Nadere toelichting raadsvoorstel pilot bodycam (1)
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 21bst00117 Beslisdatum 22 januari 2021 Dossiernummer 21.03.103_7.2.1.
Nadere toelichting bij raadsvoorstel Onderwerp: Pilot bodycam.
Wethouder Joost de Jong heeft in uw meningsvormende vergadering op 19 januari 2021 over het raadsvoorstel pilot bodycam toegezegd nadere informatie te verstrekken naar aanleiding van de vragen die in de vergadering zijn gesteld. Bijgaand ontvangt u deze informatie. In het algemeen het volgende. Zoals het raadsvoorstel meldt, doen wij dit voorstel allereerst om de veilgheid(sgevoelens) van de boa te beschermen. Wij realiseren ons volledig dat de raad dit een belangrijk onderwerp vindt, maar dat de privacy van onze inwoners daarbij uiteraard ook een belangrijke rol speelt en aandacht vraagt. Dat delen wij natuurlijk. Wij vinden het daarom belangrijk dat de raad op basis van dit raadsvoorstel een besluit kan nemen over het starten van een pilot voor de uitbreiding van de uitrusting van onze BOA’s met een bodycam. Als de raad een positief besluit neemt over het voorstel dan zullen wij: De raad informeren over de uitkomsten van de DPIA. Het spreekt uiteraard voor zich dat de DPIA positief moet zijn voordat gestart kan worden met de pilot; hiermee borgen wij als gemeente privacy voor inwoners en medewerkers, zoals dit ook bij andere initiatieven gebeurt. De raad informeren over de opdracht aan het onderzoeksbureau dat de pilot uitvoert.
Zodat de raad ook kennis kan nemen (zie in het algemeen hierover ook het raadsvoorstel) welke criteria worden gehanteerd om te komen tot de evaluatie. De raad informeren over de instructie die de BOA’s hebben gekregen voor het gebruik van de bodycam. De raad via een RIB informeren over de uitkomsten van de eindevaluatie van de pilot (zie ook het raadsvoorstel). Als pilot succesvol geëvalueerd wordt, de raad een raadsvoorstel voorleggen voor de definitieve invoering van de bodycam (zie ook het onderdeel ‘kosten’ van het raadsvoorstel).
Inboeknummer
21bst00117
En concreet naar aanleiding van de gestelde vragen. • Hoe kijkt het college naar het de escalerende effect van de bodycam? Uit onderzoek blijkt dat het dragen van een bodycam het de-escalerend vermogen van de drager versterkt. Daarnaast wordt door een merendeel van gebruikers in de verschillende evaluatieonderzoeken aangegeven dat het wijzen op het gebruik van een bodycam door een boa een positieve verandering in gedrag teweeg brengt bij de aangesprokene. • Hebben boa’s een keuze om de bodycam te dragen of wordt het een verplichting? Gedurende de pilot zal het dragen van de bodycam geen verplichting zijn. Er zijn geen signalen dat onze boa’s niet bereid zouden zijn om een bodycam te dragen. • Hoe is het proces van inzage in beelden precies? De personen die in beeld komen zijn geblurd (onherkenbaar). Slechts op last van het Openbaar Ministerie (als er sprake is van aangifte) kunnen de beelden opgevraagd en ontsleuteld worden. Dit moet binnen 30 dagen hierna worden de beelden verwijderd. De beelden kunnen worden gebruikt in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. Dus bijvoorbeeld niet voor het behandelen van klachten waar geen aangifte aan ten grondslag ligt. • Wat is het standpunt over de verminderde benaderbaarheid van boa’s? Het is een kanttekening in het dossier. Er is een enkele keer melding van gemaakt in evaluatieverslagen van andere gemeenten.
Hier zal aandacht aan worden geschonken bij de instructie voor het gebruik en de doorlopende training tijdens het gebruik van de bodycam. Onze boa’s maken nu ook de afweging omtrent effectiviteit en benaderbaarheid. Bijvoorbeeld of zij in uniform of burgerkleding werken. Het voorstel is om dit vertrouwen ten aanzien van de bodycam ook te geven en dit dus bij de boa’s te beleggen. •
Hoe denkt het college over het feit dat een gebrek aan kennis over privacy bij boa’s kan leiden tot agressie (vanwege onrechtmatig filmen)? Wij herkennen het beeld niet dat er een gebrek aan kennis over privacy bij boa’s zou zijn. Bovendien zullen eventuele hiaten in deze kennis geadresseerd worden in de instructie die alle gebruikers van een bodycam krijgen. Het gebruik van de bodycam is slechts toegestaan op publiek toegankelijke plaatsen en kan niet gebruikt worden voor stelselmatige observatie. •
Wat zijn de doelen van de bodycam richting inwoners? Voor boa’s is het helder, voor inwoners niet. De doelstelling is geformuleerd vanuit het belang van de boa dat deze veilig zijn of haar werk kan doen, echter daarnaast blijkt dat beeldmateriaal van een bodycam kan bijdragen aan bewijslast bij aangiftes tegen de boa’s en bij aangiftes door boa’s zelf.
2
Inboeknummer
21bst00117
•
Sluiten we aan bij een protocol van een andere gemeente of bedenken we zelf een protocol? En als we het zelf doen, wat is de rol van de raad daarin? Wij zullen ons eigen protocol opstellen, uiteraard zullen we niet nalaten goede voorschriften uit andere protocollen over te nemen. Indien gewenst kunnen we nadat de keuze voor de apparatuur heeft plaatsgevonden het protocol delen met de raad. •
Wat zijn de mogelijkheden van tijdelijkheid en plaatsgebondenheid van de bodycam? Het gaat nu om een pilot voor een jaar, waarbij er gekozen wordt om de bodycam in te zetten op alle werkvelden (jeugd, parkeren, handhaving, veiligheid) van de boa en in de gehele stad. Na de pilot kan de raad over een vervolg een besluit nemen, met rekenschap van de resultaten van de evaluatie van de pilot • Wie mogen beelden bekijken? Zie ook inzage. Het Openbaar Ministerie. • Zijn er andere methoden om de veiligheid van boa’s te waarborgen? De veiligheid van boa’s en hoe zij omgaan met escalerende situaties zijn ook nu al belangrijke thema’s in onze huidige werkprocessen en worden geadresseerd door periodieke trainingen en opleidingen. Daarnaast vindt overleg met de politie plaats om steeds betere afspraken te maken bij opvolging vraag om assistentie bij een geweldsincident. • Wanneer is de pilot succesvol? KPI’s duidelijker stellen? De doelstelling is dat de boa veilig kan werken, dus met name als het gevoel van veiligheid significant verbeterd zal de pilot succesvol zijn. Nadat een extern bureau haar opzet voor een evaluatie heeft opgesteld zullen wij deze delen met de raad, tevens zullen wij na een half jaar de raad informeren met een tussenrapportage van het evaluatieonderzoek (zie ook boven).
• Hoe luidt het protocol van het aanzetten van de bodycam precies? Een boa zal bij een dreigende escalatie altijd waarschuwen dat de bodycam wordt aangezet als de aangesprokene of omstanders die dreigen met geweld niet inbinden, tenzij de escalatie zo snel plaats vindt dat daar simpelweg geen tijd voor is. Dit is een inschatting die onze boa’s zelf maken gebaseerd op de dreiging op dat moment, totdat de Boa heeft gewaarschuwd staat de bodycam dus uit. • Waar wordt de bodycam ingezet (bijv. ook binnenshuis)? De boa mag de camera alleen aanzetten op publiek toegankelijke plaatsen. En het mag geen stelselmatig observatie zijn. • Hoe lang duurt het opmaken van een DPIA en de opleiding voor gebruik bodycam? Na de keuze voor de apparatuur kan dit binnen enkele weken rond zijn.
3
Inboeknummer
21bst00117
• Wat is de rol van de raad aan het einde van de pilot? Beslist raad over verlenging? De raad wordt geïnformeerd over de uitkomst van de evaluatie en zal via het budgetrecht van de raad uiteindelijk beslissen over invoering van de bodycam aan de hand van of de raad de pilot een succes vindt. • Waarom worden beelden niet gebruikt voor trainingsdoeleinden? Dit is een andere doelstelling dan opgenomen in het voorstel en vergt ook een andere benadering vanuit het oogpunt van privacy. Het is een bewuste keuze om te kiezen voor andere doelen en een andere grondslag als basis voor gebruik van de bodycam. Hierbij is meegenomen het belang en de gevoeligheid van privacy en is gekozen voor een bescheiden pilot. • Wat zijn de kosten bij een verlenging? Afhankelijk van de evaluatie en de keuze die wordt gemaakt in bijvoorbeeld aantallen en plaatsen waar deze wordt ingezet.
Wij hopen en verwachten, ook op basis van het bovenstaande, op een goede voortzetting van de bespreking van dit raadsvoorstel in de meningsvormende vergadering.
Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
secretaris
4