CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Oplegvel college t.b.v. de begroting 2022 van de vier Gemeenschappelijke Regelingen

Raadsvergadering 1 juni 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijzeprocedure GGD BZO programmabegroting 20221.385 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Inboeknummer 21bst00562 Dossiernummer 21.14.202 B&W beslisdatum 6 april 2021

Oplegvel

Betreft: Oplegvel t.b.v. de begroting 2022 van de vier Gemeenschappelijke Regelingen De regio Zuidoost-Brabant telt 21 gemeenten. Deze gemeenten nemen deel aan diverse Gemeenschappelijke Regelingen. Aan vier Gemeenschappelijke Regelingen nemen alle 21 gemeenten deel, namelijk Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, GGD Brabant-Zuidoost, Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en Metropoolregio Eindhoven (hierna: 4GR). Op initiatief van de Kring van Gemeentesecretarissen hebben deze 4GR samenwerking gezocht op het gebied van planning en control, zowel ten aanzien van de procedure als van de inhoud. Hierbij zijn afspraken zijn gemaakt over financiële onderwerpen, zodat gemeenteraden eenduidiger regie kunnen voeren. U bent hierover geïnformeerd in de raadsinformatiebrief ‘beleidsnotitie kaders P&C documenten vier regionale GR-en’, d.d. 20 maart 2018. Het doel van de beleidsnotitie is om met elkaar kaders af te spreken en harmonisatie te bereiken op de financiële onderwerpen, zodanig dat dit eenduidiger wordt voor de gemeenteraden en ook efficiency oplevert voor de 4GR. Om deze reden wordt dit oplegvel aan de dossiers van de 4GR toegevoegd. Indexeringsmethodiek De gewenste harmonisatie heeft geleid tot een gelijke indexering van de inwonerbijdrage. De wegingsfactor wordt bepaald door de verdeling van de totale lasten in de begroting van de GR over prijzen en lonen.

Dit kan ‘organisatie specifiek’ zijn en wordt door de eigen organisatie bepaald. Door de wegingsfactor te vermenigvuldigen met de index wordt een gewogen index verkregen. In de tabel hieronder is de gewogen index per GR opgenomen. Begroting Onderdee l

GGDBZO

Verhoudin

2020

2021

2022

g Prijzen

30,0%

Lonen

70,0%

Prijzen

37,5%

VRBZO Lonen

62,5%

Prijzen

10,0%

MRE

ODZOB

2019

Lonen

90,0%

Prijzen

18,0%

Lonen

82,0%

1,40

1,60

1,60

%

2,31

%

2,86

%

2,44

2,70

%

3,40

%

2,80

%

%

%

1,40

%

1,60

1,60

%

2,21

%

2,73

%

2,35

2,70

%

3,40

%

2,80

%

%

%

1,40

%

1,60

1,60

%

2,57

%

3,22

%

2,68

2,70

%

3,40

%

2,80

%

%

%

1,40

%

1,60

1,60

%

2,47

%

3,08

%

2,58

2,70

%

3,40

%

2,80

%

%

%

%

1,50%

1,80%

1,50%

1,80%

1,50%

1,80%

1,50% 1,50%

1,71 %

1,69 %

1,77 %

1.50 %

*

* Alle 4 GR’en baseren zich zoals afgesproken in de ‘Beleidsnotitie kaders PC-documenten’ op de Macro Economische Verkenningen 2021 (MEV). Omdat de Kadernota evenals de Begroting op 2022 betrekking heeft, en de MEV ook de indexeringscijfers voor 2022 in zich heeft, heeft ODZOB gekozen voor de indexering voor 2022, waardoor voor zowel de prijzen als de lonen 1,5% is opgenomen. Dit is besproken in 4GR-verband.

Inboeknummer 21bst00562

Ten aanzien van de lonen en prijsmutaties wordt de indexering vastgesteld met behulp van ramingen die het Centraal Planbureau (CPB) publiceert in de Marco Economische Verkenning (MEV). Het gaat hierbij om de loonvoet sector overheid en prijs netto materiele overheidsconsumptie (IMOC). Bij deze methodiek van indexering vindt geen nacalculatie in een lopend jaar plaats bij tussentijdse verhogingen van de prijs- en loonindexeringen. Deze komen ten laste van de algemene reserve. De loonindex en de prijsindex zijn voor de 4GR op deze manier aan elkaar gelijk, maar de gewogen index kan verschillen per gemeenschappelijke regeling. Hoogte algemene reserve In het najaar van 2017 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de beleidsnotitie Kaders P&C documenten 4GR, deel 2. Hierin zijn o.a. kaders vastgesteld voor de hoogte van de algemene reserve, zijnde het weerstandsvermogen van de organisatie. Als hoogte van de algemene reserve wordt het totaal van de baten gehanteerd aangezien dit een relatief stabiel beeld geeft in de meerjarenbegroting. Er wordt gewerkt met een staffel zodat de hoogte van de totale baten in de begroting niet voortdurend invloed heeft op de hoogte van de aan te houden algemene reserve. Totale baten

Minimum stand

Maximum stand

Huidige stand

Verschil t.o.v. minimum

Algemene reserve PG

35.730.000

1.500.000

2.000.000

550.000

- 950.000

Algemene reserve AZ

28.310.000

1.200.000

1.500.000

1.400.000

200.000

51.986.742

2.000.000

2.400.000

2.000.000

0

• Totale baten primaire begroting 2022 • Reservestand per 31-12-2020 (na resultaatbestemming van voorgaand boekjaar).

Algemene reserve MRE

11.400.000

600.000

1.200.000

880.620

280.620

Algemene reserve RHCe

3.200.000

150.000

300.000

299.949

149.949

• Totale baten primaire begroting 2022. • Reservestand per 31-12-2020 (na resultaatbestemming van voorgaand boekjaar).

Algemene reserve

22.678.824

1.200.000

1.500.000

1.760.414

560.414

TOTAAL

153.305.566

6.650.000

8.900.000

7.108.789

458.789

GGD-BZO

VRBZO Algemene reserve

MRE

ODZOB

Toelichting

• Totale baten primaire begroting 2022. • Reservestand per 31-12-2020 (na resultaatbestemming van voorgaand boekjaar). • De verwachting is dat met de uitvoering van de bestuursopdracht de algemene reserve PG in de komende jaren op het gewenste minimum niveau zal worden gebracht. De algemene reserve PG wordt voor eind 2022 geraamd op € 1.100.000.

• Totale baten primaire begroting 2022. • Reservestand per 31-12-2020 (na resultaatbestemming van voorgaand boekjaar). • De verwachting is dat vanwege de implementatiekosten van de VTH-applicatie en de Omgevingswet de algemene reserve zal dalen naar +/- € 1.207.200 eind 2021.

Om een bestendige gedragslijn te krijgen wordt, conform de beleidsnotitie, voorgesteld om het jaarresultaat in principe te muteren op de algemene reserve als en voor zover deze zich binnen de marge van bovenstaand minimum en maximum bevindt. Dit betreft een kaderstellende bandbreedte. Het is aan het Algemeen Bestuur van de verbonden partij of de bandbreedte volledig wordt ingevuld. Dit is namelijk organisatie-specifiek en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Indien de algemene reserve lager is dan het minimum, en door aanvulling via resultaatbestemming van het jaarresultaat onder het minimum blijft, dan kan een aanvullende bijdrage aan de gemeenten gevraagd worden om de algemene reserve op te hogen tot aan het minimum. Het kan ook betekenen dat de GR efficiency- of

2

Inboeknummer 21bst00562

bezuinigingsmaatregelen moet nemen. Het AB besluit over het jaarresultaat en eventuele bijstorting of onttrekking aan de algemene reserve. Besluitvormingsproces De begrotingen 2022 van de 4GR worden in de raadsvergadering van 1 juni aangeboden, met uitzondering van de begroting 2022 van de ODZOB. Deze wordt aangeboden op 28 april. Mocht één dossier worden aangehouden in het besluitvormingsproces verzoeken wij u niet alle vier de dossiers tot die tijd aan te houden. Er zal aandacht moeten blijven voor de eigenheid van de afzonderlijke GR-en. Zienswijzen gemeenschappelijke regelingen ODZOB, GGD en VRBZO Wij verwachten van de GR regelingen goede onderlinge synergie in de bijdrage aan de opgaven van de Omgevingswet en outcome op door gemeente Eindhoven in de Omgevingsvisie (juni 2020) vastgestelde doelen “Gezonde en toekomstbestendige stad” en “Sociaal en inclusief’’. Met blijvende aandacht voor optimalisering van efficiency, en de raad te informeren over wat daartoe is gedaan en wordt bereikt. Specifieke aandachtspunten per gemeenschappelijke regeling • GGD-BZO: In de begroting 2022 is aangegeven dat financiële gevolgen van de Coronabestrijding niet meegenomen worden vanwege onzekerheden over de herstelwerkzaamheden en de vergoeding daarvan al dan niet door het Rijk. Door de Coronacrisis is ook vertraging opgelopen in het verloop van de bestuursopdracht.

Daarnaast worden er in de loop van 2021 aanpassingen in de gemeenschappelijke bijdrage verwacht. Hierdoor volgen er mogelijk begrotingswijzigingen. • VRBZO: Visie 2025 De vaststelling van deze begroting vindt parallel plaats aan de vaststelling van de Visie VRBZO 2025. De visie is integraal onderdeel van de begroting. Vóórdat de visie is vastgesteld, wordt de begroting aangeboden aan gemeenten voor een zienswijzeprocedure. De formele vaststelling van de begroting vindt plaats nadat de visie is vastgesteld. Er vindt geen zienswijzetraject plaats voor de Visie. De raad is in de gelegenheid gesteld vragen te stellen over de visie in de A-avond op 2 februari jl. • MRE: Geen specifiek aandachtspunt. • ODZOB: rekenkamer onderzoek naar doelmatigheid Het AB van de ODZOB heeft in september 2020 unaniem besloten de conclusies en aanbevelingen van het rekenkameronderzoek over te nemen en uit te werken in een plan van aanpak. In maart 2021 heeft het AB van de ODZOB het plan van aanpak vastgesteld. Dat zal in 2021 en volgende jaren worden geïmplementeerd.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743911/1