede doordat verwezen wordt naar niet verder concreet gemaakte “buitenplanse randvoorwaarden” voor het welslagen van het project EIK XL. Er is geen inzicht hoe de afdekking van de projectkosten wordt verdeeld tussen private en publieke partijen. Het ontbreekt aan meer gedetailleerde business cases voor het project als geheel, alsmede voor specifieke doelstellingen binnen het project. 5. Geen inzicht in risico’s en risicomanagement. Er is geen inzicht in de risico’s van het project en de wijze waarop deze worden beheerst. 6. Geen uitwerking van burgerparticipatie. Onduidelijk is hoe de burgers van de gemeente Eindhoven worden betrokken bij dit project. 7. Onvoldoende helder taalgebruik. Er worden begrippen gehanteerd die te algemeen zijn, niet duidelijk zijn en niet worden geconcretiseerd, zoals inclusiviteit, leefbaarheid, of de genoemde onderverdeling van het project in clusters.

Ook is uitwerking nodig van de in de leidraad genoemde “doorlopende aandachtspunten” op het gebied van geleerde lessen, het inzetten van tegenspraak en goed informatiemanagement naar de raad. Alhoewel de tekst van het raadsvoorstel een goede eerste stap is, blijkt de uitwerking nog onvoldoende om als helder vertrekpunt te kunnen dienen voor de raad voor een volgende stap. Er zijn nog teveel open einden en onduidelijkheden om te kunnen spreken van een voldoende onderbouwd voorstel, waarbij het duidelijk zou zijn waarop de raad “ja” zou zeggen. Met een nadere uitwerking aan de hand van deze analyse kan het raadsvoorstel winnen aan kracht en een goede basis worden voor een krachtige aansturing van en controle over het project vanuit de gemeente. De energie en tijd die tijdens deze voorbereidende fase gestopt worden in een gedegen invulling van de leidraad zal zich dan ook meer dan terug verdienen.

8

Bijlage: Beschrijving van de stappen in Leidraad Knoop XL

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11853263/1