Nadere toelichting bij raadsvoorstel Energietransitie Ontwerp warmteprogramma 2026-2035
Tekst van het document
gemeente Eindhoven Inboeknummer 8053090_3.2.1. Dossiernummer 25.43.103 B&W beslisdatum 16 oktober 2025
Nadere toelichting bij raadsvoorstel Onderwerp: Energietransitie: Ontwerp warmteprogramma 2026-2035 en Plan-MER Inleiding In het Raadsvoorstel Energietransitie: Ontwerp warmteprogramma 2026-2035 informeren wij u over het voornemen om het warmteprogramma 2026-2035 in december 2025 definitief vast te stellen. Wij geven daarin aan dat de wensen en bedenkingen van de raad gelijktijdig worden verwerkt met de terinzagelegging en het advies van de Commissie mer. Ook geven wij aan dat het advies van de Commissie mer kan leiden tot nieuwe inzichten die aanpassing van het programma vereisen. De Commissie mer heeft inmiddels aangegeven, in tegenstelling tot een definitief advies, een voorlopig advies uit te willen brengen over het planMER behorende bij het Ontwerp warmteprogramma. Het is onze verwachting dat het voorlopige advies van de Commissie mer zal leiden tot aanpassingen van het plan-MER op het warmteprogramma. Context Hoewel de warmtetransitie in volle gang is, staat de toepassing van milieueffectrapportages (planMER) voor warmteprogramma’s nog in de kinderschoenen. Gemeenten zijn druk bezig met het ontwikkelen van warmteprogramma’s als strategisch instrument om de overstap van aardgas naar duurzame warmtebronnen vorm te geven.
De planMERprocedure, die bedoeld is om de milieugevolgen van beleidskeuzes inzichtelijk te maken, is tot op heden nog niet eerder toegepast op een warmteprogramma. Dat komt deels doordat de wettelijke verplichting hiervoor nog niet van kracht is. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) zal gemeenten verplichten om een warmteprogramma op te stellen. Afhankelijk van de aard en reikwijdte van zo’n programma kan een planMER verplicht zijn, bijvoorbeeld
Inboeknummer 8053090_3.2.1. wanneer het programma kaders stelt voor toekomstige besluiten zoals de aanleg van collectieve warmtevoorzieningen. In andere gevallen volstaat een lichtere toets, zoals een planMER-beoordeling. Ondanks de huidige onduidelijkheid over de toepassing van de planMER en de precieze toegevoegde waarde ervan, heeft de gemeente Eindhoven ervoor gekozen om wél een planMER uit te voeren. Die keuze past bij de hoge ambitie die Eindhoven heeft op het gebied van klimaat en duurzaamheid, zoals verwoord in het Klimaatplan. Eindhoven wil niet afwachten tot de wettelijke verplichting ingaat, maar proactief handelen en de milieueffecten van haar beleidskeuzes transparant maken. Proces en voorlopig advies Commissie mer De Commissie mer heeft aangegeven een voorlopig advies uit te willen brengen over het plan-MER behorende bij het Ontwerp warmteprogramma. Het definitieve advies is uitgesteld vanwege het, volgens de commissie, ontbreken van navolgbare informatie over de effecten op de leefomgeving. Maandag 20 oktober wordt het voorlopige advies in concept ontvangen. Na bestudering volgt op 27 oktober ambtelijk een adviesgesprek met de Commissie mer waarin de mogelijkheid wordt geboden verdiepende vragen over de inhoud van het concept advies te stellen. Hierna zal het voorlopige advies openbaar gemaakt worden.
De keuze om het warmteprogramma nu voor te leggen aan de gemeenteraad is ingegeven door de noodzaak om tempo te houden in de uitvoering van het programma en de bijbehorende projecten. Denk hierbij aan haalbaarheidsstudies, de voortgang in de proeftuinen, en de doorontwikkeling van warmtekavels. Uitstel zou belangrijke mijlpalen in de transitie kunnen vertragen. Vaststelling warmteprogramma Het college blijft op dit moment voornemens om het warmteprogramma 2026-2035 in december 2025 vast te stellen. In de eerste helft van 2026 wordt het plan-MER herzien op basis van het voorlopige advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage (mer). Daarna wordt het planMER opnieuw beoordeeld en wordt het warmteprogramma opnieuw vastgesteld, in lijn met de voorgenomen Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (Wgiw), zodra deze wet van kracht is. Het is op dit moment nog niet duidelijk of de herziening van het plan-MER zal leiden tot aanpassingen van het warmteprogramma.
2
Inboeknummer 8053090_3.2.1. Er zijn meerdere redenen om het warmteprogramma op korte termijn vast te stellen, zelfs nu de wetgeving nog in ontwikkeling is: 1. Behoefte aan beleidsmatige richting Gemeenten, stakeholders en uitvoeringspartners hebben een sterke behoefte aan duidelijkheid en voortgang. Het warmteprogramma helpt om gezamenlijk stappen te zetten in de warmtetransitie. 2. Stapsgewijze verdieping: ‘dubbele omgekeerde trechtering’ Het warmteprogramma is nu nog globaal van aard. In latere fasen wordt het aangevuld met meer gedetailleerde informatie. Dit past bij het principe van ‘dubbele omgekeerde trechtering’ uit de handreiking van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW): van globaal naar specifiek, en van beperkte naar volledige informatie. Het blijkt in de praktijk een uitdaging om een concreet planMER uit te voeren op een globaal (warmte)programma. 3. Beperkte juridische gevolgen Het warmteprogramma is een beleidsdocument dat richting geeft aan het handelen van het college. Het legt nog geen verplichtingen op aan bewoners of bedrijven en bevat geen besluiten over specifieke projecten of tracés. 4. Voorbereiding én uitvoering in 2026 – binnen ruimtelijke kaders In 2026 vinden er al concrete uitvoeringsstappen plaats binnen het programma, zoals voorbereidende werkzaamheden en mogelijk de aanleg van warmtenetten.
Deze activiteiten worden passend binnen de geldende ruimtelijke procedures uitgevoerd, inclusief een afzonderlijke mer-beoordeling. Het programma zelf legt nog geen definitieve technieken of locaties vast, maar biedt richting en kaders voor verdere uitwerking. Eventuele effecten die later optreden kunnen worden meegenomen bij de herziening van het programma in 2027. 5. Tijd en ruimte voor verbetering van het plan-MER Het voorlopige advies van de Commissie mer zal waarschijnlijk waardevolle inzichten bieden. We stellen het warmteprogramma nu vast maar creëren ruimte om het MER te verbeteren en later opnieuw vast te stellen, inclusief de aanpassingen en conform de nieuwe wet. 6. Voorbereiding op toekomstige verplichtingen De Wgiw vereist dat gemeenten een warmteprogramma vaststellen. Door dit nu al te doen, voldoen we aan die eis en kunnen we het programma later juridisch en inhoudelijk versterken. 7. Herziening na invoering van de Wgiw Hoewel de beoogde ingangsdatum van de Wgiw januari 2027 is, is die nog onzeker. Wel staat vast dat gemeenten het warmteprogramma opnieuw moeten vaststellen zodra de wet van
3
Inboeknummer 8053090_3.2.1. kracht is. Een herziening in 2027 is derhalve in ieder geval nodig, ongeacht het proces dat in 2025–2026 doorlopen wordt. Planning Periode 20 oktober 2025 21 oktober 2025
27 oktober 2025 4 november 2025 November 2025 December 2025 Eerste helft 2026 Medio 2026 Eind 2026 Begin 2027
Activiteit Ontvangen concept voorlopig advies Meningsvormende vergadering Raadsvoorstel Energietransitie Ontwerp Warmteprogramma 2026–2035 Adviesgesprek Commissie mer concept advies Raadsvergadering Raadsvoorstel Energietransitie Ontwerp Warmteprogramma 2026–2035 Ontvangen voorlopig advies Vaststelling warmteprogramma o.b.v. huidige ontwerp en voorlopig advies plan-MER Aanvulling plan-MER op basis van advies Commissie mer Proces definitieve advies Commissie mer Voorbereiding besluitvorming warmteprogramma Formele hernieuwde vaststelling aangepast warmteprogramma incl. definitief plan-MER (Wgiw)
Zodra het definitieve advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage beschikbaar is, wordt dit gedeeld met de raad. Het college zal daarbij inzicht geven in: - In hoeverre het advies wordt overgenomen; - Welke onderdelen aanleiding geven tot wijziging of aanscherping van het warmteprogramma of uitvoeringsplannen; - En welke eventuele vervolgstappen daaruit voortvloeien.
Burgemeester en wethouders van Eindhoven,
secretaris
4