Nieuwe beslissing op bezwaar geanonimiseerd
Tekst van het document
Retouradres Postbus 90150, 5600 RB Eindhoven 5.1.2e 5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
EINDHOVEN
gemeente Eindhoven Sector Veiligheid, Juridische Zaken en Bestuur Afdeling Juridische Zaken Behandeld door 5.1.2e 5.1.2e
Telefoon 5.1.2e Uw kenmerk Ons kenmerk 5.1.2e 28 oktober 2024
Betreft: beslissing op bezwaar n.a.v. tussenuitspraak
Geachte 5.1.2e
,
Aanleiding Naar aanleiding van de tussenuitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 oktober 2024 inzake uw beroep gericht tegen de beslissing op bezwaar van 2 augustus 2023, verzonden op 21 september 20231, berichten wij u als volgt. Onze beslissing Wij hebben besloten: uw bezwaar ontvankelijk te verklaren; de beslissing op bezwaar van 2 augustus 2023, verzonden op 21 september 2023, in te trekken en thans een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen2; uw bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren voor zover niet per zelfstandig onderdeel van een document – ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd – is beoordeeld of het belang van geheimhouding opweegt tegen het belang van – in dit geval – de economische of financiële belangen van de gemeente Eindhoven, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen en het voorkomen van onevenredige benadeling van de gemeente Eindhoven (het goed functioneren van de gemeente Eindhoven)3; de geheimhouding inzake het document “Raadsvoorstel en ontwerpraadsbesluit uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021, alsmede het herziene ontwerpraadsbesluit van 30 november 2021, inclusief nadere
1
De betreffende beslissing op bezwaar had betrekking op het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 26 november 2021 tot geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” / ons besluit van 30 november 2021 tot bekrachtiging van de geheimhouding ten aanzien van deze stukken. 2 Er is – met in achtneming van de tussenuitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 oktober 2024 – besloten de beslissing op bezwaar van 2 augustus 2023, verzonden op 21 september 2023, in te trekken en thans een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Alhoewel de beslissing op bezwaar niet op alle onderdelen wijzigt is er toch toe besloten de beslissing op bezwaar van 2 augustus 2023, verzonden op 21 september 2023, in te trekken en een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen , zodat in één document de beslissing op bezwaar duidelijk is en daartoe niet tevens voor een nadere motivering naar een aanvullend document verwezen hoef te worden. 3 Met de kanttekening dat met de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei 2022, de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is komen te vervallen en de Gemeentewet is gewijzigd en de grondslag van de geheimhouding thans is gelegen in artikel 87, 88 en 89 van de Gemeentewet juncto artikel 5.1, tweede lid onder b, e en i, van de Woo.
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5611 EM Eindhoven www.eindhoven.nl
Postadres Postbus 90150 5600 RB Eindhoven gemeente@eindhoven.nl Telefoon 14 040
Ons kenmerk 5.1.2e
-
-
-
-
-
toelichting” op te heffen voor wat betreft het daarin op pagina 2, 4 en 6 genoemde minimale uitkoopbedrag; de geheimhouding inzake het document “Commissienotitie uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021” op te heffen voor wat betreft de daarin op pagina 4 genoemde verhuiskostenvergoeding en het daarin op pagina 4 genoemde minimale uitkoopbedrag (voor wat betreft het op pagina 1 genoemde maandelijks huurbedrag wordt geheimhouding niet opgeheven, in de tussenuitspraak is de motivering daartoe akkoord bevonden); de geheimhouding inzake het document “PowerPointpresentatie uitkoopregeling woonboten De Hurk (november 2021) d.d. 21 oktober 2021” op te heffen voor wat betreft de daarin op pagina 3, 5, 6 genoemde personen/persoonsgegevens, op te heffen voor wat betreft het daarin op pagina 14 genoemde minimale uitkoopbedrag (voor wat betreft het op pagina 10 genoemde maandelijks huurbedrag wordt geheimhouding niet opgeheven, in de tussenuitspraak is de motivering daartoe akkoord bevonden); de geheimhouding inzake het document “Commissieadvies uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 17 november 2021” op te heffen voor wat betreft het daarin op pagina 1 genoemde minimale uitkoopbedrag; de geheimhouding inzake het document “Analyse scenario's woonboten d.d.
15 juni 2021” op te heffen, met uitzondering van de daarin op pagina 1 en 4 genoemde personen, zijnde de opstellers van het document; voor het overige ongegrond te verklaren onder aanpassing van de grondslag gelet op de inwerkingtreding van de Wet open overheid (het komen te vervallen van de Wet openbaarheid van bestuur) en de wijziging van de Gemeentewet.
Dit met inachtneming van ons besluit van 29 november 2022. Op 29 november 2022 hebben wij immers besloten de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk op te heffen. Hiermee is grotendeels aan uw verzoek tot beëindiging/opheffing geheimhouding – en daarmee ook grotendeels aan uw bezwaar – tegemoet gekomen. Dit, tevens, met inachtneming van de tussenuitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 oktober 2024 inzake uw beroep gericht tegen de beslissing op bezwaar van 2 augustus 2023, verzonden op 21 september 20234. Dit, daarnaast, met inachtneming dat het aspect tijdsverloop een rol speelt bij het al of niet opheffen van de geheimhouding. Gaandeweg de zoektocht om met woonbootbewoners tot een minnelijke oplossing te komen – een “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” – is steeds meer informatie voor wat betreft de onderhandelingsruimte met de woonbootbewoners gedeeld en is deze ook publiekelijk geworden. Een voorbeeld daartoe is de in de tussenuitspraak genoemde brief van 14 december 2023, waarin het minimale uitkoopbedrag is vermeld. De tussenuitspraak en het aspect tijdsverloop hebben er toe geleid de geheimhouding te heroverwegen met als resultaat onderhavige beslissing op bezwaar waarin de geheimhouding gedeeltelijk (thans nog meer als in het besluit van 29 november 2022) is opgeheven.
4 De betreffende beslissing op bezwaar had betrekking op het besluit van het college van
burgemeester en wethouders van 26 november 2021 tot geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” / ons besluit van 30 november 2021 tot bekrachtiging van de geheimhouding ten aanzien van deze stukken.
2
Ons kenmerk B 5.1.2e
Wat betekent dit voor u? Dit betekent dat met onderhavige beslissing op bezwaar de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” – weliswaar niet in het geheel, maar wel ten aanzien van meer onderdelen dan in het besluit van 29 november 2022 – gedeeltelijk is opgeheven. Hiermee is grotendeels aan uw verzoek tot beëindiging/ opheffing geheimhouding – en daarmee ook grotendeels aan uw bezwaar – tegemoet gekomen. Op de onderdelen waarop de geheimhouding nog steeds van toepassing is, heeft de rechtbank in haar tussenuitspraak reeds overwogen dat de geheimhouding daarvan (nog steeds) terecht is (zie daartoe rechtsoverweging 11 en 12 van de tussenuitspraak). De onderhavige beslissing op bezwaar verschilt op die onderdelen zodoende niet met de beslissing op bezwaar van 2 augustus 2023, verzonden op 21 september 2023, zodat wij thans ook in onderhavige beslissing op bezwaar hebben besloten de geheimhouding op die onderdelen in stand te laten en zodoende geheimhouding niet te beëindigen / op te heffen (onder aanpassing van de grondslag gelet op de inwerkingtreding van de Wet open overheid (het komen te vervallen van de Wet openbaarheid van bestuur) en de wijziging van de Gemeentewet).
Concreet betekent dit – voor wat betreft de stukken waarop geheimhouding betrekking heeft – dat alsnog per zelfstandig onderdeel van een document de geheimhouding daarop is beoordeeld. Voor zover daarin informatie zwart is gelakt met daarachter letters ‘EFB’, dan blijft de informatie geheim op grond van artikel 5.1, tweede lid onder b van de Woo. Voor zover informatie zonder nadere omschrijving zwart is gelakt, dan betreft dit een persoonsgegeven of persoonsgebonden contactgegeven en blijft de informatie geheim op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder e van de Woo. Voor zover informatie zwart is gelakt met daarachter de letters ‘GF’, dan blijft de informatie geheim op grond van artikel 5.1, tweede lid, onder i van de Woo. Voor de opnieuw beoordeelde stukken wordt verwezen naar de bijlage van onderhavige beslissing op bezwaar. Waarom nemen wij dit besluit? Procesverloop Bij besluit van 26 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders geheimhouding opgelegd ten aanzien van de onderstaande stukken die aan ons zijn overgelegd: a. B&W-omslag Uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021; b. Raadsvoorstel en ontwerpraadsbesluit uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021; c. Commissienotitie uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021; d. Analyse scenario's woonboten d.d.
15 juni 2021; e. PowerPointpresentatie uitkoopregeling woonboten De Hurk (november 2021) d.d. 21 oktober 2021; f. Commissieadvies uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 17 november 2021. Bij besluit van 30 november 2021 hebben wij het besluit van 26 november 2021 van het college van burgemeester en wethouders – waarin geheimhouding is opgelegd ten aanzien van deze stukken die zij aan ons hebben overgelegd – aangepast bekrachtigd: a. B&W-omslag Uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021;
3
Ons kenmerk 5.1.2e
b.
c. d. e. f.
Raadsvoorstel en ontwerpraadsbesluit uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk d.d. 26 november 2021, alsmede het herziene ontwerpraadsbesluit van 30 november 2021, inclusief nadere toelichting; Commissienotitie uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 11 oktober 2021; Analyse scenario's woonboten d.d. 15 juni 2021; PowerPointpresentatie uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 21 oktober 2021; Commissieadvies uitkoopregeling woonboten De Hurk d.d. 17 november 2021.
Op 9 december 2021 heeft u een bezwaarschrift5 ingediend en bij brief van 17 december 2021 hebben wij de ontvangst van uw bezwaarschrift bevestigd en u in de gelegenheid gesteld uw bezwaar toe te lichten tijdens een hoorzitting. Naar aanleiding van uw bezwaarschrift is op 28 april 2022 een hoorzitting geweest. U was daarbij aanwezig. Namens de gemeenteraad van Eindhoven was 5.1.2e 5.1.2e (verweerder) aanwezig. Het horen heeft plaatsgevonden door 5.1.2e 5.1.2e , werkzaam als jurist bezwaar en beroep bij de gemeente Eindhoven. Bij brief van 2 augustus 2023, verzonden op 21 september 2023, hebben wij op uw bezwaar beslist. Hiertegen heeft u beroep bij de rechtbank Oost-Brabant ingesteld. Op 17 oktober 2023 heeft de rechtbank Oost-Brabant een tussenuitspraak gedaan. Naar aanleiding van de tussenuitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 oktober 2024 inzake uw beroep gericht tegen de beslissing op bezwaar van 2 augustus 2023, verzonden op 21 september 20236, is onze beslissing op bezwaar thans als volgt. Ontvankelijkheid Uw bezwaarschrift is binnen de termijn, als bedoeld in de artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingediend. Uw bezwaarschrift voldoet ook voor het overige aan de in de Awb gestelde eisen met betrekking tot de ontvankelijkheid.
Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen in de uitspraak van 23 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3140), zijn besluiten tot het opleggen van geheimhouding (en tot het weigeren van de opheffing daarvan) primair gericht tot de leden van de raad. Deze besluiten hebben voor hen rechtsgevolgen. In zijn algemeenheid is echter niet uit te sluiten dat er personen of rechtspersonen zijn die een zodanige betrokkenheid hebben bij stukken waarvan geheimhouding is opgelegd, dat zij door deze besluiten rechtstreeks in hun belangen worden geraakt en zij daarom belanghebbende daarbij zijn.7 Ook in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 26 oktober 2005 (ECLI:NL:RVS:2005:AU5002) heeft de 5
Bezwaar is gericht tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 26 november 2021 tot geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk”. In ons (gemeenteraad) besluit van 30 november 2021 hebben wij de geheimhouding ten aanzien van deze stukken bekrachtigd. Het bezwaar is door ons – mede gelet op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 mei 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1809) – opgevat als zijnde tevens gericht tegen ons besluit van 30 november 2021 waarin wij (gemeenteraad) de geheimhouding ten aanzien van deze stukken hebben bekrachtigd. Gelet op de inhoud van het bezwaar – o.a. het verzoek om geheimhouding op te heffen – is het bezwaar aan ons (gemeenteraad) voorgelegd om daarop te beslissen aangezien enkel wij (gemeenteraad) de geheimhouding kunnen opheffen. 6 De betreffende beslissing op bezwaar had betrekking op het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 26 november 2021 tot geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” / ons besluit van 30 november 2021 tot bekrachtiging van de geheimhouding ten aanzien van deze stukken. 7 Vgl. de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 5 december 2018; ECLI:NL:RVS:2018:3991.
4
Ons kenmerk 5.1.2e
Afdeling niet uitgesloten dat er, behalve gemeenteraadsleden en anderen op wie de geheimhoudingsplicht is komen te rusten, personen zijn, die een zodanige betrokkenheid kunnen hebben bij stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd, dat zij door het geheimhoudingsbesluit rechtstreeks in hun belangen worden geraakt. Wij zijn van oordeel dat van een dergelijke betrokkenheid van u als eigenaar c.q. bewoner van een woonboot bedrijventerrein De Hurk is gebleken en u zich daarmee onderscheidt van anderen en daarmee een specifiek belang heeft bij het door u bestreden besluit. U wordt zodoende aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb. Op grond van het voorgaande dient uw bezwaarschrift ontvankelijk te worden verklaard en gaan wij over tot een inhoudelijke behandeling van uw bezwaar.
Inhoud bezwaar U heeft in uw bezwaarschrift de volgende bezwaargronden naar voren gebracht: “de geheimhouding is geschonden in bijeenkomst uitkoopregel;ing woonbootbewoners de hurk op 2 december 2021 is door 5.1.2e , 5.1.2e de geheimhouding geschonden door scenario 3= en stukje scenario 2 aan de orde te brengen en document uit te delen, hetgeen "een misdrijf " is volgens uw stukken op grond van deze handelingen verzoek ik u de gehele geheimhouding op te heffen en de stukken ter beschikking te stellen en het misdrijf de betrokken personen niet aan te rekenen.” Tevens heeft u een bijlage meegestuurd. Juridisch kader Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 26 november 2021 tot geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” / ons besluit van 30 november 2021 tot bekrachtiging van de geheimhouding ten aanzien van deze stukken, is genomen op grond van artikel 25 van de Gemeentewet (oud) en het daarin genoemde artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (oud). Met de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei 2022, is de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) komen te vervallen. De uitzonderingen ten opzichte van het openbaar maken van informatie zijn thans geregeld in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Woo. Daar komt bij dat per 1 april 2023 artikel 25 van de Gemeentewet is komen te vervallen.
Geheimhouding is thans geregeld in artikel 87, 88 en 89 van de Gemeentewet. Wij zullen de gevolgen daarvan – voor het thans bestreden besluit – hierna in onderhavige beslissing op bezwaar bespreken. Overwegingen Hierna kunt u lezen hoe wij tot onderhavige beslissing op bezwaar zijn gekomen. Ten aanzien van uw bezwaarschrift waarin u stelt dat de geheimhouding ten aanzien van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk”
5
Ons kenmerk BZ-21-1155-001
gedeeltelijk is geschonden en u zodoende verzoekt de gehele geheimhouding op te heffen en de overige geheime stukken ter beschikking te stellen, overwegen wij als volgt. Wij merken hiertegen op dat ons besluit van 30 november 2021 aan de orde is waarin wij het besluit van 26 november 2021 van het college van burgemeester en wethouders – waarin geheimhouding is opgelegd ten aanzien van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” die zij aan ons hebben overgelegd – aangepast hebben bekrachtigd. Aan de orde is zodoende niet of er al dan niet sprake is van schending van de geheimhouding. Voor zover u met uw bezwaarschrift stelt dat de geheimhouding is geschonden ten aanzien van een deel van de documenten waarop geheimhouding ligt / lag en dit de reden is om bezwaar te maken tegen het besluit tot geheimhouding, overwegen wij als volgt. Wij zijn van mening dat hiermee niet zozeer bezwaar wordt gemaakt tegen het opleggen van geheimhouding en de bekrachtiging van de geheimhouding, maar een verzoek is om geheimhouding op te heffen voor het geheel aangezien volgens u de geheimhouding reeds gedeeltelijk is geschonden.
Deze rechtsvraag – verzoek om beëindiging/opheffing geheimhouding – is naar aanleiding van uw Wob-verzoek van 29 november 2021 reeds aan de orde geweest in het Raadsvoorstel “Verzoek om opheffing geheimhouding stukken met betrekking tot Uitkoopregeling 2022 woonboten bedrijventerrein De Hurk” van 21 januari 2022. Het verzoek om beëindiging/opheffing van de geheimhouding is door ons op 8 maart 2022 afgewezen en daarin is (onder andere) als volgt overwogen: “(…) Er wordt geen aanleiding gezien om de betreffende geheimhouding thans (gedeeltelijk) op te heffen. De belangen uit artikel 10 van de Wob die in het raadsbesluit van 30 november 2021 ten grondslag zijn gelegd aan het besluit tot bekrachtiging van de geheimhouding zijn op dit moment nog altijd aan de orde. Zo lopen de onderhandelingen met de woonbootbewoners nog. Opheffing van de geheimhouding zou deze onderhandeling kunnen vertragen of anderszins frustreren en zou daarnaast de onderhandelingspositie van de gemeente nadelig kunnen beïnvloeden. Met dit laatste wordt gedoeld op de hiervoor genoemde onderhandelingen, maar ook op toekomstige onderhandelingen. Bescherming van de financiële en economische belangen van de gemeente en het voorkomen van onevenredige benadeling van de gemeente Eindhoven, door de geheimhouding voort te laten duren, is dus nog steeds nodig.
Hetzelfde geldt voor de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de personen, ten aanzien van hun persoonsgegevens voor zover die in de stukken zijn opgenomen. De motivering die in het raadsbesluit 30 november 2021 is opgenomen, geldt voor de betreffende geheime stukken dus nog onverkort.” Op uw verzoek in uw bezwaar van 9 december 2021 – om beëindiging/opheffing geheimhouding – is zodoende bij ons besluit op 8 maart 2022 reeds beslist.
6
Ons kenmerk BZ-21-1155-001
Daar komt bij dat wij op 29 november 2022 hebben besloten de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk op te heffen. Hiermee is inmiddels grotendeels aan uw verzoek tot beëindiging/opheffing geheimhouding en daarmee ook grotendeels aan uw bezwaar tegemoet gekomen. Daar komt tevens bij de tussenuitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 oktober 2024 en het aspect tijdsverloop. Met in achtneming van de betreffende tussenuitspraak en het aspect tijdsverloop hebben wij besloten de geheimhouding gedeeltelijk (weliswaar niet in het geheel, maar wel ten aanzien van meer onderdelen dan in het besluit van 29 november 2022) op heffen. Gaandeweg de zoektocht om met woonbootbewoners tot een minnelijke oplossing te komen – een “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” – is steeds meer informatie voor wat betreft de onderhandelingsruimte met de woonbootbewoners gedeeld en is deze ook publiekelijk geworden. Een voorbeeld daartoe is de in de tussenuitspraak genoemde brief van 14 december 2023, waarin het minimale uitkoopbedrag is vermeld. De tussenuitspraak en het aspect tijdsverloop hebben er zodoende toe geleid de geheimhouding te heroverwegen met als resultaat onderhavige beslissing op bezwaar waarin de geheimhouding gedeeltelijk (thans nog meer als in het besluit van 29 november 2022) is opgeheven.
Daar waar de geheimhouding op onderdelen niet wordt opgeheven zijn de uitzonderingen de economische of financiële belangen van de gemeente Eindhoven, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen en het voorkomen van onevenredige benadeling van de gemeente Eindhoven en de motiering nog steeds aan de orde en de motivering daartoe ook nu nog steeds aan de orde. Daarbij merken wij op dat met de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei 2022, de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is komen te vervallen. Wij zullen de gevolgen daarvan – voor het thans bestreden besluit – hierna in onderhavige beslissing op bezwaar bespreken. Wij zijn met u van mening dat per zelfstandig onderdeel van een document moet worden beoordeeld of het belang van geheimhouding opweegt tegen het belang van – in dit geval – de economische of financiële belangen van de gemeente Eindhoven, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen en het voorkomen van onevenredige benadeling van de gemeente Eindhoven.8 In de bijlage van onderhavige beslissing op bezwaar is dit alsnog gedaan. Voor zover daarin informatie zwart is gelakt met daarachter de letters ‘EFB’, dan blijft de informatie geheim op grond van artikel 5.1, tweede lid onder b, van de Woo.
Ingevolge het betreffende artikel is het verstrekken van informatie niet mogelijk als het belang niet opweegt tegen de economische en financiële belangen van de staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om informatie die de privaatrechtelijke verhouding met een burger negatief kan beïnvloeden, zoals bij onderhandelingen tussen de overheid en derden. In onderhavige situatie gaat het ook om informatie die de privaatrechtelijke verhouding met een burger negatief kan beïnvloeden, namelijk de onderhandelingen tussen de gemeente Eindhoven met de 8
Met de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei 2022, is de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) komen te vervallen. Wij zullen de gevolgen daarvan - voor het thans bestreden besluit - hierna in onderhavige beslissing op bezwaar bespreken.
7
Ons kenmerk BZ-21-1155-001
woonbootbewoners (waaronder ook u) over een uitkoopregeling. Daar waar in de stukken informatie zwart is gelakt met daarachter de letters ‘EFB’ gaat het dan ook om informatie die de privaatrechtelijke verhouding met een burger negatief kan beïnvloeden, daarin is namelijk sprake van informatie ten behoeve van de onderhandelingen tussen de gemeente Eindhoven met de woonbootbewoners (waaronder ook u) over een uitkoopregeling, zodat de geheimhouding op betreffende onderdelen terecht is opgelegd en de geheimhouding terecht niet is beëindigd/opgeheven. Voor zover informatie zonder nadere omschrijving zwart is gelakt, dan betreft dit een persoonsgegeven of persoonsgebonden contactgegeven en blijft de informatie geheim op grond van artikel 5.1, tweede lid onder e, van de Woo. Ingevolge het betreffende artikel wordt informatie niet verstrekt als de persoonlijke levenssfeer van één of meer natuurlijke personen in het geding is en de eerbiediging daarvan zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid, tenzij de betrokken persoon instemt met openbaarmaking. Deze uitzonderingsgrond slaat op persoonsgegevens die (indirect) te herleiden zijn tot een individu, zoals namen, e-mailadressen, telefoonnummers en functienamen.
Vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap kunnen voor het beschermen van de persoonlijke levenssfeer of voor het voorkomen van onevenredige benadeling de namen van ambtenaren op grond van deze uitzonderingsgrond niet worden verstrekt. Voor personen die niet bij de overheid werken, is per geval een afweging nodig of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zich verzet tegen het openbaar maken van hun persoonsgegevens. Daar waar in de stukken informatie zonder nadere omschrijving zwart is gelakt gaat het om namen en telefoonnummers van ambtenaren en functienamen of gaat het om namen van personen die geen publieke functie hebben en niet wegens hun functie in de openbaarheid treden en/of die ook niet in de Kamer van Koophandel met hun namen worden genoemd, zodat de geheimhouding op betreffende onderdelen terecht is opgelegd en de geheimhouding terecht niet is beëindigd/ opgeheven. Voor zover informatie zwart is gelakt met daarachter de letters ‘GF’, dan blijft de informatie geheim op grond van artikel 5.1, tweede lid onder i, van de Woo. Ingevolge het betreffende artikel is het verstrekken van informatie niet mogelijk als het belang daarvan niet opweegt tegen het goed functioneren van de staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen.
Dat is ook het geval als bij het oplossen van een probleem door het bestuursorgaan met derden of een ander bestuursorgaan de vertrouwelijkheid als voorwaarde voor het goed functioneren van het bestuursorgaan is vereist. Situaties waarvoor deze uitzonderingsgrond opgaat zijn bijvoorbeeld interne en externe onderzoeken waarbij vertrouwelijkheid is toegezegd, het goed functioneren van de raad (of een commissie), de noodzaak van vertrouwelijkheid van beraad binnen colleges en adviesinstanties en de procespositie in (te verwachten) gerechtelijke procedures. In onderhavige situatie gaat het om de situaties intern onderzoek waarbij vertrouwelijkheid is toegezegd, het goed functioneren van de raad (of een commissie), de noodzaak van vertrouwelijkheid van beraad binnen colleges en adviesinstanties en de procespositie in (te verwachten) gerechtelijke procedures. Zoals reeds opgemerkt is er sprake van onderhandelingen tussen de gemeente Eindhoven met de woonbootbewoners (waaronder ook u) over een uitkoopregeling. Daar waar in de stukken informatie zwart is gelakt met daarachter de letters ‘GF’ gaat het om informatie die van invloed is op het goed functioneren van de gemeente Eindhoven, daarin is namelijk sprake van onderzoek ten behoeve van een uitkoopregeling, zodat de
8
Ons kenmerk 5.1.2e
geheimhouding op betreffende onderdelen terecht is opgelegd en de geheimhouding terecht niet is beëindigd/opgeheven. Daar waar in de stukken informatie zwart is gelakt, is de motivering zodoende nagenoeg gelijk aan die van in het door u bestreden besluit9: “(…) Dit omdat het belang van openbaarmaking, onder meer bestaande uit het recht op vrijheid van meningsuiting van raadsleden en het belang van een openbaar democratisch besluitvormingsproces, in dit concrete geval niet opweegt tegen de economische of financiële belangen van de gemeente Eindhoven, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van natuurlijke personen en het voorkomen van onevenredige benadeling van de gemeente Eindhoven. Deze belangen worden beschermd door artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, e en g van de Wob. Zo bevatten de stukken schattingen, uitgangspunten en beleidsmatige en financiële overwegingen van de gemeente Eindhoven. Dit betekent dat kennisneming van die stukken door derden inzichten verschaft, waarmee de onderhandelingspositie van de gemeenten in de toekomst onder druk komt te staan dan wel wordt geschaad. Derden kunnen immers, met kennisneming van die stukken, hun onderhandelingspositie ten opzichte van die gemeenten daarop afstemmen.
Verder zou het openbaar worden van de inhoud van de stukken de voortgang ten aanzien van dergelijke toekomstige financiële afwikkelingen kunnen belemmeren, wat tot een onevenredige benadeling van de gemeente kan leiden. Voor zover er in de stukken gegevens zijn opgenomen over natuurlijke personen die op zichzelf dan wel in combinatie zijn te herleiden tot één persoon, geldt er ook geheimhouding ten aanzien van die gegevens. Dit ter eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die natuurlijke personen, welk belang in beginsel zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking van die gegevens. (…)” Van Wob naar Woo & wijziging Gemeentewet Wij merken op dat met de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei 2022, de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is komen te vervallen. Voor zover in het voorgaande de (bekrachtiging van de) geheimhouding is gebaseerd op artikel 25 Gemeentewet juncto artikel 10, tweede lid, aanhef onder b, e, en g van de Wob, merken wij het volgende op. 9
Met de kanttekening dat met de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) op 1 mei 2022, de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) is komen te vervallen en de grondslag van de geheimhouding thans is gelegen in artikel 25 van de Gemeentewet juncto artikel 5.1, tweede lid onder b, e en i van de Woo.
9
Ons kenmerk 5.1.2e
Per 1 mei 2022 is artikel 25 van de Gemeentewet als volgt gewijzigd: “In artikel 25, eerste en tweede lid, wordt «artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur» telkens vervangen door: artikel 5.1 van de Wet open overheid.” In het door u bestreden besluit is artikel 25 Gemeentewet juncto artikel 10, tweede lid, aanhef onder b, e, en g van de Wob als grondslag gebruikt. Artikel 25 van de Gemeentewet is, zoals hiervoor aangegeven, gewijzigd en artikel 10 van de Wob is komen te vervallen en vervangen door artikel 5.1 van de Woo. Hierna kunt u lezen wat dit voor onderhavige beslissing op bezwaar betekent. Alvorens wij daartoe overgaan merken wij op dat per 1 april 2023 artikel 25 van de Gemeentewet is komen te vervallen. Geheimhouding is thans geregeld in artikel 87, 88 en 89 van de Gemeentewet. Ten aanzien van uw bezwaarschrift waarin u ons verzoekt de gehele geheimhouding op te heffen en de overige geheime stukken ter beschikking te stellen, merken wij op dat de wijziging van de Gemeentewet daarin geen verandering heeft, namelijk dat wij – net als onder artikel 25 Gemeentewet (oud) – het aan ons is om de geheimhouding al dan niet op te heffen. Economische of financiële belangen van de gemeente Eindhoven Artikel 10, tweede lid aanhef en onder b, van de Wob is vervangen door artikel 5.1, tweede lid onder b, van de Woo.
Er is geen inhoudelijk verschil tussen de artikelen, zodat de inwerkingtreding van de Woo op 1 mei 2022 – en daarmee het komen te vervallen van de Wob – niet van invloed is op het thans bestreden besluiten dan enkel het benoemen van de gewijzigde grondslag in onderhavige beslissing op bezwaar. Eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer Artikel 10, tweede lid aanhef en onder e, van de Wob is vervangen door artikel 5.1, tweede lid onder e, van de Woo. Er is geen inhoudelijk verschil tussen de artikelen, zodat de inwerkingtreding van de Woo op 1 mei 2022 – en daarmee het komen te vervallen van de Wob – niet van invloed is op het thans bestreden besluiten dan enkel het benoemen van de gewijzigde grondslag in onderhavige beslissing op bezwaar. Het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling Voor wat betreft artikel 10, tweede lid aanhef en onder g, van de Wob is er daarentegen wel een verschil. De Woo stelt daartoe in de plaats de volgende uitzonderingsgronden: 1. Bescherming van andere dan vertrouwelijk aan de overheid verstrekte concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens (artikel 5.1, tweede lid onder f, van de Woo); 2. De bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft (uitgezonderd milieu-informatie) (artikel 5.1, tweede lid onder g, van de Woo); 3.
De beveiliging van personen of bedrijven en het voorkomen van sabotage (uitgezonderd milieu-informatie) (artikel 5.1, tweede lid onder h, van de Woo); 4. Het goed functioneren van de staat (…) of bestuursorganen (artikel 5.1, tweede lid onder i, van de Woo). Voor wat betreft artikel 10, tweede lid aanhef en onder g, van de Wob stelt de Woo (uitgezonderd milieu-informatie) ook nog artikel 5.1. vijfde lid, van de Woo in de plaats. Anders dan onder de Wob kan onder de Woo alleen in uitzonderlijke gevallen nog een beroep op deze uitzonderingsgrond (artikel 5.1. vijfde lid, van de Woo) worden gedaan. Tevens kan deze uitzonderingsgrond niet naast een andere uitzonderingsgrond
10
Ons kenmerk 5.1.2e
(aanvullend) worden toegepast. Van belang is zodoende hoe in het thans bestreden besluit toepassing is gegeven aan artikel 10, tweede lid aanhef en onder g, van de Wob. Artikel 10, tweede lid aanhef en onder g, van de Wob is in het thans bestreden besluit als volgt gemotiveerd: “Verder zou het openbaar worden van de inhoud van de stukken de voortgang ten aanzien van dergelijke toekomstige financiële afwikkelingen kunnen belemmeren, wat tot een onevenredige benadeling van de gemeente kan leiden.” Wij zijn van mening de betreffende grondslag in het door u bestreden besluit, namelijk artikel 10, tweede lid aanhef en onder g, van de Wob, gelet op de toepassing in het thans bestreden besluit vervangen kan worden door artikel 5.1, tweede lid onder i, van de Woo. Conclusie Op 29 november 2022 hebben wij besloten de geheimhouding van stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” gedeeltelijk op te heffen. Hiermee is grotendeels aan uw verzoek tot beëindiging/opheffing geheimhouding en daarmee ook grotendeels aan uw bezwaar tegemoet gekomen. Daar komt bij de tussenuitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 17 oktober 2024 en het aspect tijdsverloop.
Met in achtneming van de betreffende tussenuitspraak en het aspect tijdsverloop hebben wij thans besloten de geheimhouding gedeeltelijk (weliswaar niet in het geheel, maar wel ten aanzien van meer onderdelen dan in het besluit van 29 november 2022) op heffen. Beroepsmogelijkheid Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na verzenddatum van deze brief hiertegen schriftelijk beroep instellen bij de rechtbank Oost-Brabant, sector bestuursrecht, postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Naast dit beroepschrift kunt u, indien u een spoedeisend belang heeft, bij de voorzieningenrechter van de rechtbank eventueel een verzoek om voorlopige voorziening indienen. Zowel voor het instellen van beroep als voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening bent u griffierecht verschuldigd. Hoogachtend, de gemeenteraad,
J. Jongbloed, griffier
Bijlage: stukken betreffende de “Uitkoopregeling woonboten bedrijventerrein De Hurk” (per zelfstandig onderdeel beoordeeld).
11
Ons kenmerk 5.1.2e
I.a.a. 5.1.2e
(digitaal)
5.1.2e
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1, 2, 3, 4, 5, 9, 10, 11, 12