Nadere toelichting met herzien ontwerp raadsbesluit bij raadsvoorstel Vaststellen begroting 2023
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 22bst01266 Dossiernummer 22.42.751 B&W beslisdatum 18 oktober 2022
Nadere toelichting bij raadsvoorstel Onderwerp: Vaststellen Begroting 2023 Inleiding Op 29 september hebben we u het raadsvoorstel Begroting 2023 aangeboden. Via de Septembercirculaire Gemeentefonds en de voorlopige beschikking bijstandsbudgetten 2023 (BUIG) heeft het rijk nieuwe informatie gegeven m.b.t. de financiële positie in het lopende jaar (2022) en de komende jaren (2023-2026). Het voordeel voor 2022 van €5,8 miljoen wordt verwerkt in Turap-2. Bij de taakmutaties (die we één op één doorvertalen naar de beleidsvelden) is de energietoeslag voor 2022 de belangrijkste component. Daarnaast heeft het rijk de loon- en prijsontwikkeling (LPO) voor 2023 met 1% structureel verhoogd. Ook komt er een eenmalige rijksbijdrage voor 2026. Voor 2023 en verder kan de uitkomst van de circulaire (door het late tijdstip van publicatie) niet in het boekwerk van de begroting worden meegenomen. In deze nadere toelichting doen we daarom een aanvullend voorstel.
Actueel maatschappelijk onderwerp/probleem Coalitieafspraak Motie/amendement/toezegging Anders, namelijk el inzicht in de financiële positie
Besluit van college van burgemeester en wethouders De raad informeren over de uitkomsten van de Septembercirculaire Gemeentefonds 2022 en de voorlopige verdeling van de bijstandsbudgetten 2023 (BUIG) en hiervoor een aanvullend voorstel te doen via een ‘nadere toelichting’. Argumenten/kanttekeningen De gevolgen van de septembercirculaire voor de Begroting in het kort: In de Begroting 2023 sluiten de jaarschijven 2023 en 2026 op nul, in de tussenliggende jaren is sprake van een incidenteel voordelig saldo. Door de eenmalige rijksbijdrage in 2026 verplaatst het ravijn zich naar 2027. Onze toezichthouder, de provincie NoordBrabant, heeft recent aangegeven (zie bijlage) dat gemeenten in het kader van het financieel toezicht mogen veronderstellen dat de inkomsten in 2027 minimaal even hoog zijn als in 2026. Dit zegt echter nog niets over de daadwerkelijke rijksbijdrage in 2027. Daarom zullen we bij de Kadernota 2024 met toepassing van het financieel afwegingskader beoordelen welke middelen voor 2024-2026 structureel of incidenteel kunnen worden ingezet. Dit hangt af van de beelden die we dan -op basis van aanvullende informatie van het rijk in het voorjaar van 2023- hebben over de nieuwe financieringssystematiek.
Onze inzet blijft om de begroting reëel en sluitend te houden, met aandacht voor bestaanszekerheid, het overeind houden van de maatschappelijke infrastructuur en het investeren om de ambities uit ons bestuursakkoord waar te maken.
Inboeknummer 22bst01266
Meer in detail is het beeld van de septembercirculaire: (x €1 mln.)
2022
2023
2024
2025
2026
0
37,5
52,8
0
5,8
1,3
0,9
0,9
0,9 14,3
15,6
6,1 0,6
7,6 0,6
8,5 0,2
8,9 0,2
21,5
8,0
9,1
9,6
24,3
-15,6
-6,7 -0,6
-6,7 -0,6
-6,7 -0,2
-6,7 -0,2
0,7
39,3
55,5
17,4
Saldo Begroting 2023 Septembercirculaire a. b.
Actualisering verdeelmaatstaven Eenmalige Rijksbijdrage 2026
c. d.
Accressen 2023-2027 – LPO Taakmutaties Totaal Inzet
c. d.
1% LPO 2023 Taakmutaties Startpunt Kadernota 2024
a. De verdeelmaatstaven zijn geactualiseerd. Voor 2022 kan daarnaast de eigen behoedzaamheidsmarge vrijvallen. Ook wordt jaarlijks bij de septembercirculaire de resterende ruimte onder het BCF-plafond toegevoegd (BCF staat voor BTWCompensatiefonds). b. Het Rijk wil vanaf 2026 naar een nieuwe financieringssystematiek voor gemeenten, waarbij vergroting van het gemeentelijk belastinggebied ook bezien zal worden. In aanloop naar de nieuwe financieringssystematiek stelt het kabinet voor gemeenten eenmalig € 1 miljard extra in 2026 beschikbaar. Daarvan komt € 924 miljoen beschikbaar via de algemene uitkering en € 76 miljoen via het BCF. Hiermee koopt het kabinet meer voorbereidingstijd, doordat hierdoor meer gemeenten hun meerjarenbegroting 2023-2026 sluitend kunnen vaststellen. Het ‘ravijn’ verschuift hiermee naar 2027. c. Voor de jaren 2022 – 2025 hebben Rijk en VNG afgesproken dat de accressen worden gesplitst in volumeontwikkeling en loon- en prijsontwikkeling (LPO) Het volumedeel is bevroren op de stand Meicirculaire 2022. Het LPO-deel wordt aangepast op basis van de cijfers van het Centraal Planbureau (CPB). Bij de septembercirculaire is het accres 2023 aangepast voor LPO met 1%. Eenzelfde beweging aan de uitgavenkant betekent € 6,7 miljoen structureel meer uitgaven. Onderstaand lichten we het aanvullende voorstel hiervoor toe. d.
Voor een aantal taakmutaties worden extra middelen ontvangen of uitgenomen. De grootste taakmutatie betreft de tweede tranche voor de energietoeslag 2022 ad. € 12,2 miljoen. Bij de meicirculaire hebben wij hiervoor al € 16,8 miljoen ontvangen. NB: Bij de Miljoenennota 2023 zijn ook middelen voor een energietoeslag 2023 aangekondigd, die gedeeltelijk al in 2022 vervroegd beschikbaar zullen worden gesteld via de decembercirculaire.
2
Inboeknummer 22bst01266
De voorlopige bijstandsbudgetten 2023 (BUIG) Het ministerie van SZW heeft begin oktober het voorlopig BUIG-budget voor 2023 gepubliceerd. Dit bedraagt € 3,5 miljoen meer dan werd aangenomen. Dit heeft onder meer te maken met een toename van de gerealiseerde loonkostensubsidies. In 2023 vinden er, zoals gebruikelijk, nog aanpassingen plaats. Er zal later in het jaar (oktober) nog een extra mutatie plaatsvinden als gevolg van de verhoging van het minimumloon met 10,15% die per 1 januari 2023 geldt. Gemeenten moeten dit tot die tijd zelf voorfinancieren. In de Begroting 2023 is uit de algemene middelen een bedrag van €1,8 miljoen aangevuld op het (begin september 2022) verwachte tekort op de BUIG. Deze aanvulling kan op basis van het voorlopig budget worden teruggedraaid. Tevens zullen er naar verwachting eind 2022 (en daarmee ook eind 2023) 120 meer bijstandsontvangers zijn. De Begroting 2023 wordt op deze punten geactualiseerd. Aanvullend voorstel voor de Begroting 2023 Zoals aangegeven in de begroting is er in 2023 gemiddeld 80% van de verwacht inflatie gecompenseerd (gemiddeld 4,3% van 5,3%). Met de 1% extra ruimte in de septembercirculaire kunnen we gemiddeld stijgen naar 100%. Dit betekent een ophoging van de uitgavenbudgetten met €6,7 miljoen.
De indexatie wordt in de regel verdeeld over 3 kostencategorieën: Personeel, Inkoop goederen en diensten en Subsidies en overdrachten. We verdelen de €6,7 miljoen zodanig dat elke categorie gemiddeld op 5,3% uitkomt. Voor personeel leidt dat tot een ophoging van de bestaande stelpost met €1,5 miljoen. Voor Subsidies en overdrachten betekent het een ophoging met €5,2 miljoen, waarvan €4,5 miljoen voor sociaal domein, €0,5 miljoen voor cultuur en €0,2 miljoen overig. De categorie Inkoop goederen en diensten zit al op gemiddeld 5,3% en wordt niet aangevuld. Met deze aanvullende indexering wordt de verwachte inflatie gecompenseerd en zijn de gemeentelijke budgetten beter toegerust voor de gevolgen van de gestegen (energie)prijzen conform de toegepaste percentages die het rijk hanteert. De €1,8 miljoen die bij BUIG wordt teruggedraaid wordt toegevoegd aan de bestaande reserve bestaanszekerheid (onderdeel van de Saldireserve Specifiek). Deze reserve is in de Begroting 2023 oorspronkelijk opgenomen voor een potentiële stijging van het aantal inwoners dat een beroep doet op armoederegelingen (‘volumegroei’). Met de ophoging van deze reserve verdubbelen we deze van €1,8 miljoen naar €3,6 miljoen en verbreden we ook de reikwijdte van volumegroei naar algemeen vangnet voor alle inwoners.
Het Rijk heeft op verschillende manieren al actie ondernomen om de prijsstijgingen in verband met de gestegen energieprijzen op te vangen, zoals het prijsplafond voor kleinverbruikers, het koopkrachtpakket en de verstrekking van middelen voor de energietoeslag aan gemeenten. Onze gemeentelijke reserve bestaanszekerheid is uitdrukkelijk bedoeld als laatste vangnet, als alle voorliggende regelingen geen of onvoldoende soelaas bieden. De €715.000 restsaldo 2023 als gevolg van de septembercirculaire (zie het overzicht bovenaan) willen wij inzetten als achtervang voor energiecompensatie culturele instellingen voor €490.000 (totaal 2023 wordt € 1,13 miljoen) en als achtervang voor
3
Inboeknummer 22bst01266
energiecompensatie sportverenigingen voor €225.000. Voor achtervang energiecompensatie welzijnsinstellingen en buurthuizen is uit eerdere besluitvorming al €1,2 miljoen beschikbaar voor 2023. Ook voor de maatschappelijke instellingen geldt, dat er voorliggende voorzieningen zijn - of nog gaan komen - van het Rijk, waarop deze instellingen (mogelijk) een beroep kunnen doen. Bijvoorbeeld het prijsplafond voor kleinverbruikers of de Tegemoetkoming Energie Kosten bestemd voor het MKB met een intensief energieverbruik. We willen niet overcompenseren. De budgetten voor energiecompensatie worden uitsluitend ingezet als achtervang nodig blijkt. Als gevolg van de Septembercirculaire Gemeentefonds en het voorlopig BUIG-budget wordt een beslispunt (6) toegevoegd aan het raadsvoorstel ‘Vaststellen Begroting 2023’. Het beslispunt 6 heeft de volgende strekking: 6. De Begroting 2023 als volgt te wijzigen (1e begrotingswijziging 2023): a. De gemiddelde indexatie 2023 te verhogen van 4,3% naar 5,3% en dit te dekken uit de extra middelen uit de Septembercirculaire Gemeentefonds 2022. b. Een bedrag van €1,8 miljoen toe te voegen aan de ‘reserve bestaanszekerheid’ (onderdeel van Saldireserve Specifiek), de werking te verbreden en dit te dekken uit het terugdraaien van de aanvulling van het tekort BUIG. c.
Een bedrag van €490.000 toe te voegen aan het budget energiecompensatie culturele instellingen en een bedrag van €225.000 toe te voegen aan het budget energiecompensatie sportverenigingen, en dit te dekken uit de restant middelen 2023 Septembercirculaire Gemeentefonds. d. De BUIG budgetten te actualiseren o.b.v. de voorlopige bijstandsbeschikking 2023. Bijlagen Email Provincie Noord-Brabant over ravijnjaar 2026.
Een herzien ontwerp-raadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan.
Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
secretaris
4
Inboeknummer 22bst01266
Herzien Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 oktober 2022; besluit: 1. De Begroting 2023 met een totale omvang van € 1,09 miljard vast te stellen, waarbij de lasten als volgt verdeeld zijn over de volgende programma’s: 1 Veiligheid €37 miljoen 2 Openbare ruimte € 97 miljoen 3 Economie € 21 miljoen 4 Onderwijs € 48 miljoen 5 Sport en cultuur € 72 miljoen 6 Sociaal domein € 463 miljoen 7 Volksgezondheid en milieu € 57 miljoen 8 Volkshuisvesting, leefomgeving € 94 miljoen 0 Bestuur en ondersteuning € 127 miljoen Onttrekking reserves € 73 miljoen 2. De structurele gevolgen van nieuwe begrotingswijzigingen te verwerken in de meerjarenbegroting. 3. De reserve Samen Morgen Mooier Maken in te stellen: -
Doel: dekking van de incidentele intensiveringen uit het bestuursakkoord Samen Morgen Mooier Maken (2022-2026) - Type reserve: bestemmingsreserve met bestedingsfunctie - Mandaat: college - Voeding: de incidentele middelen uit het bestuursakkoord, de niet bestede structurele middelen uit het bestuursakkoord en aanvullend beschikbare middelen volgens het financieel afwegingskader - Onttrekking: de reserve wordt ingezet op de incidentele extra inzet op het gebied van klimaat en weersverandering, ondernemende en sociale stad (iedereen mee), woningbouw en bereikbaarheid, fijne en veilige wijken, levendige stad (sport, cultuur, evenementen), organisatie en prioriteiten die aanvullend via kadernota’s en/of begrotingen worden vastgesteld. - Maximum hoogte van de reserve: € 50 miljoen - Minimum hoogte van de reserve: €0 miljoen - Looptijd: 31-12-2026 4. De kredieten voor 2023 ad € 192,8 miljoen bruto (minus € 41,4 miljoen bijdragen derden = € 151,4 miljoen netto) vast te stellen; 5. Het college te mandateren om in noodzakelijke gevallen snel te schakelen en de bijbehorende inzet van middelen via het weerstandsvermogen achteraf te verantwoorden. 6. De Begroting 2023 als volgt te wijzigen (1e begrotingswijziging 2023): a. De gemiddelde indexatie 2023 te verhogen van 4,3% naar 5,3% en dit te dekken uit de extra middelen uit de Septembercirculaire Gemeentefonds 2022.
5
Inboeknummer 22bst01266
b.
c.
d.
Een bedrag van €1,8 miljoen toe te voegen aan de ‘reserve bestaanszekerheid’ (onderdeel van Saldireserve Specifiek), de werking te verbreden, en dit te dekken uit het terugdraaien van de bijdrage aan BUIG. Een bedrag van €490.000 toe te voegen aan het budget energiecompensatie culturele instellingen en een bedrag van €225.000 toe te voegen aan het budget energiecompensatie sportverenigingen, en dit te dekken uit de restant middelen 2023 Septembercirculaire Gemeentefonds. De BUIG budgetten te actualiseren o.b.v. de voorlopige bijstandsbeschikking 2023.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
, voorzitter.
, griffier.
6