Nagekomen technische vragen jaarrekening 2024
Tekst van het document
Nagekomen technische vragen jaarstukken 2024 Paginanr.
Paginanr.
Onderwerp
Fractie
Vraag
Antwoord
boekwerk/pdf website Programma 2c Sociale stad 49
Sociaal minimum
GL
Hoeveel inwoners hebben een inkomen tot 121% van het sociaal minimum? En hoeveel kinderen leven in een huishouden met een inkomen tot 121% van het sociaal minimum?
Het aantal Eindhovense inwoners tm 120% van het sociaal minimum is: 23.000. Het aantal kinderen in deze huishoudens is: 4.200 (Bron: CBS, over jaar 2023).
49
Sociaal minimum
GL
Het aantal huishoudens met een inkomen tot 101% van het sociaal minimum lijkt jaarlijks licht te stijgen. Wat zijn daar de oorzaken van? In hoeverre stijgt de armoede in Eindhoven?
Het aantal huishoudens tot 101% van het sociaal minimum stijgt licht en is nu in Eindhoven weer op het niveau van 2020 (Bron: CBS, over jaar 2023). Het is gissen naar de oorzaak. Door de jaren heen kan een stijging veroorzaakt worden door maatschappelijke factoren, zoals werkeloosheid, koopkracht, economie en persoonlijke situaties van inwoners. De armoede in Eindhoven lijkt te dalen. Volgens de nieuwe methodiek van het Nibud/CBS/SCP om armoede te meten, leeft 4.1% van de inwoners in Eindhoven in armoede (2023). Dit is een daling ten opzichte van 2022. Toen was het aandeel in Eindhoven 4,4% (Bron: CBS, berekening volgens nieuwe methode, 2024 nog niet beschikbaar).
50
Individueel Bijzondere Bijstand
GL
Er zijn minder mensen die afgelopen jaar Individueel Bijzondere Bijstand (IBB) hebben ontvangen. Hoeveel aanvragen voor IBB zijn er gedaan in 2023 en hoeveel in 2024? Hoe komt het dat het aantal verstrekkingen lager ligt dan vorig jaar (is daar strenger op gekeken)? En op basis van welke criteria wordt bepaald of IBB een lening of gift is?
Er is geen verklaring dat het aantal inwoners dat Individuele Bijzondere Bijstand heeft ontvangen licht gedaald is ten opzichte van het jaar 2023. De daling is een landelijke trend die al een aantal jaren zichtbaar is, blijkt uit cijfers van het CBS die t/m 2023 bekend zijn. Het aantal aanvragen voor IBB 2023/2024 staan niet in het dashboard en kunnen we op dit moment niet aanleveren. We werken er aan deze cijfers hierin wel zichtbaar te maken. Dat het aantal verstrekkingen lager ligt, is niet door een strengere beoordeling. Er is juist soepeler gekeken door de invoering van de omgekeerde toets. Lening of gift is per kostensoort vastgelegd in het beleid. Medewerkers volgen deze richtlijnen.
Programma 3a Woningbouw en fijne wijken 74 Wonen en Bouwen: onder projecten: incidenteel afwijking van -5.926, toelichting minder uren geschreven op projecten dan geraamd
GL
Technisch gevraagd: bedrag komt concernbreed naar voren, diverse afdelingen. Vraag: Kan er meer inzicht worden gegeven over hoe dit bedrag is opgebouwd? Zoals: -externe inhuur zou geminimaliseerd worden? -welke projecten wordt op voorgeïnvesteerd? -welke projecten gaan niet door/lukken niet?
Kan er meer inzicht worden gegeven over hoe dit bedrag is opgebouwd? Alle uren van ruimtelijke projecten in brede zin (vanuit REO) worden verantwoord op Taakveld 8.3. Het gaat daarbij zowel om de kosten als de dekking van deze kosten. Het verschil is met name ontstaan doordat er minder uren van onder andere inhuur doorbelast is/kon worden aan de projecten. Aangezien de dekking van deze uren gerealiseerd moet worden door deze doorbelasting, ontstaat er een tekort. Op organisatieniveau is er een totaal tekort van € 2,2 miljoen aan totale personeelskosten. Dit tekort is beschreven in paragraaf 3e Bedrijfsvoering (onderdeel Personeelskosten). Van dit tekort heeft € 5,9 miljoen betrekking op projecten vanuit TV 8.3, dat betekent dat op andere personeelsgebonden kosten voordelen worden gehaald. Het tekort van € 5,9 miljoen bestaat in hoofdlijnen uit: Lager tarief doorbelast dan begroot € 3.100.000 Minder uren dan begroot doorbelast € 4.300.000 Minder ingehuurd voor projecten -/- € 2.500.000 Hogere doorberekende personeelskst. etc. € 1.000.000 Totaal € 5.900.000 -externe inhuur zou geminimaliseerd worden? Een van de oorzaken van het tekort is dat voor € 2.500.000 minder dan begroot is ingehuurd op projecten. Hierdoor worden minder uren toegeschreven naar projecten. Een gedeelte van de ingehuurde formatie is ingezet voor werkzaamheden welke niet door worden doorbelast aan projecten.
Een gedeelte van het verschil is dan ook ontstaan doordat er minder uren van onder andere inhuur doorbelast is/kon worden aan de projecten. Een gedetailleerde analyse wordt uitgevoerd op deze afwijking om dergelijke afwijkingen in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. -welke projecten wordt op voor-geïnvesteerd? Vanuit de Sector RPP (waar de meest projecten lopen) is gemeld dat voor een bedrag ad. € 30K (ruim 200 uren) vóór is geïnvesteerd in projecten, dat nog niet is gesaldeerd. Dit is dan ook geen reden van het tekort. -welke projecten gaan niet door/lukken niet? De afwijking heeft grotendeels te maken met een lager tarief dat doorbelast wordt dan begroot. Daarnaast zijn er minder uren doorbelast dan begroot vanuit de inhuur. Er is vooralsnog geen sprake van projecten die niet doorgaan; mogelijk wel van fasering.